CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Z2025-03-0036 - D2025-10-002057 - Bijlage II - Overzicht PGS-richtlijnen Typical 3.pdf

Gemeenteraad 9 februari 2026, gemeente Den HelderBij agendapunt: 16: Voorstel tot advies over omgevingsvergunning energieopslagsysteem vlakbij Luchthavenweg 28T (Heldair II).3.301 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Maatregel

Titel

M1

Basisveiligheid

M2

Minimale veiligheidseisen EOS en energiedrager

M3

Traceerbaarheid

M4

Procedure omgang met mogelijk beschadigde energiedragers

M5

Bescherming tegen omgevingsinvloeden

M6

Plaatsing EOS

M7

Koppelen EOS'en met energiedragers van verschillende soort

M8

Klimaatbeheersing

M9

Brandwerendheid

M10 M11

Brandwerendheid – doorvoeringen Gestapelde EOS’en

M12

Overkapping EOS

M13

Brandwerendheid – aanvullende eis inpandig EOS

M14

Compartimentering inpandig EOS

M15

Brandwerendheid energiedragercompartiment – hybride EOS

M16

Compartimentering EOS

M17

Verbod op leidingen door EOS-ruimte

M18 M19 M20

Integriteit EOS Ventilatiesysteem Ventilatiesysteem – inpandig EOS

M21

Noodventilatie

M22

Locatiekeuze en aanrijdbeveiliging

M23

Locatiekeuze en aanrijdbeveiliging – mobiel EOS

M24

Locatiekeuze en aanrijdbeveiliging – inpandig EOS

M25

Locatiekeuze – vluchtweg verblijfsgebouw

M26

Locatiekeuze – bedrijfsterrein

M27 M28

Locatiekeuze – windturbine Beveiliging tegen onbevoegden

M29

Fysieke afscherming – meerdere EOS’en

M30

Eisen aan camerasysteem

M31

Ingebruiknamekeuring

M32 M33

Gasdetectie (koolstofmonoxide (CO) en waterstof (H2)) Monitoring EOS

M34

Preventief afschakelen op basis van alarmeringen

M35

Afschakelen op basis van detectie

M36

Noodstopvoorziening

M37

Verwijderen energiedrager na thermal runaway of brand

M38

Toegang tot het EOS

M39

Vervanging energiedrager

M40

Actuele handleiding

M41 M42 M43 M44

Ventilatiesysteem – controle en onderhoud Periodieke controle Controle mobiel EOS na plaatsing Algemene documentatie-eisen – registratiesysteem

M45

Algemene documentatie-eisen – bewaartermijn

M46

Competentie-eisen conform NEN 3140

M47 M48

Instructie personeel Bliksembeveiliging en beveiliging elektrotechnische installaties

M49 M50

Onderdelen bliksembeveiligingssysteem Veiligheidsafstanden

M51

Onderlinge veiligheidsafstanden – maximaal 6 EOS'en

M52 M53

Onderlinge veiligheidsafstanden - groot EOS-park Veiligheidsafstanden – tussen EOS-parken

