Voorstel Voorstel tot het vaststellen van de Verordening tot wijziging van Algemene plaatselijke verordening Den Helder 2021.pdf
Tekst van het document
Gemeenteraad Portefeuillehouder: Jan de Boer
Van team: Team Openbare orde & Veiligheid Adviseur: Leonie Smit E-mail: l.smit@denhelder.nl
Classificatie: Openbaar
Kenmerk: 2023-051167 Begrotingswijziging: Nee
Onderwerp:
Voorstel tot het vaststellen van de Verordening tot wijziging van Algemene plaatselijke verordening Den Helder 2021
Publiekssamenvatting: De voorgestelde wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Den Helder 2021 (hierna: Apv) betreft een juridisch-technische omzetting naar de Omgevingswet en bevat geen inhoudelijke wijzigingen. De Apv bevat regels over de fysieke leefomgeving en is aangepast met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet (hierna: Ow). De wettelijke grondslagen en formele verwijzingen zijn geactualiseerd, zodat vanaf inwerkingtreding van de Ow doorgewerkt kan worden met deze verordening onder de Ow. Geadviseerd besluit 1. De Algemene plaatselijke verordening Den Helder 2021 te wijzigen als volgt: A. Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd: 1. In de alfabetische rangschikking wordt ingevoegd: • beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; 2. De definities van ‘bevoegd gezag’, ‘bouwwerk’ en ‘gebouw’ komen te luiden: • bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; • bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; • gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; B. Artikel 1:2, derde lid, komt te luiden: 3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning. C.
Aan artikel 1:4 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende: 3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. D. Voor de bestaande tekst van artikel 1:5 wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst. Toegevoegd wordt een nieuw lid, luidende: 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. E. Voor de bestaande tekst van artikel 1:6 wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst. Toegevoegd wordt een nieuw lid, luidende: 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. F. Artikel 2:10 wordt als volgt gewijzigd: • Het vijfde lid vervalt en de leden 6 en 7 worden vernummerd tot 5 en 6.
• Het zesde lid (nieuw) komt te luiden: 6. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. • Het achtste lid vervalt en lid 9 wordt vernummerd tot 7. G. Artikel 2:11 vervalt. H. Artikel 2:12 vervalt. I. Artikel 2:14, tweede lid, komt te luiden: 2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet. J. Artikel 2:21 vervalt. K. Artikel 2:28, tweede lid onder a, komt te luiden: a. de vestiging of de exploitatie van de inrichting in strijd is met het omgevingsplan. L. Artikel 2:29, zevende lid, komt te luiden: 7. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien. M. Artikel 2:39, derde lid, onder b, komt te luiden: b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan. N. Artikel 2:46, tweede lid, komt te luiden: 2.
Dit verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening. O. Artikel 2:55 komt te vervallen. P. Artikel 3:7, eerste lid, onder j, komt te luiden: j. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan. Q. Artikel 3:9, eerste lid, onder g, komt te luiden: g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het omgevingsplan. R. Artikel 4:1 wordt als volgt gewijzigd: De alfabetische rangschikking wordt als volgt ingevoegd: • Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; • collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; • gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; • gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; • houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;
2/14
• •
•
incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.
S. Artikel 4:5 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid, onder c, komt te luiden: c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder, zoals die wet en dat besluit luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; 2. Het vierde lid komt te luiden: 4. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing. T. Artikel 4:6, derde lid, komt te luiden: 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening. U. Artikel 4:10 vervalt. V. Artikel 4:10a vervalt. W. Artikel 4:11 vervalt. X. Artikel 4:12 vervalt. Y. Artikel 4:12a vervalt. Z. Artikel 4:12b vervalt. AA. Artikel 4:13 wordt als volgt gewijzigd: • Het eerste lid, aanhef, komt te luiden: 1.
Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: • Het derde lid komt te luiden: 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. AB. Artikel 4:15 vervalt. AC. Artikel 4:17 komt te luiden: Artikel 4:17 Definitie In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. AD. Artikel 4:18, eerste lid, komt te luiden: 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd.
3/14
AE. Artikel 5:5, vierde lid, komt te luiden: 4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving. AF. Voor de bestaande tekst van artikel 5:12 wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst. Toegevoegd wordt een nieuw lid, luidende: 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden op of aan een openbare plaats, dan wel in of buiten de openbare fietsparkeervoorzieningen, (brom)fietsen of vergelijkbare vervoermiddelen a. langer dan veertien dagen onafgebroken te laten staan; b. die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeren langer dan drie achtereenvolgende dagen te laten staan. AG. Artikel 5:18, tweede lid, komt te luiden: 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan. AH. Artikel 5:20, eerste lid, komt te luiden: 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. AI. Artikel 5:23, eerste lid, onder a, komt te luiden: a. wegens strijd met het omgevingsplan; AJ. Artikel 5:24 vervalt. AK. Artikel 5:25, derde lid, komt te luiden: 3.
