CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel Voorstel met betrekking tot het eindrapport Doorwerkingsonderzoek Rekenkamercommissie Den Helder.pdf

Raadscommissie Maatschappelijke Ontwikkeling 4 september 2023, gemeente Den HelderBij agendapunt: 4: Voorstel met betrekking tot het eindrapport Doorwerkingsonderzoek Rekenkamercommissie Den Helder2.251 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadscommissie Maatschappelijke Ontwikkeling Portefeuillehouder:

Van team: Griffie Adviseur: John Hagens E-mail: j.hagens@denhelder.nl

Classificatie: Openbaar

Kenmerk: 2023-034716 Begrotingswijziging: Nee

Onderwerp:

Voorstel met betrekking tot het eindrapport Doorwerkingsonderzoek Rekenkamercommissie Den Helder

Publiekssamenvatting: In de door de rekenkamercommissie Den Helder (hierna: RKC) vastgestelde Missie en Werkwijze is opgenomen dat de RKC met enige regelmaat nazorgonderzoek uitvoert. Dat wil zeggen dat wordt gekeken in hoeverre aanbevelingen uit eerdere onderzoeken, die zijn overgenomen door de gemeenteraad, zijn uitgevoerd en het onderzoek doorwerking heeft gehad in de gemeentelijke organisatie. In 2019 is een dergelijk doorwerkingsonderzoek door de RKC uitgevoerd en de conclusies en aanbevelingen uit dat onderzoek zijn allemaal door de gemeenteraad van Den Helder overgenomen. De RKC heeft nu, vier jaar later, het onderzoeksbureau Unravelling Onderzoek & Advies BV opdracht gegeven om nazorgonderzoek uit te voeren naar de volgende uitgebrachte rapporten: 1. De effecten van de transformatie in de jeugdzorg in Den Helder; Wat is (tot nu toe) het effect van de transformatie van de jeugdzorg in de gemeente Den Helder? 2. Armoede- en schuldenbeleid in de gemeente Den Helder - Onderzoek naar voortgang van beleid en uitvoering; Sluit het beleid dat de gemeente Den Helder heeft geformuleerd rond armoede en schulden aan op landelijke en regionale ontwikkelingen en zijn de geformuleerde verbeteringen in gang gezet? 3.

Financiële risico’s GGDHN; Welke risico’s lopen de afzonderlijke gemeenten binnen het huidige financieel meerjarenperspectief en op welke wijze kunnen de gemeenteraden en de colleges de grip op deze risico’s verstevigen? 4. DoeMee-onderzoek naar toezicht en handhaving op het gebied van Openbare Orde en Veiligheid; Welk toezichts- en handhavingsbeleid op het gebied van OOV heeft de gemeente vastgesteld en wordt dit beleid doelmatig en doeltreffend uitgevoerd? De centrale onderzoeksvraag luidt: In hoeverre en op welke wijze zijn de door de gemeenteraad overgenomen aanbevelingen uitgevoerd en wat is de doorwerking van de rekenkamerrapporten in de gemeentelijke organisatie? Het onderzoek heeft geleid tot een aantal conclusies en een viertal aanbevelingen. De RKC biedt het eindrapport aan de gemeenteraad aan en vraagt de raad om de conclusies zoals die zijn opgesteld en aanbevelingen zoals die worden gegeven over te nemen. Geadviseerd besluit 1. de conclusies zoals die door de rekenkamercommissie Den Helder in het eindrapport worden beschreven en met betrekking tot het onderzoek worden getrokken te onderschrijven. 2. de volgende vier aanbevelingen van de rekenkamercommissie zoals die in te eindrapport worden gedaan over te nemen. En het college van B&W opdracht te geven uitvoering te geven aan de aanbevelingen 1, 2 en 4.

En zelf als raad de aanbevelingen 2, 3 en 4 actief ter hand te zullen nemen. Aanbeveling 1 (aan het college): Pak een stevigere rol op in de opvolging van aanbevelingen. De rekenkamercommissie beveelt het college aan om op het moment van oplevering van een rekenkameronderzoek een stappenplan te maken voor hoe men met de aanbevelingen aan de slag gaat, en welke portefeuillehouder daarvoor verantwoordelijk is. Aanbeveling 2 (aan het college en de raad): maak onderling afspraken over hoe (vaak) het college

