CConstaterende datDeurne
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Toelichting (inclusief bijlagen)

Raadscommissie Omgeving 6 april 2021, gemeente DeurneBij agendapunt: Bestemmingsplan Kievitweg 9, Deurne26.593 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Afbeelding voorblad hier invoegen! Bij invoegen cursor boven tekst plaatsen of gehele tekst verwijderen

Bestemmingsplan ‘Kievitweg 9, Deurne’ Gemeente Deurne Toelichting

Bestemmingsplan ‘Kievitweg 9, Deurne’ Gemeente Deurne

Opdrachtgever:

Fien Wilgers Kievitweg 9 5751 PT Deurne

Plangebied:

Kievitweg 9 5751 PT Deurne

Opgesteld door:

Bergs Advies B.V. Ir. G.G.J.A. van Duijnhoven

Datum:

18 januari 2020

IMRO-code:

NL.IMRO.0762.BP202006-B001

Bestemmingsplan ‘Kievitweg 9, Deurne’

Inhoudsopgave 1

2

3

4

Inleiding ..................................................................................................................................................... 1 1.1

Aanleiding .......................................................................................................................................... 1

1.2

Plangebied ......................................................................................................................................... 1

1.3

Huidig bestemmingsplan ................................................................................................................... 2

Planbeschrijving ....................................................................................................................................... 3 2.1

Huidige situatie .................................................................................................................................. 3

2.2

Het initiatief ........................................................................................................................................ 5

2.3

Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering ...................................................................... 10

2.4

Vertaling in het bestemmingsplan ................................................................................................... 12

Beleidskader ........................................................................................................................................... 13 3.1

Rijksbeleid........................................................................................................................................ 13

3.2

Provinciaal beleid ............................................................................................................................. 13

3.3

Gemeentelijk beleid ......................................................................................................................... 16

Omgevingsaspecten .............................................................................................................................. 18 4.1

Inleiding............................................................................................................................................ 19

4.2

Bedrijven en milieuzonering............................................................................................................. 19

4.3

Geluid............................................................................................................................................... 22

4.4

Luchtkwaliteit ................................................................................................................................... 22

4.5

Bodem.............................................................................................................................................. 24

4.6

Geur ................................................................................................................................................. 25

4.7

Externe veiligheid ............................................................................................................................ 27

4.8

Kabels en leidingen ......................................................................................................................... 28

4.9

Water ............................................................................................................................................... 28

4.10

Archeologie en cultuurhistorie ......................................................................................................... 30

4.11

Natuur .............................................................................................................................................. 31

4.12

Verkeer en parkeren ........................................................................................................................ 32

4.13

Vormvrije m.e.r.-beoordeling ........................................................................................................... 32

5

Economische uitvoerbaarheid .............................................................................................................. 34

6

Juridische planopzet .............................................................................................................................. 35 6.1

Planstukken ..................................................................................................................................... 35

6.2

Toelichting op de verbeelding .......................................................................................................... 35

6.3

Toelichting op de regels ................................................................................................................... 35

Bestemmingsplan ‘Kievitweg 9, Deurne’

7

Overleg en procedure ............................................................................................................................ 37 7.1

Dialoog ............................................................................................................................................. 37

7.2

Vooroverleg...................................................................................................................................... 37

7.3

Zienswijzen ...................................................................................................................................... 37

7.4

Wijziging Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ................................................................ 37

Bijlagen: 1. Landschappelijk inpassingsplan en kwaliteitsberekening Kievitweg 9 Deurne, Bergs Advies, 20 juli 2020 2. Verkennend bodemonderzoek Kievitweg 9 te Deurne, Bodeminzicht, 26 juni 2020 3. Memo ‘Aanwezigheid wijst aan de Kievitsweg 9 te Deurne - Familie Wilgers’, Emmy Zwier (Waterschap Aa en Maas), 3 april 2019

Bestemmingsplan ‘Kievitweg 9, Deurne’

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Aan de Kievitweg 9 in Deurne bevindt zich een voormalig agrarisch bedrijfsperceel. De afgelopen jaren zijn de agrarische activiteiten op de locatie afgebouwd en hebben de percelen een steeds meer natuurlijke inrichting gekregen. De familie Wilgers is voornemens de agrarische bestemming om te zetten naar een combinatie van een natuur-, bos- en woonbestemming. Op deze manier wil men zorgen voor een goede planologische basis voor de bescherming en het behoud van de landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van de locatie. In hoofdstuk 2 wordt dit nader toegelicht. De gemeente Deurne heeft aangegeven medewerking te willen verlenen aan het initiatief. Om het initiatief planologisch te regelen is een bestemmingsplan opgesteld. Voorliggende toelichting maakt deel uit van het bestemmingsplan.

1.2

Plangebied

De locatie Kievitweg 9 ligt ten noorden van Deurne en ten zuiden van Milheeze. Deze locatie is kadastraal bekend als gemeente Deurne, sectie V, nummers 00994, 00995, 00262 (deels) en 00265. Op onderstaande afbeelding is de ligging van de locatie weergegeven.

Figuur 1.2.1: Topografische kaart met aanduiding locatie Kievitweg 9 (bron: pdokviewer.pdok.nl).

Bestemmingsplan ‘Kievitweg 9, Deurne’

1

1.3

Huidig bestemmingsplan

Op de locatie Kievitweg 9 vigeert het bestemmingsplan ‘Derde herziening bestemmingsplan buitengebied’. Dit plan is vastgesteld op 19 december 2017 en onherroepelijk geworden bij besluit van de Raad van State op 25 maart 2020. De locatie is bestemd als ‘Agrarisch’. Op de locatie is een bouwvlak aanwezig van circa 12.000 m2. Op het bouwvlak ligt de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - overige veehouderij’. Verder zijn de gebiedsaanduidingen ‘overige zone - woonrechtzone voormalig LOG’ en ‘vrijwaringszone - ihcs 74 m +nap’ opgenomen.

Figuur 1.3.1: Uitsnede bestemmingsplan ‘Derde herziening bestemmingplan buitengebied’ ter plaatse van de locatie Kievitweg 9. Het plangebied is aangeduid met een witte lijn (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

In het bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor de omzetting van de bestemming ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’. Voor de omzetting naar de bestemmingen ‘Bos’ en ‘Natuur’ is geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Om die reden is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

Bestemmingsplan ‘Kievitweg 9, Deurne’

2

2

Planbeschrijving

2.1

Huidige situatie

De locatie Kievitweg 9 ligt ten noorden van de kern Deurne. De omgeving van de locatie bestaat uit een menging van functies, zoals wonen, (agrarische) bedrijvigheid en natuur. Het betreft een voormalige agrarische bedrijfslocatie. Op de locatie bevond zich voorheen een vollegrondtuinderij en later een boomkwekerij. De afgelopen jaren zijn de agrarische activiteiten op de locatie afgebouwd en hebben de percelen een steeds meer natuurlijke inrichting gekregen. De locatie Kievitweg 9 heeft een kenmerkende hydrologische ligging. Op oude topografische kaarten is te zien dat dit vroeger waarschijnlijk al een natter gebied is geweest ten opzichte van de omgeving. Na circa 1850 is men hier begonnen om de ontwatering van het gebied te verbeteren door de aanleg van veel sloten. De benaming van het gebied, zoals Diepe Leggen en Laag Goor, duidt tevens op relatief natte omstandigheden.