M54

Onderlinge veiligheidsafstanden – inpandige EOS'en

M55

Voorkomen van brandpropagatie

M56

Bluswateraansluiting

M57

Brandbeheerssysteem

M58 M59 M60

Eisen UPD Vijfjaarlijkse beoordeling UPD Bewaren gegevens UPD

M61

Bereikbaarheid van het EOS

M62

Bereikbaarheid – inpandig EOS

M63

Toegankelijkheid EOS-park

M64 M65

Noodplan Noodplan – beproeven

M66

Pictogrammen EOS

M67

Markering hybride EOS

Korte toelichting De scenario’s in deze PGS zijn gebaseerd op deze basisveiligheid. Deze maatregelen zijn een eerste ‘line of defense’ om te voorkomen dat relatief kleine incidenten zich ontwikkelen tot grote incidenten. Het EOS, inclusief de energiedragers, moet ten minste voldoen aan de minimale veiligheidseisen zoals: overstroombeveiliging; kortsluitbeveiliging; overtemperatuurbeveiliging; overspanningsbeveiliging; drukontlasting. Doel is dat van een EOS geregistreerd is welke energiedrager in welk EOS is ingebouwd, en waar het EOS geplaatst is. De installatieverantwoordelijke van het EOS moet beschikken over een procedure, beschikbaar gesteld door de leverancier, voor de omgang met mogelijk beschadigde energiedragers. Het EOS moet bestemd zijn voor de gebruiksomstandigheden. De kritische onderdelen in het EOS moeten beschermd zijn tegen binnendringen van water, stof, enz. Dit kan bijvoorbeeld bereikt worden door een passende IP-classificatie. Een nieuw EOS is zo geplaatst dat het beschermd is tegen externe invloeden, rekening houdend met de plaatselijke omstandigheden. Externe invloeden zijn bijvoorbeeld optrekkend vocht, instromend water, enz. Bij het koppelen van EOS'en met energiedragers van verschillende soort moet een passende omvormer gebruikt worden tussen gemeenschappelijke bus (AC of DC) en de verschillende soorten energiedragers.

Klimaatbeheersing binnen het EOS is noodzakelijk. Dit kan bijvoorbeeld bereikt worden met een klimaatbeheerssysteem, waarbij lucht- of vloeistofkoeling toegepast mag worden, of een combinatie daarvan. Naast de koeling en de verwarming van de unit moet gezorgd worden voor een functionele ontvochtiging. Een EOS van typical 1 t/m 3 die een brandpropagatietest, bijvoorbeeld op basis van NEN-EN-IEC 62933-5-2 of UL9540A, succesvol heeft doorstaan hoeft niet te voldoen aan deze maatregel. Een EOS van typical 1 t/m 3 die een brandpropagatietest, bijvoorbeeld op basis van NEN-EN-IEC 62933-5-2 of UL 9540A, succesvol heeft doorstaan, hoeft niet te voldoen aan deze maatregel. Bij een EOS-park (containers) is direct op elkaar stapelen (koud stapelen) niet toegestaan. Een overkapping over een EOS moet aan alle zijden open zijn en bestaan uit onbrandbaar materiaal. Tussen de onderzijde van de overkapping en de bovenzijde van het EOS (behuizing) moet er een tussenruimte van ten minste 3 m zijn. De afstand tussen de bovenzijde van het EOS en de overkapping moet zo zijn gekozen dat de worplengte van een waterstraal die bedoeld is om te koelen, de betrokken EOS ook daadwerkelijk kan bereiken.

Wanneer een inpandig EOS geplaatst wordt op een hoogte groter dan 12 m, geldt een brandwerendheid van 120 min tussen de ruimte waar het EOS staat opgesteld en de rest van het gebouw, waarbij aanvullende eisen van de veiligheidsregio in acht genomen moeten worden. De capaciteit van een inpandig EOS bedraagt maximaal 4,8 MWh. Het EOS is opgedeeld in energiedragercompartimenten van maximaal 600 kWh. Tussen de energiedragercompartimenten wordt een afstand van minimaal 1 m aangehouden Bij een nieuwe hybride EOS moet het compartiment binnen het hybride EOS waar de energiedragers zijn geplaatst, ten minste 60 min brandwerend zijn afgeschermd van het compartiment waar eventuele brandstof/elektrolyt voor het hybride systeem is opgeslagen.

Wanneer een betreedbaar EOS gecompartimenteerd is, dan moet de scheiding tussen het energiedragercompartiment en de rest van het EOS bestaan uit onbrandbaar materiaal, klasse A1, A2 of B uit NEN-EN 13501-1 of gelijkwaardig. Hemelwater-, drinkwater- en rioolleidingen zijn in de ruimte waarin het EOS is geplaatst, niet toegestaan. Droge blus- en sprinklerleidingen zijn hiervan uitgezonderd. Procesleidingen, zoals leidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen of stoom, zijn in de ruimte waarin het EOS is geplaatst, niet toegestaan. Wanneer het EOS niet een brandpropagatietest succesvol heeft doorstaan, bijvoorbeeld op basis van NEN-EN-IEC 62933-5-2 of UL 9540A, moet de constructieve integriteit van het EOS na een explosie gewaarborgd blijven. Om een EOS veilig te kunnen betreden moet het CO-niveau onder de 20 ppm zijn. Bij CO- of rookdetectie in het energiedragercompartiment moet de ventilatie zoals bedoeld in M19 op maximaal vermogen het energiedragercompartiment van verse lucht voorzien, om te voorkomen dat er een explosief mengsel ontstaat.In bestaande situaties kan hiervan afgeweken worden na overleg met het bevoegd gezag. Dit kan bijvoorbeeld acceptabel zijn wanneer er geen kwetsbare objecten in de buurt zijn of indien het explosierisico door het type toegepaste energiedrager beperkt is.