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement. AL. Artikel 5:32, derde lid, komt te luiden: 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren. AM. Artikel 5:33, vierde lid, onder b, komt te luiden: b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel. AN. Artikel 5:34 wordt als volgt gewijzigd: • Het eerste lid komt te luiden: 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. • Het vijfde lid komt te luiden: 5.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening; 2. de Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Den Helder 2021 vast te stellen; 3. te bepalen dat dit besluit in werking treedt op 1 januari 2024.
4/14
5/14
Raadsvoorstel: Aanleiding en context De voorgestelde wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Den Helder 2021 (hierna; Apv) betreft een juridisch-technische omzetting naar de Omgevingswet en bevat geen inhoudelijke wijzigingen. De Apv bevat regels over de fysieke leefomgeving en is aangepast met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet (hierna: Ow). De wettelijke grondslagen en formele verwijzingen zijn geactualiseerd, zodat vanaf inwerkingtreding van de Ow doorgewerkt kan worden met deze verordening onder de Ow. Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet definitief in werking. Dit betekent dat de gemeente een omgevingsplan moet opstellen. In dit omgevingsplan worden onder andere regels opgenomen die nu in gemeentelijke verordeningen zijn opgenomen. Zo ook een aantal regels uit de Apv. De gemeenteraad heeft daartoe op 13 februari 2023 de Verordening Fysieke Leefomgeving Den Helder (VFL) aangenomen. In die verordening zijn een aantal artikelen opgenomen en die derhalve kunnen vervallen in de Apv. Doelen en resultaten De Apv is een instrument om de gemeente veilig en leefbaar te kunnen houden en om de openbare orde te kunnen handhaven. Regels zijn nodig om overlast en onveilige situaties te kunnen aanpakken en het algemeen belang te beschermen. Wat we willen bereiken is een actuele en werkbare Apv.
Indien blijkt dat in de praktijk de artikelen niet voldoen, niet volledig zijn of om andere redenen aanpassingen gewenst zijn, volgt een voorstel tot wijziging van de Apv. Kaders en omstandigheden De verordende bevoegdheid ligt bij de raad. De uitvoering van de verordening en het toezicht op de naleving van de in de verordening opgenomen bepalingen behoren tot de verantwoordelijkheid van het college en de burgemeester. •
Artikel 149 van de Gemeentewet De raad maakt de verordeningen die hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt.
•
Artikel 154 van de Gemeentewet 1. De raad kan op overtreding van zijn verordeningen en van die van organen waaraan ingevolge artikel 156 verordenende bevoegdheid is gedelegeerd, straf stellen maar ge en andere of zwaardere dan hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie, al dan niet met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. 2. Op de krachtens het eerste lid strafbaar gestelde overtreding van voorschriften met betrekking tot het plaatsen of laten staan van motorrijtuigen op parkeerterreinen of weggedeelten bedoeld in artikel 225 zijn de artikelen 181 en 182 van de Wegenverkeerswet 1994 van overeenkomstige toepassing. 3. De in het eerste lid bedoelde strafbare feiten zijn overtredingen.
•
Artikel 174 van de Gemeentewet 1. De burgemeester is belast met het toezicht op de openbare samenkomsten en vermakelijkheden alsmede op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. 2. De burgemeester is bevoegd bij de uitoefening van het toezicht, bedoeld in het eerste lid, de bevelen te geven die met het oog op de bescherming van veiligheid en gezondheid nodig zijn.
6/14
3. De burgemeester is belast met de uitvoering van verordeningen voor zover deze betrekking hebben op het in het eerste lid bedoelde toezicht.
•
De model Apv van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) Elk jaar publiceert de VNG een aanpassing van de Model Algemene plaatselijke verordening. Hierin is nieuwe wetgeving en jurisprudentie verwerkt.
Argumenten en alternatieven De voorgestelde wijzigingen worden hieronder toegelicht. Alle wijzigingen, inclusief de redactionele verbeteringen, staan opgenomen in de ‘was/wordt tabel’ die als bijlage is opgenomen bij het raadvoorstel. Voorgestelde wijzigingen Artikel I, onderdelen A, E t/m H, I, J, K, L t/m P, Q, R, T t/m W, X, Y, Z, AA t/m AO In deze onderdelen worden grondslagen en formele verwijzingen geactualiseerd als gevolg van de Ow. Zij behoeven geen afzonderlijke toelichting. Een aantal lichten wij vanwege het bijzondere karakter wel toe. Artikel I, onderdeel A In dit onderdeel wordt een definitie van beperkingengebiedactiviteit opgenomen in artikel 1:1, waarbij wordt verwezen naar de bijlage, onder A, bij de Ow. Dit begrip komt voor in diverse artikelen van de Apv. Volgens genoemde bijlage is een beperkingengebied een bij of krachtens de wet aangewezen gebied waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. Een beperkingengebiedactiviteit is een activiteit binnen een beperkingengebied In diverse artikelen van de Apv staat dat een verbod niet van toepassing is op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de provinciale wegenverordening of het provinciaal wegenreglement.
