CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Willem Alexanderhof Oost_Bijlagen toelichting_Bijlage 5 Vormvrije m.e.r.-beoordeling.pdf

Raadscommissie Stadsontwikkeling en Beheer 2 maart 2022, gemeente Den HelderBij agendapunt: 6: Voorstel tot het vaststellen van het Bestemmingsplan Willem Alexanderhof Oost4.635 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldingsnotitie Onderwerp: Vormvrije m.e.r.-beoordeling Willem Alexanderhof, Julianadorp Projectnummer: 51006360 Datum: 25 oktober 2021 Versie: concept 1.0

1

Inleiding

Willem Alexanderhof is een nieuwe wijk in aanbouw in Julianadorp (gemeente Den Helder). Er zijn meerdere fases van de wijk reeds gerealiseerd. Deze aanmeldingsnotitie omvat fase 3.1 (84 woningen), fase 3.2 (122 woningen) een en deel van fase 4.2 (23 woningen). Ook fase 6, die onderdeel uitmaakt van een ander bestemmingsplan, wordt in deze aanmeldingsnotitie meegenomen (27 woningen). Op deze manier wordt het hele plan getoetst. De aanmeldingsnotitie betreft dus de ontwikkeling van in totaal 256 woningen. Om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming van het bestemmingsplan moet worden getoetst of in het kader van deze ontwikkeling een milieueffectrapportage nodig is. Uit het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) volgt dat voor deze ontwikkeling een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. In deze aanmeldingsnotitie is de vormvrije m.e.r.-beoordeling van de voorgenomen activiteit opgenomen. Achtereenvolgens wordt ingegaan op het voornemen (hoofdstuk 2), de m.e.r.procedure (hoofdstuk 3) en de potentiële effecten van de voorgenomen activiteit (hoofdstuk 4).

2

Voornemen

2.1

Voornemen

Doesburg

Het project betreft de realisatie van 256 woningen aan de oostelijke en zuidelijke kant van Julianadorp. De woningen maken onderdeel uit van een nieuw te realiseren wijk van 712 woningen, waarvan een deel reeds is gerealiseerd. In figuur 2.1 is te zien waar het plangebied ligt (rood) en dat een deel van de totale wijk (noordwestzijde) reeds is gerealiseerd. Figuur 2.2 laat zien dat het huidige grondgebruik braakliggend terrein is.

nl_notitie.docx 20161201

Sweco De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt Postbus 203 3730 AE De Bilt

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. De Bilt Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt 1 (14)

Figuur 2.1 Ligging van het plangebied.

Figuur 2.2 Satellietfoto van het plangebied (Google Maps, 2021).

2 (14)

3

Toets aan het Besluit m.e.r.

3.1

Welke m.e.r.-procedure is van toepassing

Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieu een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) geeft aan of voor een project een m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht van toepassing is. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in de C-lijst van het Besluit m.e.r. geldt de zogenoemde m.e.r.-plicht. Deze activiteiten worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in de D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt de zogenoemde m.e.r.-beoordelingsplicht. Voor deze activiteiten geldt dat zij, afhankelijk van de omstandigheden, nadelige milieugevolgen kunnen hebben. De onderhavige ontwikkeling betreft de realisatie van woningen, wat als activiteit is opgenomen in de D-lijst onder categorie D11.2 (aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, zie tabel 3.1). Tabel 3.1 Activiteit D11.2 uit het Besluit milieueffectrapportage (d.d. 12-10-2021). Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3 Kolom 4 Activiteiten Gevallen Plannen Besluiten D 11.2

De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of

De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

Het Besluit m.e.r. geeft onder ‘gevallen’ per activiteit aan wat de relevante drempel is voor een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Met de ontwikkeling van de 256 woningen op een oppervlakte van 11,9 hectare en geen geplande bedrijven in Julianadorp, worden de (indicatieve) drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. niet overschreden. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de Europese richtlijn milieueffectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.- beoordeling'. Pas als is vastgesteld dat belangrijk nadelige gevolgen zijn uitgesloten, geldt voor de activiteit geen m.e.r.- plicht. Voor de ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ geldt nagenoeg dezelfde beoordelingsprocedure als voor de m.e.r.beoordeling van activiteiten die boven de drempelwaarde zitten (zie verder onder paragraaf 3.2).

