CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

WasWordtlijst verordening Wmo 2022.pdf

Gemeenteraad 16 december 2024, gemeente Den HelderBij agendapunt: 9: Voorstel tot het vaststellen van de wijzigingsverordening Wmo 2022.4.845 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2022 De Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2022 wordt als volgt gewijzigd: In de toelichting wordt artikel 4 ingevoegd. In de toelichting wordt Artikel 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33 en 34 vernummerd naar artikel 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34 en 35. (Artikel 1, onderdeel A en B, van het wijzigingsbesluit) Artikel 1 komt te luiden:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 10. Weigeringsgronden woonvoorziening Geen woonvoorziening wordt verstrekt: a. als de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; b. als de cliënt zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen; c. ten behoeve van woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente bewoning, of hotels/pensions, trekkerswoonwagens, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, ADL-cIusterwoningen en gehuurde kamers; d. als het om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten gaat, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte. e. als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie; f. indien het voor de cliënt bij het betrekken van de woning, gelet op zijn medische situatie, voorzienbaar was dat hij beperkingen zou gaan ondervinden bij het normale gebruik van de woning; g.

als de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen meest geschikte beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is gegeven door het college; h. als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden

Artikel 10. Weigeringsgronden woonvoorziening Geen woonvoorziening wordt verstrekt: a. als de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; b. als de cliënt zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen; c. ten behoeve van woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente bewoning, of hotels/pensions, trekkerswoonwagens, tweede woningen, vakantie‐ en recreatiewoningen, ADL‐ clusterwoningen en gehuurde kamers; d. als het om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten gaat, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte waarbij er geen sprake is van een doelgroepgebouw. e. als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie; f. indien het voor de cliënt bij het betrekken van de woning, gelet op zijn medische situatie, voorzienbaar was dat hij beperkingen zou gaan ondervinden bij het normale gebruik van de woning; g.

als de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen meest geschikte beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is gegeven door het college; h. als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden.

i. als de inwoner woont in een doelgroepengebouw die specifiek gericht is op een bepaalde groep mensen waartoe de inwoner behoort, bijvoorbeeld een seniorencomplex, en de voorziening is bedoeld voor in een gemeenschappelijke ruimte, zoals elektrische deuropeners of een scootmobielstalling.

(Artikel 1, onderdeel C, D en E, van het wijzigingsbesluit) Artikel 11 komt te luiden:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 11. Beschermd wonen

Artikel 11. Beschermd Wonen en Beschermd Thuis 1. Onverminderd de wet en hetgeen elders in deze verordening is bepaald kan een cliënt alleen in aanmerking komen voor Beschermd Wonen indien er voor de cliënt ten minste drie van de onder a tot en met h genoemde voorwaarden van toepassing zijn : a. Cliënt een noodzaak tot toezicht of actieve observatie nodig heeft als gevolg van psychische of psychosociale problematiek, een licht verstandelijke beperking dan wel een combinatie hiervan; en/of b. De problematiek ertoe leidt dat er op elk moment van de dag een (levens)bedreigende situatie kan ontstaan voor cliënt en/of een derde en dat dit gevaar alleen kan worden afgewend doordat professionele zorgverleners dag en nacht in de nabijheid dan wel oproepbaar zijn; en/of c. Cliënt door de problematiek 24 uur per dag (toegang tot) hulp nodig heeft doordat het leven van de client door de problematiek ontwricht op meerdere leefgebieden; en/of

1. Onverminderd de wet en hetgeen elders in deze verordening is bepaald kan een cliënt alleen in aanmerking komen voor Beschermd Wonen indien er voor de cliënt ten minste drie van de onder a tot en met i genoemde voorwaarden van toepassing zijn: a. Cliënt een noodzaak tot toezicht of actieve observatie nodig heeft als gevolg van psychische of psychosociale problematiek, een licht verstandelijke beperking dan wel een combinatie hiervan; en b. De problematiek ertoe leidt dat er op elk moment van de dag een (levens)bedreigende situatie kan ontstaan voor cliënt of een derde en dat dit gevaar alleen kan worden afgewend doordat professionele zorgverleners dag en nacht op de client letten; en c. Cliënt door de problematiek 24 uur per dag (toegang tot) hulp nodig heeft doordat het leven van de client door de problematiek ontwricht op meerdere leefgebieden; en

