CConstaterende datDeurne
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Toelichting bestemmingsplan Lagebrugweg 3, Helenaveen

Vergadering gemeenteraad 26 maart 2024, gemeente DeurneBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Lagebrugweg 3, Helenaveen15.585 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Pagina | 2

bestemmingsplan Lagebrugweg 3 Helenaveen gemeente Deurne

| bestemmingsplan Lagebrugweg 3 Helenaveen gemeente Deurne | status: definitief|

Pagina | 3

VERANTWOORDING EN STATUS Titel:

bestemmingsplan Lagebrugweg 3 Helenaveen gemeente Deurne

Opdrachtgever: Contactpersoon:

gemeente Deurne, Postbus 3, 5750 AA Deurne de heer J. Ewald

Aantal pagina’s:

47

definitief:

30-01-2024

Opsteller:

mr. A.W.C.M. Jansen

paraaf:

Controleur:

mr. J.C.M.G. Beusmans

paraaf:

COLOFON BEUSMANS & JANSEN Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening Post- en kantooradres: Steeg 12 5975 CE Sevenum T/F: 077-3744817 M: 06-30202996 E: I:

info@beusmans-jansen.nl www.beusmans-jansen.nl

© 2024 Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem gebruikt worden voor het doel waarvoor het is vervaardigd en met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Niets uit dit document mag worde n verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening geeft in ieder geval geen toestemming aan de opdrachtgever om dit document te gebruiken of te laten gebruiken indien facturen niet of niet volledig voldaan zijn. Alle rechten voorbehouden.

| bestemmingsplan Lagebrugweg 3 Helenaveen gemeente Deurne | status: definitief|

Pagina | 4

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding en doel van het project Ligging en begrenzing van het plangebied Vigerende bestemmingsplan Leeswijzer

HOOFDSTUK 2 GEBIEDSANALYSE EN PROJECTBESCHRIJVING 2.1 Gebiedsanalyse 2.2 Projectbeschrijving

6 6 6 8 9

10 10 13

HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER

17

3.1 Rijks- en provinciaal beleid 3.2 Gemeentelijk beleid

17 24

HOOFDSTUK 4

ONDERZOEKSASPECTEN

4.1 Geluid 4.2 Bodem- en grondwaterkwaliteit 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Externe veiligheid 4.5 Geurhinder 4.6 Bedrijven en milieuzonering 4.7 Cultuurhistorie en archeologie 4.8 Ecologie 4.9 Waterparagraaf 4.10 Verkeer en parkeren 4.11 Milieueffectrapportage

HOOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3 5.4

JURIDISCHE VORMGEVING

Algemeen Planmethodiek Toelichting op de verbeelding Toelichting op de regels

HOOFDSTUK 6

UITVOERBAARHEID

6.1 Economische uitvoerbaarheid: kostenverhaal en planschade 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid: omgevingsdialoog

HOOFDSTUK 7

PROCEDURE

7.1 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 7.2 Procedure ontwerpbestemmingsplan

| bestemmingsplan Lagebrugweg 3 Helenaveen gemeente Deurne | status: definitief|

27 27 27 28 30 31 32 35 36 39 39 41

43 43 43 43 44

45 45 45

46 46 46

Pagina | 5

BIJLAGEN BIJ TOELICHTING Bijlage 1: Akoestisch onderzoek Bijlage 2: Stikstofonderzoek en Aeriusberekening Bijlage 3: Parkeeronderzoek

| bestemmingsplan Lagebrugweg 3 Helenaveen gemeente Deurne | status: definitief|

47 47 47 47

Pagina | 6

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding en doel van het project

In het kader van het traject “Maatschappelijke Voorzieningen in de buurt” is de toekomst van De Wiek in Helenaveen als voorziening voor het Jeugdwerk heroverwogen. De Wiek was tot eind 2022 in gebruik bij Stichting Jeugdwerk Helenaveen, de bezetting van het gebouw was beperkt, de gebruikslasten hoog, zo ook de onderhoudskosten. E.e.a. nog los van de benodigde investering in het pand voor verduurzaming er van. Gelet op deze omstandigheden is onderzocht of voor het jeugdwerk een slimme combinatie met andere voorzieningen in Helenaveen mogelijk was. Samen met de andere reeds actieve verenigingen op Sportpark de Stikker is een toekomstvisie op het Sportpark1 geschreven. Hierin wordt herhuisvesting van het Jeugdwerk door alle betrokken partijen onderschreven. De huidige bestemming van Sportpark de Stikker is Sport. De activiteiten van het Jeugdwerk zijn zeer divers en sluiten niet volledig aan bij de huidige bestemming. Om de herhuisvesting van het Jeugdwerk op het Sportpark mogelijk te maken is daarom een omgevingsvergunning gevraagd en afgegeven om (tijdelijk) af te kunnen wijken van het bestemde gebruik. Ambitie van de betrokken verenigingen is verder de leefbaarheid en sociale veerkracht van Helenaveen te behouden en verder uit te bouwen door een optimaal gebruik van de aanwezige voorzieningen. Dit wordt ook onderschreven in het Visiedocument Helenaveen 2020.

Sportpark de Stikker kan hierin een bijdrage leveren door een verdere verbreding van verenigingsactiviteiten voor zover deze de sociale cohesie in het dorp vergroten, niet concurreren met andere maatschappelijke voorzieningen in het dorp, zoals gemeenschapshuis de Gouden Helm, en niet commercieel van aard zijn. Om deze verbreding van activiteiten, waaronder het Jeugdwerk, op deze locatie structureel toe te laten is het nodig het geldende bestemmingsplan te herzien. Hierdoor kan de vergunde aanbouw definitief geregeld worden door een aanpassing van het bouwvlak en wordt ook het gewenste verbrede gebruik binnen een ruime sportbestemming mogelijk gemaakt. Het voorliggende bestemmingsplan 'Lagebrugweg 3 Helenaveen’ voorziet in een adequate planologisch-juridische regeling ten behoeve van het project. Het bestemmingsplan 'Lagebrugweg 3 Helenaveen’ bestaat uit een digitale en analoge verbeelding met de daarbij behorende regels waaraan een toelichting is toegevoegd. Naast de digitale versie is er tevens een versie op papier van het bestemmingsplan beschikbaar.

1.2

Ligging en begrenzing van het plangebied

Het plangebied is gelegen in het buitengebied, ten westen van het dorp Helenaveen aan en langs de Lagebrugweg. De Lagebrugweg is een belangrijke (zuid)westelijke ontsluitingsweg die de dorpen Helenaveen en Neerkant met elkaar verbindt. Het plangebied ligt buiten de verkeerskundige en stedenbouwkundige bebouwde kom van Helenaveen. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Deurne, sectie H nummers 9328, 9329 en 9402 en plaatselijk als Lagebrugweg 3 en 3a te Helenaveen. Het plangebied beslaat een oppervlakte van 24.428 m2. Op de onderstaande afbeeldingen is de topografische ligging van het plangebied in Helenaveen en de begrenzing van het plangebied aangegeven.