Dat wordt dan vervangen door de tekst dat het verbod niet van toepassing is op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Ow, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening. Artikel I, onderdelen B, C, D en E In deze onderdelen wordt opgenomen dat de artikelen (artikelen 1:2 en 1:4) of het eerste lid (artikelen 1:5 en 1:6) niet van toepassing is op een omgevingsvergunning. Voor vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergunning zijn, geeft de Ow een uitputtende regeling voor de in deze artikelen geregelde onderwerpen: over de beslistermijnen in de paragrafen 16.5.2 en 16.5 3 van de Ow, over het nakomen van de voorschriften in artikel 5.5 van de Ow (eventueel in samenhang met artikel 22.8 van de Ow en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit), voor wie de omgevingsvergunning geldt in artikel 5.37 van de Ow en over intrekking of wijziging van een omgevingsvergunning in paragraaf 5.1.5 van de Ow. Artikel I, onderdelen R en S Deze onderdelen strekken ertoe de bepalingen over het voorkomen of beperken van geluidhinder. Op grond van artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet kunnen de artikelen 4:1 tot en met 4:5a van de APV uiterlijk tot het einde van de overgangsperiode blijven gelden.
Voor handhaving van de status quo moet de wetgeving zoals die vóór de inwerkingtreding van de Ow geldt, dus van toepassing blijven. Het gaat om de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit milieubeheer, de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder zoals deze luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Ow. Omdat in verschillende artikelen wordt verwezen naar het Activiteitenbesluit milieubeheer is daarvan een definitie opgenomen in artikel 4:1. Voor de andere
7/14
genoemde wet- en regelgeving is de toevoeging in het betreffende artikel opgenomen (in onderdeel R voor artikel 4;1 van de APV en in onderdeel S voor artikel 4:5 van de APV). Artikel I, onderdeel AB In dit onderdeel wordt de definitie van kampeermiddel in artikel 4:17 aangepast. Door de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, die gelijktijdig met de Ow in werking treedt, worden bouwwerken in gevolgklasse 1 vergunningvrij (bouwtechnisch deel). Grondgebonden recreatiewoningen vallen onder gevolgklasse 1 en zouden met alleen een aanpassing van de verwijzing in artikel 4:17 onder het begrip kampeermiddel komen te vallen. Dat is ongewenst. Het moet gaan om een nietgrondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Artikel I, onderdeel AF Bij de vorige redactionele verbetering is lid 2 van artikel 5:12 weggevallen. Deze wordt hiermee hersteld. Artikel II van het wijzigingsbesluit Het eerste lid voorziet erin dat de in dit besluit opgenomen technische wijzigingen eerst van toepassing zijn op het tijdstip dat de Ow in werking treedt. Het tweede lid wijkt hiervan af voor artikel I, onderdelen V en W. Zie de toelichting op die onderdelen.
Artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet biedt overgangsrecht voor de op het moment van inwerkingtreding van de Ow van kracht zijnde Apv-bepalingen over geluidhinder (de artikelen 4:1 tot en met 4:5a APV). Omdat de artikelen 4:1 en 4:5 wel technisch wijzigen, is voor de zekerheid bepaald dat deze wijzigingen in werking treden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Ow. Bestuurlijke vernieuwing Dit voorstel heeft geen specifieke aspecten wat bestuurlijke vernieuwing betreft. Het besluit is niet referendabel omdat verordeningen hiervan zijn uitgesloten in artikel 2, lid k van de Referendumverordening 2012. Duurzaamheid Dit voorstel heeft geen specifieke aspecten wat duurzaamheid betreft. Financiële consequenties Aan dit voorstel zijn geen financiële consequenties verbonden. Uitvoering en planning Daags nadat de raad de Apv heeft vastgesteld zal deze bekendgemaakt en gepubliceerd worden in het elektronisch gemeenteblad op www.overheid.nl. In de tweede helft van 2024 zal aan de raad een voorstel tot wijziging van de Apv worden voorgelegd waarbij deze inhoudelijk wordt geactualiseerd. Communicatie Op de stadsnieuwspagina zal aandacht worden besteed aan de actualisatie van de Apv. Waar nodig zal specifieke communicatie richting de doelgroepen plaatsvinden.
Den Helder, 5 december 2023 Burgemeester en Wethouders van Den Helder,
burgemeester J.A. (Jan) de Boer MSc.
secretaris M.J. (Marc) Pothast
8/14
9/14
CONCEPT - Raadsbesluit Raadsvergadering d.d.
