Raadsvoorstel tot aanpassing van de organisatie van beheer en ontwikkeling van erfgoed.pdf
Tekst van het document
Advies
Aan:
de gemeenteraad
Portefeuillehouder:
Wethouder Nanning
Van team: Adviseur: E-mail:
Betrokken portefeuillehouder: Classificatie:
Wethouder Van Diepen Wethouder Camara Openbaar
Kenmerk: 0000101509
Raadsvoorstel-advies
Omgeving Paul Franssen p.franssen@denhelder.nl
Datum voorstel: 1 oktober 2024 Onderwerp:
Voorstel tot aanpassing van de organisatie van beheer en ontwikkeling van erfgoed van de Stelling en Willemsoord – naar een alternatieve derde stap.
Publiekssamenvatting: De gemeenteraad besloot in 2019 om belangrijke onderdelen van het erfgoed in Den Helder in drie stappen onder te brengen bij één professionele organisatie zodat de instandhouding en de ontwikkeling van dit erfgoed gewaarborgd zou zijn. Het gaat om de delen die in beheer zijn bij de Stichting Erfgoed Den Helder en bij Willemsoord bv. De eerste twee stappen zijn gezet. Adviesbureau Panteia heeft onderzoek gedaan naar het resultaat daarvan, en naar voorwaarden voor het zetten van de derde stap. Geconstateerd is dat het in stand houden van het monumentale erfgoed meer kost dan in 2019 was ingeschat. De gemeenteraad wordt daarom voorgesteld om vanaf 2025 extra middelen beschikbaar te stellen. Daarnaast is het nodig een aantal organisatorische maatregelen te nemen. Deze vormen, samen met het borgen van de financiën, de noodzakelijke derde stap naar een duurzame basis voor het instandhouden en ontwikkelen van het erfgoed.
Geadviseerd besluit: De volgende uitgangspunten voor de organisatie van het beheer en van de ontwikkeling van het erfgoed vast te stellen: - het vastgoed dat op dit moment in juridisch eigendom is van de Stichting Erfgoed Den Helder (SEDH) over te dragen aan Willemsoord bv (WObv), en daarmee is ook het beheer over te dragen aan WObv; - het beheer van het openbaar toegankelijke deel van Willemsoord te beleggen bij de gemeente; - het beheer van de bruggen, kades, watergangen en sluizen te beleggen bij de Port of Den Helder (PoDH) als meest gerede partij voor deze nautische taak; - de ontwikkeling van het erfgoed en het ondersteunen van de vrijwilligers te beleggen bij een zelfstandige organisatie.
0000101509- pag. 1 van 8
Aanleiding en context In de aandeelhoudervergadering van Willemsoord bv van 5 juni 2023 is afgesproken om een onderzoek uit te laten voeren naar de huidige en toekomstige situatie van Willemsoord bv. Vanwege de relatie tussen Willemsoord bv (WObv) en de stichting Erfgoed Den Helder (SEDH) zou het onderzoek ook betrekking hebben op SEDH. Het onderzoek werd gezien als een herijking van het 3stappenplan uit 2019 om te komen tot één erfgoedorganisatie voor beheer en exploitatie van delen van Willemsoord en de stelling. De eerste stap bestond in de oprichting van SEDH. Met de tweede stap is een aantal onderdelen van de Stelling in erfpacht uitgegeven aan de stichting. Ook het personeel is in dienst van SEDH gekomen. De derde stap (het overhevelen van het eigendom van vastgoed van WObv naar SEDH) was nog niet gezet en de financiële situatie noopte tot een beoordeling van de situatie. De gemeente in de rol van aandeelhouder van WObv en subsidieverstrekker van SEDH, en de Raad van Commissarissen van WObv en de Raad van Toezicht van SEDH hebben een onafhankelijk onderzoek laten uitvoeren naar de feiten en een daaraan gekoppeld advies over de te nemen vervolgstappen. Aan de raad heeft het college op 27 juni 2023 (2023-036744) het volgende gecommuniceerd: Dit plan (stappenplan Erfgoedorganisatie) is op 25 november 2019 door uw raad vastgesteld en voor een belangrijk deel uitgevoerd.
