CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Z2025-03-0036 - D2025-10-002056 - 20251028 Aangepaste_GoFlo_definitief_4.0.pdf

Raadscommissie Stadsontwikkeling en Beheer 26 januari 2026, gemeente Den HelderBij agendapunt: 4: Voorstel tot advies voor omgevingsvergunning energieopslagsysteem vlakbij Luchthavenweg 28T (Heldair II).13.001 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Pagina 24 van 37

P250930

BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

artikel 5.53 en 5.54 van het Bkl. Aantonen dat een project of activiteit valt onder NIBM kan op twee manieren: 1. Het project valt binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie (standaardgevallen NIBM, artikel 5.54 Bkl). Dit betreffen onder andere projecten voor kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. 2. Middels kwalitatieve beschrijving of berekening (NIBM-tool) aannemelijk maken dat een project niet in betekenende mate bijdraagt. In artikel 5.54 Bkl is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; • woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; • kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in artikel 5.54 Bkl kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO 2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 4.7.2 Toetsing Het projectvoornemen betreft de realisatie van een EOS. Dit voornemen past niet binnen de lijst van categorieën die onder NIBM vallen, zoals vermeld in artikel 5.54 BKL. Daarom is de NIBM-tool ingevuld.

De NIBM-tool is ingevuld op basis van een gemiddelde verkeersgeneratie, met een worstcaseschatting van 1 extra voertuigbewegingen per dag in de gebruiksfase (Figuur 16). Uitgaande van het feit dat er wekelijks onderhoud of controle moet worden uitgevoerd aan het, komt dit neer op 104 voertuigbewegingen per jaar. Voor het jaar van realisatie is 2026 (worstcase scenario) genomen, en er is een klein percentage vrachtverkeer meegenomen, aangezien tijdens de aanleg materiaal geleverd moet worden. Aangezien de NIBM-tool rekent op basis van een gemiddelde weekdag in plaats van per jaar, komt het gemiddelde uit op circa 0,3 verkeersbewegingen per weekdag. Omhoog afgerond wordt er gerekend met 1 extra verkeersbeweging per weekdag.

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2023 Jaar van planrealisatie

2026

Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) Aandeel vrachtverkeer

1 1,0%

NO2 in μg/m3 PM10 in μg/m3

0,00

Extra verkeer als gevolg van het plan

Maximale bijdrage extra verkeer

0,00

Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m3

1,2

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig Figuur 16 | Worstcase berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit (Bron: GCN2022 NIBM-tool)

4.7.3 Conclusie Het project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de realisatie van dit project.

Pagina 25 van 37

P250930

BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

4.8

Geur

4.8.1 Wettelijk kader De gemeente moet in het omgevingsplan rekening houden met de geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Dit volgt uit artikel 5.92 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Rekening houden met geur werkt 2 kanten op: • Bij het mogelijk maken van het verrichten van activiteiten in de buurt van gevoelige gebouwen; • Bij het toelaten van geurgevoelige gebouwen in de buurt van bestaande geur veroorzakende bedrijven. Conform artikel 5.92 lid 2 van het Bkl moet de geur van een activiteit op een geurgevoelig gebouw aanvaardbaar zijn. Dit betekent dat het bevoegd gezag moet beoordelen of waarden, afstanden of gebruiksregels in het omgevingsplan leiden tot een aanvaardbaar hinderniveau. Het bevoegd gezag bepaalt zelf welke mate van geurhinder zij aanvaardbaar vindt. 4.8.2 Toetsing De realisatie van het EOS brengt geen nieuwe geuractiviteit met zich mee. Zoals aangegeven in paragraaf 4.5, wordt een nieuwe accu niet aangemerkt als een geurgevoelig object. 4.8.3 Conclusie Een accu veroorzaakt geen geur(overlast). Het aspect geur vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.9

