CConstaterende datDeurne
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Concept Koersdocument Omgevingsvisie Deurne 2050

Raadscommissie Samenleving en Bestuur 13 maart 2025, gemeente DeurneBij agendapunt: Opiniërend behandelen Koersdocument10.637 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Van Onderwerp Ontvangen Grootte Categorieën Omgevingswerken Noord-BrabantBevestiging aanmelding kennismiddag Omgevingswet en milieueffectrapportage op 2 november 2023 14:09 68 kB

KOERSDOCUMENT OMGEVINGSVISIE DEURNE 2050 het raamwerk voor de Omgevingsvisie Deurne

Losse bijlagen 1. Verhaal van Deurne, toekomstperspectief Deurne 2050 – West8 – januari 2025 2. Economische profiel Deurne – Ginder – januari 2025 3. Participatiebijlage koersdocument Omgevingsvisie – februari 2025 Posters 1. Deurnese Pijlers – West8 – januari 2025 2. Ontwikkellijn 1: Deurne, natuurlijk en beleefbaar 3. Ontwikkellijn 2: Deurne, herkenbaar en verbonden 4. Ontwikkellijn 3: Deurne, dynamisch en ondernemersgezind

Colofon Bestuurlijk opdrachtgever: Ambtelijk opdrachtgever: Opsteller: Status: Datum:

wethouder M. Vrijnsen-De Corte V. Henskens Team Ruimte Ontwikkeling, R. van Nuenen concept tbv opiniërende bespreking in commissie 11 maart 2024 januari 2025

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

Inleiding ............................................................................................................................................................................ 1 1.1

Doel van het koersdocument ......................................................................................................................................... 1

1.2

Context: de Omgevingswet ........................................................................................................................................... 1

1.3

De Deurnese opgaven en schaalsprong Brainport ............................................................................................................. 1

1.4

Het traject naar de Omgevingsvisie ................................................................................................................................ 3

De Deurnese identiteit ......................................................................................................................................................... 6 2.1

Onze missie en waarden ............................................................................................................................................... 6

2.2

Onze kernkwaliteiten en basiswaarden ............................................................................................................................ 6

De Deurnese koers .............................................................................................................................................................. 8 3.1

Inleiding...................................................................................................................................................................... 8

3.2

Richtinggevende principes in de vorm van Deurnese pijlers ............................................................................................... 9

3.3

De thematische toepassing van de Deurnese pijlers .........................................................................................................10

3.4

Vertaling naar drie ontwikkellijnen .................................................................................................................................20

3.5

Een gebiedsgerichte benadering ....................................................................................................................................29

Het vervolg .......................................................................................................................................................................30 4.1

De doorvertaling naar een omgevingsvisie ......................................................................................................................30

4.2

Omgevingseffectrapportage ..........................................................................................................................................31

4.3

De doorwerking...........................................................................................................................................................31

4.4

Kostenverhaal .............................................................................................................................................................33

4.5

Concrete plannen en de Deurnese barcode .....................................................................................................................35

Begrippen- en bronnenlijst ..................................................................................................................................................36

Bijlage: Gebiedsgerichte benadering

OMGEVINGSWET –> OMGEVINGSVISIE –> OMGEVINGSPROGRAMMA’S –> OMGEVINGSPLAN -> OMGEVINGSVERGUNNING De Omgevingsvisie vormt het fundament onder het gemeentelijk omgevingsbeleid. De Omgevingsvisie vormt de kapstok voor de later op te stellen programma’s die gericht zijn op uitvoering van het beleid uit de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie gaat over de lange termijn, de programma’s gaan over de korte termijn. De Omgevingswet maakt een scherp onderscheid tussen het ‘wat’ in de Omgevingsvisie en het ‘hoe’ in de programma’s. Dit onderstreept het belang van de Omgevingsvisie voor de raad: het is in feite de opdracht die de raad aan het college geeft met betrekking tot de fysieke leefomgeving. De programma’s worden door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. Het Omgevingsplan zorgt vervolgens voor de juridische borging van de Omgevingsvisie en de programma’s. Het omgevingsplan wordt eveneens door de gemeenteraad vastgesteld. Omgevingsvergunningen die worden ingediend om bepaalde initiatieven te kunnen realiseren, worden vervolgens getoetst aan het Omgevingsplan.

Figuur 1: Kerninstrumenten onder de Omgevingswet

1 Inleiding Deurne staat voor complexe opgaven met mogelijk grote impact. Na gesprekken met inwoners, betrokken partijen, experts, ambtenaren, het college van burgemeester en wethouders en raadsleden wordt nu het document ‘Koers Omgevingsvisie Deurne 2050’ opgeleverd. Dit koersdocument dient als raamwerk en geeft richting aan een omgevingsvisie. 1.1

Doel van het koersdocument

In het koersdocument staat hoe en waar inwoners in 2050 kunnen wonen, werken, ontmoeten, spelen en recreëren binnen onze gemeente Deurne. Het is de eerste uitwerking van de koers, waarin de ambities voor een gezonde, duurzame en veilige omgeving voor de toekomst uitgesproken en vastgelegd zijn. In deze ruimtelijke koers kijkt de gemeente vooruit, zodat er bewustwording ontstaat om met grote veranderingen om te kunnen gaan. Een integrale benadering van de thema’s is daarbij essentieel. Want wonen heeft invloed op werken en werken heeft invloed op wonen. En al de verschillende thema’s hebben invloed op de fysieke leefomgeving en zijn afhankelijk van de (schaarse) ruimte waarin ze een plek horen te krijgen. Zo zijn alle grote thema’s met elkaar verbonden en kunnen keuzes die gemaakt (moeten) worden op meerdere vlakken consequenties hebben. Dit koersdocument wordt vastgesteld door de gemeenteraad van Deurne. De raad toetst te zijner tijd of het college een Omgevingsvisie heeft gemaakt die voldoet aan de uitgangspunten uit dit koersdocument. Na vaststelling van het koersdocument gaat het college aan de slag met het opstellen van de Omgevingsvisie. De uiteindelijke Omgevingsvisie wordt naar verwachting eind 2026 vastgesteld door de gemeenteraad. Deze omgevingsvisie vervangt dan de ‘Structuurvisie Deurne 2030’. 1.2

Context: de Omgevingswet

Met de komst van de Omgevingswet, per 1 januari 2024, is het opstellen van een omgevingsvisie voor iedere gemeente verplicht. Die verplichting is ook een kans. Een kans om een visie te ontwikkelen die de verschillende beleidsdomeinen binnen de fysieke en sociale leefomgeving samenbrengt en de koers uitzet voor de ruimtelijke ontwikkeling van onze gemeente. Daarmee wordt het een richtinggevend document dat het ruimtelijk beleid van de gemeente Deurne op hoofdlijnen beschrijft. De omgevingsvisie bevat nog geen uitwerking van dat beleid of het benoemen van maatregelen. Dat is onderdeel van de omgevingsprogramma’s. Na vaststelling wordt de omgevingsvisie een zelfbindend document. Daarmee geeft de gemeenteraad het college kaders waarbinnen het kan handelen (voor een verdere verdieping zie verder figuur 1 of paragraaf xx). 1.3

De Deurnese opgaven en schaalsprong Brainport

De ligging van Deurne in de Brainportregio brengt een grote uitdaging met zich mee. De kracht van de regio zit in een sterk economische ecosysteem in combinatie met aantrekkelijke stedelijke en landelijke gebieden. De regio heeft de ambitie om deze sterke positie vast te houden, niet alleen op economisch gebied maar ook omdat het kan bijdragen aan de brede welvaart voor iedereen. Naast het realiseren van werkgelegenheid kan een sterke positie ook bijdragen aan de verbeteringen op de aspecten gezondheid, onderwijs, gelijkheid, sociale 1

cohesie, milieu en cultureel erfgoed. Deze ambitie leidt tot een groei van woningen en werklocaties en vraagt om nieuwe vormen van mobiliteit om de regio bereikbaar te houden. Bovendien vereist dit het behouden en waar mogelijk versterken van de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit en het bewustzijn dat ook de transitie landelijk gebied, de energietransitie en de klimaataanpassingen om ruimtelijke aanpassingen vragen. Momenteel telt de gemeente Deurne circa 14.000 woningen. Met de aanwezigheid van een intercitystation en de functie als subregionale knoop ontstaan voor Deurne kansen om substantieel bij te dragen aan de vergroting van de netwerkkracht van de regio. De gemeente heeft de ambitie minimaal 1.500 woningen tussen 2022 en 2030 toe te voegen en een extra groei in de periode tot 2040. Het voorlopig uitgangspunt op basis van de regionale afspraken is een groei met nog eens 7.000 woningen (zeer indicatief), dus circa 8500 woningen in de periode 2022-2040 met een navenante groei aan maatschappelijke voorzieningen en ruimte voor ontspanning en klimaatadaptatie. Om de balans als woon-werkgemeente te behouden en waar mogelijk te versterken Figuur 2 Stedelijk systeem van de regio: steden/regionale knopen (rood-geel) gaat het ook om het toevoegen van 2.500 tot 7.500 subregionale knopen (rode cirkels) - dorpen (grijze cirkels) arbeidsplaatsen.

