Trendanalyse Voorzieningenniveau Den Helder Deel B Trends (22092025).pdf
Tekst van het document
47
.
5.8 Reisafstand mannen groter dan bij vrouwen • • • •
•
Vrouwen combineren begin 2023 verhoudingsgewijs vaker wonen en werken in de Kop van Noord-Holland dan mannen (tabel 5.4 en tabel 5.5). Zowel de uitgaande naar als de inkomende pendel uit provincies buiten Noord-Holland is bij mannen groter dan bij vrouwen. Bij mannen is de uitgaande pendel is het grootst naar de COROP-regio Groot-Amsterdam, bij vrouwen naar zowel de COROPregio’s Alkmaar en omgeving en Groot-Amsterdam. De inkomende pendel is bij zowel mannen als vrouwen afkomstig buiten Noord-Holland. Bij een vergelijk tussen de jaren valt met name op dat vrouwen in 2023 vaker buiten Noord-Holland wonen dan in 2021 en 2022. Dit gold in 2023 voor een derde van de vrouwen werkzaam in de COROP-regio Kop van Noord-Holland, terwijl dat in 2021 en 2022 respectievelijk 20 en 18%. Mogelijk heeft deze toename te maken met de toegenomen faciliteiten voor hybride werken. Bij de mannen is de toename veel minder sterk (van 37% in 2021 en 2022, naar 41% in 2023). Mannen uit de COROP-regio Kop van Noord-Holland hebben gemiddeld een langere reisafstand naar hun werk dan vrouwen (respectievelijk 26,5 km en 18,6 km begin 2023).
Tabel 5.4 Wonen in de COROP-regio Kop van Noord-Holland Tabel 5.5 Werken in de COROP-regio Kop van Noord-Holland naar geslacht en werkregio, 2023 naar geslacht en woonregio, 2023 man
vrouw
totaal
man
vrouw
totaal
Kop van Noord-Holland
62%
71%
66%
Kop van Noord-Holland
76%
84%
80%
buiten Kop van Noord-Holland
38%
29%
34%
buiten Kop van Noord-Holland
24%
16%
20%
• Alkmaar en omgeving
27%
38%
32%
• Alkmaar en omgeving
32%
37%
34%
• Groot-Amsterdam
37%
37%
37%
• Groot-Amsterdam
16%
21%
18%
• overig Noord-Holland
14%
10%
12%
• overig Noord-Holland
12%
9%
11%
• overig Nederland
22%
15%
19%
• overig Nederland
41%
33%
37%
Bron: CBS Statline; bewerking: Kurtosis
Bron: CBS Statline; bewerking: Kurtosis
48
6. Arbeidsmarkt In dit hoofdstuk brengen we de ontwikkeling van het aantal banen van werknemers, het aantal vacatures* en het aantal werkzoekenden* in beeld. Daarbij maken we onderscheid tussen de verschillende SBI-sectoren en beroepsklassen. Daarnaast laten we met de spanningsindicator de spanning tussen vraag naar en aanbod aan arbeidskrachten voor de verschillende beroepsklassen zien. Voor het merendeel zijn de gegevens alleen beschikbaar op het niveau van de arbeidsmarktregio Noord-Holland Noord.
49
6.1 Aantal banen van werknemers blijft gelijk •
•
•
•
Het aantal banen heeft betrekking op het totaal aantal fulltimers, parttimers en uitzendkrachten. Begin 2018 waren er in Den Helder 28.200 banen van werknemers, begin 2024 was dat aantal met 28.400 vrijwel gelijk. Er zijn op het niveau van de arbeidsmarktregio geen cijfers voor handen over ontwikkelingen in arbeidsduur (verhouding fulltimersparttimers). Tabel 6.1 geeft de top 5 van het aantal banen in Den Helder naar SBI-sector weer. Ook in de arbeidsmarktregio NoordHolland Noord maakten de sectoren gezondheids- en welzijnszorg, handel en verhuur en overige zakelijke diensten deel uit van de top 5 (tabel 6.2). Bij de cijfers moeten de volgende kanttekeningen worden geplaatst: o De cijfers van het CBS zijn afgerond op honderdtallen. De omvang van de SBI-sectoren is daarom indicatief. o De cijfers van het aantal banen bij de Koninklijke Marine ontbreken. Deze banen staan geregistreerd bij het Ministerie van Defensie in Den Haag. Wanneer deze banen wel geregistreerd zouden staan in Den Helder, dan zou de SBI-sector openbaar bestuur de grootste zijn met circa 5.000 militairen en 2.000 burgers. Het aantal banen blijft vrijwel gelijk, terwijl het aantal werkenden toeneemt (zie 5.1).
Een verklaring hiervoor is dat er meer mensen met werk zijn, maar minder mensen met meerdere banen, bijvoorbeeld omdat minder werkenden meerdere banen combineren of een werkende zijn tweede baan verliest, die vervolgens door iemand anders wordt ingevuld.