3.2

Te volgen procedure

Deze aanmeldingsnotitie geeft het bevoegd gezag (gemeente Den Helder) de informatie die nodig is om te beoordelen of een m.e.r. nodig is voor de in paragraaf 3.1 genoemde activiteit. Op basis van deze aanmeldingsnotitie neemt het bevoegd gezag een beslissing of voor deze activiteit, omwille van belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. nl_notitie.docx 20161201

Sweco De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt Postbus 203 3730 AE De Bilt

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. De Bilt Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt 3 (14)

Het bevoegd gezag neemt binnen zes weken na ontvangst van deze aanmeldingsnotitie een m.e.r.-beoordelingsbeslissing of voor deze activiteit, vanwege belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen1. Dit gebeurt in ieder geval vóór terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan. Het besluit moet worden toegevoegd bij het ontwerp-bestemmingsplan. Het besluit wordt niet gepubliceerd in de Staatscourant. Op dit besluit is geen bezwaar/beroep mogelijk. Eventuele bezwaren kunnen worden ingediend in de procedure van het bestemmingsplan.

3.3

Doel van de aanmeldingsnotitie

De vormvrije m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te bepalen of er bij de voorgenomen activiteit mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. In het kader van een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt een aanmeldingsnotitie opgesteld. In een aanmeldingsnotitie wordt op objectieve wijze de informatie verzameld en gepresenteerd die voor deze afweging noodzakelijk is. Op basis van de informatie in de aanmeldingsnotitie besluit het bevoegd gezag of een uitgebreide m.e.r-procedure nodig is. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient het bevoegd gezag expliciet te beoordelen of zij het noodzakelijk acht om de m.e.r.-procedure te doorlopen. Er kunnen twee uitkomsten zijn: • belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden → er dient een m.e.r.-procedure te worden doorlopen; • belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op → er wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure wordt doorlopen. Het uitgangspunt bij deze beoordeling is: Nee, tenzij …. (zie hiervoor verder kader 3.1). Dit uitgangspunt betekent dat er geen nadere m.e.r. nodig is, tenzij er sprake is van mogelijke ‘belangrijke nadelige gevolgen’ voor het milieu op basis waarvan een dergelijke procedure wel noodzakelijk moet worden geacht.

Deze ‘belangrijke nadelige gevolgen’ moeten worden beoordeeld op basis van het toetsingskader van Bijlage III EU richtlijn milieubeoordeling projecten. Het project dient te worden getoetst aan: 1. Kenmerken van de activiteit a: Omvang van het project b: Cumulatie met andere projecten c: Gebruik natuurlijke hulpbronnen d: Productie afvalstoffen e: Verontreiniging en hinder f: Risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering g: Risico’s voor de menselijke gezondheid 2. Plaats van de activiteit a: Bestaand grondgebruik b: Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied c: Opnamevermogen milieu met aandacht voor specifieke gevoelige gebieden 3. Kenmerken van het potentiële effect a: De orde van grootte en het ruimtelijk bereik van het effect b: de aard van het effect c: Grensoverschrijdend karakter d: intensiteit en complexiteit effect 1 Indien het bevoegd gezag tevens initiatiefnemer is, neemt het in een zo vroeg mogelijk stadium de m.e.r.-

beoordelingsbeslissing.