Een buiten opgesteld EOS is zo geplaatst dat er geen gevaar bestaat voor aanrijding. Toegelaten snelheden van voertuigen en verkeersintensiteit nabij de locatie zijn hierbij medebepalend. Indien een dergelijke plaats niet aanwezig is, is een voldoende afschermende constructie aangebracht. Op het moment dat een mobiel EOS wordt geplaatst op een locatie waarbij voertuigen in de buurt kunnen komen van een EOS, moeten doeltreffende maatregelen genomen worden met betrekking tot aanrijdgevaar. Een inpandig EOS in een open ruimte mag niet grenzen aan een zone die is bestemd voor (interne) transportmiddelen. Indien een dergelijke plaats niet aanwezig is, is een inpandig EOS in een open ruimte tegen aanrijden beveiligd. De fysieke aanrijdbeveiliging is doelmatig en voorzien van een veiligheidskleur. De toegang en eventuele gevelopening van de EOS-ruimte bevindt zich op ten minste 3 m van vluchtmogelijkheden vanuit het gebouw naar de openlucht. Deze afstand bedraagt 10 m wanneer de vloer van de bovenste verdieping van het gebouw op meer dan 12 m vanaf maaiveld is gelegen en de capaciteit van het EOS meer dan 600 kWh bedraagt. Een buiten opgesteld EOS op een bedrijfsterrein is buiten de reikwijdte van (mobiele) kranen en andere hijswerktuigen geplaatst.

Een buiten opgesteld EOS binnen de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour van een windturbine is voldoende bestand tegen ijsval en ijsafslag. Een EOS is afdoende afgeschermd voor onbevoegden. Wanneer sprake is van de opstelling van meer dan twee buiten opgestelde EOS'en, in de directe nabijheid van elkaar, is een fysieke afscheiding, zoals bedoeld in M28, rondom het energiepark altijd vereist. Wanneer een camerasysteem wordt toegepast, zie M29 en M63, dan moet het camerasysteem buiten normaal bereik van derden blijven. In geval van vandalisme of storingen moet de camera binnen 48 h zijn hersteld of vervangen. Een nieuw EOS mag pas in gebruik worden genomen nadat een ingebruiknamekeuring heeft plaatsgevonden waarbij het correct functioneren van alle systemen en beveiligingen zoals beschreven in deze PGS is gecontroleerd.

Een betreedbaar EOS of een EOS in een ruimte is voorzien van een permanent stationair detectiesysteem aangelegd conform NEN-EN 45544-4 met bijbehorende acties voor opvolging zoals beschreven inTabel 2, zie ook Bijlage G. Dit is bij voorkeur een systeem voor detectie van koolstofmonoxide met kruisgevoeligheid voor waterstof met, voor systemen >100 kWh, een doormelding zoals bedoeld in M33. Een EOS moet beschikken over een systeem voor het continu monitoren De installatieverantwoordelijke van het EOS moet van afstand kunnen ingrijpen bij signalen van systeemalarmeringen die kunnen leiden tot het falen van het EOS. De afschakeling moet zo dicht mogelijk bij de energiedrager plaatsvinden. Een niet-betreedbaar EOS moet beschikken over een geschikt branddetectiesysteem aanwezig met een doormelding naar een 24-uurs particuliere alarmcentrale (PAC) of 24-uurs bezette bedrijfsmeldkamer. Dit detectiesysteem moet volgens NEN 2535 worden geprojecteerd. Het beheer en onderhoud van de brandmeldinstallatie vindt plaats volgens NEN 2654-1+C1. De detectiesystemen zoals bedoeld in M32 en M35 kunnen gecombineerd worden. Het EOS moet beschikken over een noodstopvoorziening voor het handmatig uitschakelen van het EOS met dezelfde functionaliteit als de automatische afschakeling zoals bedoeld in M35 indien dit volgt uit de risicoanalyse.