de raad dient te informeren over de opvolging van aanbevelingen. Het college koppelt jaarlijks aan de raad terug in de jaarrekeningen over de rekenkameronderzoeken. Deze informatie is echter summier, en daarin komt de opvolging niet per aanbeveling aan bod. De rekenkamercommissie beveelt aan om als raad en college een duidelijke afspraak te maken over de informatievoorziening over de opvolging van de aanbevelingen. Dit komt de monitoring door de gemeenteraad ten goede, waardoor de raad beter zicht krijgt op de opvolging van de aanbevelingen door het college. Aanbeveling 3 (aan de raad): richt een systeem in om de aan u gerichte aanbevelingen te monitoren en periodiek (bijvoorbeeld halfjaarlijks) op de raadsagenda terug te laten keren. Dit draagt eraan bij dat de aan de raad gerichte aanbevelingen niet naar de achtergrond verdwijnen. Aanbeveling 4 (aan de raad en het college): volg de aanbevelingen uit het eerdere doorwerkingsonderzoek op. Het gaat daarbij ten eerste om het duidelijker rapporteren over de opvolging van aanbevelingen (op basis van de afspraken uit aanbeveling 2 hierboven). Ten tweede dient het college de bevindingen uit rekenkamerrapporten te betrekken bij raadsvoorstellen en/of verordeningen aangaande het onderzoeksonderwerp.

2/6

Raadsvoorstel: Aanleiding en context In de door de rekenkamercommissie Den Helder (hierna: RKC) vastgestelde Missie en Werkwijze is opgenomen dat de RKC met enige regelmaat nazorgonderzoek uitvoert. Dat wil zeggen dat wordt gekeken in hoeverre aanbevelingen uit eerdere onderzoeken, die zijn overgenomen door de gemeenteraad, zijn uitgevoerd en het onderzoek doorwerking heeft gehad in de gemeentelijke organisatie. In 2019 is een dergelijk doorwerkingsonderzoek door de RKC uitgevoerd en de conclusies en aanbevelingen uit dat onderzoek zijn allemaal door de gemeenteraad van Den Helder overgenomen. De RKC achtte nu in 2023 de tijd rijp om wederom een doorwerkingsonderzoek uit te laten voeren. Voor dit onderzoek heeft de RKC de doorwerking van een viertal redelijk recente onderzoeksrapporten geselecteerd.

De centrale onderzoeksvraag luidt: in hoeverre en op welke wijze zijn de door de gemeenteraad overgenomen aanbevelingen uitgevoerd en wat is de doorwerking van de rekenkamerrapporten in de gemeentelijke organisatie? Doelen en resultaten Het doel van dit onderzoek was om inzicht te krijgen in de opvolging van de aanbevelingen en de doorwerking van de volgende rekenkameronderzoeken: • De effecten van de transformatie in de jeugdzorg (3 december 2018); • Toezicht en handhaving op het gebied van Openbare Orde en Veiligheid (2 juni 2020); • Financiële risico’s in perspectief: rekenkameronderzoek met betrekking tot de GGD Hollands Noorden (2 november 2020); • Voortgang van het armoedebeleid en de schuldhulpverlening (14 december 2020). Het resultaat van het onderzoek is het eindrapport van de rekenkamercommissie met daarin helder geformuleerde conclusies en aanbevelingen. Kaders en omstandigheden Een rekenkamercommissie heeft op grond van artikel 182 van de Gemeentewet de taak om het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur te onderzoeken op doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid. Samengevat houdt de doelstelling van de rekenkamercommissie in het toetsen van het functioneren van de gemeente zodat het toekomstig functioneren verbeterd kan worden. De rekenkamercommissie Den Helder werkt overeenkomstig de ‘Verordening op de Rekenkamercommissie Den Helder 2014’.

Daarnaast zijn in het ‘Reglement van orde Rekenkamercommissie Den Helder 2014’ de interne spelregels van de commissie en de vergaderorde geregeld. Beide regelingen zijn te vinden in het document ‘Missie en werkwijze’. Het werk van de rekenkamercommissie Den Helder kenmerkt zich door objectiviteit en onafhankelijkheid, dat wil zeggen onpartijdig en niet vooringenomen. De rekenkamercommissie Den Helder werkt primair voor de gemeenteraad, maar niet in opdracht van de gemeenteraad. De rekenkamercommissie Den Helder opereert onafhankelijk zowel ten opzichte van raad, college van burgemeester en wethouders en ambtelijke organisatie als ten opzichte van burgers, bedrijven en instellingen van Den Helder. Door onderzoek uit te voeren en hierover te rapporteren bereikt de rekenkamercommissie Den Helder haar doel. Argumenten en alternatieven De rekenkamercommissie concludeert dat: Ongeveer driekwart van de aanbevelingen van de RKC (deels) wordt opgevolgd door het college en de raad (33% van de aanbevelingen volledig). Daarmee voldoet het college deels aan de in het normenkader, dat in de nota van bevindingen op pagina 3 en 4 wordt beschreven norm.