d. Cliënt door de problematiek, zoals is omschreven onder sub a., niet of zeer beperkt zelf een dagelijkse structuur kan hanteren; en/of e. Cliënt door de problematiek, zoals is omschreven onder sub a., zeer regelmatig ondersteuning nodig heeft in het reguleren van gedrag; en/of f. Cliënt door de problematiek, zoals is omschreven onder sub a., dreigt zichzelf of diens omgeving te verwaarlozen; en/of g. Ernstig nadeel ontstaat voor cliënt of de omgeving als diens hulpvraag niet meteen beantwoord wordt, waardoor cliënt zichzelf maatschappelijk ten gronde dreigt te richten, cliënt zichzelf of iemand anders letsel dreigt toe te brengen, cliënt ernstig in diens ontwikkeling of stabiliteit geschaad wordt of dat cliënt dreigt onder invloed te raken van derden met slechte bedoelingen als niet meteen hulp komt; en/of h. Verdere behandeling of begeleiding ertoe kan leiden dat cliënt in de toekomst, op eigen kracht, zonder toezicht of 24 uur per dag zorg kan functioneren.

d. Cliënt door de problematiek, zoals is omschreven onder sub a., niet of zeer beperkt zelf een dagelijkse structuur kan hanteren; en/of e. Cliënt door de problematiek, zoals is omschreven onder sub a., zeer regelmatig ondersteuning nodig heeft in het reguleren van gedrag; en/of f. Cliënt door de problematiek, zoals is omschreven onder sub a., dreigt zichzelf of diens omgeving te verwaarlozen; en/of g. Ernstig nadeel ontstaat voor cliënt of de omgeving als diens hulpvraag niet meteen beantwoord wordt, waardoor cliënt zichzelf maatschappelijk ten gronde dreigt te richten, cliënt zichzelf of iemand anders letsel dreigt toe te brengen, cliënt ernstig in diens ontwikkeling of stabiliteit geschaad wordt of dat cliënt dreigt onder invloed te raken van derden met slechte bedoelingen als niet meteen hulp komt; en/of h. Verdere behandeling of begeleiding ertoe kan leiden dat cliënt in de toekomst, op eigen kracht, zonder toezicht of 24 uur per dag zorg kan functioneren.

2. Onverminderd de wet en hetgeen elders in deze verordening is bepaald komt een cliënt niet in aanmerking voor Beschermd Wonen indien de cliënt: a. Zelfstandig kan wonen, zonder noodzaak voor specifieke ondersteuning die 24 uur per dag beschikbare bescherming en/of begeleiding vereist; of b. Wel aantoonbaar

2. Onverminderd de wet en hetgeen elders in deze verordening is bepaald komt een cliënt niet in aanmerking voor Beschermd Wonen indien de cliënt: a. Zelfstandig kan wonen, zonder noodzaak voor specifieke ondersteuning die 24 uur per dag beschikbare bescherming en/of begeleiding vereist; of b. Wel aantoonbaar

c.

problematiek bestaat waardoor een behoefte tot een beschermd verblijf heeft, maar waarbij de medische behandeling (nog) op de voorgrond staat en waarbij de inwoner primair onder behandeling staat voor deze aandoening; Toegang krijgt tot de wet langdurige zorg op basis van zijn of haar psychische of psychosociale problematiek, licht verstandelijke beperking of een combinatie hiervan.

3. Aan het verblijf in het kader van Beschermd Wonen worden voorwaarden verbonden die te maken hebben met het bereiken van een als noodzakelijk vastgesteld doel. Deze voorwaarden hebben in ieder geval betrekking op: a. de medewerking van de cliënt aan de verduidelijking van de ondersteuningsbehoefte; b. de medewerking van de cliënt aan de uitvoering van het opgestelde ondersteuningsplan; c. het door de cliënt houden aan de leef- en gedragsregels binnen de geboden voorziening c.q. zorgaanbieder.

4. Het college kan beleidsregels maken over de toegang, aard, inhoud en omvang tot het bieden van Beschermd Wonen.

c.

problematiek bestaat waardoor een behoefte tot een beschermd verblijf heeft, maar waarbij de medische behandeling (nog) op de voorgrond staat en waarbij de inwoner primair onder behandeling staat voor deze aandoening; Toegang krijgt tot de wet langdurige zorg op basis van zijn of haar psychische of psychosociale problematiek, licht verstandelijke beperking of een combinatie hiervan.

