was wordt tabel wijzging 2021.pdf
Tekst van het document
OVERZICHT WIJZIGINGEN APV 2019 NAAR 2021 Artikel 2:1 lid 6
Onderwerp Samenscholing en ongeregeldheden
2:3 lid 2 sub a
Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen Verspreiden van stukken en aanbieden van andere activiteiten
2:6 lid 5
2:9 lid 4
Straatartiest en dergelijke
2:10 titel en lid 8
Voorwerpen op of aan de weg
Was 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. a. Naam en adres van degene die de betoging houdt; 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Voorwerpen op of aan de weg 8. Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
2:11 lid 5
(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
5. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
2:18 lid 1 sub a
Rookverbod in bossen en natuurterreinen
te roken gedurende een door het college aangewezen periode;
Wordt 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. a. Naam, telefoonnummer en adres van degene die de betoging houdt; 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Voorwerpen op of aan de weg of een openbare plaats 8. Op de aanvraag om een ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 5. Op de aanvraag om een vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. te roken indien de natuurbrandthermometer de fase 2 ‘extra alert’ aangeeft. De thermometer
Reden Redactionele verbetering
Voor een efficiënt contact is een telefoonnummer gewenst. Redactionele verbetering
Redactionele verbetering
De titel van het artikel is tekstueel aangepast en redactionele verbetering
Redactionele verbetering
In verband met de steeds vaker voorkomende en langer aanhoudende droogte is op verzoek
is te raadplegen op de website https://www.natuurbrandrisico.nl/. 2:24 lid 1 onder c
Definities
2:25 lid 5
Evenementenvergunning
2:25 lid 6
Evenementenvergunning
2:28 lid 4
Exploitatie openbare inrichting
2:28 lid 6 sub m
Exploitatie openbare inrichting
c. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening; 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor het houden van een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, aanhef en onder f weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is. 6. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. -
-
c. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening; 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor het houden van een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, aanhef en onder f weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 6. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Bij de toepassing van de in het lid 3 genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met: a. het karakter van de straat en de wijk waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen; b. de aard van het horecabedrijf; c. de spanning waaraan het woon- en leefklimaat ter plaatse reeds bloot staat; d. de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant of de leidinggevende en e. het levensgedrag van de exploitant of leidinggevende. sprake is van schijnbeheer.
van de brandweer en de politie aansluiting gezocht bij de website waar het risico wordt gemonitord waar zij ook mee werken. Correctie van de verwijzing naar artikel 160 Gemeentewet Aanpassing aan de formulering van slecht levensgedrag.
redactionele verbetering
Toelichting op de toepassing van het bestaande lid 3. In lid 3 staan algemene bewoordingen voor de weigeringsgrond. Lid 4 is een verduidelijking hiervan.
Om situaties te voorkomen waarbij de feitelijke eigenaar bewust op de achtergrond blijft en de feitelijke
2:28 lid 7
Exploitatie openbare inrichting
2:29 lid 8
Sluitingstijd
2:34c lid 3
Schenktijden sociaal culturele instellingen
2:39 lid 4
Speelgelegenheden
2:40b lid 5
Permanente kermis
7. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op een vergunning bedoeld in het eerste lid. 8. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid. 3. Op de ontheffing genoemd in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing
7. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de aanvraag om een vergunning bedoeld in het eerste lid. 8. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de aanvraag om een vergunning bedoeld in het eerste lid. 3. Op de aanvraag voor een ontheffing genoemd in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing 4. Op de aanvraag om een 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de wet bestuursrecht (positieve fictieve Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) fictieve beschikking bij niet tijdig niet van toepassing. beslissen) niet van toepassing. 5. Op de aanvraag om een 5. Op de vergunning is vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene Algemene wet bestuursrecht (positieve wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet fictieve beschikking bij niet tijdig van toepassing. beslissen) niet van toepassing.
situatie niet overeen komt met die op ‘papier’ redactionele verbetering
Redactionele verbetering.
Redactionele verbetering.
Redactionele verbetering.
Redactionele verbetering.
2:40c sub d
Aanvraag vergunning
2:50a lid 1
Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties
2:55 lid 1
Verboden recreatief gebruik lachgas
een verklaring omtrent het gedrag van de ondernemer dan wel, indien de ondernemer een rechtspersoon is, van degene(n) die de onderneming krachtens de (eventueel) bij te voegen statuten vertegenwoordig(t)(en) en van de beheerder van de kermishal. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde.
een verklaring omtrent het gedrag van de ondernemer dan wel, indien de ondernemer een rechtspersoon is, van degene(n) die de onderneming krachtens de (eventueel) bij te voegen statuten vertegenwoordig(t)(en), van de leidinggevenden en van de beheerder van de kermishal. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken vertonen – of daarmee sterke gelijkenis hebben- van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde.