3/6

De opvolging van de aanbevelingen voor de vier onderzochte rapporten was als volgt:

Aanbevelingen opgevolgd

Ja

Deels

Nee

Transformatie jeugdzorg Toezicht en handhaving Financiële risico’s GGD HN Armoedebeleid en schuldhulpverlening

1 (25%) 2 (67%) 6 (50%)

1 (25%) 1 (33%) 4 (50%) 5 (42%)

2 (50%) 4 (50%) 1 (8%)

Totaal

9 (33%)

11 (41%) 7 (26%)

De rekenkamercommissie concludeert voorts dat: De rapporten over het algemeen niet tot (grote) aanpassingen in het beleid en de uitvoering van de gemeente leiden. Dit is deels te verklaren doordat college en ambtelijke organisatie vaak al bezig zijn met de acties die uit de aanbevelingen voortvloeien. Er zijn ook aanwijzingen dat er soms sprake is van ‘voorwerking’ van de rekenkamerrapporten: het college onderneemt of versnelt plannen op een bepaald domein doordat de rekenkamercommissie er aandacht aan besteedt. Dit betekent in sommige gevallen dat de door de rekenkamercommissie onderzochte onderwerpen ertoe leiden dat het college/de gemeente al bezig gaat met bepaalde acties voordat de rekenkamercommissie haar aanbevelingen heeft gedaan. De rekenkamercommissie beschouwt het als positief dat de rekenkamerrapporten tot inzichten en inspiratie bij college/de gemeente over de onderzoeksonderwerpen leiden. Uit het onderzoek komt het beeld naar voren dat de rapporten het college en de organisatie bijvoorbeeld helpen om actiever bezig te zijn met monitoring en evaluatie (armoedebeleid en schulden) en bij het inrichten van het team (onderzoek toezicht en handhaving). De rapporten bieden het college en de organisatie daarmee concrete handvatten om beleid en uitvoering te verbeteren.

De rekenkamercommissie stelt vast dat: De aanbevelingen uit het eerdere doorwerkingsonderzoek slechts deels zijn opgevolgd. Zo informeert het college de raad in de ogen van de rekenkamercommissie te summier over de opvolging van aanbevelingen (aanbeveling 1 uit het eerdere doorwerkingsonderzoek) en de bevindingen uit eerdere rekenkameronderzoeken worden niet gebruikt in raadsvoorstellen en/of verordeningen (aanbeveling 2 uit eerdere doorwerkingsonderzoek). Het college van B&W schrijft in haar bestuurlijke reactie: "Wij onderschrijven de eerste aanbeveling om een verantwoordelijk portefeuillehouder aan te wijzen per onderzoek en een stappenplan te maken omtrent de aanbevelingen." "Ten aanzien van de tweede aanbeveling over de informatievoorziening stellen wij voor de gemaakte afspraak te handhaven (terugkoppeling via de jaarrekeningen). Wij zijn het met u eens dat de opgenomen informatie daarin op dit moment te summier is en stellen voor daaraan verder uitwerking te geven. Wij volgen ook uw aanbeveling op om in raadsvoorstellen die raakvlakken hebben met rekenkameronderzoeken, de aanbevelingen daaruit expliciet te benoemen."

Bestuurlijke vernieuwing Dit voorstel kent geen aspecten met betrekking tot bestuurlijke vernieuwing. Voor de totstandkoming van het rapport is gesproken met: de Portefeuillehouder Wmo, Volksgezondheid, Wijkgericht werken, Integratie, Kwetsbare buurten en Armoede/schulden, de Portefeuillehouder Participatiewet, Onderwijs, Financiën, Jeugdzorg en Haven (tijdelijk). En vanuit de ambtelijke organisatie met: de Teammanager Participatie, de Teammanager Zorg, de Teammanager Openbare Orde en Veiligheid, de Ambtelijk betrokkene toezicht en handhaving, de Ambtelijk betrokkene jeugd (financiële risico’s GGD HN), de Ambtelijk betrokkene jeugd (transformatie jeugdzorg) en tenslotte met de Ambtelijk betrokkene armoedebeleid en schuldhulpverlening. Voorts is er een enquête gehouden onder de raadsleden van de gemeente Den Helder.

