Stationsgebied Den Helder Zuid_Toelichting-gecomprimeerd.pdf
Tekst van het document
28
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Stationsgebied Den Helder Zuid
4.6.4
Conclusie
Er zijn op basis van de Informatiekaart landschap en cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland geen cultuurhistorische waardevolle elementen te verwachten. Op basis van de beschikbare informatie zijn ook geen archeologisch waardevolle elementen te verwachten. Dit wordt nog nader onderzocht in een archeologisch bureau onderzoek.
4.7
Geluid
4.7.1
Wettelijk kader
In de Wet geluidhinder zijn geluidsnormen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai opgenomen. Wanneer er een nieuwe geluidsgevoelige functie wordt gerealiseerd op een locatie waar momenteel geen geluidsgevoelige functie aanwezig of toegestaan is en deze locatie binnen de geluidszones van industrie, rail- of wegverkeer valt dient middels een akoestisch onderzoek onderzocht te worden of de geluidniveaus in relatie tot de geluidgevoelige functie aanvaardbaar zijn. 4.7.2
Wegverkeerslawaai en spoorweglawaai
De locaties waar de nieuwe woningen worden gebouwd liggen in de geluidzone c.q. nabij de spoorlijn Den Helder - Alkmaar, en de Burgemeester Ritmeesterweg en Waterkeringsweg. Voor de realisatie van geluidgevoelige objecten (woningen of andere geluidgevoelige objecten) binnen de wettelijk zone langs zowel wegen als spoorwegen is een akoestisch onderzoek noodzakelijk. Met behulp van standaard rekenmethode 2 (SRM2) is de gevelbelasting bepaald. De berekening is gedaan voor de relevante locaties en wordt voor beiden getoetst aan het stelsel van voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. Akoestisch onderzoek is uitgevoerd door Kragten, zie Bijlage 11 Akoestisch onderzoek 07.12.2023 Wegverkeerslawaai De geluidbelasting ten gevolge van verkeer op de Landmetersweg bedraagt ter plaatse van een deel van de gevels van de appartementsgebouwen meer dan 48 dB, de voorkeursgrenswaarde uit Wet geluidhinder). De maximaal berekede geluidbelasting bedraagt 51 dB. Er wordt wel voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Maatregelen om de geluidbelasting te verlagen zijn onderzocht. Indien deze stuiten op overwegende bezwaren kan voor de gevels met een overschrijding van de voorkeurgrenswaarde een verzoek tot verlening van hogere waarden ingediend te worden tot de niveaus van de in tabel 3 gepresenteerde geluidbelastingen (van meer dan 48 dB).
Hierbij wordt aangegeven dat voldaan moet worden aan ontheffingscriterium uit het geluidbeleid van de gemeente Den Helder. De geluidbelasting op de gevels van de woningen, alsmede als gevolg van verkeer op de overige wegen, voldoet aan de voorkeursgrenswaarde. Spoorweglawaai De geluidbelasting ten gevolge van spoorverkeer bedraagt op een deel van de gevels van zowel het nabij het spoor gelegen appartementsgebouw als de woningen meer dan 55 dB, de voorkeursgrenswaarde uit Wet geluidhinder. De maximaal berekende geluidbelasting bedraagt 61 dB. Er wordt wel voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 68 dB. Maatregelen om de geluidbelasting te verlagen zijn onderzocht. Indien deze stuiten op overwegende bezwaren kan voor de gevels met een overschrijding van de voorkeurgrenswaarde een verzoek tot verlening van hogere waarden ingediend te worden tot de niveaus van de in tabel 4 gepresenteerde geluidbelastingen (van meer dan 55 dB). Hierbij wordt aangegeven dat voldaan moet worden aan ontheffingscriterium uit het geluidbeleid van de gemeente Den Helder. Uit een aanvullend onderzoek naar de geluidwering van de gevels zal moeten blijken of de karakteristieke geluidwering van de gevels (GA;k) voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012 en de vereiste geluidswering op basis van de energetische sommatie van de isolatiewaarde per geluidbron conform het gemeentelijk geluidbeleid.
