CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

stand van zaken klimaatakkoord gebouwde omgeving jan 2021.pdf

Raadscommissie Stadsontwikkeling en Beheer 3 maart 2021, gemeente Den HelderBij agendapunt: 5: Transitievisie warmte6.653 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

> Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag

Gemeente Den Helder (NH) College Burgemeester en Wethouders Postbus 36 1780 AA DEN HELDER

Directoraat-Generaal Bestuur, Ruimte en Wonen Directie Bouwen en Energie Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.linkedin.com/company/ ministerie-van-bzk

Kenmerk 2020-0000727941

Datum

12 januari 2021

Betreft

Stand van zaken Klimaatakkoord Gebouwde omgeving

Bijlage(n) 1

Geacht College, Samen staan we voor de klimaat- en energietransitie in de gebouwde omgeving. Een complexe en uitdagende opgave. Sinds de vaststelling van het Klimaatakkoord in juni 2019 is er veel in gang gezet. We zijn gestart met gemeentelijke proeftuinen aardgasvrije wijken, de startmotor warmte en renovatieversneller voor corporaties is in werking gezet, het Nationaal Warmtefonds voor financiering van eigenaar-bewoners is operationeel, de concept RES-sen zijn opgeleverd en ook de eerste transitievisies warmte zijn reeds vastgesteld. Maar er zijn ook randvoorwaarden waaraan nog volop wordt gewerkt, zoals de standaard en streefwaarden voor woningisolatie en de wettelijke bevoegdheden voor de wijkaanpak. Kortheidshalve verwijs ik voor een uitgebreider overzicht van de stand van zaken naar de Kamerbrief die ik heb gestuurd naar aanleiding van 1 jaar Klimaatakkoord voor de gebouwde omgeving.1 We zijn samen op weg en boeken goede voortgang, maar kunnen ook constateren dat de praktijk weerbarstig is. Het draagvlak voor de transitie is geen gegeven, maar moet steeds opnieuw verdiend worden. In gesprekken die ik heb gehad met medeoverheden, wethouders en vertegenwoordigers van verhuurders en eigenaar-bewoners hebben zij aangegeven dat zij zich hierover zorgen maken.

Betaalbaarheid zien zij als de belangrijkste randvoorwaarde voor het draagvlak en voor het starten van de wijkgerichte aanpak. Hier ligt dus een belangrijke gezamenlijke uitdaging voor de komende tijd. De transitie moet haalbaar en betaalbaar zijn, want zonder draagvlak in de eerste aardgasvrij wijken kunnen we niet verder met de wijkgerichte aanpak. De transitie in de gebouwde omgeving is een complexe en uitdagende opgave die we alleen gezamenlijk als overheden, schouder aan schouder, en in nauwe samenwerking met burgers en bedrijven, tot een succes kunnen maken. Dit 1

https: //www. rijksoverheid. nl/documenten/kamerstu kken/2020/09/28/kamerbrief-overstand-van-zaken-klimaatakkoord-gebouwde-omgeving Pagina 1 van 11

Directoraat-G eneraal Bestuur, Ruim te en W onen

Directie Bouwen en Energie

vraagt om een helder en ook gemeenschappelijk verhaal. Een verhaal dat we samen vertellen en in de loop van tijd samen verder ontwikkelen. We moeten daarbij ook durven laten zien dat we nog niet alles weten. We kunnen het pad tot 2050 nog niet helemaal uittekenen.

Kenmerk 2020-0000727941

Ik ga hieronder in op de vier elementen die van cruciaal belang zijn bij de energietransitie in de gebouwde omgeving: 1 2 3 4

De gemeentelijke regierol De betaalbaarheid De ondersteuning van gemeenten De wettelijke bevoegdheden in Omgevings- en Warmtewet

1

De gemeentelijke regierol

Hoofdboodschap alle wijken worden aardgasvrij AIie wijken worden aardgasvrij richting 2050. Dat is en blijft de hoofdboodschap. Vanuit uw gemeentelijke regierol geeft u hier uitwerking aan. U bent voortvarend gestart met de transitievisie warmte, weike vervolgens wordt geconcretiseerd in het uitvoeringsplan en het omgevingsplan. In de transitievisie warmte beschrijft u in welke wijken u voor 2030 aan de slag wilt gaan richting aardgasvrij en welke alternatieven voor aardgas daar kansrijk zijn. In het uitvoeringsplan werkt u dit concreet uit en beschrijft u op welk duurzaam alternatief deze wijken overgaan en per wanneer, en welke maatregelen nodig zijn om tot de gewenste situatie te komen. Het omgevingsplan zal de uitwerking van het uitvoeringsplan in juridische regels bevatten. Na het vaststellen van het uitvoeringsplan en het wijzigen van het omgevingsplan kan de uitvoering echt van start. Wijkgerichte aanpak bij stads- en dorpsvernieuwing of vervanging van de infrastructuur Een wijkgerichte aanpak ligt in de rede als grotere infrastructurele aanpassingen moeten worden gedaan. Dit is bijvoorbeeld aan de orde in wijken waar het aardgasnet vervangen moet worden, waar het elektriciteitsnet wordt verzwaard of waar warmtenetten worden aangelegd of uitgebreid. Maar ook de vervanging van het riool kan een aanleiding zijn.