Ook wil Deurne uiterlijk in 2050 klimaatneutraal zijn en dus zijn er investeringen in de energietransitie te realiseren. Deze ontwikkelingen resulteren allemaal ook in grote uitdagingen op het gebied van mobiliteit. Naast de stedelijke functies van wonen en werken kent Deurne ook een groot landelijk gebied. Dit gebied vormt een belangrijk onderdeel van ons dagelijks leefsysteem. Onze ambitie is dat het landelijk gebied leefbaar, toekomstbestendig en economisch vitaal is, zodat het bijdraagt aan een concurrerend vestigingsklimaat en invulling geeft aan de brede welvaart. Een gezonde leefomgeving en aantrekkelijke landschappen dragen in belangrijke mate bij aan het welbevinden van onze inwoners en onze bezoekers. Ons landelijk gebied is aan het veranderen. Zowel de stoppende bedrijven als ook de schaalvergroting hebben grote gevolgen maar bieden ook kansen voor nieuwe bedrijvigheid, energieopwekking en natuur- en landschapsversterking. Het is dus van belang om als gemeente zelf koers te bepalen maar de opgaven binnen de regio niet stoppen bij de gemeentegrens.

2

1.4

Het traject naar de Omgevingsvisie

Op 7 juli 2020 heeft het college de ‘Startnotitie Omgevingsvisie’ vastgesteld. In deze startnotitie is bepaald om in 4 stappen te komen tot een omgevingsvisie (zie figuur 2: processtappen omgevingsvisie). Stap 1: Bepalen uitgangspositie Het resultaat van stap 1, de ‘uitgangspuntennotitie Omgevingsvisie’ 1 is op 9 februari 2021 in de raadscommissie Omgeving besproken. In deze stap zijn de keuzes die in het kader van de omgevingsvisie moeten worden gemaakt in beeld gebracht. De uitgangspuntennotitie geeft aan welke beleidsonderwerpen actueel zijn en niet (opnieuw) ter discussie hoeven te staan en welke onderwerpen onvoldoende in het bestaande beleid zijn verankerd. Naast het beeld van opgaven en de vraagstukken die in het kader van de omgevingsvisie besproken moeten worden, is in de uitgangspuntennotitie ook een doorkijk naar stap 2, het keuzeproces, gegeven. Figuur 3: Processtappen Omgevingsvisie

1

Link naar agenda commissievergadering Omgeving 9 februari 2021. Het betreft agendapunt 4.

3

Stap 2: Het keuzeproces In stap 2 is een ‘Foto van de leefomgeving’ opgesteld – een rapport waarin de huidige stand van zaken van de fysieke leefomgeving aan de hand van thema’s is geanalyseerd. De samenleving is in 2021 geraadpleegd via een enquête mee te denken over de identiteit en toekomst van Deurne. Op basis van de resultaten van deze enquête heeft een verdieping plaatsgevonden, ook met externe partners. Op 12 oktober 2021 is de raadscommissie Omgeving2 geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot het keuzeproces, de Foto van de leefomgeving en de uitkomsten van de maatschappelijke consultatie. De opbrengsten van de bespreking in de commissie, de uitkomsten van de maatschappelijke en interne consultatie en de Foto zijn besproken in een werksessie met de gemeenteraad en commissieleden op 30 november 2022. Vervolgens zijn in 2023 diverse thematische werksessies (wonen, buitengebied, energie) en een Koersdag georganiseerd om de gemeenteraad te betrekken, meer achtergrond, inhoud en comfort te geven om toekomstige keuzes te kunnen maken. In 2024 is gestart met het traject ‘Toekomstperspectief Deurne 2050’ (RIBMV-2407 en RIB-MV-2412 en figuur 3). Het bureau West8 heeft het ‘Verhaal van Deurne’ opgesteld. Het doel van het ‘verhaal’ is het komen tot een narratief.

Wat is Deurne voor een gemeente, wat is onze identiteit, waar liggen onze basiswaarden en kernkwaliteiten, hoe zien wij dit naar de toekomst en wat zijn dan onze belangrijke pijlers? Deze pijlers zijn richtinggevend en bepalend voor de koers die wordt ingeslagen. Het ‘verhaal’ vormt de basis voor onderhavig koersdocument. Het ‘Verhaal van Deurne’3 is als losse bijlage beschikbaar. Figuur 4: Toekomstperspectief Deurne

In de raadscommissievergadering Omgeving van 11 maart 2025 wordt het

2 Link naar agenda commissievergadering Omgeving 12 oktober 2021. Het betreft agendapunt 8. 3 P.m., bij publicatie link opnemen naar ‘Verhaal van Deurne, toekomstperspectief Deurne 2050’, opgesteld door West8, januari 2025

4

concept koersdocument opiniërend besproken. De resultaten van een brede inwonersconsultatie kunnen hierbij worden betrokken. Deze loopt in de maand februari in de vorm van een online enquête, bijeenkomst en – specifiek voor jongeren – een fotowedstrijd 'Het mooiste plaatje'. Een volledig overzicht van de stappen die zijn gezet in participatie en communicatie is als losse bijlage 4 beschikbaar. Stap 3 en 4: Opstellen en vaststellen omgevingsvisie Met het vaststellen van het koersdocument en daarmee het vastleggen van de ambities en (beleids)doelen wordt de basis gelegd voor plannen in de fysieke leefomgeving. Deze plannen kunnen, ondersteund door de wijze waarop ze worden vastgelegd in een Omgevingsvisie, worden uitgevoerd. Het opstellen van de Omgevingsvisie is onderdeel van stap 3 en 4.

4

P.m., bij publicatie link opnemen naar ‘Participatie koersdocument omgevingsvisie’

5

2 De Deurnese identiteit 2.1

Onze missie en waarden

De gemeente Deurne kenmerkt zich als een woon-, werk- en leefgemeente. Het is een gemeente met een sterke centrale kern, goede voorzieningen en verbindingen, een gevarieerd landelijk gebied en levendige kerkdorpen met elk een eigen karakter. Een gemeente die wil blijven boeien en haar inwoners en bezoekers wil binden en verbinden. De hoofdlijn van de Toekomstvisie 2030 is Deurne, prettig wonen en leven in de Peel! De missie en centrale waarden vormen het overkoepelende kader voor de omgevingsvisie. In het verdere proces is het achterliggend doel het verbeteren van de kwaliteit van leven van onze inwoners en bezoekers. Ontwikkelingen moeten bijdragen aan een gezonde leefomgeving en versterking van de omgevingskwaliteit. 2.2

Onze kernkwaliteiten en basiswaarden

Deurne heeft enkele ruimtelijke kwaliteiten waar inwoners zich in herkennen en trots op zijn. Dit is samengevat naar de 5 belangrijkste identiteitsbepalende kernkwaliteiten: IDENTITEIT CULTUUR

KERNKWALITEIT Veelzijdig, herkenbaar en voor iedereen

NATUUR

Beleefbaar en divers

DORPS (MET STADSE TREKKEN)

Volwaardig en verbonden

AGRARISCH

Boerenlandschap met karakter

ONDERNEMEND

Kraamkamer van duurzame innovatie

6

KENMERKEN Bruisend, herkenbaar, innovatief, inclusief, voor iedereen, divers, saamhorig Divers, weids-fijnmazig, toegankelijk, ontspanning, recreatie en toerisme, biodiversiteit Divers, verbonden, bereikbaar, passende voorzieningen, mobiliteit, saamhorig Vakmanschap, verantwoordelijkheid mens en maatschappij, landschapsbeheer, ketensamenwerking Welzijn, welvaart, innovatie, kraamkamer

Deze kwaliteiten worden beschermd en toekomstige ontwikkelingen moeten aan deze kwaliteiten bijdragen. Deze zijn daarom vertaald naar de vijf ‘Deurnese waarden’. Deze waarden worden niet ter discussie gesteld, er wordt niet aan getornd en ze zijn uitgangspunt bij toekomstige planvorming.