De noodstopvoorziening mag niet voor onbevoegden toegankelijk zijn. Zodra er een thermal runaway of brand heeft plaatsgevonden in een module (die niet tot propagatie heeft geleid) moet deze module zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen 24 h nadat de betreffende energiedrager(s) veilig en stabiel is (zijn) bevonden, verwijderd worden en veilig worden opgeslagen totdat deze wordt afgevoerd naar een eindverwerker. Zeker is gesteld dat alleen bevoegden toegang hebben tot een EOS of EOS-park. De toegang tot het EOS (bijvoorbeeld een toegangsdeur of een luik in de zijkant) of EOS-park kan alleen worden geopend door een daartoe bevoegd persoon (bijvoorbeeld de installatieverantwoordelijke of onderhoudsmonteur). Voorafgaand aan vervanging moet een nieuw te plaatsen energiedrager in het EOS op uitwendige beschadigingen en defecten zijn gecontroleerd. In of bij het EOS is een actuele handleiding aanwezig waarin de technische installatie is beschreven. Het voorblad van de handleiding vermeldt de contactgegevens van de leverancier. De installatieverantwoordelijke van het EOS laat, indien aanwezig, periodiek het mechanisch (nood)ventilatiesysteem op de goede werking controleren en onderhouden door een ter zake deskundige.

Een EOS moet periodiek, minimaal jaarlijks, gecontroleerd worden Na plaatsing van een mobiel EOS moet deze gecontroleerd worden Van elk EOS moet een registratiesysteem worden bijgehouden dat moet voldoen aan artikel 3.4 van het Arbobesluit. Het registratiesysteem van het EOS blijft ten minste bewaard: zolang het EOS niet definitief is ontmanteld; zolang de gevolgen van een eventueel incident tijdens de gebruiks- of verwijderingsfase van het EOS niet volledig zijn afgehandeld. Personeel dat werkzaamheden verricht aan de installatie, moet voldoende deskundig zijn en ten minste gekwalificeerd zijn als Vakbekwaam Persoon (VP). Een VP beschikt over een voltooide elektrotechnische opleiding op WEB-niveau 3 (Wet educatie en beroepsonderwijs). Door middel van een aanwijzingsbeleid moet gewaarborgd/ervoor gezorgd worden dat medewerkers alleen taken uitvoeren waarvoor zij gekwalificeerd zijn.

Alle personen die werkzaamheden verrichten in een EOS, moeten aantoonbaar op de hoogte zijn van de gevaarsaspecten van lithiumhoudende energiedragers en de te nemen maatregelen bij onregelmatigheden. De vereiste bliksembeveiliging en bescherming van elektrotechnische installaties in het EOS volgt uit de beveiligingsklasse bepaald op basis van NEN-EN-IEC 62305-2. De onderdelen van een bliksembeveiligingssysteem voldoen aan de NEN-EN-IEC 62561-reeks voor zover het betreffende deel van toepassing is. In afwijking op M9 kan brandwerendheid ook worden behaald door middel van afstand Voor niet-betreedbare EOS'en die aantoonbaar voldoen aan IEC 62933-5-2 of UL 9540A, IEC 62619 en NFPA 68, bestaande uit maximaal één cluster, gelden de afstanden uit Afbeelding 14. Voor een groot EOS-park, meer dan 6 EOS’en, geldt dat de afstand tussen de EOS'en ten minste 2,5 m is, waarbij aan één zijde de afstand ten minste 4,5 m is in verband met bereikbaarheid voor hulpdiensten. De kortste afstand tussen EOS-parken bedraagt ten minste 5 m. Bij plaatsing van meerdere EOS'en in dezelfde open ruimte moeten deze op afstand van minimaal 1 m van elkaar staan, zie ook Afbeelding 13, zodat bij een inwendige brand in een van de energieopslagsystemen er geen brandoverslag kan plaatsvinden (zie ook M14).