Het is verboden op een openbare plaats, die deel uit maakt van een door het college aangewezen gebied, voor gebruik lachgas te gebruiken.
Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken.
Op deze manier hebben de personen die aanwezig zijn in de permanente kermis als leidinggevenden ook een VOG.
Deze aanvulling biedt de mogelijkheid om niet alleen te handhaven op de ‘uiterlijke kenmerken’ maar ook kleding en goederen die daarmee een sterke gelijkenis hebben. Dit biedt handvaten om OMG’s te kunnen handhaven die (nog) niet verboden zijn, maar wel sterke gelijkenis vertonen met verboden clubs. Deze aanvulling is op advies van de Stuurgroep Aanpak Ondermijning (RIEC) Een algemeen, voor de gehele gemeente geldend gebruiksverbod stuit op belangrijke juridische bezwaren en is vanuit oogpunt van proportionaliteit ook niet te verdedigen. Daarmee zou er geen evenredigheid meer zijn tussen middel en doel, en dat zou in strijd met artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom beperkt het verbod in het eerste lid zich tot concrete situaties van oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik, die
2:55 lid 2
2:55 lid 3 Wordt nieuw ingevoegd 2:55 lid 4 Wordt nieuw ingevoegd
Verboden recreatief gebruik lachgas
-
Verboden recreatief gebruik lachgas
-
Verboden recreatief gebruik lachgas
-
2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van het woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden. 4. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door de burgemeester ter bescherming van de openbare orde aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben.
gepaard gaan met verstoring van de openbare orde, nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat of anderszins hinder tot gevolg hebben. Bij de handhaving moet de gemeente kunnen aantonen dat genoemde situaties de oorzaak zijn van de overlast en dergelijke. Hernummering en uitbreiding van gebruik naar ook voorbereidingshandelingen. Om te voorkomen dat gewacht moet worden tegen overlast situatie op daadwerkelijk gebruik. Het college is bevoegd te besluiten over het woon- en leefklimaat. Overeenkomstig model VNG
De burgemeester is bevoegd te besluiten over de openbare orde.
2:55 lid 5
Verboden recreatief gebruik lachgas
-
Verboden recreatief gebruik lachgas
Was lid 2
6. Onverminderd het bepaalde in het eerste tot en met het vijfde lid, is het gebruik van lachgas in ieder geval verboden op en binnen een straal van 250 meter van evenementen, openbare inrichtingen als bedoeld in artikel 2:27 lid 1 onder a en horecabedrijven.
Hernummering
2:57 lid 1 sub b
Loslopende honden
b. binnen de bebouwde kom op de weg als de hond niet is aangelijnd;
b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd;
2:67 lid 3
Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
3:2
Definities
3. Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Sub a tot en met g
3. Op de aanvraag om een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Sub e tot en met k
Volgens het huidige onderdeel b geldt een verbod voor honden op de weg indien ze niet aangelijnd. Dus op andere openbare plaatsen dan de weg mag een hond niet aangelijnd lopen, behalve op een krachtens onderdeel a genoemde plaats/aangewezen plaats. De wijziging breidt het verbod voor nietaangelijnde honden uit tot andere plaatsen binnen de bebouwde kom dan de weg, zoals parken en plantsoenen of andere voor publiek openstaande plaatsen. Dat past ook beter bij de uitzondering in het tweede lid, waar wordt gesproken over ‘aangewezen plaatsen’ en het vastgestelde hondenbeleid binnen gemeente Den Helder Redactionele verbetering.
Wordt nieuw ingevoegd 2:55 lid 6 Her nummering
5. De burgemeester kan in het aanwijzingsbesluit het in het vierde lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden.
Gelijk artikel als lid 3
Nummering klopte niet.