Bodem

4.9.1 Wettelijk kader Op basis van paragraaf 5.1.4.5 uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en artikel 22.2 uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) dient in de planvorming rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. Onder bepaalde omstandigheden kan het oprichten van gebouwen pas plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het doel. Om die reden dient bij veel nieuwbouwactiviteiten de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld. Het beleidsdocument ‘Bodemkwaliteitskaart en Bodemfunctieklassenkaart Gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen’ is vastgesteld op 4 juli 2017. In november 2020 is de bodemkwaliteitskaart geactualiseerd voor de PFAS-verbindingen PFOA en PFOS. Gemeente Den Helder beschikt over een bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart. De bodemkwaliteitskaart is een belangrijk instrument voor hergebruik van grond en bagger. In een bodemkwaliteitskaart wordt een bodembeheergebied ingedeeld in een of meer zones met vergelijkbare milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het gaat hierbij om de ‘gemiddelde’ kwaliteit van deze gebieden, afgezien van lokale verontreinigingen. In de Nota Bodembeheer is beleidsmatig vastgesteld binnen en tussen welke zones vrij grondverzet mogelijk is en welke voorwaarden hierbij gelden.

4.9.2 Toetsing Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling van het zonnepark Heldair is door Prommenz Milieu B.V. een verkennend (water)bodem- en asfaltonderzoek uitgevoerd op 4 juni 2021. De locatie waar het EOS wordt geplaatst is opgenomen in het bodemonderzoek. De volledige rapportage is als bijlage I bij de GoFlo opgenomen. Uit het verkennend onderzoek is het volgende gebleken: • De bovengrond bestaat uit zwak tot matig humeus zand. De ondergrond bestaat voor het overgrote deel uit zwak siltig zand met vanaf 1,5 m-mv een zandige kleilaag. • Bij boring 34 is een slibhoudende laag aangetroffen welke met behulp van een 4-tal boringen in oost-westelijke richting inzichtelijk is gemaakt (34A t/m D). De dikte van de sliblaag varieert van 0,2 meter aan de randen tot 1,0 meter in het hart van niet bekende vermoedelijke gedempte watergang. • Op het zuidwestelijke deel is eveneens een sterke verontreiniging met zink aangetroffen. • Ter plaatse van de bekende gedempte watergang zijn in twee boringen (S10 en S14) zijn in een dunne bodemlaag aanwijzingen gevonden van een slibbodem. • In de overige boringen ter plaatse van de gedempte sloten zijn geen aanwijzingen waargenomen die kunnen duiden op een voormalige watergang. • Er is een verhoogde troebelheid waargenomen als gevolg van het siltige karkater van de bodemlaag rondom het filter van de betreffende peilbuizen.

Pagina 26 van 37

P250930

BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

• Een verhoogde geleidbaarheid (Ec) is waargenomen en wordt vaker aangetroffen binnen de gemeente Den Helder. Dit komt door de ligging grenzend aan de Noord- en Waddenzee, waardoor mogelijk brak/zout grondwater op geringe diepte wordt aangetroffen. • Bovenstaande beïnvloed mogelijk de geleidbaarheid. De geleidbaarheid in diverse peilbuizen wijkt niet noemenswaardig af van wat regelmatig in Den Helder wordt gemeten. • De overige gemeten waarden worden als normaal beschouwd en geven geen aanleiding voor opmerkingen. • Er is plaatselijk een licht verhoogd gehalte van PFAS gevonden, dit vormt mogelijk enkel een belemmering bij hergebruik bij het toepassen binnen een grondwaterbeschermingsgebied. De batterij wordt geplaatst nabij boring 54. De grond bestaat is beschreven als: zand, matig fijn, zwak ziltig, zwak humeus, bruingrijs. Deze boring toont geen bodemvreemde bijmeningen. De onderzoeksresultaten geven een representatief beeld van de milieuhygiënische (water)bodemkwaliteit en mede gezien de aangetoonde mate van verontreiniging is er geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend onderzoek. 4.9.3 Conclusie Het EOS wordt geplaats nabij boring 54. De resultaten van onderhavig bodemonderzoek vormen geen belemmering voor de voorgenomen realisatie van het EOS.