Het EOS is bij voorkeur aantoonbaar beveiligd tegen brandpropagatie (fire propagation) op basis van NEN-EN-IEC 62933-5-2 of UL9540A. Wanneer het EOS hier niet aan voldoet, zijn aanvullende maatregelen vereist zoals beschreven in M56 en M57. Wanneer het EOS niet aantoonbaar beveiligd is tegen brandpropagatie (M55), moet het EOS voorzien zijn van een bluswateraansluiting met een capaciteit van minimaal 1 000 l/min. De bluswateraansluiting moet voldoen aan de eisen van de brandweer (storzkoppeling nok81 of een andere vorm van bluswatertoevoer zoals overeengekomen met de veiligheidsregio) Voor een inpandig EOS is in de ruimte waarin het EOS staat opgesteld, een gecertificeerd brandbeheerssysteem conform het CCV-certificatieschema Installeren VBB-installaties aanwezig. Het UPD is de grondslag voor ontwerp, uitvoering, beheer en inspectie van het brandbeheerssysteem en omvat de uitgangspunten daarvoor. Het uitgangspuntendocument wordt elke vijf jaar beoordeeld Het UPD moet bewaard worden Het EOS moet altijd bereikbaar zijn voor hulpverlenende diensten in overeenstemming met hoofdstuk 4 van de Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid. De opstellingsruimte van een op maaiveld gelegen EOS moet direct aan een buitengevel gesitueerd zijn, tenzij aangetoond kan worden dat in geval van een explosie de integriteit van het gebouw gewaarborgd blijft.

Bij een kelderopstelling grenst het EOS direct aan een grondkerende wand met een directe toegang van buiten. Bij een kelderopstelling is de totale capaciteit van de lithiumhoudende energiedragers maximaal 1 MWh. In verband met de bereikbaarheid van de EOS’en op een EOS-park moet het EOS-park via ten minste twee op voldoende uit elkaar gelegen ingangen toegankelijk zijn, conform de Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid. Een actueel noodplan (zie Bijlage E voor een voorbeeld) hoe te handelen bij incidenten is opgesteld. Onder incident wordt in ieder geval het optreden van een thermal runaway en een lekkage van elektrolyt verstaan. De installatieverantwoordelijke is verantwoordelijk voor het actueel houden en verspreiden van het noodplan. Het noodplan wordt ten minste elke drie jaar beproefd en zo nodig bijgewerkt

Aan de buitenzijde van een EOS moeten veiligheidstekens zijn aangebracht. In ieder geval betreft dit het openvuur- en rookverbod, zoals vastgelegd in NEN-EN-ISO 7010 onder nummer P003. Het moet duidelijk zichtbaar zijn dat het een hybride EOS betreft, waarbij met etiketten aan de buitenzijde wordt aangegeven waar het elektrische en het brandstof- of elektrolytcompartiment zich bevindt.

Van toepassing op typicals: Alle Alle

Alle Alle

1,2,3,4

Alle

2.3

Alle

1,2,3,5,6

1,2,3,5,6

2.3 2.3

5.6

5

Alle

1,2,4,6

5

1,2,4,5,6

1,2,4,5,6 5 1,2,4,5,6

1

4

6

5

1,4,6 1,2,3,4 1.4 2.3

1,2,3,4

Alle

1,2,5,6

Alle Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle Alle

1,2,4,5,6

Alle 4 Alle Alle

Alle

Alle

Alle Alle 1,2,3,5,6 2.3

2.3

2.3 6

Alle

1,2,4

5.6

5.6 5.6 5.6 Alle 5

2.3

Alle

Alle

Alle

Alle

Beschrijving voldoen aan maatregel (Typical 2) BESS Heldair II Basisveiligheid wordt gewaarborgd door de volgende certificaten waar het EOS onder andere aan voldoet. Certificaten: UL1973, UL9540A, UL9540, IEC62619, CE, UN38.3, IEC62933, IEC62056, NFPA855. Het EOS voldoet aan de certificeringen uit maatregel 2, waarmee wordt voorkomen dat kortsluitstromen optreden. Alles is identificeerbaar

Procedures zijn beschikbaar

Het EOS is geheel beschermd door zijn behuizing en voldoet aan IP54 niveau bescherming. Het EOS wordt gefundeerd en ligt volgens de Atlas leefomgeving kaart in een gebied met zeer lage overstromingskans, overstromingskans is kleiner dan eens in de 30.000 jaar.

Er worden geen verschillende energiedragers gekoppeld

Het systeem is watergekoeld en wordt ontvochtigd.