4/6

Het onderwerp is weliswaar referendabel, maar gezien de aard van het raadsvoorstel ligt het houden van een referendum hierover niet voor de hand. Duurzaamheid Het voorstel heeft geen aspecten met betrekking tot duurzaamheid. Financiële consequenties Er zijn geen directe financiële consequenties verbonden aan dit voorstel. Uitvoering en planning Het college van burgemeester en wethouders van Den Helder is, indien de aanbevelingen worden overgenomen door de gemeenteraad, belast met de uitvoering van de aanbevelingen 1,2 en 4. Het college van burgemeester en wethouders brengt via het reguliere planning- en controlinstrumentarium verslag uit aan de raad over de voortgang van de uitvoering ervan. Ook middels andere haar ter beschikking staande instrumenten zoals bijvoorbeeld een tussentijds memo of een raadsinformatiebrief kan het college van burgemeester en wethouders de raad over de voortgang met betrekking tot de gedane aanbevelingen informeren. Een deel van de aanbevelingen is eveneens gericht aan de raad en aanbeveling 3 is zelfs uitsluitend gericht aan de gemeenteraad. Dit vereist dus een actieve rol van de raad om deze aanbevelingen op te pakken in gezamenlijkheid met het college. Communicatie Communicatie over dit voorstel vindt op de gebruikelijke wijze plaats en de rekenkamercommissie Den Helder plaatst het rapport op de website van gemeente Den Helder

5/6

CONCEPT - Raadsbesluit Raadsvergadering d.d. Besluit nummer

2023-034716

Onderwerp

Voorstel met betrekking tot het eindrapport Doorwerkingsonderzoek Rekenkamercommissie Den Helder

De raad van de gemeente Den Helder;

besluit: 1. de conclusies zoals die door de rekenkamercommissie Den Helder in het eindrapport worden beschreven en met betrekking tot het onderzoek worden getrokken te onderschrijven. 2. de volgende vier aanbevelingen van de rekenkamercommissie zoals die in te eindrapport worden gedaan over te nemen. En het college van B&W opdracht te geven uitvoering te geven aan de aanbevelingen 1, 2 en 4. En zelf als raad de aanbevelingen 2, 3 en 4 actief ter hand te zullen nemen. Aanbeveling 1 (aan het college): Pak een stevigere rol op in de opvolging van aanbevelingen. De rekenkamercommissie beveelt het college aan om op het moment van oplevering van een rekenkameronderzoek een stappenplan te maken voor hoe men met de aanbevelingen aan de slag gaat, en welke portefeuillehouder daarvoor verantwoordelijk is. Aanbeveling 2 (aan het college en de raad): maak onderling afspraken over hoe (vaak) het college de raad dient te informeren over de opvolging van aanbevelingen. Het college koppelt jaarlijks aan de raad terug in de jaarrekeningen over de rekenkameronderzoeken. Deze informatie is echter summier, en daarin komt de opvolging niet per aanbeveling aan bod. De rekenkamercommissie beveelt aan om als raad en college een duidelijke afspraak te maken over de informatievoorziening over de opvolging van de aanbevelingen.

Dit komt de monitoring door de gemeenteraad ten goede, waardoor de raad beter zicht krijgt op de opvolging van de aanbevelingen door het college. Aanbeveling 3 (aan de raad): richt een systeem in om de aan u gerichte aanbevelingen te monitoren en periodiek (bijvoorbeeld halfjaarlijks) op de raadsagenda terug te laten keren. Dit draagt eraan bij dat de aan de raad gerichte aanbevelingen niet naar de achtergrond verdwijnen. Aanbeveling 4 (aan de raad en het college): volg de aanbevelingen uit het eerdere doorwerkingsonderzoek op. Het gaat daarbij ten eerste om het duidelijker rapporteren over de opvolging van aanbevelingen (op basis van de afspraken uit aanbeveling 2 hierboven). Ten tweede dient het college de bevindingen uit rekenkamerrapporten te betrekken bij raadsvoorstellen en/of verordeningen aangaande het onderzoeksonderwerp.

Aldus besloten in de raadsvergadering van

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/1976/documents/20783