4 (14)

e: Waarschijnlijkheid effect f: Verwachte aanvang, duur, frequentie en omkeerbaarheid effect g: De cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten h: De mogelijkheid om effecten doeltreffend te verminderen In hoofdstuk 4 wordt de toetsing behandeld. Eerst wordt een beschrijving gegeven van de kenmerken van de activiteit en de plaats van de activiteit en de potentiële effecten die daaruit naar voren komen. Vervolgens wordt ingegaan op de kenmerken van de gevolgen van deze effecten. Hierbij wordt gekeken of er mogelijk (belangrijke) nadelige milieugevolgen ontstaan en of er verzachtende mitigerende maatregelen kunnen worden genomen om eventueel het milieueffect te verminderen of teniet te doen. KADER 3.1: UITLEG AANMELDINGSNOTITIE Zoals aangegeven is het uitgangspunt bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling het ‘nee, tenzij’ principe. Dit heeft gevolgen voor inhoud en diepgang van deze aanmeldingsnotitie. In dit kader wordt kort toegelicht hoe deze aanmeldingsnotitie is opgebouwd en op welke wijze naar de inhoud moet worden gekeken. Waarom Nee, tenzij? Dat het ‘nee, tenzij’ principe geldt, vloeit voort uit het feit dat het een activiteit betreft uit de D-lijst van het Besluit m.e.r., waarvoor tevens geldt dat de activiteit onder de drempelwaarde ligt zoals in deze D-lijst genoemd. In het Besluit m.e.r.

zijn alle activiteiten die mogelijk gevolgen hebben op het milieu verdeeld over twee lijsten: de C en de D lijst. Activiteiten uit de C-lijst worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor deze activiteiten geldt dan ook een directe m.e.r.-plicht. Voor activiteiten uit de D-lijst geldt dat deze afhankelijk van de omstandigheden nadelige milieugevolgen kunnen hebben. Wanneer de activiteit op de D-lijst staat én onder de drempelwaarde blijft zoals in die lijst opgenomen, is de verwachting dat deze activiteit waarschijnlijk geen belangrijk nadelige milieugevolgen oplevert. Op voorhand geldt voor deze activiteiten daarom ook geen m.e.r.-plicht. Dit moet echter wel worden getoetst middels de vormvrije m.e.r.-beoordeling. In bepaalde gevallen kan een activiteit met een kleinere omvang namelijk wel degelijk belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Dat kan bijvoorbeeld doordat die activiteit in of bij een kwetsbaar gebied is gepland. Inhoud aanmeldingsnotitie Voor een aanmeldingsnotitie die wordt opgesteld in het kader van de vormvrije m.e.r.beoordeling bestaan geen vereisten voor de diepgang van het onderzoek. In de meeste gevallen kan de vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gebaseerd op ‘expert judgement’, zonder (model)berekening of (veld)onderzoek.

Het uitgangspunt is dat de aanmeldingsnotitie kort en bondig is en alleen inzoomt op die kenmerken en gevolgen die mogelijk kunnen leiden tot nadelige gevolgen voor het milieu. In veel gevallen zal snel helder zijn dat een activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft (vanwege grote afstand tot gevoelige gebieden, de locatie en de omgeving hebben geen bijzondere kenmerken waardoor er een verwaarloosbare kans is op belangrijke nadelige effecten, de activiteit leidt niet tot grote emissies, heeft een klein ruimtebeslag e.d.). Dan is ook geen uitgebreide motivering nodig: er wordt dan beknopt beschreven dat naar alle Europese criteria is gekeken

5 (14)

4

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

1. Kenmerken van het project

Omvang van het project (relatie met drempel D lijst)

Woningbouw Willem Alexanderhof 3.1, 3.2, 4.2*, 6.0 De activiteit omvat de realisatie van 256 woningen. De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt via een bestemmingsplan. Daardoor is het een project (kolom 4) in de zin van het Besluit m.e.r.. - Activiteit D11.2 uit Besluit m.e.r. Drempelwaarden zijn: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer. - Dit project omvat: 1°. Circa 11,9 hectare, 2°. 256 woningen, 3°. Geen bedrijven.