UL 9540A gecertificeerd

UL 9540A gecertificeerd Er zal niet gestapeld worden

Het EOS wordt niet overkapt

Nvt aangezien het EOS systeem valt onder Typical 3 beschrijving

Nvt aangezien het EOS systeem valt onder Typical 3 beschrijving

Er is geen sprake van een hybride EOS

Nvt aangezien het EOS systeem valt onder Typical 3 beschrijving

Nvt aangezien het EOS systeem valt onder Typical 3 beschrijving

Nvt aangezien het EOS systeem valt onder Typical 3 beschrijving Nvt aangezien het EOS systeem valt onder Typical 3 beschrijving Nvt aangezien het EOS systeem valt onder Typical 3 beschrijving

Nvt aangezien het EOS systeem valt onder Typical 3 beschrijving

Nvt aangezien het EOS systeem valt onder Typical 3 beschrijving

Nvt aangezien het EOS systeem valt onder Typical 3 beschrijving

Nvt aangezien het EOS systeem valt onder Typical 3 beschrijving

Nvt aangezien het EOS systeem valt onder Typical 3 beschrijving Nvt aangezien het EOS systeem valt onder Typical 3 beschrijving Er is geen windturbine in de nabijheid van het project Nvt aangezien het EOS systeem valt onder Typical 3 beschrijving Het EOS wordt binnen het zonnepark geplaatst. Het zonnepark is omringt door hekwerk. Het EOS is daarom niet toegankelijk voor onbevoegden. Cameras worden boven op een paal geplaatst. Dit valt onder de bestaande camera's van het zonnepark

Er zal een controle uitgevoerd worden voor de inbedrijfname

Nvt aangezien het EOS systeem valt onder Typical 3 beschrijving Het BMS zorgt ervoor dat constant de staat van het EOS gemonitord kan worden Het BMS kan constant gemonitord worden en op afstand afgeschakeld worden. Het BMS zal in geval van calamiteiten ook zelf automatisch afschakelen indien nodig.

Het EOS heeft een branddetectiesysteem en het BMS kan constant gemonitord worden en op afstand afgeschakeld worden door onze 24-uurs alarmcentrale. Het BMS zal in geval van calamiteiten ook zelf automatisch afschakelen indien nodig.

Het EOS heeft een noodstopvoorziening en is niet toegankelijk door onbevoegden.

Beschadigde energiedragers zullen zo snel mogelijk vervangen worden en in de tussentijd afsgeschakeld zijn

Alleen de installatieverantwoordelijken en onderhoudspartij zal toegang hebben tot de onderdelen van het EOS. De rest is en blijft afgesloten Een nieuwe energiedrager wordt gekeurd

De handleiding is beschikbaar voor de onderhoudspartij

Nvt aangezien het EOS systeem valt onder Typical 3 beschrijving Het EOS zal regelmatig, minimaal jaarlijks, gecontroleerd worden Nvt aangezien het EOS systeem valt onder Typical 3 beschrijving Er zal een registratiesysteem worden bijgehouden

Het registratiesysteem zal bewaard worden voor de geldende termijnen

Alleen bevoegde personen zullen werkzaamheden verrichten in een EOS

Alleen bevoegde personen zullen werkzaamheden verrichten in een EOS De installatie zal voldoen aan de norming. Elke batterij container heeft een aarde pin. De installatie zal voldoen aan de norming. Elke batterij container heeft een aarde pin. Het is UL9540A gecerticifeerd

Er wordt alsnog voldaan aan de afstanden zoals weergegeven in afbeelidng 14

Nvt toepassing aangezien er geen sprake is van meer dan 6 EOS'en Er zijn geen andere EOS parken in de nabijheid van het project

Nvt aangezien het EOS systeem valt onder Typical 3 beschrijving

Het is UL9540A gecertificeerd

Nvt aangezien het EOS systeem valt onder Typical 3 beschrijving

Nvt aangezien het EOS systeem valt onder Typical 3 beschrijving Nvt aangezien het EOS systeem valt onder Typical 3 beschrijving Nvt aangezien het EOS systeem valt onder Typical 3 beschrijving Nvt aangezien het EOS systeem valt onder Typical 3 beschrijving Op en nabij het terrein is voldoende ruimte voor het opstellen van hulpdiensten

Nvt aangezien het EOS systeem valt onder Typical 3 beschrijving

EOS is bereikbaar via de oost en west kant van de toegangspoort

Er zal een actueel noodplan beschikbaar zijn wanneer de installatie in gebruik wordt genomen Er zal worden voldoen aan de norming

Het EOS zal worden voorzien van alle benodigde pictogrammen dmv stickers.

Er is geen sprake van een hybride EOS

Voldoet? v v

v v

v

v

v

v

v

v

v v

v

v

v

v

v

v v

v

v

v

v

v v

v v v

v

v

v v v v

v

v

v

v

v

v

v

v

v

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/2449/documents/26333