CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel vaststellen SAMP TOR en keuze scenario.pdf

Gemeenteraad 20 januari 2025, gemeente Den HelderBij agendapunt: 8: Voorstel tot het vaststellen van het Strategisch Assetmanagement Plan 2025-2030 Openbare Ruimte.3.480 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies

Raadsvoorstel-advies Aan:

de gemeenteraad

Portefeuillehoude r:

Wethouder Zuiddam

Van team: Adviseur: E-mail:

Marieke Holthuijsen m.holthuijsen@denhelder.nl

Wethouder Bais Betrokken portefeuillehoude r: Classificatie:

Openbaar

Kenmerk: 0000156203 Datum voorstel:

Onderwerp:

Raadsvoorstel tot het vaststellen van het Strategisch Assetmanagement Plan 2025-2030 Openbare Ruimte

Publiekssamenvatting: In het Strategisch Assetmanagement Plan (SAMP) wordt de komende vijf jaar vooruitgekeken naar het beheer van de kapitaalgoederen (assets) in de openbare ruimte. Onder de assets vallen bijvoorbeeld bomen, wegen, lichtmasten en het riool. In het SAMP wordt de strategie van beheer vastgelegd. Ook biedt het SAMP een doorkijk verder dan vijf jaar; hoe voeren we in de toekomst systematisch beheer uit in de hele gemeente. Daarnaast legt de gemeenteraad met de vaststelling van het SAMP, gemeentelijke organisatiewaarden vast. Deze worden gebruikt in een afwegingskader voor projecten in de openbare ruimte. De organisatiewaarden komen voort uit de al vastgestelde visie- en beleidsdocumenten zoals de Omgevingsvisie.

Geadviseerd besluit: 1. het Strategisch Asset Management Plan (SAMP) 2025-2030 Openbare Ruimte, en de daarin genoemde organisatiewaarden en waardering vast te stellen 2. met de vaststelling van het SAMP De Helder(s)e visie op Openbare Ruimte Nieuw Perspectief in te trekken; 3. het in het SAMP 2025-2030 genoemde scenario 4 uit te voeren.

Aanleiding en context Het Strategisch Assetmanagement Plan (SAMP) is opgesteld om een duidelijke verbinding te leggen tussen de langetermijnvisie van de gemeente op de openbare ruimte en het dagelijkse beheer van de kapitaalgoederen (assets) in de openbare ruimte. Hiermee willen we ervoor zorgen dat onze acties en keuzes aansluiten op de ambities en doelstellingen die door de gemeenteraad zijn vastgesteld, zoals verwoord in de Omgevingsvisie "Koers op een sterke thuishaven" en bijvoorbeeld het Programma Duurzaamheid. Het SAMP vertaalt deze overkoepelende visies naar een concrete beheerstrategie. Dit betekent dat we bewuste keuzes maken over het beheer van onze assets, waarbij het voor iedereen binnen en buiten de organisatie, duidelijk is wat we doen en waarom. Beleidskader Met dit SAMP als Omgevingsprogramma sluiten we aan op het invoeren van de Omgevingswet en professionaliseren we de gemeentelijke organisatie door middel van assetmanagement. Na de uitvoering van Nieuw Perspectief uit 2015 (RB17.0008) is er behoefte aan een update van het beleidskader voor de openbare ruimte, het SAMP is hiervan de uitwerking. Het SAMP vervangt dan ook Nieuw Perspectief vanaf moment van vaststelling door de raad, zoals aangegeven in het collegeprogramma 2022-2026. Het SAMP leggen we nu voor vijf jaar vast.

Hoewel het SAMP een doorkijk geeft naar 2080, is het niet mogelijk om in de toekomst te kijken. Met een looptijd van vijf jaar is het mogelijk om de strategie op gezette momenten bij te kunnen stellen. Doelen en resultaten Het SAMP borgt de gemeentelijke doelen in het programma Gebiedsgericht Werken (GGW). De GGW aanpak is geen nieuwe strategie. Deze manier van werken is vanuit Nieuw Perspectief als Gebiedsgerichte Aanpak 0000156203- pag. 1 van 7