3:4
Vergunningen
5. Een vergunning kan mede voor één seksinrichting worden verleend.
5. Een vergunning kan mede voor een seksinrichting worden verleend.
3:6 lid 2 sub m
Aanvraag
-
m. een verklaring omtrent het gedrag met betrekking tot de exploitant en leidinggevend die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de aanvraag is ingediend, is afgegeven
3:7 lid 1 tot en met 4
Weigeringsgronden
1. Een vergunning wordt geweigerd als:
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 wordt een vergunning geweigerd als: a. de exploitant of de beheerder onder curatele staat;
a. de exploitant of de beheerder onder curatele staat; b. de exploitant of de beheerder is ontzet uit het ouderlijk gezag of de voogdij; c. de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is; d. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; f. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften;
b. de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is; c. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften;
Een seksinrichting is een onderdeel van een seksbedrijf, dus een vergunningplichtig seksbedrijf (activiteit of activiteiten) kan meer dan een seksinrichting (locatie) omvatten. Ter verduidelijking hebben we ‘één’ vervangen door ‘een’. In overeenstemming met 2:28
De in het eerste lid genoemde weigeringsgronden dienen als aanvulling op de algemene weigeringsgronden van artikel 1:8. Dat is in de aanhef tot uitdrukking gebracht. In het eerste lid is onderdeel b geschrapt en zijn de overige onderdelen verletterd.. Door de inwerkingtreding van de Wet herziening kinderbeschermingsmaatregel (Stb. 2014/131) is niet langer sprake van ontheffing of ontzetting uit het ouderlijk gezag of de voogdij, maar van beëindiging van ouderlijk gezag of voogdij. Artikel 3:7, eerste lid, onder b, is daarom geschrapt. Beëindiging van het ouderlijk gezag is veel ruimer dan de zeer beperkte groep ontzette ouders. (Voor de Drank- en Horecawet was één van de weigeringsgronden destijds ook dat degene die de vergunning aanvraagt niet uit het ouderlijk
g. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000; h. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden; i. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: 1°. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening; 2°. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en
f. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000; g. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden; h. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: 1°. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening; 2°. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht;
gezag mag zijn gezet. Dit vereiste is in 2015 vervallen.)
met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht; 3°. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; 4°. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artikelen 6 juncto 8 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994; 5°. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of 6°. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. [j. [een maximum als bedoeld in artikel 3:5 is vastgesteld en dit maximum al is bereikt OF een maximum als bedoeld in artikel 3:5 al is bereikt];] k. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een beheersverordening [of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4]. 2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder h, wordt gelijkgesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; b. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt. 3. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder h en i, wordt bij de intrekking van een vergunning
3°. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; 4°. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artikelen 6 juncto 8 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994; 5°. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of 6°. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. [i. [een maximum als bedoeld in artikel 3:5 is vastgesteld en dit maximum al is bereikt OF een maximum als bedoeld in artikel 3:5 al is bereikt];] j. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een beheersverordening [of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4]. 2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder g, wordt gelijkgesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; b. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt. 3. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.
3:9 lid 1 onder e
Intrekkingsgronden
4:5a lid 6
Geluidhinder in de openlucht
4:6 lid 4
Overige geluidhinder
4: 10 lid 1 onder n
Definities
teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. 4. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder h en i, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. e. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met i; 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 4. Op ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. -
Definities
-
beschermenwaardige boom: monumentale boom, konings- of herdenkingsboom
Beschermenswaardige bomen in de gemeente Den Helder
-
1. Het college stelt een lijst met beschermenswaardige bomen vast.
Wordt nieuw ingevoegd
4:10 lid 1 onder o Wordt nieuw ingevoegd 4:10a
4. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. e. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met h; 6. Op de aanvraag voor een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 4. Op de aanvraag voor een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. monumentale boom: bijzondere beschermwaardige boom of houtopstand van 60 jaar of ouder met een levensverwachting van minimaal 10 jaar en die voldoet aan één van de volgende criteria: beeldbepalend, cultuurhistorische waarde, dendrologische waarde, natuurwaarde of zeldzaamheid.
verlettering Redactionele verbetering.
Redactionele verbetering.
Toevoegingen lid 1 sub n en o monumentale-, en beschermingswaardige bomen.
Het beschermen van monumentale bomen tegen kap.