Om overlast voor bewoners en omgeving te beperken, is het dan logisch om te kiezen voor het direct aardgasvrij maken van alle woningen en andere gebouwen in de wijk, zodat de wijk niet twee keer op de schop moet. Ook kan wijkgericht te werk worden gegaan in wijken waar sprake is van stadsof dorpsvernieuwing. Omdat dergelijke wijken weer vele tientallen jaren mee moeten kunnen, ligt het voor de hand dit op een duurzame manier te doen en de wijk direct ook aardgasvrij of aardgasvrij-ready te maken. Dat laatste is relevant indien er nog geen duurzame warmteopties beschikbaar zijn tegen aanvaarbare condities. Stapsgewijze aanpak bij het ontbreken van duurzame en betaalbare alternatieven

Pagina 2 van 11

Directoraat-G eneraal Bestuur, Ruim te en W onen

Directie Bouwen en Energie

Na het Klimaatakkoord is het beeld ontstaan dat alle wijken in één keer aardgasvrij moeten worden. Dat hoeft niet altijd. De gebouwisolatie, de aanleg van de nieuwe infrastructuur door netbeheerders of warmtebedrijven en de omschakeling naar duurzame warmtebronnen hoeven niet op één en hetzelfde moment plaats te vinden. Ook een stapsgewijze aanpak richting aardgasvrij kan voor bepaalde wijken onderdeel uitmaken van de transitievisie warmte. Dit geldt vooral voor wijken waar wel een grote en gelijksoortige verduurzamingsopgave ligt, maar nog geen duurzame en betaalbare alternatieven voor aardgas beschikbaar zijn. Daar kan worden gekozen voor een strategie gericht op collectieve aanpak van isolatie van nu nog slecht geïsoleerde woningen. Bij een dergelijke collectieve aanpak kan tot 2030 veel CO, worden bespaard. Door de collectiviteit en schaalgrootte in inkoop en ontzorging kunnen de kosten worden verlaagd en daarmee de betaalbaarheid worden vergroot. Uiteraard moet een dergelijke stapsgewijze aanpak wel spijtvrij zijn en passen in het eindbeeld van aardgasvrij richting 2050.

Kenmerk 2020-0000727941

Daarnaast merk ik graag op dat ook de verduurzaming van de utiliteitsbouw, waaronder het maatschappelijk vastgoed, de aanjager kan zijn voor de verduurzaming van de andere gebouwen en woningen in een wijk. Bijvoorbeeld als grote warmtevrager en/of warmteleverancier in de wijk of door de uitwisseling van warmte tussen utiliteitsgebouwen en woningen. Bij maatschappelijk vastgoed kan de gemeente daar via haar eigen bezit mogelijk ook een sturende rol in spelen. Het kan daarom opportuun zijn dit element mee te nemen in uw transitievisie warmte. Al is 2050 nog ver weg- onze doelen zijn alleen te halen als we het werk spreiden over de 30 jaren die nog resten. En het doel van 1,5 miljoen via de transitievisies warmte verduurzaamde woningen en andere gebouwen in 2030 is alleen te halen als we nu ook aan de slag gaan in die wijken waar nog geen zeker warmtealternatief is. Verduurzaming op natuurlijke momenten in het individuele spoor Daarnaast zullen bewoners ook via het individuele spoor gestimuleerd worden op natuurlijke momenten van onderhoud, renovatie, verbouwing of vervanging van installaties tegelijk te verduurzamen en zich voor te bereiden op een alternatieve warmtevoorziening zonder aardgas.

Daarbij is het belangrijk dat eigenaarbewoners en verhuurders zo snel mogelijk helderheid krijgen over de te verwachten warmteoplossing voor de wijk en de standaard en streefwaarden voor woningisolatie. Hierdoor krijgen ook al diegenen, die tot 2030 niet onder de wijkaanpak vallen, perspectief op wat zij zelf al spijtvrij kunnen doen op weg naar aardgasvrij. Daarmee kan het werk in de wijkaanpak na 2030 worden verlicht en ondersteund. De woningen die al eerder op natuurlijke momenten aardgasvrij (ready) zijn gemaakt, kunnen als referentie en voorbeeld dienen voor degenen die deze stap nog moeten maken in de wijkgerichte aanpak. Nationaal Isolatieprogramma Tijdens de algemene politieke beschouwingen in 2020 is de motie Segers/Klaver aangenomen (Kamerstukken II 2020/21, 35570, nr. 26) die vraagt - binnen de bestaande regelingen - een Nationaal Isolatieprogramma te ontwerpen, dat Pagina 3 van 11

D irecto raat-G e ne raa l Be stu u r, R u im te en W o ne n

Directie Bouwen en Energie

laagdrempelig toegankelijk is. Ik geef daarbij de komende periode, samen met VNG en andere stakeholders, invulling aan. 2

Kenmerk 2020-0000727941

De betaalbaarheid

Het is belangrijk dat de bewoners in de eerste wijken die aardgasvrij worden, goed ondersteund worden. We moeten voorkomen dat zij het kind van de rekening worden en dat de transitie hen in financiële problemen brengt. Dat zou ook het draagvlak ondermijnen voor de volgende wijken. Ook voor de wijken die de komende jaren aardgasvrij worden gemaakt, dient de aanpak uiteraard al betaalbaar en haalbaar te zijn. Woonlastenneutraliteit is het uitgangspunt Woonlastenneutraliteit is daarbij het uitgangspunt. Dat kan, zoals we in het Klimaatakkoord hebben opgenomen, als we de kosten van opschaling via aanboden vraagbundeling, digitalisering en innovatie laten dalen en met betere financiering ervoor zorgen dat voor het overgrote deel van de bewoners de maandlasten van de lening die je aangaat voor de verbouwing niet hoger zijn dan het voordeel dat je op je energierekening boekt. Waar dat niet lukt, zullen we met gerichte ondersteuning moeten komen. Dat is geen project van enkelen maar van ons allemaal. Inmiddels is een aantal belangrijke stappen gezet om woonlastenneutraliteit voor de meest kwetsbare groepen te borgen. In het Sociaal Huurakkoord is afgesproken dat bij verduurzaming de gemiddelde reële besparing op de energierekening niet lager is dan de stijging in huur of servicekosten bij renovatie.

