Bijlage 15 - GR Peelgemeenten Q&A begroting 2025 en begrotingswijziging 2024
Tekst van het document
Q&A begrotingswijziging 2024 en begroting 2025
Datum : 5 maart 2024
Inleiding Naar aanleiding van de begrotingswijziging 2024 en de begroting 2025 wordt door middel van Q&A een antwoord gegeven op de belangrijkste vragen. Deze zijn gegroepeerd naar 5 thema’s: 1. Ravijnjaar 2026; 2. Inburgering; 3. Flexpool jeugd 4. Data analyse 5. Overigen Samenhang Bij de beantwoording van de vragen geven we, daar waar mogelijk, aan waar er samenhang is en welke afwegingen daarbij gemaakt moeten of kunnen worden. Zo staan de formatie uitbreidingen op de taakonderdelen data analyse en de flexpool jeugd in nauw verband met de lokale wensen en ambities en de maatschappelijke opgaven (IZA, GALA, hervormingsagenda Jeugd). Samenvattend is onze kernboodschap dat we een begroting hebben aangeleverd met zeer beperkte uitbreiding van dienstverlening, die benodigd is om zo maximaal mogelijk in te spelen op en klaar te staan voor de maatschappelijke ontwikkelingen die op ons afkomen. De minimale uitbereiding die is opgenomen is aansluitend op aangegeven wensen en ambities van de lokale gemeenten. We geven de vijf gemeenten nadrukkelijk mee dat het ondoordacht of op voorhand schrappen in dienstverlening of doorontwikkeling op termijn juist tot hogere kosten kan leiden. Juist onze gezamenlijke, samenhangende en ontwikkelgerichte aanpak van de afgelopen jaren heeft ertoe geleid dat onze regio en het sociaal domein stevig staat.
Én dat we grip hebben op, en zeer transparant inzicht hebben in, kosten en baten m.b.t. het sociaal domein. De aangeleverde begroting stelt ons in staat om deze ingeslagen weg voort te zetten.
1. Ravijnjaar 2026 1.1. Gemeenten geven aan zich zorgen te maken over de financiële situatie vanaf ravijnjaar 2026 en welke scenario’s / keuzes daarbij gemaakt worden. Het is nog onzeker wat het kabinet zal beslissen over de middelen die gemeenten krijgen vanaf 2026, maar wat te doen als gemeenten vanaf 2026 daadwerkelijk gekort worden? Vanuit GR Peelgemeenten is er alle begrip voor de onzekere financiële situatie die bij de / sommige gemeenten bestaat rondom ravijnjaar 2026. Allereerst een korte uitleg wat het ravijnjaar 2026 inhoudt. Een belangrijk dekkingsmiddel voor gemeenten voor de uitoefening van taken betreft de algemene uitkering (gemeentefonds), die gemeenten ontvangen van het rijk. Daarbij geldt de normeringssystematiek “samen trap op en samen trap af”. Dit houdt grofweg in, dat als de rijksuitgaven stijgen, ook de algemene uitkering stijgt, deze stijging wordt het accres genoemd. Het accres wordt gesplitst in een nominaal deel en een volume deel. Het nominaal deel is ter compensatie van loon- en prijsstijgingen (waaronder cao ontwikkelingen).