3. Aan het verblijf in het kader van Beschermd Wonen worden voorwaarden verbonden die te maken hebben met het bereiken van een als noodzakelijk vastgesteld doel. Deze voorwaarden hebben in ieder geval betrekking op: a. de medewerking van de cliënt aan de verduidelijking van de ondersteuningsbehoefte; b. de medewerking van de cliënt aan de uitvoering van het opgestelde ondersteuningsplan met de daarin opgenomen doelen; c. het door de cliënt houden aan de leef- en gedragsregels binnen de geboden voorziening c.q. zorgaanbieder. 4. Onverminderd de wet en hetgeen elders in deze verordening is bepaald kan een cliënt alleen in aanmerking komen voor Beschermd Thuis indien; a. intensieve ambulante begeleiding thuis, met het daarbij behorende toezicht, mogelijk is; en, b. de ondersteuning niet altijd planbaar is, maar in tegenstelling tot Beschermd Wonen, in het algemeen uitstelbaar tot het volgende dagdeel

(ochtend, middag, avond of nacht). Op het moment dat er een acute hulpvraag is dient de aanbieder binnen 30 minuten bij de cliënt op locatie te zijn; en, c. er bij de cliënt sprake is van een psychiatrische en/of psychosociale aandoening al dan niet in combinatie met een lichtverstandelijke beperking en/of er is alleen sprake van een licht verstandelijke beperking met daaruit voortvloeiende problemen; en, d. het doel is om ervoor te zorgen dat de client intensieve ondersteuning in zijn eigen omgeving krijgt, waardoor ook algemene voorzieningen in de wijk en het netwerk intensief betrokken kunnen worden.

5. Het college kan beleidsregels maken over de toegang, aard, inhoud en omvang tot het bieden van Beschermd Wonen en Beschermd Thuis.

(Artikel 1, onderdeel F en G, van het wijzigingsbesluit) Artikel 12 komt te luiden:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 12. Begeleiding 1. Onverminderd de wet en hetgeen elders in deze verordening is bepaald kan een cliënt in aanmerking komen voor begeleiding indien hij: a. niet in staat is zelfstandig een gestructureerd huishouden te voeren; of b. niet in staat is de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen uit te voeren; en c. zonder deze ondersteuning zou zijn aangewezen op verblijf in een instelling, zou verwaarlozen of sterk geïsoleerd zou raken.

Artikel 12. Individuele begeleiding 1. Onverminderd de wet en hetgeen elders in deze verordening is bepaald kan een cliënt in aanmerking komen voor individuele begeleiding indien hij: a. Niet in staat is om het behouden, bevorderen, en ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie in eigen leefomgeving, waarbij voorliggende voorzieningen, algemene voorzieningen en/of mantelzorg niet voldoende aansluiten bij de hulpvraag van de inwoner; en b. niet in staat is de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen uit te voeren; en

2.

Begeleiding bestaat uit individuele begeleiding thuis of elders, en het aansturen en/of toezien op de persoonlijke verzorging die is gericht op: a. het bevorderen en behouden van de zelfredzaamheid en de participatie van de inwoner opdat deze zo Iang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven wonen; b. ontlasting van de mantelzorger of de persoon die gebruikelijke hulp levert.

2.

c. zonder deze ondersteuning zou zijn aangewezen op verblijf in een instelling, zou verwaarlozen of sterk geïsoleerd zou raken. Individuele begeleiding bestaat uit begeleiding thuis of elders, en het aansturen en/of toezien op de persoonlijke verzorging die is gericht op: a. het bevorderen en behouden van de zelfredzaamheid en de participatie van de inwoner opdat deze zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven wonen; b. ontlasting van de mantelzorger of de persoon die gebruikelijke hulp levert.

(Artikel 1, onderdeel H, I en J, van het wijzigingsbesluit) Artikel 13 komt te luiden:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 13. Dagbesteding 1. Onverminderd de wet en hetgeen elders in deze verordening is bepaald kan een cliënt in aanmerking komen voor dagbesteding indien: Sprake is van een cliënt met een verstandelijke, zintuiglijke, lichamelijke en/of psychische of geriatrische beperking bij wie sprake is van een zelfredzaamheidsvraagstuk én hij bovendien: a. niet in staat is betaald werk —al dan niet aangepast- of vrijwilligerswerk te verrichten of b. geen arbeidsvermogen heeft, of c. niet in staat is om zelfstandig een zinvolle invulling te geven aan de dag.

