CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel eerste tussenrapportage 2026 (1)

Gemeenteraad 29 juni 2026, gemeente Den HelderBij agendapunt: 17: Voorstel met betrekking tot de eerste tussenrapportage 2026.2.769 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel eerste tussenrapportage 2026

Advies

Raadsvoorstel-advies Aan:

de gemeenteraad

Portefeuillehouder:

Wethouder Wagner

Betrokken portefeuillehouder:

Burgemeester De Boer, Wethouder Camara, Wethouder Nanning Openbaar

Classificatie:

Van team: Adviseur: E-mail:

Financiën Kyra Berendsen k.berendsen@denhelder.nl

Kenmerk: 0000578983 Datum voorstel: 26 mei 2026

Onderwerp:

Voorstel eerste tussenrapportage 2026

Publiekssamenvatting: In de eerste tussenrapportage 2026 informeert het college van burgemeester en wethouders de gemeenteraad over de voortgang van de uitvoering van de lopende begroting en zijn de raadsvoorstellen tot 1 mei 2026 verwerkt. De rapportage laat zien waar activiteiten afwijken van de planning en welke financiële bijstellingen nodig zijn. Uitgangspunt is dat de tussenrapportage uitsluitend technische wijzigingen bevat. Hierop zijn enkele uitzonderingen opgenomen. Het saldo van de begrotingswijzigingen is € 351.000 nadelig. Daarnaast wordt de raad gevraagd enkele investeringskredieten vast te stellen, te besluiten over ruimtevragers en de indexaties voor de begroting 2027 vast te stellen. Geadviseerd besluit: 1. de eerste tussenrapportage 2026 en de daarin opgenomen afwijkingen op de planning 2026 op de doelen en activiteiten voor kennisgeving aan te nemen; 2. de in de rapportage opgenomen mutaties in de reserves vast te stellen. Het overzicht van de mutaties vindt u op pagina 36; 3. de financiële aanpassingen vast te stellen en de begroting 2026 conform te wijzigen. De mutaties zijn per programma toegelicht en de samenvatting vindt u op pagina 37 van deze rapportage; 4. een tweetal besluiten te nemen inzake investeringskredieten: a.

het onttrekken € 100.000 uit restant krediet Nieuw perspectief nietgebiedsgericht (groen) 2026 en het toevoegen € 100.000 aan investeringskrediet Nieuw perspectief niet-gebiedsgericht (civiele kunstwerken) 2026; b. voor de realisatie van de Prinses Margrietschool in verband met aanvullende werkzaamheden en voorzieningen die noodzakelijk zijn voor het realiseren van een tijdelijke energievoorziening het bestaande krediet te verhogen met € 100.000 tot € 9.000.000 5. een tweetal besluiten te nemen inzake ruimtevragers; a. het opnemen van een ruimtevrager voor aanvullende capaciteit ten behoeve van accountmanagement en de voortzetting van de verbeteraanpak voor Zeestad en Willemsoord in de eerste tussenrapportage, waarbij een bedrag van structureel € 120.000 wordt opgenomen ten laste van de algemene reserve. b. het opnemen van een ruimtevrager voor de kosten van externe ondersteuning ten behoeve van de ISA 2050 in de eerste tussenrapportage, waarbij een bedrag van incidenteel € 180.000 (excl. Btw) wordt opgenomen ten laste van de algemene reserve. 0000578983- pag. 1 van 6

6. de structurele effecten van de wijzigingen te verwerken in de meerjarenraming conform het overzicht in de bijlage van de tussenrapportage vindt u op pagina 39. 7. de voorgestelde indexaties voor de begroting 2027 vast te stellen. Aanleiding en context De Financiële verordening gemeente Den Helder 2024 bepaalt dat het college van burgemeester en wethouders tweemaal per jaar een tussenrapportage aanbiedt aan de gemeenteraad. Deze eerste tussenrapportage in 2026 geeft de stand van zaken aan van: 1. de uitvoering van de activiteiten van de gemeente; en 2. de financiële positie per 1 mei 2026. De gemeente bevindt zich in een periode van financiële herijking in aanloop naar een herstelplan en een nieuwe coalitie. Dit vraagt om terughoudendheid in het doen van nieuwe uitgaven en een duidelijke scheiding tussen technische wijzigingen en nieuwe beleidskeuzes. Daarom bevat deze tussenrapportage voornamelijk technische wijzigingen en bij uitzondering een aantal ruimtevragers (zie beslispunt 5). Via de tussenrapportage krijgt de gemeenteraad informatie over de inhoudelijke en financiële ontwikkelingen sinds het vaststellen van de begroting 2026. Noodzakelijke tussentijdse wijzigingen moeten door de raad vastgesteld worden in het kader van het budgetrecht. De uitkomsten van de eerste tussenrapportage laten per saldo een financieel nadelig resultaat van € 0,35 miljoen zien.

