Z2025-03-0036 - D2025-10-002056 - 20251028 Aangepaste_GoFlo_definitief_4.0.pdf
Tekst van het document
BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
Versie 4.0
PROMMENZ
BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder
P250930
Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving
opdrachtgever document
Ecorus P250930_GoFlo
versie
4.0
datum
28 oktober 2025
auteur
E. van IJzerloo, BSc.
controle
N. Bruijnooge, MSc.
vrijgave
P. Wiebes
P250930
BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
Figuur 1 | Projectlocatie binnen rode contour (Bron: Google Earth)
Figuur 2 | Projectlocatie binnen rode contour (Bron: Google Earth)
BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder
P250930
Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
1 Aanleiding en doel 1.1 1.2 1.3 1.4
2 Projectvoornemen 2.1 2.2 2.3
34
Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................................. 34 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ......................................................................................................... 34
6 Belangenafweging en conclusie 6.1 6.2
21
Milieueffectrapportage .....................................................................................................................................21 Ladder voor duurzame verstedelijking .................................................................................................. 21 Cultuurhistorie .............................................................................................................................................. 22 Archeologie ................................................................................................................................................... 23 Bedrijfsmatige activiteiten ....................................................................................................................... 23 Geluid ............................................................................................................................................................. 24 Luchtkwaliteit .............................................................................................................................................24 Geur ................................................................................................................................................................
26 Bodem ...........................................................................................................................................................26 Verkeer en parkeren .................................................................................................................................. 27 Omgevingsveiligheid ................................................................................................................................ 27 Kabels en leidingen .................................................................................................................................... 28 Natuur ............................................................................................................................................................ 29 Weging van het waterbelang .................................................................................................................. 31 Ontplofbare oorlogsresten ....................................................................................................................... 32
5 Uitvoerbaarheid 5.1 5.2
12
Rijksbeleid en Rijksregels .......................................................................................................................... 12 Provinciaal beleid en provinciale regels ............................................................................................ 14 Regionaal beleid en regionale regels ................................................................................................... 17 Gemeentelijk beleid ................................................................................................................................... 18
4 Fysieke leefomgeving 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15
8
Historische context ...................................................................................................................................... 8 Huidige situatie ............................................................................................................................................ 8 Projectvoornemen ......................................................................................................................................... 9
3 Beleid en regelgeving 3.1 3.2 3.3 3.4
5
Aanleiding en doel ...................................................................................................................................... 5 Ligging van de projectlocatie .................................................................................................................... 5 Planologische regelgeving ........................................................................................................................ 6 Leeswijzer ........................................................................................................................................................ 7
35
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties ......................................................................... 35 Conclusie........................................................................................................................................................ 35
Bijlagen
36
P250930
EOS Heldair 2, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
1.1
Aanleiding en doel
Ecorus werkt aan de ontwikkeling van het zonnepark Heldair II te Den Helder. Om zonne -energie efficiënter te benutten, wordt een Energie Opslag Systeem (EOS) geplaatst. Dit systeem slaat overtollige stroom op die tijdens piekmomenten wordt opgewekt. De opgeslagen energie kan vervolgens worden teruggeleverd op momenten dat de vraag hoger is dan de productie De locatie valt onder het ‘Omgevingsplan gemeente Den Helder’, van rechtswege waarbij de regels van het bestemmingsplan ‘LUCHTHAVEN 2013’ (14-10-2013) van toepassing zijn. Het realiseren van het EOS is in strijd met de regels van het bestemmingsplan aangezien de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 1,50 meter mag bedragen. In 2022 is de ‘Omgevingsvergunning Zonnepark Heldair II’ verleend voor de oprichting van het zonnepark, maar daarin was de plaatsing van een EOS niet opgenomen. Vanwege de strijdigheid met het omgevingsplan dient een omgevingsvergunning voor een ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ (BOPA) te worden aangevraagd. Dit document betreft de Goede Onderbouwing van de Fysieke Leefomgeving (GoFlo) benodigd bij de aanvraag.
1.2
Ligging van de projectlocatie
De projectlocatie behoort tot de kadastrale gemeente Den Helder, sectie C, perceel 10517. De projectlocatie bevindt zich ten westen van de Luchthavenweg in Den Helder. Het perceel is momenteel een agrarisch perceel en zal conform de reeds afgegeven vergunning (tijdelijk) worden ingericht als zonnepark. Ten noordwesten van de projectlocatie is Maritiem Vliegkamp De Kooy gevestigd waar ook Den Helder Airport gebruik van maakt. Ten zuiden van de projectlocatie ligt Bedrijventerrein Kooypunt (Figuur 3).
Figuur 3 | Projectlocatie binnen de rode contour (Bron: cyclomedia.nl)
Pagina 5 van 37
P250930
BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
1.3
Planologische regelgeving
Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet, geldt het ‘Omgevingsplan gemeente Den Helder’ van rechtswege, bestaande uit een tijdelijk en een nieuw deel. Het tijdelijke deel van het omgevingsplan bestaat uit ruimtelijke regels, volgend uit een aantal vervallen instrumenten waaronder bestemmingplannen en rijksregels over activiteiten (de bruidsschat). Ook zit in het tijdelijk deel van het omgevingsplan het bestemmingsplan ‘LUCHTHAVEN 2013’ (vastgesteld 14 oktober 2013) (Figuur 4). Hierbinnen valt de projectlocatie. Daarnaast is er in 2022 een omgevingsvergunning verleend voor Zonnepark Heldair II (AU22.00073). Op de projectlocatie rust de enkelbestemming ‘agrarisch’. De projectlocatie valt daarnaast binnen drie geluidszones ‘industrie – 2 (luchthaven)’, ‘industrie -1 (Kooypunt)’ en ‘luchtvaart 45ke – 50ke’. Ook valt de projectlocatie binnen de ‘veiligheidszone – bevi – 2’ (Figuur 4).
Figuur 4 | Uitsnede vigerende regelgeving bestemmingsplan ‘LUCHTHAVEN 2013’ met de projectlocatie binnen rode contour
Enkelbestemming Agrarisch De gronden met de bestemming ‘agrarisch’ zijn bestemd voor: a. de uitvoering van een agrarisch bedrijf met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering met uitzondering van glastuinbouwbedrijven; b. gebouwen ten behoeve van: 1. het agrarische bedrijf met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, uitgezonderd gebouwen ten behoeve van de glastuinbouw, intensieve veehouderij en veredelingsbedrijven; 2. bedrijfswoningen; c. bijgebouwen bij een bedrijfswoning; d. ter plekke van de aanduiding ‘manege’, is een manege toegestaan; e. ter plekke van de aanduiding ‘opslag’, is een stal toegestaan; f. paden; g. schuilhutten; met de daarbij behorende: h. agrarische gronden; i. nutsvoorzieningen; j. waterlopen en waterpartijen; k. bouwwerken, geen gebouw zijnde (zoals onder andere bruggen en bewegwijzering, terreinafscheiding etc.). met daaraan ondergeschikt: l. recreatief medegebruik; Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a. alleen binnen de gronden van het bouwvlak mogen bij de bestemming behorende gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde, worden gebouwd met uitzondering van het gestelde in lid c en d; b. nieuwbouw mag alleen plaatsvinden achter de gevellijn; c. op of in deze gronden buiten een bouwvlak mogen alleen schuilhutten en bij de bestemming behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd;
Pagina 6 van 37
P250930
BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
d. e.