Tabel 6.1 Top 5 banen naar SBI-sector Den Helder 1-1 2018
1-1 2024
SBI-sector
aantal
%
aantal
%
Gezondheids- en welzijnszorg
5.000
18
5.500
19
Handel
3.000
11
2.900
10
Vervoer en opslag
1.400
5
1.100
4
Verhuur en overige zakelijke diensten
1.400
5
1.100
4
Horeca
1.100
4
1.200
4
Tabel 6.2 Top 5 banen naar SBI-sector Noord-Holland Noord 1-1 2018
1-1 2024
SBI-sector
aantal
%
aantal
%
Handel
49.700
19
56.400
20
Gezondheids- en welzijnszorg
44.600
17
52.700
19
Verhuur en overige zakelijke diensten
23.100
9
19.400
7
Openbaar bestuur en overheidsdiensten
21.300
8
22.200
8
Industrie
20.700
8 17.500
6
Onderwijs Bron: CBS Statline; bewerking: Kurtosis
50
6.2 Aantal vacatures met 40% gegroeid •
•
•
In de arbeidsmarktregio Noord-Holland Noord waren er in het derde kwartaal van 2018 16.450 vacatures. In het derde kwartaal van 2024 is dat met 40% gegroeid tot 23.100. Gemiddeld genomen was in k3-2018 circa 45% van alle vacatures openstaand, in k3-2024 was dat 53%. Dit geeft aan dat vacatures moeilijker te vervullen zijn. Tabel 6.3 geeft de top 5 van het aantal vacatures weer. Deze top 5 is in 2018 en 2024 grotendeels gelijk. Belangrijkste verschil is dat in k3-2024 ook de zorg- en welzijnsberoepen tot de top 5 behoren en de beroepen in de sector Transport en logistiek net buiten deze top 5 vallen. In vergelijking met k1-2018 is het aantal vacatures voor vrijwel alle beroepsklassen gegroeid. Uitzondering zijn de agrarische beroepen (waar sprake is van een daling van het aantal vacatures) en de creatieve en taalkundige beroepen (waar het aantal vacatures op hetzelfde niveau liggen).
Tabel 6.3 Top 5 vacatures naar beroepsklasse, Noord-Holland Noord k3-2018
20182024
k3-2024
beroepsklasse
aantal
%
aantal
%
%groei
Technisch
3.200
19
4.400
19
38
Bedrijfseconomisch/administratief
2.700
16
3.700
16
37
Commercieel
2.350
14
2.550
11
9
Dienstverlenend
2.100
13
2.300
10
10
Transport en logistiek
2.000
12
2.250
10
13
Zorg en welzijn
1.300
8
3.700
16
185
*Uitgaande van de top 5 in k3-2024 Bron: UWV; bewerking: Kurtosis
51
6.3 Meeste vacatures voor laders, lossers en vakkenvullers (transport en logistiek) In het derde kwartaal van 2024 waren er voor de volgende beroepen de meeste vacatures: • Laders, lossers en vakkenvullers (1.100; beroepen transport en logistiek); • Verzorgenden (1.050, beroepen zorg en welzijn); • Verkoopmedewerkers detailhandel (900; commerciële beroepen); • Schoonmakers (800; dienstverlenende beroepen); • Transportplanners en logistiek medewerkers (750; bedrijfseconomische/administratieve beroepen); Zoals in uit figuur 6.1 blijkt, volgen de meeste sectoren in de top 5* de gemiddelde groei. Alleen de sector zorg en welzijn wijkt af met een fors sterkere groei.
Figuur 6.1 Index ontwikkeling top 5 vacatures naar beroepsklasse, Noord-Holland Noord, k3-2018 – k3-2024
650 550 450 350 250 150 50 -50
Bedrijfseconomische en administratieve beroepen Commerciële beroepen Dienstverlenende beroepen k3 k1 k3 k1 k3 k1 k3 k1 k3 k1 k3 k1 k3 2019
2020
2021
2022
2023
Technische beroepen
2024 Zorg en welzijn beroepen totaal
*Uitgaande van de top 5 in k3-2024 Bron: UWV; bewerking: Kurtosis
52
6.4 Arbeidsmarkt voor 7 beroepsklassen zeer krap •
• •
De spanningsindicator geeft de spanning weer tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en wordt berekend door het geschatte aantal openstaande vacatures te delen door het aantal personen dat op hetzelfde moment korter dan 6 maanden WW ontvangt. Indien de waarde van de indicator groter is dan 1,5 dan is er sprake van een ‘krappe’ arbeidsmarktsituatie. Tabel 6.4 geeft de spanningsindicator per beroepsklasse voor het derde kwartaal van 2024 weer. Zowel in k3-2018 als in k3204 is totale spanning te typeren als ‘krap’. In k3-2018 scoorde geen enkele beroepsklasse ‘zeer krap’,, in k3-2024 is de spanning voor zeven van de twaalf beroepsklassen opgelopen tot zeer krap. Dit geeft aan dat de vraag naar arbeidskrachten voor deze beroepsklassen veel groter is dan het aanbod.
Tabel 6.4 Spanningsindicator Noord-Holland Noord, k3-2024 beroepsklasse
spanning
typering
Zorg en welzijn
7,96
zeer krap
Openbaar bestuur, veiligheid en juridisch
7,82
zeer krap
Dienstverlenend
6,58
zeer krap
Transport en logistiek
5,00
zeer krap
ICT
4,98
zeer krap
Technisch
4,30
zeer krap
Commercieel
4,06
zeer krap
Pedagogisch
3,30
krap
Managers
3,24
krap
Bedrijfseconomisch en administratief
3,14
krap
Agrarisch
1,59
krap
Creatief en taalkundig Bron: UWV; bewerking: Kurtosis
0,98
gemiddeld
totaal
3,79
krap
53
6.5 Vraag naar hogeropgeleiden neemt toe Beroepen worden ingedeeld naar vier niveaus. Dit betreft: Figuur 6.2 geeft de verdeling van vacatures naar beroepsniveau • Beroepsniveau 1: eenvoudige routinematige taken; weer. Hieruit blijkt dat dat het aandeel vacatures in beroepen elementair of lager onderwijsniveau vereist. Het betreft met niveau 3 en 4 groter is in k3-2024 in vergelijking met beroepen met eenvoudig en routinematig lichamelijk en hetzelfde kwartaal in 2018. Dat geldt vooral voor het aandeel handmatig werk met gebruik van handgereedschap zoals vacatures voor beroepsniveau 4 (van 17 naar 25%). Het aandeel een spade, of eenvoudige elektrische apparaten als een vacatures voor beroepen met niveau 1 en 2 is gedaald, met name stofzuiger. de vacatures voor beroepsniveau 1 (van 20 naar 11%). • Beroepsniveau 2: weinig tot middelmatig complexe taken; lager of middelbaar onderwijsniveau vereist. Hierbij gaat het Figuur 6.2 Percentage vacatures naar beroepsniveau NoordHolland Noord om beroepen met taken als het bedienen van machines en elektronische apparaten, voertuigen besturen, onderhouden 100% en repareren van elektrische en mechanische apparaten en 80% het bewerken, ordenen en opslaan van gegevens. 60% • Beroepsniveau 3: complexe taken; middelbaar of hoger onderwijsniveau vereist.