gestart en heeft een doorstart gevonden in het GGW. Met het SAMP wordt de strategische aanpak middels de GGW vastgelegd. Met de GGW wordt de gemeente buurt voor buurt aangepakt en al het mogelijke werk aan de assets waar dat kan in één keer uitgevoerd. Zo kan bijvoorbeeld de overlast tot een minimum worden beperkt en de kosten worden zo laag mogelijk gehouden. Werk dat buiten het GGW programma valt, wordt risico-gestuurd aangepakt. Hierbij wordt een risicoafweging gemaakt of werkzaamheden uitgevoerd of uitgesteld kunnen worden. Op deze manier wordt kritisch gekeken naar en de focus gelegd op de zaken die een substantiële bijdrage leveren aan de openbare ruimte. Naast de GGW en het risico-gestuurd beheer, zijn er zogenaamde 'kansprojecten'. Binnen deze projecten sluit het beheer van de openbare ruimte aan op ontwikkelingen in de openbare ruimte. Voor de beheerstrategie is een afwegingskader nodig. Dit wordt in het SAMP vastgelegd met de organisatiewaarden en een wegingsfactor. De organisatiewaarden komen voort uit de al vastgestelde visie- en beleidsdocumenten zoals de Omgevingsvisie. De organisatiewaarden zijn als volgt, de wegingsfactoren staan erachter. Waarbij 1 de laagste weging is en 5 de hoogste: 1. Vestigingsklimaat (5) 2. Duurzaamheid & toekomstbestendigheid (4) 3. Omgevingskwaliteit (4) 4. Gezondheid & veiligheid (3) 5.

Bereikbaarheid (2) Na vaststelling van het SAMP worden de huidige beheerplannen, die aflopen in 2025, opnieuw opgesteld voor een periode van vijf jaar. De komende vijf jaar de in het SAMP beschreven beheerstrategie uitvoeren volgens de door de gemeente reeds vastgestelde doelen. Dit betekent een getemporiseerde en haalbare uitvoering, waarmee in 2080 deze doelen behaald zijn op het gebied van beheer van de assets in de openbare ruimte. Kaders en omstandigheden De bestuurlijke context bestaat onder andere uit wet- en regelgeving en organisatie-breed beleid; De Algemene wet bestuursrecht (Awb) De Awb biedt algemene regels voor het optreden van bestuursorganen. Binnen dit kader speelt de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en de verordening fysieke leefomgeving (VOF) een rol. Hierbij is er veel aandacht voor participatie van inwoners en belanghebbenden bij de besluitvormingsprocessen onder deze wetgeving. Burgerlijk wetboek Er is geen overkoepelend wettelijk kader waarin voor gemeenten alle rechten en plichten met betrekking tot de openbare ruimte vastgelegd zijn. De algemeen geldende wettelijke kaders zijn vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek. Daarnaast is specifieke regelgeving van onder andere provincies en waterschappen van toepassing.

Als algemeen uitgangspunt geldt dat de gemeente een zorgplicht heeft voor het handhaven en bevorderen van de veiligheid in de openbare ruimte. De gemeente moet kunnen aantonen dat ze door inspecties en onderhoud een optimale zorg levert voor de assets. Omgevingswet De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. Minder regels, en betere en snellere besluitvorming. Voor ons werk aan de stad betekent de invoering van de Omgevingswet dat we nog meer stilstaan bij participatie en van tevoren nadrukkelijker nadenken over welke impact de ingreep heeft op de leefbaarheid en omgevingswaarde. Gemeentewet en Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Er zijn regels voor financieel beleid en het opstellen van financiële rapporten van gemeenten en provincies. Waaronder voor de begroting, meerjarenraming, het jaarverslag en de jaarrekening. Dit staat in de Gemeentewet en het BBV. De BBV geeft ook een definitie en stelt eisen aan de aanpak van achterstalligheid en kapitaalvernietiging. Overige wettelijke kaders De verantwoordelijkheden van de gemeente als wegbeheerder zijn vastgelegd in de Wegenwet en de Wegenverkeerswet. De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van alle op haar grondgebied liggende openbare wegen en weguitrusting (zoals verkeersborden en verlichting), die niet in beheer zijn van Rijk of provincie.