Voor de volgende jaren 2027-2030 is sprake van een structureel nadeel van ongeveer hetzelfde bedrag. Voorafgaand aan het opstellen van de begroting stelt de gemeenteraad jaarlijks de technische uitgangspunten van komende begroting vast. Dit betreft de toegestane indexaties voor loon- en prijsstijgingen, de gemeenschappelijke regelingen en de te verstrekken subsidies. Doorgaans vindt deze vaststelling plaats bij de besluitvorming bij de kadernota voor het komende jaar. Omdat er voor 2027 geen kadernota is vastgesteld wordt de gemeenteraad gevraagd hier in de eerste tussenrapportage een besluit over te nemen. Doelen en resultaten De tussenrapportage heeft als doel om:  Inzicht te geven in de voortgang van doelen en activiteiten;  Afwijkingen ten opzichte van de begroting tijdig te signaleren;  De begroting te actualiseren zodat deze aansluit op de realisatie;  De financiële beheersing te versterken door beperkt nieuwe beleidsmatige ruimtevragers op te nemen. Het resultaat is een geactualiseerde en rechtmatige begroting 2026. De eerste tussenrapportage van 2026 laat de afwijkingen zien op de doelen en activiteiten die in de programmabegroting 2026 zijn afgesproken. Als er sprake is van een afwijking dan is dit toegelicht. In de rapportage is per activiteit met “groen”, “oranje” en “rood” aangegeven of de planning wordt gehaald.

Groen betekent dat de uitvoering van de activiteit dit jaar zal plaatsvinden volgens planning. Oranje betekent dat er sprake is van een bijstelling in de planning. Rood betekent dat de activiteit niet dit jaar zal worden voltooid. Het vaststellen van de toegestane indexaties voor de begroting 2027 maakt het mogelijk om deze begroting op te stellen. Kaders en omstandigheden  De Financiële verordening Den Helder 2024 bepaalt dat tweemaal per jaar een tussenrapportage wordt opgesteld. In de tussenrapportage wordt inzicht gegeven in de doelrealisatie en wordt de begroting bijgesteld zodat de uitgaven vallen binnen het rechtmatigheidskader dat wordt vastgesteld door de raad.  Het wijzigen van de begroting is de bevoegdheid van de raad en op grond van artikel 192 van de Gemeentewet moeten wijzigingen voor het eind van het begrotingsjaar worden vastgesteld.  De gemeente werkt toe naar een herstelplan en nieuwe bestuurlijke prioriteiten. Binnen deze context geldt de lijn dat: 0000578983- pag. 2 van 6

o

De tussenrapportage voornamelijk technische, autonome en onvermijdelijke ontwikkelingen bevat; o Beperkt nieuwe beleidswensen of ruimtevragers worden opgenomen; o Overige nieuwe initiatieven integraal worden afgewogen op een later moment bij vaststellen van het herstelplan en coalitieprogramma. Voorafgaand aan het opstellen van de begroting stelt de gemeenteraad jaarlijks de technische uitgangspunten van komende begroting vast. Dit betreft de toegestane indexaties voor loonen prijsstijgingen, de gemeenschappelijke regelingen en de te verstrekken subsidies. Doorgaans vindt deze vaststelling plaats bij de besluitvorming bij de kadernota voor het komende jaar. Omdat er voor 2027 geen kadernota is vastgesteld wordt de gemeenteraad gevraagd hier in de eerste tussenrapportage 2026 een besluit over te nemen. Deze technische uitgangspunten vormen het uniform financiële beleidskader voor het opstellen van de Begroting 2027 en de meerjarenraming.