1

Visie Sportpark De Stikker Helenaveen, 2 juli 2020, Jeugdwerk Helenaveen, TC Helenaveen SV Helenaveen-Griendtsveen

| bestemmingsplan Lagebrugweg 3 Helenaveen gemeente Deurne | status: definitief|

Pagina | 7

ligging plangebied in Helenaveen

begrenzing plangebied

| bestemmingsplan Lagebrugweg 3 Helenaveen gemeente Deurne | status: definitief|

Pagina | 8

1.3

Vigerende bestemmingsplan

Het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Kom Helenaveen, 2e herziening’. Dit bestemmingsplan is op 30 mei 2017 door de raad van de gemeente Deurne vastgesteld. Dit bestemmingsplan legt de volgende bestemmingen en aanduidingen op de gronden: Sport; Bouwvlak; maximum bouw- en goothoogte: 6,5 m en 3,2 m.

verbeelding geldend bestemmingsplan (bron:www.ruimtelijkeplannen.nl)

De voor Sport aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

behoud en versterking van de cultuurhistorische waarden, zoals opgenomen in de 'Aanwijzing beschermd dorpsgezicht';

b. sportvelden waaronder begrepen tennisbanen, met kantines, kleedruimten, terrassen e.d.; c.

parkeervoorzieningen;

d.

bij de bestemming behorende voorzieningen, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen (artikel 14.1 van de planregels)

Verder is in de planregels bepaald dat gebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd, uitgezonderd kleinere - bij de bestemming behorende - gebouwen zoals dugouts en opslagruimten, mits de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan maximaal 50 m² en de hoogte niet meer bedraagt dan 2,5 meter. Verder mag de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen niet meer bedragen dan 1.000 m². De gooten bouwhoogte van een hoofdgebouw mogen niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' (artikel 14.2.1van de planregels). Het beoogde gebruik van de sportvelden en van de gebouwen door de stichting voor hun specifieke jeugd- en jongerenactiviteiten, kan niet gezien worden als sportbeoefening, maar is – planologisch gezien - een andersoortig maatschappelijk gebruik dan sport. Derhalve is de verplaatsing van de stichting met haar activiteiten naar sportpark ‘De Stikker’ in strijd met de planregels (gebruiksregels) van het bestemmingsplan. Er zijn geen andere afwijkings-of wijzigingsbevoegdheden binnen dit plan die gebruikt kunnen worden om deze ontwikkeling mogelijk te maken, zodat een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is om verplaatsing van de stichting naar het sportpark definitief te realiseren.

| bestemmingsplan Lagebrugweg 3 Helenaveen gemeente Deurne | status: definitief|

Pagina | 9

1.4

Leeswijzer

De plantoelichting bestaat uit de volgende delen. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 met een analyse van het plangebied en een beschrijving van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling (het plan). In hoofdstuk 3 wordt het plan getoetst aan het relevante rijks-, provinciale - en gemeentelijke beleid. Hoofdstuk 4 bevat een expliciete toetsing van het plan aan alle relevante milieu-planologische aspecten als ook de waterparagraaf. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan wordt behandeld in hoofdstuk 5. De hoofdstukken 6 en 7 behandelen dan nog respectievelijk de economische uitvoerbaarheid van dit plan en de gevolgde procedure.

| bestemmingsplan Lagebrugweg 3 Helenaveen gemeente Deurne | status: definitief|

Pagina | 10

HOOFDSTUK 2 GEBIEDSANALYSE EN PROJECTBESCHRIJVING 2.1

Gebiedsanalyse

2.1.1 Feitelijke beschrijving plangebied Het plangebied wordt gevormd door het terrein van het sportpark ‘De Stikker’ in Helenaveen. Sportpark ‘De Stikker’ bestaat op dit moment uit twee gebouwen; een clubgebouw ten behoeve van TC Helenaveen en een clubgebouw ten behoeve van SV Helenaveen-Griendsveen. Daarnaast zijn er 2 tennisbanen en 2 voetbalvelden aanwezig. Er is tevens een parkeerplaats waar maximaal 52 auto’s kunnen parkeren. Het sportpark is gescheiden in het gedeelte waar de tennisclub is gevestigd en het gedeelte waar de voetbalclub is gevestigd.

sportpark De Stikker

clubgebouw voetbalvereniging

voetbalvelden

parkeerplaats

2.1.2 Ruimtelijk-functionele aspecten Ruimtelijke hoofdstructuur Helenaveen wijkt af van de drie andere Deurnese kerkdorpen. De identiteit en kwaliteit van dorpen als Liessel, Neerkant en Vlierden wordt bepaald door de organisch gegroeide historische dorpslinten. Voor Helenaveen ligt dat geheel anders als gevolg van de specifieke historisch geplande ruimtelijk-functionele situatie. Helenaveen is geen typisch Brabants dorp dat door de eeuwen heen is gegroeid, maar een planmatig ontwikkelde veenkolonie.

| bestemmingsplan Lagebrugweg 3 Helenaveen gemeente Deurne | status: definitief|

Pagina | 11

De ruimtelijke hoofdstructuur van Helenaveen is zeer bijzonder. De basis van de hoofdstructuur van Helenaveen ligt in de relatie tussen bebouwing en groen, met een rechtlijnig stelsel van lanen en vaarten, zoals deze sinds 1853 ontwikkeld zijn. Het gebied heeft een langgerekte, noord-zuid gerichte vorm met als as de Helenavaart. De gehele structuur is gericht op deze door het concessiegebied gegraven hoofdvaart. Ook de belangrijkste bebouwing is hieraan gerelateerd. Het ruimtelijk beeld van Helenaveen wordt nog altijd bepaald door de verschillende episoden in haar historische ontwikkeling. Het is de samenhang tussen vaarten, lanen, (historische) bebouwing en laanbeplanting die Helenaveen zo bijzonder maakt. De karakteristieke laan- en vaartbeplantingen benadrukken de veenkoloniale structuur. Dit geldt ook voor de verspreide lintbebouwing langs de Helenavaart en langs de haaks hierop aangelegde zijwegen, zoals de Lagebrugweg. Tezamen is daardoor een in kwadranten verdeeld coulissenlandschap ontstaan. De besloten sfeer die de beplanting geeft, vormt een groot contrast met de openheid van de aangrenzende hoogveenrestanten. Helenaveen met aangrenzende gronden in de Deurnese Peel en Mariapeel heeft de status beschermd dorpsgezicht.