Wordt nieuw ingevoegd
4:11 lid 2 onder a 4:11 lid 2 onder e
4:11 lid 2 onder h
4:11 lid 2 onder i
houtopstanden, staande buiten de bebouwde kom, zoals bedoeld in Wnb artikel 4.1a, tenzij deze op een erf staan kweekgoed; als de bomen worden gekweekt met het oogmerk deze te verhandelen en dat daartoe regelmatig worden onderhoud en de daarbij behorende handelsactiviteiten; houtopstanden met een stamdiameter minder dan 30 cm (omtrek minder dan 94 cm) gemeten op 1.30 m boven het maaiveld, tenzij de houtopstand is geplant in het kader van een herplantverplichting; houtopstanden staande in een tuin, mits hiervoor toestemming is gegeven door de eigenaar van de houtopstand;
2. De lijst bevat minimaal de volgende gegevens, inzake de te beschermen monumentale boom: • Redengevende beschrijving • Soort boom • Standplaats • Foto’s 3. De eigenaar van een houtopstand die vermeld staat op de lijst van beschermenswaardige bomen in de gemeente Den Helder is verplicht het college onmiddellijk mededeling te doen van: a. het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de houtopstand, anders dan door velling op grond van een verleende omgevingsvergunning; b. de dreiging dat de houtopstand geheel of gedeeltelijk teniet kan gaan. houtopstanden, staande buiten de bebouwde kom, tenzij deze op een erf staan kweekgoed;
houtopstanden met een stamdiameter minder dan 30 cm (omtrek minder dan 94 cm) gemeten conform de richtlijnen zoals opgenomen in artikel 4:10, derde lid, tenzij de houtopstand is geplant in het kader van een herplantverplichting; houtopstanden staande in een tuin;
4:11 lid 5
-
Wordt nieuw ingevoegd
4:12 lid 4
4:12a lid 2
Aanvraag vergunning
4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Indien een verplichting als bedoeld in het eerste en tweede lid is opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting vervangen moet worden
4:12b 4:12b lid 2
Indien zich op een perceel een of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren voor verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van iepenspintkevers, verplicht het bevoegd gezag de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen
5. Een omgevingsvergunning voor het vellen of doen vellen van een houtopstand opgenomen in de lijst met beschermenswaardige bomen, zoals bedoeld in artikel 4.10a, eerste lid kan, mits alternatieven voor behoud zijn onderzocht, worden verleend indien: a. naar boomdeskundìge maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is, of; b. letsel of schade kan worden voorkomen. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Indien een verplichting als bedoeld in het eerste lid is opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting vervangen moet worden
Redactionele verbetering.
Nummering klopte niet.
Hernummering vanaf het tweede lid.
Nummering klopt niet
Indien zich op een perceel een of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren voor verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van iepenspintkevers, verplicht het bevoegd gezag de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevind dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, indien hij daartoe door het college is
Redactionele verbetering
4:15
Verbod handelsreclame
5:2 lid 5
Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.
5:6 lid 4
Kampeermiddelen en andere voertuigen
5:8 lid 6
Parkeren van grote voertuigen
5:14 lid 2 sub b
Definitie
bevoegd is, indien hij daartoe door het college is aangeschreven, binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn: a. indien de iepen in de grond staan, deze te vellen en; b. de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen of; c. de niet ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen. Lid 1 Sub d. Sub e 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
aangeschreven, binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn: a. indien de iepen in de grond staan, deze te vellen en; b. de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen of; c. de niet ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.
Lid 1 Sub a Sub b 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Nummering aangepast
b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of artikel 5:22;
b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet of artikel 5:22;
Correctie van de verwijzing naar artikel 160 Gemeentewet.
Redactionele verbetering
Redactionele verbetering.
Redactionele verbetering.
5:17 lid 2 sub a
Definitie
5:18 lid 4
Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
5:22 lid 2 sub a
Definitie
5:32 lid 1
Crossterreinen
5:34 lid 6
Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken Strandrecreatie
5:39 lid 4
a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Lid 4 Het is verboden met voertuigen op het strand te rijden, deze aldaar te brengen of te hebben.
a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Lid 4 Het is verboden met voertuigen op het strand of in duingebied te rijden, deze aldaar te brengen of te hebben.
Correctie van de verwijzing naar artikel 160 Gemeentewet. Redactionele verbetering.
Correctie van de verwijzing naar artikel 160 Gemeentewet. Er zijn gemeenten met een terrein (in het buitengebied) waar incidenteel een paar uurtjes gecrost wordt met brommers. Het crossen is puur recreatief, dus niet ter voorbereiding op wedstrijden. Om hiertegen te kunnen optreden bij (geluids)overlast hebben wij het crossen buiten wedstrijdverband aan het eerste lid toegevoegd. Redactionele verbetering.
Recent is geconstateerd dat illegaal in de duinen werd gereden met squads. Op deze manier kan dit goed worden gehandhaafd.