Conclusie Voor de realisatie van de nieuwe woningen bij Den Helder Zuid zijn hogere waarden vastgesteld voor zowel het wegverkeerslawaai (51 dB) als het spoorweglawaai (61 dB). Zie voor de gedetailleerde Toelichting (vastgesteld)
29
bestemmingsplan Stationsgebied Den Helder Zuid rekenresultaten Bijlage 11 Akoestisch onderzoek 07.12.2023. De maximale ontheffingswaarden worden niet overschreden, er zijn dus geen dove gevels of vergelijkbare voorzieningen nodig. Zie ook Bijlage 14 Definitief besluit hogere waarden Wet geluidhinder. 4.7.3
Nutsvoorziening Landmetersweg 13
Ten oosten van het nieuwe zuidelijke woonblok bevindt zich een transformatorstation, aan de Landmeterweg 13. Het betreft het 50 Kv-station Den Helder Schooten. Zie onderstaande afbeelding.
Relatief recent zijn aan dit transformatorstation wijzigingen doorgevoerd. In het kader van deze wijzigingen is in 2021 door onderzoeksbureau Peutz (Rapportnummer FA 20742-5-RA d.d. 6 april 2021) een akoestisch onderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek zijn de geluidwaarden van het transformatorstation in de nieuwe situatie (na plaatsing van nieuwe transformatoren en een uitbreiding van een 10Kv-schakelstation aan de achterzijde-oostzijde van het pand) op de woningen in de omgeving berekend, waaronder de dichtstbijzijnde bestaande woning aan de Landmetersweg 11. Uit dit onderzoek blijkt dat de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit in de nieuwe situatie niet worden overschreden bij deze bestaande woningen. Gesteld wordt dat de nieuwe woningen die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt op minimaal gelijke afstand van het transformatorstation voorzien zijn als de bestaande woningen aan de Landmetersweg. In vergelijking met de woning aan de Landmetersweg 11 liggen de nieuwe woningen bovendien onder een gunstiger hoek ten opzichte van het geluidsemmissiepunt van het transformatorstation. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat de geluidsituatie ter plaatse van de nieuwe woningen aanvaardbaar is en niet tot belemmeringen zal leiden voor het gebruik van het transformatorstation.
4.8
Luchtkwaliteit
Wet milieubeheer / Wet luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Omdat titel 5.2 handelt over luchtkwaliteit staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in Amvb's en ministeriële regelingen. De wetgeving kent een dubbele doelstelling: 1. De overheid wil een belangrijke impuls geven aan het treffen van maatregelen zodat in ons land de Europese normen worden gehaald;
30
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Stationsgebied Den Helder Zuid 2. De overheid wil er ook voor zorgen dat er meer mogelijkheden zijn om projecten door te laten gaan. Dat was nodig om dat in het verleden veel plannen door de rechter werden stilgelegd vanwege het niet halen van de normen. De Wet luchtkwaliteit vereist een genuanceerde toetsing of koppeling tussen (ruimtelijke) besluiten en de gevolgen voor de luchtkwaliteit. Een ruimtelijk plan is in overeenstemming met de Wet luchtkwaliteit als de planvorming niet leidt tot een overschrijding of een verdere overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen. Projecten die 'niet in betekenende mate bijdragen' aan de concentraties, hoeven niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Voor projecten die wel in betekenende mate bijdragen aan de concentratie is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) relevant. Amvb Niet In Betekenende Mate en Regeling Niet In Betekenende Mate (NIBM) De Amvb NIBM en Regeling NIBM bevatten criteria waarmee kan worden bepaald of een project van een bepaalde omvang wel of niet als "in betekenende mate" moet worden beschouwd. NIBM- projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden.
Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. Er is een onderscheid gemaakt tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het slechts in geringe mate (ofwel 'niet in betekenende mate') leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een verslechtering van maximaal 3% van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. Een verslechtering van maximaal 3% komt overeen met een nieuwbouwproject van 1.500 woningen of 100.000 m² kantoorvloeroppervlak. Grotere projecten kunnen worden opgenomen in het NSL-programma, mits ook overtuigend wordt aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door de maatregelen van het NSL. Beschouwing Zoals aangegeven is in paragraaf 4.2 Verkeer en parkeren moet voor de nieuw situatie (15 eengezinswoningen en 45 appartementen) worden uitgegaan van circa 359 per etmaal. Aan de hand van de NIBM tool is berekend dat het project daarmee kan worden beschouwd als "niet in betekenende mate", zie onderstaand.
Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect luchtkwaliteit uitvoerbaar.
Toelichting (vastgesteld)
31
bestemmingsplan Stationsgebied Den Helder Zuid
4.9
Externe veiligheid
4.9.1
Algemeen
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving als gevolg van gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen bij bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door buisleidingen. De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau van transport en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute of inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route of binnen die inrichting. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Voor nieuwe situaties is voor kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) de grenswaarde voor het PR gesteld op een niveau van 10-6/jr. Voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld bedrijven) is dit een richtwaarde. Het GR geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde transportroute of inrichting. Het aantal personen dat in de omgeving van de route of inrichting verblijft, bepaalt daardoor mede de hoogte van het GR.
Risicovolle inrichtingen Voor risicovolle inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van toepassing. Voorbeelden van deze risicovolle bedrijven zijn LPG-tankstations, ammoniakkoelinstallaties en chemische fabrieken. Het Bevi is opgesteld om de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven te beperken. De normstelling van het Bevi richt zich zowel op vergunningverlening als ruimtelijke ordening. Indien een ruimtelijk plan de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object in het invloedsgebied toelaat, dient tevens het groepsrisico te worden verantwoord. Externe veiligheid transport In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), dat per 1 april 2015 in werking is getreden, heeft het Rijk het beleid vastgelegd met betrekking tot de afweging van veiligheidsbelangen die een rol spelen bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. In het besluit zijn regels opgenomen voor het realiseren van (beperkt) kwetsbare objecten binnen de zogeheten basisnetafstanden van een transportroute voor gevaarlijke stoffen. Deze basisafstanden zijn vastgelegd in de Regeling Basisnet. Het besluit is onder meer van toepassing op omgevingsbesluiten, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan.
Buisleidingen Voor buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing. Op grond van het Bevb geldt voor de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar object dichtbij dergelijke buisleiding, een grenswaarde van 10-6 per jaar voor het plaatsgebonden risico. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als richtwaarde. Indien een ruimtelijk plan de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object binnen het invloedsgebied van een buisleiding toelaat, dient tevens het groepsrisico te worden verantwoord. 4.9.2
Beschouwing / onderzoek
Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe risicovolle activiteiten mogelijk. De nieuwe woningen worden (zeker aan de oostzijde) gebouwd in de nabijheid van een ondergrondse gastransportleiding. Zie onderstaande afbeelding voor de ligging van deze gastransportleiding.