De wegenwet vereist dat de beheerder door tijdig onderhoud zorgt voor het in stand houden van het in wegen geïnvesteerde kapitaal. De wegenverkeerswet legt de verantwoordelijkheid van 0000156203- pag. 2 van 7

de gemeente als wegbeheerder vast voor de publiekrechtelijke zorg voor veiligheid. Wettelijk is niet vastgelegd aan welke eisen weguitrusting moet voldoen. Het doel van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is dat alle Europese wateren een bepaalde kwaliteitseisen moeten voldoen. Verder zijn in het Nationaal bestuursakkoord Water afspraken gemaakt over het op orde brengen van watersystemen binnen de gemeentegrenzen. Alhoewel gemeenten niet direct benoemd worden in het KRW, hebben de beheermaatregelen wel direct invloed op de waterkwaliteit. In de Nederlandse Arbowet zijn algemene regels opgenomen voor elektrische installaties en het gebruik daarvan. In de uitwerking van de NEN 3140 staat dat er een installatieverantwoordelijke is aangewezen binnen de gemeentelijke organisatie. Het belangrijkste doel van het Klimaatakkoord is de CO2-uitstoot in 2030 met 49% verminderen vergeleken met 1990. In 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen met 95% afgenomen zijn. Dit is nodig om de opwarming van de aarde niet verder te laten oplopen dan 1,5 ℃. Ook in het werk aan de openbare ruimte zijn er mogelijkheden om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Bij vaststellen van het SAMP hoort ook het intrekken van De Helder(s)e visie op Openbare Ruimte Nieuw Perspectief. De visie op de openbare ruimte is inmiddels vastgelegd in de Omgevingsvisie.

Het SAMP is, als Omgevingsprogramma een strategische voortzetting hiervan. De uitvoering krijgt een vervolg in de projecten die volgen uit de beheerstrategie, GGW, risico-gestuurd en 'kansprojecten'. Argumenten en alternatieven Er zijn keuzes te maken in welk tempo beheer en onderhoud uitgevoerd wordt. Deze keuzes hebben voor- en nadelen. De keuzes zijn uitgewerkt in vier scenario’s. Deze scenario’s zijn als volgt: 1. 2. 3. 4.

Beheerstrategie uitvoeren in de basis, alleen uitvoeren noodzakelijk (groot) onderhoud; Beheerstrategie uitvoeren volgens de door de gemeente gestelde doelen in 2040; Beheerstrategie uitvoeren volgens de door de gemeente gestelde doelen in 2050; Beheerstrategie uitvoeren volgens de door de gemeente gestelde doelen, met getemporiseerde uitvoering tot circa 2080.

Het is hierbij van belang dat er ver vooruit gekeken wordt om het beheer, de planning en de hiervoor benodigde kosten zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de doelen voor de gemeente. Hieronder worden de scenario’s met de daarbij behorende prestaties en risico’s beschreven. Scenario 1: Beheerstrategie uitvoeren in de basis Op dit moment is het budget voor de GGW beheerstrategie vastgesteld tot en met 2027. Dit volgt uit het beleidsdocument Nieuw Perspectief (2015) (Gemeente Den Helder, 2024) en het Programma Stedelijk Water & Riolering (2023-2027) (Gemeente Den Helder, 2024). Indien er na 2027 geen budget beschikbaar gesteld wordt voor de GGW beheerstrategie, is het alleen nog mogelijk om op basis van risico gestuurd beheer de openbare ruimte te onderhouden. Grote vervangingen en klimaat-adaptieve maatregelen zijn niet mogelijk. Prestaties · Maatregelen zijn gericht op het verlengen van de levensduur van de assets; · Basisbeheerkwaliteit blijft op orde, op basis van vastgestelde beeldkwaliteit; · Er vinden geen nieuwe ontwikkelingen in het beheer plaats.

Risico's · Lager ambitieniveau dan de door de gemeenteraad vastgestelde gemeentelijke ambities en doelstellingen; · Geen invulling kunnen geven aan GGW-doelen; · Minimale participatie met bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties en geen ruimte voor het inpassen van wensen die volgen uit participatie; · Op de lange termijn wordt ingeboet op de kwaliteit van de openbare ruimte, zowel de beeldkwaliteit als de (sociale)veiligheid lopen terug; · Niet bijdragen aan landelijke en Europese (klimaat)doelstellingen; · Niet voldoen aan reeds gemaakt afspraken met samenwerkende overheden; · Op de lange termijn zijn grotere investeringen nodig om de assets te vervangen; · Technische afschrijving van de assets gaat sneller. Scenario 2: Beheerstrategie uitvoeren volgens de door de gemeente gestelde doelen in 2040 0000156203- pag. 3 van 7

