Raadsvoorstel Voorkeursrecht Kooypunt IV .pdf
Tekst van het document
Advies
Raadsvoorstel-advies Aan:
de gemeenteraad
Portefeuillehouder:
Wethouder Bais
Betrokken portefeuillehouder: Classificatie:
Wethouder Van Diepen Openbaar
Van team: Adviseur: E-mail:
Omgeving Rick Brouwer r.brouwer@denhelder.nl
Kenmerk: 0000506357 Datum voorstel: 4 november 2025
Onderwerp:
Voorstel tot het vestigen van een voorkeursrecht voor “Kooypunt IV”
Publiekssamenvatting: Het college stelt aan de gemeenteraad voor om een gemeentelijk voorkeursrecht te vestigen op een perceel Kooypunt IV in Den Helder. Dit houdt in dat eigenaren het perceel bij voorgenomen verkoop eerst aan de gemeente moeten aanbieden. Met deze maatregel wil de gemeente tijdig kunnen sturen op toekomstige ontwikkelingen en ervoor zorgen dat het perceel beschikbaar blijft voor de functie ‘bedrijf’, in lijn met de ruimtelijke ambities van Den Helder.
Geadviseerd besluit: De gemeenteraad besluit: 1. op grond van artikel 9.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet een voorkeursrecht te vestigen op de onroerende zaak zoals vermeld op de bij deze beschikking behorende perceellijst met kenmerk PL-40908-02 en bijbehorende grondtekening met tekeningnummer 40908; 2. de bevoegdheid tot intrekking van het voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.5, eerste lid, van de Omgevingswet, ten aanzien van het in dit besluit opgenomen voorkeursrecht te mandateren aan het college van burgemeester en wethouders.
Aanleiding en context In het door de raad op 18 september 2023 vastgestelde Omgevingsvisie ‘Koers op een sterke thuishaven’ (hierna: Omgevingsvisie) wordt de het gebied Kooypunt, voor zover dat niet al het geval is, gezien als de toekomstige locatie voor de functie ‘bedrijf’. Op dit moment wordt Kooypunt IV nog gebruikt voor agrarische doeleinden. De gemeente wil de regie hebben op een eventuele verandering van bestemming en borgen dat de realisatie van de functie ‘bedrijf’, gericht op het bieden van ruimte aan voornamelijk zwaardere bedrijvigheid en specifiek op de sectoren logistiek, mobiliteit en energie, mogelijk is. Door op deze sectoren te richten in de ontwikkeling zet Den Helder in op zoveel mogelijk synergie tussen de haven van Den Helder en het zuidelijker gelegen cluster van bedrijventerreinen, waar Kooypunt onderdeel van uitmaakt. Ruimte in de gemeente Den Helder is schaars en dit voorgestelde voorkeursrecht richt zich erop om de geschikte ruimte op Kooypunt IV voor deze doelstellingen te reserveren conform de functie die is toegedacht aan deze locatie in de Omgevingsvisie. De gemeente Den Helder spreekt in haar Omgevingsvisie uit dat zij in ieder geval ruimte wil kunnen bieden aan bedrijven uit de kernsectoren van de lokale economie (scheepsbouw, offshore, havengerelateerde bedrijvigheid en logistiek, onderhoud & inspectie, marine en energietransitie).
De offshoresector en bedrijvigheid rondom de energietransitie leiden op langere termijn tot een extra ruimtevraag, waarvoor de bedrijventerreinen in Den 0000506357- pag. 1 van 4
Helder in beeld komen. Zwaardere bedrijvigheid, te bepalen aan de hand van de milieucategorie, concentreren we daarbij op locaties verder van woongebieden, zoals in de haven en op bedrijventerreinen Kooypunt en Oostoever. Gezocht wordt naar een optimale verdeling van de beschikbare ruimte, waarbij bedrijvigheid zonder directe behoefte aan (zee)kaderuimte bij voorkeur op andere locaties dan het havengebied binnen het Maritiem Cluster (Kooypunt, Oostoever) plaatsvindt. Het gemeentelijk voorkeursrecht maakt het de gemeente mogelijk om de regie te houden bij de uitvoering van haar plannen. De in de Omgevingsvisie aan de locatie toegedachte functie, namelijk de functie 'bedrijf', is niet-agrarische functie. Voor de locatie geldt voorts dat het bestaande, feitelijke gebruik afwijkt van die toegedachte functie. Vrije vervreemding van de gronden zou de realisatie van de toegedachte functie kunnen frustreren. Om toekomstige gebiedsontwikkeling en ruimtelijke samenhang te waarborgen, heeft de gemeente besloten dit perceel op te nemen in de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht. Daarmee behoudt de gemeente regie over de herontwikkeling en kan deze plaatsvinden in overeenstemming met de toegedachte functie.