Functies in en om het plangebied Het plangebied zelf kent een maatschappelijke functie in de vorm van een sportpark c.q. sportbeoefening. In de directe omgeving van het plangebied liggen diverse andere maatschappelijke functies en andere functies, zoals diverse burgerwoningen, een agrarisch bedrijf, een kerkhof en een zorginstelling.

ruimtelijke hoofdstructuur (bron: plantoelichting BP ‘Kom Helenaveen, 2e herziening’)

| bestemmingsplan Lagebrugweg 3 Helenaveen gemeente Deurne | status: definitief|

Pagina | 12

2.1.3 Verkeer en parkeren De verkeersstructuur van Helenaveen heeft een heldere en eenvoudige opzet. Volgens het Verkeers- en vervoerplan zijn de wegen in Helenaveen als volgt aangemerkt: Oude Peelstraat: gebiedsontsluitingsweg II buiten bebouwde kom; Oude Peelstraat: erftoegangsweg I binnen bebouwde kom; Lagebrugweg: erftoegangsweg I buiten bebouwde kom; Sevenumseweg: gebiedsontsluitingsweg II buiten bebouwde kom; Soemeersingel: erftoegangsweg I buiten bebouwde kom; Soemeersingel: erftoegangsweg I binnen bebouwde kom; overige wegen en straten: erfontsluitingsweg.

De Oude Peelstraat / Sevenumseweg vormt de belangrijkste (bovenlocale) route. Deze gebiedsontsluitingsweg vormt een directe verbinding met Liessel en Sevenum. In noord-zuid richting ligt de Soemeersingel / Helenastraat. Historisch vormde deze route de belangrijkste ontsluiting van Helenaveen. Tegenwoordig fungeert de Soemeersingel als erftoegangsweg. De Helenastraat heeft alleen nog als erfontsluiting betekenis. De Helenastraat kruist de ten zuiden van het dorp gelegen A67 (Eindhoven – Venlo). Een directe aansluiting op de snelweg A67 ligt op 5 km afstand van Helenaveen.

verkeerstructuur (bron: plantoelichting BP ‘Kom Helenaveen, 2e herziening’)

2.1.4 Groen en water De groenstructuur van Helenaveen ondersteunt de ruimtelijke hoofdstructuur van vaarten, lanen en bebouwing. In de bermen van de wegen en in de groene oevers van de vaarten staat laanbeplanting bestaande uit (volwassen) eiken (Amerikaanse eik en Zomereik). Deze laanbeplanting is mede bepalend voor de identiteit van Helenaveen. Het uitgebreide stelsel van lanen met volwassen bomen geeft (tezamen met de vaarten) een grote ruimtelijke kwaliteit aan Helenaveen.

| bestemmingsplan Lagebrugweg 3 Helenaveen gemeente Deurne | status: definitief|

Pagina | 13

De waterstructuur in Helenaveen lijkt wel op die in Midden Holland. Als onderdeel van de veenontginningen is een rationeel stelsel van waterlopen gegraven. Zoals hiervoor al opgemerkt vormt de Helenavaart het hoofdelement in de ruimtelijke hoofdstructuur van Helenaveen. De vaart heeft zijn oorspronkelijke functie van transportroute over water al lang verloren. Thans vervult de Helenavaart een belangrijke functie in de regionale waterhuishouding.

groenstructuur (links) en waterstructuur (rechts) (bron: plantoelichting BP ‘Kom Helenaveen, 2e herziening’)

2.2

Projectbeschrijving

Naast het gebruik van het sportpark door de voetbal-en tennisvereniging willen de gemeente Deurne en de diverse andere verenigingen in Helenaveen sportpark De Stikker vaker gaan gebruiken en ook voor meerdere doelen. Sportpark De Stikker moet hierdoor het centrum van allerlei sport- en spelactiviteiten worden en daarmee het centrum van veel sociale activiteiten en ontmoetingen in Helenaveen voor zowel kinderen als jongeren en volwassenen worden.

2.2.1 Gebruik sportpark De Stikker voor jeugd- en jongerenwerk Stichting Jeugdwerk Helenaveen is ontstaan uit Scouting Jeanne d'Arc, Kindervakantiewerk en de Jeugdsoos. De stichting richt zich met haar ca. 85 leden op activiteiten voor de jeugd van 0-18 jaar waaronder: Spelochtenden in De Stikker (0-12 jaar) in groepen; Lammetjes kijken, verkleed en schminkfeestje, spelletjes, workshop Slijm; Knutselactiviteiten als herfst-knutsel, porselein schilderen, 'hout' winter/kerstversiering; Opschoonochtend; Geocaching bovenbouw Dropping vanaf groep 5 t/m 18 jaar, Vlotbouwen, Zeepkistenrace (tijdens Kermis; Filmmarathon; Halloweentocht, Koningsdag, Wandeldriedaagse.

| bestemmingsplan Lagebrugweg 3 Helenaveen gemeente Deurne | status: definitief|

Pagina | 14

De stichting is op dit moment nog gehuisvest in scoutingaccommodatie ‘De Wiek’ aan de Soemeersingel 31 in Helenaveen. Dit gebouw werd tot en met 1982 gebruikt als school onder de naam ‘De Zonnedauw’. Na sluiting van de school, kreeg het in 1983 onder de naam ‘De Wiek’ een nieuwe bestemming als jeugdgebouw. Het verplaatsen van de stichting van ‘De Wiek’ naar sportpark ‘De Stikker’ heeft grote toegevoegde waarde. Zowel voor de stichting, de andere twee verenigingen die nu al gebruik maken van het sportpark (TC Helenaveen en SV Helenaveen-Griendtsveen) als de inwoners van Helenaveen. De stichting verwacht door de verhuizing minder financiële lasten te hebben en minder aanspraak te hoeven maken op (gemeentelijke) subsidies. Gelden kunnen gebruikt worden voor activiteiten die de leden ten goede komen i.p.v. onderhoud aan gebouw en het betalen van de energierekening. De tijd en energie van de betrokken bestuursleden kan meer gestoken worden in de activiteiten dan in de exploitatie van een verenigingsgebouw. De stichting zal zichtbaarder worden/ meer gezien worden omdat de huidige gevestigde verenigingen op ‘De Stikker’ met regelmaat activiteiten op het park hebben. Dit motiveert het bezoeken van de activiteiten. Er kunnen meerdere activiteiten tegelijkertijd voor verschillende doelgroepen georganiseerd worden.