Het college heeft met de Raad van Commissarissen van Willemsoord bv afgesproken dat de onderzoeksvragen na gezamenlijk overleg worden vastgesteld. Conform de aanbeveling van de accountant van de gemeente zal het onderzoek in elk geval betrekking hebben op het meerjaren onderhoudsplan, het meerjaren investeringsplan en de waardering van het vastgoed. Ook zal er gekeken worden naar het verhuurbedrijf, de verwerving en administratie van subsidies, en de verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen de gemeente en Willemsoord bv en de Stichting Erfgoed Den Helder. Deze onderwerpen culmineren in een geactualiseerde visie op de organisatie van het beheer en de exploitatie van het erfgoed en een daarop afgestemd meerjaren financieel perspectief. Over de resultaten van dit onderzoek zullen wij u voor het eind van dit lopende jaar informeren en adviseren. Op 12 september 2023 informeerde het college de raad via een raadsinformatiebrief (2023-039489) dat SEDH en WObv subsidieaanvragen hadden gedaan voor de instandhouding van het erfgoed. Uit de aanvragen bleek dat de aanvraag uitging van een structurele bijdrage van de gemeente van ca. € 1.700.000, en van een incidentele bijdrage van € 660.000 ter dekking van exploitatietekorten bij SEDH tot eind 2023.
Los van deze bijdrage zou er nog een aanzienlijk investeringsbedrag vrijgemaakt moeten worden voor het verduurzamen van het vastgoed en de renovatie van de dokken op Willemsoord. Het college meldde ook dat er bij SEDH een risico op een tekort aan liquiditeiten was gesignaleerd. Het college gaf daarbij aan eerst de resultaten van het onderzoek af te wachten zodat er een externe analyse is van de huidige en toekomstige situatie. Op 3 oktober 2023 (2023-042594) heeft het college de gemeenteraad het volgende gecommuniceerd met betrekking tot Willemsoord bv: Op zaterdag 30 september 2023 ontvingen wij bericht van Willemsoord bv over de bijgestelde prognose van het bedrijfsresultaat van het jaar 2023. Op 28 september stelde de Raad van Commissarissen vast dat er rekening te houden is met een verlies van ca. € 193.000,- over het jaar 2023. Eerder was uitgegaan van een beperkte winst. Het verwachte verlies wordt voor een beperkt deel veroorzaakt doordat de kosten structureel sneller stijgen dan de opbrengsten. Belangrijkste factor zijn echter de incidentele lasten voor het onderzoek naar de implementatie van het warmtenet van ca. € 125.000. Dit onderzoek heeft inzicht gegeven in de maatregelen die te nemen zijn voor het kunnen aansluiten van de monumentale gebouwen op het warmtenet. Het resultaat is dus relevant voor de toekomst.
Het warmtenet zal op korte termijn echter niet gerealiseerd worden en de kosten komen ten laste van het resultaat in 2023. De Raad van Commissarissen heeft aangegeven dat het geprojecteerde exploitatieverlies over 2023 opgevangen kan worden met het eigen vermogen van de vennootschap en er geen directe financiële gevolgen zijn voor de gemeente als aandeelhouder. Dit leidt dus niet tot een geldvraag aan de gemeente. Adviesbureau Panteia startte op 5 oktober 2023 met het onderzoek. Op 10 oktober 2023 informeerde het college de raad (2023-043054) dat op basis van bedrijfsinformatie van de Stichting Erfgoed Den Helder geconcludeerd kon worden dat het risico op 0000101509- pag. 2 van 8
een liquiditeitstekort binnen een termijn van zes maanden het hoofd kon worden geboden door de stichting zelf. Met de inzet van de reguliere gemeentelijke subsidie bleek de stichting in staat de normale bedrijfsvoering te continueren. Hiermee is ook de uitvoering veilig gesteld van projecten die gesubsidieerd zijn door andere partners, zoals het Waddenfonds of de provincie Noord-Holland. Het college zag geen aanleiding voor het aanpassen van de financiële kaders op korte termijn, tijdens de uitvoering van het onderzoek door adviesbureau Panteia. Op 6 maart 2024 informeerde het college de raad (2024-010404) dat de rapportage “Herijking 3stappenplan Stichting Erfgoed Den Helder en Willemsoord bv” van adviesbureau Panteia op 28 februari 2024 was ontvangen. Daarbij tekende het college het volgende aan: Het college en de RvC/RvT nemen de aanbevelingen van Panteia ter harte. De eerste aanbeveling is “Zie definitief af van het zetten van stap 3 uit het 3-stappenplan”. Uit de andere aanbevelingen blijkt dat de huidige situatie met de afronding van stap 2 niet duurzaam is. Er moeten maatregelen genomen worden die in samenhang een alternatieve stap 3 vormen. Op 29 februari jl. is afgesproken dat college en RvC/RvT de komende weken in onderling overleg, en op basis van de bouwstenen die Panteia aanreikt, de contouren van die alternatieve stap 3 uitwerken.