18 december 2023
Besluit nummer
2023-051167
Onderwerp
Voorstel tot het vaststellen van de Verordening tot wijziging van Algemene plaatselijke verordening Den Helder 2021
De raad van de gemeente Den Helder; gelezen het raadsvoorstel van het college van burgemeester en wethouders van Den Helder van 5 december 2023,
besluit: 1. De Algemene plaatselijke verordening Den Helder 2021 te wijzigen als volgt: A. Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd: 1. In de alfabetische rangschikking wordt ingevoegd: • beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; 2. De definities van ‘bevoegd gezag’, ‘bouwwerk’ en ‘gebouw’ komen te luiden: • bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; • bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; • gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; B. Artikel 1:2, derde lid, komt te luiden: 3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning. C. Aan artikel 1:4 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende: 3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. D. Voor de bestaande tekst van artikel 1:5 wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst. Toegevoegd wordt een nieuw lid, luidende: 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. E. Voor de bestaande tekst van artikel 1:6 wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst. Toegevoegd wordt een nieuw lid, luidende: 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. F.
Artikel 2:10 wordt als volgt gewijzigd: • Het vijfde lid vervalt en de leden 6 en 7 worden vernummerd tot 5 en 6. • Het zesde lid (nieuw) komt te luiden: 6. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale
10/14
omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. • Het achtste lid vervalt en lid 9 wordt vernummerd tot 7. G. Artikel 2:11 vervalt. H. Artikel 2:12 vervalt. I. Artikel 2:14, tweede lid, komt te luiden: 2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet. J. Artikel 2:21 vervalt. K. Artikel 2:28, tweede lid onder a, komt te luiden: a. de vestiging of de exploitatie van de inrichting in strijd is met het omgevingsplan. L. Artikel 2:29, zevende lid, komt te luiden: 7. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien. M. Artikel 2:39, derde lid, onder b, komt te luiden: b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan. N. Artikel 2:46, tweede lid, komt te luiden: 2. Dit verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening. O. Artikel 2:55 komt te vervallen. P. Artikel 3:7, eerste lid, onder j, komt te luiden: j.
de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan. Q. Artikel 3:9, eerste lid, onder g, komt te luiden: g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het omgevingsplan. R. Artikel 4:1 wordt als volgt gewijzigd: De alfabetische rangschikking wordt als volgt ingevoegd: • Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; • collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; • gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; • gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; • houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; • incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;
11/14
•
•
inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.
S. Artikel 4:5 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid, onder c, komt te luiden: c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder, zoals die wet en dat besluit luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; 2. Het vierde lid komt te luiden: 4. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing. T. Artikel 4:6, derde lid, komt te luiden: 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening. U. Artikel 4:10 vervalt. V. Artikel 4:10a vervalt. W. Artikel 4:11 vervalt. X. Artikel 4:12 vervalt. Y. Artikel 4:12a vervalt. Z. Artikel 4:12b vervalt. AA. Artikel 4:13 wordt als volgt gewijzigd: • Het eerste lid, aanhef, komt te luiden: 1.
Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: • Het derde lid komt te luiden: 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. AB. Artikel 4:15 vervalt. AC. Artikel 4:17 komt te luiden: Artikel 4:17 Definitie In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. AD. Artikel 4:18, eerste lid, komt te luiden: 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd.
12/14
AE. Artikel 5:5, vierde lid, komt te luiden: 4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving. AF. Voor de bestaande tekst van artikel 5:12 wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst. Toegevoegd wordt een nieuw lid, luidende: 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden op of aan een openbare plaats, dan wel in of buiten de openbare fietsparkeervoorzieningen, (brom)fietsen of vergelijkbare vervoermiddelen a. langer dan veertien dagen onafgebroken te laten staan; b. die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeren langer dan drie achtereenvolgende dagen te laten staan. AG. Artikel 5:18, tweede lid, komt te luiden: 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan. AH. Artikel 5:20, eerste lid, komt te luiden: 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. AI. Artikel 5:23, eerste lid, onder a, komt te luiden: a. wegens strijd met het omgevingsplan; AJ. Artikel 5:24 vervalt. AK. Artikel 5:25, derde lid, komt te luiden: 3.
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement. AL. Artikel 5:32, derde lid, komt te luiden: 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren. AM. Artikel 5:33, vierde lid, onder b, komt te luiden: b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel. AN. Artikel 5:34 wordt als volgt gewijzigd: • Het eerste lid komt te luiden: 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. • Het vijfde lid komt te luiden: 5.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening;
13/14
2. de Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Den Helder 2021 vast te stellen; 3. te bepalen dat dit besluit in werking treedt op 1 januari 2024.
Aldus besloten in de raadsvergadering van 18 december 2023
14/14