Artikel 13. Groepsbegeleiding 1. Onverminderd de wet en hetgeen elders in deze verordening is bepaald kan een cliënt in aanmerking komen voor groepsbegeleiding indien: Sprake is van een cliënt met een verstandelijke, zintuiglijke, lichamelijke en/of psychische of geriatrische beperking bij wie sprake is van een zelfredzaamheidsvraagstuk én hij bovendien: a. niet in staat is om zelfstandig structuur aan te brengen in de week en waar mogelijk vaardigheden te behouden, en/of; b. niet in staat is om zelfstandig een zinvolle invulling te geven aan de dag.

2.

2.

Dagbesteding bestaat uit activiteiten die in groepsverband plaatsvinden op een locatie buiten de woonsituatie, en die, afhankelijk van de persoonskenmerken van de inwoner en het in te zetten product, gericht zijn op: a. het bevorderen en/of behouden van de cognitieve en/of fysieke zelfredzaamheid en een gezonde leefstijl;

Groepsbegeleiding bestaat uit activiteiten die in groepsverband plaatsvinden op een locatie buiten de woonsituatie, en die, afhankelijk van de persoonskenmerken van de inwoner en het in te zetten product, gericht zijn op: a. het bevorderen en/of behouden van de cognitieve en/of fysieke zelfredzaamheid en een gezonde leefstijl;

b.

3.

het ontlasten van de mantelzorger of de persoon die gebruikelijke hulp levert; c. het bieden van structuur; Bij het bepalen van de noodzaak voor ondersteuning in de vorm van dagbesteding worden de volgende voorwaarden gehanteerd: a. cliënt heeft beperkingen op het gebied van fysieke en/of cognitieve zelfredzaamheid; b. cliënt heeft de pensioengerechtigde leeftijd niet bereikt en vastgesteld is dat er geen arbeidsvermogen is en/of geen vrijwilligerswerk kan worden verricht; c. cliënt heeft onvoldoende eigen netwerk, of; d. het netwerk en de mantelzorger zijn niet in staat om gedurende de volledige week beperkingen in de zelfredzaamheid te compenseren; e. de benodigde ondersteuning heeft niet als hoofddoel het ontmoeten van anderen (in het kader van bestrijding van eenzaamheid);

3.

b. het ontlasten van de mantelzorger of de persoon die gebruikelijke hulp levert; c. het bieden van structuur; Bij het bepalen van de noodzaak voor ondersteuning in de vorm van groepsbegeleiding worden de volgende voorwaarden gehanteerd: a. cliënt heeft beperkingen op het gebied van fysieke en/of cognitieve zelfredzaamheid; b. Er is vastgesteld dat er geen vrijwilligerswerk kan worden verricht; c. cliënt heeft onvoldoende eigen netwerk, of; d. het netwerk en de mantelzorger zijn niet in staat om gedurende de volledige week beperkingen in de zelfredzaamheid te compenseren; e. de benodigde ondersteuning heeft niet als hoofddoel het ontmoeten van anderen (in het kader van bestrijding van eenzaamheid);

(Artikel 1, onderdeel K en L, van het wijzigingsbesluit) Artikel 14 komt te luiden:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 14. Vervoer naar dagbesteding 1. Het college draagt zorg voor noodzakelijk vervoer zodat de cliënt gebruik kan maken van dagbesteding. 2. Cliënt heeft geen recht op vervoer naar de locatie van de dagbesteding indien: a. hij zelfstandig lopend, al dan niet gebruik makend van een (vervoers-) hulpmiddel, de locatie van de dagbesteding kan bereiken of zelfstandig met een vervoermiddel of openbaar vervoer kan reizen, of b. hij met beschikbare hulp van personen uit zijn sociale netwerk of vrijwilligers kan reizen of op een andere manier kan worden begeleid; c. hij kiest voor een locatie dagbesteding die niet de dichtstbijzijnde passende locatie is en/of buiten de gemeente Den Helder valt.