De Deurnese waarden 1 Hechte gemeenschappen vormen het hart van de Deurnese samenleving 2 Bijzondere identiteiten van de Deurnese Peeldorpen en buurtschappen 3 Zes verweven toplandschappen, verbonden via dorpsstraten en bebouwingslinten 4 Een regio gevuld met een rijke en gelaagde cultuurhistorie 5 Traditie van pionieren en hard werken

7

3 De Deurnese koers 3.1

Inleiding

De vraag ‘Wat voor gemeente willen we zijn?’ vormt de basis voor de uitwerking van de koers. Dit hoofdstuk beschrijft de koers die bepalend is voor de ruimtelijke inrichting van grondgebied van Deurne. De koers is een volgende stap in het proces om te komen tot een omgevingsvisie. Het volgt op de uitgangspuntennotitie en de ‘Foto van de leefomgeving’5. De ruimtelijke opgaven zijn is vertaald in strategische ambities en (beleids)doelen. Door deze te koppelen aan de Deurnese pijlers wordt de basis gelegd om de keuzes te maken in de omgevingsvisie. De opgaven kunnen hierdoor in samenhang worden benaderd met integraal en regionaal perspectief.

Figuur 5 Deurnese ruimtelijke ordening, integraal en regionaal werken (bron: Verhaal van Deurne, West8, januari 2025)

5

8

Link naar Foto van de leefomgeving

In het raadsprogramma 2022-2026 ‘Deurne: Daar doen we het voor’6 worden vier kernopgaven onderscheiden: • Vitale kernen; • Vitaal buitengebied • Gezonder Deurne • Duurzaam Deurne Hierbij zijn de eerst twee kernopgaven ruimtelijk en de laatste twee kernopgaven gebiedsgericht. Onderling zijn ze met elkaar verbonden. Keuzes ten aanzien van de ene kernopgave hebben invloed op de andere kernopgaven. Omdat water en bodem leidende factoren zijn voor de ruimtelijke ordening, is ‘de ondergrond als fysieke basis’ als opgave toegevoegd. Leeswijzer In dit hoofdstuk volgt eerst toelichting op de Deurnese pijlers en de thematische toepassing van de pijlers. Vervolgens is er voor gekozen om vanuit de kernopgaven te komen tot een verdieping in thema’s op strategische ambitie en (beleids)doelen. Dit is uitgewerkt naar drie ontwikkellijnen. Tot slot volgt een gebiedsgerichte uitwerking. 3.2

Richtinggevende principes in de vorm van Deurnese pijlers

Het ‘Verhaal van Deurne’7 heeft tot tien richtinggevende pijlers geleid. Deze tien richtinggevende pijlers8 ondersteunen bij het maken van de toekomstige strategische keuzes om te komen tot een ontwikkeling van Deurne in relatie tot een duurzame schaalsprong Brainport. De pijlers zijn integraal en overkoepeld en gebaseerd op uitgebreide dialogen met experts, ambtenaren, gemeenteraadsleden en analyses.

6

Link naar raadsprogramma Gemeente Deurne 2022-2026

7

Het ‘Verhaal van Deurne’ is opgesteld door West8 en als losse bijlage beschikbaar. Voor meer informatie zie ook pagina 4 8 De tien richtinggevende pijlers zijn het resultaat van het ‘Verhaal van Deurne en als losse bijlage in de vorm van een poster beschikbaar

9

De éérste van de tien pijlers ziet op de ruimtelijke ordening in algemene zin en is overkoepelend van aard. Nieuwe ontwikkelingen moeten altijd vanuit een samenhang en integraliteit aangevlogen worden. Deze eerste pijler fungeert daarom als verbindende schakel naar de andere negen pijlers die thematisch van aard zijn. De overkoepelende pijler:

3.3

De thematische toepassing van de Deurnese pijlers

Een pijler is bedoeld als principe, een basis om richting te geven aan de toekomstige ruimtelijke inrichting van Deurne. De keuzes die hierbij gemaakt moeten worden zijn complex en veelomvattend. Vaak is wel (enigszins) duidelijk welke richting de voorkeur of meest gewenst is en welke thema’s daarbij aan de orde zijn. Met de thematische benadering van de pijlers wordt sectoraal richting gegeven. Door deze vervolgens ruimtelijk en integraal te vertalen naar verschillende scenario’s kan inzichtelijk worden gemaakt waar sprake is van een versterking op thema’s maar ook van een conflict. Dit is helpend bij het maken van afgewogen, onderbouwde keuzes en uiteindelijk besluiten. Iedere pijler bevat een opsomming ter ondersteuning en uitwerking van de richting van de pijler. Leeswijzer Per kernopgave wordt gestart met een opsomming van de relevante thema’s. Vervolgens worden per thema de trends en ontwikkelingen beschreven en worden de ambitie met doelen bepaald. Afsluitend wordt bij ieder thema, indien aannemelijk, een koppeling gemaakt met de meest relevante Deurnese pijlers. Dit als houvast voor het leggen van accenten of het stellen van prioriteiten bij te maken van de toekomstige keuzes.

10

3.3.1 De ondergrond als fysieke basis De ondergrond fungeert als drager voor diverse bovengrondse functies. Het natuurlijke bodem- en watersysteem is dé basis van de fysieke leefomgeving, en vormt een belangrijke randvoorwaarde voor allerlei bovengrondse ontwikkelingen. Daarnaast beïnvloeden deze bovengrondse ontwikkelingen de ondergrond ook. Om de ondergrond optimaal te benutten voor allerlei maatschappelijke opgaven (energietransitie, klimaatverandering, demografische en technologische ontwikkelingen) is het dus zaak inzicht te hebben in de ondergrond. Onze leefwereld kan alleen duurzaam worden ingericht en problemen worden voorkomen als er voldoende aandacht is voor de bovengrond én de ondergrond. Binnen de basisopgave ‘Ondergrond als fysieke basis’ spelen de volgende drie thema’s: 1. bodem en water; 2. natuur, landschap en groen; 3. cultuur en erfgoed. Figuur 6: lagenbenadering (bron: Dauvellier)

Thema 1: bodem en water Trends en ontwikkelingen: De energietransitie (co2-opslag, alternatieve brandstoffen, netcongestie e.d.) geeft nieuwe ruimtelijke uitdagingen rond ondergrondse opslag en opslag van brandstoffen. Er is door de jaren heen een landschap gecreëerd waar regenwater te snel wordt afgevoerd en gronden een functie claimen die beter anders ingezet kan worden. Het streven is om terug te gaan naar een landschap dat in balans met de aarde en waar water, natuur, landbouw, infrastructuur en wonen geïntegreerd zijn. Ambitie:

De ondergrond als schakel.

Doelen

• •

De bodem als natuurlijke drager van de identiteit; de fysisch-geografische opbouw is de basis voor (nieuwe) ontwikkelingen Ontwikkeling van ruimtelijke kwaliteit; blauwe en groene structuren als dragers van het landschap

Geen specifiek verband met een thematische Deurnese pijler.

11

Thema 2: natuur, landschap en groen Trends en ontwikkelingen: Er is steeds meer verrommeling en versnippering van het landschap. De intensieve manier van voedselproductie heeft een negatief effect op het landschap, de bodem, de bodemkwaliteit en biodiversiteit, het milieu en de volksgezondheid. Kwaliteit en inrichting van de leefomgeving wordt steeds belangrijker. Ambitie:

Meer, kwalitatief beter en bereikbaar.