Het gaat om het uitvoeren van 40% complexe technische en praktische taken die een uitgebreide 20% feitenkennis, technische kennis en kennis van procedures op 0% een specifiek gebied vereisen. k3-2018 k3-2024 • Beroepsniveau 4: zeer complexe gespecialiseerde taken; hoger of wetenschappelijk onderwijsniveau vereist. Onder ISCO beroepsniveau 1 ISCO beroepsniveau 2 beroepsniveau 4 vallen beroepen met taken als het uitvoeren ISCO beroepsniveau 3 ISCO beroepsniveau 4 het oplossen van ingewikkelde problemen en nemen van beslissingen die zijn gebaseerd op een uitgebreide Bron: UWV; bewerking: Kurtosis theoretische en praktische kennis op een gespecialiseerd gebied, zoals diagnose en behandeling van ziekte, kennis De verschuiving naar niveau 4 is vooral zichtbaar voor beroepen delen met anderen en het ontwerpen van constructies, in de volgende beroepsklassen: bedrijfseconomisch en machines, bouwprojecten en productieprocessen. administratief, commercieel, ict, managers, openbaar bestuur en technisch. Bron: CBS
54
6.6 Meeste vraag niveau 1 voor vacatures transport en logistiek •
Vacatures voor beroepen met beroepsniveau 1 zijn in k3-2024 vooral te vinden in de beroepsklassen transport en logistiek en in de dienstverlenende beroepen en voor beroepsniveau 4 in de beroepsklassen managers en ict (figuur 6.3).
Figuur 6.3 Percentage vacatures per beroepsklasse naar beroepsniveau, Noord-Holland Noord, k3-2024 totaal zorg en welzijn transport en logistiek technisch pedagogisch openbaar bestuur managers ict dienstverlenend creatief en taalkundig commercieel bedrijfseconomisch en administratief agrarisch 0%
10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%
ISCO beroepsniveau 1
ISCO beroepsniveau 2
ISCO beroepsniveau 3
ISCO beroepsniveau 4
Bron: UWV; bewerking: Kurtosis
55
6.7 Meeste vacatures voor de beroepsgroepen laders, lossers en vakkenvullers en beroepsgroep verzorgenden In totaal worden er 112 verschillende beroepsgroepen onderscheiden. Tabel 6.5 geeft de beroepsgroepen weer die in k3-2024 400 of meer vacatures hadden: • De beroepsgroepen ‘laders, lossers en vakkenvullers’ en verzorgenden hebben meer dan 1.000 vacatures die moeten worden ingevuld. • De beroepsklasse ‘commerciële beroepen’ heeft de meeste beroepen met een groot aantal vacatures, gevolgd door beroepen in transport en logistiek en in zorg en welzijn. • Voor het merendeel betreft het vacatures voor beroepen met niveau 2 (8 van de 14 beroepen met 400 of meer vacatures). • Er zijn 28 beroepsgroepen waarvoor in k3-2024 het aantal vacatures <50 was. Dit betrof onder meer apothekersassistenten, laboranten, journalisten en buschauffeurs.
Tabel 6.5 Beroepsgroepen met meeste vacatures, arbeidsmarktregio Noord-Holland Noord, k3-2024 beroepsklasse
beroepsgroep
niveau aantal
Bedrijfseconomisch en administratief Receptionisten en telefonisten
2
700
Commercieel
Verkoopmedewerkers detailhandel
2
900
Commercieel
Vertegenwoordigers en inkopers
3
400
4
400
2
400
Commercieel Commercieel
Adviseurs marketing, public relations en sales Callcentermedewerkers outbound en overige verkopers
Dienstverlenend
Schoonmakers
1
800
Dienstverlenend
Kelners en barpersoneel
2
700
Technisch
Machinemonteurs
2
650
Transport en logistiek
Laders, lossers en vakkenvullers
1
1.100
Transport en logistiek
Transportplanners en logistiek medewerkers
2
750
Transport en logistiek
Vrachtwagenchauffeurs
2
550
Zorg en welzijn
Verzorgenden
2
1.050
Zorg en welzijn
Sociaal werkers, groeps- en woonbegeleiders
3
650
Zorg en welzijn
Gespecialiseerd verpleegkundigen
4
400
Bron: UWV
56
6.8 Vacatures het meest gestegen voor verzorgenden •
• •
Tabel 6.6 laat zien voor welke beroepsgroepen er tussen het derde kwartaal 2018 en het derde kwartaal 2024 het aantal vacatures met meer dan 100% is gegroeid. Dit komt het vaakst voor bij de beroepsklassen ‘technische beroepen’ en ‘beroepen zorg en welzijn’. Het aantal vacatures is het sterkst gegroeid voor verzorgenden en gespecialiseerd verpleegkundigen. Van de grootste stijgers gaat het vooral om beroepen in de beroepsklasse 4 (6 van de 14 beroepen met een groei van meer dan 100%).