32
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Stationsgebied Den Helder Zuid
Afbeelding: Ligging gastransportleiding, rode stippellijn (bron: www.atlasleefomgeving.nl) Door ingenieursbureau Kragten is een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd, zie Bijlage 9 Onderzoek externe veiligheid 27.11.2023. Uit de berekening met behulp van het programma CAROLA blijkt dat voor de beschouwde buisleidingen geen PR 10-6-risicocontour ter hoogte van het plangebied berekend wordt, waardoor dit aspect geen belemmering vormt voor het plan. Uit het onderzoek blijkt dat voor de buisleiding zowel in de huidige als toekomstige situatie het groepsrisico lager is dan de oriënterende waarde (OW) en zelfs lager is dan 0,1 * OW. De planvorming leidt wel tot een rekenkundige toename van de hoogte van het groepsrisico van buisleiding. In artikel 12 lid 3 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen juncto artikel 8 van de Regeling externe veiligheid buisleidingen is opgenomen wanneer sprake is van het verantwoorden van het groepsrisico. In onderhavige situatie is sprake van een beperkte verantwoordingsplicht, zie daarvoor Bijlage 10 Verantwoording hoogte groepsrisico 27.11.2023. Voor een verantwoording van het groepsrisico moet door het bevoegd gezag advies worden gevraagd bij de Veiligheidsregio. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect externe veiligheid uitvoerbaar.
4.10
Kabels en leidingen
Door het plangebied lopen meerdere kabels en leidingen. Voor de hogedruk aardgasleiding is onderzoek gedaan (zie 4.9 Externe veiligheid). Daarnaast ligt, zeker bij de geprojecteerde eengezinswoningen aan de westzijde (Nollenzijde) van het station een hoogspanningskabel. De afstand voor het bouwen in de buurt van een hoogspanningskabel betreft 3 meter aan beide zijde van de kabel. De hoogspanningskabel is zelf tussen de 0,5 en 1 meter breed. Voor het bouwen in de belemmerde zone is overleg nodig met TenneT. Omdat het om een ondergrondse hoogspanningskabel gaat is het magnetische veld anders dan boven de grond.
Toelichting (vastgesteld)
33
bestemmingsplan Stationsgebied Den Helder Zuid
4.11
Sociale veiligheid
De sociale veiligheid rond Station Zuid laat in de huidige situatie te wensen over. Vooral de westzijde (Burgemeester Ritmeesterweg) is het gebied verlaten en onveilig. Het creëren van woningbouw aan de westzijde zorgt voor verbetering van de sociale veiligheid, ook in de nabijheid van de toekomstige langzaam verkeerstunnel. Hiermee wordt een belangrijke langzaam verkeers oost-westverbinding tussen de wijken De Schooten en Nieuw Den Helder beter en veiliger gemaakt. Ook het toevoegen van woningen aan de oostzijde zorgt voor meer 'blikken op straat' en daarmee een vergroting van de sociale veiligheid.
4.12
Trillingen
Door DGMR is een trillingenonderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 8 Trillingenonderzoek 07.11.2023. Tijdens de uitgevoerde trillingsmetingen bij Den Helder Zuid zijn op beeld geen goederentreinen waargenomen. Wel zijn er in de nachtperiode treinen voorbijgekomen met weinig verlichting waaronder mogelijk locs, werktreinen en leeg reizigersmaterieel. De invloed daarvan is dus meegenomen in de metingen. Qua trillingsopwekking zijn echter de intercitytreinen maatgevend gebleken. De hoogste trillingen zijn daarbij afkomstige van de intercity's in noordelijke richting. De reden waarom deze meer trillingen opwekken dan de zuidgaande treinen is niet duidelijk geworden, maar voor het project ook minder van belang. De trillingsprognoses gebaseerd op de gedane trillingsmetingen laten zien dat in zowel de eengezinswoningen aan de westkant van het spoor alsook de appartementengebouwen aan de oostkant voldaan kan worden aan de streefwaarden uit de SBR-B. Voor de woningen aan de westkant is het wel van belang om er bij de verdere uitwerking op te letten dat bouwdelen die minder goed ondersteund worden, zoals sterk uitkragende delen, tot hogere trillingssterkten kunnen leiden dan waar in de prognose, op basis van gangbare gebouw-kenmerken, rekening mee is gehouden.
Op basis van het gedane trillingsonderzoek wordt geconcludeerd dat het mogelijk is om bij de in het stedenbouwkundig schetsplan getoonde woonvormen en bebouwingsafstanden te voldoen aan de SBR-B en qua trillingen een goed woon- en leefklimaat te bereiken.
