ruimtelijke onderbouwing_Woningen Akkerbouwstraat Willem Alexanderhof d10.pdf
Tekst van het document
30
Bestemmingsplan "Woningen Akkerbouwstraat Willem Alexanderhof" (concept)
4.7
Akoestiek
De Wet geluidhinder (artikel 74) stelt dat alle wegen zoneplichtig zijn, met uitzondering van woonerven en wegen die zijn opgenomen in een 30 km/zone. Iedere zoneplichtige weg heeft, afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied, een geluidszone. Indien geluidgevoelige bestemmingen zijn gelegen binnen de zone conform de Wet geluidhinder, moet de optredende geluidsbelasting ter plaatse van deze bestemmingen worden getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Aantal rijstroken
Geluidszone binnenstedelijk 1 of 2 200 meter 3 of 4 350 meter 5 of meer 350 meter Geluidzones wegen Wet geluidhinder
Geluidszone buitenstedelijk 250 meter 400 meter 600 meter
Voor woningen gelegen binnen een zone is in de Wet geluidhinder een ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de weg, van de gevel bepaald van 48 dB (L den). Het college van burgemeester en wethouders (B&W) kunnen onder voorwaarden een toelaatbare geluidsbelasting van de gevel toelaten, in dit geval tot maximaal 63 dB voor binnenstedelijke situaties. De Wet geluidhinder stelt tevens eisen aan het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen in de geluidzone rondom spoorwegen en in de geluidzone rondom gezoneerde industrieterreinen. Vanwege de ligging van het plangebied wordt in deze paragraaf enkel ingegaan op wegverkeerslawaai. Ook in het kader van een goede ruimtelijke ordening dient er bij het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen sprake te zijn van een goede ruimtelijke ordening en hiermee een aanvaardbare situatie met betrekking tot akoestiek. Planspecifiek Nabij het plangebied bevinden zich de volgens de Wet geluidhinder gezoneerde wegen Zuiderhaaks en de Schoolweg (gedeeltelijk). In het kader van de ontwikkeling van Willem Alexanderhof is er in 2020 door Sweco een onderzoek uitgevoerd naar de hoogte van de geluidsbelasting op de gevels van de nieuw te bouwen woningen (Bijlage 5). Daarnaast is voor een goede ruimtelijke ordening ook de geluidsbelasting ten gevolge van verkeer op de niet gezoneerde wegen inzichtelijk gemaakt.
Dit zijn de Schoolweg (gedeeltelijk), de Prins Clauslaan/Koningsbrink, Akkerbouwstraat en de Landbouwstraat. De gecumuleerde geluidsbelasting ter plaatse van de gevels van de woningen in onderhavig plangebied bedraagt maximaal 55 dB. Het overgrote deel kent een gecumuleerde geluidsbelasting van 54 of minder dB. De handreiking industrielawaai en vergunningverlening (1998) kwalificeert de waarneming van deze geluidsniveaus als 'Redelijk' met de perceptie 'Hoorbaar'. Dit betreft een acceptabel geluidsniveau.
Classificatie van de kwaliteit van de akoestische omgeving
De geluidsbelasting is berekend op basis van het stedenbouwkundig plan zoals ontworpen voor fase 2.0 en fase 3.1. In onderhavig plan is het aantal woningen gewijzigd. Navolgende afbeelding toont de
Bestemmingsplan "Woningen Akkerbouwstraat Willem Alexanderhof" (concept)
31
situatie waar de berekeningen op gebaseerd zijn. In aanvulling hierop zijn twee woningen toegevoegd ten opzichte van de berekende situatie (in onderstaande afbeelding genummerd als 1, 2 en 3).
Gecumuleerde geluidsbelasting De afstand tot de wegen is onveranderd ten opzichte van het stedenbouwkundig plan dat de basis vormde voor het akoestisch onderzoek. Bovendien betreft het een worstcase berekening van de geluidsbelasting. Aangenomen kan worden dat de gecumuleerde geluidsbelasting voor deze woningen maximaal 54 dBa bedraagt. Dit betreft een acceptabel geluidsniveau. Voor de beoogde ontwikkeling van onderhavig plangebied vormt het aspect geluid geen belemmering.
