CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel Voorstel tot het vaststellen van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2021.pdf

Raadscommissie Maatschappelijke Ontwikkeling 12 januari 2021, gemeente Den HelderBij agendapunt: 4: Voorstel tot het vaststellen van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 20212.247 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadscommissie Maatschappelijke Ontwikkeling Portefeuillehouder: Tjitske Biersteker-Giljou

Van team: Team Zorg Adviseur: Miranda Boerstra E-mail: m.boerstra@denhelder.nl

Classificatie: Openbaar

Kenmerk: 2020-058125 Begrotingswijziging: Nee

Onderwerp:

Voorstel tot het vaststellen van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2021

Publiekssamenvatting: De Wet maatschappelijke ondersteuning schrijft voor dat de gemeente in een verordening regels vaststelt die noodzakelijk zijn voor uitvoering van deze wet. Als gevolg van de invoering van een ritbijdrage voor taxivervoer en een aanpassing in de Wmo procedure, is de Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2020 niet meer actueel en daarom wordt er een nieuwe Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2021 aangeboden.

Geadviseerd besluit 1. de Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2021 vast te stellen. Bijlagen 1. Advies ASD 26 sept 2020.pdf 2. Zaaknr057395.pdf 3. Verordening MoDH2021.pdf

Raadsvoorstel: Aanleiding en context Als gevolg van het innen van een ritbijdrage voor Wmo- taxivervoer met ingang van 1 maart 2021 is het noodzakelijk dat de Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2020 op enkele onderdelen wordt aangepast. Om een zorgvuldige procedure te waarborgen en inwoners en aanbieders duidelijkheid te geven over rechten en plichten en processen rondom de Wmo zijn er aanpassingen gedaan in enkele artikelen. De verordening vormt het juridisch kader waarmee de gemeente uitvoering geeft aan de wetgeving. Centrale vraag; Welke technische aanpassingen moeten in de Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2021 worden aangebracht gelet op de wijzigingen als gevolg van wijziging ritbijdrage taxivervoer en procesvorming Wmo? Doelen en resultaten Met het vaststellen van de verordening wordt bereikt dat wordt voldaan aan de in de Wmo gestelde eisen. De verordening geeft inwoners en aanbieders duidelijkheid over de rechten en plichten en de processen rondom de Wmo. Kaders en omstandigheden - Wet Wmo 2015; Deze wet bepaalt dat inwoners in aanmerking komen voor gemeentelijke ondersteuning op het gebied van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en opvang.

- Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2021; De Wmo schrijft voor dat de gemeenteraad per verordening de regels vaststelt die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het gemeentelijk beleid met betrekking tot maatschappelijke ondersteuning. - AMvB Abonnementstarief Wmo 2020; Om stapeling in zorgkosten voor de inwoners te verminderen is het Wmo abonnementstarief ingevoerd. Inwoners betalen een maximale eigen bijdrage van €19,00 per maand voor zorg en ondersteuning vanuit de Wmo. Beschermd wonen en maatschappelijke opvang vallen buiten het abonnementstarief. Hiervoor blijft de huidige inkomensafhankelijke eigen bijdrage systematiek bestaan. Argumenten en alternatieven De Wmo schrift in artikel 2.1.3. eerste en derde lid en in artikel 2.6.6. eerste lid voor dat de gemeenteraad per verordening de regels dient vast te stellen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het gemeentelijk beleid met betrekking tot maatschappelijke ondersteuning. De huidige Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2020 dient op enkele punten te worden aangepast, gelet op de wijziging als gevolg van het innen van een ritbijdrage voor Wmotaxivervoer en wijziging in Wmo processen.

Gelet op eerste lid van artikel 3.8 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en op grond van artikel 2, 14a, derde lid, van de wet stellen wij voor het taxivervoer uit te zonderen van het abonnementstarief. En daarvoor in de plaats een ritbijdrage te heffen van €1 per rit. In lid 5 is de eigen bijdrage €1 per rit opgenomen bij de maatwerkvoorziening Wmo- taxipas. Den Helder wil met haar sociaal beleid realiseren dat iedereen in de samenleving kan meedoen en waar nodig wordt ondersteund om de eigen kracht en mogelijkheden te benutten, zoals omschreven in ons beleidskader "Het sociale verhaal van Den Helder". Met het realiseren van algemene voorzieningen en de toekenning van Wmo maatwerkvoorzieningen, gaan we ervan uit dat zelfredzaamheid en participatie wordt bewerkstelligd. We bieden inwoners handvatten aan, waarbij we niet hun problemen overnemen. Het Wmo taxivervoer is een maatwerkvoorziening voor inwoners met een beperking, die niet in staat zijn gebruik te maken van het openbaar vervoer, die niet samen kunnen reizen of geen netwerk of