Tabel 6.6 Beroepsgroepen met grootste groei vacatures, arbeidsmarktregio Noord-Holland Noord, k3-2018- k3-2024 beroepsgroep
beroepsklasse
Bedrijfseconomisch en administratief Beleidsadviseurs
niveau
%
4
200%
Bedrijfseconomisch en administratief
Bedrijfskundigen en organisatieadviseurs
4
150%
ICT
Databank- en netwerkspecialisten
4
150%
Managers
Managers verkoop en marketing
4
150%
Technisch
Productiemachinebedieners
2
150%
Technisch
Loodgieters en pijpfitters
2
150%
Technisch
Productieleiders industrie en bouw
3
150%
Technisch
Automonteurs
2
150%
Transport en logistiek
Vrachtwagenchauffeurs
2
175%
Zorg en welzijn
Verzorgenden
2
320%
Zorg en welzijn
Gespecialiseerd verpleegkundigen
4
300%
Zorg en welzijn
Medisch praktijkassistenten
3
250%
Zorg en welzijn
Verpleegkundigen (mbo)
3
150%
Zorg en welzijn
Artsen
4
133%
Bron: UWV; bewerking: Kurtosis
57
6.9 Gemiddeld aantal vacatures 2018-2024 het grootst bij ‘laders, lossers en vakkenvullers’ Tabel 6.7 Beroepsgroepen met grootste gemiddeld aantal vacatures, • • •
Van de 112 verschillende beroepsgroepen zijn er 13 die gemiddeld per kwartaal in de periode 2018-2024 meer dan 400 vacatures hadden. Het gaat hierbij in 10 van de 13 gevallen om beroepen met beroepsniveau 2. Het grootste gemiddeld aantal vacatures doet zich echter voor in beroepsklasse 1 bij de beroepsgroep ‘laders, lossers en vakkenvullers’. Hier was sprake van gemiddeld circa 1.000 vacatures per kwartaal.
2018- 2024
niveau
%
Bedrijfseconomisch en administratief Receptionisten en telefonisten
2
504
Bedrijfseconomisch en administratief Administratief medewerkers
2
480
Commercieel
Verkoopmedewerkers detailhandel
2
798
Commercieel
Callcentermedewerkers outbound en overige verkopers
2
418
Dienstverlenend
Schoonmakers
1
770
Dienstverlenend
Kelners en barpersoneel
2
588
Technisch
Machinemonteurs
2
516
Technisch
Elektriciens en elektronicamonteurs
2
420
Technisch
Hulpkrachten bouw en industrie
1
420
Transport en logistiek
Laders, lossers en vakkenvullers
1
1.007
Transport en logistiek
Transportplanners en logistiek medewerkers
2
655
Zorg en welzijn
Verzorgenden
2
670
Zorg en welzijn
Sociaal werkers, groeps- en woonbegeleiders
3
427
beroepsklasse
Bron: UWV; bewerking: Kurtosis
beroepsgroep
58
6.10 Aantal werkzoekenden daalt met circa 13% De analyses van het aantal werkzoekenden laten het volgende beeld zien: • In het derde kwartaal van 2018 waren er gemiddeld per maand in de arbeidsmarktregio Kop van Noord-Holland gemiddeld per maand ruim 36.300 werkzoekenden. In het derde kwartaal van 2024 waren dat er gemiddeld per maand circa 31.500, een daling van circa 13%. Dit is inclusief de werkzoekenden waarvan niet bekend is in welke beroepsklasse werk wordt gezocht.* • Gemiddeld genomen had circa twee derde van de werkzoekenden in k3-2018 geen dienstverband, in k3-2024 was dat 70%. Voor werkzoekenden in de agrarische sector is dat lager dan gemiddeld (circa 60%) en bij de werkzoekenden in de creatieve/taalkundige sector, de dienstverlenende sector en ICT bovengemiddeld (71-73%). • Circa de helft van de werkzoekenden viel in de leeftijdscategorie 27-50 jaar, ongeveer 40% is 50 jaar of ouder en circa 10% is jonger dan 27 jaar. Er zijn tussen de jaren en kwartalen geen opvallende verschillen. Tabel 6.8 hiernaast geeft het totaal aantal werkzoekenden weer naar beroepsklasse, gerangschikt naar aantal werkzoekenden.
Tabel 6.8 Aantal werkzoekenden naar beroepsklasse gemiddeld per maand, Noord-Holland Noord k3-2018 Beroepsklasse
aantal
k3-2024
%
aantal
%
Technisch
8.516
26
6.556
27
Bedrijfseconomisch en administratief
5.696
17
3.907
16
Commercieel
3.777
12
2.697
11
Dienstverlenend
3.730
11
2.844
12
Transport en logistiek
2.987
9
2.498
10
Zorg en welzijn
2.746
8
2.207
9
Pedagogisch
1.303
4
929
4
Managers
1.275
4
953
4
Agrarisch
807
2
640
3
ICT
618
2
533
2
Creatief en taalkundig
573
2
503
2
Openbaar bestuur, veiligheid en juridisch
567
2
430
2
Totaal**
32.596
24.698
**Exclusief het aantal werkzoekenden in de beroepsklassen ‘onbekend’ Bron: UWV; bewerking: Kurtosis
59
7. Recreatie en toerisme Dit hoofdstuk zoomt enerzijds specifiek in op de arbeidsmarktsituatie recreatie en toerisme (uitgedrukt in het aantal banen en bedrijfsvestigingen). Anderzijds kijken we naar de ontwikkeling van het verblijfstoerisme (aantal gasten en overnachtingen) en de omvang van de toeristische druk.
60
7.1 Vestigingsgroei in sector recreatie en toerisme sterker dan banengroei • •
De sector recreatie en toerisme omvat diverse branches, waaronder logiesverstrekking, horeca, detail- en groothandel, vervoer, sport en cultuur, recreatie en amusement. In 2023 telde Den Helder in totaal 27.230 banen in de sector recreatie en toerisme. Dit betekent een stijging van 4,6% ten opzichte van 2019 (zie figuur 7.1). Sinds 2020 is de banengroei in Den Helder echter minder sterk dan in de regio’s Kop van Noord-Holland en de arbeidsmarktregio Noord-Holland Noord. In 2023 is het aantal banen in deze regio’s respectievelijk met 5,1% en 7,3% toegenomen ten opzichte van 2018.