Figuur 2.1.1: Topografische kaart van rond 1900 met aanduiding locatie Kievitweg 9 (bron www.topotijdreis.nl).

De locatie ligt ten westen van een A-watergang, een aftakking van de Kaweische Loop, en op korte afstand van de Peelrandbreuk. De Peelrandbreuk ligt zo’n 650 meter ten zuidwesten van de locatie. Dwars door de locatie heen loopt zeer waarschijnlijk de Breuk van Milheeze, een aftakking van de Peelrandbreuk. Direct ten zuiden van de locatie bevindt zich het wijstgebied ’t Goor. Dwars door de locatie loopt eveneens een Awatergang. Ter plaatse van de percelen op de locatie is zeer waarschijnlijk sprake van wijst. Een ijzerrode kleur, ijzerneerslag en een kwelvlies in de watergang ten westen van de percelen wijzen hierop. Het betreft een bijzonder natuurkundig verschijnsel, waarbij sterk ijzerhoudend grondwater aan het oppervlak komt en zorgt voor specifieke groeiomstandigheden.

Bestemmingsplan ‘Kievitweg 9, Deurne’

3

Kaweische Loop

Breuk van Milheeze

plangebied Kievitweg 9

wijstgebied ‘t Goor

Peelrandbreuk

Figuur 2.1.1: Kenmerkende hydrologische ligging plangebied Kievitweg 9

Op de afbeelding hierna is de bestaande situatie weergegeven. De bebouwing en kenmerkende landschappelijke deelgebieden zijn aangeduid.

2 B

E

A

C

3

D 1 4

5

Figuur 2.1.2: Bestaande situatie locatie Kievitweg 9 met bebouwing en kenmerkende landschappelijke deelgebieden. Bestemmingsplan ‘Kievitweg 9, Deurne’

4

Bebouwing: A. langgevelboerderij (bedrijfswoning) B. stenen schuur C. kapschuur 1 D. kapschuur 2 E. restanten koepelkassen Kenmerkende landschappelijke deelgebieden: 1. bos 2. erfbeplanting 3. fruittuin 4. boomgaard 5. slagenlandschap De locatie Kievitweg 9 wordt gekenmerkt door een diversiteit aan bebouwing. De bedrijfswoning (A) staat haaks op de Kievitweg en betreft een langgevelboerderij. Ten westen van deze boerderij bevindt zich de voormalige bedrijfsbebouwing. De functie van de bebouwing is veranderd van een agrarische functie naar een functie ten behoeve van het beheer van het terrein. Ten noordwesten van de woning bevindt zich een stenen schuur (B). Deze heeft een oppervlakte van circa 235 m2. De schuur wordt deels gebruikt als bijgebouw bij de woning. Daarnaast wordt deze gebruikt voor machineopslag, gereedschap- en sleutelruimte en ruimte voor het bewaren en bewerken van fruit en vruchten. Ten zuiden van de stenen schuur is een kapschuur (C) aanwezig. Deze is circa 100 m 2 groot en wordt gebruikt voor houtopslag, stalling van aanhangwagens en tractor en opslag van gereedschappen. Meer in westelijke richting is een tweede kapschuur (D) aanwezig. Deze is 180 m 2 groot en is volledig in gebruik ten dienste van het beheer van het terrein. Een deel is in gebruik voor de koeien die het terrein begrazen.

De rest van het gebouw biedt plek aan een tractor en diverse machines en gereedschappen. Ten noorden van de tweede kapschuur bevinden zich de restanten van een aantal plastic koepelkassen (E). Deze deden in het verleden dienst voor de teelt van gewassen. Later zijn ze open gemaakt en nu groeien er fruitbomen in. Kenmerkend voor de locatie is de grote hoeveelheid beplanting. Ten zuiden van de woning is in de loop der tijd een gebied ontstaan met veel bomen, een vijver en een binnenweide. Dit gebied is te karakteriseren als bos (1). De beplanting op het erf bij de woning en bijbehorende bebouwing is wat opener van karakter. Ook hier staan karakteristieke bomen van formaat en diverse beuken heggen. Deze beplanting is te karakteriseren als erfbeplanting (2). De gronden ten westen van de voormalige koepelkassen zijn ingericht als fruittuin (3). Hier staan onder andere kruisbessen, frambozen, rode bessen, bosbessen en hazelnoten. Op de plek van de voormalige koepelkassen staan kersenbomen. Ten zuiden van de fruittuin bevindt zich een boomgaard (4). Hier staan onder andere notenbomen (walnoten) en tamme kastanjes. Het gebied ten zuiden van de boomgaard bestaat uit lange smalle stroken wei van circa 15 meter breed, gescheiden door ondiepe slootjes met daarnaast elzen hagen; het zogenaamde slagenlandschap (5).

In het zuidwestelijke puntje van dit slagenlandschap bevindt zich een poel voor padden en amfibieën. Het beheer van de terreinen gebeurt zoveel mogelijk natuurlijk door het begrazen met koeien. Aan de Kievitweg is een informatiebord met een bankje geplaatst.

2.2

Het initiatief

Al enige tijd geleden zijn de agrarische activiteiten op de locatie Kievitweg 9 gestaakt. Het afgelopen decennium is het plangebied veranderd in een uniek stukje Deurne. Het agrarische karakter van het plangebied is verdwenen. Door de enorme inzet van de familie Wilgers zijn stapsgewijs de oorspronkelijke landschappelijke en natuurlijke kenmerken van de locatie terug gebracht. Dit is met name gelukt door het aanbrengen van karakteristieke beplanting in het gebied en door het wijstverschijnsel weer de ruimte te geven. De eigenaar van de locatie is voornemens de agrarische bestemming om te zetten naar een combinatie van een natuur-, bos- en woonbestemming. Door de herbestemming ontstaat een goede planologische basis voor de bescherming en het behoud van de landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van de locatie. Het ideaalbeeld van de familie Wilgers is om ook andere mensen te laten genieten van de locatie. Bestemmingsplan ‘Kievitweg 9, Deurne’

5

Wonen

Bos

Natuur (NNB)

Figuur 2.2.1: Gewenste functies locatie Kievitweg 9, Deurne

Hierna worden de drie deelgebieden nader toegelicht. Natuur (NNB) Het westelijk en zuidelijk deel van het plangebied wordt bestemd als ‘Natuur’. Door alle aanpassingen die de familie Wilgers in het gebied heeft gedaan, is het oorspronkelijke, kleinschalige, natuurlijke karakter van de locatie in ere hersteld. Er is een uniek stukje natuur ontstaan. In het natuurgebied wordt volop ruimte geboden aan het wijstverschijnsel; een bijzonder natuurkundig verschijnsel, waarbij sterk ijzerhoudend grondwater aan het oppervlak komt en zorgt voor specifieke groeiomstandigheden. Het wijstverschijnsel is met name zichtbaar in de waterloop aan de westkant van het plangebied en wordt gekenmerkt door een ijzerrode kleur, ijzerneerslag en een kwelvlies in de watergang. Het natuurgebied wordt daarnaast gekenmerkt door haar landschappelijke inrichting. Die bestaat uit drie deelgebieden, die goed herkenbaar zijn. Aan de noordkant bevindt zich de fruittuin. In het midden ligt een boomgaard. Het zuidelijk deel van het natuurgebied wordt gekenmerkt door de smalle stroken wei, die gescheiden worden door elzen hagen met ondiepe slootjes. Hier is heel duidelijk het vroegere slagenlandschap in ere hersteld. In het zuidwestelijke puntje van dit slagenlandschap bevindt zich een poel voor padden en amfibieën. Bestemmingsplan ‘Kievitweg 9, Deurne’

6

Figuur 2.2.2: Wijstverschijnsel in het plangebied. Kenmerkend is de ijzerrode kleur.