Q&A begrotingswijziging 2024 en begroting 2025
Het volumedeel is ter compensatie van bevolkingstoename en reëel accres. Het volumedeel is voor de jaren 2022 tot en met 2025 bevroren. Daarnaast wordt er vanaf 2026 helemaal geen volumeaccres meer verstrekt. Het rijk werkt aan een nieuwe financieringssystematiek vanaf 2026. Het jaar 2026 is aangemerkt als het zogenaamde “ravijnjaar” omdat door de nieuwe financieringssytematiek het gemeentefonds landelijk enorm daalt. Gemeenten ontvangen eenmalig € 1 miljard als incidentele verzachting van dit effect. Mocht duidelijk worden dat als gevolg van teruglopende Rijksmiddelen op lokaal niveau aanvullende keuzes gemaakt moeten worden op het gebied van dienstverlening aan inwoners of de opgaven waar we gezamenlijk aan werken, dan zullen wij hier vanzelfsprekend met de 5 gemeenten in optrekken om samen tot keuzes te komen welke onderdelen dit dan betreft. Hierover zijn reeds afspraken gemaakt in het Platform en met de gemeentesecretarissen om komend jaar samen op te trekken en daarvoor plannen te maken waar nodig. Echter, we verwachten dat ( niet in de minste plaats omdat we nog in afwachting zijn van een te vormen nieuw kabinet) dat niet eerder dan in de meicirculaire van 2025 er wat meer duidelijkheid is over het al dan niet aanstaande zijn van een ravijnjaar in 2026.
We hebben afgesproken in het platform van de managers en met de secretarissen dat wij tot nader bericht wij niet op voorhand drastische andere keuzes maken en de rust en de ingezette lijnen in nauwe samenwerking en samenspraak voortzetten.
1.2. CAO ontwikkeling In de begrotingswijziging 2024 is de cao verhoging van 2024 verwerkt. Kan er aangegeven worden waarom het niet lukt om dit binnen de begroting op te lossen? Vanaf 2023 is de begroting van GR Peelgemeenten opgebouwd conform het kostprijsmodel. Dit is een beproefd model (Berenschot) waarbij de kostprijs is opgebouwd uit, voor een goed functionerende en ontwikkelgerichte organisatie, dringend benodigde elementen en met een (in vergelijking tot andere organisaties) relatief lage overhead. Het is niet de bedoeling om delen van het kostprijsmodel te schrappen, het model bestaat bij de gratie van de samenhang van de elementen. Conform de kostprijssystematiek is de cao ontwikkeling verwerkt in de onderdelen formatie directe taken en overige directe kosten Mochten gemeenten de cao-verhoging niet wensen te compenseren, zullen we keuzes moeten maken welke directe dienstverlening afgebouwd moet worden. Deze keuzes kan GR Peelgemeenten niet eenzijdig maken; hieromtrent trekken wij graag samen op met de lokale gemeenten. Gezien de opgave m.b.t.
de directe dienstverlening aan onze inwoners, te denken aan de versteviging van de gebiedsteams op basis van de hervormingsagenda Jeugd, het IZA en het GALA is ons dringende advies om geen dienstverlening te gaan afbouwen, juist in een tijd waarin we samen met de lokale gemeenten zo hard gewerkt hebben om deze op het gewenste niveau te brengen én waarin juist de opgaven om dit op niveau te houden zo groot is. GR Peelgemeenten en de 5 gemeenten zijn volop aan de slag om mede richting te geven aan de koers voor het sociaal domein voor de komende jaren. De inhoudelijke ambities van de vijf gemeenten in het kader van de grote opgaves (akkoorden IZA, GALA en Hervormingsagenda Jeugd) én in het kader van de samenwerking, vraagt van de GR Peelgemeenten als organisatie om dit te kunnen (blijven) faciliteren en waarmaken en om dit te kunnen vertalen naar de dienstverlening aan inwoners van de vijf gemeenten. Het ondoordacht of op voorhand schrappen in
Q&A begrotingswijziging 2024 en begroting 2025
dienstverlening of doorontwikkeling kan op termijn juist tot hogere kosten leiden. Juist onze gezamenlijke, samenhangende en ontwikkelgerichte aanpak van de afgelopen jaren heeft ertoe geleid dat onze regio en het sociaal domein stevig staat en we grip hebben op, en zeer transparant inzicht hebben in, kosten en baten m.b.t. sociaal domein.