Ten behoeve van de uit te voeren graafwerkzaamheden ter plaatse van de locatie is indicatief geen veiligheidsklasse conform de CROW-400 van toepassing. Hier geldt de basishygiëne. Het aspect ‘bodem’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.10

Verkeer en parkeren

4.10.1 Wettelijk kader Bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet ook aangetoond worden dat het plan niet leidt tot ongewenste situaties ten aanzien van verkeer en parkeren. Ten aanzien van verkeer is het van belang dat de nieuwe functie aantoonbaar geen onevenredige verkeersaantrekkende werking heeft en dat er sprake is van een acceptabele verkeerssituatie. Daarnaast dienen er voldoende parkeerplaatsen voor de functies van de beoogde ontwikkeling aanwezig te zijn. 4.10.2 Verkeer Een zonnepark en daarmee dus ook het EOS heeft met uitzondering van onderhoudswerkzaamheden en aanleg, geen verkeersaantrekkende werking. Er is daarom ruimte aanwezig voor het verkeer dat aanwezig is bij incidenteel onderhoud. Parkeren kan op het perceel. Voor het toetreden van het terrein wordt de bestaande ontsluiting vanaf de Luchthavenweg gebruikt, er zal een verharde inrit met toegangspoort van 4 meter breed worden gerealiseerd. Het aansluitende wegennet, de Luchthavenweg is voldoende uitgerust om de minimale extra verkeersgeneratie op te vangen. Het aspect verkeer en parkeren staat de uitvoerbaarheid van het project niet in de weg. 4.10.3 Parkeren Het is mogelijk om te parkeren op het terrein van het zonnepark, waardoor er voldoende parkeergelegenheid beschikbaar is op de projectlocatie.

4.10.4 Conclusie Vanuit verkeerskundige aspecten bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.11

Omgevingsveiligheid

4.11.1 Wettelijk kader Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Paragrafen 5.1.2.2 t/m 5.1.2.6 Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Binnen de externe veiligheid worden twee normstellingen gehanteerd; het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Het plaatsgebonden risico (PR) risico gaat over de persoonlijke veiligheid van de individuele burger. Dit is de overlijdenskans voor een persoon die op een bepaalde afstand van een inrichting of een transportroute permanent (onbeschermd) aanwezig is. Het groepsrisico (GR) geeft de kans dat een groep, met een bepaalde grootte, het slachtoffer kan worden van een ongeval met

Pagina 27 van 37

P250930

BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

gevaarlijke stoffen. Er wordt hierbij getoetst aan de risicokaart, die gevaarlijke inrichtingen, transportroutes en leidingen weergeeft. 4.11.2 Brandveiligheid PGS 37-1 is een richtlijn voor de veilige opslag van elektriciteit in energieopslagsystemen (EOS). Deze richtlijn legt vast hoe op een veilige manier moet worden omgaan met 'grote batterijen'. Deze batterijen bestaan uit gekoppelde lithiumbatterijen die worden gebruikt om energie op te slaan en vervolgens elektriciteit te leveren. Ze worden bijvoorbeeld gebruikt door bewonersverenigingen om zonne-energie op te slaan ('buurtbatterijen'). Energiemaatschappijen gebruiken ze om windenergie op te slaan of schommelingen in het elektriciteitsnet te stabiliseren. Vanwege het risico op een thermal runaway, een brand die zich voordoet in de energiedrager en niet zomaar te stoppen is, kunnen ze gevaarlijk zijn. Daarom is het belangrijk om ze op de juiste manier te gebruiken. Een EOS is (nog) niet aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal. Er zijn 2 scenario's die op dit moment gelden voor een EOS. In onderhavig geval is sprake van de situatie ‘niet functioneel ondersteunend aan een milieubelastende activiteit die in het Bal is aangewezen’. Een zonnepark met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 50MWp of meer, wordt aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal.

Heldair II zal 20MWp op gaan wekken en is daarom niet aangewezen als milieubelastende activiteit. In zo’n geval gelden de regels van het Bal niet, maar de regels in het omgevingsplan. Tot deze regels behoort ook de specifieke zorgplicht, opgenomen in artikel 22.44 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet (Stb. 2020, 400). De specifieke zorgplicht in artikel 22.44 van de bruidsschat geldt voor alle activiteiten die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken en die niet als milieubelastende activiteit zijn aangewezen in het Bal (zie artikel 22.41, lid 1, en artikel 22.44, lid 1, 2 en 4, van de Bruidsschat). Dit betekent dat PGS 37 verplicht kan worden als invulling van de zorgplicht en dat de toepassing van PGS 37 op grond van artikel 22.45 met een maatwerkvoorschrift kan worden vastgelegd. 4.11.3 Conclusie Het model van het EOS is: LUNA2000, 4,5 MWh. De EOS voldoet aan de eisen die gesteld worden in de Publicatiereeks Gevaarlijke stoffen 37-1. Verder zijn er certificaten aanwezig die aantonen dat de EOS voldoet aan de strengste eisen. Bijvoorbeeld op basis van NEN-EN-IEC 62933-5-2 of UL9540A. Kortom worden er geen verdere nadelige effecten op de omgeving verwacht door het toevoegen van een EOS. De initiatiefnemer heeft in kaart gebracht welke PGS-richtlijnen van toepassing zijn op het projectvoornemen en hoe hieraan wordt voldaan.