Argumenten en alternatieven De belangrijkste financiële ontwikkelingen in de eerste tussenrapportage zijn:  een hogere uitkering uit het gemeentefonds;  een bijstelling wmo producten: op basis van de jaarcijfers 2025 zijn er diverse voor- en nadelen te zien op de wmo-producten. Dit resulteert tot een nadelig structureel resultaat van ongeveer € 265.000;  een maximering op het door Alliander te ontvangen dividend. Dit resulteert in een structureel nadelig resultaat van € 160.000 per jaar.  naar aanleiding van aanvullende afspraken met de Stichting Aquacentrum Den Helder over de exploitatie- en beheerovereenkomst van Zwembad Het Heersdiep is het normbedrag voor gas- en energiekosten geactualiseerd. Dit resulteert in een structurele verhoging van de gemeentelijke bijdrage van € 215.000 per jaar.  Lagere opbrengsten omgevingsvergunningen: Evenals het afgelopen jaar het geval is blijven de inkomsten voor wat betreft de leges achter. Het aantal vergunningaanvragen blijft gelijk, maar omdat er nog weinig grote bouwaanvragen tussen zitten zijn de inkomsten lager. Belangrijkste reden is dat er weinig aanvragen komen vanuit de Woningstichting anders dan in de afgelopen jaren. Op dit moment bedragen de inkomsten € 200.000 over de eerste vier maanden, terwijl de verwachting volgens de begroting is € 500.000.

Omdat het aantal aanvragen gelijk is toeneemt is externe inhuur noodzakelijk. Beslispunt 1: de eerste tussenrapportage voor kennisgeving aan te nemen. In de tussenrapportage wordt op de activiteiten die niet volgens planning lopen een toelichting gegeven. Hierover worden geen beslissingen gevraagd. De toelichtingen zijn informatief van karakter. Beslispunt 2: vaststellen mutaties in de reserves. De toevoegingen en onttrekkingen aan de bestemmingswijzigingen worden door de raad vastgesteld. Ook als er sprake is van wijzigingen conform het bestaande beleid. De raad maakt de mutaties hiermee onderdeel van het rechtmatigheidskader dat geldt voor de uitvoering van de begroting 2026. Beslispunt 3: vaststellen financiële wijzigingen Omdat het uitsluitend de bevoegdheid is van de raad om de begroting te wijzigen worden met besluit 3 de mutaties zoals benoemd in de tussenrapportage formeel vastgesteld. Beslispunt 4: investeringskredieten Het is een bevoegdheid van de raad om kredieten te verlenen en ook om deze weer in te trekken. Voor 4a geldt dat binnen het beschikbare investeringskrediet een restantbudget onbenut blijft, doordat de kwaliteit van het groen dankzij aanvullende investeringen in voorgaande jaren op het gewenste beeldkwaliteitsniveau is gebracht en er momenteel geen aanvullende investeringsbehoefte bestaat.

Voorgesteld wordt om € 100.000 van dit restantbudget budgetneutraal over te hevelen naar een investeringskrediet voor civiele kunstwerken. Binnen de gemeente neemt de vervangings- en onderhoudsopgave van bruggen en andere civiele kunstwerken toe als gevolg van veroudering van infrastructuur, intensiever gebruik en strengere eisen ten aanzien van veiligheid en beheer. Tijdige investeringen zijn noodzakelijk om de kwaliteit, veiligheid en beschikbaarheid van deze voorzieningen te waarborgen en toekomstige hogere herstelkosten te voorkomen.

0000578983- pag. 3 van 6

Daarnaast sluit deze voorgestelde overheveling aan bij het lopende financiële herstelplan van de gemeente. Door gebruik te maken van reeds beschikbaar gestelde middelen wordt invulling gegeven aan een noodzakelijke investeringsopgave zonder aanvullende financiële druk op de begroting of extra kredietaanvragen. Voor 4b geldt dat tijdens de uitvoering van het project is gebleken dat op de locatie geen directe energievoorziening beschikbaar is. Om tijdens de werkzaamheden toch energie te krijgen, zijn aanvullende technische voorzieningen en werkzaamheden noodzakelijk, wat leidt tot een overschrijding van het beschikbare krediet met € 100.000. De werkzaamheden voor de school zijn reeds gestart. Wanneer de raad besluit het aanvullende krediet niet beschikbaar te stellen, kan dit leiden tot vertraging van de uitvoering, stillegging van werkzaamheden en aanvullende kosten als gevolg van herplanning, verlenging van inzet van personeel en materieel en mogelijke contractuele consequenties. Daarnaast bestaat het risico dat de opleverplanning van de school onder druk komt te staan. Het beschikbaar stellen van het aanvullende krediet is daarom noodzakelijk om de continuïteit van het project en een doelmatige uitvoering te waarborgen.