Hiermee verwachten Aedes en de Woonbond dat huurders er bij verduurzaming op vooruit gaan, doordat de woonlasten dalen. Voor eigenaarbewoners zonder leenruimte wordt in de eerste helft van 2021 geregeld dat zij woonlastenneutrale financiering kunnen krijgen via het Nationaal Warmtefonds. Er komt voor deze groep een energiebespaarhypotheek waarbij wordt betaald naar draagkracht, waarbij mensen zonder leenruimte geen maandelijkse financieringslasten hebben en waarbij wordt zeker gesteld dat aan het einde van de looptijd geen restschuld overblijft. Daarnaast is er voor iedereen subsidie beschikbaar voor de aansluitkosten bij de overstap naar een warmtenet, voor isolatiemaatregelen en warmtepompen. En is er via het Nationaal Warmtefonds voor iedereen aantrekkelijke financiering beschikbaar met een lange looptijd en lage rente (looptijd van 20 jaar tegen 2% rente), waardoor de maandelijkse financieringslasten voor investeringen in verduurzaming dalen en woonlastenneutraliteit voor een groter deel van de maatregelen bereikt kan worden. De overstap naar aardgasvrij zal echter op dit moment in veel gevallen (nog) niet woonlastenneutraal zijn.

Dat heeft mede te maken met de daling van de gasprijzen (waardoor de terugverdientijden van investeringen langer worden), de schuif in de energiebelasting die nog niet volledig is geëffectueerd en de kostenreducties die in de komende jaren nog moeten worden gerealiseerd. Een betaalbare transitie is ook geen gemakkelijke opgave. In de komende maanden Pagina 4 van 11

D irectoraat-G en e raal Be stuur, R uim te en W o ne n

Directie Bouwen en Energie

zal ik samen met u het gesprek blijven voeren over hoe wij dit met elkaar kunnen oppakken, en hoe we de bestaande instrumenten en middelen wellicht nog slimmer en effectiever kunnen inzetten, zodat de wijkgerichte aanpak door kan.

Kenmerk 2020-0000727941

Ik heb in de bijlage een overzicht opgenomen van de verschillende regelingen en subsidies vanuit het Rijk ten behoeve van de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Veel van deze regelingen en subsidies zijn inmiddels operationeel en beschikbaar. Het betreft een zeer breed pallet aan ondersteunende rijksmaatregelen met een ruim budgettair beslag voor de komende jaren. In combinatie met provinciale en lokale regelingen wordt daarmee een veelvoud aan investeringen in de verduurzaming in de gebouwde omgeving gerealiseerd in de komende jaren. Gebouwgebonden financiering In het Klimaatakkoord is afgesproken dat ook gebouwgebonden financiering (met andere woorden, een overdraagbare energiebespaarlening) beschikbaar wordt gemaakt. In de uitwerking is helaas echter gebleken dat dit niet leidt tot een aantrekkelijk financieel product dat door banken kan worden aangeboden. Dit komt doordat het element van overdraagbaarheid het product complexer maakt, hetgeen tot hogere ontwikkel- en operationele kosten, een hoger renterisico en daardoor tot een duurder product leidt dan een hypotheek of energiebespaarlening via het Nationaal Warmtefonds. Ik ben daarom tot de conclusie gekomen dat de verdere ontwikkeling en aanbieding van de gebouwgebonden financiering (vooralsnog) in het publieke domein moet plaatsvinden.

Ik heb het Nationaal Warmtefonds daarom gevraagd te bezien onder welke voorwaarden zij gebouwgebonden financiering kunnen ontwikkelen en aanbieden. Want hoewel een dergelijk product de betaalbaarheid niet verbetert (de maandlast is vergelijkbaar met andere langlopende leningen met lage rentes), kan het wel een psychologische belemmering wegnemen bij degenen die mogelijk willen verhuizen of verkopen voordat de investering in de verduurzaming is terugverdiend. Het is immers nog niet zeker dat dergelijke investeringen zich nu al volledig in de toename van de woningwaarde laten terugverdienen. Laagste nationale kosten en eindgebruikerskosten Daarnaast werk ik aan het inzichtelijker maken van de kosten van de transitie voor de samenleving als geheel én voor huishoudens. In de vernieuwde Startanalyse van de Leidraad die op 3 september jl. voor alle gemeenten beschikbaar is gekomen, is inzichtelijk gemaakt wat voor de verschillende strategieën (all-electric, lage en hoge temperatuur warmtenetten, groen gas, waterstof) de kosten van verduurzaming zijn voor de samenleving als geheel (de nationale kosten). In samenwerking met de VNG en het ministerie van EZK laat ik op dit moment door PBL en TNO een onderzoek uitvoeren naar de eindgebruikerskosten, waarbij onderscheid wordt gemaakt naar woningtype, verbruiksklasse en alternatief voor aardgas.

Dit onderzoek zal het inzicht vergroten in de kosten voor eigenaar-bewoners en andere eindgebruikers. Op basis van landelijke én lokale gegevens kunt u dan die wijken selecteren waar de transitie vanwege de lage nationale kosten en relatief lage kosten voor de eindgebruikers een grotere kans van slagen heeft. Het is cruciaal de wijken waar we als eerste beginnen en de aanpak die in deze wijken wordt toegepast Pagina 5 van 11

Directoraat-G eneraal Bestuur, Ruim te en W onen

Directie Bouwen en Energie

weloverwogen te kiezen en daarbij ook de bewoners zelf te betrekken. De ontwikkeling van en besluitvorming over de transitievisie warmte kan daarvoor goed als startpunt dienen.

Kenmerk 2020-0000727941

Gemeenschappelijke uitgangspunten in de berekeningen In het onderzoek naar de eindgebruikerskosten zijn uitgangspunten vastgesteld op basis waarvan de berekeningen worden gemaakt. Die uitgangspunten ( o.a. rekenrentes, gasprijzen, kostenkengetallen) zijn wellicht ook nuttig voor uw eigen berekeningen en gesprekken met bewoners. Gemeenten zijn, via informatiesessies georganiseerd door de VNG, betrokken bij het onderzoek en de ervaringen van gemeenten met het gebruik van de resultaten zullen worden gebruikt voor eventuele toekomstige updates. Ik hecht veel waarde aan dit proces en aan de uitkomsten, al zijn deze op modellen gebaseerd en kunnen proposities in de markt daar in negatieve dan wel positieve zin van afwijken. Ik verwacht de uitkomsten begin 2021 met u te kunnen delen, inclusief een beter inzicht in die marktproposities en een eerste indicatie van de wijze waarop kan worden omgegaan met de stijging van de woningwaarde. Naast het uitvoeren van de afspraken omtrent betaalbaarheid en het inzichtelijk maken van de kosten voor de eindgebruiker, wordt in interdepartementaal verband nagedacht over mogelijke plannen voor het volgende Kabinet.

