Voorstel Voorstel tot het vaststellen van de lijst met gevallen waarin verplichte participatie door de initiatiefnemer geldt bij aanvraag om omgevingsvergunning.pdf
Tekst van het document
Gemeenteraad Portefeuillehouder: Heleen Keur
Van team: Team Omgeving Adviseur: Ingmar Zwier E-mail: i.zwier@denhelder.nl
Classificatie: Openbaar
Kenmerk: 2021-049620 Begrotingswijziging: Nee
Onderwerp:
Voorstel tot het vaststellen van de lijst met gevallen waarin verplichte participatie door de initiatiefnemer geldt bij aanvraag om omgevingsvergunning
Publiekssamenvatting: Vóór de geplande invoering van de Omgevingswet op 1 juli 2022 dient de gemeenteraad op een viertal onderwerpen keuzes te maken en deze ook vast te stellen. Het gaat om het aanwijzen van gevallen waarin sprake is van (1) adviesrecht met instemming door de gemeenteraad, (2) het toepassen van de uitgebreide procedure en (3) verplichte participatie door de initiatiefnemer bij een aanvraag omgevingsvergunning in afwijking van het omgevingsplan (een zogeheten buitenplanse omgevingsplanactiviteit) en (4) het delegeren van het vaststellen van onderdelen van het gemeentelijke omgevingsplan van gemeenteraad naar college van burgemeester en wethouders. In september 2021 is de raadscommissie Stadsontwikkeling & -beheer geconsulteerd over de hoofdlijnen van deze keuzeopgaven. Hierin heeft de commissie in algemeenheid aangeven zich te kunnen vinden in de voorgestelde aanpak, op basis waarvan vier raadsvoorstellen in het kader van de keuzeopgaven van de gemeenteraad rondom de Omgevingswet zijn uitgewerkt. De voorstellen zijn er op gericht om zoveel mogelijk de werkwijze onder het huidige stelsel voort te zetten. De gemeenteraad wordt voorgesteld om de lijst met gevallen waarin verplichte participatie door de initiatiefnemer geldt bij aanvraag om omgevingsvergunning vast te stellen.
In deze gevallen dient de initiatiefnemer aan te tonen dat er participatie heeft plaatsgevonden, voordat de aanvraag om omgevingsvergunning in behandeling genomen zal worden.
Geadviseerd besluit 1. De lijst met gevallen waarin verplichte participatie door de initiatiefnemer geldt bij een aanvraag om omgevingsvergunning vast te stellen. 2. De onder beslispunt 1 genoemde lijst in werking te laten treden met ingang van de dag waarop de Omgevingswet in werking treedt. 3. De werking van de lijst van gevallen een jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet te evalueren.
Raadsvoorstel: Aanleiding en context Vóór de geplande invoering van de Omgevingswet op 1 juli 2022 dient de gemeenteraad op een viertal onderwerpen keuzes te maken en deze ook vast te stellen. Het gaat om het aanwijzen van gevallen waarin sprake is van (1) adviesrecht met instemming door de gemeenteraad, (2) het toepassen van de uitgebreide procedure en (3) verplichte participatie door de initiatiefnemer bij een aanvraag omgevingsvergunning in afwijking van het omgevingsplan (een zogeheten buitenplanse omgevingsplanactiviteit) en (4) het delegeren van het vaststellen van onderdelen van het gemeentelijke omgevingsplan van gemeenteraad naar college van burgemeester en wethouders. In september 2021 is de raadscommissie Stadsontwikkeling & -beheer geconsulteerd over de hoofdlijnen van deze keuzeopgaven. Hierin heeft de commissie in algemeenheid aangeven zich te kunnen vinden in de voorgestelde aanpak, op basis waarvan vier raadsvoorstellen in het kader van de keuzeopgaven van de gemeenteraad rondom de Omgevingswet zijn uitgewerkt. De voorstellen zijn er op gericht om zoveel mogelijk de werkwijze onder het huidige stelsel voort te zetten. De gemeenteraad wordt voorgesteld om de lijst met gevallen waarin verplichte participatie door de initiatiefnemer geldt bij aanvraag om omgevingsvergunning vast te stellen.
In deze gevallen dient de initiatiefnemer aan te tonen dat er participatie heeft plaatsgevonden, voordat de aanvraag om omgevingsvergunning in behandeling genomen zal worden. Doelen en resultaten De gemeenteraad dient vóór de landelijke invoering van de Omgevingswet (1 juli 2022) besluiten te nemen over de vier keuzeopgaven voor de gemeenteraad bij de Omgevingswet. Door besluiten te nemen over deze keuzeopgaven wordt invulling gegeven aan de wensen van de gemeenteraad om al dan niet inhoudelijk en/of procesmatig invloed te hebben op ingrijpende initiatieven in de leefomgeving en de samenwerking hierbij tussen de gemeenteraad en het college. Hiermee wordt tevens bijgedragen aan een soepele overgang tussen het huidige wettelijk kader en de nieuwe Omgevingswet. Kaders en omstandigheden De landelijke inwerkingtreding van de Omgevingswet, gepland op 1 juli 2022. Artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet. Argumenten en alternatieven De gemeenteraad dient vóór de landelijke invoering van de Omgevingswet (1 juli 2022) besluiten te nemen over de keuzeopgaven. Hiervoor is geen alternatief. Op basis van de hoofdlijnen uit de consultatie in de raadscommissie Stadsontwikkeling & -beheer in september 2021 zijn vier raadsvoorstellen met betrekking tot de keuzeopgaven Omgevingswet uitgewerkt.