Artikel 14. Vervoer naar groepsbegeleiding 1. Het college draagt zorg voor noodzakelijk vervoer zodat de cliënt gebruik kan maken van groepsbegeleiding. 2. Cliënt heeft geen recht op vervoer naar de locatie van de groepsbegeleiding indien: a. hij zelfstandig lopend, al dan niet gebruik makend van een (vervoers-) hulpmiddel, de locatie van de groepsbegeleiding kan bereiken of zelfstandig met een vervoermiddel of openbaar vervoer kan reizen, of b. hij met beschikbare hulp van personen uit zijn sociale netwerk of vrijwilligers kan reizen of op een andere manier kan worden begeleid; c. hij kiest voor een locatie groepsbegeleiding die niet de dichtstbijzijnde passende locatie is en/of buiten de gemeente Den Helder valt.

(Artikel 1, onderdeel M en N, van het wijzigingsbesluit) Artikel 17 komt te luiden:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 17. Criteria voor een Pgb 1. Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een Pgb, toetst het college of voldaan wordt aan de in artikel 2.3.6. lid 2 van de wet opgenomen voorwaarden. De cliënt dient daarvoor een budgetplan in. 2. In het budgetplan motiveert de cliënt in elk geval: a. waarom hij de maatwerkvoorziening als Pgb geleverd wenst te krijgen; b. dat de verstrekking van een Pgb aantoonbaar leidt tot betere, effectievere en doelmatigere ondersteuning; c. de beoogde doelen en resultaten van de in te zetten voorziening, en d. de wijze waarop de resultaten bereikt worden, en e. de kosten van de voorziening, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief. 4. De cliënt moet, indien van toepassing, het Pgb binnen 3 maanden gebruiken voor het resultaat waarvoor het is verstrekt. 5. Het college beoordeelt —al dan niet door middel van steekproeven- de voortgang, kwaliteit en recht- en doelmatigheid van de maatwerkvoorzieningen en Pgb's . Hiertoe levert de hulpverlener een verslag in van de activiteiten waarop beoordeeld kan worden of de zorg beantwoordt aan de beoogde resultaten en bijdraagt aan de participatie en zelfredzaamheid. 6.

Bij overbelasting van een hulpverlener, dient die overbelasting te worden opgeheven door de individuele voorziening door andere hulpverleners uit te laten voeren dan wel in te kopen. 7. De met een Pgb ingekochte en door het college toegekende uren, dagdelen of etmalen kunnen flexibel ingezet worden, in een afgebakende periode van vier weken.

Artikel 17. Criteria voor een Pgb 1. Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een Pgb, toetst het college of voldaan wordt aan de in artikel 2.3.6. lid 2 van de wet opgenomen voorwaarden. De cliënt dient daarvoor een budgetplan in waarbij de client aangeeft: a. Waarom hij de maatwerkvoorziening als Pgb geleverd wenst te krijgen; b. dat de verstrekking van een Pgb aantoonbaar leidt tot betere, effectievere en doelmatigere ondersteuning; c. welke ondersteuning de cliënt in wil kopen met een pgb, wat het beoogde resultaat is en wanneer en hoe wordt geëvalueerd; d. de voorgenomen uitvoerder van de individuele voorziening en de wijze waarop de ondersteuning georganiseerd wordt; e. de kosten van de voorziening, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief. 2. Om aan de voorwaarden voor Pgbvaardigheid te voldoen dient de beoogd budgethouder, al dan niet met hulp vanuit het sociaal netwerk of, indien van toepassing, een budgetbeheerder in ieder geval: a. een duidelijk beeld te hebben van de hulpvraag; b. op de hoogte te zijn van de regels en verplichtingen die horen bij het Pgb of deze zelf (online) weten te vinden; c. in staat te zijn om een overzichtelijke Pgb-administratie bij te houden; d. voldoende vaardig te zijn om te communiceren met de gemeente, de SVB en de zorgverleners; e.