Hierin spelen de financiële ondersteuning van de bewoners in de eerste wijken die aardgasvrij worden, de kosten voor de afbouw van het gasnet (waaronder het verwijderen van gasaansluitingen) en de recent aangenomen motie2 in de Tweede Kamer over woonlastenneutraliteit een belangrijke rol. 3

De ondersteuning van gemeenten

Leidraad als hulpmiddel bij de transitievisies warmte Eind 2021 dienen de transitievisies warmte gereed te zijn. Die transitievisies laten zien in welke wijken en wanneer de gemeente samen met de bewoners en andere stakeholders aan de slag gaat om ze aardgasvrij te maken (of daarop voor te bereiden, bijvoorbeeld door een programma van grootschalige woningisolatie) en welke alternatieven voor aardgas daarvoor het meest kansrijk lijken. Dat is een eerste schakel in de besluitvorming, op weg naar uitvoeringsplannen en het omgevingsplan die het daadwerkelijke startmoment zijn voor de aanpak van de wijk. Om op de. groene startknop te kunnen drukken, dient onder meer duidelijk te zijn wat de financiële gevolgen zijn voor eindgebruikers en hoe haalbaarheid en betaalbaarheid zijn geborgd. Dat is nodig voor een duidelijk verhaal naar de bewoners en voor het verwerven van draagvlak. We proberen u daar op verschillende manieren bij te ondersteunen. In de eerste plaats hoop ik dat u voor uw planvorming nut ondervindt van de Leidraad - die bestaat uit een Startanalyse door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en een Handreiking voor lokale analyse, die beschikbaar is gesteld door het Expertise Centrum Warmte (ECW). Deze Leidraad is een hulpmiddel voor de te maken analyses en afwegingen. Het kan daarbij gaan om een warmtevoorziening met individuele elektrische

Kamerstukken II 2020/21, 32813,

nr. 601 Pagina 6 van 11

D ire ctoraat-G e ne raa l Be stu ur, R u im te en W o ne n

Directie Bouwen en Energie

warmtepompen, met collectieve warmtesystemen, met duurzaam gas of een combinatie van technieken (hybride opties).

Kenmerk 2020-0000727941

Waterstof en groen gas veelal geen realistische optie In de vernieuwde Leidraad is een extra isolatieniveau doorgerekend voor de strategievarianten waarbij sommige woningen bij een lager isolatieniveau toch comfortabel verwarmd kunnen worden en is tevens een waterstofstrategie toegevoegd. Ik begrijp dat de uitkomsten die de Startanalyse geeft door het toevoegen van waterstof tot lastige discussies kunnen leiden. Graag wil ik nogmaals benadrukken dat waterstof en groen gas zeker tot 2030 geen significante rol zullen kunnen spelen in de verduurzaming van de gebouwde omgeving. De prijs en beschikbaarheid van waterstof en groen gas zijn zeer onzeker, waardoor waterstof en groen gas ook na 2030 voor de gebouwde omgeving naar verwachting alleen een logische optie zijn als er geen andere reële warmtealternatieven voorhanden zijn. Waterstof zal in eerste instantie ingezet worden voor de zware industrie en zwaar vervoer, omdat hiervoor geen goede alternatieven voorhanden zijn. Voor groen gas geldt dat het nu lastig is om al toekomstbestendig groen gas te alloceren aan bepaalde wijken. In lijn met de Routekaart Groen Gas ligt het daarom voor de hand om de warmtetransitie niet te beginnen met het inzetten van groen gas.

Isolatie en hybride warmteoplossingen goed alternatief waar duurzame en betaalbare alternatieven niet beschikbaar zijn U kunt dus besluiten om de transitie te starten in de wijken waarvoor nu al een duurzame warmtevoorziening voorhanden is. In andere wijken, waar dat niet het' geval is, kunt u inzetten op verduurzaming middels isolatie en/of hybride warmtepompen. Dat kan zowel via een collectieve als individuele aanpak, afhankelijk van de aard en samenstelling van de wijken. Het ECW zal in overleg met het PBL, VNG en het Rijk een nadere duiding geven aan de beschikbare informatie en de interpretatie daarvan. Ondersteuning via ECW en de Regeling Extern Advies Warmtetransitie Naast ondersteuning voor het ECW kunt u gebruik maken van de Regeling Extern Advies Warmtetransitie3, die op 1 juni 2020 is opengesteld. Gemeenten kunnen hiermee financiële ondersteuning ontvangen voor het inkopen van de benodigde externe expertise. Mocht u daaraan behoefte hebben dan staat het ECW u hier met raad en daad bij. Ondersteuning via het programma aardgasvrije wijken Ondersteuning wordt u ook geboden via het programma aardgasvrije wijken (PAW 4). In dit kader wordt in de gemeentelijke proeftuinen ervaring opgedaan met de wijkgerichte aanpak en de verschillende technieken en werkwijzen die daarbij ingezet kunnen worden. Belangrijke aandachtspunten zijn initiatief,

3 Staatscourant nr. 28715, 26 mei 2020; www.expertisecentrumwarmte.nl/extern+advies+warmtetransitie 4 Zie www.aardgasvrijewijken.nl.

Pagina 7 van 11

Directoraat-G eneraal Bestuur, Ruim te en W onen

Directie Bouwen en Energie

participatie en draagvlak van bewoners5 en hoe deze aanpakken naar de toekomst toe opgeschaald kunnen worden en verbonden kunnen worden met andere fysieke en sociale opgaven in de wijk. Via het Kennis- en Leerprogramma aardgasvrije wijken worden de proeftuinen ondersteund en de geleerde lessen gedeeld met alle gemeenten.