De commissieleden waren tijdens de consultatie in algemeenheid akkoord met de volgende voorstellen met betrekking tot de vier keuzeopgaven: - De lijsten met gevallen waarin sprake is van adviesrecht met instemming door de gemeenteraad, toepassing van de uitgebreide procedure en verplichte participatie door de initiatiefnemer gelijk te schakelen, aangezien dit ten goede komt aan de duidelijkheid en werkbaarheid hiervan. - De onder het eerste punt genoemde lijsten te baseren op de in april 2021 vastgestelde lijst met categorieën van gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen (VVGB) nodig is. Hoewel het wettelijk kader en de systematiek wat verandert onder de Omgevingswet is deze lijst goed bruikbaar als basis en recent vastgesteld door de gemeenteraad. - De onderdelen van het omgevingsplan 'Verwerken van verleende omgevingsvergunningen in afwijking van het omgevingsplan' en 'Verwerken van door college of gemeenteraad vastgestelde beleidsregels' als gemeenteraad te delegeren aan het college, aangezien het hierbij gaat om
2/5
administratieve verwerking van autonome besluitvorming in het omgevingsplan. Het niet delegeren van deze onderdelen zorgt voor veel extra besluitvorming, zonder dat de gemeenteraad hier extra invloed mee heeft. - De werking van de genomen besluiten over de keuzeopgaven een jaar van inwerkingtreding van de Omgevingswet te evalueren, waarbij in de tussenliggende periode een dossier wordt bijgehouden door het college en deze ter voorbereiding van de evaluatie aan de gemeenteraad wordt toegestuurd. Bestuurlijke vernieuwing De raadsvoorstellen met betrekking tot de keuzeopgaven hebben veel betrekking op bestuurlijke vernieuwing. Het gaat namelijk om afspraken over de taakverdeling tussen raad en college omtrent het omgevingsplan en omgevingsvergunningen, zowel inhoudelijk als procesmatig. Onder het nieuwe kader van de Omgevingswet dient deze taakverdeling opnieuw vastgelegd te worden. Een nieuw onderdeel van de Omgevingswet is de mogelijkheid voor de gemeenteraad om gevallen aan te wijzen waarin de initiatiefnemer verplicht is tot participatie, zodat omwonenden en andere belanghebbenden de mogelijkheid krijgen om te reageren op het initiatief. Dit raadsvoorstel geeft nadere invulling aan dit nieuwe onderdeel. Op basis van artikel 2 lid c van de Referendumverordening gemeente Den Helder zijn gemeentelijke procedures een uitzonderingsgrond voor het organiseren van een referendum.
Het voorstel is daarom niet referendabel. Duurzaamheid Dit voorstel heeft geen directe consequenties qua duurzaamheid. Financiële consequenties Dit voorstel heeft geen directe financiële consequenties. Uitvoering en planning De gemeenteraad dient voor de landelijke invoering van de Omgevingswet besluiten te nemen over deze keuzeopgaven. Dit is verplicht en hiervoor is geen alternatief. De besluiten met betrekking tot de keuzeopgaven Omgevingswet treden, na vaststelling door de gemeenteraad, niet direct in werking. Aangezien deze besluiten samenhangen met de nieuwe Omgevingswet, die volgens planning op 1 juli 2022 in werking zal treden, treden de besluiten pas vanaf de landelijke inwerkingtreding van de Omgevingswet in werking. De besluiten zullen kort van tevoren elektronisch worden gepubliceerd om deze rechtsgeldig te maken. Tijdens de consultatie in de raadscommissie Stadsontwikkeling & -beheer in september 2021 werd duidelijk dat er vanuit diverse commissieleden veel belang wordt gehecht aan evaluatie van de werking van de genomen besluiten over deze keuzeopgaven. Dit belang wordt ook door het college onderstreept, zeker omdat de Omgevingswet en de achterliggende systematiek volledig nieuw is. Voorgesteld wordt om te evalueren in de tweede helft van 2023, een jaar na geplande landelijke inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 juli 2022.
Om tot een goede evaluatie te komen zal in de tussenliggende periode een dossier worden opgebouwd over toepassing van de keuzeopgaven en mogelijke aandachtspunten hierbij en ter voorbereiding van het evaluatiemoment aan de gemeenteraad worden toegestuurd. Communicatie Dit voorstel is voornamelijk procedureel van aard en is voor veel inwoners en ondernemers waarschijnlijk weinig relevant. Belangrijk is vooral dat initiatiefnemers die hier bij het aanvragen van een omgevingsvergunning of wijziging van het omgevingsplan mee in aanraking komen hierover goed geïnformeerd worden. Dit zal in de werkprocessen en op de website worden ingericht bij inwerkingtreding van de Omgevingswet, gepland op 1 juli 2022.
3/5
Den Helder, 26 oktober 2021 Burgemeester en Wethouders van Den Helder,
burgemeester J.A. (Jan) de Boer MSc.
secretaris R.M. (Robert) Reus
4/5
CONCEPT - Raadsbesluit Raadsvergadering d.d.
29 november 2021
Besluit nummer
2021-049620
Onderwerp
Voorstel tot het vaststellen van de lijst met gevallen waarin verplichte participatie door de initiatiefnemer geldt bij aanvraag om omgevingsvergunning
De raad van de gemeente Den Helder; gelezen het raadsvoorstel van het college van burgemeester en wethouders van Den Helder van 26 oktober 2021,
besluit: 1. De lijst met gevallen waarin verplichte participatie door de initiatiefnemer geldt bij een aanvraag om omgevingsvergunning vast te stellen. 2. De onder beslispunt 1 genoemde lijst in werking te laten treden met ingang van de dag waarop de Omgevingswet in werking treedt. 3. De werking van de lijst van gevallen een jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet te evalueren.
Aldus besloten in de raadsvergadering van 29 november 2021
5/5