7.2 Figuur Index ontwikkeling aantal vestigingen recreatie en toerisme 132 128
Figuur 7.1 Index ontwikkeling aantal banen recreatie en toerisme 108
124 120
107
116
106
112
105
108
104
104
103
100
102
96 2019
101 100 99 2019
Opvallend is dat het aantal vestigingen in de sector recreatie en toerisme procentueel het sterkst groeide in Den Helder (zie figuur 7.2). Tussen 2019 en 2023 nam het aantal vestigingen hier toe met maar liefst 28,7% – van 3.100 naar 3.990 vestigingen. Ter vergelijking: in de Kop van Noord-Holland groeide het aantal vestigingen met 16,8% en in Noord-Holland Noord met 24,3%.
•
2020 Den Helder
2020 Den Helder
2021 Kop van Noord-Holland
2022 Noord-Holland Noord
2021 Kop van Noord-Holland
2022
2023
Noord-Holland Noord overig
2023 Bron: Stichting Lisa; bewerking: Kurtosis
Bron: Stichting Lisa; bewerking: Ku rtosis
61
7.2 16% meer gasten in COROP-regio Kop van Noord-Holland: vakantiewoningen en kamperen in trek •
• •
Cijfers over verblijfstoerisme zijn beschikbaar op COROPniveau. In 2023 verbleven in totaal 1.475.867 gasten in de COROPregio Kop van Noord-Holland. Dit betekent een stijging van 16% ten opzichte van 2018 (zie figuur 7.3). In figuur 7.3 is de impact van de coronapandemie duidelijk zichtbaar.
Figuur 7.3 Index ontwikkeling aantal gasten COROP-regio Kop van Noord-Holland 120
110
100
90
•
Het merendeel van de gasten in deze regio kiest voor verblijfsvormen zoals vakantiewoningen, kampeerterreinen en groepsaccommodaties. Gemiddeld over de jaren betreft dit ongeveer 69% van het totaal aantal gasten. Het resterende aandeel verblijft in hotels, pensions en jeugdaccommodaties (figuur 7.4).
Figuur 7.4 Aandeel gasten naar type accommodatie 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 2018
80
70 2018
2019
2020
2021
2022
2023
Huisjes, kampeerterreinen en groepsaccommodaties Hotels, pensions en jeugdaccommodaties 2019
2020
2021
2022
2023
Bron: Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen; bewerking: Kurtosis
Bron: Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen; bewerking: Kurtosis
62
7.3 Aantal overnachtingen hoger dan voor coronapandemie In 2024 vonden er in totaal 6.494.361 overnachtingen plaats in de COROP-regio Kop van Noord-Holland. Dit betekent een toename van 20,7% ten opzichte van 2018 (zie figuur 7.5). Daarmee is het totaal aantal overnachtingen sterker gestegen dan het aantal verblijfsgasten. In de figuur is tevens de impact van de coronapandemie zichtbaar. Net als het aantal gasten overtreft het aantal gasten na de coronapandemie dat van voor de pandemie.
•
•
Figuur 7.5 Index ontwikkeling aantal overnachtingen COROPregio Kop van Noord-Holland, index 130
•
•
Daarnaast blijkt uit figuur 7.6 dat het overgrote deel van de overnachtingen plaatsvindt in vakantiewoningen, op kampeerterreinen en in groepsaccommodaties. Gemiddeld over de jaren betrof dit circa 86% van het totaal. Het resterende aandeel vond plaats in hotels, pensions en jeugdaccommodaties. Het gemiddeld aantal overnachtingen per gast per type accommodatie blijft tamelijk stabiel over de gehele periode. Zo verblijven gasten in 2023 gemiddeld 2 nachten in hotels, pensions of jeugdaccommodaties. Voor huisjes, kampeerterreinen en groepsaccommodaties ligt het gemiddelde iets hoger in 2023, namelijk 5,5 overnachtingen.
Figuur 7.6 Aandeel overnachtingen naar type accommodatie 120
110
100
90
80 2018
2019
2020
2021
2022
Bron: Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen; bewerking: Kurtosis
2023
100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 2018
2019
2020
2021
2022
2023
Huisjes, kampeerterreinen en groepsaccommodaties Hotels, pensions en jeugdaccommodaties
Bron: Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen; bewerking: Kurtosis
63
7.4 Gematigde toename van de toeristische druk in de regio • •
•
De toeristische intensiteit wordt uitgedrukt in het aantal overnachtingen per 100 inwoners per dag. In de COROP-regio Kop van Noord-Holland kwam in 2023 deze intensiteit uit op gemiddeld 4,6 overnachtingen per 100 inwoners per dag, een lichte stijging ten opzichte van 2018, toen dit nog 3,9 bedroeg (figuur 7.7). Uiteraard was de toeristische intensiteit gedurende de coronapandemie lager.
Figuur 7.7 Toeristische intensiteit, COROP-regio Kop van Noord-Holland
•
En andere methode om de toeristische druk te meten betreft de toeristische dichtheid. Dit betreft het gemiddeld aantal overnachtingen per dag per vierkante kilometer. In 2023 bedroeg deze dichtheid 16,4 overnachtingen per km² per dag, tegenover 13,6 in 2018. Opvallend is het verschil in dichtheid tussen de typen accommodaties. Overnachtingen in vakantiewoningen, kampeerterreinen en groepsaccommodaties dragen aanzienlijk meer bij aan de totale dichtheid dan overnachtingen in hostels, pensions en jeugdaccommodaties (figuur 7.8).