Op of in de gronden met de aanduiding ‘agrarisch bedrijf’ mogen bedrijfsgebouwen en een bedrijfswoning worden gebouwd. De goothoogte binnen de aanduiding ‘opslag’ mag niet meer dan 3 meter bedragen en de bouwhoogte niet meer dan 4,5 meter;
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: […] b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gelegen gevel van de bedrijfswoning c.q. het verlengde daarvan niet meer dan 1 meter mag bedragen; […] g. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 1,50 meter bedragen, met uitzondering van bruggen welke maximaal 2,5 meter mag bedragen; Geluidszone – Industrie 1 t/m 3 Voor het bouwen van gebouwen geldt de volgende regel: een op grond van de daar voorkomende bestemming(en) toelaatbaar gebouw, of de uitbreiding daarvan, welke aangemerkt kunnen worden als een geluidsgevoelig object, mag slechts worden gebouwd indien de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein van de gevels van dit gebouw niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde. Tot een gebruik strijdig met deze gebiedsaanduidingen, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van niet-geluidsgevoelige gronden en bouwwerken als geluidsgevoelig object.
Geluidszone – Luchtvaart Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone -luchtvaart' zijn de gronden, naast de aldaar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting op nieuwe geluidgevoelige objecten als gevolg van landende en opstijgende luchtvaartuigen. In afwijking van het overigens in het plan bepaalde is het niet toegestaan nieuwe geluidsgevoelige objecten te bouwen of geluidsgevoelige terreinen aan te leggen, in te richten of te gebruiken ter plaatse van de aanduiding "geluidzone - luchtvaart 45-50 Ke", te weten het gebied tussen de 45 en 50 Ke-lijn. Veiligheidszone – bevi – 2 Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone – bevi - 2' zijn de gronden tevens bestemd voor het tegengaan van een te hoog veiligheidsrisico van kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. In afwijking tot het bepaalde in de bouwregels mogen in of op deze gronden geen kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten worden gebouwd. het bepaalde in de alinea hierboven is niet van toepassing op bestaande kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten en op nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten met een functionele binding met de (militaire)luchthaven of risicovolle inrichting waarvoor de veiligheidszone geldt.
Conclusie Op grond van het bestemmingsplan ‘LUCHTHAVEN 2013’ is het realiseren van het EOS in strijd met de regels, omdat de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 1,50 meter mogen bedragen. De realisatie van het EOS is niet opgenomen in de verleende omgevingsvergunning uit 2022 voor Zonnepark Heldair II. Het projectvoornemen is daarom in strijd met de vigerende regelgeving. Ten behoeve van de ontwikkeling dient er een omgevingsvergunning voor een ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ (BOPA) te worden aangevraagd.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 van deze GoFlo wordt een beschrijving gegeven van de huidige en toekomstige situatie van de projectlocatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante beleid en de regelgeving op verschillende bestuursniveaus. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op relevante milieuen omgevingsaspecten, waarna in hoofdstuk 5 de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project worden toegelicht. Hoofdstuk 6 sluit af met een belangenafweging en conclusie.
Pagina 7 van 37
P250930
BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
2.1
Historische context
De projectlocatie bevindt zich op een ingesloten strandvlakte en lag vroeger bij een aantal nollen zoals De Garst en De Kooy. De Kooy is ontwikkeld tot een verkeersknooppunt met nog beperkt reliëf zichtbaar terwijl De Garst grotendeels intact is gebleven. De projectlocatie is ingesloten tussen de spoordijk en de provinciale weg, de N250 (Figuur 5). Vanaf de tweede helft van de 20 e eeuw wordt Maritiem Vliegkamp De Kooy ontwikkeld. Rond de jaren ’80 heeft het terrein van De Kooy de huidige omvang bereikt en zijn de kleine nollen verdwenen. In deze periode begint ook de industrie tussen het Balgzandkanaal en het Noordhollandsch Kanaal toe te nemen (Figuur 5). Vanaf de jaren ’90 starten bedrijven zich te vestigen ten zuiden van de projectlocatie en ontstaat Bedrijventerrein Kooypunt. Inmiddels is er in het landschap daardoor een groot contrast ontstaan tussen 3 zones: de Waddenzee, een industriële zone en het polderlandschap (Figuur 5). In 2022 is er een omgevingsvergunning verleend voor de realisatie van het zonnepark ‘Heldair II’ op de projectlocatie. De voorgenomen plaatsing van een EOS op de locatie is ten behoeve van, en maakt onderdeel uit van het toekomstige zonnepark.
Figuur 5 | Projectlocatie binnen rode contour in 1900 (links), 1960 (midden) en 2024 (rechts) (Bron: topotijdreis.nl)
2.2
Huidige situatie
De projectlocatie behoort tot de kadastrale gemeente Den Helder, sectie C, perceel 10517. De projectlocatie bevindt zich ten westen van de Luchthavenweg te Den Helder. Het perceel is momenteel een agrarisch perceel dat gebruikt wordt voor bloembollenteelt (Figuur 6). De locatie wordt aan de noordzijde begrensd door een agrarisch perceel waar het zonnepark op gerealiseerd zal worden. Ten noorden daarvan ligt het terrein van Den Helder Airport. Aan de oostzijde wordt de projectlocatie begrensd door de Luchthavenweg, een 80 km/uur weg. De zuidzijde van de projectlocatie wordt begrensd door een onverharde toegangsweg naar Motorcross circuit Den Helder (MC-NH). De westzijde van de projectlocatie wordt begrensd door het agrarische perceel waar het zonnepark op gerealiseerd zal worden.
Pagina 8 van 37
P250930
BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
Figuur 6 | Luchtfoto projectlocatie (Bron: Cyclomedia)
2.3
Projectvoornemen
Het projectvoornemen betreft de plaatsing van een EOS (Energie Opslag Systeem) bij het reeds vergunde zonnepark Heldair II (Figuur 10). Het systeem slaat overtollige elektriciteit op die tijdens productiepieken wordt opgewekt. Op momenten van hoge vraag kan deze energie worden ingezet, waardoor de duurzame opwek efficiënter en doelgerichter wordt benut.