2/7

mogelijkheden hebben om hulp in te schakelen. Iedereen moet zorg dragen voor de kosten van vervoer. Door het heffen van een reizigersbijdrage voor Wmo vervoer ontstaat er meer gelijkheid voor al onze inwoners. Wanneer een inwoner niet in staat is deze reizigersbijdrage te betalen en onvoldoende gebruik kan maken van een netwerk, komt hij in aanmerking voor financiële ondersteuning. Wat betreft Wmo proces betreffen het technische aanpassingen van enkele artikelen uit de verordening. In de Verordening is het woord cliënt vervangen door inwoner. De volgende artikelen zijn toegevoegd aan de Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2021; Artikel 2.

Melding hulpvraag

1. Een hulpvraag kan door of namens een inwoner bij het college worden gemeld. 2. Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk. Artikel 3.

Gesprek

1. Het gesprek vindt zo spoedig mogelijk plaats na de melding. 2. Het college bespreekt met de inwoner welk effect hij wilt bereiken. In het gesprek onderzoek het college; 1. De behoefte van de inwoner; wat is er nodig? 2. De persoonlijke situatie van de inwoner; hoe ziet die eruit en wat betekent dit voor het gewenste effect? 3. De (on)mogelijkheden van de inwoner; (hoe) kan de inwoner zelf bijdragen aan de oplossing van het probleem? 4. De omgeving van de inwoner; welke hulp kan het sociale netwerk of kunnen organisaties bieden bij het oplossen van het probleem? 3. Het college informeert de inwoner over de mogelijkheden van de gemeente om de persoonlijke situatie van de inwoner te verbeteren. Ook informeert het college de inwoner over de mogelijkheden die er zijn om in bepaalde gevallen te kiezen voor een persoonsgebonden budget (pgb). Het college betrekt deze zaken bij het onderzoek naar de hulpvraag. Artikel 4.

Verslag

1.Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het onderzoek. 2.Binnen twintig werkdagen na het gesprek verstrekt het college aan de inwoner een verslag van de uitkomsten van het onderzoek. 3. Als het college meer informatie nodig heeft voor het verslag, waardoor het verslag niet binnen de hiervoor genoemde termijn kan worden toegestuurd, dan wordt de inwoner hierover schriftelijk geïnformeerd. 4. De inwoner tekent het verslag voor akkoord of gezien en zorgt ervoor dat een getekend exemplaar binnen vijf werkdagen wordt teruggestuurd aan het college. 5. Als de inwoner tekent voor gezien kan hij daarbij tevens aangeven wat de reden is waarom hij niet akkoord is. Deze opmerkingen worden aan het verslag toegevoegd. Artikel 5.

Aanvraag

1. Een aanvraag wordt ingediend door middel van een door de inwoner ondertekend verslag als bedoeld in artikel 4 van deze verordening, of door middel van een vastgesteld aanvraagformulier. 2. Indien een inwoner gebruik maakt van een vastgesteld aanvraagformulier dient dit formulier binnen tien werkdagen na toezending van het onderzoeksverslag te worden ingediend bij het college, tenzij

3/7

het college het onderzoek niet binnen zes weken heeft afgerond zoals bedoeld in artikel 2.3.2 lid 9 van de Wmo 2015. Het volgende artikel is gewijzigd: Artikel 8 Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening of pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2. Een bijdrage in de kosten, bedoeld in het eerste lid, is niet verschuldigd bij de volgende maatwerkvoorzieningen: a. een (sport)rolstoel of pgb voor aanschaf van een (sport)rolstoel, incl. de aanpassingen hieraan; b. een verhuizing en/of de stoffering bij de inrichting van een woning, als gevolg van verhuizing naar een aangepaste woning; c. het bezoekbaar maken van de woning; 3. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb en voor bij verordening aangewezen algemene voorzieningen, zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid van de wet, of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 4. Het college draagt zorg voor de kenbaarheid van de bedragen en percentages, bedoeld in het derde lid. 5. De kostprijs van een: a.

maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; b. pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. c. maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening. 6. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door de instellingen die de opvang uitvoeren en hiervoor door het college worden gefinancierd, vastgesteld en geïnd. 7. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt Is gewijzigd naar: Artikel 12 Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en pgb’s 1.Een inwoner is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening of pgb, zolang de inwoner van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2.