Worden gemeenten gecompenseerd voor loonontwikkelingen? Voor GR Peelgemeenten geldt dezelfde cao ontwikkeling als voor de gemeenten, nl. die van gemeente-ambtenaren. Gemeenten worden gecompenseerd voor cao ontwikkeling via de algemene uitkering via het nominale accres. Het nominale accres is ter compensatie van loon- en prijsstijgingen. Dit nominale accres wordt ook uitgekeerd in en na het zogenaamde ravijn jaar. Wat niet meer wordt uitgekeerd vanaf het ravijnaar is het reële accres, het volume deel van het accres. 1.3. Innovatiebudget Voor de post innovatie en ontwikkeling vinden wij het meer passend als het budget voor innovatie en ontwikkeling gelijk blijft. Het innovatiebudget is geen “post” op de begroting, het is onderdeel van het in 2022 vastgestelde kostprijsmodel. Dit is een beproefd model (Berenschot) waarbij de kostprijs is opgebouwd uit voor een goed functionerende organisatie dringend benodigde elementen. Het is niet de bedoeling om delen van het kostprijsmodel te schrappen, het model bestaat bij de gratie van de samenhang van de elementen. Let op: Bovendien is dit een budget waar iedere organisatie over beschikt.
Echter GR Peelgemeenten heeft dit onderdeel bewust expliciet gemaakt omdat het de enige manier is om een prikkel in de organisatie en in de samenwerking te brengen waardoor bewuste keuze worden gemaakt m.b.t ontwikkeling in aansluiting op wat deze tijd van ons vraagt. Organisaties die dit niet expliciet maken zullen moeilijker tot de broodnodige ontwikkeling komen maar maken de bijbehorende kosten wel (!); die zitten dan namelijk verstopt in een veel hogere overhead. GR Peelgemeenten is volop aan de slag om mede richting te geven aan de koers voor het sociaal domein voor de komende jaren. De inhoudelijke ambities van de vijf gemeenten in het kader van de grote opgaves (akkoorden IZA, GALA en Hervormingsagenda Jeugd) én in het kader van de samenwerking vraagt van de GR Peelgemeenten als organisatie om dit te kunnen (blijven) faciliteren en waarmaken en om dit te kunnen vertalen naar de dienstverlening aan inwoners van de vijf gemeenten. Mocht het de komende jaren nodig zijn om te schrappen, dan zullen wij hierin met de lokale gemeenten zij aan zij optrekken en samen bepalen welke directe dienstverlening geschrapt zou moeten worden. In het overleg binnen DB, Platform managers en de gemeentesecretarissen kiezen we vooralsnog de gezamenlijke lijn om hierop niet vooruit te lopen.
2. Inburgering In de begrotingswijziging 2024 is een bedrag voor inburgering opgenomen. Hoe is dit bedrag opgebouwd. De kosten lijken hoger dan dat nu aan Laarbeek wordt betaald? Een vergelijking tussen de dienstverleningsovereenkomst inburgering met Laarbeek versus de dienstverlening is niet één op één te maken. De dvo inburgering met Laarbeek betreft een “kale” dienstverlening zonder verdere facilitering ( de kosten die Laarbeek intern heeft gemaakt om e.e.a. mogelijk te maken voor de regio hebben zij niet in beeld gebracht en zij daarmee voor rekening van Laarbeek geweest en niet doorbelast aan lokale gemeenten!).
Q&A begrotingswijziging 2024 en begroting 2025
De toegevoegde waarde van het onderbrengen van de uitvoering van inburgering bij GR Peelgemeenten zit hem juist in de volledige facilitering van de dienstverlening. Het is een totaal pakket waarbij inhoudelijke ondersteuning wordt geleverd van kwaliteit en procesondersteuning en waarbij de medewerkers gefaciliteerd worden in de werkomgeving en in opleidingen. Onderstaand volgt een financiële uitleg over de dienstverlening inburgering. Voor de begroting 2025 gaan we uit van 2,89 fte trajectregisseur inburgering en 1 fte beleidsadviseur. Deze beleidsadviseur betreft een intensivering van beleid in verband met de nieuwe wet inburgering. De kosten worden vervolgens conform kostprijsmodel verdeeld naar de gemeenten. In de overhead zitten de ook de bijkomende kosten die de GR Peelgemeenten overneemt van Laarbeek, waaronder bijvoorbeeld de kosten van Schulinck. Met de doorbelasting van overhead komen de bijdragen van de gemeenten aan GR Peelgemeenten voor inburgering te vervallen. Deze betroffen met name de kosten voor Zorgned. Deze worden nu ook gedekt uit de overhead. Zie voor een verdere toelichting de bijlage: “memo inburgering”.