Cumulatie met andere projecten

Gebruik natuurlijke hulpbronnen2

Productie afvalstoffen4

Conclusie: Het project blijft onder de drempelwaarden. Daarom is voor dit project is geen ‘formele’ m.e.r.-beoordeling maar een ‘vormvrije’ m.e.r.-beoordeling nodig. Dit project maakt onderdeel uit van een totale ontwikkeling van 712 woningen. Buiten de totale ontwikkeling van Willem Alexanderhof zijn er geen projecten bekend die tot cumulatieve effecten leiden. Bepaalde onderzoeken, zoals het akoestisch onderzoek, hebben de totale ontwikkeling beschouwd, waardoor de cumulatieve effecten geborgd zijn. Bij de aanleg van woningen wordt gebruik gemaakt van vernieuwbare natuurlijke hulpbronnen zoals hout, glas, (bak)steen en grond. De hulpbronnen worden van buiten het plangebied aangevoerd. Het terrein bevindt zich binnen de huidige “bebouwde kom Boswet”, waardoor eventuele bomen of houtopstanden niet onder de bescherming vallen van de Wet Natuurbescherming.3 Er zijn geen andere natuurlijke hulpbronnen in het gebied aanwezig die invloed ondervinden van de voorgenomen activiteit. Bij de aanleg van de woningen komt bouwafval vrij en is er sprake van emissie van bouwverkeer. Afvalstoffen die vrijkomen tijdens de gebruiksfase betreffen o.a. huishoudelijk afval. (Bouw)afval wordt conform geldende wet- en regelgeving afgevoerd. Het plangebied is reeds voorbelast en/of bouwrijp gemaakt, sloopafval is niet aan de orde. Er is geen sprake van

2 Toelichting: Van gebruik van natuurlijke hulpbronnen kan sprake zijn als een ontwikkeling gevolgen heeft voor op,

of in de nabijheid van, de locatie aanwezige natuurlijke hulpbronnen. Denk bijvoorbeeld aan de onttrekking van grondwater of het delven van grondstoffen zoals zand of klei. Ook het kappen van bos als leefomgeving voor dieren of recreatiegebied voor mensen valt hieronder. Dit criterium is vooral van belang bij industriële activiteiten. 3 Quickscan Wet Natuurbescherming: Uitbreiding Willem Alexanderhof Fase 2.0 en 3.1 te Julianadorp, Bureau Aandacht Natuur, 03-06-2020 4 Afvalstoffen zijn stoffen (preparaten of voorwerpen) waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen (artikel 1.1, lid 1 Wet milieubeheer). Nadelige milieugevolgen kunnen ontstaan bij het vrijkomen van gevaarlijke afvalstoffen.

6 (14)

Verontreiniging en hinder

productie van (gevaarlijke) afvalstoffen met nadelige milieugevolgen. Verontreiniging: Tijdens de aanlegfase kan door bouwverkeer mogelijk een tijdelijke verslechtering van de luchtkwaliteit optreden. Per 1 juli 2021 voorziet de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in een partiële vrijstelling voor de tijdelijke emissies gedurende de aanlegfase van bouw- en sloopwerkzaamheden. Verkeersaantrekkende werking, als gevolg van de stijging van het aantal bewoners in de wijk, kan in de gebruiksfase leiden tot verslechtering van de luchtkwaliteit. De woningen worden niet aangesloten op het gasnet, maar worden op een duurzame manier verwarmd. Hierdoor ontstaan bij de verwarming van deze woningen geen emissies van stikstof.5 Hierop wordt nader ingegaan onder ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’. Hinder: Tijdens de aanleg kan als gevolg van het bouwverkeer en de bouwwerkzaamheden verkeershinder en geluidshinder optreden. In de gebruiksfase kan de ontwikkeling leiden tot een toename van verkeersbewegingen met als gevolg extra (geluids)hinder voor omwonenden.

Risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering Risico’s voor de menselijke gezondheid

Hierop wordt nader ingegaan onder ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’. Er wordt geen toename van het risico op ongevallen verwacht. Op het terrein wordt niet gewerkt met gevaarlijke stoffen. De verandering in luchtkwaliteit en de geluidshinder in de aanlegfase is tijdelijk en vormt geen risico voor de menselijke gezondheid. In de gebruiksfase kan de toename in verkeer leiden tot risico’s voor de menselijke gezondheid, als de achtergrondwaarden voor luchtkwaliteit en geluid reeds hoog zijn. Hierop wordt nader ingegaan onder ’3. Kenmerken van het potentiële effect’.

2. Plaats van de activiteit Bestaand grondgebruik Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied Opnamevermogen milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, H/V richtlijngebieden,

Het plangebied is bestemd voor wonen. In de huidige situatie ligt het terrein braak. De locatie heeft naast eventueel aanwezige bomen geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. De locatie ligt niet binnen grondwaterbeschermingsgebied. Natuur6 Gebieden Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied of een Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebied. Op ca. 2,8 km ligt

5 Stikstofberekeningen Willem Alexanderhof – fases 3.1, 3.2, 4.2, en 6, Sweco, 29-09-2021 6 Quickscan Wet Natuurbescherming: Uitbreiding Willem Alexanderhof Fase 2.0 en 3.1 te Julianadorp, Bureau

Aandacht Natuur, 03-06-2020

7 (14)

gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historisch cultureel of archeologische gebieden van belang.

Natura 2000-gebied Duinen Den Helder-Callantsoog. Gezien de ligging van het project buiten het Natura 2000-gebied, is er geen sprake van directe aantasting van het gebied. Indirecte werking van het project op het Natura 2000-gebied kan bestaan uit stikstofdepositie tijdens de gebruiksfase. De locatie van het plangebied is niet aangewezen als (onderdeel van) een ecologische verbindingszone of weidevogelleefgebied. Soorten Er zijn geen beschermde soorten flora gevonden. Ook zijn er geen aanwijzingen gevonden die wijzen op de aanwezigheid van vogelsoorten met een jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaats. Verwacht wordt dat de projectlocatie het leefgebied vormt voor een aantal algemeen voorkomende beschermde zoogdieren zoals veldmuis, huisspitsmuis, egel en haas. Binnen de Wet Natuurbescherming geldt voor deze soorten een vrijstelling in het kader van de ruimtelijke ordening of bestendig beheer. Uiteraard blijft ook voor deze soorten de algemene zorgplicht zoals bedoeld in de Wet Natuurbescherming. Met betrekking tot de zwaarder beschermde soorten is het mogelijk dat hermelijn, wezel of bunzing voorkomen in de omgeving van Julianadorp. Voor deze soorten geldt de bovengenoemde vrijstelling niet.

Echter wordt niet verwacht dat het projectgebied functioneel leefgebied vormt voor genoemde soorten, aangezien kleine landschapselementen als bosranden, hagen, bosschages en/of dichte ruigte kruidenvegetaties ontbreken. Gezien de aanwezige terreinkenmerken wordt niet verwacht dat de projectlocatie een belangrijke functie zal hebben ten aanzien van vleermuizen. Binnen het projectgebied zijn nog enkele waterelementen aanwezig, waarmee wordt verwacht dat enkele algemene soorten amfibieën voorkomen, zoals gewone pad, bastaardkikker, bruine kikker en/of kleine watersalamander. Binnen de Wet Natuurbescherming geldt voor deze soorten een vrijstelling in het kader van de ruimtelijke ordening of bestendig beheer. Uiteraard blijft ook voor deze soorten de algemene zorgplicht zoals bedoeld in de Wet Natuurbescherming van toepassing. Tijdens eerder onderzoek is kooractiviteit van rugstreeppad vastgesteld binnen het projectgebied (BK ingenieurs, juli 2012). Tijdens de start van de eerste fases van woonwijk Willem Alexanderhof is in 2014 en 2017 opnieuw een inventarisatie uitgevoerd naar het voorkomen van rugstreeppad (Bureau Aandacht Natuur, 17 juli 2014 & 11 oktober 2017). Tijdens genoemde onderzoeken is de soort niet meer waargenomen binnen of in de directe omgeving van het projectgebied.