Doelen en resultaten Het doel van het vestigen van dit voorkeursrecht op het in dit voorstel opgenomen perceel is het innemen van een regierol bij eventuele toekomstige ontwikkelingen op dit perceel. Door de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht verkrijgt de gemeente een voorkeurspositie op de grondmarkt, in de vorm van een eerste recht van koop op het in deze beschikking opgenomen perceel. De eigenaren (en eventuele rechthebbenden op een recht van opstal, erfpacht, vruchtgebruik of beklemming) van de betreffende onroerende zaak dienen hun eigendom bij voorgenomen vervreemding eerst aan de gemeente aan te bieden. Dit leidt overigens voor de betrokken eigenaren niet tot een verplichting tot verkoop aan de gemeente. Het voorkeursrecht stelt de gemeente daarmee in staat om daadwerkelijk regie te voeren bij de uitvoering van haar plannen. Het voorkomt dat andere partijen zich strategisch positioneren in het gebied of dat eigendomsverhoudingen versnipperen, waardoor de regierol van de gemeente zou kunnen worden ondermijnd. Daarnaast kan op deze wijze prijsopdrijving door speculatie worden voorkomen. Kaders en omstandigheden Het college heeft op grond van de Omgevingswet de mogelijkheid om een ‘voorlopig’ voorkeursrecht te vestigen vooruitlopende op besluitvorming van uw raad.
Uw college heeft op grond van artikel 9.1, tweede lid, van de Omgevingswet op 5 november 2025 een ‘voorlopig’ voorkeursrecht gevestigd. Uw raad kan vervolgens op grond van artikel 9.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet een voorkeursrecht vestigen. Een door uw raad gevestigd gemeentelijk voorkeursrecht op basis van de Omgevingsvisie geldt in beginsel voor een periode van drie jaar. Het voorkeursrecht gaat in op het tijdstip waarop deze beschikking is ingeschreven in de openbare registers. De eerst mogelijke vervaldatum van dit door uw raad te vestigen voorkeursrecht is dan 20 januari 2029. Indien binnen deze termijn de functie waarvoor het voorkeursrecht is gevestigd aan de percelen wordt toegedeeld in het omgevingsplan, wordt de geldingsduur van het voorkeursrecht van rechtswege met vijf jaar verlengd. Deze periode kan vervolgens, bij afzonderlijk raadsbesluit, nog eenmaal met ten hoogste vijf jaar worden verlengd. Een door het college gevestigd voorkeursrecht vervalt van rechtswege drie maanden na het ingaan ervan, of indien dat eerder is - op het moment dat een door uw raad gevestigd voorkeursrecht ingaat. Naast het voldoen aan diverse procedurele vereisten voor het vestigen van een voorkeursrecht op grond van de Omgevingswet, moet ook aan de volgende drie inhoudelijke vereisten zijn voldaan.
Het eerste vereiste is dat het voorkeursrecht slechts kan worden gevestigd ten behoeve van een toegedachte niet-agrarische functie of moderniseringslocatie. Het tweede vereiste houdt in dat het huidige, feitelijke gebruik afwijkt van die toegedachte functie. Het huidige gebruik van de gronden is agrarisch en wijkt af van de in de Omgevingsvisie toegedachte functie ‘bedrijf’. Deze functie zal gerealiseerd worden door middel van nieuwbouw. De in de Omgevingsvisie toegedachte functie wijkt af van het huidige gebruik en is niet-agrarisch, waarmee ook aan de hiervoor genoemde tweede vestigingseis wordt voldaan. Daarnaast geldt als derde wettelijke vereiste voor de vestiging van een voorkeursrecht dat op het betrokken perceel gedurende de afgelopen twee jaar geen gemeentelijk voorkeursrecht gevestigd mag zijn geweest door hetzelfde bestuursorgaan en op basis van dezelfde wettelijke grondslag. Er is vastgesteld dat op de in dit voorstel opgenomen onroerende zaak de afgelopen twee jaren geen voorkeursrecht gevestigd is geweest op basis van dezelfde wettelijke grondslag. Ook aan dit vereiste is dus voldaan. 0000506357- pag. 2 van 4
Verder bepaalt de Omgevingswet dat wanneer een voorkeursrecht niet meer voldoet aan de gestelde eisen van een toegedachte of toegedeelde niet-agrarische functie en een van die functie afwijkend gebruik, het bestuursorgaan dat het voorkeursrecht gevestigd heeft, het voorkeursrecht onverwijld intrekt. Het voorkeursrecht kan bijvoorbeeld worden ingetrokken wanneer de gemeente eigenaar is geworden van de betreffende onroerende zaak of zaken, of wanneer de beoogde herontwikkeling is gerealiseerd. Uw raad is het bestuursorgaan dat het voorkeursrecht vestigt. Dit betekent dat uw raad in beginsel ook het bestuursorgaan is dat tot intrekking moet besluiten. Gezien de vergaderfrequentie van uw raad zal echter naar verwachting niet kunnen worden voldaan aan de eis van een “onverwijlde” intrekking. Daarom wordt uw raad voorgesteld, de bevoegdheid tot intrekking van het voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.5, eerste lid van de Omgevingswet ten aanzien van het in dit besluit opgenomen voorkeursrecht te mandateren aan het college. Hierdoor kan de eventuele intrekking dan tijdig plaatsvinden. Argumenten en alternatieven Argumenten Met het vestigen van het gemeentelijk voorkeursrecht verkrijgt de gemeente een strategische positie op de grondmarkt, doordat zij het eerste recht van koop heeft op het perceel dat in de voorkeursrechtbeschikking is aangewezen.