Een knutselactiviteit voor de jongste kinderen kan gelijk met een bootcamp voor ouders gedaan worden bijvoorbeeld. Of als het eerste team van de voetbalclub thuis speelt, kan de stichting een activiteit voor de kinderen organiseren. Verenigingen kunnen elkaar gemakkelijker vinden, treffen en in gezamenlijkheid activiteiten organiseren. Er is dan een frequenter gebruik van de beschikbare velden en ruimten en ook het aantal doelgroepen dat alle gebruikers van het sportpark kunnen bedienen, kan zich uitbreiden. Tenslotte kan de stichting inwoners van 18 jaar en ouder makkelijker gaan betrekken bij het organiseren van activiteiten voor haar jonge leden. De gemeente Deurne heeft inmiddels een bedrag van € 100.400 beschikbaar gesteld voor deze herhuisvesting van Jeugdwerk Helenaveen. Met het bedrag investeert de gemeente in een zogenoemde ‘slimme combinatie’. Deze slimme combinatie faciliteert een toekomstbestendige oplossing voor de huisvesting van het jeugdwerk in Helenaveen. Met deze gemeentelijke subsidie kunnen er in de toekomst aanpassingen worden gedaan aan de ruimtes van het clubhuis van de voetbalclub. De voetbalvereniging gaat de ruimte uiteindelijk verhuren aan de stichting.

| bestemmingsplan Lagebrugweg 3 Helenaveen gemeente Deurne | status: definitief|

Pagina | 15

luchtfoto sportpark De Stikker met rood omgeven de locatie voor de jeugd- en jongerenactiviteiten

2.2.2 Aanbouw Daarnaast is op 1 februari 2023 een omgevingsvergunning verleend aan de SV Helenaveen-Griendtsveen om hun clubgebouw te vergroten met een kleine aanbouw aan de rechterzijde van het clubgebouw. De aanbouw heeft een oppervlakte van ca. 68 m2 en een goot-en bouwhoogte van 3 m (platte afdekking). Binnen deze aanbouw zijn een extra kleedlokaal en 2 opslagruimten gerealiseerd. Deze aanbouw wordt mede gebruikt voor het jeugd- en jongerenwerk en voor gezamenlijke opslag van meerdere Helenaveense verenigingen. Deze aanbouw lag echter voor een klein deel buiten het bestaande bouwvlak. Door middel van een omgevingsvergunning voor de activiteiten ‘bouwen’ en ‘afwijken RO regels’ (artikelen 2.1, lid 1, sub a en c, 2.10 en 2.12, lid 1, sub a, onder 2° Wabo en bijlage II, artikel 4 onder 1 Bor (Kruimellijst)) is medewerking verleend aan dit bouwplan. Deze aanbouw is inmiddels ook gerealiseerd. Via dit bestemmingsplan wordt het bouwvlak zodanig vergroot dat het gehele nieuwe clubgebouw hierbinnen valt. Daarmee is het nieuwe gebouw definitief planologisch-juridisch geregeld. Hieronder zijn nog diverse afbeeldingen opgenomen die de bestaande en nieuwe situatie weergeven.

| bestemmingsplan Lagebrugweg 3 Helenaveen gemeente Deurne | status: definitief|

Pagina | 16

2.2.3

Overige (recreatieve) sport en spelactiviteiten, recreatie en opslag op sportpark De Stikker

Naast jeugd- en jongerenwerk worden de (sport)mogelijkheden op het sportpark verbreed. Sportpark De Stikker heeft met name moeite om de middelbare schooljeugd aan het sportpark te verbinden. Meer flexibiliteit in het soort sport dat beoefent mag worden op het sportpark draagt bij aan de levensvatbaarheid van het sportpark. Zo moet er in verenigingsverband ook binnen gesport kunnen worden (bijvoorbeeld boksen, judo etc) of moeten buiten ook niet-veldsporten georganiseerd kunnen worden (bijvoorbeeld bootcamps). Ook recreatieve (binnen)sportbeoefening past binnen het bredere gebruikskader dat wordt nagestreefd. Tevens dienen ook vormen extensieve recreatie en natuurbeleving mogelijk te zijn (bijvoorbeeld een blotenvoetenpad). Voorwaarde bij dit alles is echter wel dat dit verbrede gebruik uitsluitend in verenigingsverband plaatsvindt. Een commerciële uitbating van (recreatieve) sport op Sportpark De Stikker is en blijft niet toegestaan. Dergelijke functies dienen zich in het centrum van de kernen te vestigen. Aan de Soemeersingel 31 (voormalige locatie Jeugdwerk) is een schuur die nu ook opslag mogelijk maakt voor dorpsfeesten Helenaveen, Helenaveen Schoon, Muziekvereniging Wilona en het Helenaveens jongenskamp. Op sportpark De Stikker moet de mogelijkheid zijn om deze opslag voor de diverse Helenaveense verenigingen daar mogelijk te maken.

Verder zullen de gebouwen op sportpark De Stikker kortstondig verhuurd mogen worden aan andere jeugd- en jongeren- en sportverenigingen onder de voorwaarde dat deze functie ondergeschikt blijft aan de sportfunctie van het sportpark.

| bestemmingsplan Lagebrugweg 3 Helenaveen gemeente Deurne | status: definitief|

Pagina | 17

HOOFDSTUK 3

BELEIDSKADER

3.1

Rijks- en provinciaal beleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Het NOVI loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld: In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050? Als we alle wensen naast elkaar leggen, ontstaat het volgende beeld. We willen een land: • dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; • met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; • waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; • met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; • waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.

• dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; • waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; • dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. Het NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voor dit project relevante nationale belangen zijn: a. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. b. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving.

Projectspecifiek Het project is, op nationaal niveau, dermate kleinschalig dat het geen enkele wezenlijke invloed heeft op nationale belangen. Er is slechts sprake van een kleinschalig lokaal initiatief in de vorm van een gebruikswijziging binnen een bestaand sportpark van uitsluitend sportbeoefening naar sportbeoefening én maatschappelijk gebruik voor jeugd- en jongerenactiviteiten. De realisatie van dit project leidt niet tot strijdigheden met de uitgangspunten uit het NOVI.

| bestemmingsplan Lagebrugweg 3 Helenaveen gemeente Deurne | status: definitief|

Pagina | 18

3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd. Vanaf 1 juli 2017 moeten ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken worden getoetst aan de nieuwe Ladder Duurzame Verstedelijking. De grondslag voor de nieuwe Ladder-toets is het nieuwe artikel 3.1.6 lid 2 Bro. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat: a. b.

een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt dat in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor 'andere stedelijke voorzieningen' (naast wonen) wordt in een overzichtsuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS 28 juni 2017:ECLI:NL:RVS:2017:1724) gesteld, dat voor deze stedelijke functies als bedoeld in artikel 1.1.1 artikel 1 onder i van het Bro in de vorm van een terrein 'in beginsel' geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m2 bedraagt. Bestaat de andere stedelijke voorziening uit de toevoeging van een gebouw, dan ligt de ondergrens 'in beginsel' bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m2.

Projectspecifiek Het deel van het sportpark waarop de jeugd- en jongerenactiviteiten van de stichting plaatsvinden is doorgaans veel beperkter van omvang dan de grensoppervlakte van 500 m 2. Dat geldt eveneens voor de oppervlakte van het clubgebouw waarbinnen de stichting soms activiteiten organiseert. Het project is derhalve te kleinschalig om gekwalificeerd te worden als een ladderplichtige ‘andere stedelijke voorziening’.