Figuur 7 | Schetsontwerp EOS systeem bij Heldair II (Bron: VlugP)
Het EOS voor zonnepark Heldair II is een relatief kleinschalig EOS project. Het bestaat namelijk uit enkele baterijcontainers wat beperkt is ten opzichte van een geheel batterijpark. Het is geen opzichzelfstaande EOS, maar de spil in een lokaal energie-ecosysteem dat specifiek is ontworpen voor Den Helder. Dit uit zich in een zelfvoorzienende lokale laad- en energiehub, het EOS kan draaien op lokaal opgewekte zonnestroom van zonnepark Heldair II. Daarnaast uit het zich ook in directe investering in de lokale economie, de intentie vanuit de initiatiefnemer is om de aanleg van de benodigde
Pagina 9 van 37
P250930
BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
infrastructuur uit te laten voeren door lokale en regionale specialisten, de ontwikkeling draagt daarmee, naast duurzaamheid, ook bij aan de sociale en economische veerkracht van de gemeente. Het EOS bij zonnepark Heldair II zal bestaan uit 6 metalen containers met batterijen en ingebouwde metalen omvormers en twee transformatoren (Figuur 8 en 9A/9B). Het inkoopstation en de batterijcontainers krijgen de kleur RAL 6011 en de trafo’s krijgen de kleur RAL 6009. Door het gebruik van deze kleuren is het EOS onopvallend binnen het landschap. Een EOS slaat elektriciteit op, gewonnen uit duurzame bronnen zoals wind en zon. Op een moment dat er veel vraag is naar elektriciteit kan deze energie worden vrijgegeven. De totale afmeting van het projectgebied is ca 42 bij 16 meter en ligt langs een onderhoud pad, dat is afgesloten door middel van een hek.
Figuur 8 | Inrichtingstekening EOS systeem (Bron: Ecorus)
Figuur 9A | Impressie EOS-systeem Bovenaanzicht (Bron: VlugP)
Pagina 10 van 37
P250930
BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
Figuur 9B | Impressie EOS-systeem zijaanzicht (Bron: VlugP)
De integratie van het EOS is essentieel om de primaire functie van Zonnepark Heldair II, te continueren en de efficiëntie te maximaliseren. Dankzij de integratie van het EOS wordt de zonne energie op drie manieren benut. Tijdens de piekmomenten kan er direct gebruik worden geleverd wanneer het net dit aankan, de opgewekte stroom wordt lokaal en functioneel gebruikt voor het opladen van elektrische voertuigen en een overproductie hoeft minder vaak afgeschakeld te worden. Den Helder is de gemeente met de meeste zonuren van Nederland, met het EOS wordt deze unieke lokale potentie volledig omgezet in duurzame energie voor de omgeving. De primaire functie en maatschappelijke meerwaarde van het EOS is het mogelijk maken van 8 tot 16 nieuwe snellaadpunten van Fastned waarvoor reeds een vergunning is aangevraagd. De snellaadpunten komen er alleen als het EOS ook wordt gerealiseerd. Gezien de huidige netcongestie in Den Helder was de realisatie van dit laadstation via een reguliere netaansluiting onmogelijk. De directe koppeling met het zonnepark en het EOS omzeilt dit probleem. Het EOS is dus geen doel op zich, maar de onmisbare schakel die een belangrijke bijdrage levert aan de gemeentelijke ambitie voor dekkende en toekomstbestendige laadinfrastructuur. Inwoners en bezoekers van Den Helder kunnen hierdoor hun voertuig opladen met lokaal opgewekte zonnestroom.
Naast het faciliteren van laadcapaciteit vervult het EOS een belangrijke rol in het ontlasten van het elektriciteitsnet, een kernpunt binnen de duurzaamheidsstrategie. Doordat het EOS in het zonnepark wordt geïntegreerd (achter de meter), behoeft deze geen extra netcapaciteit om energie af te nemen van het net. Tijdens productiepieken, bijvoorbeeld bij veel zonneschijn, wordt overtollige zonnestroom tijdelijk opgeslagen in het EOS in plaats van terug geleverd aan het net. Er is dan ook geen afnamecapaciteit aangevraagd bij de netbeheerder. Deze opgeslagen energie wordt vervolgens beschikbaar gesteld wanneer de vraag in Den Helder hoog is en het aanbod laag. Hiermee onderscheidt het EOS bij zonnepark Heldair II zich van veel andere EOS projecten waar wel afnamecapaciteit voor is aangevraagd bij de netbeheerder. Vooruitkijkend biedt de technische inrichting van het EOS nog een extra maatschappelijke potentie. Mocht de netbeheerder in de toekomst behoefte hebben aan meer flexibiliteit, dan kan het EOS worden ingezet voor congestiediensten. Het EOS kan dan, in afstemming met de netbeheerder, actief helpen om bredere pieken op het Helderse elektriciteitsnet te balanceren. Hoewel dit niet het primaire doel is, benadrukt deze additionele functionaliteit de waarde van het project als een veelzijdige en toekomst vaste investering in de lokale energie-infrastructuur.
Pagina 11 van 37
P250930
BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
3.1
Rijksbeleid en Rijksregels
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Omgevingswet is 1 januari 2024 in werking getreden. Het Rijk heeft een Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Het Ontwerp van deze Nationale Omgevingsvisie is in juni 2019 verschenen en op 11 september 2020 is deze definitief vastgesteld. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven en zorgen voor grote uitdagingen in Nederland die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Deze uitdagingen vragen om een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De NOVI heeft de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervangen. De NOVI richt zich op nationale belangen, en de nationale belangen opgenomen in de SVIR maken onderdeel uit van de NOVI. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is de "Ladder voor duurzame verstedelijking" geïntroduceerd, en dit instrument, betreffende een behoeftetoetsing van een plan, maakt ook onderdeel uit van het beleid van de NOVI. De Nationale Omgevingsvisie richt zich op vier prioriteiten.
Deze hebben onderling veel met elkaar te maken en op deze prioriteiten geeft de NOVI richting aan hoe we onze fysieke leefomgeving inrichten: • Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie • De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden • Onze steden en regio’s sterker en leefbaarder maken • Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen De vier prioriteiten zijn vertaald naar een Uitvoeringsagenda, die concrete invulling geeft aan de richtingen, zowel vanuit de rol van het Rijk als in samenwerkingsverband. Het Rijk kiest hierbij voor de inzet van algemene rijksregels, bestaande financiële middelen en kennisontwikkeling. Het Rijk zal in samenspraak met medeoverheden en maatschappelijke partijen bestuurlijke afspraken maken. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. Om beleidskeuzes te helpen maken zijn er drie afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Conclusie Hoewel het rijksbeleid de overkoepelende rijksbelangen beschermt en zodoende weinig specifieke regels stelt aan bestemmingsplannen, kunnen de afwegingsprincipes wel worden toegepast. De ontwikkeling van het zonnepark voorziet in een energieopwekking van ca.