in staat te zijn zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een zorgverlener te kiezen; f. in staat te zijn om afspraken te maken en vast te leggen en om dit te verantwoorden aan het college; g. in staat te zijn om te beoordelen en te beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is; h. in staat te zijn de inzet van

zorgverleners te coördineren, waardoor de zorg door kan gaan ook bij verlof en ziekte; i. in staat te zijn om als werk- of opdrachtgever de zorgverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren; j. voldoende kennis te hebben over het werk- of opdrachtgeverschap of deze kennis weten te vinden. 3. De cliënt moet, indien van toepassing, het Pgb binnen 3 maanden gebruiken voor het resultaat waarvoor het is verstrekt. 4. Het college beoordeelt –al dan niet door middel van steekproeven- de voortgang, kwaliteit en recht- en doelmatigheid van de maatwerkvoorzieningen en Pgb's . Hiertoe levert de hulpverlener een verslag in van de activiteiten waarop beoordeeld kan worden of de zorg beantwoordt aan de beoogde resultaten en bijdraagt aan de participatie en zelfredzaamheid. 5. Bij overbelasting van een hulpverlener, dient die overbelasting te worden opgeheven door de individuele voorziening door andere hulpverleners uit te laten voeren dan wel in te kopen. 6. De met een Pgb ingekochte en door het college toegekende uren, dagdelen of etmalen kunnen flexibel ingezet worden, in een afgebakende periode van vier weken.

(Artikel 1, onderdeel O en P, van het wijzigingsbesluit) Artikel 20 komt te luiden:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 20. Hoogte PGB

Artikel 20. Hoogte PGB

1. Er is sprake van een gedifferentieerde tariefstelling voor het Pgb. 2. Het tarief voor een Pgb: a. is gebaseerd op een door de cliënt opgestelde budgetplan over hoe hij het Pgb gaat besteden; b. is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen; c. wordt per uur, per dagdeel of per etmaal bepaald op basis van het laagste beschikbare tarief per uur, per dagdeel of per etmaal, voor de betreffende vorm van zorg in natura door een daartoe opgeleide beroepskracht werkzaam bij een door de gemeente gecontracteerde instelling.

1. 2.

Er is sprake van een gedifferentieerde tariefstelling voor het Pgb. Het tarief voor een Pgb: a. is gebaseerd op een door de cliënt opgestelde budgetplan over hoe hij het Pgb gaat besteden; b. is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen; c. wordt per uur, per dagdeel of per etmaal bepaald op basis van het laagste beschikbare tarief per uur, per dagdeel of per etmaal, voor de betreffende vorm van zorg in natura door een daartoe opgeleide beroepskracht werkzaam bij een door de gemeente gecontracteerde instelling.

3. Het tarief voor een Pgb bedraagt: a. maximaal 100% van het Pgb-tarief, zoals genoemd in lid 2 onder c van dit artikel, indien de Pgb- houder een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst met de voor de sector toepasselijke cao;

3.

b. maximaal 80% (als gevolg van aannemelijke minderkosten) van het Pgb-tarief, zoals genoemd in lid 2 onder c van dit artikel, indien de Pgb-houder een zzp'er inschakelt, of een zorgorganisatie die een lagere cao hanteert dan voor de sector toepasselijk; c. een aangepast bedrag tot maximaal het in lid 2 onder c van dit artikel genoemde tarief, indien de Pgb-houder kan aantonen dat in zijn situatie het Pgb-tarief van 80% niet toereikend is om passende ondersteuning in te kopen.

4. Bij inschakeling van iemand uit het sociaal netwerk door een Pgb-houder gelden de volgende tarieven: a. Voor hulp bij het huishouden geldt de hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden voor de betreffende periode geldende CAO VVT, vermeerderd met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren; b. Voor begeleiding geldt de hoogste periodiek behorende bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG30), vermeerderd met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren; c. € 20,00 per dagdeel voor dagbesteding voor een groep van minimaal drie personen; d. het wettelijk minimumuurloon (inclusief vakantiegeld en —uren) voor individuele dagbesteding, dan wel voor dagbesteding voor een groep van minder dan drie personen; e. € 30,00 per etmaal voor respijtzorg; f. Jaarlijks kan het college de in lid 4 genoemde bedragen aanpassen afhankelijk van de prijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek of van rijkswege.

Het tarief voor een Pgb bedraagt: a. maximaal 100% van het Pgbtarief, zoals genoemd in lid 2 onder c van dit artikel, indien de Pgbhouder een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst met de voor de sector toepasselijke cao; b. maximaal 80% (als gevolg van aannemelijke minderkosten) van het Pgb-tarief, zoals genoemd in lid 2 onder c van dit artikel, indien de Pgb-houder een zzp’er inschakelt, of een zorgorganisatie die een lagere cao hanteert dan voor de sector toepasselijk; c. een aangepast bedrag tot maximaal het in lid 2 onder c van dit artikel genoemde tarief, indien de Pgbhouder kan aantonen dat in zijn situatie het Pgb-tarief van 80% niet toereikend is om passende ondersteuning in te kopen.