4.13
Ontplofbare Oorlogsresten (OO)
Door bureau IDDS is onderzoek gedaan naar de mogelijke aanwezigheid van de Ontplofbare Oorlogsresten (OO) in het plangebied. Zie Bijlage 6 Quick Scan Ontplofbare Oorlogsresten (OO) 17.07.2024. In het onderzoek zijn diverse bronnen geraadpleegd om te achterhalen of het onderzoeksgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. Op basis van het onderzoek van BeoBOM uit 2016 en het onderzoek van de gemeente Den Helder (2024) is gebleken dat een groot deel van het onderzoeksgebied verdacht is op het aantreffen van OO. Echter, er zijn ook twee kleine gebieden die verdacht zijn op afwerpmunitie.
34
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Stationsgebied Den Helder Zuid
De termen verdacht of onverdacht zijn enkel voorbehouden aan een volledig historisch vooronderzoek wat conform het CS-VROO is uitgevoerd, maar op basis van de resultaten uit beide bronnen kan wel worden aangenomen dat dit voor deze QuickScan OO ook geldt. Alle indicaties wijzen erop dat er vervolgonderzoek benodigd is in de opsporing van ontplofbare oorlogsresten voor wat betreft de verdachte gebieden. Conform het Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 4.10 (lid 3) wordt namelijk een nader onderzoek ingesteld indien het oriënterend onderzoek (deze QuickScan OO) de mogelijke aanwezigheid van OO die gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid of gezondheid van werknemers niet uitsluit. Dat is voor een deel van het onderzoeksgebied het geval. Onverdacht gebied (zie groene kleur bovenstaande figuur): De voorgenomen werkzaamheden kunnen plaatsvinden binnen de contouren van het onverdachte gebied binnen onderzoeksgebied zonder dat vervolgstappen ondernomen hoeven te worden in de explosievenopsporing. Verdacht gebied (zie rode kleur bovenstaande figuur) Er zijn indicaties gevonden die duiden op het mogelijk aantreffen van OO in het onderzoeksgebied. Zodoende dienen er vervolgwerkzaamheden plaats te vinden in de opsporing van OO.
Hieronder komen de diverse onderzoeksopties naar voren die genomen dienen te worden alvorens de grondroerende werkzaamheden in de nabije toekomst veilig kunnen worden uitgevoerd. Zie het onderzoek van IDDS (Quick Scan Ontplofbare Oorlogsresten (OO) 17.07.2024). IDDS Explosieven B.V. adviseert om, indien de exacte grondroeringen en plannen voor het onderzoeksgebied bekend zijn, waaronder o.a. palenplannen, ligging van te graven kabels en leidingen en alle overige grondroerende werkzaamheden, een projectgebonden risicoanalyse OO op te stellen.
Toelichting (vastgesteld)
35
bestemmingsplan Stationsgebied Den Helder Zuid
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Participatie
Bij de totstandkoming van de uitgangspuntennotitie en randvoorwaardenkaart (2021) alsook bij de totstandkoming van het Stedenbouwkundig Schetsplan (vastgesteld januari 2023) is veelvuldig overleg gevoerd met omwonenden en andere belanghebbenden. In de bijlage bij het Stedenbouwkundig Schetsplan (zie Bijlage 2 Stedenbouwkundig Schetsplan (2023)) is uitgebreid beschreven wanneer de participatie is uitgevoerd, welke partijen betrokken zijn, wat er is gepresenteerd en besproken, wat de reacties waren en op welke wijze daarmee is omgegaan.