20 MWp, wat goed is voor de energievoorziening van 15.000 huishoudens per jaar. Dit zonnepark draagt bij aan het doel om Nederland in 2050 volledig te voorzien in duurzame energie. Het toevoegen van een EOS bij het zonnepark zorgt ervoor dat de opgewekte energie efficiënter gebruikt kan worden. Op momenten dat de vraag naar elektriciteit groot is kan het EOS haar opgeslagen energie vrijgeven om aan de grotere vraag te kunnen voldoen en op momenten dat de vraag niet groot is wordt de energie opgeslagen in de batterijen van het EOS. 3.1.2 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan in hoofdstuk 5 instructieregels van het rijk voor het omgevingsplan. Afdeling 5.1 stelt instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). De instructieregels gaan over het volgende: • Algemene bepalingen (paragraaf 5.1.1); Pagina 12 van 37
P250930
BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
• • • •
Waarborgen van de veiligheid (paragraaf 5.1.2); Beschermen van de waterbelangen (paragraaf 5.1.3); Beschermen van de gezondheid en van het milieu (paragraaf 5.1.4); Beschermen van de landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5); • Behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6); • Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7); • Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8). Afdeling 5.2 bevat instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving • Voorkomen van belemmeringen voor gebruik en beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur en van rijkswegen; • Lokale spoorwegen binnen vervoerregio's; • Lozen van industrieel afvalwater in het openbaar vuilwaterriool; • Bebouwingscontour jacht; • Bebouwingscontour houtkap. Afdeling 5.3 bevat regels over ontheffing van instructieregels voor het omgevingsplan. Conclusie Het projectvoornemen is in lijn met het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl). In hoofdstuk 4 gaan we in op de instructieregels van het rijk die voor deze locatie van toepassing zijn.
3.1.3 Klimaatakkoord Op 28 juni 2019 heeft het kabinet het Klimaatakkoord gepresenteerd, een nationale strategie met meer dan 600 afspraken tussen overheid, bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers om de uitstoot van broeikasgassen fors terug te dringen. Het akkoord is opgesteld als antwoord op het Klimaatverdrag van Parijs en heeft als doel om in 2030 49% minder CO₂-uitstoot te realiseren ten opzichte van 1990. In 2050 moet Nederland zelfs volledig klimaatneutraal zijn. Een belangrijk uitgangspunt van het akkoord is de transitie naar een CO₂-vrij elektriciteitssysteem, wat inhoudt dat fossiele energiebronnen zoals kolen en gas worden vervangen door duurzame alternatieven. Volgens het akkoord moet in 2030 ten minste 70% van de elektriciteitsproductie afkomstig zijn uit hernieuwbare bronnen, zoals wind en zon. Hiervoor is afgesproken dat er jaarlijks 35 terawattuur (TWh), oftewel 35 miljard kilowattuur (kWh) aan duurzame elektriciteit op land wordt opgewekt. Dit gebeurt via windmolens en zonneparken, verspreid over de twaalf provincies. Het akkoord benadrukt daarnaast het belang van energieopslag, netverzwaring, en flexibiliteit in het energiesysteem om het variabele aanbod van hernieuwbare energie goed te kunnen inpassen.
Conclusie Door opgewekte zonne-energie tijdelijk op te slaan, wordt de inzet van duurzame elektriciteit beter afgestemd op de vraag, wat leidt tot een efficiënter gebruik van hernieuwbare bronnen. Dit helpt niet alleen bij het realiseren van de doelstelling om in 2030 70% van de elektriciteit uit duurzame bronnen te halen, maar draagt ook bij aan het voorkomen van netcongestie en het creëren van een robuust, flexibel elektriciteitssysteem. Daarmee sluit de realisatie van een EOS aan op de kernambities van het Klimaatakkoord. 3.1.4 Luchthavenbesluit De Kooy Op 17 december 2018 is er een luchthavenbesluit voor de militaire luchthaven De Kooy vastgesteld, genaamd luchthavenbesluit De Kooy. Het vervangt het aanwijzingsbesluit van het militaire luchtvaartterrein De Kooy van 31 maart 1961 (Stcrt. 1961, 59) en het besluit van 5 juni 1992, nummer MG92058762, waarmee de toenmalige Staatssecretaris van Defensie rond de luchthaven de geluidszone op grond van de Luchtvaartwet heeft vastgesteld. Hierin zijn regels en bepalingen opgenomen voor het vliegveld De Kooy en de omliggende omgeving. Conclusie In artikel 3.2.1 wordt verwezen naar artikel 5 t/m 14 van het Besluit militaire luchthavens: de maximaal toelaatbare geluidsbelasting binnen de geluidszone. Een EOS kan niet als geluidsgevoelig object worden beschouwd onder de Omgevingswet.
Derhalve legt het luchthavenbesluit geen beperkingen op ten opzichte van de ontwikkeling.
Pagina 13 van 37
P250930
BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
3.2
Provinciaal beleid en provinciale regels
3.2.1 Omgevingsvisie NH2050 – Balans tussen economische groei en leefbaarheid De omgevingsvisie is hét beleidsinstrument voor de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie is het richtinggevende beleidsinstrument van de Omgevingswet: het benoemt ambities, centrale opgaven en strategie vanuit een samenhangend perspectief op ruimte, milieu, natuur en landschap, water, verkeer en vervoer en cultureel erfgoed. Vanuit deze samenhang zet een omgevingsvisie ook de koers uit voor ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken, voorzieningen en recreatie in de provincie. Een belangrijke trend is de toenemende aandacht voor nieuwe thema’s zoals veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. Op 19 november 2018 is de ‘Omgevingsvisie NH2050 – Balans tussen economische groei en leefbaarheid’ vastgesteld door Provinciale Staten (PS). Provincie Noord-Holland wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. In de visie staan 5 bewegingen die laten zien hoe omgegaan wordt met opgaven die op de samenleving afkomen en gefaciliteerd worden.
Aan de bewegingen zijn diverse randvoorwaarden en ontwikkelprincipes meegegeven. Het betreft de volgende bewegingen: • dynamisch schiereiland: de unieke ligging wordt benut waarbij kustverdediging voorop staat, toeristische en recreatieve kansen benut worden en natuurwaarden worden toegevoegd; • metropool in ontwikkeling: Metropoolregio Amsterdam gaat steeds meer als één stad functioneren en de reikwijdte wordt groter; • sterke kernen, sterke regio’s: ontwikkeling van centrumgemeenten om daarmee het voorzieningenniveau in de regio vitaal te houden en tegelijkertijd hun herkenbare identiteit behouden; • nieuwe energie: het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie; • natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: het ontwikkelen van natuurwaarden en versterken van de duurzame agrifoodsector. Conclusie Het projectvoornemen om een EOS te plaatsen bij het toekomstige zonnepark Heldair II draagt bij aan de beweging ‘nieuwe energie’. Door bij dit toekomstige zonnepark een EOS systeem te plaatsen wordt er meer flexibiliteit gecreëerd en kan het stroomnet ontlast worden op momenten van overbelasting. Het projectvoornemen is daarom in lijn met de provinciale omgevingsvisie. 3.2.2 Omgevingsverordening NH2022 De Omgevingsverordening NH2022 stelt regels aan gemeentelijke ruimtelijke plannen.