Beslispunt 5: Ruimtevragers In de eerste tussenrapportage zijn, naast de reguliere technische begrotingswijzigingen, een beperkt aantal ruimtevragers opgenomen. Het opnemen van deze ruimtevragers wijkt af van het door het presidium vastgestelde uitgangspunt dat de tussenrapportage uitsluitend technische wijzigingen bevat. Gezien de actualiteit en de samenhang met de integrale financiële afweging binnen de eerste tussenrapportage, wordt voorgesteld deze ruimtevragers gelijktijdig te betrekken bij de behandeling van de tussenrapportage. Voor 5a geldt dat dit een ruimtevrager is ten aanzien van aanvullende capaciteit voor accountmanagement en de uitvoering van de verbeteraanpak voor verbonden partijen voor een bedrag van € 120.000 structureel. Dit betreft een knelpunt in de huidige organisatorische en uitvoeringscapaciteit. Hiervoor geldt dat nog geen eerder afzonderlijk collegebesluit is genomen. Gezien het maatschappelijke, bestuurlijke en financiële belang van Zeestad en Willemsoord is het noodzakelijk dat het accountmanagement en de ingezette verbeteraanpak voldoende worden ondersteund. Uit evaluaties blijkt dat de huidige capaciteit hiervoor ontoereikend is, waardoor risico’s ontstaan op onvoldoende afstemming, vertraging in besluitvorming en onvoldoende sturing op verbonden partijen.

Wanneer de raad besluit geen aanvullende middelen beschikbaar te stellen, stopt de inzet van de projectleider verbeterslagen per 1 juli 2026. Hierdoor wordt de doorontwikkeling van Zeestad gepauzeerd en komt de verbeteropgave rondom Willemsoord onder druk te staan. Daarmee bestaat het risico dat noodzakelijke verbeteringen vertragen of niet volledig worden uitgevoerd. Voor 5b geldt dat tijdens de stuurgroep ISA 2050 is besproken om de kosten voor externe ondersteuning ten behoeve van de verdere uitwerking van de ISA 2050, ter hoogte van € 180.000 (exl. Btw), via de eerste tussenrapportage aan college en raad voor te leggen. Het betreft een eenmalige investering in de strategische doorontwikkeling van de ISA 2050, die gemeente breed en richtinggevend is. Gezien het beleidsarme uitgangspunt voor 2026 en het ontbreken van structurele dekking binnen bestaande budgetten, wordt voorgesteld deze kosten ten laste te brengen van de algemene reserve. Hiermee wordt geborgd dat de benodigde strategische ondersteuning kan worden ingezet zonder dat dit ten koste gaat van reguliere uitvoeringsbudgetten. Wanneer de raad besluit deze middelen niet beschikbaar te stellen, komt de verdere uitwerking en uitvoering van de ISA 2050 onder druk te staan.

Hierdoor ontstaat het risico op vertraging in de strategische doorontwikkeling en onvoldoende ondersteuning bij de uitwerking van de gemeente brede ambities en opgaven. Beslispunt 7: Indexaties begroting 2027 Voorafgaand aan het opstellen van de begroting stelt de gemeenteraad jaarlijks de technische uitgangspunten van komende begroting vast. Dit betreft de toegestane indexaties voor loon- en prijsstijgingen, de gemeenschappelijke regelingen en de te verstrekken subsidies. 0000578983- pag. 4 van 6

Doorgaans vindt deze vaststelling plaats bij de besluitvorming bij de kadernota voor het komende jaar. Omdat er voor 2027 geen kadernota is vastgesteld wordt de gemeenteraad gevraagd in de eerste tussenrapportage hier een besluit over te nemen. Voor de indexering wordt aangesloten bij de meest recente ramingen van het Centraal Planbureau (CPB). De gehanteerde percentages betreffen technische ramingen en kunnen bij latere actualisatie van CPB-cijfers, cao-ontwikkelingen of Circulaires Gemeentefonds worden bijgesteld. Er zijn altijd alternatieven: de indexaties gelijk te houden aan 2026 of zelfs te verlagen. Het gevolg hiervan is dat we afwijken van de trend waarin jaarlijks de voorstellen van het CEP (Centraal Economisch Plan) en de FUGR (Financiële Uitgangspunten Gemeenschappelijke Regelingen) worden gevolgd. Daarnaast bestaat dan de mogelijkheid dat de benodigde en toegestane begrotingsbedragen niet met elkaar in evenwicht zijn. Ook is regionaal bepaald dat waar het de gemeenschappelijke regelingen betreft onze gemeente de voorgestelde indexen van de FUGR volgt. Deze zijn al in de (door de raad vastgestelde) begrotingen 2027 van de gemeenschappelijke regelingen verwerkt.