Doelen

• • •

Een aantrekkelijk landschap met robuuste natuur en goede verbindingen, o.a. het verbinden van groenstructuren (verbinden stad en platteland) Het creëren van de juiste condities waarbinnen een biodiverse buitenruimte zich duurzaam kan ontwikkelen en natuurwaarden worden verbeterd Het realiseren van een groen en herkenbare buitenruimte die de identiteit van Deurne in al zijn facetten versterkt

Thema 3: cultuur en erfgoed Trends en ontwikkelingen: Bij cultureel erfgoed heeft de nadruk altijd gelegen op conserveren en behouden. Door digitale representatie van erfgoed ontstaan er echter allerlei mogelijkheden om op speelse, rebelse en zelfs destructieve wijze nieuwe verhoudingen aan te gaan tussen publiek en erfgoed. Steeds vaker hebben kunst en cultuur naast een artistieke component ook een sociaalmaatschappelijk doel, zoals bewustwording en gedragsverandering. Hierbij kan worden gedacht aan het vormgeven van publieke ruimtes door in samenwerking met kunstenaars een toekomstbestendige leefomgeving te realiseren. Openbare ruimtes met een duidelijke functie worden vaker multifunctioneel ingezet voor culturele doeleinden. Een ruimte die eerst één doel diende, zoals de bibliotheek, wordt nu ook een ontmoetingsplek, een inspiratieruimte en een workshopruimte. Ambitie:

(Cultuur)historische waarden benutten door beleving, bescherming en ontwikkeling.

Doelen

•

12

Erfgoed betrekken bij ruimtelijke ontwikkelingen en ingrepen

• • • •

Kasteel- en groenstructuur beschermen Bouwen in Peelrandbreuken en op wijstgronden wordt afgewezen Gebruik van elementen die van oudsher aanwezig zijn Bouwen aan gemeenschappen als drijvende kracht

3.3.2 Vitale kernen Deurne wil een gemeente zijn die blijft boeien en zijn inwoners wil binden en verbinden. Dit is belangrijk voor onze samenleving. Ook is het goed voor ons voorzieningenniveau en onze basisstructuur. Ontmoeten, onderwijs, bewegen en mobiliteit zijn daarbij belangrijke begrippen. Nieuwe inwoners zijn welkom. Dat brengt vitaliteit in onze samenleving. Binnen kernopgave ‘Vitale kernen’ spelen de volgende vier thema’s: 4. verstedelijking; 5. wonen, welzijn en zorg; 6. werken; 7. mobiliteit. Recent is voor de gemeente Deurne een economisch profiel aangevuld met bouwstenen en ontwikkellijnen opgesteld 9. Deze is als losse bijlage bijgevoegd. Thema 4: verstedelijking Trends en ontwikkelingen:

Ambitie: 9

Demografische groei en economische ontwikkeling moeten niet direct leiden tot uitbreiding van het stedelijk gebied. Bij voorkeur betreft verstedelijking een compacte multimodale ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied en de versnelde ontwikkeling van betaalbare woningen die aansluiten op de kwalitatieve behoefte van mensen. Nieuwe woningen moeten op geschikte locaties worden gebouwd. Doorontwikkeling tot een volwaardig knooppunt en levendige dorpen.

P.m., bij publicatie link opnemen naar ‘Economisch profiel’, opgesteld door Ginder, januari 2025

13

Doelen

• • • • •

Behoud en versterking van de bovenlokale functie als voorzieningen-hart in de Peel; een sterk en levensvatbaar centrum Uitbouwen van de stationsomgeving tot robuuste mobiliteitshub als toegangspoort en visitekaartje Accommoderen van de regionale woningbouwopgaven met een extra plus Een passende fysieke basisinfrastructuur voor versterking van de leefbaarheid van de wijken en dorpen (waaronder het voorzieningenniveau) Inzetten op nieuwe economische dragers

Geen specifiek verband met een thematische Deurnese pijler. Thema 5: wonen, welzijn en zorg Trends en ontwikkelingen: De druk op de woningmarkt is hoog. Het aantal huishoudens in Deurne stijgt en de behoefte aan een betaalbaar en een divers woningaanbod neemt toe. De samenleving verandert continu: de mensen, de behoeften en de mogelijkheden. Belangrijke aandachtspunten voor het wonen zijn de vergrijzing in combinatie met langer zelfstandig wonen, de toenemende vraag naar woonruimte door ‘andere doelgroepen’ (wonen met begeleiding, vergunninghouders, arbeidsmigranten) en de betaalbaarheid van het wonen voor bijvoorbeeld starters, maar ook vanuit noodzakelijke duurzaamheidsinvesteringen. Er is sprake van een groei in sociale ongelijkheid, een toename van kinderen met een zorgvraag, een toenemende eenzaamheid en een verdergaande individualisering. Ambitie:

Passend, geschikt en toekomstbestendig.

Doelen

• • •

14

Realiseren van een divers aanbod aan woningen dat aansluit bij de behoefte van verschillende levensfasen van verschillende doelgroepen Creëren van een woonomgeving die toegankelijk en bereikbaar is en uitnodigt tot ontmoeten Het geluk, welzijn en de verbondenheid van onze inwoners bevorderen door te focussen op preventie, bewustwording en zorgen voor elkaar

Thema 6: werken Trends en ontwikkelingen:

De demografische ontwikkeling zorgt voor structurele krapte op de arbeidsmarkt. Dit laat een verandering zien van een klassieke arbeidsmarkt naar een arbeidsmarkt op maat. Op werkgebied is er een groeiende aandacht voor een balans tussen werk en privéleven. De toenemende digitalisering, automatisering, robotisering en opkomst van AI hebben invloed op de manier van werken en ondernemen. De economische groei zit met name in de maakindustrie, voedselproducerende en verwerkende bedrijvigheid. Het consumentengedrag heeft invloed op de functie van het centrum met leegstand tot gevolg.

Ambitie:

Verzilveren van kansen binnen de regionale dynamiek.

Doelen

• • • • •

Profiteren van de economische dynamiek en tegelijkertijd het eigen karakter behouden Werkgelegenheidsgroei evenwichtig aan de bevolkingsgroei Versterken van de bedrijvendynamiek Juiste economische functie op de juiste plek Aantrekkelijk verblijfsklimaat werklocaties (centrum, bedrijventerreinen, buitengebied)

15

Thema 7: mobiliteit Trends en ontwikkelingen:

Toename van vrijwel alle vormen van vervoer waarbij de auto is het meest dominant is. Gezondheid en milieu worden nog belangrijker. De daling van het aantal verkeersdoden stagneert, terwijl het aantal verkeersgewonden al jaren toeneemt. De uitdaging zit in slimme, innovatieve mobiliteitsoplossingen die zorgdragen voor een duurzame en verkeersveilige omgeving.

Ambitie:

Bereikbaar, veilig, leefbaar en duurzaam.

Doelen

• • • •

Het optimaal benutten van de mogelijkheden die de fiets biedt Versterking van het station tot mobiliteitsknooppunt Transitie naar een hoogwaardig, veilig, kwalitatief en duurzaam mobiliteitssysteem In stand houden en bereikbaar houden bestaande voorzieningen

3.3.3 Vitaal buitengebied De opgaven in het buitengebied zijn divers en complex. De omvorming van het buitengebied zijn, mede door (Rijks)overheidsmaatregelen, in volle gang. Het is continu zoeken naar een nieuwe balans waarin het buitengebied ‘gezonder’ wordt, en het daarnaast economisch, maatschappelijk en wat betreft natuur vitaal blijft. Binnen kernopgave ‘Vitaal buitengebied’ spelen de volgende twee thema’s: 8. landbouwtransitie; 9. vrijetijd(seconomie). Thema 8: landbouwtransitie Trends en ontwikkelingen: De omschakeling naar een meer duurzame vorm van landbouw (natuurinclusief – landschapsinclusief, kringloop, emissiearm etc.), gaat gepaard met vele stoppers. Er komen steeds minder boeren. Overblijvers zoeken enerzijds naar nieuwe verdienmodellen en andere vormen van voedselvoorziening in combinatie met voedselproductie en anderzijds naar meer circulariteit en natuurinclusiviteit. 16

Ambitie:

Bereikbaar, veilig, leefbaar en duurzaam.