De inhoud is van toepassing op de fysieke leefomgeving en activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, waarbij de provincie belang heeft. De provincie heeft in de Omgevingsverordening NH2022 onder meer regels opgenomen over activiteiten in de fysieke leefomgeving, zoals Natuurnetwerk Nederland, water, energie en landschap.
Pagina 14 van 37
P250930
BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
Figuur 10 | Uitsnede van de Omgevingsverordening NH2022 (Bron: omgevingswet.overheid.nl)
Conclusie De projectlocatie ligt in een Natura 2000-bufferzone (Figuur 10). Vanwege de ligging nabij een Natura 2000-gebied gelden er in de bufferzone beperkingen. Tijdens de realisatie van het plan dient hier rekening mee te worden gehouden. Vanwege de ligging nabij een Natura 2000-gebied is er een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd, zie paragraaf 4.13.3. De projectlocatie ligt ook in landelijk gebied. In artikel 6.39b staan regels beschreven over zonne energie in landelijk gebied. Artikel 6.39 Opstellingen zonne-energie in Landelijk gebied 1. Voor zover het werkingsgebied Landelijk gebied van toepassing is op een omgevingsplan is het oprichten van een of meer opstellingen voor zonneenergie uitsluitend mogelijk als: De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. een termijnstelling geldt van maximaal 30 jaar, waarbij geldt dat na het verstrijken van deze termijn de opstellingen voor zonne-energie dienen te worden verwijderd en de bestaande toestand wordt hersteld, met uitzondering van gerealiseerde verbeteringen die een aantoonbare meerwaarde hebben voor ecologie of landschap; en b. voor het gestelde onder a financiële zekerheid wordt gesteld. 2.
De termijnstelling als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op het oprichten van een of meer opstellingen voor zonne-energie op locaties die in gebruik zijn als agrarisch bouwperceel, nutsvoorziening, voor de waterhuishouding, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of infrastructuur voor het weg-, spoorweg-, water- of luchtverkeer, niet zijnde leidingtracés voor gas, water of elektriciteit. 3. Onverminderd het eerste en tweede lid maakt een omgevingsplan het oprichten van een of meer opstellingen voor zonne-energie uitsluitend mogelijk als: a. deze opstellingen landschappelijk zorgvuldig vormgegeven en ingepast worden; en b. is geborgd dat voldoende inspanning wordt gepleegd om te komen tot vijftig procent lokaal eigendom van de lokale omgeving zoals bedoeld in het Klimaatakkoord. 4. In aanvulling op het derde lid maakt een omgevingsplan het oprichten van een of meer opstellingen voor zonne-energie op landbouw- of natuurgronden uitsluitend mogelijk: a. op landbouwgrond in combinatie met een substantiële agrarische functie;
Pagina 15 van 37
BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder
P250930
Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
b.
5.
op landbouwgrond die op basis van bestuurlijk bindende afspraken in transitie is dan wel op gronden die minder geschikt worden voor een landbouwfunctie door verzilting, vernatting, bodemdaling, omvang, of ongunstige geografische ligging en deze opstellingen financieel bijdragen aan het mogelijk maken van de gebiedsgerichte opgaven voor een maximale periode van dertig jaar; c. wanneer betekenisvol wordt bijgedragen aan de vermindering van de netcongestie of wanneer hiermee een efficiënter netwerkgebruik wordt gerealiseerd. Gedeputeerde Staten hebben op grond van artikel 6.6 van het Delegatiebesluit Omgevingsverordening NH2022 nadere regels gesteld in Afdeling 6 Zonne-energie in bijlage 11 ten aanzien van het bepaalde in het eerste tot en met vierde lid.
Voor de realisatie van het zonnepark Heldair II is reeds een omgevingsvergunning verleend waarbij er op basis van de artikelen uit de Omgevingsverordening NH2020 een akkoord van de Provincie is afgegeven. Het EOS zal conform artikel 6.39b, lid 3 landschappelijk zorgvuldig vormgegeven en ingepast worden. Daarnaast zorgt het EOS voor ontzorging van het stroomnet door energie op te slaan en efficiënt vrij te geven op momenten dat de vraag groot is. Daarmee is het voornemen betekenisvol voor de vermindering van de netcongestie, zoals aangegeven in lid 4, sub c. Het projectvoornemen is daarom in lijn met de Omgevingsverordening NH2022. 3.2.3 Leidraad Landschap en Cultuurhistorie Provincie Noord-Holland (2018) In het Leidraad Landschap en Cultuurhistorie wordt de ambitie genoemd om ruimtelijke ontwikkelingen bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek, het versterken van (de beleving van) openheid en helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers. Volgens de omgevingsverordening NH2022 artikel 6.69 beschrijft de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie de provinciale belangen ten aanzien van landschappelijke en cultuurhistorische waarden. De projectlocatie is gelegen in het ensemble Koegras – Anna Paulownapolder (Figuur 11). Dit ensemble grenst zowel aan de Noordzee als de Waddenzee.
Het ensemble bestaat uit reliëfrijke jong duinlandschap en polders die vooral voor bollenteelt en als akkerland worden gebruikt.
Figuur 11 | Kaarten met de drie kernwaarden toegelicht (Bron: Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018)
Landschappelijke karakteristiek Het ensemble wordt gekenmerkt door twee kuststroken met daarachter aandijkingenlandschap. De landschappelijke karakteristiek kenmerkt zich door de smalle duinstrook en de grootschalige bollenteelt. Ondanks dat de bollen slechte enkele maanden in bloei staan vormt het toch een grote waarde voor de Noordzeerecreatie. De door UNESCO tot werelderfgoed benoemde Waddenzee wordt omsloten door de waddenkust. Het landschap heeft een grote diversiteit aan reliëf, grondwaterstanden en -kwaliteit en bodems en daarmee samenhangende vegetatietypen. Openheid en ruimtebeleving Het aandijkingenlandschap wordt gekenmerkt door een zeer grote mate van openheid. De dijken, duinen en bomenrijen begrenzen de grote open ruimte. Het open karakter wordt benadrukt door de wegen in de aandijkingen, deze hebben meestal geen beplanting.
Pagina 16 van 37
P250930
BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
Ruimtelijke dragers De Noordzeekust, Waddenkust en de Balgzanddijk zijn drie belangrijke ruimtelijke dragers in het gebied. Daarnaast is het Noordhollandsch kanaal, eveneens als de N9 een belangrijke ruimtelijke drager die een noord-zuidoriëntatie hebben. De dijken en de duinen omgrenzen de landelijke eenheden. Conclusie Het EOS wordt aan de zuidoostzijde van het zonnepark gerealiseerd waar nieuwe nollen als gebiedseigen landschapsstructuur het zonnepark laten inkaderen en onderdeel laten uitmaken van de toekomstige recreatieve ’nollen’-route. Daarmee zal het EOS wegvallen achter de nollen. Het projectvoornemen zal geen afbreuk doen aan de landschappelijke waarden van het gebied.