4.8
Luchtkwaliteit
In de Wet milieubeheer (hierna: Wm) zijn eisen opgenomen waaraan de luchtkwaliteit in de buitenlucht moet voldoen. Hierbij is onderscheid gemaakt in grenswaarden waaraan nu moet worden voldaan en grenswaarden waarin in de toekomst moet worden voldaan. De meest kritieke stoffen zijn stikstofdioxide en fijn stof. Voor andere in de Wm genoemde stoffen, wordt in Nederland, behoudens bijzondere situaties, overal voldaan aan de vereisten. Kern van het onderdeel luchtkwaliteit van de Wm is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en op welke wijze overschrijdingen van de luchtkwaliteit dienen te worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit, hoeven niet meer te worden getoetst aan de hiervoor geldende grenswaarden. De beoordelingscriteria of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in het "Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)".
In dit Besluit is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma, een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd.
32
Bestemmingsplan "Woningen Akkerbouwstraat Willem Alexanderhof" (concept)
In de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' zijn categorieën van gevallen aangewezen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Wanneer een ontwikkeling valt onder één van die categorieën is het niet nodig een onderzoek naar de luchtkwaliteit uit te voeren. De categorieën van gevallen zijn:
Woningbouwlocaties met niet meer dan 1.500 nieuwe woningen en één ontsluitingsweg; Woningbouwlocaties met niet meer dan 3.000 woningen en twee ontsluitingswegen.
Op grond van artikel 5.16 Wm wordt een uitwerkingsplan enkel vastgesteld wanneer aannemelijk is gemaakt dat:
het uitwerkingsplan niet leidt tot het overschrijden van de in de wet genoemde grenswaarden, of; de luchtkwaliteit als gevolg van het vergunde plan per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft, of, bij een beperkte toename, door een met de ontwikkeling samenhangende maatregel of effect, per saldo verbetert, of; het uitwerkingsplan niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een stof waarvoor in de wet grenswaarden zijn opgenomen, of; de ontwikkeling is opgenomen of past in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit.
Planspecifiek De ontwikkeling van twaalf woningen kan gezien de beperkte omvang aangemerkt worden als een NIBM-project. De ontwikkeling die met de omgevingsvergunning mogelijk wordt draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Tevens worden de woningen gasloos gebouwd, waarmee de ontwikkeling van de woningen niet tot verslechtering van de luchtkwaliteit leidt. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het uitwerkingsplan. Desalniettemin is in het kader van een goede ruimtelijke ordening met behulp van Atlas Leefomgeving (o.a. ministerie I&M en RIVM) gekeken naar de luchtkwaliteit in en rondom het plangebied. De achtergrondconcentraties over 2018 geven de volgende waarden: 11,6 µg/m³ NO2, 17,4 µg/m³ PM10 en 9,5 µg/m³ PM2,5. Uit de achtergrondconcentraties van stikstof (NO2) en fijnstof (PM10, PM2,5) blijkt dat de luchtkwaliteit ter plaatse van de locatie ruim voldoende is en de luchtkwaliteit zich niet verzet tegen de voorgenomen ontwikkeling.
4.9
Externe veiligheid
In een ruimtelijke plan dat kwetsbare objecten zoals woningen mogelijk maakt moet aandacht worden besteed aan externe veiligheid. Nieuwe kwetsbare objecten mogen namelijk niet binnen de risicocontour (invloedsgebied van een risicobron) van bestaande risicobronnen liggen. Risicobronnen zijn bijvoorbeeld inrichtingen waar wordt gewerkt met gevaarlijke stoffen. Ook transport van gevaarlijke stoffen over weg, spoor, water en door buisleidingen vormt een risico.