Doelen

• • • • •

Behoud van een economisch vitaal buitengebied door het creëren en benutten van nieuwe kansen Versterken verbinding tussen stad en platteland, synergie creëren tussen landbouw en maakindustrie Meer integratie tussen de agrarische sector en natuur Oplossen en voorkomen van knelpunten Herstel sociale draagkracht

Thema 9: vrijetijd(seconomie) Trends en ontwikkelingen:

De toeristisch-recreatieve sector is over de gehele linie een groeimarkt. Voor verblijfsrecreatie vormen shortbreaks, een onderscheidende beleving en behoefte aan transparantie over bijvoorbeeld prijs, boekingsmogelijkheden en beoordelingen belangrijke ontwikkelingen. Aansluiting op technologische ontwikkelingen, onderscheidende concepten en verbinding met de lokale omgeving vormen belangrijke succesfactoren. De vergrijzende bevolking heeft over het algemeen veel tijd, deels een hoog bestedingspatroon, maar kan ook kritisch zijn. Er is behoefte aan kwalitatieve bijzondere belevingen en een groeiende belangstelling voor cultuur(historie).

Ambitie:

Natuur en cultuur als basis.

Doelen

• • •

Een aantrekkelijk, beleefbaar en levendig landschap en kernen Benutten, spreiden en verleiden naar karakter en draagkracht gebied Herstel sociale draagkracht

17

3.3.4 Gezonder Deurne De gemeente Deurne streeft ernaar dat alle inwoners op een prettige manier in de eigen omgeving leven. Ze zetten zich in, naar vermogen, voor de bredere gemeenschap. Zelfredzaamheid is het uitgangspunt en waar nodig biedt de gemeente ondersteuning. Gezondheid raakt alle leefgebieden. Gezondheid is niet alleen prettig voelen en meedoen: het gaat om mentale gezondheid, fysieke gezondheid als ook om een sociaaleconomische gezondheid. Thema 10: gezondheid Trends en ontwikkelingen:

De aandacht voor gezondheid neemt toe. Bijvoorbeeld door toename van het aantal rookvrije zones, met name op plekke waar veel kinderen komen. Kinderen spelen echter steeds minder vaak buiten en sporten minder. Kinderen en volwassenen hebben vaker overgewicht. Er is een sterke relatie tussen inkomen en gezondheid. Lawaai en lichtvervuiling nemen toe door verstedelijking en mobiliteit. De gezondheidseffecten van fijnstofuitstoot zijn beter in beeld. Door klimaatverandering zijn er meer kansen op crises: natuurbranden, overstromingen. De tolerantie binnen de samenleving staat onder druk. Toenemende ondermijning.

Ambitie:

Een hoogwaardig woon-, leef- en verblijfsklimaat in een gezonde en groene omgeving.

Doelen

• • •

18

Brede verbondenheid met een integraal langdurend en samenhangend gezondheidsbeleid Versterken van de ketenaanpak wonen-welzijn-zorg Het bevorderen van de gezondheid en vitaliteit van de inwoners van Deurne

3.3.5 Duurzamer Deurne De gemeente Deurne heeft een groeiende verantwoordelijkheid in de Europese en landelijke duurzaamheidsdoelstellingen. De keuzes op het wereldtoneel hebben daarmee ook betekenis voor onze inwoners en ondernemers, in de directe leefomgeving, achter de voordeur, in het gedrag en in de portemonnee. Het vraagstuk vertaald zich in het houden van droge voeten, gezondheid en voldoende betaalbare energie in de toekomst. Thema 11: duurzaamheid Trends en ontwikkelingen:

Het klimaat verandert. De gemiddelde temperatuur stijgt de komende decennia met als gevolgen: hittestress, langere periodes van droogte en extreme neerslag. De wereld heeft een te hoge vraag naar grondstoffen. Dit maakt de overgang noodzakelijk van een keteneconomie naar een circulaire economie: van verbruik naar hergebruik en van lineaire bedrijfsprocessen naar circulaire processen.

Ambitie:

Uiteenlopende doelen op het gebied van duurzaamheid concretiseren.

Doelen

• • • • •

Voldoende en betaalbare energie in de toekomst Het realiseren van een veerkrachtige buitenruimte die in staat is weerstand te bieden tegen klimaatverandering Stimuleren verduurzaming, lokale productie en afstemmen van vraag en aanbod Stimuleren verduurzaming op bedrijfsniveau en werklocaties Transitie naar circulaire landbouw en veeteelt

19

3.4

Vertaling naar drie ontwikkellijnen

De ontwikkellijnen zijn gebaseerd op de drie perspectieven zoals benoemd in de Ruimtelijke ordeningsbrief van 17 mei 202210. In deze brief wordt door het kabinet de basis gelegd voor nieuw nationaal ruimtelijk beleid en de uitvoering daarvan. Met deze perspectieven wordt de complexiteit van de opgaven doorgrond, de samenhang in beeld gebracht (tussen opgaven, verschillende schaalniveaus, tussen nu en de lange termijn) en de thema’s vastgesteld waarover richtinggevende uitspraken nodig zijn. De ontwikkellijnen gelden naast elkaar en in samenhang tot elkaar. De draagkracht van de ondergrond, het water- en bodemsysteem, is van betekenis voor de vraagstukken in alle drie de ontwikkellijnen. De ontwikkellijnen zijn te relateren aan de drie kapitalen die alle aspecten van de leefomgeving omvatten. Dit draagt bij aan het streven naar een duurzame balans en kwalitatieve leefomgeving. Met het ‘Rad van de Deurnes leefomgeving 2024’ zijn de drie kapitalen voor Deurne inzichtelijk gemaakt.

Figuur 7: Rad voor de Deurnese Leefomgeving (samen met de Deurnese barcode onderdeel van het Deurnes model (2024))

Drie ontwikkellijnen: 1. Deurne, natuurlijk en beleefbaar (ecologisch kapitaal = planet) 2. Deurne, herkenbaar en verbonden (sociaal-cultureel kapitaal = people) 3. Deurne, dynamisch en ondernemersgezind (economisch kapitaal = profit) De ontwikkelingen geven dus inzicht in de mogelijke ontwikkelrichtingen voor Deurne. De vorm van ontwikkellijnen bieden de handvaten om in het traject van de omgevingsvisie afwegingen te maken over ‘wat voor gemeente Deurne wil zijn’ zowel nu als in de toekomst. In elke ontwikkellijn is het water- en bodemsysteem de basis Minder passend 10 Link naar brief ‘Nationale Omgevingsvisie’ van de minister voor volkshuisvesting en ruimtelijke ordening

20

Een mogelijke heropening van vliegbasis De Peel met bijbehorende radarzone kan wel gaan zorgen voor beperkingen. De natuur en leefbaarheid komen verder onder druk, terwijl de mogelijkheden voor duurzame energieopwekking verminderen. Anderzijds wordt beseft dat uit een oogpunt van nationale veiligheid en operationele gereedheid van de krijgsmacht indringende vraagstukken aan de orde kunnen zijn. Ontwikkellijn 1: Deurne, natuurlijk en beleefbaar Oorspronkelijk was De Peel een woest en onbewoond gebied dat bestond uit uitgestrekte moerassen, heidevelden en bossen. De natuur was bepalend voor het landschap en de natuur was gebaseerd op het natuurlijk bodem- en watersysteem. Dit landschap veranderde door de veenontginning. Uit afgravingen ontstonden plassen, deze werden droog gelegd voor de landbouw. De watergangen om gewonnen turf te vervoeren voerden te veel water af uit het gebied. Ondertussen was De Peel bewoonbaar gemaakt voor mensen. De ontwikkellijn ‘Deurne, natuurlijk en beleefbaar’ laat zien dat de natuur en de beekdalen moeten worden hersteld en beschermd. Dit vraagt om brede bufferzones om met name te voldoen aan verplichtingen die voortvloeien uit wet- en regelgeving en de klimaatopgave. Maar ook het terugdringen van de stikstofuitstoot is essentieel.