8 (14)

Op de effecten op natuur wordt nader ingegaan onder ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’. Landschappelijke en cultuurhistorische waarden Voorliggend plangebied is onderdeel van het ensemble Koegras - Anna Paulownapolder. De polder het Koegras, de Anna Paulownapolder, de Wieringerwaard en de Waardpolder behoren tot het aandijkingenlandschap en zijn vooral in gebruik voor bollenteelt en als akkerland. Polder Koegras is een efficiënte (bollen)productiepolder met een grofmazige orthogonale wegenstructuur, smalle vaarten en vlieten en weinig beplanting. Bijzondere landschapselementen zijn de oude nollen (zandduintjes) zoals de Garst en de ‘Verloren Dijk’ ten zuiden van Den Helder. Het Noordhollandsch Kanaal en de N9 vormen de oostgrens van de polder. Een zeer grote mate van openheid is een belangrijk kenmerk van het aandijkingenlandschap. Ruimtelijke dragers in de directe omgeving van het plangebied zijn de Noordzeekust, de overgang tussen de duinen en polder het Koegras en het Noordhollandsch Kanaal / N9. Archeologie In 2017 is het beleidskader Archeologie 2017 Gemeente Den Helder vastgesteld. Hierin is het plangebied aangemerkt als een gebied met een archeologische verwachtingswaarde. Tevens is sprake van militair erfgoed, waar bij werkzaamheden van 50 m2 of meer en 35 centimeter of dieper archeologisch onderzoek conform beleid dient plaats te vinden.

Water- en bodemkwaliteit Het plangebied ligt niet in een door de provincie aangeduid gebied met aardkundige waarden. Ook ligt het plangebied niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Delen van het plangebied hebben verontreiniging in de ondergrond. Verder is er sprake van een sterke verontreiniging met asbest op een deel van de Landbouwstraat, dat buiten voorliggend bestemmingsplangebied (willem Alexanderhof Oost) is gelegen. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde concentraties van de onderzochte stoffen aangetoond. De waterbodem is over het algemeen verontreinigd en betreft bodemkwaliteitsklasse industrie.7 Eventuele saneringen leiden tot een verbetering van de water- en/of bodemkwaliteit. Luchtkwaliteit Achtergrondwaarden plangebied8 Stikstofdioxide: 11 µg/m3 Fijnstof (PM10): 15 µg/m3 Fijnstof (PM2,5): 7 µg/m3 7 Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek: Julianadorp Oost te Julianadorp Oost, Antea Nederland B.V.,

22-01-2018 8 Atlas Leefomgeving, Luchtkwaliteit (stikstofdioxide, fijnstof PM10, fijnstof PM2,5), RIVM, 2019.

9 (14)

Wettelijke grenswaarden9 Stikstofdioxide: 40 µg/m3 Fijnstof (PM10): 40 µg/m3 Fijnstof (PM2,5): 25 µg/m3 WHO advieswaarden voor de gezondheid van de mens10 Stikstofdioxide: 10 µg/m3 Fijnstof (PM10): 15 µg/m3 Fijnstof (PM2,5): 5 µg/m3 Op de effecten op luchtkwaliteit wordt nader ingegaan onder ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’. Geluid11 Wettelijke hoogst toelatebare waarde: 48 dB (Lden). Op de effecten op geluid wordt nader ingegaan onder ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’. Op basis van (1.) de kenmerken en (2.) de plaats van het project zijn de volgende mogelijk belangrijk nadelige gevolgen naar voren gekomen: • Effecten op natuur tijdens de gebruiksfase; • Toename in luchtkwaliteit en geluidshinder als gevolg van verkeersaantrekkende werking in de gebruiksfase. Op deze mogelijke gevolgen wordt bij ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’ ingegaan. Overige belangrijke nadelige gevolgen zijn niet te verwachten. 3. Kenmerken van het potentiële effect De orde van grootte en het ruimtelijk Effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen op enkele bereik van het effect (geografisch en kilometers van het plangebied effect hebben op Natura 2000grootte getroffen bevolking) gebieden. Overige potentiële effecten als gevolg van hinder en verontreiniging zullen lokaal optreden, in of direct aangrenzend aan het plangebied.