Bestemmingsplan "Woningen Akkerbouwstraat Willem Alexanderhof" (concept)
33
Het beleid voor externe veiligheid is geregeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In de genoemde besluiten zijn de diverse risiciocontouren met betrekking tot externe veiligheid vastgelegd. Planspecifiek Met de omgevingsvergunning worden kwetsbare objecten (woningen) mogelijk gemaakt. Het plangebied bevindt zich niet binnen een risicocontour van een risicobron. Dit is te zien op onderstaande uitsnede van de Risicokaart. Hierop is ten noordoosten van het plangebied een risicobron met bijbehorende risicocontour weergegeven. Dit betreft een locatie voor opslag van gewasbescherming. De bevi-inrichting ten noorden van de Schoolweg betreft een propaantank met een plaatsgebonden risicoafstand van 15 meter. Aan de minimale veiligheidsafstand tot dit object wordt ruimschoots voldaan. In de directe nabijheid van het plangebied bevinden zich geen transportroutes (over weg en door buisleidingen) voor het transport van gevaarlijke stoffen. Tot slot maakt het plan zelf geen risicobron mogelijk. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
Uitsnede www.risicokaart.nl
4.10
Bedrijven en milieuzonering
Met het oog op een goede ruimtelijke ordening is een scheiding tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies wenselijk. Op deze manier wordt enerzijds hinder en gevaar op gevoelige functies, zoals woningen, voorkomen of zoveel mogelijk beperkt, en anderzijds wordt voldoende zekerheid geboden aan bedrijven, zodat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
34
Bestemmingsplan "Woningen Akkerbouwstraat Willem Alexanderhof" (concept)
De brochure 'Bedrijven en milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG-brochure) uit het jaar 2009 geeft een advies over richtafstanden. In de VNG-brochure zijn richtafstanden opgenomen die gelden voor milieubelastende activiteiten ten opzichte van woningen. Planspecifiek Het uitwerkingsplan maakt geen milieubelastende activiteiten mogelijk, maar voorziet wel in de realisatie van een gevoelige functie (woningen). In de omgeving van het plangebied zijn enkele milieubelastende inrichtingen aanwezig. Een inventarisatie hiervan is opgenomen in het moederplan en wordt hieronder nog eens weergegeven:
Bestemmingsplan "Woningen Akkerbouwstraat Willem Alexanderhof" (concept)
35
Aan alle richtafstanden uit bovenstaande inventarisatie wordt voldaan. Niet in deze lijst opgenomen is de ijsbaan Julianadorp. Volgens de richtafstanden tabel van de VNG (richtafstandenlijst tabel 1) geldt voor openlucht ijsbanen een maximale afstand van 300 meter voor geluid. Deze contour komt overeen met bijvoorbeeld een voetbalstadion. Dit vergelijk is geenzins te maken met de reeds aanwezige ijsbaan die alleen open kan in de winterperiode zolang er ijs ligt. Deze schaatsbaan sluit dus meer aan bij bijvoorbeeld veldsportcomplexen met een grootste afstand van 50 meter voor geluid. Aan deze afstand wordt met circa 100 meter ruim voldaan. Ten zuiden en oosten van de Zuiderhaaks liggen gronden met een agrarische bestemming. Hier is ondermeer sprake van bollenteelt. Hiervoor wordt een spuitvrije zone van 50 meter gehanteerd tussen gevoelige bestemmingen en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden. Aan deze afstand wordt met onderhavig plan ruimschoots voldaan. Onderhavige ontwikkeling voldoet aan de richtafstanden uit de VNG-brochure en daarmee vormt bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor de uitvoerbaarheid.
4.11
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Kader In bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage (Beluit m.e.r.) is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen (activiteit D11.2). Onder deze activiteit valt ook de realisatie van een woonwijk. Het Besluit m.e.r. geeft onder ‘gevallen’ per activiteit aan wat de relevante drempel is voor een m.e.r.-(beoordelings)plicht. De relevante gevallen voor een stedelijk ontwikkelingsproject zijn:
een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied dat 2.000 of meer woningen omvat; een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.
Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de Europese richtlijn een milieueffectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.- beoordeling'. Als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. De vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaat uit een toets aan Bijlage III EU richtlijn milieubeoordeling projecten. In hoofdlijnen dient het project te worden getoetst aan:
Kenmerken van het project; Plaats van het project; Kenmerken van het potentiële effect.
Planspecifiek Met de omgevingsvergunning wordt een ontwikkeling mogelijk gemaakt die ruim onder drempelwaarden ligt voor activiteit D11.2. Met de omgevingsvergunning voor onderhavig plan worden namelijk twaalf woningen mogelijk gemaakt binnen een gebied met een oppervlakte van minder dan 100 hectare. In onderstaande tabel worden de mogelijke milieueffecten behandeld. Eerst wordt een beschrijving gegeven van de kenmerken van de activiteit en de plaats van de activiteit. Vervolgens wordt ingegaan op de kenmerken van de gevolgen van de activiteit. Hierbij wordt gekeken of er mogelijk (belangrijke) nadelige milieugevolgen ontstaan en of er mitigerende maatregelen kunnen worden genomen om eventueel het milieueffect te verminderen of teniet te doen.
36
Bestemmingsplan "Woningen Akkerbouwstraat Willem Alexanderhof" (concept)
1. Kenmerken van het project
Willem Alexanderhof woningen Akkerbouwstraat Het project omvat de realisatie van twaalf woningen binnen de een nieuwe woonwijk Willem Alexanderhof. De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt via een omgevingsvergunning, met directe bouwtitel. Daardoor is het een project (kolom 4) in de zin van het besluit m.e.r.. Omvang van het project (relatie met Activiteit D11.2 uit Besluit m.e.r. Drempelwaarden zijn: drempel D lijst) 1°. Een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2°. Een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of; 3°. Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Dit initiatief omvat: 1°. Circa 3.500 m²; 2°. 12 woningen; 3°. Geen bedrijven.
Cumulatie met andere projecten
Gebruik natuurlijke hulpbronnen
Productie afvalstoffen
Verontreiniging en hinder
Conclusie: het project blijft ruim onder de drempelwaarden. Daarom is voor dit project geen 'formele' m.e.r.-beoordeling maar een 'vormvrije' m.e.r.-beoordeling nodig. De ontwikkeling van de twaalf woningen maakt onderdeel uit van de totale ontwikkeling van maximaal 613 woningen in de wijk Willem Alexanderhof. Zoals vastgesteld in het vigerende bestemmingsplan voor deze wijk, wordt het nader uit te werken deel van de wijk in fases ontwikkeld. Tot circa 2022 zullen daarom ten zuiden van dit plangebied nog enkele uitwerkingen plaatsvinden. Om hoeveel woningen dit exact gaat en op welke termijn deze ontwikkeld worden, staat op dit moment nog niet vast. Desondanks is in deze tabel bij relevante aspecten ook ingegaan op de mogelijk effecten van de ontwikkeling van de gehele wijk Willem Alexanderhof, uitgaande van maximaal 613 woningen. Bij de aanleg van woningen wordt gebruik gemaakt van hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen zoals hout, glas, (bak)steen en grond. Deze hulpbronnen worden grotendeels van buiten het plangebied aangevoerd. Er zijn geen andere natuurlijke hulpbronnen in het gebied aanwezig die invloed ondervinden van de voorgenomen activiteit. Een andere locatie zal niet leiden tot minder gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Bij de aanleg van de woningen komt bouwafval vrij en is sprake van emissie van bouwverkeer.
Afvalstoffen die vrijkomen tijdens de gebruiksfase betreffen o.a. huishoudelijk-afval. (Bouw)afval wordt conform geldende wet- en regelgeving afgevoerd. Het plangebied is reeds bouwrijp gemaakt, er zal dus geen sloopafval meer vrijkomen. Er is geen sprake van productie van (gevaarlijke) afvalstoffen met nadelige milieugevolgen. Verontreiniging: De verkeersaantrekkende werking kan leiden tot verslechtering van de luchtkwaliteit.