5:42
Nadere regels visserij
1. Het recreatief gebruik van vistuig van het type staand wand is verboden. 2. Het college is bevoegd van het in het eerste lid bedoelde verbod ontheffing te verlenen. 3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
1. Het recreatief gebruik van vistuig van het type staand want is verboden.
Ontheffingsmogelijkheid verwijderd. Eind 2019 is dit verboden door de Europese Commissie.
6:1
Strafbepaling
Overtreding van het bij of krachtens de Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de volgende artikelen bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 daarbij daarbij op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie: artikel 2:1, artikel de tweede categorie: artikel 2:1, artikel 2.1a, artikel 2.6, artikel 2:9, artikel 2:10, 2.1a, artikel 2.6, artikel 2:9, artikel 2:10, artikel 2:11, artikel 2:12, artikel 2:14, artikel 2:11, artikel 2:12, artikel 2:14, artikel 2.15, artikel 2:18, artikel 2:19, artikel 2.15, artikel 2:18, artikel 2:19, artikel 2:21, artikel 2:25, artikel 2:26, artikel 2:21, artikel 2:25, artikel 2:26, artikel 2:28, artikel 2:29, artikel 2:31, artikel 2:28, artikel 2:29, artikel 2:31, artikel 2:32, artikel 2:38, artikel 2:39, artikel 2:32, artikel 2:38, artikel 2:39, artikel 2:40b, artikel 2:41, artikel 2:42, artikel 2:40b, artikel 2:41, artikel 2:42, artikel 2:43, artikel 2:44, artikel 2:45, artikel 2:43, artikel 2:44, artikel 2:45, artikel 2:46, artikel 2:47, artikel 2:47a, artikel 2:46, artikel 2:47, artikel 2:47a, artikel 2:47b, artikel 2:48, artikel 2:48a, artikel 2:47b, artikel 2:48, artikel 2:48a,
artikel 2:49, artikel 2:50, artikel 2:50a, artikel 2:49, artikel 2:50, artikel 2:50a, artikel 2:55, artikel 2:57, artikel 2:58, artikel 2:57, artikel 2:58, artikel 2:58a, artikel 2:59, artikel 2:59a, artikel 2:60, artikel 2:58a, artikel 2:59, artikel 2:59a, artikel 2:65, artikel 2:67, artikel 2:73, artikel 2:60, artikel 2:65, artikel 2:67, artikel 2:74, artikel 2:74a, artikel 2:76a, artikel 2:73, artikel 2:74, artikel 2:74a, artikel 2:76b, artikel 3:4, artikel 3:6, artikel 2:76a, artikel 2:76b, artikel 3:4, artikel 3:7, artikel 3:8, artikel 3:9, artikel artikel 3:6, artikel 3:7, artikel 3:8, artikel 4.5b, artikel 4:6, artikel 4:6a, artikel 3:9, artikel 4.5b, artikel 4:6, artikel 4:6a, 4:6b, artikel 4:7, artikel 4:8, artikel 4:9, artikel 4:6b, artikel 4:7, artikel 4:8, artikel 4:11, artikel 4:12c; artikel 4:13, artikel 4:9, artikel 4:11, artikel 4:12c; artikel 4:15, artikel 4:18, artikel 5:2, artikel 4:13, artikel 4:15, artikel 4:18, artikel 5:3, artikel 5:4, artikel 5:5, artikel artikel 5:2, artikel 5:3, artikel 5:4, artikel 5:6, artikel 5:7, artikel 5:8, artikel 5:9, 5:5, artikel 5:6, artikel 5:7, artikel 5:8, artikel 5:11, artikel 5:12, artikel 5:13, artikel 5:9, artikel 5:11, artikel 5:12, artikel 5:15, artikel 5:18, artikel 5,19, artikel 5:13, artikel 5:15, artikel 5:18,
Toevoeging artikel 2:55, lachgas. Noodzakelijk om strafbaarstelling te creëren. Correctie verwijzing omdat deze ontbrak.
artikel 5:23, artikel 5:24, artikel 5:25, artikel 5:27, artikel 5:30, artikel 5:32, artikel 5:33, artikel 5:34, artikel 5:37, artikel 5:38, artikel 5:39, artikel 5:40, artikel 5:41 en 5:42.
artikel 5,19, artikel 5:23, artikel 5:24, artikel 5:25, artikel 5:27, artikel 5:30, artikel 5:32, artikel 5:33, artikel 5:34, artikel 5:37, artikel 5:38, artikel 5:39, artikel 5:40, artikel 5:41 en 5:42.