Om in 2040 te kunnen voldoen aan de vastgestelde gemeentelijke doelen, zoals bijvoorbeeld in het Programma Duurzaamheid, is het noodzakelijk om gemiddeld vier woonbuurten per jaar te realiseren volgens de GGW beheerstrategie. Dit vraagt een zeer grote inspanning op het gebied van participatie, werkvoorbereiding, onderzoeken, ontwerpen en de beschikbaarheid vanuit de markt. Prestaties · Voorbereid zijn op calamiteiten zoals bijvoorbeeld overstromingen, droge en natte periodes, hittestress; · Veiligere en prettigere leefomgeving; doordat we versneld de buurten aanpakken, denk aan meer vergroenen, veilige weginrichting, waterberging etc. · Beheerkosten op enkele assets gaan omlaag. Door een slimmere inrichting van een weg kan bijvoorbeeld een verkeerslicht niet meer nodig zijn; · De GGW-planning is in 2040 afgerond; · Uitvoering van gemeentelijke doelstellingen en ambities; · Assets leveren optimale bijdrage aan gemeentelijke doelstellingen en ambities. Risico's · Vraagt meer inzet van menskracht en financiële middelen.

Met een versnellingsfactor 4, zal de capaciteit ook met een factor 4, ten opzichte van scenario 4, uitgebreid moeten worden; · Binnen de huidige gemeentelijke begroting is er beperkt ruimte voor investeringen; · Huidige markt biedt niet voldoende capaciteit/materiaal/materieel om werkzaamheden uit te voeren of er is onvoldoende interesse in de locatie; · Door de aanpak van vier woonbuurten tegelijk, gaat de afschrijving met een factor vier omhoog. In de toekomst zijn deze woonbuurten ook weer gelijktijdig aan vervanging toe; · Het volledig herinrichten van vier woonbuurten tegelijk, zorgt voor onoverkomelijke overlast voor inwoners, ondernemers en bezoekers; · Objecten zijn voor nood- en hulpdiensten niet binnen de normtijd te bereiken. De gemiddelde investeringskredieten voor de periode 2025-2040 bedragen €84 miljoen per jaar. Elke buurt is anders, dus maatwerk is nodig. Dit geeft ons de kans om te optimaliseren en op basis van de organisatiewaarden, de juiste keuzes te maken. Scenario 3: Beheerstrategie uitvoeren volgens de door de gemeente gestelde doelen in 2050 Om in 2050 te kunnen voldoen aan de vastgestelde gemeentelijke doelen is het noodzakelijk om gemiddeld drie woonbuurten per jaar te realiseren volgens de GGW beheerstrategie.

Dit vraagt een behoorlijke inspanning op het gebied van participatie, werkvoorbereiding, onderzoeken, ontwerpen en de beschikbaarheid vanuit de huidige markt. Prestaties · Voorbereid zijn op calamiteiten zoals bijvoorbeeld overstromingen, droge en natte periodes, hittestress; · Veiligere en prettigere leefomgeving; doordat we versneld de buurten aanpakken, denk aan meer vergroenen, veilige weginrichting, waterberging etc. · Beheerkosten op enkele assets gaan omlaag. Door een slimmere inrichting van een weg kan bijvoorbeeld een verkeerslicht niet meer nodig zijn; · De GGW-planning is in 2050 afgerond; · Uitvoering van gemeentelijke doelstellingen en ambities; · Assets leveren optimale bijdrage aan gemeentelijke doelstellingen en ambities. Risico's · Vraagt meer inzet van menskracht en financiële middelen. Met een versnellingsfactor 3, zal de capaciteit ook met een factor 3, ten opzichte van scenario 3, uitgebreid moeten worden; · Binnen de huidige gemeentelijke begroting is er beperkt ruimte voor investeringen; · Huidige markt biedt niet voldoende capaciteit/materiaal/materieel om werkzaamheden uit te voeren of er is onvoldoende interesse in de locatie; · Door de aanpak van drie woonbuurten tegelijk, gaat de afschrijving met een factor drie omhoog.

In de toekomst zijn deze woonbuurten ook weer gelijktijdig aan vervanging toe; · Het volledig herinrichten van drie woonbuurten tegelijk, zorgt voor onoverkomelijke overlast voor inwoners, ondernemers en bezoekers; · Objecten zijn voor nood- en hulpdiensten niet binnen de normtijd te bereiken. Scenario 4: Beheerstrategie uitvoeren volgens de door de gemeente gestelde doelen, met getemporiseerde uitvoering tot 2080 Om in 2050 te kunnen voldoen aan de vastgestelde gemeentelijke doelen is het noodzakelijk om gemiddeld drie woonbuurten per jaar te realiseren volgens de GGW beheerstrategie. Dit vraagt een behoorlijke inspanning op het gebied van participatie, werkvoorbereiding, onderzoeken, ontwerpen en de beschikbaarheid vanuit de huidige markt. Om de uitvoering mogelijk te maken, zowel financieel als qua ambtelijke capaciteit, temporiseren we de uitvoering. Met dit scenario behalen we de gestelde doelen niet in 2050 maar in 2080. De huidige 0000156203- pag. 4 van 7