Dit overzicht is als bijlage II toegevoegd aan de GoFlo.

4.12

Kabels en leidingen

4.12.1 Wettelijk kader Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de aanwezigheid van elektriciteits- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Om inzicht te krijgen in de kabels en leidingen die door de grond lopen is er een oriënterende KLIC-melding (KLIC= Kabels en Leidingen Informatie Centrum) gemaakt bij het Kadaster (Figuur 17). 4.12.2 Toetsing Er is een oriënterende KLIC-melding gedaan ten behoeve van de ontwikkeling. Het projectgebied ligt binnen de beschermingszone van een leiding van de Gasunie.

Pagina 28 van 37

P250930

BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

Figuur 17 | Weergave kabels en leidingen rondom de spuisluis Oostoever (Bron: HHNK)

4.12.3 Conclusie Voor het projectvoornemen dient rekening te worden gehouden met met de aanwezigheid van een buisleiding die in beheer is bij Gasunie. De EOS is voorzien buiten de belemmeringenstrook van de desbetreffende leiding dus daarmee zijn er geen belemmeringen te verwachten mits wordt volstaan aan de uitvoeringseisen en verantwoordingseisen van de Gasunie.

4.13

Natuur

4.13.1 Wettelijk kader De Omgevingswet regelt het belang van natuur als onderdeel van de fysieke leefomgeving. De wet borgt het welzijn van de mens, verbetert de bescherming van natuurkwaliteiten en breidt deze zo nodig uit. In de Omgevingswet worden zowel soortenbescherming als gebiedsbescherming geregeld. Flora- en Fauna-activiteiten Sommige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor dieren en planten in het wild. Dat zijn flora- en fauna-activiteiten. De Omgevingswet definieert een flora- en fauna-activiteit als ‘activiteiten met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten’. Door deze brede formulering van een flora- en fauna-activiteit is het bij activiteiten in de fysieke leefomgeving nodig om te controleren of er soorten aanwezig zijn en welke soorten dat zijn. Indien een projectlocatie in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Natura 2000 De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) wijst de Natura 2000-gebieden aan. Ook worden de instandhoudingsdoelstellingen vastgelegd in artikel 2.44 van de Omgevingswet. Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit: in Nederland voor ruim 160 gebieden.

Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit. Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden, worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist. Door middel van het Nederlandse

Pagina 29 van 37

P250930

BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

vergunningsstelsel wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd. De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven worden door de desbetreffende provincie. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk Nederland bestaat uit: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de Noordzee en de Waddenzee; 4.13.2 Toetsing Flora & Fauna Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling heeft Smit Groenadvies op 6 juni 2025 een omgevinsscan Flora en Fauna uitgevoerd, deze is als bijlage III toegevoegd aan deze GoFlo. Natura 2000 Het plangebied ligt op 1,5 kilometer afstand van Natura 2000-gebied Waddenzee, die onder de bescherming van de Omgevingswet valt (Figuur 2). Gezien de afstand van het plangebied tot het N2000-gebied Waddenzee en de aard van de werkzaamheden is een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de habitattypen uit te sluiten. Het plangebied is geschikt bevonden voor niet-broedvogelsoorten, want enkele weidevogels kunnen het plangebied gebruiken om te foerageren.