3.1.3 Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro) In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening ((Barro) voorheen ook genoemd: AMvB Ruimte) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro bevat alle ruimtelijke rijksbelangen uit de eerder uitgebrachte planologische kernbeslissingen (PKB’s) en geeft middels regels en plankaarten (juridisch) de mogelijkheid om de rijksbelangen veel directer door te laten werken in de ruimtelijke plannen van andere overheden. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische Hoofdstructuur (EHS), nationale landschappen, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. Voor een aantal van de genoemde Barroonderwerpen, waaronder de uitbreiding van het hoofdwegennet, het hoofdspoorwegennet en de militaire radars, geldt dat de regels worden uitgewerkt in de Rarro. Voor wat betreft nationale ruimtelijke belangen speelt in dit gebied de bescherming van militaire terreinen en daarbij behorende voorzieningen.

Het plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van de radar van Volkel.

| bestemmingsplan Lagebrugweg 3 Helenaveen gemeente Deurne | status: definitief|

Pagina | 19

Projectspecifiek Verspreid over Nederland staat een aantal militaire- en burgerradarstations. Deze dienen voor de beveiliging van het nationale luchtruim en voor de veilige afhandeling van het militaire en het civiele luchtverkeer. Objecten hoger dan 65 m boven NAP binnen 15 nautische mijl (circa 28 km) van dit radarstation kunnen aanleiding geven tot verstoring van het radarbeeld en kunnen derhalve niet worden toegestaan, tenzij uit onderzoek is gebleken dat de mate van verstoring aanvaardbaar is. Op grond van dit bestemmingsplan is het niet mogelijk objecten op te richten die hoger rijken dan 65 m boven NAP, behoudens vervanging van de bestaande hoogspanningsmasten en nieuwe telecommunicatiemasten. Dit is onder voorwaarden mogelijk waaronder de verplichting dat aan Defensie schriftelijk om advies is gevraagd.

3.1.4 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Op 14 december 2018 hebben Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) vastgesteld. De Omgevingsvisie is overheidbindend en loopt vooruit op de invoering van de Omgevingswet in 2024. In de Omgevingsvisie verwoordt de provincie haar visie op de toekomst van Brabant tot aan 2050. Met de Brabantse Omgevingsvisie wordt met de hoofdopgaven aangesloten bij Rijksbeleid, Europese en mondiale doelstellingen. Met de Omgevingsvisie kiest de provincie er voor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten, gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. De Omgevingswet heeft als doel een balans te vinden tussen beschermen (veilig, gezond met waarborg voor omgevingskwaliteit inclusief natuur) en benutten (optimaal gebruik en ontwikkelen van de leefomgeving om maatschappelijke behoeften te vervullen). Met deze visie wordt aangegeven wat vanuit provinciaal oogpunt belangrijk wordt gevonden voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van de leefomgeving van de inwoners van Brabant. De focus ligt daarbij op de vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn.

De visie geeft daarbij richting aan deze opgaven vanwege de ingrijpende veranderingen waarmee zij gepaard gaan. Extra focus op deze hoofdopgaven is nodig om een goede basis met een goede omgevingskwaliteit te behouden. De basisopgave betreft het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Het doel voor 2030 is dat Brabant een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit heeft doordat er voor alle aspecten wordt voldaan aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak. Het werken aan een veilige en gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit is daarbij de basis voor al het handelen; elke ontwikkeling in Brabant, klein of groot en waar dan ook, draagt bij aan de omgevingskwaliteit. De uitwerking van een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit is daarom ook leidend bij de uitwerking van andere maatschappelijke hoofdopgaven. een gezonde leefomgeving Gezondheid is meer dan alleen "ziekte voorkomen". Gezondheid gaat juist om "quality of life", welzijn en het bevorderen van gezondheid.

Dat draagt bij aan geluk, veerkracht, vitaliteit en productiviteit van mensen, het functioneren van onze (Brabantse) samenleving. Bijvoorbeeld door een gezonde levensstijl te bevorderen door bij de (her)inrichting van onze omgeving meekoppelkansen te benutten en uit te nodigen tot beweging door meer groen, of meer voorzieningen voor buitenrecreatie. Dit is maatwerk, het gaat om kansen zien en benutten. Projectspecifiek Het onderhavige project is niet in strijd met de genoemde provinciale beleidsuitspraken voor het gebiedstype.

| bestemmingsplan Lagebrugweg 3 Helenaveen gemeente Deurne | status: definitief|

Pagina | 20

3.1.5 Interim Omgevingsverordening (IOV) De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna: IOV) is op 25 oktober 2019 vastgesteld. Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Vanwege de Omgevingswet moet de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving; de Omgevingsverordening. Deze Omgevingsverordening treedt tegelijk met de Omgevingswet in werking treedt. Totdat de Omgevingsverordening in werking treedt, geldt de IOV. De IOV bevat de provinciale regels en randvoorwaarden met een bindende werking over de fysieke leefomgeving. De IOV heeft een opbouw naar de verschillende doelgroepen. Voor onderhavig plan zijn in beginsel uitsluitend de in hoofdstuk 3 opgenomen "Instructieregels aan gemeenten" aan de orde. De afdelingen in dat hoofdstuk zijn als volgt te onderscheiden (waarbij de volgorde is omgekeerd ten behoeve van vergroting van de toepasbaarheid): afdelingen 3.5 tot en met 3.7: de toedeling van functies (stedelijke ontwikkelingen, mobiliteit, vitaal platteland en rood voor groen); afdelingen 3.2 tot en met 3.4: de bescherming van gebiedskenmerken (natuur, water, landschap, aardkundige waarden en cultuurhistorie) ; afdeling 3.1: de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies.

Projectspecifiek toedeling van functies Het plangebied is gelegen binnen een kernrandzone als onderdeel van het landelijk gebied. Verder valt het plangebied binnen de groenblauwe mantel. Tenslotte geldt voor het plangebied een verbod tot uitbreiding van veehouderijen geldt en ligt het binnen een stalderingsgebied.

uitsnede kaart IOV

In beginsel dient de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen (waaronder maatschappelijke voorzieningen zoals in casu) binnen stedelijk gebied te liggen, waar een daartoe strekkend bestemmingsplan onder voorwaarden mogelijk is (artikel 3.42 IOV).

| bestemmingsplan Lagebrugweg 3 Helenaveen gemeente Deurne | status: definitief|

Pagina | 21

Artikel 3.45 IOV (afwijkende regels voor de ontwikkeling van stedelijke functies in kernrandzones) stelt echter dat als er sprake is van een kernrandzone, een bestemmingsplan ter plaatse van landelijk gebied mag voorzien in de nieuwvestiging of uitbreiding van voorzieningen voor veldsporten, volkstuinen, schuilhutten en andere kleinschalige vrije-tijdsvoorzieningen mits: a. b. c. d.

de locatie in een kernrandzone ligt dan wel een gebied dat gezien de ligging en het feitelijk gebruik gerekend kan worden tot de kernrandzone; de beoogde ontwikkeling slechts een kleinschalige bebouwing of -voorziening met zich brengt; het bestemmingsplan borgt dat de voorziening inclusief de toegelaten bebouwing, kleinschalig blijft; de publieksaantrekkende werking beperkt is.