planning van de GGW-buurten wordt aangehouden. Dit betekent dat we voor één buurt per jaar de voorbereidingen starten. Prestaties · Uitvoering van gemeentelijke doelstellingen en ambities; · Assets leveren optimale bijdrage aan gemeentelijke doelstellingen en ambities; · Huidige ambtelijke organisatie heeft voldoende personele capaciteit · Veiligere en prettigere leefomgeving; · Beheerkosten op enkele assets gaan omlaag. Door een slimmere inrichting van een weg kan bijvoorbeeld een verkeerslicht niet meer nodig zijn; · Overlast voor bewoners, ondernemers en bezoekers is aanwezig, maar binnen acceptabele grenzen; · Bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten is gewaarborgd; · Tempo van uitvoering volgt een ‘natuurlijker cyclus’ van afschrijving van assets. Risico's · Niet halen van landelijke doelstellingen binnen de gestelde termijn van 2050; · Enkele buurten zijn later voorbereid op calamiteiten zoals bijvoorbeeld extreem droge en natte periodes en hittestress; · Uitvoering van de beheerstrategie past niet binnen de huidige organisatiestructuur. Planmatig wordt één buurt per jaar opgestart, welke tot gelijktijdige uitvoering van meerdere deelprojecten leidt. Er is capaciteit voor ca. één tot twee deelprojecten per jaar.

Een capaciteitsuitbreiding tot het gelijktijdig kunnen coördineren van drie tot vijf deelprojecten per jaar is noodzakelijk voor dit scenario; · Binnen de huidige gemeentelijke begroting is er beperkt ruimte voor investeringen; · Huidige markt biedt niet voldoende capaciteit/materiaal/materieel om werkzaamheden uit te voeren of er is onvoldoende interesse in de locatie; · De GGW-planning is in 2080 afgerond. Met scenario vier gaan we in ongeveer 55 jaar op deze manier de hele stad door, beginnende bij het gebied ‘Binnen de Linie’. In deze wijk zijn de klimaat- en onderhoudsopgaven het grootst. Advies Er wordt geadviseerd om scenario 4 te volgen. In dit scenario wordt een realistische planning gepresenteerd, gebaseerd op de beschikbare capaciteit, zowel ambtelijk als voor het bedrijfsleven. Bovendien is het investeringsniveau zowel voor de korte als lange termijn beter in balans; als je nu heel veel assets gaat vervangen (investeringskosten), dan zal de vervanging van deze assets in de toekomst ook op hetzelfde moeten gebeuren en zal er opnieuw grootschalig geïnvesteerd moeten worden in de assets van de openbare ruimte. Duurzaamheid Hoewel de gestelde doelstellingen bij scenario 4 voor, vanuit beheer van de assets, niet binnen het gewenste tijdspad gerealiseerd kunnen worden, stellen wij voor dat het haalbaar en acceptabel is om deze met vertraging in 2080 te bereiken.

Bestuurlijke vernieuwing Het SAMP is een voortzetting van visie- en beleidsdocumenten, waarvoor participatie heeft plaatsgevonden. Financiële consequenties Vaststelling van het SAMP op zich heeft geen financiële consequenties. De keuze in het uit te voeren scenario uiteraard wel. De investeringskosten die hier genoemd worden zijn richtinggevend. Naarmate de projecten verder worden uitgewerkt, wordt het inzicht in de nodige investeringen ook concreter. De hierna genoemde bedragen zijn dus een indicatie van de kosten, voor het uitvoeren van het betreffende scenario. Na vaststelling van het SAMP worden de nodige ruimtevragers opgenomen in de begroting en/of kadernota van 2026 en verder. Belangrijk is te vermelden dat diverse budgetten voor de GGW al zijn vastgelegd in de huidige begroting. Kosten scenario 1 De gemiddelde investeringskredieten voor scenario één bedragen €19 miljoen per jaar. Hierbij is geen rekening gehouden met de toekomstige (maatschappelijke) kosten voor het niet halen van de gestelde doelen en ambities. Op termijn zullen de kosten dus enorm oplopen in dit scenario. Kosten scenario 2 Voor het programma Nieuw Perspectief is in de huidige begroting tot en met 2027 jaarlijks 1,6 miljoen euro vastgelegd, met scenario twee wordt deze ruimtevrager in opvolgende jaren voortgezet.