Technische uitgangspunten voor Begroting 2027 en de vergelijkbare indexen van 2026: Onderwerp 1 Beloning werknemers 2 Prijsontwikkeling 3 Gemeenschappelijke regelingen 4 Gesubsidieerde instellingen 5 Gemeentelijke heffingen *Inclusief nacalculatie 2023

Index 2027 4,1% 2,5% 7,6%* 3,8% 3,6%

Index 2026 4,1% 3,5% 7,4% 4,0% 3,6%

Hieronder wordt per onderwerp de berekende index nader toegelicht. 1. Beloning werknemers: 4,1% Bron: CEP2026 (maart 2026), prijs overheidsconsumptie -beloning werknemers De cao voor gemeenteambtenaren loopt tot 31 maart 2027. De structurele loonverhoging in 2027 bedraagt op basis van de huidige cao-afspraken 1,6%. De gemiddelde loonontwikkeling bedroeg de afgelopen jaren 3,8% per jaar. Voorgesteld wordt om voor 2027 aan te sluiten bij de CEP-raming van 4,1%. Aangezien deze raming naast cao-effecten ook rekening houdt met werkgeverslasten en overige loonontwikkelingen. 2. Prijsontwikkeling: 2,5% Bron: CEP 2026 en MEV 2026 (maart 2026), prijs bruto binnenlands product (BBP). De prijsontwikkeling wordt toegepast als algemene inflatiecorrectie voor materiële budgetten en overige prijsgevoelige posten. 3. Gemeenschappelijke regelingen: 7,6 % Voor de gemeenschappelijke regelingen wordt aangesloten bij de FUGR-systematiek waarbij uitgegaan wordt van: - 70% loonontwikkeling; - 30% prijsontwikkeling; - Daarnaast wordt rekening gehouden met een herberekening/nacalculatie van 2,9% Berekening: Component 70% loonontwikkeling 30% prijsontwikkeling Herberekening/nacalculatie

Index 2027 3,99% 0,75% 2,90% 7,64% (afgerond 7,6%) 0000578983- pag. 5 van 6

De FUGR-systematiek gaat uit van de CEP 2025 omdat bij het vaststellen hiervan de CEP 2026 nog niet beschikbaar was. De methode jaar-1 wordt jaarlijks door de FUGR toegepast. 4. Gesubsidieerde instellingen: 3,8% Voor gesubsidieerde instelling wordt de 80/20 systematiek toegepast: - 80% loonontwikkeling; - 20% prijsontwikkeling. Berekening: Component 80% loonontwikkeling 20% prijsontwikkeling

Index 2027 3,28% 0,50% 3,78% (afgerond 3,8%)

5. Gemeentelijke heffingen: 3,6% Voor de gemeentelijke heffingen wordt uitgegaan van: - 2/3 loonontwikkeling; - 1//3 prijsontwikkeling. Berekening: Component 2/3 loonontwikkeling 1/3 prijsontwikkeling

Index 2027 2,73% 0,83% 3,57% (afgerond 3,6%)

Deze verdeelsleutel betreft een technisch uitgangspunt voor de begrotingsopstelling. Per afzonderlijke heffing kan de feitelijke kostenontwikkeling afwijken. Duurzaamheid Hiervan is in dit voorstel geen sprake. Wel wordt over de uitvoering van duurzaamheidsactiviteiten gerapporteerd. Bestuurlijke vernieuwing Dit voorstel draagt niet bij aan bestuurlijke vernieuwing. Financiële consequenties De voorgestelde wijzigingen leiden tot een nadelig saldo van € 351.000 in 2026. Dit betekent dat de onttrekking aan de algemene reserve hoger uitvalt; van € 2 miljoen negatief naar € 2,35 miljoen negatief voor 2026. Hiermee verslechtert de solvabiliteit en het weerstandsvermogen van de gemeente gering. Uitvoering en planning Na de besluitvorming verwerken we de begrotingswijziging in de financiële administratie. Nieuwe beleidsmatige voorstellen die zich gedurende het jaar aandienen, worden niet via de tussenrapportage verwerkt maar betrokken bij latere integrale afwegingen. Communicatie De eerste tussenrapportage is specifiek gericht op de gemeenteraad en wordt daarom niet breed gepresenteerd.

0000578983- pag. 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/2359/documents/27198