Afweging Ad a. Het plangebied is gelegen in het landelijk (buiten)gebied van Helenaveen, maar wel in de directe nabijheid van het stedelijk gebied van het dorp. Het plangebied ligt in een overgangszone van stedelijk gebied naar buitengebied, met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar met een toenemende menging van functies. Daarmee is het plangebied e.o. te kwalificeren als kernrandzone. Ad b. en c. Het project is dermate kleinschalig dat het geen enkele wezenlijke invloed heeft op provinciale belangen. Er is slechts sprake van een kleinschalig lokaal initiatief in de vorm van een kleine aanbouw aan een clubgebouw en van een gebruikswijziging binnen een bestaand sportpark van uitsluitend sportbeoefening naar sportbeoefening én maatschappelijk gebruik voor jeugd- en jongerenactiviteiten. De bestaande (bouw)regels die gelden voor het huidige sportpark blijven onveranderd gelden in dit bestemmingsplan. Naast een kleine vergroting van het bouwvlak, worden vooral de gebruiksmogelijkheden binnen de bestaande bebouwing en op het perceel verruimd. Ad d. Verder betreft hier het een kleinschalig gebruik van de gronden en het clubgebouw door de stichting. Er vinden gemiddeld slechts 2 x per maand activiteiten plaats, waaraan maximaal ca. 50% van de leden (nu 85 met een doorgroei naar 100 leden) deelneemt.

Het betreft dan maximaal 50 kinderen en maximaal 10 personen aan leiding. Het betreft hier activiteiten voor en door kinderen. Doorgaans is het bij de meeste activiteiten niet gebruikelijk dat (groot)ouders komen kijken. bescherming van groenblauwe waarden Artikel 3.32 IOV

(Landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel) stelt het volgende:

Lid 1. Een bestemmingsplan van toepassing op de Groenblauwe mantel: a. strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden; b. stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; c. borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden. Lid 2. De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een beschrijving van de aanwezige ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden. Afweging Het project heeft betrekking op een kleine vergroting van het bouwvlak en een gebruikswijziging binnen een bestaand sportpark, waarbij – naast sportactiviteiten – tevens jeugd- en jongerenactiviteiten en opslag zullen plaatsvinden. Het plangebied bestaat uit het sportpark en kent zelf geen specifieke landschappelijke karakteristiek en -waarde. Het meest nabijgelegen landschappelijk waardevol groen, wordt gevormd door de karakteristieke laan- en vaartbeplantingen in Helenaveen die de specifieke veenkoloniale structuur van het dorp benadrukken. Ook de Lagebrugweg is aan weerzijde voorzien van een bomenlaan.

| bestemmingsplan Lagebrugweg 3 Helenaveen gemeente Deurne | status: definitief|

Pagina | 22

Door de ruime afstand tot Natura 2000-gebieden, het feit dat de ontwikkeling zich beperkt tot het gebied van het bestaande sportpark zelf en de ruimtelijk beperkte aard, omvang en invloed van de ontwikkeling heeft dit project ook geen nadelige consequenties voor de natuur- en landschappelijke waarden en de bestaande waterhuishouding binnen het plangebied en omgeving. Dit wordt gemotiveerd in de paragrafen 4.8 en 4.9 van deze plantoelichting. De bestaande groenblauwe waarden in het plangebied e.o. zijn beschreven in paragraaf 2.1.4 van deze plantoelichting. bescherming van overige gebiedskenmerken Ter plaatse van het plangebied gelden het gebiedskenmerken ‘verbod uitbreiding veehouderij’ en 'Stalderingsgebied'. De artikelen 3.51 en 3.52 IOV stellen regels en beperkingen aangaande de ontwikkeling van veehouderijen. Afweging Dit bestemmingsplan heeft geen betrekking op een uitbreiding, vestiging of omschakeling van veehouderijen. Er hoeft derhalve geen nadere toetsing plaats te vinden. In hoofdstuk 3 (paragraaf 3.1) van de IOV zijn ook algemene (basis) instructieregels aan gemeenten geformuleerd voor een evenwichtige toedeling van functies, waarbij toegezien moet worden op een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Om dit te bewerkstelligen moet rekening worden gehouden met het bepaalde in de volgende artikelen:

Artikel 3.5 zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Lid 1. Een bestemmingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies zoals opgenomen in hoofdstuk 3 Instructieregels aan gemeenten invulling aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Lid 2. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie. De artikelen 3.6, 3.7, 3.8 en 3.9 IOV gaan verder op de aspecten genoemd onder lid 2 in. Puntsgewijs zal worden aangegeven hoe aan de zorgplicht wordt voldaan. Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c.

gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Lid 2. Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel.

| bestemmingsplan Lagebrugweg 3 Helenaveen gemeente Deurne | status: definitief|

Pagina | 23

Afweging In deze plantoelichting is gemotiveerd dat dit plan voldoet aan alle voorwaarden van artikel 3.45 IOV dat afwijkende regels voor de ontwikkeling van stedelijke functies in kernrandzones bevat. Met betrekking tot dit plan hoefde verder geen laddertoetsing duurzame verstedelijking plaats te vinden omdat er geen sprake is van een ladderplichtige stedelijke ontwikkeling. Verwezen wordt hier naar paragraaf 3.1.2 van deze plantoelichting. De beoogde verruiming van het gebruik van het sportpark en van het clubgebouw, vindt verder plaats binnen het bestaande bouwperceel. Artikel 3.7 toepassing van de lagenbenadering Lid 1. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. Lid 2. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Lid 3.

Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Afweging De lagenbenadering betekent dat rekening wordt gehouden met de waarden in een gebied (onder andere bodem, grondwater, archeologische waarden, infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, cultuurhistorische en landschappelijke waarden, toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu ). De lagenbenadering is een aspect dat standaard in alle bestemmingsplannen wordt beschreven, om tot een evenwichtige en goede functietoedeling te komen, zonder dat hiermee andere functies of waarden onaanvaardbaar worden aangetast. In de hoofdstuk 4 van deze plantoelichting zijn de reguliere lagen - voorzover deze in casu relevant zijn uitgebreid beschreven. Artikel 3.8 meerwaardecreatie Lid 1. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Lid 2.

De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 IOV (Kwaliteitsverbetering landschap) kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Afweging Meerwaardecreatie is gelegen in het feit dat het doel van dit plan is gelegen in een verruiming van het gebruik van het bestaande sportpark. Nu wordt het sportpark uitsluitend gebruikt voor de sportbeoefening door een tennis-en voetbalvereniging. In de nieuwe situatie gaat ook de stichting gebruik maken van dezelfde accommodatie voor haar maatschappelijke activiteiten. Dat zorgt voor een efficiënter gebruik van een bestaande sportaccommodatie. De stichting is op dit moment nog gehuisvest in scoutingaccommodatie ‘De Wiek’ aan de Soemeersingel 31 in Helenaveen. Na de verplaatsing van de stichting naar het sportpark, komt locatie ‘De Wiek’ vrij voor een nader te bepalen binnenstedelijke herontwikkeling. Er vindt op dit moment een verkenning plaats welke ander gebruik ruimtelijk passend is op deze locatie.

| bestemmingsplan Lagebrugweg 3 Helenaveen gemeente Deurne | status: definitief|

Pagina | 24

Artikel 3.9 kwaliteitsverbetering landschap Lid 1. Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in landelijk gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Lid 2. Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd doordat: a. dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of b. de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen. Lid 3. Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Lid 4.