De gemiddelde investeringskredieten voor de periode 2025-2040 bedragen €84 miljoen per jaar. Elke buurt is anders, dus 0000156203- pag. 5 van 7

maatwerk is nodig. Dit geeft ons de kans om te optimaliseren en op basis van de organisatiewaarden, de juiste keuzes te maken. Kosten scenario 3 Voor het programma Nieuw Perspectief is in de huidige begroting tot en met 2027 jaarlijks 1,6 miljoen euro vastgelegd, met scenario drie wordt deze ruimtevrager in opvolgende jaren voortgezet. De gemiddelde investeringskredieten voor de periode 2025-2050 bedragen €63 miljoen per jaar. Elke buurt is anders, dus maatwerk is nodig. Dit geeft ons de kans om te optimaliseren en op basis van de organisatiewaarden, de juiste keuzes te maken. Kosten scenario 4 Voor het programma Nieuw Perspectief is in de huidige begroting tot en met 2027 jaarlijks 1,6 miljoen euro vastgelegd, met scenario vier wordt deze ruimtevrager in opvolgende jaren voortgezet. De gemiddelde investeringen voor 2025-2080 zijn €21 miljoen per jaar. Elke buurt is anders, dus maatwerk is nodig. Dit geeft ons de kans om te optimaliseren en op basis van de organisatiewaarden, de juiste keuzes te maken. Samengevat zijn de indicatieve consequenties als volgt:

Scenario Moment van halen van doelstellingen Aantal buurten per jaar in GGWprogramma Nodige investering M€ / jaar (indicatief)

1 2 Niet, alleen RGB In 2040 0 4

3 In 2050 3

4 In 2080 1

19

63

21

84

Ook voor het uitvoeren van de risicogestuurd beheer strategie is budget nodig. Dit wordt verder uitgewerkt in de beheerplannen. De nodige middelen voor ‘kansprojecten’ zullen per project bekeken en eventueel gegenereerd moeten worden. Uitvoering en Planning Met scenario vier gaan we in ongeveer 55 jaar de hele gemeente door, beginnende bij het gebied ‘Binnen de Linie’. In deze wijk zijn de klimaat- en onderhoudsopgaven het grootst. Hierna zal de uitvoering van de GGW voortgezet worden in de andere woonwijken; Nieuw Den Helder, De Schooten en Julianadorp. Communicatie De projecten die voortkomen uit het GGW-programma hebben een bijzonder grote impact op de inwoners van Den Helder. Goede communicatie en participatie is dan ook standaard een onderdeel van deze projecten. De uitvoering hiervan wordt per project opgepakt. Financiële consequenties Vaststelling van het SAMP op zich heeft geen financiële consequenties. De keuze in het uit te voeren scenario uiteraard wel. Belangrijk is te vermelden dat diverse budgetten al zijn vastgelegd in de huidige begroting. Na vaststelling van het SAMP worden de nodige ruimtevragers opgenomen in de begroting en/of kadernota.

Scenario Moment van halen van doelstellingen Aantal buurten per jaar in GGWprogramma Nodige investering M€ / jaar (indicatief)

1 2 Niet, alleen RGB In 2040 0 4

3 In 2050 3

4 In 2080 1

19

63

21

84

Uitvoering en Planning Met scenario vier gaan we in ongeveer 55 jaar de hele stad door, beginnende bij het gebied ‘Binnen de Linie’. In deze wijk zijn de klimaat- en onderhoudsopgaven het grootst. Communicatie De strategie beschreven in het SAMP is voornamelijk voor intern gebruik. Tijdens het opstellen van het SAMP is uitvoering samengewerkt tussen verschillende teams. Na vaststelling van het SAMP wordt de beschreven werkwijze onderdeel van het dagelijks werk. Communicatie hierover zal dus op teamniveau worden opgepakt. De projecten die voortkomen uit het GGW-programma hebben een bijzonder grote impact op de inwoners van 0000156203- pag. 6 van 7

Den Helder. Goede communicatie en participatie is dan ook standaard een onderdeel van deze projecten. De uitvoering hiervan wordt per project opgepakt.

0000156203- pag. 7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/2213/documents/23803