5.2
Vooroverleg
5.2.1
Vooroverleg in kader van de planvorming
Met diverse stakeholders rond het plangebied zijn overleggen gevoerd voorafgaand aan de bestemmingsplanprocedure. De zakelijke stakeholders zijn tevens uitgenodigd voor de gehouden particiaptiebijeenkomsten met de buurt. Daar hebben alleen de Woningstichting en Stichting De Nollen gebruik van gemaakt. In onderstaand overzicht is aangegeven met welke zakelijke stakeholders overleg gevoerd is over de voorgenomen plannen bij station Den Helder Zuid: 1. Landschap Noord-Holland. Met Landschap Noord Holland zijn in de periode maart-juli 2022 diverse overleggen gevoerd over de ontwerptekeningen. In september 2022 heeft Landschap Noord-Holland via de mail kenbaar gemaakt in te kunnen stemmen met de plannen, en te pleiten voor een ingang naar hun beheergebied. De gevraagde verplaatsing van de dam naar het NNN-gebied van landschap De Nollen is toegezegd aan Landschap Noord-Holland en zit in de plannen opgenomen. Landschap Noord-Holland is ook akkoord gegaan met de verlegging van de grens van het NNN-gebied onder de toezegging dat de gemeente het nieuwe landschap gaat inrichten. 2. Woningstichting Den Helder. In februari 2022 is een ontwerpworkshop gehouden met de Woningstichting. Daarnaast zijn medio 2022 overleggen gevoerd over de ontwerptekeningen. De Woningstichting is bij de bijeenkomsten met de buurt aanwezig geweest. 3. Provincie Noord-Holland.
Met de provincie is in een vroeg stadium (november 2021) overleg gevoerd over de voorgenomen gebiedsontwikkeling. De in dat overleg aangedragen aandachtspunten (NNN en passend ontwerp in het buitengebied) zijn beiden uitgewerkt. De grenscorrectie van het NNN-gebied is inmiddels door de provincie Noord-Holland verwerkt in de provinciale Omgevingsverordening (zie paragraaf 3.2.2). Over het ontwerp zijn meerdere schetssessies met de provinciale landschapsarcghitecten gehouden, in december 2021 en februari 2022. In februari 2022 is concensus bereikt over het ontwerp. In juli 2022 is een laatste overleg gevoerd over de verkaveling. In oktober 2022 heeft een overleg plaatsgevonden met de provincie over het fietsnetwerk. 4. NS / ProRail. In de periode november 2021 tot eind juni 2023 hebben in totaal 11 overleggen plaatsgevonden met NS / ProRail over het ontwerp, de aansluitingen van het station op het omringende openbare gebied en de fietsenstallingen. Ook over de ongelijkvloerse kruising voor het langzame verkeer (nog niet in dit bestemmingsplan opgenomen, maar bij voldoende financiële middelen wel gewenst in de toekomst) heeft al afstemming plaatsgevonden. 5. Connexxion. Met busbedrijf Connexxion hebben in de periode november 2021 tot juli 2023 meerdere overleggen plaatsgevonden over de positionering van bushaltes en abri's. 6. Stichting De Nollen.