Kenmerk 2020-0000727941

Ondersteuning via verbinding met uitvoeringspraktijk Naast ondersteuning via het ECW en het PAW wijs ik u in dit verband graag op drie loketten die u kunnen helpen om vroegtijdig, al in de planvormende fase, verbinding te leggen met de uitvoeringspraktijk: 1. Uptempo! In de markt worden, mede in het kader van de succesvolle meerjarige missiegedreven innovatieprogramma's (de MMIP's), innovatieve concepten ontwikkeld die in de transitie kunnen worden toegepast om tot versnelling en opschaling te komen. De TKI Urban Energy en de TKI CLICKNL hebben samen het loket Uptempo! ingericht zodat u makkelijker toegang heeft tot deze innovatieve marktconcepten: www.topsectorenergie.nl/urbanenerqy/innovatieprogramma/uptempo 2. De Renovatieversneller. Woningbouwcorporaties en andere grote verhuurders zijn mede aanjagers van de transitie in uw gemeente. Door de vraag corporatie overstijgend te bundelen en gezameniijk aan te besteden, kunnen leveranciers uiteindelijk sneller, beter en betaalbaarder leveren en kunnen corporaties kosten besparen. De Renovatieversneller helpt hierbij door middel van een ondersteuningsprogramma en een subsidieregeling: www.derenovatieversneller.nl. 3. Community of Practice (CoP) ontzorging. U als gemeente bepaalt hoe u, in samenwerking met de marktpartijen, de uitvoering in uw wijken wilt vormgeven en de klantreis van uw bewoners wilt ondersteunen.

Afhankelijk van de samenstelling van de wijk of van het gekozen alternatief voor aardgas is meer of minder publieke regie op de uitvoering gewenst. Via onder andere de gemeentelijke energieloketten, kunt u informeren en adviseren over te nemen maatregelen (zie hiervoor ook www.verbeterjehuis.nl), intensiever voorlichting geven, ontzorgende marktpartijen vooraf contracteren (bijvoorbeeld via een concessiemodel) om de uitvoering in een wijk op zich te nemen, of de regie op volledig publieke wijze in te richten. Inzet is tot enkele beproefde aanpakken te komen om als gemeente in samenwerking met marktpartijen een ontzorgend aanbod tot stand kunt brengen voor bewoners in een wijk. Eén ervan is de aanpak voor 'publieke ontzorging' die De Bouwagenda afgelopen jaar uitwerkte en vanaf 2021 in een viertal gemeenten in de praktijk wordt gebracht en doorontwikkeld. Publiek-private samenwerking bij het realiseren van een ontzorgend aanbod is bovendien één van de speerpunten binnen de community of practice ontzorging die onlangs is opgericht. Ter ondersteuning is in het najaar een eerste marktinventarisatie van ontzorgingsinitiatieven gemaakt die in 2021 wordt herhaald en uitgebreid. (Zie www.ontzorginqsaanbod.nl.) Financiële ondersteuning 5 Zie de Handreiking Participatie Wijkaanpak:

www.aardgasvrijewijken.nl/hand rei kingpartici pat ie Pagina 8 van 11

Di rectoraat-G e ne raal Bestuu r, R uim te en W o ne n

Directie Bouwen en Energie

Ik besef dat het vormgeven van de energietransitie in de gebouwde omgeving nieuwe taken met zich meebrengt, die veel van u vergen. Voor het opstellen van de eerste transitievisies warmte hebben alle gemeenten een bijdrage van ruim 200.000 euro ontvangen conform de afspraken in het Klimaatakkoord.

Kenmerk 2020-0000727941

Het is van belang dat u ook in de toekomst adequate financiële ondersteuning krijgt voor de taken die de energietransitie met zich meebrengt. Ik heb de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) gevraagd mij te adviseren over de impact van het Klimaatakkoord op de uitvoeringslasten van decentrale overheden. Ik verwacht het advies begin 2021 openbaar te kunnen maken. Een deelonderzoek door AEF is inmiddels openbaar gemaakt. Op basis van dit advies zal, naar verwachting als onderdeel van de Kabinetsformatie en een regeerakkoord, besluitvorming onder een volgend Kabinet plaatsvinden. 4

De wettelijke bevoegdheden in Omgevings- en Warmtewet

Bevoegdheden gemeenten Hoewel het afgelopen jaar hard is gewerkt aan het realiseren van de randvoorwaarden die vervuld moeten zijn om de doelen in 2030 te kunnen halen, is er ook nog veel werk te doen. Graag had ik bijvoorbeeld al een wetsvoorstel in procedure gebracht, waarmee bevoegdheden voor gemeenten worden geregeld. Echter, dit vraagt meer tijd en zorgvuldiger afweging- mede naar aanleiding van de politieke discussie die is ontstaan over de aanvraag van de gemeente Utrecht voor een experiment onder de Crisis- en herstelwet (Chw). De verwachting is dat . dit wetsvoorstel onder een volgend Kabinet in procedure zal worden gebracht. Transitievisie warmte als programma onder de Omgevingswet Ik heb in mijn brief van 28 september 20206 aangegeven dat er een wetsvoorstel in procedure wordt gebracht waarmee de transitievisie warmte wettelijk wordt verankerd als programma onder de Omgevingswet. Gemeenten hoeven daar niet op te wachten. Nu de Omgevingswet op 1 januari 2022 in werking treedt, doen gemeenten er verstandig aan om al zoveel mogelijk het instrumentarium in de Omgevingswet toe te passen zodat na inwerkingtreding van de Omgevingswet de borging van de transitievisie warmte en uitvoeringsplannen daarin soepel verloopt. Om ondanks het ontbreken van deze wettelijke verankering een goede start te kunnen maken, duid ik enkele elementen nader.

Gelet op het belang van een goede borging van de positie van bewoners en belanghebbenden adviseer ik u, zoals opgemerkt, om de transitievisie warmte vorm te geven als een (wettelijk geregeld) programma uit de Omgevingswet. Daarmee wordt gewaarborgd dat de gemeente, onder andere door toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen in een vroegtijdig stadium betrekt bij de voorbereiding, zoals gebruikelijk is bij vergelijkbare overheidsbesluiten.