Figuur 2.2.3: De fruittuin aan de noordkant van het natuurgebied.

Bestemmingsplan ‘Kievitweg 9, Deurne’

7

Figuur 2.2.4: De boomgaard in het midden van het natuurgebied. Het weiland wordt begraasd door koeien.

Figuur 2.2.5: Het kenmerkende slagenlandschap in het zuidelijk deel van het natuurgebied. De smalle stroken wei worden begraasd door koeien.

Bestemmingsplan ‘Kievitweg 9, Deurne’

8

Bos Ten zuiden van de woning is in de loop der tijd een bosgebied ontstaan. Kenmerkend voor het bos is uiteraard de dichte beplanting met veel bomen. Maar daarnaast ligt er een vijver midden in het bos. Ook is er een binnenweide aanwezig.

Figuur 2.2.6: Zicht op het bosgebied vanaf de Kievitweg.

Wonen Het noordoostelijk deel van het plangebied krijgt een woonfunctie. Hier bevindt zich de voormalige agrarische bedrijfswoning; een langgevelboerderij die met de kop naar de weg staat. Uitgangspunt is dat de aanwezige bijgebouwen bij de woning blijven gehandhaafd. Het betreft de stenen schuur ten noordwesten van de woning (circa 235 m2), de kapschuur ten zuidwesten van de woning (circa 100 m2) en nog een kapschuur richting het westen (ca. 180 m 2). In totaal is 515 m2 aan bijgebouwen aanwezig. Qua karakteristiek past de bebouwing binnen de sfeer van het plangebied. Het betreffen allen kleinschalige bijgebouwen met een kap, gebouwd met natuurlijke materialen. Het beheer van dit unieke stukje Deurne is erg arbeidsintensief en vraagt veel materieel, opslag- en stallingsruimte. De bestaande bijgebouwen zijn onmisbaar om het beheer en daarmee de landschappelijke kwaliteit van het plangebied te borgen. Een gedeelte van de stenen schuur wordt gebruikt als bijgebouw bij de woning. De rest van de bijgebouwen zijn nodig voor machineopslag, gereedschap- en sleutelruimte, ruimte voor het bewaren en bewerken van fruit en vruchten, houtopslag, stalling van aanhangwagens en tractors, opslag van gereedschappen en huisvesting van de koeien die het terrein begrazen.

Voor deze unieke functie zijn meer bijgebouwen nodig dan de ‘standaard’ 200 m 2 die de gemeente Deurne hanteert bij omzetting van een agrarische bedrijfsbestemming naar een reguliere woonbestemming. In de beleidsnota ‘Verruiming mogelijkheden bijgebouwen bij omschakeling naar wonen’ biedt de gemeente Deurne ruimere mogelijkheden voor bijgebouwen dan de standaard vastgelegde m 2 bij een woonbestemming. Het toestaan van meer m 2 aan bijgebouwen in dit plangebied past binnen het gedachtengoed van deze beleidsnota. In paragraaf 3.3.5 wordt hier nader op in gegaan.

Bestemmingsplan ‘Kievitweg 9, Deurne’

9

Figuur 2.2.7: Langgevelboerderij Kievitweg 9.

Figuur 2.2.8: Meest oostelijke kapschuur.

Bestemmingsplan ‘Kievitweg 9, Deurne’

10

Figuur 2.2.9: Impressie karakteristiek bijgebouwen.

2.3

Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering

Elke ruimtelijke ontwikkeling buiten het ‘bestaand stedelijk gebied’ moet conform het provinciale beleid gepaard gaan met een kwaliteitsverbetering van het landschap. In dit geval is er sprake van een bestemmingswijziging met als doel het realiseren van een goede planologische basis voor de bescherming en het behoud van de landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van de locatie. In paragraaf 2.2 is een omschrijving gegeven van de landschappelijke inrichting van het plangebied. In bijlage 1 bij deze toelichting is dit samengevat in één afbeelding, die beschouwd kan worden als landschappelijk inpassingsplan. Bij het opstellen van het inpassingsplan is gekeken naar de eigenschappen, kwaliteiten en het karakter van de locatie. Het plan gaat uit van handhaving van de karakteristieke landschappelijke deelgebieden met hun kenmerkende beplanting op de locatie. Door de karakteristieken op te nemen in het landschappelijk inpassingsplan is de bescherming en instandhouding van de landschappelijke structuur gewaarborgd. In de regels van het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen, die gekoppeld is aan een gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone - landschappelijke inpassing’ ter plaatse van het plangebied.

Aan de hand van de gemeentelijke systematiek uit het ‘Beleidskader kwaliteitsverbetering landschap’ en de ‘Nota kostenverhaal’ is de investering in de kwaliteitsverbetering financieel uitgedrukt. De berekening is in het landschappelijk inpassingsplan opgenomen. In paragraaf 3.3.4 wordt de berekening nader toegelicht. Het landschappelijk inpassingsplan en de kwaliteitsberekening zijn opgenomen als bijlage 1 bij deze toelichting.

Bestemmingsplan ‘Kievitweg 9, Deurne’

11

2.4

Vertaling in het bestemmingsplan

Op de locatie Kievitweg 9 wordt een drietal bestemmingen opgenomen. De woning met bijgebouwen is bestemd als ‘Wonen’. De woonbestemming is voorzien van een functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen - 1’. Ter plaatse van deze aanduiding is 315 m 2 extra aan bijgebouwen toegestaan ten behoeve van het beheer en onderhoud van het aangrenzende natuur- en bosgebied. Het bos ten zuiden van de woning is bestemd als ‘Bos’. De rest van het plangebied is als ‘Natuur’ bestemd. De bestemming ‘Natuur’ dient onder andere voor de instandhouding van het (planologisch nog toe te kennen) Natuur Netwerk Brabant, nader gespecificeerd als 'Wijst', natuurtype 'Kruiden- en faunarijk grasland', Het gehele plangebied heeft de gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone - landschappelijke inpassing’. Middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan is de landschappelijke inpassing en het beheer daarvan geborgd. De bestemming ‘Natuur’ is voorzien van de gebiedsaanduiding ‘overige zone - Natuur Netwerk Brabant’. Op verzoek van de initiatiefnemer is door de gemeente Deurne een verzoek ingediend bij de provincie NoordBrabant om het gebied dat bestemd wordt als ‘Natuur’ in de provinciale verordening aan te wijzen als Natuur Netwerk Brabant (NNB), nader gespecificeerd als ‘Wijst’, natuurtype ‘Kruiden- en faunarijk grasland’.

Dit verzoek is inmiddels gehonoreerd en doorvertaald in de ‘Wijziging Interim omgevingsverordening kaartaanpassingen 2’, vastgesteld op 8 december 2020.