Ingeval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken. Afweging Het plangebied bestaat uit een bestaand sportpark met 2 clubgebouwen. Binnen deze sportaccommodatie wordt een verruimd gebruik toegestaan (met extra maatschappelijk gebruik voor jeugd- en jongerenwerk, sportieve recreatie, opslag). Er vindt geen uitbreiding van het sportpark plaats, maar het nieuwe gebruik blijft plaatsvinden binnen het bestaande sportpark. Omdat het plangebied zelf geen specifieke landschappelijke karakteristiek en -waarde kent, is een landschappelijke kwaliteitsverbetering niet aan de orde. Dergelijke waarden worden immers ook niet aangetast door dit plan.

3.2

Gemeentelijk beleid

3.2.1 Toekomstvisie 2030 De gemeenteraad van Deurne heeft op 30 mei 2017 de ‘Toekomstvisie 2030 -Deurne, prettig wonen en leven in de Peel’ vastgesteld. In deze toekomstvisie formuleert de gemeente Deurne de volgende lange termijn hoofdambitie: “Werken aan een hoogwaardig woon-, leef- en verblijfklimaat: zorgen voor een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving met een goed voorzieningenniveau. Hiermee neemt Deurne een volwaardige en complementaire positie in ten aanzien van het stedelijk gebied en zet Deurne in op een innovatieve verduurzaming van de agrosector”. Het realiseren van de hoofdambitie van Deurne vraagt om inzet en inspanningen van Deurne op een aantal thema’s, waaronder het thema ‘prettig wonen en leven = gezond wonen en leven’. De ontwikkeling op het platteland is een belangrijk thema met een veelheid aan raakvlakken. Er zijn relaties met (volks)gezondheid, duurzaamheid, economische ontwikkeling, leefbaarheid, energie en voedsel, en leegstand in het buitengebied. Deurne wil een vitaal platteland én gezonde, leefbare kernen. Dit vraagt om structuurversterking en transitie. Terugdringen van overlast en verbeteren van het woon- en leefklimaat is een belangrijk aandachtspunt. Uitgangspunt is een duurzame, voor de toekomst houdbare situatie.

| bestemmingsplan Lagebrugweg 3 Helenaveen gemeente Deurne | status: definitief|

Pagina | 25

Projectspecifiek De gemeente Deurne streeft voor al haar dorpen naar een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving met een goed voorzieningenniveau. Binnen de dorpen wordt gestreefd naar een voorzieningenniveau dat passend is bij het dorp en waarmee de leefbaarheid en de sociale cohesie binnen de dorpsgemeenschap wordt versterkt. Voldoende sport- en speelgelegenheden voor kinderen en jongeren in een dorp is hierbij van groot belang. Het project levert dan ook een belangrijke bijdrage aan de versterking van de leefbaarheid in het dorp Helenaveen.

3.2.2 Structuurvisie Deurne 2030 De structuurvisie Deurne 2030, vastgesteld op 13 maart 2018, is de integrale langetermijnvisie van de gemeente over de noodzakelijke en gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en kwaliteiten van Deurne. Ze is opgesteld tegen de achtergrond van een aantal brede maatschappelijke en ruimtelijke vraagstukken en opgaven. De structuurvisie geeft inzicht in de bestaande ruimtelijke kwaliteiten van Deurne, en geeft antwoord op de vraag wat de gemeenschappelijke meerwaarde is van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Daarvoor zijn in deze structuurvisie kaders en uitgangspunten opgenomen. Het plangebied is gelegen in het landelijk gebied met een gemengde plattelandseconomie.

uitsnede kaart structuurvisie 2030

gebied met een gemengde plattelandseconomie Door het verdwijnen van vele tientallen veehouderijen de komende jaren zal de bebouwing in het landschap sterk veranderen. Het platteland is niet langer alleen van de boer. Door ruimte te bieden aan andere functies ontstaat een nieuwe dynamiek. De woon- en recreatieve functies vragen om een gezond en aantrekkelijk verblijfslandschap, waarin water, groen en lokaal georiënteerde infrastructuur belangrijke dragers zijn. Projectspecifiek Helenaveen is een dorp met een gemengde plattelandseconomie. Dit betekent onder andere dat er ter plaatse een voorzieningenniveau moet zijn dat passend is bij het dorp en waarmee de leefbaarheid en de sociale cohesie binnen de dorpsgemeenschap (en het omringende buitengebied) wordt versterkt. Voldoende sport- en speelgelegenheden voor kinderen en jongeren in het dorp is hierbij van groot belang. Het project levert dan ook een belangrijke bijdrage aan de versterking van de leefbaarheid in Helenaveen.

| bestemmingsplan Lagebrugweg 3 Helenaveen gemeente Deurne | status: definitief|

Pagina | 26

3.2.3 Transitieprogramma buitengebied Deurne ‘Ruimte voor kansen’ Het transitieprogramma buitengebied Deurne ‘Ruimte voor Kansen’ is erop gericht om binnen de vier onderstaande programmalijnen projecten, processen en acties op te starten die bijdragen aan een gezond en vitaal buitengebied: Creëren nieuwe perspectieven. Oplossen en voorkomen knelpunten. Aanpak leegstand agrarische bebouwing. Herstel sociale draagkracht. Projectspecifiek Vanuit dit transitieprogramma is een aantal bouwstenen uitgewerkt. Hoewel de bouwstenen niet voorzien in de specifieke situatie van de beoogde verplaatsing van Stichting Jeugdwerk Helenaveen naar sportpark ‘De Stikker’ en het gemeenschappelijk gebruik van het sportpark door meerdere verenigingen, past het project wel binnen de bredere gedachte van de transitie van het buitengebied (meer samenwerking, versterking van voorzieningen, versterking van leefbaarheid van de dorpen).