6

Kamerstukken II 2020/2021, 32813, nr. 570

Pagina 9 van 11

Directoraat-G eneraal Bestuur, Ruim te en W onen

Directie Bouwen en Energie

Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet kunt u op grond van de autonome bevoegdheid van gemeenten tot het vaststellen van beleidsplannen ook de transitievisie warmte vaststellen. Nadien kunt u dat doen als programma onder de Omgevingswet. Als een transitievisie warmte wordt vastgesteld die voldoet aan de eisen onder de Omgevingswet krijgt het document dezelfde status als een document dat op grond van de Omgevingswet is vastgesteld. Dat is belangrijk omdat op deze basis uitvoeringsplannen en uiteindelijk een omgevingsplan worden vastgesteld, dat vatbaar is voor beroep.

Kenmerk 2020-0000727941

Mogelijkheid tot aanvragen van een experiment Vooruitlopend op de gemeentelijke bevoegdheden heeft u de mogelijkheid om een experiment aan te vragen waarmee wijken al aardgasvrij gemaakt kunnen worden. Daarover zal overigens veelal nog wel overleg over plaatsvinden met de Tweede Kamer op basis van Algemene maatregel van bestuur waarin de experimenten worden beschreven. Het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte is hierin op dit moment een belangrijk instrument. Tot inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn experimenten mogelijk op basis van de Crisis- en herstelwet, daarna kan geëxperimenteerd worden op basis van de experimenteerbepaling in de Omgevingswet. 7 Wetsvoorstel Collectieve Warmtevoorziening Een ander belangrijk wetstraject dat u de noodzakelijke bevoegdheden geeft, is het wetsvoorstel Collectieve Warmtevoorziening van de minister van Economische Zaken en Klimaat, waarmee de huidige Warmtewet wordt vervangen. De aanpassing van het regelgevend kader is erop gericht om ambities uit het Klimaatakkoord rond duurzame warmte en de benodigde infrastructuur waar te maken. Meer specifiek zien de nieuwe regels op (1) de groei van collectieve warmtesystemen door nieuwe spelregels, (2) meer transparantie in de tariefstelling, (3) het aanscherpen van vereisten voor leveringszekerheid en (4) het zeker stellen van eisen aan de verduurzaming.

De internetconsultatie van de Wet Collectieve Warmtevoorziening heeft inmiddels.plaatsgevonden. In nauw overleg met VNG en vertegenwoordigers van de gemeenten worden specifieke aandachtspunten die u in de consultatie naar voren heeft gebracht zo goed en volledig mogelijk betrokken bij de definitieve vormgeving van de wet. Het aangepaste wetsvoorstel is onlangs voor interbestuurlijke toetsing opnieuw voorgelegd aan de medeoverheden.

Slot We hebben gezamenlijk een goede start gemaakt met de klimaat- en energietransitie in de gebouwde omgeving, maar er liggen ook nog grote uitdagingen voor ons. Die uitdagingen kunnen we samen aan, maar dat vraagt dat we samen optrekken, elkaar op de hoogte houden van de vorderingen, risico's en problemen, en dat we ook de successen delen met elkaar. Het is daarom goed dat we hebben afgesproken de samenwerking op al deze aspecten verder te intensiveren. 7

https://www .aa rdgasvrijewijken. n I/vraag +en +antwoord/faqs/ 17+welke+jurid ische+ moge I ij kheden+heeft+en+krijgt/default.aspx Pagina 10 van 11

D irectoraat-G eneraal Bestuur, Ruim te en W onen

Directie Bouwen en Energie

U heeft ook benadrukt dat we een helder en gemeenschappelijke verhaal moeten vertellen over de energietransitie in de gebouwde omgeving. De hoofdboodschap is dat alle wijken voor 2050 aardgasvrij worden, en dat wachten op waterstof en groen gas voor wijken waar andere warmteoplossingen nu al mogelijk zijn, geen optie is. Een tweede hoofdboodschap is dat we de transitie zo gaan doen dat het voor iedereen haalbaar en betaalbaar is. Dat kan alleen als we starten waar het aardgasnet vervangen moet worden en waar duurzame alternatieven beschikbaar zijn, waar de nationale kosten en ook de eindgebruikerskosten het laagst zijn en waar de voordelen van verduurzaming en de daaraan gekoppelde verbetering van de woon- en leefomgeving voor bewoners het grootst is.

Kenmerk 2020-0000727941

Door samen op te trekken en samen met onze bewoners en stakeholders in de komende jaren verstandige keuzes te maken in waar we starten en welke aanpak we kiezen, kunnen we draagvlak ontwikkelen en behouden. Ik hoop daar samen met u de komende tijd verdere stappen in te kunnen zetten.

Hoogachtend, de minister

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Pagina 11 van 11

u c

«'-

o

@

7 o o O

9 QJ

E g5 , ° cc c a» ,

5

36O

g »

d»

do

o

(IJ (IJ

G

C 0

± @g

E QJ

E QJ

(IJ

C

)

:'2

i': rn 0 EC0

3

o G C QJ i

@

do

-.

N

@

n @ @

~~

@

O

2

;

4-3

&le

-

0)

O o o u- o o o > t c uu t' r- E- z O

t

O

E;

O

oC o c

G-

O

O C

e

"" N

-

C (IJ

C 0

>

>N

l • @)

NJ uJ

co

> GJ

(IJ

..0

eg ov ge

e;3

n O (I (I

@

i

"0

3:

o6 L i.

QJ

a

0

0

O C

> o o NI (J

3

+

.QJ

o

C )

O

o

I O

0)

(I

.I

ö

0

o

n

(J

0

@5 tll) !l'

# ó

5

4

Go

>

n -o

9g e

(IJ

0

>

C

e

C

@

o o

0

a 5

ge

9

b

C

C

0

QJ

.@»

2 8g

c

C 0

o

E

(IJ

2

C 0 0

c

QJ

5z

ëij

(IJ

~

!

O

i 3

o

QJ

€

O

0)

e

£

O

>

kl.