4.

Bij inschakeling van iemand uit het sociaal netwerk door een Pgb-houder gelden de volgende tarieven: a. Voor hulp bij het huishouden geldt de hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden voor de betreffende periode geldende CAO VVT (Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg), vermeerderd met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren; b. Voor individuele begeleiding geldt de hoogste periodiek behorende bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG30), vermeerderd met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren; c. € 20,00 per dagdeel voor groepsbegeleiding voor een groep van minimaal drie personen; d. het wettelijk minimumuurloon (inclusief vakantiegeld en – uren) voor individuele groepsbegeleiding, dan wel voor groepsbegeleiding voor een groep van minder dan drie personen; e. € 30,00 per etmaal voor respijtzorg; f. Jaarlijks kan het college de in

5. De hoogte van het Pgb wordt maximaal vastgesteld op: a. het bedrag van de goedkoopst compenserende voorziening in natura bij de leverancier waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, zo nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering of; b. het bedrag van de kosten volgens de door het college geaccepteerde offerte indien de gemeente voor de betreffende voorziening een overeenkomst heeft gesloten. c. het gecontracteerde tarief voor vervoer van en naar dagbesteding; d. de laagst marktconforme kostprijs van de noodzakelijke auto-aanpassing, inclusief onderhoud, verzekering en keuring van de aanpassing. Hiervoor dient cliënt een offerte in te leveren; e. een bedrag van € 1.500,00 voor verhuiskosten na overleg van een offerte; f. een bedrag van € 1.500,00 van stoffering en/of herinrichting van een woning, als gevolg van verhuizing naar een aangepaste woning, na overleg van offerte(s), gebaseerd op NlBUD-richtlijnen; g. een bedrag van € 3.000,00 voor aanschaf, onderhoud en reparatie van een sportrolstoel voor een periode van 3 jaar, na overleg offerte; h. een bedrag van € 3.000,00 voor het bezoekbaar maken van een woning. Hiervoor dient cliënt minimaal twee offertes in te leveren.

6. Ingeval het gebruik van de voorziening, welke met een PGB is aangeschaft, is beëindigd en de gebruiksduur van de voorziening niet geheel is verstreken, is cliënt verplicht de voorziening te retourneren dan wel de restwaarde, onder verrekening van eventueel eigen middelen, aan de gemeente te vergoeden.

lid 4 genoemde bedragen aanpassen afhankelijk van de prijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek of van rijkswege. 5. De hoogte van het Pgb wordt maximaal vastgesteld op: a. het bedrag van de goedkoopst compenserende voorziening in natura bij de leverancier waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, zo nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering of; b. het bedrag van de kosten volgens de door het college geaccepteerde offerte indien de gemeente voor de betreffende voorziening een overeenkomst heeft gesloten. c. het gecontracteerde tarief voor vervoer van en naar groepsbegeleiding; d. de laagst marktconforme kostprijs van de noodzakelijke auto-aanpassing, inclusief onderhoud, verzekering en keuring van de aanpassing. Hiervoor dient cliënt een offerte in te leveren; e. een bedrag van maximaal € 1.500,00 voor verhuiskosten na overleg van een offerte; f. een bedrag van maximaal € 1.500,00 van stoffering en/of herinrichting van een woning, als gevolg van verhuizing naar een aangepaste woning, na overleg van offerte(s), gebaseerd op NIBUD- richtlijnen; g. een bedrag van maximaal € 3.000,00 voor aanschaf, onderhoud en reparatie van een sportrolstoel voor een periode van 3 jaar, na overleg offerte; h. een bedrag van maximaal € 3.000,00 voor het bezoekbaar maken van een woning. Hiervoor dient cliënt minimaal twee offertes in te leveren. 6.

Ingeval het gebruik van de voorziening, welke met een PGB is aangeschaft, is beëindigd en de gebruiksduur van de voorziening niet geheel is verstreken, is cliënt verplicht de voorziening te retourneren dan wel de restwaarde, onder verrekening van eventueel eigen middelen, aan de gemeente te vergoeden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/2164/documents/23688