Bestemmingsplan "Woningen Akkerbouwstraat Willem Alexanderhof" (concept)
37
De ontwikkeling zal verder niet leiden tot een andere vorm van verontreiniging. Hinder: Tijdens de aanleg kan als gevolg van het bouwverkeer en de werkzaamheden verkeershinder en geluidhinder optreden. In de gebruiksfase zullen de twaalf woningen leiden tot een permanente verkeersaantrekkende werking. Dit leidt tot meer verkeersbewegingen op de toeleidende wegen en tot een extra parkeerbehoefte. Op basis van CROW-gegevens wordt de maximale verkeersaantrekkende werking voor deze ontwikkeling geraamd op circa 80 motorvoertuigen per etmaal. De wijk wordt aan alle zijden ontsloten. Het overgrote deel van de motorvoertuigen zal de wijk via de N9, de Schoolweg en de Zuiderhaaks benaderen.
Risico voor ongevallen
2. Plaats van de projecten Bestaande grondgebruik
Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied
De verkeersaantrekkende werking kan tevens leiden tot geluidhinder voor omwonenden in de omgeving. Er wordt geen toename van het risico op ongevallen verwacht. In het gebied wordt niet gewerkt met gevaarlijke stoffen. Het plangebied is in de huidige situatie bestemd voor water en groen. In de huidige situatie bestaat het terrein uit een watergang met een smalle groenstrook er langs. Langs de watergang staan enkele bomen. De locatie heeft naast de aanwezige bomen geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. De locatie ligt niet binnen grondwaterbeschermingsgebied. Wat betreft natuurlijke hulpbronnen wordt enkel grond gebruikt en verplaatst. Het gebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied of het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Op circa 2,8 kilometer afstand ligt Natura 2000-gebied Duinen Den Helder-Calantsoog.
Opnamevermogen milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, H/V richtlijngebieden, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historisch cultureel of archeologische gebieden van belang. Op basis van (1.) de kenmerken en (2.) de plaats van het project zijn de volgende mogelijk belangrijk nadelige gevolgen naar voren gekomen: - effecten op Natura 2000-gebied Duinen Den Helder-Calantsoog; - verontreiniging/hinder als gevolg van aanlegfase en gebruiksfase; - verontreiniging/hinder als gevolg van verkeersaantrekkende werking; Op deze gevolgen wordt bij '3. Kenmerken van het potentiële effect' ingegaan. Overige belangrijk nadelige gevolgen zijn niet te verwachten. 3. Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (geografisch en Stikstofdepositie kan op enkele kilometers van het
38
Bestemmingsplan "Woningen Akkerbouwstraat Willem Alexanderhof" (concept)
grootte getroffen bevolking)
Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte en complexiteit effect
plangebied effect hebben op Natura 2000-gebieden. Overige potentiële effecten als gevolg van hinder en verontreiniging zullen lokaal optreden, in of direct aangrenzend aan het plangebied. Hinder voor omwonenden beperkt zich tot de woningen rondom het plangebied en mogelijk in beperkte mate tot woningen langs aan/-afvoerroutes. Er zijn geen landsgrensoverschrijdende effecten. Natura 2000: Uit de AERIUS-berekeningen blijkt dat gedurende de aanlegfase geen toename van de stikstofdepositie > 0,00 mol/ha/jaar is berekend. Tijdens de gebruiksfase is er eveneens geen toename van de stikstofdepositie > 0,00 mol/ha/jaar berekend. Het project heeft geen negatieve invloed op stikstofgevoelige habitattypen binnen het Natura 2000 gebied Duinen Den Helder-Callantsoog. Beschermde soorten: op basis van de Quickscan Wet natuurbescherming worden geen negatieve effecten verwacht op beschermde plantensoorten, beschermde vogels, zoogdieren en amfibieën binnen het plangebied. Verontreiniging/hinder als gevolg van aanlegfase en de gebruiksfase: tijdens de aanlegfase kan er geluidhinder ondervonden worden van de bouwwerkzaamheden. In het vigerende bestemmingsplan (2011) is een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de gehele nieuw te ontwikkelen woonwijk Willem Alexanderhof.