Stichting De Nollen is bij de diverse bijeenkomsten met de buurt aanwezig geweest. Over de eindverkaveling heeft een separaat overleg met de stichting plaatsgevonden op 3 augustus 2022 en over de uitwerking van de verkaveling met de rol van kunt in/om het gebied op 22 mei 2023 met een vertegenwoordiger van Stichting Sense of Place. 7. Alliander en Gasunie: gelet op de aanwezige kabels en leidingen is met beide partijen overleg gevoerd over de wijze waarop de nieuwe woningen kunnen worden ingepast. Met Alliander heeft afstemming plaatsgevonden op in juli 2023. Met Gasunie heeft overleg plaatsgevonden in augustus 2023. 8. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK): In april 2023 heeft afstemming over het plan plaatsgevonden met HHNK over de voorgenomen wijzigingen van de watergangen en de eisen
36
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Stationsgebied Den Helder Zuid die daaraan worden gesteld, onder andere met betrekking tot de te realiseren duikers. Daarnaast heeft overleg plaatsgevonden over de eventuele compensatie die nodig is door de toename van verharding en bebouwing. 5.2.2
Wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro
Hoewel met de zakelijke stakeholders in het kader van de planvorming al uitgebreid overleg is gevoerd (zie 5.2.1) is het bestemmingsplan overeenkomstig artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) op 15 november 2023 voor advies toegezonden aan de provincie Noord-Holland / Landschap Noord-Holland, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Gasunie, Connexxion/Transdev, Den Helder Airport/Maritiem Vliegkamp De Kooy, Alliander en ProRail. Van Landschap Noord-Holland / provincie Noord-Holland is een geautomatiseerde ontvangstbevestiging ontvangen, geen inhoudelijke reactie Van de Gasunie is een ontvangstbevestiging ontvangen, een inhoudelijke reactie volgt nog. Door Connexxion / Transdev is een verzoek tot overleg gedaan, het is even de vraag of dit het bestemmingsplan betreft of de onderliggende ontwikkeling, proces loopt nog. Van Den Helder Airport / Maritiem Vliegkamp De Kooy is een reactie ontvangen, er zijn geen op/aanmerkingen op het plan. Van Alliander is geen reactie ontvangen. De reacties van het Hoogheemraadschap (HHNK) en ProRail zijn hieronder samengevat en voorzien van een beantwoording. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Beleid Het Hoogheemraadschap verzoekt de tekst over de vigerende wet- en regelgeving rond waterthema's op onderdelen aan te vullen. Naar aanleiding van de opmerking is dit gedaan.
Verharding en bebouwing Het Hoogheemraadschap heeft verzocht om in de tekst duidelijk aan te geven dat de gedempte vierkante meters water 1-op-1 gecompenseerd moeten worden. Daarnaast is verzocht ee n overzicht te geven van de hoeveelheid (m2) extra verharding en extra water, zodat beoordeeld kan worden of er kan worden voldaan aan de compensatie-eis. Naar aanleiding van de opmerking is de toelichting op dit punt aangevuld. Doorstroming De waterlopen langs het spoor vormen één van de belangrijk afvoerroutes richting het Noord-Hollands Kanaal. Met de komst van een nieuwe spoortunnel moet worden nagedacht over hoe deze doorstroming geborgd wordt. In eerdere gesprekken is gesproken over het verleggen van deze waterlopen langs de zuidoostelijke kant van het plangebied en het mogelijk gebruik van siphons. Beide opties zijn echter onvoldoende uitgewerkt om te kunnen beoordelen of deze een plausibele optie vormen. In antwoord daarop kan worden gesteld dat onder de toekomstige tunnelbak siphons komen, maar dat is onderdeel van de tunnelbak. De gemeente loopt hier in het bestemmingsplan op vooruit door aan de zuidzijde van de tunnel twee vijvers te maken, die enerzijdes dienen ter compensatie van het te dempen water, anderzijds een verbinding vormen tussen de sloot langs jhet spoor en het water langs de Waterkeringsweg, zoals eerder is aangegeven als wens van het Hoogheemraadschap.
De vijvers worden door duikers verbonden, met controleputten om de 30 meter, zodat een goede doorstroming richting Noord-Hollandskanaal mogelijk is. De plantoelichting is op dit punt aangevuld. Onderhoud Het Hoogheemraadschap merkt op dat er is nog niet gesproken over hoe onderhoud voldoende geborgd is in de nieuwe situatie. Voor onderhoud is vaak ruimte nodig, daar zijn de tekeningen in het bestemmingsplan nog onvoldoende op beoordeeld. In antwoord daarop kan worden gesteld dat langs de waterlopen steeds voldoende ruimte is voor onderhoud. De exacte uitvoering en profielen van het water volgen bij de uitwerking van de openbare ruimte, waarbij rekening wordt gehouden met onderhoud en benodigde maat. De plantoelichting is op dit punt aangevuld.