De eigenaar van dit perceel is bij voorgenomen vervreemding verplicht zijn eigendom eerst aan de gemeente aan te bieden. Hiermee kan de gemeente effectief sturen op de ontwikkeling van dit gebied. Het voorkeursrecht voorkomt dat speculerende partijen zich positioneren of dat eigendomsverhoudingen versnipperen, wat de realisatie van de gemeentelijke ambities voor deze gebieden zou kunnen belemmeren. Bijdragen aan de lokale economie via bedrijfsvestiging Met het vestigen van het gemeentelijk voorkeursrecht kan de gemeente invulling geven aan haar opgave om ruimte te bieden aan bedrijven uit de kernsectoren van de lokale economie (scheepsbouw, offshore, havengerelateerde bedrijvigheid en logistiek, onderhoud & inspectie, marine en energietransitie). Het vestigen van het voorkeursrecht op dit perceel geeft de gemeente het recht van eerste koop op deze schaarse locatie en stelt haar in staat actief bij te dragen aan het realiseren van de in de omgevingsvisie toegedachte functie ‘bedrijf’. Alternatief Het alternatief is dat uw raad besluit geen voorkeursrecht te vestigen op het betreffende perceel. In dat geval kan het perceel na afloop van het voorkeursrecht van het college vrij worden vervreemd aan derden. Hierdoor bestaat het risico dat het perceel op de markt komt, waardoor de gemeente minder grip heeft op de toekomstige invulling van dit perceel.
Duurzaamheid Dit voorstel heeft geen directe relatie tot duurzaamheid. Het bieden van ruimte aan nieuwe bedrijvigheid, waaronder specifiek de energiesector, is echter een belangrijk onderdeel van dit voorstel en kan een positieve bijdrage leveren aan duurzaamheid. Bestuurlijke vernieuwing Dit voorstel heeft geen aspecten met betrekking tot bestuurlijke vernieuwing. Financiële consequenties De vestiging van het voorkeursrecht heeft op dit moment geen directe financiële consequenties. Deze volgen pas op het moment dat daadwerkelijk wordt overgegaan tot aankoop van het perceel. Wanneer op een later moment tot aankoop kan worden overgegaan, zullen de financiële consequenties daarvan ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd. Uitvoering en planning Op het moment dat een eigenaar het voornemen heeft om een perceel zoals opgenomen in de voorkeursrechtbeschikking, geheel of gedeeltelijk te vervreemden, dient dit eerst aan de gemeente te worden aangeboden. Binnen zes weken na ontvangst van dit aanbod dient het college een beginselbesluit te nemen over het al dan niet verwerven van het betreffende perceel of recht. Indien de gemeente besluit om het aangeboden perceel of beperkt recht niet te kopen of op een andere manier te verwerven, mag de eigenaar of beperkt gerechtigde het betreffende object gedurende een periode van drie jaar alsnog vervreemden aan derden.
Dit is eveneens het geval wanneer de gemeente niet binnen de gestelde termijn van zes weken op het aanbod reageert. De voorkeursrechtbeschikking van de raad wordt aangemerkt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, zodat daartegen door belanghebbenden (lees: de betrokken eigenaren en eventuele beperkt gerechtigden) een bezwaarschrift kan worden ingediend gedurende zes weken.
0000506357- pag. 3 van 4
Als bezwaar is ingediend tegen het voorkeursrecht van het college en het voorkeursrecht van het college vervalt omdat het voorkeursrecht van de raad in werking is getreden, wordt het bezwaar tegen het collegebesluit geacht te zijn gericht tegen de voorkeursrechtbeschikking van de raad. Communicatie Na uw besluit tot vestiging van het voorkeursrecht wordt de voorkeursrechtbeschikking bekendgemaakt door toezending van de beschikking aan de belanghebbenden, te weten de betrokken grondeigenaren en beperkt gerechtigden. Dit geschiedt per aangetekende brief, met bijlagen. Als bijlage bij dit voorstel zijn de modelbekendmakingsbrieven opgenomen, inclusief de bijbehorende bijlagen, zoals deze aangetekend worden verzonden aan ieder van de in de openbare registers vermelde eigenaren en beperkt gerechtigden. Binnen vier dagen na bekendmaking wordt de voorkeursrechtbeschikking ingeschreven in de openbare registers, zodat het voorkeursrecht op dat moment ingaat. De beschikking en de bijbehorende stukken worden tevens ter inzage gelegd, zowel fysiek op een door de gemeente aan te wijzen locatie binnen de gemeente als digitaal. In het elektronisch Gemeenteblad wordt kennisgegeven van de voorkeursrechtbeschikking en van de terinzagelegging.
Bijlagen 1. Perceellijst met kenmerk PL-40908-02 2. Grondtekening met tekeningnummer 40908 3. Raadsbesluit 4. Model-bekendmakingsbrief eigenaren raad
0000506357- pag. 4 van 4