CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactie Panteia op ontvangen commentaren rapportage PoDH onderzoek VSFPM 20220214.pdf

Raadscommissie Bestuur en Middelen 28 februari 2022, gemeente Den HelderBij agendapunt: 4: Voorstel met betrekking tot het rapport ‘Den Helder in de lichtenlijn’ van Panteia naar aanleiding van het onderzoek naar de N.V. Port of Den Helder.1.419 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo AAN VAN KENMERK DATUM ONDERWERP

Begeleidingscommissie Onderzoek PoDH Rob de Leeuw van Weenen / Menno Menist / Wouter van der Geest / Arnaud Burgess RD/2022/0057 14 februari 2022 Reactie Panteia naar aanleiding van ontvangen commentaren rapportage onderzoek PoDH

Op 18 januari 2022 heeft Panteia de eindrapportage opgeleverd van het onderzoek: De haven in de lichtenlijn, “Port of Den Helder: Onderzoek naar Visie, Structuur, Personeel, Financiën en Marketing”, met conclusies en aanbevelingen. Vervolgens is het eindrapport voor hoor en wederhoor voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders, de directie van de N.V. Port of Den Helder en de Raad van Commissarissen. In dit memo gaat Panteia in op de ontvangen reacties, en geeft een toelichting waar nodig. Tevens waar dit tot aanpassingen in het rapport heeft geleid. Reactie college  Gemist wordt het perspectief van de grote werkgever Koninklijke Marine. De marine loopt echter als een rode draad door het onderzoek, en is in het onderzoek ook geïnterviewd. Wij zien in deze uitspraak geen aanleiding om het rapport aan te passen of uit te breiden. Ons onderzoek was naar het perspectief van de PoDH en niet de marine. Wij zijn het eens met de stelling dat met het belang van de marine rekening gehouden moet worden. Dit leidt niet tot een aanpassing van het eindrapport.  Het college geeft aan dat gelden, gestort in o.a. de reserve strategische projecten, niet zoals in het rapport wordt aangegeven, besteed zijn aan andere zaken dan aan de oorspronkelijke Brokx Nat doelstellingen, maar in 2006 toegevoegd aan de reserve herinrichting haven waarmee o.a.

projecten als de Onderzeedienstkade en Koopvaardersbinnenhaven werden onderhouden die weer onderdeel uitmaakten van de Brokx Nat overeenkomst. In het rapport hebben we een en ander verduidelijkt. Opgemerkt dient te worden dat de nuancering ten aanzien van de Onderzeedienstkade al in het rapport opgenomen was. We zijn het college van B&W erkentelijk voor het onder de aandacht brengen van het feit dat de vergoeding van ƒ 1,8 miljoen die in 1995 overeengekomen is voor de afkoop van personeelskosten ook besteed is aan onderhoud van natte infrastructuur. Dit is extra toegevoegd in het trapport. Wel merken wij op dat de reservering ten behoeve van het Regionaal Havengebonden Bedrijventerrein, later Kooyhaven, alsmede onttrekkingen die betrekking hebben op de ontwikkeling van Den Helder als maritiem kenniscluster (3M) en de sloop van een pand op het Nieuwe Diep 20 geen verband houden met het onderhoud van de natte infrastructuur.  Wij hebben in het rapport opgenomen met welke havens een vergelijking is gemaakt van de havengelden.  Het college merkt op dat er verdienvermogen ligt in de opkomende waterstof economie. Panteia benadrukt dat dit in het algemeen voor de eerstvolgende 10 jaar niet het geval lijkt. Voor daarna ontstaat mogelijk wel verdienvermogen. Dit lijkt vooral ten goede komen aan de regio en niet zozeer aan PoDH.  De Moormanbrug is inderdaad van Defensie.

Wij bevelen aan om een plan te maken voor het creëren van ontwikkelruimte door de voorziene verplaatsing van de Moormanbrug. Bij de verplaatsing van de Moormanbrug kan een win-win situatie worden geschapen waarbij er ook sprake is van voordelen voor Defensie. Dit wordt beschreven in het rapport.  De voordelen voor Kooypunt en Kooyhaven voor PoDH uiten zich momenteel in huur- en erfpachtopbrengsten van enkele kavels op Kooypunt. Dit is zeer beperkt. Onze voornaamste reden om te adviseren om Kooypunt en Kooyhaven elders onder te brengen is de noodzaak voor PoDH om

KENMERK

14 februari 2022 RD/2022/0057

PAGINA

2 van 3

DATUM

zich te richten op de kerntaken en de volle inzet op Wind op Zee. Capaciteit en middelen en profilering dienen daarop afgestemd te worden. Het college stelt dat een voorstel voor een geactualiseerd bedrijfsplan op zijn vroegst in het tweede kwartaal van 2023 kan worden aangeboden. Panteia signaleert dat de uitkomst van de eerstvolgende tenders Wind op Zee van groot belang zijn voor de toekomstperspectieven van PoDH. Deze zullen zeker van invloed zijn op de businessplanning. Wij verwachten dat in Q1 2023 meer duidelijkheid zal zijn over de positie van PoDH. Een geactualiseerd bedrijfsplan aan de start van Q2 achten wij wenselijk en reëel. Los van de beschikbaarheid van een geactualiseerd bedrijfsplan bevelen we ten zeerste aan om de komende tijd nauw contact te onderhouden tussen gemeenteraad, aandeelhouder, directie PoDH en RvC van PoDH over elementen van de businessplanning om vol in te zetten op de potentie van Wind op Zee voor PoDH.