Bestemmingsplan ‘Kievitweg 9, Deurne’

12

3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.3.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), vastgesteld op 13 maart 2012, is opgesteld door het ministerie van Infrastructuur en Milieu. De structuurvisie geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk beleid en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de ‘kapstok’ voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Overheden, burgers en bedrijven krijgen de ruimte om zelf oplossingen te creëren. Het rijk richt zich met name op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen. In de SVIR is geschetst hoe Nederland er in 2040 uit moet zien, waarbij de termen ‘concurrerend’, ‘bereikbaar’, ‘leefbaar’ en ‘veilig’ kernbegrippen zijn. De structuurvisie is hierbij een verdere integratie van rijksbeleid. Binnen de structuurvisie zijn drie hoofddoelen geformuleerd: 1. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland. 2. Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat. 3. Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden blijven. Om de drie rijksdoelen te bereiken zijn 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd, waarmee het rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.

Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het plan voor de herbestemming van de locatie Kievitweg 9 is van een dermate geringe omvang dat er op nationale schaal geen belangen in het geding zijn.

3.3.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

In de realisatieparagraaf van de SVIR zijn per nationaal belang de instrumenten uitgewerkt die hiervoor worden ingezet. Eén van de belangrijkste instrumenten is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), waarvan een gedeelte gelijktijdig met de SVIR in werking is getreden. In het Barro zijn regels opgenomen ter bescherming van de nationale belangen. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen, bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen. De locatie Kievitweg 9 ligt niet in één van de gebieden waar het Barro betrekking op heeft. Het Barro vormt dan ook geen belemmering voor de herbestemming van de locatie.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

Op 14 december 2018 heeft de provincie Noord-Brabant de Omgevingsvisie Noord-Brabant ‘De kwaliteit van Brabant - Visie op de Brabantse leefomgeving’ vastgesteld. De Brabantse omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.

Bestemmingsplan ‘Kievitweg 9, Deurne’

13

In de omgevingsvisie zijn vier hoofdopgaven uitgewerkt in een inspirerend beeld 2050 en een mobiliserende doelstelling voor 2030. De basisopgave die aan de hoofdopgaven ten grondslag ligt is ‘werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit’. De doelstellingen uit de visie zijn geformuleerd op hoog schaalniveau en met het oog op complexe veranderopgaven. De herbestemming van de locatie Kievitweg 9 is marginaal van omvang, in vergelijking met de omgevingsvisie. Gezien het schaalniveau doet het plan geen afbreuk aan de doelstellingen van de omgevingsvisie. Indirect wordt een bijdrage geleverd aan een versterking van de omgevingskwaliteit.

3.2.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerde versie 1 maart 2020) staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid uit de omgevingsvisie juridisch te binden. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een aantal kaartbeelden opgenomen. De kaartlagen verwijzen naar verschillende instructieregels.

Kaartbeeld

Omschrijving

Aanduiding

Kaartbeeld 6

Instructieregels gemeenten: basiskaart Landelijk gebied Rechtstreeks werkende regels: landbouw

‘Landelijk gebied - Gemengd landelijk gebied’

Kaartbeeld 2 Kaartbeeld 7 Kaartbeeld 8

Instructieregels gemeente: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen Instructieregels voor waterschappen

‘Stalderingsgebied’ ‘Landelijk gebied’ ‘Stalderingsgebied’ ‘Norm wateroverlast buiten Stedelijk gebied’

Op grond van de kaartlagen ‘1. Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen’, ‘3. Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed’, ‘4. Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden’ en ‘5. Instructieregels gemeenten: grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging’ gelden geen bepalingen voor het plangebied. Tenslotte vermelden de verschillende kaarten de thema’s ‘Rechtstreeks werkende regels voor activiteiten’, ‘Instructieregels voor gemeenten’ en ‘Instructieregels voor waterschappen’. Op grond van bovenstaande bepalingen geldt een aantal regels voor het plangebied. Deze worden hierna opgesomd en getoetst. Landelijk gebied - Gemengd landelijk gebied Voor het landelijk gebied en gemengd landelijk gebied is een aantal regels opgenomen in de verordening, voornamelijk onderverdeeld naar verschillende functies. De bepalingen voor de omzetting van de agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning zijn opgenomen in artikel 3.69. Onderstaand worden de regels weergegeven en wordt het plan hieraan getoetst. De tekst uit de verordening is cursief weergegeven, daarna volgt per criterium de toetsing in standaard lettertype. Artikel 3.69 afwijkende regels (burger)woningen In afwijking van artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied kan een bestemmingsplan voorzien in: a.

de bouw van een woning ter vervanging van een bestaande woning binnen het bouwperceel, als is verzekerd dat: 1. de bestaande woning feitelijk wordt opgeheven; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt. In dit geval is er geen sprake van vervanging van een bestaande woning.

Bestemmingsplan ‘Kievitweg 9, Deurne’

14

b. de vestiging van of de splitsing in meerdere woonfuncties in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing als dat bijdraagt aan het behoud of herstel van deze bebouwing. In dit geval is er geen sprake van vestiging van of splitsing in meerdere woonfuncties in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. c.

in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, als is verzekerd dat: 1. er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt.

De voormalige bedrijfswoning wordt herbestemd tot burgerwoning. Er vindt geen splitsing in meerdere woonfuncties plaats. In dit geval is er geen sprake van overtollige bebouwing. De bebouwing is nodig voor de nieuwe bestemmingen. Voor de omzetting van de agrarische gronden naar de bestemmingen ‘Natuur’ en ‘Bos’ zijn geen specifieke regels in de verordening opgenomen. Deze herbestemming bijt niet met de regels uit de verordening. De omschakeling komt ten goede aan de robuuste natuurontwikkeling. Stalderingsgebied Op grond van artikel 2.74 gelden aanvullende regels voor hokdierhouderijen in stalderingsgebied. Toename van bestaand oppervlak dierenverblijven is verboden en overige ontwikkelingen zijn aan aanvullende regels gebonden. Aangezien het plan geen betrekking heeft op een hokdierhouderij, gelden vanuit dit artikel geen extra eisen. Landelijk gebied Op grond van de artikelen 2.71, 2.72 en 2.73 gelden diverse rechtstreekse regels voor veehouderijen. Deze zijn niet van toepassing, aangezien het plan geen betrekking heeft op een veehouderij.

Norm wateroverlast buiten Stedelijk gebied Op grond van artikel 2.8 van de Waterwet moeten bij provinciale verordening met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop de regionale wateren moeten zijn ingericht, normen worden gesteld met betrekking tot de gemiddelde overstromingskans per jaar uit oppervlaktewateren van daarbij aan te wijzen gebieden. De normen drukken de hoogst toelaatbaar geachte kans op overstroming uit ofwel het wenselijk geachte beschermingsniveau. De norm voor Buitenstedelijk gebied is in Brabant bepaald op 1/100 per jaar voor gebieden met de ruimtelijke bestemming hoofdinfrastructuur en spoorwegen, 1/50 per jaar voor glastuinbouw en hoogwaardige land- en tuinbouw, 1/25 per jaar voor akkerbouw en 1/10 per jaar voor grasland. Voor bebouwing die ligt buiten Stedelijk gebied geldt de norm van het omringende landgebruik. Voor het plangebied geldt, op grond van de aangrenzende functies een norm van 1/10 per jaar (grasland is de dominerende aangrenzende agrarische functie). Het plan voorziet (juridisch-planologisch) niet in toename van het verhard oppervlak. Er is dan ook geen berekening gemaakt van de benodigde infiltratiecapaciteit. Conclusie In dit geval is er sprake van een herbestemming van een agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning en een omzetting van agrarische bestemming naar een bos- en natuurbestemming.