Toelichting (vastgesteld)
37
bestemmingsplan Stationsgebied Den Helder Zuid
ProRail Plangebied Naar aanleiding van de reactie van Prorail is het plangebied aangepast aan de noordzijde, zodat de perrons volledig binnen dit bestemmingsplan vallen. Sociale veiligheid Voor de sociale veiligheid van de stationsomgeving is het van belang dat er grondgebonden functies / voorzieningen zijn, zodat de ruimten op begane grond (van de appartementgebouwen) niet alleen uit 'deuren' en ruimtes met dichte gevels bestaat. Dit was een belangrijk onderdeel van wat Prorail / NS hebben ingebracht in de planvorming. In antwoord daarop kan worden gesteld dat er in totaal 60 woningen worden gebouwd in een gebied dat nu nog desolaat is. De appartementen beginnen vanaf een halve verdieping boven het duinmaaiveld en hebben zicht naar alle kanten. Het duinmaaiveld loopt op tot tegen de randen van de parkeerbak. Aan de Nollenzijde is sprake van grondgebonden woningen zonder schuttingen. Percelen van Prorail De percelen van ProRail, alsmede de spoorbaan, dienen door ProRail, haar aannemers of hulpdiensten te allen tijde onbelemmerd toegankelijk te zijn en te blijven met het materieel dat ook momenteel wordt gebruikt voor het uitvoeren van werkzaamheden en in het geval van calamiteiten. Dit geldt ook voor over-/onderbouwingen en/of overkragingen van deze gronden. ProRail verzoekt tevens alle percelen van ProRail te voorzien van de bestemming Verkeer-Railverkeer.
Bestaande rechten op percelen van derden ten behoeve van bereikbaarheid van ProRail assets dienen behouden te blijven. In antwoord daarop kan worden gesteld dat de sloten en het tussengelegen feitelijke station in bezit zijn van Prorail. De rest van de grond is, met uitzondering van een stukje in bezit van Liander, van de gemeente. Op de grond van de gemeente geldt voor de huidige locaties met de fietsenstallingen een opstalrecht voor Prorail. De gemeeente Den Helder heeft intensief contact gehad met Prorail over de nieuwe inrichting, dus dit opstalrecht zal in samenhang hiermee in goed onderling overleg worden verplaatst.
5.3
Ontwerpbestemmingsplan
Het ontwerpbestemmingsplan heeft samen met het ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen, van 30 december 2023 tot en met 9 februari 2024 Een ieder is in deze periode in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen. Er zijn meerdere zienswijzen ingediend die op ondergeschikte punten hebben geleid tot aanpassingen van het bestemmingsplan, zie bijgevoegde Bijlage 15 Nota van beantwoording zienswijzen.
5.4
Financiële uitvoerbaarheid
De voorgestelde bestemmingsplanherziening maakt het mogelijk woningbouw en een herinrichting van het stationsgebied te realiseren. De gemeente is eigenaar van nagenoeg het gehele terrein. Aan de zijde van het NNN-gebied De Nollen vindt een kleine grondruil plaats met Landschap Noord-Holland. Hierover is overeenstemming bereikt. Dit heeft tot gevolg dat de financiële regie via een gemeentelijke grondexploitatie loopt. De grondexploitatie bevat onder andere kosten voor het bouw- en woonrijp maken en de gemeentelijke plankosten. Dekking van de kosten vindt plaats door verkoop van de kavels. Er is sprake van een sluitende exploitatie., dit houdt in dat de kosten worden gedekt door de opbrengsten van de kavelverkoop. Derhalve kan gesteld worden dat het bestemmingsplan financieel-economisch uitvoerbaar is. Via de grondprijs is het kostenverhaal in het ontwikkelingsgebied anderszins verzekerd en hoeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan geen exploitatieplan als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening te worden vastgesteld.
38
Toelichting (vastgesteld)