Voor het beoogde natuurherstel zijn verder hogere waterpeilen en het langer vasthouden van gebiedseigen water noodzakelijk. Hiermee wordt niet alleen de verdroging tegengegaan maar wordt ook de hoogveenregeneratie een kans geboden. Tevens wordt met vernatting de kans op onbeheersbare natuurbranden verkleind. Met het oog op biodiversiteit is het versterken van het natuurnetwerk van belang, net als verbindingszones en meer variatie in inrichting en grondgebruik. Toename van de groenblauwe dooradering past in elk toekomstbeeld en past ook bij het vergroenen en klimaatadaptief maken van steden en dorpen. Maar ook het verhaal van de plek, de verhalen van de mensen die er woonden, werkten en leefden, de cultuur(historie) geven kleur betekenis aan een gebied. Door deze te betrekken ontstaat er een leefomgeving met een herkenbare identiteit en karakter. Dit draagt bij aan de aantrekkingskracht en is een bewezen magneet voor recreatie en toerisme. Door aantrekkelijke locaties voor dagrecreatie over de gemeente te spreiden en onderling goed te verbinden ontstaat een breed netwerk. Dit zorgt voor een versterkt vestigingsklimaat en draagt bij aan de vitaliteit van onze dorpen en het landelijk gebied.

21

ONTWIKKELLIJN 1

Deurne, natuurlijk en beleefbaar

22

Ontwikkellijn 2: Deurne, herkenbaar en verbonden De economische groei in de Brainportregio leidt tot aanzienlijke druk op woningbouw, mobiliteit en ruimtelijke inrichting. Voor vergroting van de netwerkkracht is binnen de regio’s een nieuwe (subregionale) laag in stedelijkheid – tussen stad en dorp – essentieel. Kern Deurne is door zijn snelle verbinding met het openbaar vervoer aangewezen als knoop. Om de netwerkkracht van de regio te vergroten– en om de regio bereikbaar te houden, vormen (H)OV en fiets de mobiliteitsdragers en is de auto infrastructuur aanvullend. Binnen 15 minuten fietsen van het station is de hele kern Deurne en een stukje van Vlierden te bereiken. Dit biedt volop kansen voor inbreiding en aanbreiding. Met de schaalsprong zal het aantal inwoners binnen de gemeente Deurne toenemen met circa 18.000 inwoners tot 2040. Dit is een toename van circa 55%. In totaal telt de gemeente nu circa 33.000 inwoners en circa 14.000 woningen. De gemeente Deurne heeft de ambitie minimaal 1.500 woningen tussen 2022 en 2030 toe te voegen en een extra groei in de periode tot 2040. Het voorlopig uitgangspunt op basis van de regionale afspraken is een groei met nog eens 7.000 woningen (zeer indicatief), dus circa 8500 woningen in de periode 2022-2040. Naast inbreiding op selectieve locaties betekent dit ook een aanbreiding/uitbreiding.

Voor deze verdere verstedelijking wordt ingezet op een goede verbinding met het landschap en wordt de dorpse charme gekoesterd. Dit verhoogd de ruimtelijke kwaliteit en recreatieve aantrekkelijkheid. Door in te zetten op verdichting rondom knoop kern Deurne wordt de plaatswaarde vergroot en het gebruik van het openbaar vervoer gestimuleerd. Kern Deurne groeit dan met ruim 60%. Binnen de kern ligt de urgentie bij versterking van het groenblauwe netwerk, zowel vanuit het oogpunt van ecologie als vanuit klimaatadaptatie, reduceren van de hittestress en recreatie. Voor de overige dorpskernen wordt in de Ontwikkelstrategie ZuidoostBrabant11 uitgegaan van een groei met 10 tot 15% om op een kwalitatieve manier invulling te geven aan brede welvaart, het behouden en versterken van de leefbaarheid en de revitalisering en/of transformatie van de kern. Het biedt kansen om de mismatch op de woningmarkt te herstellen en toekomstgericht te verduurzamen. Op grond van de Regionale Woondeal 12 bedraagt de groei van de dorpen circa 10-15% tot 2040. Figuur 8: 15 minuten fietsen van het station

11 Link naar Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant Ontwikkelstrategie 1212 Woondeals zijn afspraken met het Rijk en vormen de basis voor de volkshuisvestelijke opgave, voor meer info: link

23

Extra inwoners betekent ook extra voorzieningen. Een juiste balans daarin is essentieel. Voor een aantal voorzieningen is nabijheid belangrijk en voor voorzieningen met een meer (sub)regionale functie is bereikbaarheid een belangrijk criterium. Maar ook de juiste sociale cohesie en sociale structuren dragen bij. De huidige dorps- en wijkstructuren binnen de gemeente vormen een goede basis om op door te ontwikkelen en om de voorzieningenstructuur te versterken. Als gevolg van de verstedelijkingsopgave wordt het ook op de wegen drukker. Aanvullende maatregelen zijn nodig om Deurne in de toekomst bereikbaar, veilig, leefbaar en gezond te houden. Er wordt ingezet op een brede mobiliteitstransitie. Door stedelijke ontwikkelingen op goed met het openbaar vervoer te ontsluiten locaties, kunnen de plekken die van de auto afhankelijk zijn ook in de toekomst bereikbaar worden gehouden. Verder is het wenselijk om de verkeersintensiteiten op de centrumring in kern Deurne verder omlaag te brengen. Dit ook in relatie tot de Binderendreef waar ten aanzien van verkeersintensiteiten sprake is van een aandachtspunt. Maar ook is aandacht nodig voor mobiliteitskeuzes en het verkeersgedrag. Het fietsnetwerk moet worden uitgebreid, waardoor een netwerk ontstaat – ook tussen de kernen – voor alternatieven voor de auto. Ook wordt ingezet op de stad/dorp-landverbindingen.

Om te voorkomen dat overgangszones tussen de bestaande kernen en het buitengebied volledig dichtslibben met kleine uitbreidingen die samenhang missen, is een goede verbinding nodig. Dit zorgt voor een integrale invulling van belangrijke thema’s als biodiversiteit, het klimaat en het landschap. Bestaande landschappelijke en ruimtelijke structuren worden gekoesterd en uitgebouwd. Dit betekent dat enerzijds kiezen voor het versterken van de beleefbaarheid en toegankelijkheid en anderzijds het aanscherpen van het contrast en de wisselwerking tussen bebouwde en onbebouwde kwaliteit. Een gezonde leefomgeving en aantrekkelijke landschappen dragen in belangrijke mate bij aan het welbevinden van onze inwoners en onze bezoekers. Daarom is het van belang om ruimte te geven aan en gezond gedrag te stimuleren in een gezonde leefomgeving. Maar ook is het om tot een betere balans met de (natuurlijke) omgeving te komen van belang om scherpe keuzes te maken waar welke functies zoals wonen en werken mogen komen. De ontwikkellijn ‘Deurne, herkenbaar en verbonden’ ziet dus op de leefbaarheid en sociale cohesie tussen de inwoners. Een aantrekkelijk, veilige en gezonde leefomgeving waarin mensen zich thuis voelen bepaald de richting in deze ontwikkellijn.

24

ONTWIKKELLIJN 2

Deurne, herkenbaar en verbonden

25

Ontwikkellijn 3: Deurne, dynamisch en ondernemersgezind De gemeente Deurne kent een woon-werkbalans van 0,84 banen per persoon van de beroepsbevolking13. Deurne is daarmee nadrukkelijk een woon-werkgemeente. Inwoners werken in de eigen gemeente maar ook in de omliggende gemeenten. Om de woon-werkbalans te behouden en eventueel nog te versterken, moet het bouwen van woningen gepaard gaan met het toevoegen van voldoende werkplekken. De ruimte is echter beperkt en kostbaar. Door de juiste (economische) functie op de juiste plek ontstaat een gebalanceerd aanbod. Een mix van functies voorkomt monotone woonmilieus en draagt, doordat er zowel overdag als in de avond activiteit is, bij aan een prettigere leefomgeving. De economische dynamiek van Deurne blijft daarmee in stand en er ontstaat niet meer druk op de infrastructuur door een toename van woon-werkverkeer. Kern Deurne geldt als centrumgemeente in het hart van de Peel. Toenemende mobiliteit en online winkelen zet de bovenlokale verzorgingsfunctie onder druk. Het duidelijk innemen van de positie als stedelijke woon-werkgemeente sluit aan bij de erkenning van kern Deurne als subregionale knoop. Dit betekent dat de economie in balans moet meegroeien met de woningvoorraad. Deze groeiambities hebben impact en vragen om een sterk onderling ecosysteem binnen de regio en het bekennen van kleur met een herkenbaar profiel.