Het college zal de gemeenteraad in mei adviseren over de aanpak, inclusief een vertaling op hoofdlijnen van de financiële en organisatorische aspecten. De besluitvorming hierover kan plaatsvinden in de vergadering van uw raad op 10 juni aanstaande. Onderdeel van de aanpak is het aanscherpen van het erfgoedbeleid en het cultuurbeleid. Ten behoeve van de actualisatie van het erfgoedbeleid zal het college uw raad voor de zomer een startnotitie aanbieden. De actualisatie van het cultuurbeleid wordt inmiddels voorbereid en hierover adviseert het college uw raad in september (besluitvorming op 7 oktober). Uit bovenstaande chronologische beschrijving blijkt dat er voldoende aanleiding en reden was om het externe bedrijfsonderzoek te laten uitvoeren. Tijdens het onderzoek heeft het college de financiële situatie bij zowel Willemsoord bv als bij de Stichting Erfgoed Den Helder gemonitord. De situatie is op dit moment stabiel (er is geen sprake van een gebrek aan liquiditeit bij SEDH en WObv) maar er zijn serieuze zorgen over de toekomstige situatie. Het college heeft in samenwerking met SEDH en WObv, op basis van de adviezen en bouwstenen die adviesbureau Panteia in de rapportage heeft aangereikt, de contouren van de oplossingsrichting kunnen schetsen. De oplossingsrichting is beschreven in de Basisnotitie Doorontwikkeling organisatie erfgoed Den Helder (bijlage 1).
Doelen en resultaten De oplossingsrichting bestuurlijk vast te stellen. Kaders en omstandigheden Kaders - Beleidskader erfgoed “Cultureel Erfgoed: Oog voor het verleden, visie op de toekomst” (2017); - Erfgoedorganisatie Den Helder Stappenplan (2019); - Deelvisie ‘Den Helder heeft de Stelling’ (2023), onderdeel Omgevingsvisie. Omstandigheden Het beheer (onderhoud en de exploitatie) van het erfgoed waar onderhavig advies betrekking op heeft is nog niet eenduidig geregeld. SEDH heeft in erfpacht van de gemeente een deel van de stelling van Den Helder, waaronder fort Kijkduin en fort Westoever. Het Fort Kijkduin is in volledig eigendom van SEDH. De exploitatie van dit fort en van het Atlantikwall centrum is ondergebracht bij Zeebad Huisduinen bv waarvan SEDH 100% aandeelhouder is. Voor het onderhoud van dit erfgoed stelt de gemeente subsidie beschikbaar. SEDH is een stichting die in juridische zin onafhankelijk is van de gemeente. Aan de verlening van subsidie stelt de gemeente voorwaarden. Op Willemsoord zijn drie complexen in erfpacht uitgegeven aan WObv: gebouw 51, gebouw 39 en gebouw 41. Gebouw 51 wordt door WObv verhuurd. De gebouwen 39 en 41 zijn in ondererfpacht uitgegeven; onderhoud en exploitatie ervan liggen buiten de invloedssfeer van WObv.
De rest van het rijksmonument Willemsoord (niet zijnde het deel dat in eigendom is van de staat) is in juridisch eigendom van de gemeente. Via een samenwerkingsovereenkomst zijn de lusten en lasten van het 0000101509- pag. 3 van 8
beheer ervan in handen van WObv gegeven. WObv heeft met andere woorden het economisch eigendom. De gemeente draagt op verschillende manieren bij aan de exploitatie van WObv. WObv is een verbonden partij van de gemeente Den Helder. De gemeente is 100% eigenaar van de vennootschap. In de Algemene Vergadering van Aandeelhouders heeft de gemeente conform de statuten invloed op de bedrijfsvoering. Dat kan ook op basis van voorwaarden die aan de verlening van subsidie worden gesteld. De gemeente is niet vertegenwoordigd in de Raad van Commissarissen van WObv en de Raad van Toezicht van SEDH. Argumenten en alternatieven De gemeente heeft fort Kijkduin in eigendom overgedragen aan de stichting Stelling Den Helder die is opgegaan in de Stichting Erfgoed Den Helder (stap 1 van het op 25 november 2019 vastgestelde 3stappenplan). Stap 2 is in 2022 gezet: de samensmelting van de operationele organisaties van SEDH en WObv. Sinds 2022 is het personeel in dienst van SEDH. Als gevolg van de professionalisering is er een beter inzicht ontstaan in de onderhoudsopgave, de financiën en de bedrijfsvoering in het algemeen. Gebleken is dat het beheer van openbaar toegankelijk gebied op Willemsoord op een andere manier georganiseerd moet worden dan het onderhouden en exploiteren van vastgoed.