Figuur 7.8 Toeristische dichtheid, totaal en naar type accommodatie, COROP-regio Kop van Noord-Holland
5
18 16 14 12 10 8 6 4 2 0 2018
4
3
2
1
0 2018
•
2019
2020
2021
2022
2023
Totaal 2019
2020
2021
2022
Bron: Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen; bewerking: Kurtosis
2023
Hostels, pensions en jeugdaccommodaties Huisjes, kampeerterreinen en groepsaccommodaties
Bron: Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen; bewerking: Kurtosis
64
8. Gemeentelijke uitgaven voorzieningen In dit onderdeel wordt de dynamiek van de gemeentelijke uitgaven in Den Helder vergeleken met die van een geselecteerde groep benchmarkgemeenten (zie bijlage 4, Deel C.). De analyse maakt onderscheid tussen de verschillende hoofdtaakvelden om inzicht te bieden in de verdeling van de uitgaven. Voor de vergelijking is het gemiddelde van de benchmarkgemeenten als referentiepunt gebruikt. Een toelichting op de verschillende hoofdtaakvelden is te vinden in bijlage 5.
65
8.1 Toename in gemeentelijk uitgaven sinds 2018 Figuur 8.1 Ontwikkeling gemeentelijke uitgaven per inwoner • In 2023 bedroegen de totale uitgaven van Den Helder €5.500,00 €269.946.000,- een stijging van 29,5% t.o.v. 2018 met een totaal bedrag aan uitgaven van € 208.522.000,- Dit is een minder €5.000,00 sterke groei dan gemiddeld in de benchmark-gemeenten, waar sprake was van een gemiddelde groei van 39,5% in de €4.500,00 periode 2018-2023. • Per inwoner geeft Den Helder structureel minder uit dan de €4.000,00 gemeenten in de benchmark, met uitzondering van het jaar €3.500,00 2021. In 2018 gaf Den Helder €3.740,- gemiddeld per inwoner uit, terwijl dat in de benchmarkgemeenten gemiddeld €3.931,€3.000,00 was. In 2023 zijn de uitgaven in Den Helder met ruim 27,5% 2018 2019 2020 2021 2022 2023 gestegen tot €4.775,-. In de benchmarkgemeenten is deze Den Helder Benchmark gemeenten stijging hoger, namelijk 34% tot een gemiddeld bedrag per Bron: IV3, CBS; bewerking: Kurtosis inwoner van €5.263,- per inwoner (figuur 8.1). • In beide jaren geven de benchmarkgemeenten dus gemiddeld Figuur 8.2 Index ontwikkeling uitgaven per inwoner en IMOC meer uit per inwoner. Dit verschil neemt in 2023 toe van €191 136 naar €489 per inwoner. • Zoals uit figuur 8.2 blijkt, stijgen de uitgaven tot en met 2021 127 harder dan de prijsindex, in 2022 liggen deze op hetzelfde niveau.
Er is specifiek gekeken naar de Prijsindex Materiële 118 Overheidsconsumptie (IMOC). Dit weerspiegelt de prijsontwikkeling van goederen en diensten van 109 overheidsconsumptie (excl. aankopen van de overheid ten behoeve van marktverkopen en investeringen in eigen beheer). 100 2018 Den Helder
2019
2020
Benchmark gemeenten
2021
2022
2023
Prijsindex Materiele Overheidsconsumptie
Bron: IV3, CBS; bewerking: Kurtosis
66
8.2 Taakveld ‘sociaal domein’ is de grootste uitgavenpost in Den Helder In alle hoofdtaakvelden is sprake van een toename van de uitgaven (figuur 8.3). Bestuur en ondersteuning en Sociaal domein zijn de grootste uitgavenposten. De taakvelden groeiden met respectievelijk 28% en 31%. De grootste groei in uitgaven in 2023 t.o.v. 2018 is hoofdtaakveld Economie, namelijk ruim 68%. De twee hoofdtaakvelden met de kleinste groei zijn Veiligheid (15,5%) en Volksgezondheid en milieu (ruim 13,5%).
Figuur 8.3 Absolute uitgaven uitgesplitst naar hoofdtaakveld, Den Helder €125.000.000,00
0.0 - Bestuur en ondersteuning 1.0 - Veiligheid
€100.000.000,00
2.0 - Verkeer, vervoer en waterstaat 3.0 - Economie
€75.000.000,00
4.0 - Onderwijs €50.000.000,00 5.0 - Sport, cultuur en recreatie €25.000.000,00
6.0 - Sociaal domein 7.0 - Volksgezondheid en milieu
€2018
2023
8.0 - Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing
Bron: IV3, CBS; bewerking: Kurtosis
67
8.3 Totale uitgaven per inwoner lager dan in benchmarkgemeenten • Figuur 8.4 toont de gemiddelde uitgaven per inwoner, uitgesplitst naar hoofdtaakvelden, in 2018 en 2023, voor Den Helder en de benchmarkgemeenten. • Het Sociaal domein is in beide gevallen de grootste uitgavenpost en ligt voor Den Helder en de benchmarkgemeenten op vergelijkbaar niveau. In Den Helder bedroegen de uitgaven per inwoner voor het Sociaal domein €2.153 in 2023 (+ ruim 29% t.o.v. 2018). Bij de benchmarkgemeenten is een vergelijkbare groei te zien van circa 28% naar €2.176 per inwoner. De benchmarkgemeenten geven in 2018 gemiddeld meer uit aan ‘Verkeer, vervoer en waterstaat’, ‘Economie’ én ‘Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing’. • In 2023 zit het grootste verschil in uitgaven per inwoner binnen hoofdtaakveld ‘Bestuur en ondersteuning’. De benchmarkgemeenten geven hier gemiddeld €1.488 aan uit, een toename van circa 69,5%, terwijl dit voor Den Helder €1.100 is. Voor de overige taakvelden zijn de uitgaven in 2023 in Den Helder en de benchmarkgemeenten nagenoeg gelijk aan elkaar. • Binnen het hoofdtaakveld Bestuur en ondersteuning is er in Den Helder ten opzichte van 2018 met name een stijging te zien bij de uitgaven voor het taakveld 'Overhead' (en daarbinnen voor de posten belasting, afschrijvingen en ingehuurd personeel) en voor het taakveld 'Mutaties reserves'.