Echter, bevindt het plangebied zich op een afstand van 1,5 kilometer van het Natura2000-gebied. De maximale verstoringsafstand van de aanwezige vogelsoorten in dit gebied bedraagt 300 meter. Gezien de ruime afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied is het onwaarschijnlijk dat de geplande werkzaamheden leiden tot verstoring binnen het beschermde natuurgebied. Derhalve wordt geconcludeerd dat er geen significant effect van de werkzaamheden op de flora en fauna binnen het Natura 2000-gebied zal optreden. Soortenbescherming Binnen het plangebied zijn potentiële vaste verblijfplaatsen voor algemene soorten vastgesteld en foerageergebieden voor vogels met jaarrond beschermd nest, Rode lijstsoorten en vogels zonder jaarrond beschermd nest. De voorgenomen werkzaamheden hebben een mogelijk negatief effect op de aangetroffen gebruiksfuncties van deze soortgroep. Hierdoor is een overtreding op de Omgevingswet niet uit te sluiten en dient gewerkt te worden met een ecologisch werkprotocol voor de volgende soorten: buizerd, ooievaar, sperwer, kerkuil, torenvalk en blauwe reiger. Voor vogels zonder jaarrond beschermd nest dient buiten het broedseizoen gewerkt te worden. Indien de werkzaamheden plaatsvinden in het broedseizoen is een inspectie benodigd.

In de directe omgeving van het plangebied zijn diverse watergangen aanwezig, die als habitat kunnen dienen voor verschillende amfibieënsoorten, zoals de bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Hierdoor is het mogelijk dat sommige amfibieën in het plangebied voorkomen. Echter zijn deze soorten binnen de provincie Noord-Holland vrijgesteld, waardoor de aanwezigheid geen belemmering vormt voor de voorgenomen werkzaamheden. Wel geldt hier de Zorgplicht. Het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarisch gebied met open velden en relatief beperkte structuren, wat geschikt is voor soorten zoals de veldmuis, aardmuis, konijn, haas en huisspitsmuis die zich goed kunnen handhaven in dergelijke omgevingen. Deze soorten zijn in staat zich aan te passen aan de open landschappen en vinden hier voldoende voedsel en schuilplaatsen. Voor deze algemene soorten geldt de Zorgplicht. Andere grondgebonden zoogdieren daarentegen vereisen doorgaans meer gevarieerde habitatstructuren, zoals bosranden of struikgewas, wat in het plangebied ontbreekt. Hierdoor is het gebied minder geschikt voor deze overige soorten. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Natuurnetwerk Nederland (NNN) en BPL gebieden zijn aangewezen gebieden waarin de natuur voorrang heeft, ook grote wateren met natuurwaarden zijn meegenomen. De provincie werkt aan het behoud en de ontwikkeling van deze gebieden.

Dit wordt gedaan in samenwerking met natuurbeherende organisaties, boeren, gemeenten en waterschappen. Het doel is een betere verbinding tussen natuurgebieden en het omringende agrarisch gebied ter vervolmaking van de biodiversiteit. Het ruimtelijke beleid voor het NNN en BPL is, naast behoud van oppervlakte en

Pagina 30 van 37

P250930

BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

samenhang, altijd gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van deze NNN-gebieden en BPL, waarbij ook rekening wordt gehouden met andere gebiedsbelangen. Het dichtstbijzijnde beschermde gebied ligt op ongeveer 900 meter afstand van het plangebied. Bij de werkzaamheden binnen het plangebied gaat geen oppervlakte verloren van de NNN-gebieden en BPL. Ook wordt de samenhang tussen NNN-gebieden en/of BPL niet aangetast. Vanwege de afstand en gezien de aard van de werkzaamheden zijn negatieve effecten op NNN-gebieden en BPL uit te sluiten. Habitat voor Weidevogels binnen Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) Binnen het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) zijn ruimtelijke ontwikkelingen toegestaan, op voorwaarde dat de kernkwaliteiten niet worden aangetast. De geplande werkzaamheden vinden plaats langs het Balgzandkanaal, maar buiten de geschikte leefgebieden voor weidevogels en buiten de verstoringszone van het BPL. Daarom is het uitgesloten dat de werkzaamheden de habitat voor weidevogels zullen verkleinen, en er is geen compensatieplicht. Het is derhalve niet noodzakelijk om de plannen voor te leggen aan het bevoegd gezag met betrekking tot de kernkwaliteit Habitat voor Weidevogels binnen het BPL. 4.13.3 Toetsing stikstofdepositie De Natura 2000-gebieden zijn aangewezen ter bescherming van stikstofgevoelige habitats.