Nu in 2024 is ook gebleken dat het zetten van de oorspronkelijk beoogde derde stap (waarin het vastgoed van WObv over zou gaan naar SEDH) niet voldoende zinvol is. Een deel van de argumentatie ligt in de fiscale risico’s. Bij overdracht van het eigendom van WObv aan SEDH is een grote som aan overdrachtsbelasting verschuldigd. De waarde van het vastgoed op Willemsoord is immers groot. Daarbij komen het voortschrijdend inzicht over de rol van de gemeente in het beheer van het openbaar toegankelijke deel van Willemsoord, en de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor het in stand houden en het ontwikkelen van het erfgoed. Gelet op het feit dat de grootste financiële waarde van het erfgoed op Willemsoord zit en de gemeente 100% eigenaar is van WObv ligt het in de rede om het voornemen van het bestuur van WObv/SEDH te volgen om het personeel én het vastgoed onder te brengen bij WObv, in plaats van bij SEDH. De overdracht van personeel is per saldo kostenneutraal. De fiscale consequenties van de overdracht van het vastgoed zijn kleiner dan in de oorspronkelijke derde stap omdat de waarde van het vastgoed in eigendom bij SEDH lager is dan de waarde van het vastgoed op Willemsoord.
Met daarnaast de noodzakelijke uitbreiding van de structurele financiële ruimte voor beheer en verduurzaming (zie onder kopje Financiële consequenties) wordt de basis gelegd voor het kostendekkend beheren van de openbare ruimte en van de vele historische gebouwen. Zo wordt de basis op orde gebracht. Met “de basis op orde” wordt ook een heldere rolverdeling en ordentelijke samenwerking tussen de verschillende partijen mogelijk gemaakt. Voor het beheer van de openbaar toegankelijke delen van Willemsoord, waaronder ook bruggen, watergangen en kades is bestuurlijk mandaat en specifieke kennis onontbeerlijk. De gemeente heeft een evidente rol in het onderhoud van de openbare ruimte en in de handhaving van de openbare orde en veiligheid, in samenwerking met de hulpdiensten. Voor wat betreft het beheren van bruggen, watergangen en kades heeft Port of Den Helder (PoDH) expertise in huis. Op dit moment vindt verkennend overleg plaats om deze specifieke taak bij PoDH te beleggen. WObv richt zich dan primair op vastgoedbeheer, en stimuleert de ontwikkeling van onderdelen die niet of niet optimaal worden gebruikt. Vrijwilligers vinden in een zelfstandige organisatie onderdak en werken samen met de werknemers van WObv aan het beheer én de ontwikkeling van het erfgoed. De daadwerkelijke herontwikkeling van erfgoed kan door WObv in handen worden gegeven van andere partijen.
Bij de besluitvorming over het erfgoedbeleid in 2025 kan de gemeenteraad definiëren in welke mate en met welke middelen de ontwikkeling van het erfgoed ter hand kan worden genomen. In onderlinge samenwerking wordt economische en maatschappelijke waarde gecreëerd. Als er géén financiële maatregelen worden getroffen gaan SEDH en Zeebad Huisduinen bv failliet. In deze situatie zullen Fort Kijkduin, Fort Westoever en het Atlantikwall centrum sluiten. De personele 0000101509- pag. 4 van 8
organisatie verdwijnt. De eigendommen van SEDH vallen terug naar de gemeente en daarmee de verantwoordelijkheid voor de instandhouding ervan. Willemsoord bv kan nog enkele jaren doorgaan in het huidige exploitatiemodel, er van uitgaande dat een deel van het personeel zich zal verbinden aan de vennootschap. Zonder belangrijke keuzes in de taakstelling zal de vennootschap op termijn echter ontbonden moeten worden. In dit scenario zal het beheer van het erfgoed in eerste instantie bij de gemeente komen te liggen. De gemeente ziet zich dan op korte termijn geconfronteerd met hoge kosten, zeker in financiële termen omdat een belangrijk deel van de exploitatieopbrengsten zal wegvallen. Dit scenario (“koude sanering”) strookt niet met staand beleid ten aanzien van het behoud en de ontwikkeling van het erfgoed. Dit scenario zou ook een fundamentele wijziging betekenen van de in 2019 vastgestelde organisatorische kaders. De gemeente zou in theorie de gehele taakstelling kunnen “inbesteden”, het vastgoed én het personeel overnemen. In deze variant en bij het handhaven van de huidige taken is de uitbreiding van de structurele financiële ruimte overigens evengoed nodig. Hiermee gaat wel een deel van de slagkracht verloren die nodig is voor doelmatig en effectief beheer van commercieel vastgoed.