Figuur 8.4 Uitgaven per inwoner per hoofdtaakveld
€4.500,00
8.0 - Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing 7.0 - Volksgezondheid en milieu
€4.000,00
6.0 - Sociaal domein
€5.500,00 €5.000,00
€3.500,00 €3.000,00
5.0 - Sport, cultuur en recreatie
€2.500,00
4.0 - Onderwijs
€2.000,00 3.0 - Economie €1.500,00 €1.000,00
2.0 - Verkeer, vervoer en waterstaat
€500,00
1.0 - Veiligheid
€Den Helder Benchmark Den Helder Benchmark gemeenten gemeenten 2018
2023
0.0 - Bestuur en ondersteuning
Bron: IV3, CBS; bewerking: Kurtosis
68
8.4 Werkelijke uitgaven hoger dan begroot in Den Helder
€35.000.000,00 €30.000.000,00 €25.000.000,00
€20.000.000,00 €15.000.000,00 €10.000.000,00 €5.000.000,00 €2018
2019
Bron: IV3, CBS; bewerking: Kurtosis
2020
2021
2022
2018
2023 •
8.0 Volkshuisvesting, leefomgeving en…
€40.000.000,00
4.0 - Onderwijs
€45.000.000,00
7.0 Volksgezondheid en milieu
1.600 1.400 1.200 1.000 800 600 400 200 0 -200
6.0 - Sociaal domein
€50.000.000,00
5.0 - Sport, cultuur en recreatie
Figuur 8.6 Saldo werkelijke en begrote uitgaven per inwoner naar taakveld*, Den Helder
3.0 - Economie
Figuur 8.5 Ontwikkeling saldo werkelijke en begrote uitgaven (absoluut), Den Helder
2.0 - Verkeer, vervoer en waterstaat
• Omgerekend naar inwoner doen de grootste verschillen tussen werkelijke en begrote uitgaven zich voor bij het taakveld Sociaal domein. Daar is ook de grootste groei te zien ten opzichte van 2018. Voor de overige taakvelden zijn er tussen de taakvelden geen opvallende verschillen (figuur 8.6).
1.0 - Veiligheid
• Figuur 8.5 laat het saldo zien van daadwerkelijke en begrote uitgaven (jaarrekening – begroting) voor de gemeente Den Helder over de periode 2018-2023. Gedurende de gehele periode is het saldo positief, wat betekent dat de werkelijke uitgaven hoger uitvallen dan oorspronkelijk begroot. In 2023 bedroeg het saldo €44.770.000,-.
2023
Exclusief taakveld Bestuur en ondersteuning
Bron: IV3, CBS; bewerking: Kurtosis
69
8.5 Bestuur en ondersteuning is de grootste batenpost in Den Helder • Het grootste deel van de gemeentelijke baten bestaat uit de ontvangen bijdrage uit het Gemeentefonds, overige doeluitkeringen van het rijk en de ontvangen gemeentelijke heffingen. • Verreweg komen de meeste baten voor rekening van het hoofdtaakveld ‘Bestuur en ondersteuning’ met een bedrag van €200.793.000 in 2023. Dit komt doordat hier de opbrengsten uit het Gemeentefonds en de OZB vallen. • Desalniettemin laten hoofdtaakvelden ‘Onderwijs’ en ‘Sport, cultuur en recreatie’ de grootste stijging zien t.o.v. 2018, namelijk respectievelijk ruim 120,5% en ruim 116,5%. Uit figuur 5.7 blijkt dat de baten niet op vergelijkbare manier worden toebedeeld aan de hoofdtaakvelden als bij de uitgaven oor specifieke beleidsmatige taakvelden, maar daar achteraf aan worden toebedeeld. Daarom is een goede vergelijking tussen de baten en de uitgaven naar taakveld (figuur 8.3) niet mogelijk.
Figuur 8.7 Totale baten per hoofdtaakveld, Den Helder €225.000.000,00
0.0 Bestuur en ondersteuning
€200.000.000,00
1.0 Veiligheid
€175.000.000,00
2.0 Verkeer, vervoer en waterstaat
€150.000.000,00
3.0 Economie
€125.000.000,00
4.0 Onderwijs
€100.000.000,00 5.0 Sport, cultuur en recreatie
€75.000.000,00
6.0 Sociaal domein €50.000.000,00 7.0 Volksgezondheid en milieu
€25.000.000,00 €2018
Bron: IV3, CBS; bewerking: Kurtosis
2023
8.0 Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing
70
8.6 In 2023 ook minder baten per inwoner in Den Helder • In 2018 waren de totale baten per inwoner in Den Helder vergelijkbaar met die van de benchmark gemeenten, met bedragen van respectievelijk €3.867 en €3.912 (figuur 8.8). • In 2023 zijn ten opzichte van 2018 zowel de baten gegroeid (in Den Helder en in de benchmarkgemeenten), maar is er ook een verschil ontstaan in de totale baten, waarbij de benchmark gemeenten duidelijk hoger uitkwamen. • De grootste baten komen voor Den Helder als de benchmarkgemeenten voor rekening van het hoofdtaakveld ‘Bestuur en ondersteuning’. De kleinste batenpost is ‘Veiligheid’. In zowel 2018 als 2023 ontving Den Helder €2 per inwoner, terwijl de benchmarkgemeenten €8 per inwoner ontvingen. • Opvallend is de aanzienlijke groei in hoofdtaakveld ‘Onderwijs’. De baten in dit segment zijn in Den Helder met circa 119% gestegen en bij de benchmarkgemeenten met ongeveer 94%.