Ontwikkelingen kunnen bijdragen aan een toename van stikstofemissie en daarmee extra stikstofdepositie op deze habitats. Het projectgebied ligt op geruime afstand van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura2000gebied, ‘Duinen Den Helder - Callantsoog’. Dit Natura 2000-gebied ligt op circa 4,1 kilometer afstand van de projectlocatie (Figuur 18). Vanuit de Omgevingswet (OW) moet worden uitgesloten dat het project significante negatieve effecten heeft op Natura 2000-gebieden. AERIUS is het voorgeschreven rekeninstrument voor het berekenen van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is er een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd. De volledige rapportage is opgenomen als bijlage IV bij de GoFlo. Uit dit onderzoek blijkt dat de beoogde situatie en de aanlegfase geen depositie in Natura 2000-gebieden veroorzaken.

Figuur 18 | Uitsnede Natura 2000-gebieden (Bron: Atlasleefomgeving)

4.13.4 Conclusie De aspecten flora en fauna en stikstofdepositie geen belemmering voor het projectvoornemen.

4.14

Weging van het waterbelang

4.14.1 Wettelijk kader In de waterparagraaf komen de relevante wateraspecten aan bod die van belang zijn in de projectlocatie. De projectlocatie ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Het HHNK is verantwoordelijk voor het waterkwantiteit - en waterkwaliteitsbeheer in de projectlocatie.

Pagina 31 van 37

P250930

BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

4.14.2 Toetsing De totale toename aan verharding als gevolg van het EOS bedraagt circa 250 m 2. Het HHNK hanteert bij ontwikkelingen waarbij sprake is van een verhardingstoename tussen de 230 en 2000 m2 de regel dat 15% van de toename aan verhard oppervlak gecompenseerd dient te worden in de vorm van een nieuwe waterberging. Een slim ingerichte ruimtelijke inrichting helpt steeds vaker voorkomende weersextremen het hoofd te bieden. Lokaal water opslaan tijdens (extreme) buien wordt gehanteerd als uitgangspunt zodat het gebruikt kan worden in droge perioden. Voor de realisatie van het EOS dient er 40 m 2 compenseert te worden. Voor de aanleg van het zonnepark worden er onder andere natuurvriendelijke oevers aangelegd, deze zijn voldoende om de toename in verharding te compenseren. 4.14.3 Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.15

Ontplofbare oorlogsresten

4.15.1 Wettelijk kader Als gevolg van de oorlogshandelingen in de Tweede Wereldoorlog zijn er in ons land ontplofbare oorlogsresten (OO) achtergebleven. Om diverse redenen (bijvoorbeeld veiligheid en gebiedsontwikkeling) kan de noodzaak ontstaan om deze OO op te sporen en te ruimen. Voor ontplofbare oorlogsresten zijn geen rijksregels opgenomen in de Omgevingswet. De Omgevingswet biedt decentrale overheden de mogelijkheid om zelf decentrale regels op te stellen voor de fysieke leefomgeving. 4.15.2 Toetsing In de gemeente Den Helder kunnen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog, zoals granaten of vliegtuigbommen, in de grond aanwezig zijn. De Kooy is gedurende de Tweede Wereldoorlog doelwit geweest van tientallen bombardementen. Dit blijkt uit analyse van bombardementsgegevens, Verwachtingskaart Niet gesprongen Explosieven van de gemeente Den Helder (Figuur 19). Volgens de NGE-Risicokaart valt de projectlocatie binnen een verdacht gebied voor afwerpmunitie.

Figuur 19 | Uitsnede NGE-Risicokaart met projectgebied in rode cirkel (Bron: Gemeente Den Helder)

Om het projectgebied veilig te stellen is er een stappenplan opgesteld. • Opstellen projectplan door een bedrijf die gecertificeerd dient te zijn volgens het Certificatie Schema Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten (CS-OOO); • Uitvoeren van non-realtime computerondersteunde detectiemeting; • Interpretatie van meetgegevens; • Benaderingsplan opstellen, o.a. vaststellen objecten binnen geroerde grond of met bepaalde waarde beneden een bepaald niveau; • Detectie en benadering in het veld uitvoeren tegelijkertijd lokaliseren en identificeren van de objecten; • Opmaken Proces-Verbaal van Oplevering.

Pagina 32 van 37

P250930

BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

Het opsporingsgebied is onderzocht op de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Het opsporingsgebied is vrijgegeven tot een diepte van 4,50m -mv. De volledige resultaten van het proces verbaal van oplevering zijn bijgevoegd in bijlage V. Afhankelijk van de paaldiepte van de fundering zullen de paalpunten voor aanvang van de werkzaamheden worden vrijgegeven door een gecertificeerd bedrijf. Het aspect ontplofbare oorlogsresten vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.15.3 Conclusie Het aspect ontplofbare oorlogsresten staat de uitvoerbaarheid van het project niet in de weg.