Figuur 12 | Landschappelijke inpassing EOS (Bron: VlugP)
3.3
Regionaal beleid en regionale regels
3.3.1 Waterschapsverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier De Waterschapsverordening bevat regels die het waterschap hanteert om haar watergangen, waterkeringen en wegen te beschermen. Rond de sloten, dijken en wegen zijn verschillende zones gedefinieerd en voor elke zone gelden andere regels. De Waterschapsverordening berust op artikel 2.5 van de Omgevingswet en vervangt de Keur HHNK 2016, de Algemene regels bij de Keur HHNK 2016 en de Wegenverordening HHNK 2016. Conclusie In paragraaf 4.14 wordt ingegaan op de invulling van het aspect water binnen het project. 3.3.2 Waterplan HHNK Het Waterplan geeft de koers van het HHNK op hoofdlijnen weer voor het waterbeheer in Hollands Noorderkwartier. Het HHNK bouwt voort op de regionale Deltavisie (2012), het Waterprogramma 20162021 (WBP5) en het Collegeprogramma 2019-2023. Het Waterplan is het zesde Waterbeheerprogramma (WBP6). Als basis voor het Waterplan is het WBP5 tussentijds geëvalueerd en een langetermijnverkenning gedaan naar wat het HHNK kan verwachten. Het Waterplan houdt rekening met het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 en het Regionaal Waterprogramma NoordHolland 2022-2027. Het Waterplan is ingedeeld in effecten, thema’s en gebieden. Het HHNK wil gebiedsgericht samenwerken. Brede maatschappelijke vraagstukken zoals klimaatverandering, stikstofemissies, Pagina 17 van 37
P250930
BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
bodemdaling en verzilting houden geen rekening met bestaande regelgeving, bestuurlijke structuren en geografische grenzen. Daarnaast vragen gebiedseigen kenmerken om lokale aanpak. Het HHNK is verantwoordelijk voor verschillende taken. De taken worden beschreven vanuit de doelstelling (het effect) dat ze willen bereiken op het onderwerp. Het HHNK onderscheidt 7 effecten: • Waterveiligheid; • Voldoende water; • Gezond water; • Schoon water; • Veilige (vaar)wegen; • Crisisbeheersing; • Bestuur en organisatie. Daarnaast draagt het HHNK bij aan een aantal bredere maatschappelijke thema’s. Het zijn onderwerpen die meerdere van de maatschappelijke effecten raken. Het HHNK heeft de op dit moment 5 meest relevante maatschappelijke opgaven (thema’s) beschreven waaraan zij bijdragen: • Ruimtelijke adaptatie; • Omgevingswet; • Duurzaamheid; • Biodiversiteit; • Datagedreven werken. Conclusie In paragraaf 4.14 wordt ingegaan op de invulling van het aspect water binnen het project.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Omgevingsvisie Den Helder: Koers op een sterke thuishaven (2023) De gemeente Den Helder heeft een ontwerp-omgevingsvisie gepubliceerd met als titel “Koers op een sterke thuishaven”. Hierin staat beschreven hoe de gemeente om wil gaan met het behoud, het gebruik en de ontwikkeling van de leefomgeving. De visie geeft richting aan uitdagingen, ambities en kansen bij de toekomstige ontwikkeling van Den Helder. De omgevingsvisie is opgedeeld in thematische uitwerkingen voor de onderwerpen ‘groen en landschap’, ‘mobiliteit en infrastructuur’, ‘functies en bedrijvigheid’ en ‘ontwikkelingen’. Daarnaast is voor de deelgebieden van Den Helder een deelvisie opgesteld. De projectlocatie ligt ten noorden van bedrijventerrein Kooypunt (Figuur 13). De projectlocatie ligt in een gebied waar ruimte wordt geboden aan een grootschalig tijdelijk zonnepark. De realisatie van Heldair II is dus meegenomen in de Omgevingsvisie van gemeente Den Helder. Daarmee wordt bijgedragen aan het centrale uitgangspunt ‘Onze leefomgeving wordt toekomstbestendig ingericht en gebruikt en draagt bij aan een sterke samenleving’.
Pagina 18 van 37
P250930
BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
Figuur 13 | Uitsnede visiekaart en centrale uitgangspunten met projectlocatie binnen rode cirkel (Bron: Omgevingsvisie Den Helder 2023)
De energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit, circulaire economie en duurzame mobiliteit vormen de vijf pijlers van duurzaamheid. Den Helder zet de komende jaren in op al deze vijf pijlers in om de leefomgeving toekomstbestendig te gebruiken, in te richten en verder te ontwikkelen. De energietransitie vraagt om grote veranderingen op het gebied van energieopwekking en gebruik, mobiliteit, landbouw en allerlei industriële processen. Ook gemeente Den Helder krijgt te maken met deze veranderingen, die soms behoorlijk ingrijpend kunnen zijn. De gemeente stimuleert acties van inwoners en ondernemers om te verduurzamen en faciliteren waar mogelijk, met als doel om in 2040 als gehele gemeente energieneutraal te zijn. Via de Regionale Energiestrategie (RES) heeft Den Helder zich verbonden aan de ambitie om bij te dragen aan de grootschalige opwek van duurzame energie op land. Het zoekgebied hiervoor is voornamelijk de Nieuwe Haven, maar in de Omgevingsvisie is op de projectlocatie ook al ruimte gereserveerd voor de realisatie van Heldair II. Conclusie Den Helder wil ruimte bieden aan activiteiten rondom de energietransitie. In de Omgevingsvisie is reeds ruimte voor zonnepark Heldair II opgenomen. Het EOS gaat deel uitmaken van het zonnepark om zo de opgewekte energie op te kunnen slaan en het stroomnet te ontlasten.