Dit past binnen de beleidslijnen uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Dit beleidskader vormt geen belemmering voor het plan. Op verzoek van de initiatiefnemer is door de gemeente Deurne een verzoek ingediend bij de provincie NoordBrabant om het gebied dat bestemd wordt als ‘Natuur’ in de provinciale verordening aan te wijzen als Natuur Netwerk Brabant (NNB), nader gespecificeerd als ‘Wijst’, natuurtype ‘Kruiden- en faunarijk grasland’. Dit verzoek is inmiddels gehonoreerd en doorvertaald in de ‘Wijziging Interim omgevingsverordening kaartaanpassingen 2’, vastgesteld op 8 december 2020.

Bestemmingsplan ‘Kievitweg 9, Deurne’

15

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Deurne 2030

Op 13 maart 2018 heeft de gemeenteraad van de gemeente Deurne de Structuurvisie Deurne 2030 vastgesteld. De structuurvisie is de integrale langetermijnvisie van de gemeente over de noodzakelijke en gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en kwaliteiten van Deurne. De visie is opgesteld tegen de achtergrond van een aantal brede maatschappelijke en ruimtelijke vraagstukken en opgaven; de transitie van het landelijk gebied, de klimaataanpassing, de energietransitie, het vormgeven van een nieuwe (circulaire) economie en de ontwikkeling van de Metropoolregio Eindhoven als Mainport voor de nationale economie. De structuurvisie geeft enerzijds inzicht in de bestaande ruimtelijke kwaliteiten van Deurne. Anderzijds zijn kaders en uitgangspunten opgenomen om gemeenschappelijke meerwaarde in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen te bereiken. De structuurvisie is een uitnodiging aan inwoners, organisaties en ondernemers om initiatieven te ontplooien die bijdragen aan de ontwikkeling van Deurne en aan het vergroten van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De gemeente ondersteunt waar mogelijk deze ruimtelijke initiatieven en creëert mogelijkheden voor inwoners, organisaties en ondernemers. Daarnaast geeft de structuurvisie aan inwoners, ondernemers, organisaties en andere overheden duidelijkheid over de doelen en de inzet van de gemeente zelf voor de fysieke leefomgeving.

De structuurvisie is voor de gemeente bindend. De locatie Kievitweg 9 is in de structuurvisiekaart aangeduid als ‘Gebied met een gemengde plattelandseconomie’. Door het verdwijnen van vele tientallen veehouderijen de komende jaren zal de bebouwing in het landschap sterk veranderen. Het platteland is niet langer alleen van de boer. Door ruimte te bieden aan andere functies ontstaat een nieuwe dynamiek. De woonfuncties en recreatieve functies vragen om een gezond en aantrekkelijk verblijfslandschap, waarin water, groen en lokaal georiënteerde infrastructuur belangrijke dragers zijn. Stallen die niet meer gebruikt worden voor de oorspronkelijke functie dragen niet bij aan de ruimtelijke kwaliteit en veiligheid in het buitengebied. Alleen als stallen een volwaardige nieuwe economische functie krijgen die past bij de omgeving en bij de bedrijfsactiviteit zelf, dan kan een deel van de agrarische bebouwing blijven staan, mits vrij van asbest.

Figuur 3.3.1.1: Uitsnede kaart ‘Structuurvisie Deurne 2030’. De locatie Kievitweg 9 is aangeduid met een ster.

De gemeente ziet het gebied met een gemengde plattelandseconomie in Deurne als een aantrekkelijk gebied voor recreatie en vrijetijdsbesteding. Dit geldt in het bijzonder voor gebieden met landschapsschoon en natuur. Dit betekent dat in principe overal in het gebied met een gemengde plattelandseconomie ruimte wordt geboden voor toeristische en recreatieve activiteiten.

Bestemmingsplan ‘Kievitweg 9, Deurne’

16

Het plan voor de herbestemming van de locatie Kievitweg 9 past binnen het gemeentelijk beleid, zoals opgenomen in de Structuurvisie Deurne 2020.

3.3.2

Transitieprogramma buitengebied Deurne ‘Ruimte voor Kansen’

Het transitieprogramma buitengebied Deurne ‘Ruimte voor Kansen’ is erop gericht om binnen vier programmalijnen projecten, processen en acties op te starten die bijdragen aan een gezond en vitaal buitengebied:  Creëren nieuwe perspectieven.  Oplossen en voorkomen knelpunten.  Aanpak leegstand agrarische bebouwing.  Herstel sociale draagkracht. Vanuit dit programma is een aantal bouwstenen uitgewerkt. Hoewel de bouwstenen niet voorzien in de specifieke situatie van het plan aan de Kievitweg 9 past het initiatief wel binnen de bredere gedachte van de transitie van het buitengebied (hergebruik vitale locaties). Op dit perceel wordt maatwerk geleverd waardoor een kwaliteitsslag gemaakt kan worden. Het plan voor de herbestemming van de locatie Kievitweg 9 past binnen de grote lijnen van het transitieprogramma buitengebied Deurne ‘Ruimte voor Kansen’. Het voorziet in een toekomstbestendige situatie (wonen) waarin de natuurwaarden worden versterkt en geborgd.

3.3.3

Beleidskader kwaliteitsverbetering landschap

Het ‘Beleidskader kwaliteitsverbetering landschap’ is de gemeentelijke uitwerking van artikel 2 van de voormalige provinciale Verordening ruimte (zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit en kwaliteitsverbetering van het landschap). Via een op maat gesneden uitwerking geeft de gemeente Deurne hierin aan hoe zij bij ruimtelijke ontwikkeling de vereiste ruimtelijke kwaliteitsverbetering vorm wenst te geven. Uitgangspunt is een kwalitatieve invulling op locatie (bouwvlak, perceel of aangrenzende percelen). In uitzonderingsgevallen is het mogelijk de (hogere) kosten van compensatie te storten in een gemeentelijk groenfonds, waarmee compensatie op een andere manier wordt gerealiseerd. Daarbij is het vereist dat elke ruimtelijke ontwikkeling die een wezenlijk ruimtelijk effect op de omgeving heeft, gepaard gaat met kwaliteitsverbetering van het landschap. Rekening houdend met de impact van de ontwikkeling, worden in het beleidskader 3 categorieën onderscheiden. Hoe hoger de categorie, hoe omvangrijker de impact en hoe groter de benodigde kwaliteitsverbetering als tegenprestatie. Voorliggend initiatief is door de gemeente beoordeeld als categorie 3-ontwikkeling, omdat er sprake is van een omschakeling naar onder andere een woonbestemming.