Daaruit blijkt dat na realisatie van de gehele wijk de geluidcontouren langs met name de Langevliet en Schoolweg zullen verschuiven. Bewoners van woningen langs deze weg kunnen daardoor meer geluidhinder ondervinden. Voor de uitwerking van fase 2.0 en 3.1 (waar onderhavig plangebied onderdeel vanuit maakt) is een nader onderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat de hoogst toelaatbare geluidsbelasting op de woningen binnen het plangebied niet wordt overschreden. Voor alle woningen binnen het plangebied te realiseren woningen wordt voldaan aan een ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB (Lden). De werkzaamheden kunnen tijdelijk ook leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit door uitstoot van stikstofdioxide en (fijn)stof. Omdat de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide en fijnstof in dit gebied ruim onder de grenswaarden liggen, zal dit niet leiden tot overschrijding van de grenswaarden. In het vigerende bestemmingsplan (2011) is onderzoek gedaan naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit bij ontwikkeling van de gehele wijk Willem Alexanderhof. Daaruit blijkt dat ook na realisatie van de gehele wijk geen sprake is van overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen.
Bestemmingsplan "Woningen Akkerbouwstraat Willem Alexanderhof" (concept)
39
Waarschijnlijkheid effect
Conclusie: De effecten zijn beperkt en door het nemen van (mitigerende) maatregelen op te lossen of in voldoende mate te beperken. Waarschijnlijkheid effect Significante effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie zijn uitgesloten.
Tijdens de aanlegfase kan voor omwonenden overlast ontstaan door bouwverkeer en aanlegwerkzaamheden. Overlast door de verkeersaantrekkende werking in de gebruiksfase wordt slechts in beperkte mate verwacht. Gezien de te verwachten effecten zijn er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Nadere analyse in een MER/m.e.r.-beoordeling is niet noodzakelijk.
40
Bestemmingsplan "Woningen Akkerbouwstraat Willem Alexanderhof" (concept)
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Er wordt in dit plan een ontwikkeling mogelijk gemaakt, die voldoet aan de definitie van ‘bouwplan’ zoals bepaald in art. 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. In het moederplan is reeds aandacht besteed aan de economische uitvoerbaarheid. De Gemeente Den Helder heeft op 6 oktober 2004 een overeenkomst gesloten met Woningstichting Den Helder over de samenwerking en uitvoering van het project Julianadorp Oost. Samen met de woningstichting heeft de gemeente alle gronden in bezit en/of contractuele afspraken gemaakt met de particuliere eigenaren binnen het plangebied. Alle te verhalen kosten met betrekking tot het plangebied kunnen daarmee via de gronduitgifte verhaald worden. Kostenverhaal is op deze manier verzekerd, waardoor het niet noodzakelijk was om gelijktijdig met het moederplan een exploitatieplan vast te stellen Op 15 november 2015 heeft de gemeenteraad van Den Helder de grondexploitatie voor Julianadorp Oost vastgesteld. Hierbij is al rekening gehouden met de woningen van onderhavig plan die in fase 2.0 worden gerealiseerd. Het project Julianadorp Oost werd destijds op basis van de grondbalans economisch uitvoerbaar geacht. Voor ontwikkelingen waar ten tijde van de grondbalans nog geen duidelijkheid over was, is het doel om deze voor de gemeente ten minste budgetneutraal uit te voeren.