3.2.4 Gemeentelijk beleidskader kwaliteitsverbetering landschap De gemeente Deurne stelt conform de gestelde voorwaarden uit de provinciale Interim omgevingsverordening, dat elke ruimtelijke ontwikkeling die een wezenlijk ruimtelijk effect heeft op de omgeving gepaard moet gaan met kwaliteitsverbetering van het landschap. Hiertoe zijn drie categorieën van ruimtelijke ontwikkelingen (met bijbehorend kwaliteitsverbetering) opgenomen: Categorie 1: ontwikkelingen met een zeer geringe impact; hiervoor wordt geen (extra) ruimtelijke kwaliteitsverbetering gevraagd, geen tegenprestatie. Categorie 2: ontwikkelingen met een beperkte impact. Dit betreft kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen waarvan het ruimtelijk effect veelal beperkt blijft tot het eigen erf en waarbij slechts in een aantal gevallen een beperkt visueel-ruimtelijk effect is op de directe omgeving. Categorie 3: ontwikkelingen met een aanzienlijke impact. Dit betreft ruimtelijke ontwikkelingen waarvan de ontwikkelingen omvangrijker zijn en/of meer ruimtelijke gevolgen hebben. Projectspecifiek Het aan de orde zijnde initiatief valt binnen categorie 1. Binnen categorie 1 zijn geen extra kwaliteitsverbeteringen van het landschap vereist.

| bestemmingsplan Lagebrugweg 3 Helenaveen gemeente Deurne | status: definitief|

Pagina | 27

HOOFDSTUK 4 4.1

ONDERZOEKSASPECTEN

Geluid

De Wet geluidhinder (Wgh) beschermt de volgende geluidsgevoelige objecten: woningen; andere geluidsgevoelige gebouwen (onder meer onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen); geluidsgevoelige terreinen (onder meer woonwagenstandplaatsen). De Wgh stelt grenzen aan de toegelaten geluidsbelasting ter plaatse van geluidsgevoelige objecten als gevolg van wegen (wegverkeer), spoorwegen (railverkeer) en industrieterreinen (industrielawaai). In casu speelt hier alleen wegverkeerslawaai. Uit art. 74 Wgh vloeit voort dat in principe alle wegen voorzien zijn van een geluidzone, met uitzondering van wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. De zonebreedte is afhankelijk van het gebied (stedelijk of buitenstedelijk) en het aantal rijstroken. Binnen de zones moet een akoestisch onderzoek worden verricht. De voorkeursgrenswaarde voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen bedraagt in die zone op de buitengevel 48 dB (art. 82 Wgh). Op de Lagebrugweg geldt ter hoogte van het plangebied een maximum snelheid van 60 km. Het is een weg in buitenstedelijk gebied met twee rijstroken. Er geldt dus een geluidzone van 250 meter aan weerzijde van deze weg. Deze geluidzone loopt in principe over een deel van het sportpark ‘De Stikker’.

Het project ziet niet op de realisatie van een nieuwe woning, geluidsgevoelig gebouw of – terrein. Akoestisch onderzoek is niet noodzakelijk.

4.2

Bodem- en grondwaterkwaliteit

In het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient aangegeven te worden of de plaatselijke bodemkwaliteit geschikt is voor de wijziging van de bestemming. Het is verboden om bouwwerken waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven te bouwen op verontreinigde grond. Teneinde de kwaliteit van de bodem zeker te stellen dient in zo'n geval een onderzoeksrapport naar de kwaliteit van bodem en grondwater overlegd te worden. Op de locatie Lagebrugweg 3 bevindt zich reeds een clubgebouw (van de voetbalvereniging). Dit gebouw zal in de toekomst zowel door deze voetbalvereniging als door de stichting gebruikt worden voor hun activiteiten. Het clubgebouw wordt hiervoor met een kleine aanbouw (ca. 68 m2) vergroot. Door het beoogde dubbelgebruik van het bestaande clubgebouw en de sportvelden vindt er geen wijziging plaats naar een bodemgevoeligere functie. De functiegevoeligheid blijft identiek, namelijk in beide gevallen bevinden personen zich in het gebouw en op de sportvelden. Als het beoogde dubbelgebruik van gebouwen en gronden dezelfde mate van gevoeligheid houdt als het bestaande legale gebruik dan is er geen bodemonderzoek nodig. Het sportpark ‘De Stikker’ is ook niet bekend als een verdachte locatie. Er hoeft geen bodemonderzoek uitgevoerd te worden.

| bestemmingsplan Lagebrugweg 3 Helenaveen gemeente Deurne | status: definitief|

Pagina | 28

4.3

Luchtkwaliteit

4.3.1 Nationaal beleid In de Wet milieubeheer (Wm) zijn in hoofdstuk 5 onder titel 2 eisen ten aanzien van luchtkwaliteit opgenomen. Daarmee hangen de volgende besluiten en regelingen samen:  Besluit gevoelige bestemmingen  Besluit 'Niet in betekenende mate' (NIBM)  Regeling 'Niet in betekenende mate' (NIBM) Deze wet- en regelgeving omvat maatregelen om aan de ene kant de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken en aan de andere kant te voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging.

4.3.2 Besluit gevoelige bestemmingen Conform artikel 5.16a van de Wm kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) nadere regels worden gesteld om te voorkomen dat bij een (dreigende) overschrijding van één of meerdere grenswaarden projecten doorgang vinden die er toe leiden dat het aantal blootgestelden met een verhoogde gevoeligheid toeneemt. In dit kader is het Besluit gevoelige bestemmingen (Besluit) opgesteld. Het Besluit beperkt de mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen uit te voeren in overschrijdingssituaties voor zogenaamde 'gevoelige bestemmingen'. Tot die gevoelige bestemmingen worden scholen, kinderopvang en bejaarden-, verpleeg- of verzorgingshuizen gerekend. In het Besluit is aangegeven dat moet worden onderzocht of op een locatie sprake is van een daadwerkelijke of een dreigende overschrijding van de grenswaarden, indien de locatie is gelegen binnen 300 meter vanaf Rijkswegen of binnen 50 meter vanaf provinciale wegen. Conclusie Het onderhavige project heeft geen betrekking op een van de bovengenoemde gevoelige bestemmingen. Het Besluit gevoelige bestemmingen is verder niet van toepassing.

4.3.3 Niet in betekenende mate (NIBM) In de AMvB 'Niet in betekenende mate' en de ministeriële regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen opgenomen die binnen de getalsmatige grenzen vallen en daardoor niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit worden uitgevoerd. Het gaat hierbij om de volgende categorieën: a. inrichtingen b. infrastructuur c. kantoorlocaties d. woningbouwlocaties De voorgenomen initiatief behoort niet tot een in de Regeling genoemde categorie. Er dient een toetsing aan het Besluit NIBM (luchtkwaliteitseisen) plaats te vinden. Toetsing fijn stof en stikstofdioxide afkomstig van verkeersbewegingen Het extra te verwachten verkeer ten gevolge van de vestiging c.q. activiteiten van de stichting op sportpark ‘De Stikker’ kan worden ingeschat op ca.50 verkeersbewegingen per maand (worstcase). Op basis van informatie van de stichting blijkt dat er gemiddeld 2 activiteiten per maand georganiseerd worden, waaraan maximaal ca. 50% van de leden (nu 85 met een doorgroei naar 100 leden) deelneemt. Het betreft dan maximaal 50 kinderen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Deurne&id=0a838fce-758a-463c-b89f-789eba0f576a