In dat geval wordt bovenop de basisinspanning (algemene kwaliteitseisen in het kader van de algemene zorgplicht alsmede een goede landschappelijke inpassing op basis van een erfbeplantingsplan) een extra ruimtelijke kwaliteitstoevoeging vereist, de basisinspanning-plus. Er kan op meerdere wijzen geïnvesteerd worden in extra ruimtelijke kwaliteitstoevoeging. Dit kan een fysieke verbetering van het landschap zijn. De kwaliteitstoevoeging kan ook worden bereikt door de ‘bestemmingswinst’ te vertalen naar een bedrag, dat door de gemeente elders kan worden ingezet voor kwaliteitsverbetering van het landschap. De spelregels waarmee de tegenprestatie kwantitatief wordt bepaald, zijn uitgewerkt in de Nota Kostenverhaal (zie paragraaf 3.3.4). Voor een nadere beschrijving van de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar paragraaf 2.3.2 en bijlage 1 bij deze toelichting. Van belang is dat het plan bedoeld is om de landschappelijke kwaliteit van de locatie te borgen. Instandhouding en beheer van de landschappelijke inpassing is juridisch geborgd middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan ‘Kievitweg 9, Deurne’

17

3.3.4

Nota kostenverhaal

Ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied met een bepaalde omvang, moeten gepaard gaan met een extra kwaliteitsverbetering van het landschap. In de ‘Nota Kostenverhaal 2018’ (vastgesteld 13 maart 2018) is geregeld hoe de omvang van die verbetering bepaald wordt. In de nota wordt de achtergrond van de regeling toegelicht, en aangegeven welke ontwikkelingsfondsen zijn ingesteld. Het betreft: - het Groenfonds; gericht op het verbeteren en versterken van natuur- en landschapswaarden in het buitengebied, zoals in de voormalige provinciale Verordening ruimte verplicht gesteld; - het Groene Peelvallei-fonds: voor ‘groene’ en/of ‘groen-blauwe’ projecten die bijdragen aan het concept ‘Groene Peelvallei’. De (financiële) bijdrage vanuit ruimtelijke ontwikkelingen kan ingezet worden voor uitvoering van projecten die passen in deze fondsen. In de nota wordt ook de onderverdeling in 3 categorieën toegelicht, evenals een omschrijving, waaruit de kwaliteitsbijdrage kan bestaan. In de nota is tevens vastgelegd wat de minimale basisinspanning per type ontwikkeling moet zijn. De herbestemming van de locatie Kievitweg 9 valt onder de categorie ‘Overige ontwikkelingen’. De basisinspanning voor deze categorie is maatwerk met als richtlijn 20% van de waardevermeerdering.

In de bijlage bij de nota zijn forfaitaire grondwaardebedragen per type functie vastgelegd, waarmee de waardevermeerdering bepaald dient te worden. Aan de hand van de gemeentelijke systematiek uit het ‘Beleidskader kwaliteitsverbetering landschap’ en de ‘Nota kostenverhaal’ is de investering in de kwaliteitsverbetering financieel uitgedrukt. De berekening van de waarde van de huidige en toekomstige functies is hiervoor het uitgangspunt. Deze is bepaald aan de hand van de bestemmingen in de huidige en gewenste situatie. De kwaliteitsberekening is opgenomen in bijlage 1 bij de toelichting. In dit geval is er sprake van een waardevermindering. Conform de berekening bedraagt de waardevermindering van de locatie ten gevolge van de herbestemming € 21.428,40. Er is dan ook geen extra kwaliteitsinvestering vereist.

3.3.5

Beleidsnota ‘Verruiming mogelijkheden bijgebouwen bij omschakeling naar wonen’

De beleidsnota ‘Verruiming mogelijkheden bijgebouwen bij omschakeling naar wonen’ is bedoeld om bij omschakeling van een agrarische bedrijfsfunctie naar een woonbestemming meer m 2 terug te kunnen bouwen ten behoeve van niet-bedrijfsmatig gebruik dan de standaard vastgelegde m 2 bij de bestemming ‘Wonen’. Maximaal 15% van de gesloopte bedrijfsbebouwing mag worden teruggebouwd in de vorm van bijgebouwen bij de woning, zowel aangebouwd als vrijstaand, tot een maximum van 500 m 2. Het surplus aan bijgebouwen is bedoeld voor de stalling/opslag van landbouwmachines en materialen die nodig zijn voor de nietbedrijfsmatige bewerking van de eigen landbouwgrond. Er is ook 150 m2 extra aan bijgebouwen mogelijk voor een veldschuur voor het hobbymatig houden van dieren. Deze regelingen kunnen echter niet gestapeld worden. Het aantal toegestane m 2 aan bijgebouwen binnen de nieuwe woonbestemming is 515 m 2. Dit is meer dan conform de beleidsnota is toegestaan. Er wordt niet voldaan aan de 15%-eis. Op de locatie wordt immers niet gesloopt. Ook is er sprake van een combinatie van stalling/opslag van machines en materialen en huisvesting van vee. De herbestemming past wel binnen het gedachtengoed van de beleidsnota. Het beheer van dit unieke stukje Deurne is erg arbeidsintensief en vraagt veel materieel, opslag- en stallingsruimte.

De bestaande bijgebouwen zijn onmisbaar om het beheer en daarmee de landschappelijke kwaliteit van het plangebied te borgen. De bijgebouwen zijn nodig voor de onderhoudsmatige activiteiten ten behoeve van het natuurbeheer.

Bestemmingsplan ‘Kievitweg 9, Deurne’

18

4

Omgevingsaspecten

4.1

Inleiding

Bij de toekenning van een nieuwe functie aan een bepaald gebied dient rekening gehouden te worden met mogelijke (milieu-)effecten op de omgeving en vanuit de omgeving. Het onderzoek naar de milieuaspecten zoals bedrijven en milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, bodem, geur en externe veiligheid wordt in de volgende paragrafen beschreven. Eveneens is gekeken naar planologische aspecten, zoals kabels en leidingen, water, archeologie en cultuurhistorie, natuur, verkeer en parkeren. Tenslotte is een paragraaf 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' opgenomen. De hieruit voortkomende bevindingen worden in dit hoofdstuk toegelicht.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Op de locatie Kievitweg 9 is sprake van het toekennen van een woonfunctie, in combinatie met een bos- en natuurbestemming. Er vinden geen bedrijfsactiviteiten plaats, uitsluitend onderhoudsmatige activiteiten ten behoeve van het natuurbeheer. De woning betreft een milieugevoelige functie. Het is dan ook van belang om te toetsen of er functies in de omgeving zijn, die beperkt worden door de herbestemming of die de herbestemming belemmeren. Ook een natuur- of bosbestemming kan gevoelig zijn voor effecten uit de omgeving. In de omgeving van de locatie kunnen bedrijven liggen die (negatieve) gevolgen voor het plan kunnen hebben. Denk hierbij aan agrarische bedrijven met een geurcontour, maar ook andere typen bedrijven die milieuhinder veroorzaken kunnen een rol spelen. De exploitatie van deze bedrijven kan een negatieve invloed hebben op het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning en op het natuur- en bosgebied. Een eerste toets heeft plaatsgevonden aan de voorgeschreven afstanden, zoals deze zijn voorgeschreven volgens de (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in 2009. Eén van de belangrijkste bouwstenen bij milieuzonering is de richtafstandenlijst. Deze lijst biedt voor een scala aan typen bedrijvigheid de richtafstanden tot gevoelige bestemmingen vanwege geur, stof, geluid en gevaar.