In de afgelopen 10 jaar is het aantal veehouderijen fors gedaald terwijl dienstverlening in de agrarisch sector juist is gestegen. Het buitengebied Figuur 9: Gegevens uit Economische profiel, bureau Ginder, januari 2025 wordt economisch diverser. In delen van het buitengebied groeien sectoren als zakelijke dienstverlening, onderwijs (kinderopvang en speciaal onderwijs), recreatie, grond en bouw en agrarisch aanverwante industrie. Het buitengebied vormt zo een kraamkamer voor ondernemerschap. Experimenten en innoveren moet daar, nog meer dan nu, onderdeel van uitmaken. De transitie van dit buitengebied vraagt daarom om nieuw perspectief en ruimte voor andere verdienmodellen zoals circulaire landbouw, productie van biobased materialen, meervoudig ruimtegebruik en verbreding van de activiteiten. Richting 2050 zal het energiegebruik aanzienlijk veranderen. Het energiegebruik zal onder andere veranderen als gevolg van elektrisch rijden, het op grote schaal beschikbaar komen van groene waterstof en groen gas. Steeds meer bedrijven en woningen zullen gebruik gaan maken van warmtepompen en airco’s om te voorzien in hun verwarming- en koelbehoeften. Ook zal er nieuwbouw van woningen en bedrijventerreinen plaatsvinden in Deurne, die aardgasvrij opgeleverd worden.

Elektriciteit zal een steeds grotere rol innemen binnen het 13 P.m., bij publicatie link opnemen naar ‘Economisch profiel’, opgesteld door Ginder, januari 2025

26

energiegebruik van Deurne en naar verwachting de belangrijkste vorm van energievoorziening worden. De gemeente Deurne wil in 2050 energieneutraal zijn14. Om het groene buitengebied zoveel mogelijk te sparen wordt vol ingezet op het besparen van energie, het stimuleren van zon op dak en de realisatie van de ‘No Regret’ maatregelen, zoals zonnepanelen op bedrijfsdaken en op restruimtes in stedelijk gebied. De kansen op het gebied van energie zullen daarom veelal kleinschalig zijn. De ontwikkellijn ‘Deurne, dynamisch en ondernemersgezind’ geeft invulling aan een lokale en veerkrachtige economie die onze maatschappelijke en omgevingsambities ondersteunt.

14 Link naar Energievisie Deurne 2030 zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 26 september 2023

27

ONTWIKKELLIJN 3

Deurne, dynamisch en ondernemersgezind

28

3.5

Een gebiedsgerichte benadering

In het (recente) verleden werden ruimtelijke beleidskeuzes vooral generiek, voor het gehele grondgebied, gemaakt. Daarbij werd dus geen rekening gehouden met de afzonderlijke gebiedskenmerken. Sommige landschappen lenen zich door bepaalde kenmerken echter beter voor specifieke ontwikkelingen en functies dan andere. Als basis voor de omgevingsvisie Deurne wordt het grondgebied van Deurne opgedeeld in 12 samenhangende gebieden. Deze gebieden zijn samengesteld op basis van de eigenschappen van de ondergrond en de verschijningsvorm van de bovengrond. Elk gebied heeft een eigen ontstaansgeschiedenis, een ontwikkeling van het landschap en een ontwikkelingsrichting. In de bijlage bij dit koersdocument wordt per deelgebied een korte beschrijving gegeven van het gebied, de karakteristiek (kwaliteiten) en landgebruik15, de strategische doelen en bedreigingen. Ook wordt voor ieder deelgebied een koppeling gemaakt met voor dat specifieke gebied de meest relevante pijlers. Deze geven richting om in de omgevingsvisie integrale ruimtelijke keuzes te maken en te komen tot gebiedsspecifieke kansen.

Figuur 10: Gebiedsindeling

15

Voor uitgebreidere achtergrondinformatie over het buitengebied, waaronder het landgebruik, zie RIB-MV-2413

29

4 Het vervolg 4.1

De doorvertaling naar een omgevingsvisie

In de omgevingsvisie komen de kernkwaliteiten en opgaven samen, wat leidt tot een visie met daarin strategische keuzes in de fysieke leefomgeving. In dit koersdocument zijn de ambities en doelen voor een groot deel op kaart gezet met ontwikkellijnen en een gebiedsgerichte uitwerking. De omgevingsvisie en de keuzes die daarin gemaakt worden, vormen de basis voor het bredere ruimtelijke beleid van de gemeente. Ruimtelijk is daarin breder gedefinieerd dan voor inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het gaat niet alleen om de fysieke ruimte, maar ook thema’s als gezondheid en leefbaarheid spelen een belangrijke rol. Vooruitlopend op de brede omgevingsvisie zijn op ruimtelijke thema’s recent visies opgesteld. De hoofdlijnen uit deze visies vormen de basis voor de doelen in dit koersdocument.

Het betreft: - Erfgoedvisie 2021-2028 gemeente Deurne, vastgesteld door de gemeenteraad op 6 juli 2021 - Energievisie Deurne 2030, vastgesteld door de gemeenteraad op 26 september 2023 - Woon-welzijn-zorgvisie 2024-2040, vastgesteld door de gemeenteraad op 10 december 2024 - Groenbeleids- en structuurplan, vastgesteld door de gemeenteraad op 10 december 2024 - Gemeentelijk Verkeers-- en vervoersplan (GVVP) Deurne, vastgesteld door de gemeenteraad op 10 december 2024 Voor de thematische keuzes, bijvoorbeeld gezondheid, geldt dat deze op het niveau van de omgevingsvisie niet alleen ruimtelijk (naar kaartbeeld) kunnen worden vertaald. Dit betekent niet dat deze onderwerpen minder belangrijk zijn, maar de visie is voor deze onderwerpen beschrijvend van aard, en biedt inspiratie en kader voor een verdere uitwerking. Relatie met beleidsontwikkeling gezondheid Een van de kernopgaven uit het raadsprogramma is ‘Een Gezonder Deurne’. Hierbij is een beleidsontwikkelproces gestart om te komen tot een samenhangend, gedragen en breed gezondheidsbeleid dat de reikwijdte van alle thema’s in het maatschappelijk domein bestrijkt. De gezondheidsvisie de basis voor de ‘opvolger’ van het vigerende beleidsplan Sociaal Domein 2018-2021. Hiermee gaan we de komende jaren verder vormgeven aan de transformatie: van zorg naar preventie en van medische naar maatschappelijke oplossingen voor grote opgaven.

Daarom heeft de gezondheidsvisie belangrijke raakvlakken, zowel in synergie als in spanningsveld, met de omgevingsvisie. Gezamenlijk vormen zij de uitwerking van onze Toekomstvisie en geven zij richting aan het onderliggende lokale beleid. De gezondheidsvisie ‘Samen op weg naar een gezond Deurne’ is op 2 juli 2024 door de gemeenteraad vastgesteld.