3. Data analyse 3.1 In de begrotingswijziging 2024 is formatie uitbreiding opgenomen voor data analyse. Welke stappen worde concreet gezet in dit kader? De formatie uitbereiding heeft als doel het, naar wens van de 5 lokale gemeenten, verder brengen van Informatiegedreven werken (dit heeft de toekomst), waardoor de gebiedsteams nog beter gefaciliteerd worden en waarbij de integrale dienstverlening centraal staat. De formatie uitbreiding data analyse zal worden gekoppeld aan een concreet plan van aanpak, zodat inzichtelijk gemaakt wordt welke doelen hiermee behaald gaan worden. We zullen de komende maanden dit plan van aanpak uitwerken in samenwerking met de lokale gemeenten. Dit is conform wat reeds in de planning zat. 4. Flexpool Jeugd 4.1. Waarom is in de begroting 2025 uitbreiding van 1 fte flexpool jeugd opgenomen? In de begroting 2025 is de uitbreiding van 1 fte flexpool jeugd opgenomen omdat wij in het werkveld dat deze behoefte steeds vaker ontstaat. Inhoudelijk is dit een logische keuze, omdat verder geïnvesteerd wordt in stevige lokale teams die op het gebied van jeugd zelf nog meer preventieve (basis)hulp bieden. Gezocht zal worden naar de juiste balans tussen basishulp vanuit de gebiedsteams, de inzet van het voorliggende veld versus de inzet van gespecialiseerde zorg. Dit zal meer datagedreven worden ingestoken.
Dit kan er uiteindelijk toe leiden dat wij zelf bepaalde specialisten opleiden of werven. Zij kunnen vervolgens regiobreed ingezet worden om individuele hulp te verlenen. Aangezien nu nog niet duidelijk is wat de richting gaat zijn, is ervoor gekozen om de flexpool jeugd met 1 fte uit te breiden, zodat de inzet ook flexibel kan ingestoken worden en we in verband met de krappe arbeidsmarkt tijdig voorbereid zijn op de ontwikkeling op het gebied van Jeugd die op ons afkomt. In de hervormingsagenda jeugd betreft één van de 3 thema’s waarvoor de gemeenten aan zet zijn het onderdeel formatie van stevige lokale teams (incl. verbinding met flankerende domeinen): Richt stevig lokaal team in volgens richtinggevend kader. In 2024 zal samen met de gebiedsteams een plan van aanpak worden opgesteld in het kader van de versteviging van de gebiedsteams. Een belangrijk onderdeel daarvan betreft de flexpool jeugd. Daarnaast is een belangrijk onderdeel de data analyse en hoe de gebiedsteams hierbij nog beter gefaciliteerd kunnen worden. Hieruit blijkt nogmaals dat er samenhang is tussen de verschillende thema’s.
Q&A begrotingswijziging 2024 en begroting 2025
5. Overige vragen 5.1. Waarvoor is het geld voor de koersagenda bedoeld? Het platform managers heeft het belang uitgesproken dat er een structureel werkbudget is voor de Koers 2024 en verder. De reden waarom de platformmanagers dit belang hebben uitgesproken is omdat de afgelopen jaren hard gewerkt is aan de Gezamenlijkheid van de Koers Samenwerken door Samen Werken; met andere woorden: de koers is van 6 organisaties en niet van GR Peelgemeenten. Daarom brengen de lokale gemeenten capaciteit in de programma’s. De platform managers vinden het wenselijk om een werkbudget bij GR Peelgemeenten te zetten om dit vervolgens zelf te besteden aan gevraagde capaciteit voor bepaalde programma’s , mits zij die lokaal niet voorhanden hebben. In het platform overleg worden dan ook gezamenlijk plannen gemaakt i.v.m. de besteding van het werkbudget. Dit is dus nadrukkelijk geen budget wat GR Peelgemeenten aan de eigen organisatie besteedt. 5.2. Welke kosten zijn met de doorontwikkeling van het programmabureau Koersagenda gemoeid? Waar komt dit terug in de financiële begroting? We gaan ervan uit dat de kosten van de doorontwikkeling passen binnen de begroting, daarom is hiervoor ook geen extra vraag naar middelen opgenomen. 5.3.