Daarnaast zijn indices voor verkeersaantrekkende werking, bodem, lucht en visueel opgenomen in de lijst. De opgenomen richtafstanden betreffen indicatief de aan te houden afstand tussen hinder veroorzakende en milieugevoelige functies. Indien dit voldoende gemotiveerd wordt kan hiervan afgeweken worden. De afstand dient te worden gemeten vanaf de bestemmings-/bouwgrens van de inrichting tot de milieugevoelige functie. Bij het bepalen van de richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:  Het betreft ‘gemiddeld’ moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen.  De richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstypen ‘rustige woonwijk’ en ‘rustig buitengebied’.  De richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.  Bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (zoals productie, opslag, kantoren, parkeerterreinen) kunnen deze deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie.

 De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. De gegeven afstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Dit betekent dat geringe afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn.  De richtafstanden zijn weergegeven in afstandsklassen. De richtafstanden voor de te onderscheiden bedrijfstypen zijn afgeleid van: in Nederland aanvaarde normen voor de emissies door milieubelastende activiteiten; in Nederland voorgeschreven of aanvaarde grens- en richtwaarden voor de immissies bij woningen en andere milieugevoelige bestemmingen; ervaringen en waarnemingen met betrekking tot de omvang en schadelijkheid van emissies door activiteiten.

Bestemmingsplan ‘Kievitweg 9, Deurne’

19

In de kolom ‘gevaar’ is een richtafstand aangegeven, die bij een gemiddelde activiteit van dat type aangehouden kan worden. Het betreft alle gevaarsaspecten, inclusief brandgevaar en stofexplosies. De grootste afstand voor geur, stof, geluid en gevaar is bepalend voor de indeling in de milieucategorie. De volgende tabel geeft inzicht in het verband tussen de afstand en de milieucategorie. Tabel 4.2.2: Milieucategorieën met bijbehorende richtafstanden Milieucategorie

Richtafstand

1 2

10 m 30 m

3.1 3.2

50 m 100 m

4.1 4.2

200 m 300 m

5.1 5.2

500 m 700 m

5.3 6

1.000 m 1.500 m

De afstand van de nieuwe woonbestemming aan de Kievitweg 9 tot het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf in de omgeving bedraagt circa 20 meter. Het betreft een paardenhouderij aan de Lijsterweg 6. De afstand van de woning zelf tot het bouwvlak van de paardenhouderij bedraagt circa 60 meter. Een paardenhouderij betreft een bedrijf in milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 50 meter. Hier wordt aan voldaan. Overige agrarische bedrijven in de omgeving betreffen intensieve veehouderijen aan de Lijsterweg 1 (ca. 142 meter), Kwadestaartweg 3a (ca. 168 meter), Roekweg 1 (ca. 186 meter) en Milhezerweg 80 (ca. 290 meter). Intensieve veehouderijen betreffen bedrijven in milieucategorie 3.2 met een richtafstand van 100 meter. De intensieve veehouderijen bevinden zich op een afstand van meer dan 100 meter van de nieuwe woonbestemming. Er wordt voldaan aan de richtafstand. Tussen de nieuwe woonbestemming en deze bedrijven liggen bovendien diverse bestaande burgerwoningen. Die woningen zijn reeds beperkend voor de ontwikkeling van deze bedrijven. Dit geldt ook voor het landbouwmechanisatiebedrijf aan de Goorweg 17. De afstand van de nieuwe woonbestemming tot dit bedrijf bedraagt ca. 90 meter. Natuur- en bosgebieden kunnen gevoelig zijn voor bepaalde effecten, zoals licht en geluid.

De afstand van de natuurbestemming tot het bouwvlak van de paardenhouderij aan de Lijsterweg 6 bedraagt circa 20 meter. De richtafstand van de paardenhouderij bedraagt 50 meter. Die richtafstand wordt bepaald door geur. De richtafstand voor geluid is 30 meter. De afstand van het natuurgebied tot de bebouwing van de paardenhouderij is 60 meter. Er is geen rijbak of vergelijkbare andere voorziening buiten op het terrein van de paardenhouderij aanwezig. Vanuit de buitenruimte van de paardenhouderij is momenteel geen hinder qua licht en geluid te verwachten. Planologisch gezien zijn er echter wel mogelijkheden om in de buitenruimte van de paardenhouderij, binnen het bouwvlak, een voorziening te realiseren die licht en/of geluid veroorzaakt, bijvoorbeeld een rijbak of stapmolen. Als er een dergelijke voorziening wordt gerealiseerd is het realistisch om aan te nemen dat die achter de groenzone op de locatie Lijsterweg 6 wordt gesitueerd. Dan bedraagt de afstand van het bestemmingsvlak ‘Natuur’ van de Kievitweg 9 tot de voorziening minimaal 40 meter, zie figuur 4.2.1. Aan de richtafstand voor geluid kan worden voldaan. Als er een rijbak (of andere voorziening met licht) direct langs de groenzone wordt gerealiseerd en een lichtmast op de rand komt te staan (40 meter), schijnt die niet naar het plangebied Kievitweg 9 toe. Ook heeft het groen een enigszins afschermende werking.

Dit geldt ook voor het groen op de rand van de natuurbestemming. Er is dus geen sprake van te verwachten lichthinder vanuit de locatie Lijsterweg 6 in de toekomst. Bovendien is het natuurgebied aan de Kievitweg 9 geen Natura2000 gebied, dus in die zin niet beschermd qua soorten.

Bestemmingsplan ‘Kievitweg 9, Deurne’

20

40 meter

Figuur 4.2.1: Afstand bestemmingsvlak ‘Natuur’ Kievitweg 9 tot voorbij de groenzone op de locatie Lijsterweg 6.

De overige agrarische bedrijven in de omgeving liggen op grote afstand, zoals hiervoor aangegeven. Ook vanuit deze bedrijven zijn geen licht- of geluidhinder of andere negatieve effecten te verwachten. Het plangebied wordt deels bestemd als ‘Natuur’ en deels als ‘Bos’. Het wordt echter geen Natura 2000 gebied. De ammoniakemissie van de omliggende agrarische bedrijven vormt geen belemmering voor de nieuwe bestemmingen. De bestemmingen werken eveneens niet belemmerend voor eventuele toekomstige uitbreidingen van bedrijven in de omgeving. Het plangebied is immers niet gevoelig voor stikstof. De nieuwe natuur- en bosbestemming op de locatie Kievitweg 9 vormt dus geen belemmering voor de omliggende agrarische bedrijven. Conclusie Uit deze analyse blijkt dat in de omgeving van de Kievitweg 9 geen bedrijfsactiviteiten aanwezig zijn die een belemmering vormen voor de herbestemming van de locatie. De herbestemming zelf zorgt niet voor een belemmering van omliggende bedrijfsactiviteiten.