C 0

C

@)

o c

s

0 0

> 0

0)

0)

€

>

0 0

C

@)

»

@)

r

~-

C 0

c

a)

C

@)

>

Lu)

Lu >

>

O 0

(IJ

E

0

.E0

@

0 0

QJ

-

• >

po !

uJ

uJ

>>

>

QJ

O

)-

3 C _c

to

0)

c, 2>

o c

(lJ

e

6 (lJ

~3

:,=;

(lJ

o o

.

n

(IJ

L QJ

0

QJ

-f

O

0

g

@

QJ

L @

O

> ?

3 QJ v,

O 0

o c

(lJ

±

a» •

:::J

# ±2

E >

eg

r

.0

2

@ a

(lJ

c

-s (IJ

U

·c:

± (IJ

a (IJ

U

0

c

O

@)

(lJ

O

o G o

) n o,o >-1 3

·.:: 1

oc

u

u n

n

0

o :::J n

Ll...

c

r

>

0

0

»

3

0

n n

I )

00

E # r ro

z

@)

>

Lul

tl{)

o

•

0

LI

O «--

O

gE

0

@»

3 3

o

0

@)

(lJ

·.::

8%

o % 2

o

E

C C

3

-

ttl)~ o £ d

3Ȉ 6

2 g

@

u)

.§ ~-

aE

0

O.

n ( 3± uI 3 g @%ê .a O

- 3£ls d)

DU ro

»s

c

0)

c O

NI

n u I

@

a

0)

53 • g

5

ói

a)

o n o n

-

g

62o

(lJ

.po

(lJ

~-

0 O

u u

a

o Z

bD 0)

LL-

uJ

z

0 LI

r.

r

0 C

Eu

Vl

ëij

cv

£

32 ? @

r.

@

> a

ato

0)

r.

uJ

a

<£

0

c

·= c

) U

0

£

~

g »

c

>o (lJ 6 C :::J

0 tl{)

DO

o a»

±z 0)

O

(IJ

(IJ

a) (lJ

:::J

> -- > QJ

r > or.

a

..0 U • (IJ

s

@ @»

5> (IJ

..0

X (IJ

2 Z 0 8z o uI @5 »

gg ;

..0

Q£)

v

)

% g a 5 o

I (IJ O

.!:

>

c aîC

u

C

le

)

G

QJ

O

0 0

3

} u

QJ

(IJ

-.

(IJ

(IJ

C

(IJ

0 D

@)

(IJ

E

2g

0

O

o

é a O

•

0

QJ

-f

D)

QJ

s

n

ö

a po UI

LJ

~-

~

o

eg& ö 5> (lJ

g= o u

·- >

O C t

3 :::J

@

(IJ

(IJ Q£)

.c

3

O

C

ea0

(IJ

(IJ

G

tl{)

gOeu

u

N

o

LI

C

@ 0)

a)

6

0

ob

> C

' E Eg

.µ 0

>

s5 ·c OC

g o 2 #

(IJ

;

i

o

QJ

0

00

2

se gQ 2g 9 , •

# tslE 5}

a0.

e

e

+ QJ _c

>

C

(IJ

O

C

::::i

U

n -<O

±5

(I

(IJ

~ ~

o o

O

QJ

ëij

a

.

a)

°

)

3

o

o

x<

>

0 0 U

•

0

0 o C U

0)

(IJ

g c

~~

•

o e

ea)

ra

(J

(4

C

5

(J

>

..c:

t av

0

O

(IJ

..0

E

E 6 O O o (I j

%

5

QJ dl

u

D c

é

O

)

t O

O» I

c

±= c 2 cv

± c

a)

O a N

o (] E 6

oo N

r.

l

d

(I

€o O o o O

to

>

.c

«I

(IJ

»

U

r-

c.,---!.__

>

@ k.

co

:

C 0

(IJ

c

>

C

o c @) O >

@)

kl @

00

aî

..c:

N

>

0

"0

-

•

N co

QJ

3

3 3

•N

N

h

So

C

0

le

•co

N co

0

c

E

0 N

N

g,

.µ

O

E

"" 0

"" LJ N

. C

•3 0

-

LI

(IJ

..c:

e

c

~

U

(IJ

5 0

> 0 c

:::, 0

£ n

r0

>

3

6

(IJ

>

•; nz

o

@

(IJ

·O

~ QJ 0 N > :°

@

c ·.::;

5

a

N

o

(IJ

U

o

@ DO

o ru O 0 ö c > ·0 0 e g - z 9 2 b n <g :s E e% C:

»

G

6

-g 2

cij >

'

C

0 0

"O 0 C

-> (IJ

C

à g

á - n f coO 0)

; EE

±

::, 0

n

áo C

,::

0

::,

€ 6 'r n 0

-;;,u @)

O

E , E o o 6

u

O O

c t o •

h

3

o

O à n

:=2

3 Otb à6 f: r

ro

C

.E

O 0

co ? o

O C 0

t «

5

@)

C

[

E

€

O

C

e

4

0) 0)

z>

LI

€ o o (Y) 0

0)

u

x c

C

....C

E

-

e;

(I

n O (4 (J

O (J t

ro

(y

C Q)

0 0

C

C

@)

r0

O 0

>

....

.c

bO C

@)

ge

2,, co 6 to o ;5 8Eg

2

s

O

> ro

e

>

i

@

@»

to

@0

9)

$z±%lg?z ö

El

C e 5o

@

kk% 5

@

_5

e

@

o

bD

> u w u

d

f

O

5 E

é

e 5

@!