Daarmee is het projectvoornemen in lijn met de Omgevingsvisie. 3.4.2 Toekomstvisie Energie De Toekomstvisie Energie is op maandag 25 november 2024 door de gemeenteraad vastgesteld. De visie geeft een beschrijving van verschillende oplossingsrichtingen voor de opwek, opslag en alternatieven voor (fossiele) energie met als doel om in 2040 een energieneutrale gemeente te zijn. Voor de gemeente is het van groot belang dat (duurzame) energie-initiatieven niet alleen bijdragen aan een betrouwbare en toekomstbestendige energievoorziening, maar ook zorgen voor een vermindering van CO₂-uitstoot en een ontlasting van het elektriciteitsnet. Daarnaast wordt er nadrukkelijk rekening gehouden met de impact op de leefomgeving, het versterken van de regionale werkgelegenheid en het draagvlak onder inwoners. Conclusie Het projectvoornemen betreft een kleinschalig toegepast Energie Opslag Systeem (EOS), bedoeld om de opgewekte stroom uit het zonnepark efficiënter in te zetten. Daarmee draagt het bij aan het voorkomen van netcongestie en sluit het aan bij de doelstellingen van de Toekomstvisie Energie. Het EOS voor zonnepark Heldair II is een relatief kleinschalig EOS project. Het is geen opzichzelfstaande EOS, maar de spil in een lokaal energie-ecosysteem dat specifiek is ontworpen voor Den Helder. De
Pagina 19 van 37
P250930
BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
schaalgrootte van de batterij is bewust afgestemd op de productie van het zonnepark en de verwachte vraag van het laadstation. Er ontstaat op deze manier een gesloten, lokaal systeem. Het EOS biedt mogelijkheden tot uitbreiding van de lokale laadinfrastructuur, waarbij een betrouwbare en duurzame stroomvoorziening wordt gegarandeerd. Door de ontwikkeling kunnen inwoners van Den Helder hun voertuig laden met lokaal opgewekte energie. De ontwikkeling draagt bij aan het ontlasten van het elektriciteitsnet in de omgeving. 3.4.3 Beleidskader Archeologie 2017 Gemeente Den Helder Sinds de invoering van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in 2007 (vanaf 2016 overgegaan in de Erfgoedwet en vanaf 1 januari 2024 in de Omgevingswet) ligt deze verantwoordelijkheid bij de gemeenten. De archeologische beleidskaart heeft tot doel het archeologisch erfgoed van de gemeente Den Helder waar nodig te beschermen. De beleidskaart archeologie geeft inzicht in de aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Met behulp van de kaart wordt de advisering voor ruimtelijke ontwikkelingen vereenvoudigd, versoepeld en gepreciseerd. In oktober 2017 is het ‘Beleidskader Archeologie 2017 Gemeente Den Helder’ gepubliceerd, dit betrof een actualisatie van het archeologiebeleid uit 2003. In het nieuwe beleid is een archeologische verwachtingskaart toegevoegd.
Conclusie Voor de projectlocatie geldt een onderzoeksplicht vanaf 500 m² en bij een ontgravingsdiepte van 4 meter of dieper (Figuur 14). In paragraaf 4.4 wordt het aspect archeologie verder toegelicht. Het projectvoornemen is in lijn met het beleidskader Archeologie 2017 van de Gemeente Den Helder.
Figuur 14 | Archeologische beperkingen met de projectlocatie binnen de rode cirkel (Bron: Archeologische beleidsadvieskaart Den Helder 23 april 2018)
Pagina 20 van 37
P250930
BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
In het kader van een ruimtelijke procedure dient voor milieu- en omgevingsaspecten aangetoond te worden dat het project uitvoerbaar is en er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling is inzicht nodig of er op basis van milieu- of omgevingsaspecten belemmeringen/ beperkingen zijn voor de directe omgeving en de ontwikkeling zelf.
4.1
Milieueffectrapportage
4.1.1 Wettelijk kader De milieueffectrapportage (hierna: m.e.r.) is bedoeld om vooraf de mogelijke milieueffecten van plannen en besluiten in beeld te brengen en deze een volwaardige rol te laten spelen bij de besluitvorming over plannen en besluiten. De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. De wettelijke basis voor de m.e.r. ligt in Europa: • De mer-richtlijn regelt de milieueffectrapportage voor projecten; • De smb-richtlijn regelt de milieueffectrapportage voor plannen en programma’s. Daarnaast geldt het verdrag van Espoo, inclusief het SEA-protocol, als er grensoverschrijdende milieueffecten kunnen zijn. Voor het bepalen of een plan eventueel mer-plichtig is, is artikel 16.36, lid 3 en 4 van de Omgevingswet van toepassing. Er zijn bij de zogenaamde plan-mer-beoordeling twee mogelijke resultaten: • Aanzienlijke milieueffecten zijn niet uitgesloten: er volgt een plan-mer en er moet een milieueffectrapport (MER) worden gemaakt. • Aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten: er is geen plan-mer nodig en er wordt geen MER gemaakt.
Er zijn twee situaties waarin een plan-mer-beoordeling aan de orde kan komen: • Het plan is kaderstellend voor projecten die milieueffecten kunnen hebben, maar het betreft geen project dat in bijlage 5 bij het Omgevingsbesluit staat. Het plan is derhalve niet direct plan-mer-plichtig. In dit geval dient een plan-mer-beoordeling te worden uitgevoerd. • Het plan is kaderstellend voor projecten uit bijlage 5 Omgevingsbesluit, maar komt niet boven de drempelwaarden van kolom 2 uit bijlage 5 van het Omgevingsbesluit. Een plan-merbeoordeling is aan de orde indien: o Het plan een kleine wijziging van een plan of programma betreft; o Het plan gaat over een klein gebied op lokaal niveau én als voor dat plan of programma een bestuursorgaan van een gemeente het bevoegd gezag is. 4.1.2 Toetsing Het projectvoornemen valt onder een omgevingsplanactiviteit categorie J uit bijlage 5 bij het Omgevingsbesluit ‘Infrastructuur en Ruimte’. Echter valt de ontwikkeling niet onder een van de activiteiten onder J. Een m.e.r. (beoordelings)plicht is op dit projectvoornemen daarom niet van toepassing. 4.1.3 Conclusie Het projectvoornemen is niet opgenomen in kolom 3 of 4 van bijlage 5 bij het Omgevingsbesluit, daarom is een m.e.r.-beoordeling niet nodig.
4.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.2.1 Wettelijk kader Artikel 5.129g van het Bkl schrijft voor dat, voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden dient te worden met: • De behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling;
Pagina 21 van 37
P250930
BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
• Als de stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van een stedelijk gebied, aangetoond is dat er geen mogelijkheden zijn voor realisatie van de voorgenomen stedelijke ontwikkeling binnen dat stedelijk gebied of stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van dat stedelijk gebied. In artikel 5.129g van het Bkl wordt onder lid 1 het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ gedefinieerd: • Stedelijke ontwikkeling: uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. 4.2.2 Toetsing Het projectvoornemen om een EOS te realiseren wordt niet gezien als een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet van toepassing op het voorliggende plan. 4.2.3 Conclusie Het aspect ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.3
Cultuurhistorie
4.3.1 Wettelijk kader De gemeente moet bij het vaststellen van het omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Uit het Besluit kwaliteit leefomgeving volgt dat gemeenten voor cultureel erfgoed dat in aanmerking komt voor bescherming een toereikend beschermingsregime moeten opnemen in het omgevingsplan. Het Bkl bevat hiervoor instructieregels. De instructieregels uit artikel 5.130 lid 2 Bkl geven aan voor welke punten onder meer bescherming benodigd is (o.a. ontsiering, beschadiging of sloop van monumenten en aantasting van de omgeving of karakteristieke stadsgezichten, dorpsgezichten en cultuurlandschappen). 4.3.2 Toetsing Voor het achterhalen van de cultuurhistorische waarde(n) van de projectlocatie is de Werelderfgoedkaart van Nederland geraadpleegd (Figuur 15). Binnen de projectlocatie zijn geen werelderfgoedgebouwen of bouwwerken aanwezig. Er zijn in de directe omgeving geen gemeentelijke monumenten gelegen.