Commentaar RvC  RvC geeft aan zich zorgen te maken over de suggestie om Kooyhaven en Kooypunt uit het havenbedrijf te halen, en over ideeën om de ontwikkeltaken buiten de haven te plaatsen. Dit punt is al eerder aan de orde gekomen bij de behandeling van de reacties van het college (zie boven). De voornaamste boodschap is hier dat er focus dient te worden aangebracht in de activiteiten van PoDH. Commentaar PoDH  PoDH geeft aan met Panteia in gesprek te willen treden. De Begeleidingscommissie heeft Panteia de ruimte gegeven voor een nader gesprek met PoDH daar waar het de cijfers betreft.  PoDH merkt op dat met het elders onderbrengen van de gronden bij Kooypunt en Kooyhaven ook een deel van de huidige en toekomstige inkomsten bij PoDH wordt weggehaald. Dit elders onderbrengen van deze gronden is eerder al aan de orde geweest bij de reactie van het college. In principe gaat het er hier om dat PoDH focus aanbrengt in de activiteiten. Hoe bij het weghalen van deze terreinen bij PoDH omgegaan wordt met de huidige en toekomstige inkomsten uit deze gronden dient nader te worden ingevuld. Een toetsing aan de regelgeving met betrekking tot staatssteun is daarbij toepasselijk. Bijlage document PoDH:  Financieel: PoDH geeft aan dat beschikbaar gestelde middelen geoormerkt zijn en daardoor niet vrijelijk kunnen worden besteed. Deze bewering is correct.

Wij hebben dit opgenomen in de rapportage.  Financieel: PoDH stelt dat in de ramingen uitgegaan wordt van een teruggang van de markt voor olie en gas. Panteia heeft in het rapport uit het bedrijfsplan 2019-2028 geciteerd waarin aangegeven wordt dat er tot 2024 een stabilisatie van de inkomsten verwacht wordt. Bovendien gaat PoDH in de begroting uit van een duurzame groei van de havengeldinkomsten.  Pag 27/42: PoDH stelt dat de gebruikte term “kredieten” niet juist is. Het gaat hier om geoormerkte bedragen. Panteia kan dit vanuit het oogpunt van PoDH begrijpen. De gemeente Den Helder gaat voor de benoemde € 14,4 miljoen kredieten aan en de gelden kunnen door PoDH aangewend worden ten behoeve van onderhoud. Voor PoDH is dit dus geen krediet, voor de gemeente wel.  Pag 32: PoDH geeft aan niet te kunnen opmaken wat onder “natte infrastructuur” wordt geschaard en of de genoemde bedragen investeringen of onderhoudskosten betreffen. PoDH lijkt het genoemde bedrag echter redelijk. In het rapport wordt veelvuldig gesproken over ‘natte infrastructuur’. Hieronder verstaan wij havengebonden terreinen (incl. verharding, bebouwing, markeringen, verlichting, etc.) en gebouwen, alsmede infrastructuur zoals bruggen, sluizen en kades. De definitie is daarom door ons in de inleiding toegevoegd.

 Pag 43: De uitspraak over het niet-evident zijn van de winstgevendheid van PoDH wanneer de natte infrastructuur uit de onderneming wordt genomen, kan door PoDH niet worden gevalideerd omdat men de door Panteia gebruikte rekenmodellen niet kent. Panteia zal deze rekenmodellen nader toelichten in het gesprek met PoDH.

KENMERK

14 februari 2022 RD/2022/0057

PAGINA

3 van 3

DATUM

 

Pag 65: PoDH geeft aan dat recreatie/cruisevaart wel wordt genoemd in het BP 2019-2028. De geraamde 100k€ inkomsten voor PoDH worden niet herkend. De door Panteia geraamde 100k voor recreatie/cruisevaart is een orde-grootte schatting die als voornaamste doel heeft om de inkomsten af te schatten en te laten zien dat deze bescheiden zijn. PoDH concludeert dit laatste overigens ook. Wij zullen dit bedrag in het gesprek met PoDH nader toelichten. Onze voornaamste boodschap is hier weer de focus die dient te worden doorgevoerd. Pag 70: PoDH geeft aan dat de lijst met middelen die naar PoDH zijn gegaan, incompleet is. PoDH verschaft daarbij een overzicht met de bedragen die tot op heden zijn ontvangen. Wij hebben naar aanleiding hiervan in bijlage C een overzicht ingevoegd van de ontwikkelingen van de havenreserves en –voorzieningen. Panteia heeft de lijst met middelen aangescherpt. Daarbij is onder andere de status van de € 14,4 miljoen voor onderhoud, hetgeen in 2019 is toegezegd, verder verduidelijkt. Pag 71: Wij hebben de tekst over de onderhoudsbegroting van Port of Den Helder anders verwoord. Diversen: in een aantal gevallen hebben we naar aanleiding van hieronder gemaakte opmerkingen de tekst ter verheldering aangevuld. Conclusies blijven hierdoor echter ongewijzigd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/1775/documents/17746