Waarop hebben de projectkosten betrekking? De projectkosten bestaan uit formatie die benodigd is voor de uitoefening van projecttaken en waarvoor de GR projectinkomsten ontvangt. Dit betreft bijvoorbeeld de formatie ten behoeve van de werkzaamheden rondom energietoeslag 2023 die in 2024 zullen plaats vinden. 5.4. Waarom is de bijdrage projectkosten hoger dan de projectkosten? Het verschil betreft overhead, dat conform het kostprijsmodel ook wordt doorbelast aan bijdragen projectkosten.
5.5.Hervormingsagenda Jeugd In de begroting 2025 staat de volgende tekst opgenomen: De huidige plannen zijn gericht op het aanduiden van zowel subregio Een 10 voor de Jeugd als subregio Samen voor Jeugd als robuuste (zelfstandige) jeugdhulpregio’s. Deze tekst zou aangepast moeten worden: inmiddels is duidelijk dat beide subregio’s als robuuste regio worden aangewezen door het rijk. Terechte opmerking dat inmiddels duidelijk is dat beide subregio’s als robuuste regio worden aangewezen door het rijk. Tekstueel nog niet aangepast, vanwege korte deadline. Tekstuele aanpassing zal verwerkt worden in volgende versie begroting.
5.6. Bijdragen een10voordejeugd en 21 voor de jeugd In het kader van de inkoopsamenwerkingen een 10 voor de jeugd en 21 voor de jeugd is de beleidscapaciteit en formatie toezicht uitgebreid. Tegenover hogere kosten van deze formatie uitbreiding staat een verlaging van de post bijdragen jeugd. Deze formatie uitbreiding is daarmee budgetneutraal en heeft geen gevolgen voor de bijdragen van gemeenten. Op zich klopt het principe. Maar bij de start van de inkoopsamenwerking is verteld dat het met de toen beschikbare formatie kon worden gedaan, het mogelijk zelfs tot lagere kosten zou leiden.
Q&A begrotingswijziging 2024 en begroting 2025
De formatie uitbreiding hangt niet samen met meer formatie voor de inkoopsamenwerking, behoudens ontwikkelen (bijv. hervormingsagenda jeugd). Had je de inkoop niet binnen de inkoopsamenwerking een10voordejeugd gedaan, maar alleen met de vijf peelgemeenten, was je waarschijnlijk duurder uit geweest, omdat je nu de kosten kunt delen door 11 gemeenten en anders door 5 gemeenten. 5.7. Indexering In de begroting 2025 staat de volgende tekst opgenomen over indexering: De directe salariskosten 2025 zijn berekend op basis van de salariskosten 2024 plus indexering 2025. In de salariskosten 2024 zijn de Cao ontwikkelingen en de ontwikkeling van de sociale lasten verwerkt. De overige directe kosten zijn verhoogd met indexering 2025. Kunnen de percentages aangegeven worden? In de kadernota 2025 zijn de percentages vastgesteld conform de methodiek van de 4 grote GR-en. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt in loongevoelige onderdelen en niet-loongevoelige onderdelen. Voor loongevoelige onderdelen wordt als indexering loonvoet sector overheid gehanteerd (6,7%). Voor niet-loongevoelige onderdelen wordt als indexering de index materiële overheidsconsumptie (imoc) gehanteerd (3,5%). We zullen dit in de definitieve begroting toelichten.