Pagina 33 van 37

P250930

BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

5.1

Economische uitvoerbaarheid

5.1.1 Financieel economische haalbaarheid In deze GoFlo is onderbouwd dat met het voorliggende besluit tot een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt en dat de toegekende functies binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Op voorhand is er geen reden om aan te nemen dat de toegekende functies om financiële redenen niet binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. 5.1.2 Kostenverhaal Op grond van artikel 13.11 Omgevingswet is de gemeente verplicht tot kostenverhaal, indien sprake is van één of meerdere aangewezen bouwactiviteiten. Het gaat om zogenaamde kostenverhaalsplichtige activiteiten zoals genoemd in artikel 8.13 Omgevingsbesluit. Dit betekent dat de gemeenteraad kostenverhaalsregels dient vast te stellen in het omgevingsplan, tenzij middels onder andere een anterieure overeenkomst de kosten die het vanwege artikel 8.15 Omgevingsbesluit maakt, anderszins verzekerd zijn dan wel vrijstelling wordt verleend voor de kosten in de gevallen genoemd in artikel 8.14 Omgevingsbesluit.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De procedure voor vaststelling van omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is geregeld in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) geldt meestal de reguliere procedure. De beslistermijn voor de reguliere procedure is maximaal 8 weken met een mogelijkheid van verlenging met 6 weken. Daarna is er bezwaar en beroep mogelijk. In sommige gevallen geldt voor de BOPA de uitgebreide procedure: • als dit is aangewezen in de Omgevingswet en/of het Omgevingsbesluit; • op verzoek van de aanvrager; • als het bevoegd gezag deze van toepassing verklaart. Het bevoegd gezag kan de uitgebreide procedure van toepassing verklaren op de BOPA (artikel 16.65, lid 4, Omgevingswet). In de uitgebreide procedure beslist het bevoegd gezag binnen 6 maanden na een aanvraag. 5.2.1 Participatie Voorafgaand aan het indienen van de vergunningsaanvraag is er informatie gedeeld en heeft er overleg plaatsgevonden met de belangrijkste stakeholders, zijnde, gemeente Den Helder, veiligheidsregio Noord-Holland Noord, Maritiem Vliegkamp de Kooy (Defensie), Den Helder Airport (commercieel), de Gasunie, de direct omwonenden, aangrenzende grondeigenaren en grondgebruikers. Deze stakeholders hebben aangegeven dat zij geen bezwaar hebben tegen het beoogde planvoornemen.

5.2.2 Bezwaar De omgevingsvergunning wordt aangevraagd en gepubliceerd in een zelf uitgegeven elektronische publicatie zoals het gemeenteblad, waarna binnen maximaal 8 weken met een mogelijkheid van verlenging met 6 weken een besluit genomen moet worden. Na deze beslistermijn is bezwaar en beroep mogelijk.

Pagina 34 van 37

P250930

BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

6.1

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

Op grond van artikel 4.2 Omgevingswet moet het omgevingsplan voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen. Verder gelden de beleidskaders en instructieregels. In hoofdstukken 3 en 4 is aangegeven dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). In deze paragraaf worden de conclusies uit de genoemde hoofdstukken beschreven. In paragraaf 5.2 wordt beschreven op welke wijze de GoFlo is opgesteld.

6.2

Conclusie

Het projectvoornemen betreft het realiseren van een Energie Opslag Systeem bij het reeds vergunde zonnepark Heldair II. De impact van de beoogde ontwikkeling op de omgevingsaspecten is beperkt van aard en er treden geen nadelige gevolgen op. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Pagina 35 van 37

Bijlage I - Verkennend (water)bodemonderzoek Bijlage II - Overzicht PGS-richtlijnen Bijlage III - Natuurtoets Bijlage IV - AERIUS-berekening Bijlage V - Proces verbaal van oplevering ontplofbare oorlogsresten

(ff PROMMENZ Harmenkaag 11 1741 LA SCHAGEN 0224 - 299346 info@prommenz.nl www.prommenz.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/2373/documents/26219