Pagina 22 van 37
P250930
BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
Figuur 15 | Werelderfgoedkaart (bron: Atlasleefomgeving.nl)
Ongeveer 1,2 kilometer meter ten oosten van de projectlocatie ligt de Waddenzee, dat is aangemerkt als Werelderfgoed. De zandplaat ‘Het Balgzand’, die direct ten noorden van de sluis ligt, is als Aardkundig monument beschermd door de provincie Noord-Holland. Op 1,2 kilometer ten westen van de projectlocatie ligt Eureka munitieterrein, welke ook als Aardkundig monument beschermd wordt. De Aardkundige monumenten bevinden zich op geruime afstand van de projectlocatie. 4.3.3 Conclusie De realisatie van het EOS leidt niet tot aantasting van cultuurhistorische waarden.
4.4
Archeologie
4.4.1 Wettelijk kader De gemeente moet bij het vaststellen van het omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Hieronder vallen ook bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten (artikel 5.130 lid 1 Bkl). De gemeente kan in het belang van archeologische monumentenzorg regels stellen in het omgevingsplan over archeologisch onderzoek. Voor archeologie dient de gemeenteprojecten kleiner dan 500 m 2 in beginsel vrij te stellen van de archeologische onderzoeksplicht (artikel 5.130 lid 4 Bkl). De gemeente kan in een omgevingsplan grotere of kleinere vrijstellingsgrenzen vastleggen, bijvoorbeeld in historische binnensteden waar de kans op het aantreffen van archeologische sporen heel groot is. Archeologisch onderzoek kan in dergelijke gevallen ook al bij projecten kleiner dan 500 m2 vondsten opleveren. In gebieden met een lage verwachtingswaarde kan de gemeente kiezen om een grotere vrijgestelde oppervlakte vast te leggen in het omgevingsplan. Dit om te voorkomen dat de gemeente een initiatiefnemer belast met het doen van archeologisch onderzoek dat naar verwachting niet of nauwelijks zinvol is. 4.4.2 Toetsing Voor de projectlocatie geldt conform de Beleidskaart Archeologie een onderzoeksplicht vanaf 500 m² en bij een ontgravingsdiepte van 4 meter of dieper (Figuur 14).
Bij de realisatie van de nieuwe EOS worden grondroerende werkzaamheden uitgevoerd. Het EOS heeft een oppervlakte van circa 250 m 2, derhalve is archeologisch onderzoek niet nodig. 4.4.3 Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het projectvoornemen.
4.5
Bedrijfsmatige activiteiten
4.5.1 Wettelijk kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. De doelen van milieuzonering zijn: • het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; • het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Systematiek Handreiking Activiteiten en milieuzonering Met ingang van 2024 vervangt de nieuwe VNG-handreiking Activiteiten en Milieuzonering de veelgebruikte publicatie Bedrijven en Milieuzonering uit 2009. De nieuwe handreiking ondersteunt de uitvoeringspraktijk bij keuzes over de toelaatbaarheid en inpassing van milieuhinderlijke activiteiten onder de Omgevingswet. Onder de Omgevingswet worden ruimte en milieu geïntegreerd in het omgevingsplan en bij buitenplanse omgevingsvergunningen (BOPA). Met het oog op deze integratie is een nieuwe systematiek gewenst.
Hoewel de basisprincipes van milieuzonering hetzelfde blijven is de systematiek in de nieuwe handreiking wezenlijk anders dan de systematiek in de uitgave uit 2009.
Pagina 23 van 37
P250930
BESS Zonnepark Heldair II, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
Bedrijven in de omgeving kunnen hinder opleveren voor (hinder)gevoelige functies, zoals woningen. Bedrijven en functies kunnen geluidhinder, geurhinder, stofhinder of veiligheidsrisico's (externe veiligheid) veroorzaken. Om mogelijke hinder van bedrijven goed in beeld te kunnen brengen heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de Handreiking "Activiteiten en milieuzonering" opgesteld. In de nieuwe handreiking blijven de basisprincipes van functiescheiding (waar nodig) en inwaartse zonering in stand. Hiervoor wordt echter niet meer gebruikgemaakt van zones met oplopende milieucategorieën en een Lijst van activiteiten. De nieuwe handreiking gaat uit van zones met oplopende beschikbare milieugebruiksruimte per activiteit, zónder een Lijst van activiteiten bij de regels. 4.5.2 Toetsing De EOS wordt in artikel 3.21 van het Bkl niet als geluidgevoelige objecten aangewezen. Daarnaast worden ze ook niet beschouwd als geurgevoelige gebouwen in artikel 5.91 van het Bkl.
Hoewel een EOS niet specifiek in Bkl-bijlage VII staan, mogen gemeenten in het omgevingsplan voorschriften opnemen: • zoals minimale afstand tot gevoelige functies (woningen, scholen, zorginstellingen), • en toepassing van richtlijnen uit veiligheidsnormen, zoals PGS‑37 Omdat het Bkl geen vaste afstand noemt, wordt in de praktijk vaak aangesloten bij richtafstanden uit de milieuzonering volgens de VNG-publicatie "Activiteiten en milieuzonering" (editie 2024) en de concept-PGS 37-1 richtlijn. Hierin is een maximale richtafstand van 50 meter opgenomen. Binnen deze straal zijn geen gevoelige functies gevestigd. Op circa 150 meter afstand bevindt zich een industrieterrein waar in theorie sprake kan zijn van een potentieel groepsrisico. 4.5.3 Conclusie Het aspect ‘bedrijfsmatige activiteiten’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.6
Geluid
4.6.1 Wettelijk kader Bij het toelaten van een activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of geluidgevoelig gebouw moet het bevoegd gezag het geluid op geluidgevoelige gebouwen beoordelen. Ieder bevoegd gezag heeft de algemene taak ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (artikel 4.2, Omgevingswet) bij de belangenafweging over beschermen en benutten. Instructieregels die deze algemene taak invullen staan in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Voor het beoordelen van geluid zijn deze regels bedoeld voor de bescherming van de gezondheid en het milieu. 4.6.2 Toetsing Het Bkl bevat standaardwaarden en grenswaarden voor geluid door een geluidsbron op een geluidgevoelig gebouw. Deze waarden zijn van toepassing op geluid van alle bronnen binnen een geluidbronsoort. Een EOS is formeel een geluidsbron, vooral vanwege koeling en elektrische componenten. Omdat de EOS niet gerealiseerd wordt in de nabijheid van woningen (>250 meter) is een nadere toetsing niet benodigd. Het EOS is geen geluidsgevoelig object. 4.6.3 Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.7
Luchtkwaliteit
4.7.1 Wettelijk kader Om schade aan de volksgezondheid te beperken, moet de kwaliteit van de lucht voldoen aan Europese normen. Om de luchtkwaliteit in Nederland te beschermen geeft het Besluit kwaliteit leefomgeving in hoofdstuk 5 instructieregels om de luchtkwaliteit te beschermen. De gemeente moet voor een aantal activiteiten de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide (NO 2) en fijnstof (PM10) in acht nemen, behalve als een activiteit ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan luchtverontreiniging. Een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Deze grenswaarde volgt uit