Bestemmingsplan ‘Kievitweg 9, Deurne’

21

4.3

Geluid

Geluidhinder kan ontstaan door verschillende activiteiten. Hierbij kan gedacht worden aan weg- en railverkeer, maar ook aan industriële activiteiten. De Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en het Bouwbesluit geven normen weer voor de hoogst acceptabele geluidbelasting en minimale geluidwering bij geluidgevoelige functies, zoals woningen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen bestaande en nieuwe situaties. Wegverkeerslawaai Op grond van de Wet geluidhinder dient voor nieuwe geluidgevoelige objecten getoetst te worden aan de geluidbelasting vanaf omliggende zoneplichtige wegen. In dit geval is geen sprake van een nieuw geluidgevoelig object. De bedrijfswoning wordt immers omgezet naar een burgerwoning. In het kader van de Wet geluidhinder hebben een bedrijfswoning en een burgerwoning dezelfde gevoeligheid. Een akoestisch onderzoek is niet noodzakelijk. Industrielawaai In de directe omgeving van de locatie Kievitweg 9 bevinden zich diverse burgerwoningen, agrarische bedrijven en een landbouwmechanisatiebedrijf. De indicatieve hinderafstand van omliggende (agrarische) bedrijven voor wat betreft het aspect geluid bedragen 30 meter (paardenhouderij) of 50 meter (intensieve veehouderijen en landbouwmechanisatiebedrijf). Er wordt dus voldaan aan de richtafstanden voor geluid.

Goede ruimtelijke ordening Vanuit het ruimtelijk spoor geldt daarnaast dat er sprake moet zijn van een goede ruimtelijke ordening. Gezien de afstand tot de Milhezerweg en de omliggende bedrijven kan ervan uit worden gegaan dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het kader van geluid. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de herbestemming van de locatie Kievitweg 9.

4.4

Luchtkwaliteit

Wet Luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden en staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (Wm, hoofdstuk 5). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid:  Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde.  Een project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit.  Een project draagt ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging.  Een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. Hierna wordt ingegaan op het feit dat het initiatief ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, waardoor luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering vormen. ‘Niet in betekenende mate (NIBM)’ In het Besluit NIBM is vastgelegd wanneer een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. Een project is NIBM als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%.

De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM 10) of stikstofdioxide (NO2). Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft:  Aantonen dat een project binnen de grenzen van een categorie uit de Regeling NIBM valt. Er is dan geen verdere toetsing nodig, het project is in ieder geval NIBM.  Op een andere manier aannemelijk maken dat een project voldoet aan het 3% criterium. Ook als een project niet kan voldoen aan de grenzen van de Regeling NIBM, is het mogelijk om alsnog via berekeningen aan te tonen, dat de 3% grens niet wordt overschreden. Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden, dan hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden. Bestemmingsplan ‘Kievitweg 9, Deurne’

22

De Regeling NIBM geeft voor een aantal soorten van projecten een (getalsmatige) invulling aan de NIBMgrens. Het gaat daarbij om woningbouwprojecten, kantoorprojecten en enkele inrichtingen (bijvoorbeeld landbouwinrichtingen). Als een project binnen de begrenzing van de Regeling NIBM valt, dan is geen verdere toetsing aan de grenswaarden nodig. Het project geldt dan als een NIBM-project en kan doorgaan zonder dat extra maatregelen worden genomen. Tevens is er dan geen luchtkwaliteitsonderzoek nodig. De 3% is als volgt gekwantificeerd:  Voor woningbouw geldt dat de 3% grens is vastgesteld op 1.500 woningen (bij 1 ontsluitingsweg) en op 3.000 woningen in het geval van 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.  Voor kantoren geldt dat de 1% grens is vastgesteld op 100.000 m 2 bruto vloeroppervlakte kantoorgebouwen (bij 1 ontsluitingsweg) en op 200.000 m 2 bruto vloeroppervlakte kantoorgebouwen in het geval van 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Het plan betreft de omzetting van een agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning. Het plan kan dan ook als ‘Niet in betekenende mate’ worden aangemerkt. Bovendien is binnen de nieuwe bestemming het oprichten van een veehouderij niet (meer) mogelijk. Het plan leidt dus tot een verbetering van de luchtkwaliteit in het plangebied en de omgeving.

Een nader onderzoek naar de luchtkwaliteit ten gevolge van de ontwikkeling is niet nodig. Huidige achtergrondconcentratie Naast het effect dat het plan heeft op de luchtkwaliteit dient ook gekeken te worden naar de luchtkwaliteit in het plangebied zelf. De bedrijfswoning wordt gehandhaafd en deze krijgt een woonbestemming. Woningen zijn gevoelige functies voor het aspect luchtkwaliteit. Het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning wordt deels bepaald door de luchtkwaliteit. Met name de concentratie van fijnstof (PM10) is bepalend voor de luchtkwaliteit. Bij de beoordeling van het woon- en leefklimaat is gebruik gemaakt van de kaart ‘Indicatieve cumulatieve belasting fijnstof PM10 vanuit veehouderijbedrijven in Deurne’, afkomstig uit de ‘Geurgebiedsvisie Deurne’. Hieruit blijkt dat de fijnstofconcentratie op de locatie Kievitweg 9 een waarde heeft tussen 0 en 1 μg/m 3, waarmee deze ruimschoots onder de norm van 25 μg/m3 zit. De luchtkwaliteit ter plaatse is voldoende geschikt voor de functie wonen. Toetsingskader endotoxine Voor het woon- en leefklimaat is het aspect ‘endotoxine’ ook van belang. Het onderzoek ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO-onderzoek)’ toont aan dat de combinatie van emissies van fijnstof, aan stofdeeltjes gebonden endotoxine en ammoniak-secundair fijnstof effect kan hebben op de gezondheid.

Voor endotoxine is op dit moment nog geen wettelijk toetsingskader en dus geen wettelijk vastgelegde norm. Wel heeft het Rijk een landelijk toetsingskader ontwikkeld voor endotoxine. Hiertoe hebben de provincie en het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld. De gemeente Deurne heeft uit voorzorg en vooruitlopend op wettelijke toetsingskaders, dit Handelingsperspectief aangenomen. Dit vastgestelde Handelingsperspectief is geldig tot het moment dat er een wettelijk toetsingskader komt. In april 2018 is de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ uitgebracht. Hierbij wordt een advieswaarde van 30 EU/m3 aangehouden als advieswaarde voor de maximale blootstelling aan endotoxine. Bij deze advieswaarde kan ervan uitgegaan worden dat de gezondheid van omwonenden van veehouderijen wordt beschermd tegen een overmaat aan endotoxine. In paragraaf 4.2 is geconcludeerd dat de dichtstbijzijnde intensieve veehouderijbedrijven op meer dan 100 meter van de nieuwe woonbestemming liggen. Dit zijn vrijwel allen varkens- of vleesveebedrijven. Het dichtstbijzijnde pluimveebedrijf ligt op ruim 800 meter (Vinkenweg 4).

De overschrijding van de grenswaarde voor endotoxines, zoals door de Gezondheidsraad is geadviseerd, is mogelijk binnen een afstand van 500 meter van een pluimveebedrijf. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat de locatie Kievitweg 9 niet binnen een endotoxinecontour ligt. Gezondheid Bij het vaststellen van een bestemmingsplan dient gezondheid te worden meegenomen in de zorgvuldige afweging. Zoals hiervoor aangegeven ligt de locatie Kievitweg 9 niet binnen een endotoxinecontour. De nieuwe woonbestemming ligt binnen 2 kilometer van één bedrijf waar geiten worden gehouden. Bestemmingsplan ‘Kievitweg 9, Deurne’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Deurne&id=191ce445-d501-417d-9135-8ac92b3faf00