Hinder voor omwonenden beperkt zich tot de woningen rondom het plangebied en mogelijk in beperkte mate tot woningen langs aan/-afvoerroutes. De aard van het effect De effecten zijn beperkt en lokaal van aard. De effecten komen met name voort uit de verkeersaantrekkende werking van het voornemen. Grensoverschrijdend karakter Er zijn geen landsgrensoverschrijdende effecten. Intensiteit en complexiteit effect Natuur De realisatie van de 256 woningen in het Willem Alexanderhof in Julianadorp leidt in de gebruiksfase niet tot een netto toename van stikstofdepositie >0,00 mol/ha/jaar in de Natura 2000-

9 https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/regelgeving/wet-

milieubeheer/beoordelen/grenswaarden/ 10 https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/regelgeving/wetmilieubeheer/beoordelen/grenswaarden/ 11 Nieuwbouw Willem Alexanderhof te Julianadorp: Akoestisch onderzoek, Sweco, 26-03-2020

10 (14)

gebieden. Beschermde soorten worden niet verwacht, waardoor er geen sprake zal zijn van strijd met de Wet natuurbescherming. Cultuurhistorische waarden Het voorliggende plangebied is 10 jaar geleden reeds aangewezen als woongebied, zij het met een nog uit te werken bestemming (destijds). Hiermee was de eerste stap gezet tot verstedelijking. Inmiddels wordt het gebied ook beschouwd als Bestaand Stedelijk Gebied (BSG) en daardoor is de Leidraad Landschap & Cultuurhistorie niet zozeer relevant meer. Met de voorliggende planontwikkeling worden de belangrijke landschappelijke karakteristieken en ruimtelijke dragers ook niet aangetast. Negatieve effecten op cultuurhistorische waarden zijn daarom uit te sluiten. Archeologische waarden Er is in 2007 een bureauonderzoek archeologie uitgevoerd. Op basis van de bevindingen van het bureauonderzoek is vervolgens in 2007 een archeologisch veldonderzoek uitgevoerd. Verder archeologisch onderzoek werd niet noodzakelijk geacht. Het moederplan is destijds vastgesteld zonder archeologisch voorbehoud voor het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan. Negatieve effecten op archeologie worden niet verwacht. Hinder en verontreiniging (geluid en luchtkwaliteit) Verontreiniging/hinder als gevolg van aanlegfase: Tijdens de aanlegfase kan er geluidshinder ondervonden worden van de bouwwerkzaamheden.

Ook kan tijdelijk de luchtkwaliteit verslechteren door bouw- en sloopwerkzaamheden en bijhorend verkeer. Verontreiniging/hinder in de gebruiksfase: Tijdens de gebruiksfase van fases 3.1, 3.2, (deel van) 4.2, en 6.0 wordt een verkeersgeneratie verwacht van 2.019 motorvoertuigen per etmaal (2.223 inclusief 10% onzekerheidsmarge). Omdat de achtergrondwaarden van de luchtkwaliteit van het plangebied ver onder de wettelijke grenswaarden liggen, zal de verkeersgeneratie niet tot overschrijding leiden. Wel liggen de achtergrondwaarden op, of nét over de advieswaarden van de WHO voor de gezondheid van de mens. De geluidsbelasting ten gevolge van het voornemen aan de gezoneerde Zuiderhaaks (aan de zuidoostelijke buitenrand van het plangebied) overschrijdt de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van Lden 48 dB, op 62 woningen (49-54 dB). Eventuele maatregelen bieden geen mogelijkheid om de geluidsbelasting onder de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van Lden 48 dB te brengen. Daarom moeten er hogere waarden aangevraagd worden voor 62 woningen.