)

i

lg

c

O @

g

@

@

C ::,

5

·=

Q)

.c

ö

> w"' u ~ E

S

i

E

j

C Q)

o

5

ö

a

Q)

.c

~

]3

C

a,

ê&]5 ? k 5g=% @ pg @ 55±3 dg @ l j ;

2

s?»s % E !2 a 3 o a

o ..,

Q)

Ee ö > ~ ,._. 0

@

5

2

a) 2 6

i-

C

,èsê? jés$?g]35!i»Ie~,w

o

5ê

a U

8é

23?@ %&5

i

$à&l$&± @2èZs&ls&z 7

$6iê

%ge

al&@ss

±.ê @5 5 g

o

c 0 >

$

3 5ggö

±

&

?z

%

%

s>

c

@

se

ég

5 .= @ 5%8

O

ó

S

@

@

a

@

5

e

"

ü,

@ @

@ @

@ •

mg

8 pi

@ ö

@

o a

0

o

5

.'g

E 6o.ES

@

o

E C

c

Q)

0)

u

=

l Q)

O

C

C

@)

0) Ill)

@)

o

0 C

C 0

>

C

@

o

t

C )

55 n •O

)

=

O

0)

@)

oC

0)

>

O

>

t-

co

a-

o n

@)

@

ts C ~

n

0

9

C @)

c ro

>

::,

z3

-E

0 O

E

e %

2 0 so 5 QJ

uJ

i:'.::,

0

Q)

> 0 O

E E

O

6o 0

s DO

-

cC

@)

@)

@)

o G o

o G o

3

)

0

O

u n I

3 DO

u

5

D0

::,

0)

£

O

-

a

u

o u

0)

o ±e

0

Q)

U C

0

QJ

.c

0 L

o

@) @)

oo •

1

@

0

g

0

O C

<fl

o @) n r.

5

c E

is

(0

@)

O

3 ::, 0

o 0) o +

n

o

E 2T 0)

6 a r • O ±-: n

9o a

0

I

6so

O O

c

o O

co

....

a 0 U @» o. a n >

po6 0

=

5

5

i ii

% 6

0 @

E

D0

di )

QJ

5 oo c

gs

5 ; o

9

9 E

0 @ @

= > 0

€ E

@)

@)

o 3

0 0

0

>

55

> C Q)

0 :

e

0

) C 0

ze0

£

o

•

O C

~ C g

s

@

C

0)

o

iw'

z

£C

)

z

ei0

D -0 C 0

c

o

5

o

g

0

'C=

@)

C )

>

_4,

0 M.

£

U

C )

u

3

C

>

$; E

-

» t

0

E

or.

0

>

Lu

c 0)

•N co

•

"'N 0

"'co N

N LU

-

"'N co

E 0

N,

u 0 0 U

3

a z

3

-C

u

o (]

C

n)

(4

a

I

(4

(I

e

€ 6 n O « (J 0 ,....,

9

e

-cJ

QJ

C

b

0)

" ·

?ei O O

J

no O

l )

. 0) 0)

E

@

9

o

(I

5

e

E

0 rr,

@)

c

U

@

rl C 0

-""

5

>

5

O O

-C

]

do

D se a)

•r>

-

U

oo

5

0 0

::::,

o0

@) d

5o @)

(J

4+

@

0)

co

0 O >

0

0)

n

(

0)

59

.r: u

·c ·0) iD > • n

0 0

(J

ai

tl!)

~

U

.µ U

ai t6 QJ o

0

u E @)

ze%

-

ob r

c

o

ei

+ e a)

O C

0

E

0

> o

0 rl

0)

0 O ro

0

a»

(U

$

0 0

e

2$ l

o

> c

z

% 0)

c @)

-

to O O

@) .µ

0)

@

>g 03::::, @)

a) 0)

ei

o o

a c

E

@

6D

@

o

tl!) a) QJ

G-

5 0)

0 C

c a

o ±

0

E

C

T

DO

o

ad

·-

0) 0)

E a)

Se a t ±: ) @

2 r,

0)

o

@) tl!)

? e

+

z

0)

n

@

0

%

]

@

O

n

o

::::,

u

M.

a)

E 3 u

0

0)

E E

9

a.

Ei n a c

=<£ s

ii @

a

£E 2

O

c)

£e % » g

Lu

E @)

t

zo

Gu#

rr,

5

g

>

- g

0

to c 0)

Do @)

r-

0

0

e k g EE C @

?lg ê %~? o 5

ö±:

u

LU

n

0

E

0) @)

O

0)

• >

g

C

too

o a ) o o ::::, ::::, o n o Ó

z<£

c

0)

z >

0 -~ C d 0 4» -"" C

±-

)

C

a) .µ

0

C @)

0)

M.

C

·-e C

3

•c

9 ,

o

55o

C

C C ::::,

c

o

g

@)

3:

@

O

c

0

g n

•

0)

go o

o üo O

ö

•

c a

0 O

>

@

ES @ g so 3 » > t5 @ co g @

2 O 3 > ' O o o zo a'2 g 2> 0 o o z z v 2g5% @

E;

8

•

@

@

> -.

•

@)

C

c ro

ei

LL. do

50

z

_,,0)

0 -C

5

-C

u

<t

c

(J

C

(J

0)

0

c c

I

e

(J

0

0)

0)

O

N

C O

G

,:::

0)

C

::, N

c00 3

i

0

0

±

=

0

0

4:

0

@

~

DO

-E@)

e

0)

> C

)

~n

a)

s

-b

::, N 0 O 0

r

c

a)

0

0)

5

U C 0 0

5

3

3 0) 0)

N

0)

0 0

s

o 0)

U C C 0)

0 :

E 0 0

n

"" 0)

U C

e 0)

t 9 0)

0

~

t 0)

S ::,

0

o 0 O C

g2

ë o

•

C 0)

e

Do 0 0

E 0)

O C

g 0)

c

u

~

3

U

(lJ

o : •

ro

@

9

à

-

•u

6

0

>

U

» 0

z

% 9

) 01)

0 )

0 J

-4 (J

0 (J @)

3± ::,

a» O o O 0)

@)

o U C C

c

~

g o5 )

e c

'+-

0

0 0

(J

C 0)

w a c

0

u ' 0 c

bl)

c

++ O

e

>

,--<

0)

(J

U

0 (J

c5 a

(0

>

0)

U 0

0)

o

E

bl)

3

::,

O - O

65 e • ? c (lJ

0

> z

c

•

3

>

·.:: Cro ) ro o

O

o::,

o

£

r r (J 0 ro c;-i E

00 >

C

tl

C 0

ai

0

E

0 0

n

0)

z ~ 0)

ai

t .!!! 0

"" n 0

c 0 O 3

e ±

d

T I

(J

0 (J

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/1658/documents/15152