Figuur 8.8 Baten per inwoner per hoofdtaakveld 8.0 Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing 7.0 Volksgezondheid en milieu
€6.000,00
€5.000,00
6.0 Sociaal domein €4.000,00 5.0 Sport, cultuur en recreatie €3.000,00 4.0 Onderwijs €2.000,00
3.0 Economie 2.0 Verkeer, vervoer en waterstaat
€1.000,00
1.0 Veiligheid
€Den Helder Benchmark Den Helder Benchmark gemeenten gemeenten 2018
0.0 Bestuur en ondersteuning
2023
Bron: IV3, CBS; bewerking: Kurtosis
71
8.7 Uitgaven Den Helder hoger dan inkomsten uit Gemeentefonds •
•
•
In tabel 8.1 worden voor 2023* de inkomsten per cluster uit het Gemeentefonds vergeleken met de uitgaven voor de relevante taakvelden. Het gaat hierbij om de inkomsten uit de algemene uitkering, de integratieuitkeringen en de decentralisatie-uitkeringen. Een uitgebreide toelichting op de werkwijze is beschreven in bijlage 6 van deel C. Daar is ook de verdeling van taakvelden per cluster te vinden (bijlage 5). Tabel 8.1 laat zien hoe de inkomsten en uitgaven zich tot elkaar verhouden binnen verschillende beleidsterreinen voor de gemeente Den Helder in 2023. Het sociaal domein heeft met € 93,8 miljoen de meeste inkomsten. Met uitzondering van de clusters Orde en veiligheid en Sport, cultuur en recreatie geldt voor alle clusters dat de uitgaven de inkomsten overschrijden.
*Omdat er vanaf 2023 sprake is van een ander verdeelmodel voor het Gemeentefonds, worden hier alleen de gegevens voor 2023 gepresenteerd.
Tabel 8.1 Absolute inkomsten en uitgaven per cluster, Den Helder, 2023 cluster
inkomsten
uitgaven
verschil absoluut
Bestuur en ondersteuning
€
19.320.966,00
€
34.524.000,00 €
-15.203.034,00
Infrastructuur, ruimte en milieu
€
16.132.956,00
€
29.037.000,00 €
-12.904.044,00
Onderwijs
€
8.744.428,00
€
10.711.000,00 €
-1.966.572,00
Orde en veiligheid
€
7.878.395,00
€
2.752.000,00 €
5.126.395,00
Sociaal domein
€
93.837.443,00
€
121.718.000,00 €
-27.880.557,00
Sport, cultuur en recreatie
€
16.396.069,00
€
14.566.000,00 €
1.830.069,00
totaal
€
162.310.257,00
€
213.308.000,00 €
-50.997.743,00
Bron: IV3, CBS, Findo; bewerking: Kurtosis
72
8.8 Relatief hogere inkomsten en uitgaven sociaal domein In de figuren 8.9 en 8.10 worden de gemiddelde inkomsten en uitgaven per inwoner gepresenteerd. In vergelijking met de benchmarkgemeenten valt op dat zowel de inkomsten als de uitgaven per inwoner voor het cluster sociaal domein gemiddeld hoger zijn dan in de benchmarkgemeenten. Figuur 8.10 Inkomsten en uitgaven per inwoner, per cluster, Den Helder, 2023
Figuur 8.11 Inkomsten en uitgaven per inwoner, benchmarkgemeenten, 2023
€3.500,00
€3.500,00
€3.000,00
€3.000,00
€2.500,00
€2.500,00
€2.000,00
€2.000,00
€1.500,00
€1.500,00
€1.000,00
€1.000,00
€500,00
€500,00
€Bestuur en Infrastructuur, ondersteuning ruimte en milieu
Onderwijs
Inkomsten Bron: Findo, Rijksoverheid; bewerking: Kurtosis
Orde en veiligheid Uitgaven
Sociaal domein
Sport, cultuur en recreatie
€Bestuur en Infrastructuur, ondersteuning ruimte en milieu
Onderwijs
Inkomsten
Orde en veiligheid
Sociaal domein
Sport, cultuur en recreatie
Uitgaven
Bron: Findo, Rijksoverheid; bewerking: Kurtosis
73
8.9 Aandeel Sociaal domein binnen uitgaven kleiner dan binnen inkomsten • In onderstaande figuren is weergegeven hoe de verdeling van de verschillende clusters is binnen zowel de inkosten als de uitgaven. Hieruit blijkt dat de uitgaven anders verdeeld zijn dan de inkomsten. Dit komt doordat gemeenten vrij zijn om te bepalen hoe de inkomsten uit het Gemeentefonds over de verschillende beleidsterreinen worden verdeeld. • Opvallend is dat het aandeel voor het cluster Sociaal domein binnen de uitgaven lager is dan het aandeel binnen de inkomsten, terwijl voor de clusters Bestuur en ondersteuning en Infrastructuur, ruimte en milieu het aandeel binnen de uitgaven groter is dan binnen de inkomsten. • Verder valt op dat de verschillen met de benchmarkgemeenten minimaal zijn. Figuur 8.12 Aandeel clusters binnen totale inkomsten en uitgaven, Den Helder, 2023
Figuur 8.13 Aandeel clusters binnen totale inkomsten en uitgaven, benchmarkgemeenten, 2023
100%
100%
90%
90%
80%
80%
70%
Sport, cultuur en recreatie
70%
Sport, cultuur en recreatie
60%
Sociaal domein
60%
Sociaal domein
50%
Orde en veiligheid
50%
Orde en veiligheid
40%
Onderwijs
40%
Onderwijs
30%
Infrastructuur, ruimte en milieu
30%
Infrastructuur, ruimte en milieu
20%
Bestuur en ondersteuning
20%
Bestuur en ondersteuning
10%
10%
0%
0% Inkomsten
Uitgaven
Bron: Findo, Rijksoverheid; bewerking: Kurtosis
Inkomsten
Uitgaven
Bron: Findo, Rijksoverheid; bewerking: Kurtosis
74