30

Figuur 11: Beleidshuis gemeente Deurne

4.2

Omgevingseffectrapportage

De omgevingsvisie legt een basis voor projecten in de fysieke leefomgeving, die mede vanuit deze visie zullen worden uitgevoerd. Ze vormt daarmee een kader voor toekomstige activiteiten, die belangrijke gevolgen met zich mee kunnen brengen voor het milieu en voor de omgeving. Op grond van de Wet Milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage dient voor de omgevingsvisie van Deurne een planm.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Met een milieueffectrapport worden de milieugevolgen van de voorgenomen activiteiten en reële varianten systematisch, transparant en objectief in beeld gebracht. Ook worden de maatregelen beschreven om negatieve gevolgen op het milieu of voor de leefomgeving te voorkomen of te beperken. Vanwege de verbrede scope van de Omgevingswet, en om de integrale benadering zichtbaar te maken, wordt de term omgevingseffectrapportage gebruikt. Daarbij gaat het niet alleen om milieueffecten, maar ook om sociale en economische effecten. Het doel is om, voorafgaand aan de besluitvorming, alle relevante informatie breed en integraal in beeld te brengen en zo volwaardig mee te wegen bij de te maken keuzes. 4.3

De doorwerking

Bij het toetsen van concretere ontwikkelingen aan de omgevingsvisie kan het behouden van de kernkwaliteiten op gespannen voet staan met de opgaven en koers. Het leidende principe is dat initiatieven en projecten geen afbreuk mogen doen aan de kernkwaliteiten van de gemeente als geheel. Een kleine plaatselijke afname van een of meerdere kernkwaliteiten kan verdedigbaar zijn, als hiermee een groter gemeenschappelijk belang is gediend. Deze afweging is situationeel en zal dus per geval moeten worden gemotiveerd. Het zoeken naar de juiste balans is een continu proces en daarvoor is meer nodig dan alleen een omgevingsvisie. Daarom wordt verder gekeken: ➢ Hoe komen we tot een gewenste ontwikkeling? ➢ Wie staan daarvoor aan de basis? ➢ Hoe wordt de kwaliteit van de fysieke leefomgeving minimaal behouden en waar mogelijk versterkt? De Omgevingswet biedt verschillende instrumenten om uitvoering aan de omgevingsvisie te geven. Sturingsfilosofie Voor de juiste inzet van de instrumenten is het van belang stil te staan bij de rol die we als gemeente hierin willen en kunnen vervullen, de zogeheten 'sturingsfilosofie'. Daarvoor is de sturingsstijl, de rol die de gemeente kiest (uitvoeren, reguleren, samenwerken of ondersteunen) van belang.

Als algemeen uitgangspunt voor de sturingsfilosofie wordt genomen dat de gemeente ruimte biedt aan de samenleving om eigenaarschap en invulling te geven aan de fysieke leefomgeving. De rolverdeling tussen gemeente en samenleving is wisselend. Per onderwerp, project of initiatief wordt naar de meest geschikte vorm gezocht.

31

Programma’s Voor de uitvoering op korte en middellange termijn is het nodig om programma’s op te stellen. Dit kan zowel huidig beleid zijn maar ook nieuwe programma’s die aansluiten bij de omgevingsvisie. Op basis van artikel 3.5 van de Omgevingswet bevat een programma voor één of meer onderdelen van de fysieke leefomgeving: ➢ een uitwerking van het te voeren beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud daarvan; ➢ maatregelen om aan een of meer omgevingswaarden te voldoen en / of een of meer andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken. In aanvulling op de wettelijke vereisten worden de volgende uitgangspunten gehanteerd voor nieuwe programma’s: ➢ een programma moet passen binnen de omgevingsvisie. Dit betekent dat een programma betrekking heeft op de opgaven/beleidsdoelen van de omgevingsvisie en rekening houden met de kernkwaliteiten; ➢ een programma kan gericht zijn op een bepaald onderwerp of gebied, maar moeten wel bijdragen aan de onderlinge afstemming tussen die onderwerpen of gebieden. ➢ een programma biedt een opening aan de samenleving, andere overheden en marktpartijen om bij te dragen aan de doelen van het programma; ➢ in een programma worden de doelen waar mogelijk gekwantificeerd ten behoeve van monitoring.

Ook de mogelijke toepassing van zogenoemde omgevingswaarden (voor het objectief en meetbaar vaststellen van de omgevingskwaliteit in relatie tot gezondheid) zal hierbij worden onderzocht. Bij programma’s kan gedacht worden aan:

Thema Detailhandel Wonen Welstand Landschap Etc,

Gebied Centrum Buitengebied Woongebied NatuurNetwerk Etc,

PROGRAMMA’S Project Uitvoeringsprogramma voor een Concreet project

Omgevingswaarde Geur Geluid Gezondheid Etc.

Aanpak NSL PAS Etc.

Omgevingsplan Het omgevingsplan vervangt straks de huidige bestemmingsplannen en lokale verordening(en) over de fysieke leefomgeving en bevat samen met de waterschapsverordening van het waterschap alle regels voor de fysieke leefomgeving op lokaal niveau. Het omgevingsplan geeft invulling aan de keuzes en doelen uit de omgevingsvisie, met name voor de onderwerpen waar de gemeente een regulerende rol heeft.

32

Het omgevingsplan kan ook faciliterend zijn, door juist meer ruimte te bieden om gewenste ontwikkelingen zoals beschreven in de omgevingsvisie of een programma te stimuleren. Bij het opstellen van het omgevingsplan moet de gemeente rekening houden met de keuzes en doelen uit de omgevingsvisie. Ook de nadere uitwerking in programma’s kan leiden tot regels in het omgevingsplan. Omgevingsvergunning De omgevingsvergunning onder de Wabo bundelt al de vergunningen uit bouw, milieu, cultuurhistorie en ruimtelijke ordening. Vergunningen uit de domeinen water, ontgrondingen, rijkswaterstaatwerken, het spoor, de luchtvaart, archeologie en monumenten komen daar nu bij. Ook vergunningen rond beschermde gebieden en soorten en een aantal vergunningstelsels uit lokale verordeningen zullen worden toegevoegd. Een initiatiefnemer bepaalt zelf voor welke activiteiten hij wanneer een vergunning vraagt. Daarbij kan de aanvrager voor meerdere vergunningplichtige activiteiten tegelijk één aanvraag indienen of dit gefaseerd doen. Er geldt geen ‘vereisten van onlosmakelijke samenhang’. De aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het op het juiste moment aanvragen van de juiste vergunning. 4.4

Kostenverhaal

De basis voor het verhalen van kosten wordt gevormd door de Nota Kostenverhaal. De Nota Kostenverhaal is onderdeel van het gemeentelijk omgevingsbeleid. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt de Nota Kostenverhaal vastgesteld. In deze nota wordt omgevingsbeleid beschreven en wordt het kostenverhaal toegelicht, als instrument van het grondbeleid, bijdraagt aan het realiseren van de doelstellingen van het beleid. De Nota Kostenverhaal geeft inzicht in de projectenlijst – gebaseerd op de omgevingsprogramma’s – en wordt periodiek geactualiseerd op basis van de meest actuele inzichten en ontwikkelingen. De omgevingsprogramma’s, projecten en fysieke maatregelen kunnen worden onderverdeeld in drie categorieën investering en kosten: Gebiedseigen kosten Gebiedseigen kosten zijn kosten die worden gemaakt ten gunste van één ontwikkeling. In de praktijk is vaak de relatie tussen kosten en opbrengsten gemakkelijk te herleiden. Deze kosten worden veelal gemaakt door de initiatiefnemer(s). Als de kosten worden gemaakt door de gemeente, dan zijn deze te verhalen met een anterieure overeenkomst, dan wel een kostenverhaalsbeschikking. Bovenwijkse voorzieningen Bovenwijkse voorzieningen – zijn net als gebiedseigen kosten – toerekenbaar aan het kostenverhaalsgebied. Hier vindt echter wel de afweging plaats op basis van de criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit.

Dit betekent dat de kosten worden toegerekend als ze proportioneel zijn en in verhouding staan tot het profijt dat het kostenverhaalsgebied heeft van de fysieke maatregel.

33

Bovenplanse kosten De Financiele Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkelingen zijn kosten die in de Wro benoemd zijn. Met intreding van de Omgevingswet en Aanvullingswet Grondeigendom worden deze kosten geïntegreerd in ‘Financiële bijdrage ruimtelijk ontwikkeling’. Deze financiële bijdrage heeft betrekking op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en wordt verhaald als: - De functionele samenhang tussen de fysieke maatregel en de beoogde ontwikkeling is aangetoond. - De bekostiging van de fysieke maatregel niet anderszins is verzekerd. - De meerwaardecreatie van de beoogde ontwikkeling het toelaat om de kosten te verhalen. De functionele samenhang tussen fysieke maatregel en beoogde ontwikkeling/ambitie moet worden onderbouwd in de Omgevingsvisie en/of de omgevingsprogramma’s. Na vaststelling van de Omgevingsvisie en bijbehorende programma’s wordt de Nota Kostenverhaal geactualiseerd naar de actuele inzichten en ontwikkelingen in de gemeente. In deze Nota wordt dan ook de verdeelsleutel van de desbetreffende maatregelen in relatie tot de beoogde ontwikkelingen onderbouwd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Deurne&id=0e665209-38a4-44a2-b403-f71d194417c5