Een bijdrage in de kosten, bedoeld in het eerste lid, is niet verschuldigd bij de volgende maatwerkvoorzieningen: - een (sport)rolstoel of pgb voor aanschaf van een (sport)rolstoel, incl. de aanpassingen hieraan;

4/7

- een verhuizing en/of de stoffering bij de inrichting van een woning, als gevolg van verhuizing naar een aangepaste woning; - het bezoekbaar maken van de woning; 3. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb en voor bij verordening aangewezen algemene voorzieningen, zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid van de wet, of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 4. Het college draagt zorg voor de kenbaarheid van de bedragen en percentages, bedoeld in het derde lid. 5. Een inwoner is een ritbijdrage verschuldigd voor de kosten van het gebruik van de Wmotaxivoorziening en de bijdrage is € 1,-- per rit. 6. De kostprijs van een: a. maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; b.

pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.

c. maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening. 7. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door de instellingen die de opvang uitvoeren en hiervoor door het college worden gefinancierd, vastgesteld en geïnd. 8. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt

De conceptversie Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2021 is ter advisering voorgelegd aan de Adviesraad Sociaal Domein (ASD). In haar advies heeft de ASD aangegeven de tijdsafspraken in artikel 2 erg ambitieus te vinden in navolging van dit advies is artikel 2 aangepast. Zij geeft na de aanpassingen aan, zich te kunnen vinden in de wijzigingen zoals opgesteld in artikelen 2,3,4,5. Gelet op artikel 12. lid 5, geeft zij aan tegen een stapeling van zorgkosten te zijn. Er zijn aanvullende vragen gesteld omtrent inning van de ritbijdrage Wmo- taxivervoer, beantwoording van deze vragen is bijgevoegd.

Bestuurlijke vernieuwing In de bestuurlijke vernieuwing gaat het om een adequate inzet van de gemeente ten dienste van haar inwoners. Zoals in het beleidskader "het sociale verhaal van Den Helder" is opgenomen, is er een uitvoeringsplan ontwikkeld voor de totstandkoming van de omgekeerde toets en omgekeerde verordening. Daarop vooruitlopend wordt nu wel de vigerende Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder aangepast om te voldoen aan de wijzigingen conform wetsbepalingen van de Wmo.

5/7

Het voorstel leent zich niet voor het houden van een referendum. Verordeningen zijn uitgesloten voor het houden van een referendum op grond van artikel 2, onder K van de Referendumverordening 2012. Duurzaamheid Dit voorstel heeft geen directe relatie met de duurzame ambities van de gemeente Den Helder. Financiële consequenties Door vaststelling van de verordening ontstaan er rechten en plichten voor de inwoners om in aanmerking te komen voor maatwerkvoorzieningen. Het streven is erop gericht het beleid op het gebied van Sociaal Domein budgettair neutraal uit te voeren. Als de gestelde invoering van de ritbijdrage voor Wmo taxivervoer niet wordt opgenomen in de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2021 voorzien we een stijging van 30% in de kosten van deze maatwerkvoorziening. Uitvoering en planning Na vaststelling door de raad treedt de verordening in werking op 1 maart 2021. Communicatie Nadat de raad de Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2021 heeft vastgesteld, wordt deze gepubliceerd.

Den Helder, 3 november 2020 Burgemeester en Wethouders van Den Helder,

burgemeester Jeroen Nobel

secretaris Robert Reus

6/7

CONCEPT - Raadsbesluit Raadsvergadering d.d. Besluit nummer

2020-058125

Onderwerp

Voorstel tot het vaststellen van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2021

De raad van de gemeente Den Helder; gelezen het raadsvoorstel van het college van burgemeester en wethouders van Den Helder van 3 november 2020,

besluit: 1. de Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2021 vast te stellen.

Aldus besloten in de raadsvergadering van

7/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/1684/documents/14825