11 (14)

De gecumuleerde geluidsbelasting, veroorzaakt door verkeer op de wegen die het plangebied omzomen, bedraagt op de gevels van de woningen ten hoogste Lden 59 dB. Deze geluidsbelasting is exclusief aftrek conform artikel 3.4 uit het RMG 2012. De gecumuleerde geluidsbelasting is hoger dan 53 dB. Daarom moet voor de realisatie van de woningen bij de aanvraag om een omgevingsvergunning aangetoond worden dat wordt voldaan aan het Bouwbesluit afdeling 3.1 Bescherming tegen geluid van buiten.

Waarschijnlijkheid effect

Verwachte aanvang, duur, frequentie en omkeerbaarheid effect

De cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten De mogelijkheid om effecten doeltreffend te verminderen

Conclusie: De effecten zijn over het algemeen beperkt en zullen niet leiden tot belangrijk nadelige gevolgen. Voor geluidsbelasting moet er gekeken worden naar de noodzakelijkheid van het aanvragen van een hogere waarde (>48 dB Lden) voor 62 woningen en naar mitigerende maatregelen om de geluidsbelasting te verlagen. Effecten op Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Tijdens de aanlegfase zal er voor omwonenden overlast ontstaan door bouwverkeer en aanlegwerkzaamheden. Overlast door de verkeersaantrekkende werking in de gebruiksfase wordt verwacht. Het jaar van de ingebruikname van de woningen is op 2023 gesteld. Dit betreft een conservatieve aanname omdat verwacht wordt dat door de fasering in dit jaar nog niet alle woningen zijn opgeleverd. De effecten in de aanlegfase zijn tijdelijk. De effecten in de gebruiksfase zijn permanent. Effecten als gevolg van geluidshinder kunnen voor een deel, maar niet wettelijk gezien genoeg, worden gemitigeerd. Niet van toepassing. De geluidsbelasting ten gevolge van het voornemen overschrijdt de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van Lden 48 dB, op 62 woningen. Aanvullend onderzoek naar maatregelen is uitgevoerd. Hieruit blijkt dat met het vervangen van circa 1.400 meter asfalt door wegdekverharding ‘dunne deklagen B’ de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting op 39 woningen nog steeds wordt overschreden.

De kosten van het vervangen van het wegdek bedraagt circa € 362.700,00. Een alternatief is het aanbrengen van een geluidsscherm met een lengte van 1.100 meter en een hoogte van 3,0 meter. De kosten voor het plaasten van het scherm worden geraamd op circa € 981.900,00. De geraamde kosten benodigd voor zowel het vervangen van het wegdek als die voor het plaatsen van een scherm zijn voor de woningen waarvoor de overschrijding geldt niet doelmatig. De gecumuleerde geluidsbelasting is hoger dan 53 dB. Daarom moet voor de realisatie van de woningen bij de aanvraag om een omgevingsvergunning aangetoond worden dat wordt voldaan

12 (14)

aan het Bouwbesluit afdeling 3.1 Bescherming tegen geluid van buiten. Concreet betekent dit dat ter plaatse van geluidsbelaste gevels wellicht geluiddempende ventilatievoorzieningen (susroosters) en akoestische beglazing toegepast moet worden. Dit in combinatie met een goede naad- en kierdichting. Gezien de omvang van de activiteiten in relatie tot de drempelwaarden en te verwachten effecten, zijn belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu uit te sluiten. Wel dienen de mitigerende maatregelen betreffende akoestiek in acht te worden genomen in het nadere ontwerp van het plan. Nader onderzoek in een MER is dan ook niet noodzakelijk.

13 (14)

Verantwoording

Titel

Vormvrije

m.e.r.-beoordeling

Willem

Alexanderhof, Julianadorp Projectnummer

51006360

Revisie

Concept

Datum

25-10-2021

Auteur

Laura van Munster, Jules van Riel

E-mailadres

Jules.vanriel@sweco.nl

Gecontroleerd door

George Beentjes

Goedgekeurd door

14 (14)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/1769/documents/17719