5.2
Maatschappelijke en procedurele uitvoerbaarheid
In artikel 3.10 van de Wabo is opgenomen dat voor een activiteit die in strijd is met het bestemmingsplan, de uitgebreide procedure wordt doorlopen. De uitgebreide voorbereidingsprocedure kent een doorlooptijd van 26 weken en kan eenmaal worden verlengd met zes weken. De uitgebreide procedure is van toepassing op onderhavig planvoornemen. Op de voorbereiding van een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan is artikel 6.18 Besluit omgevingsrecht (Bor) van toepassing. Daarin is bepaald dat het bij bestemmingsplannen verplichte bestuurlijk vooroverleg ex. Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) ook wordt gevoerd bij deze besluiten. Dit houdt in dat overleg plaats vindt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in geding zijn als gevolg van het project. Op deze procedure is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Voordat een besluit wordt genomen, legt de vergunningverlenende instantie het ontwerpbesluit en waar nodig de ontwerpverklaring van geen bedenkingen met de overige relevante stukken (waaronder deze ruimtelijke onderbouwing) zes weken ter inzage.
Eenieder heeft de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Bij besluitvorming op de aanvraag van de omgevingsvergunning worden de zienswijzen beoordeeld. Als de omgevingsvergunning wordt verleend, treedt deze in werking met ingang van de dag na afloop van de beroepstermijn, tenzij een verzoek om een voorlopige voorziening is gedaan. Na inwerkingtreding van de omgevingsvergunning vormt die vergunning de basis om af te wijken van het bestemmingsplan. Na bekendmaking van de vergunning is het diegene die een zienswijze ingediend hebben mogelijk om beroep in te stellen bij de rechtbank en eventueel een voorlopige voorziening aan te vragen. Na uitspraak van de rechtbank kan hoger beroep worden aangetekend bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (en kan eveneens een voorlopige voorziening worden aangevraagd).
Bestemmingsplan "Woningen Akkerbouwstraat Willem Alexanderhof" (concept)
41
Hoofdstuk 6
Conclusie
De twaalf woningen aan en nabij de Akkerbouwstraat in de gemeente Den Helder maken onderdeel uit van uitbreidingsfase 2 van de wijk Willem Alexanderhof. De woningen zijn niet meegenomen in het uitwerkingsplan voor fase 2 en 3.1 dat reeds is vastgesteld. De woningen aan de Akkerbouwstraat vallen deels binnen de bestemming Groen en Water. Daarnaast wordt voor fase 2.0 het maximale woningaantal van 80 met één woning overschreden. Om de beoogde twaalf woningen te kunnen realiseren, dient middels een omgevingsvergunning afgeweken te worden van het vigerende planologische regime. Met voorliggende ruimtelijke onderbouwing is aangetoond dat de realisatie van de twaalf woningen niet in strijd is met Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. De ontwikkeling is wenselijk omdat het onderdeel uitmaakt van de uitbreidingsopgave van het Julianadorp. Daarnaast is de ontwikkeling getoetst aan alle relevante milieuaspecten. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling niet leidt tot een aantasting van het milieu of overschrijding van wettelijke normen. De afwijking van het bestemmingsplan en uitwerkingsplan wordt hiermee aanvaardbaar geacht.
42
Bestemmingsplan "Woningen Akkerbouwstraat Willem Alexanderhof" (concept)
Bijlagen
Bestemmingsplan "Woningen Akkerbouwstraat Willem Alexanderhof" (concept)
43
Bijlage 1 Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek, Antea Group, 22-01-2018
44
Bestemmingsplan "Woningen Akkerbouwstraat Willem Alexanderhof" (concept)
Bijlage 2
Notitie stikstofdepositie, Sweco, 16-12-2020
Bestemmingsplan "Woningen Akkerbouwstraat Willem Alexanderhof" (concept)
45
Bijlage 3 Aanvullend waterbodemonderzoek, HB Adviesbureau, 11-07-2018
46
Bestemmingsplan "Woningen Akkerbouwstraat Willem Alexanderhof" (concept)
Bijlage 4 Quickscan Wet Natuurbescherming, Bureau Aandacht Natuur, 03-06-2020
Bestemmingsplan "Woningen Akkerbouwstraat Willem Alexanderhof" (concept)
47
Bijlage 5
48
Akoestisch onderzoek, Sweco, 26-03-2020
Bestemmingsplan "Woningen Akkerbouwstraat Willem Alexanderhof" (concept)