Daarnaast zit het beheren van rijksmonumentaal vastgoed (waaronder ook valt het aanboren van subsidies voor de instandhouding) niet binnen de kerncompetentie van de gemeente. Het college waardeert positief het resultaat van de professionalisering van het beheer die vanaf 2022 is ingezet en ziet dan ook onvoldoende aanleiding voor het inbesteden van het onderhoud, van de exploitatie en van de ontwikkeling van het erfgoed. Al met al blijft het in 2017door de gemeenteraad vastgestelde kader (onderbrengen van het beheer van het erfgoed in één professionele organisatie) dus overeind. Binnen dat kader is wel een alternatieve derde stap te zetten. Duurzaamheid Voor de verduurzaming van het erfgoed (zowel de forten die in exploitatie zijn bij SEDH als het vastgoed op Willemsoord) is een investering nodig van € 4 miljoen. WObv en SEDH hebben specialistisch onderzoek laten uitvoeren naar de mogelijkheden voor verduurzaming. Er is rekening te houden met het behoud van de monumentale waarden van het vastgoed. Ook de bestaande exploitatie is een beperkende factor. Zo vergt het isoleren van de vloeren om zeer ingrijpende maatregelen die de bedrijfsvoering van de huurders onevenredig aantasten. Een dergelijke maatregel vraagt om te grote offers. Tenslotte is rekening gehouden met subsidies voor het verduurzamen van vastgoed.
De vrij te maken gemeentelijke investering werkt als hefboom voor het werven van subsidies (bijvoorbeeld de regeling Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed van RVO en het ontzorgingsprogramma van de RCE). In de rapportage van adviesbureau Panteia wordt nog uitgegaan van een investeringssom van € 8 10 miljoen. Op basis van onderzoek dat WObv en SEDH hebben laten uitvoeren is gebleken dat de financiële opgave in de praktijk minder omvangrijk kan zijn en dit bedrag naar beneden bijgesteld kan worden tot € 4 miljoen. Het college heeft in de concept begroting voor 2025 en verder een investeringskrediet van € 4 miljoen opgenomen. De kapitaallasten voor deze investering zijn € 236.000 en zijn niet eerder te verwachten dan vanaf 2027. Uitstel van de verduurzamingsopgave wordt niet geadviseerd. Enerzijds omdat er van rijkswege meer wettelijke verplichtingen komen tot het verduurzamen van vastgoed, anderzijds omdat zonder verduurzaming de verhuurbaarheid van het vastgoed onder druk komt te staan. Bovendien is er de komende tijd nog de mogelijkheid om subsidies te werven bij onder andere rijk en provincie. De verduurzaming is te zien als een investering in de waarde van het vastgoed en daarmee in de waarde van de deelneming van de gemeente in Willemsoord bv. Bestuurlijke vernieuwing De basisnotitie (bijlage 1) is het resultaat van samenwerking tussen gemeente, WObv en SEDH.
De drie partijen opereren in die samenwerking op voet van gelijkwaardigheid.
Financiële consequenties 0000101509- pag. 5 van 8
In de kadernota 2025-2028 is in hoofdstuk 4. Onzekerheden (p. 11-12) de volgende tabel opgenomen:
In samenwerking tussen de gemeente en WObv/SEDH is de onderbouwing voor deze bedragen verder uitgewerkt. Per saldo is het mogelijk gebleken de benodigde financiële ruimte naar beneden bij te stellen. Hoe dan ook is er een structurele bijdrage nodig vanaf 2025 om de taakstelling financieel te dekken. Ook de verduurzamingsopgave is noodzakelijk. Er is een onderscheid te maken tussen de incidentele bijdrage en de structurele bijdrage. Incidentele bijdrage In de rapportage van adviesbureau Panteia is gewezen op de sinds 2020 opgebouwde exploitatietekorten bij SEDH/Zeebad Huisduinen bv. Het college heeft ervoor gekozen een deel van deze tekorten op te lossen in begrotingsjaar 2024 en de afhandeling via de tweede halfjaarrapportage aan de gemeenteraad voor te leggen voor besluitvorming. Per 31 december 2024 gaat het naar verwachting om een incidenteel bedrag van € 620.000. Dit bedrag is lager dan het door adviesbureau Panteia geschatte bedrag van € 857.000 (opgebouwde tekorten tot en met 2023) en ook lager dan het bedrag van € 991.000 dat is opgenomen in de kadernota 2025-2028 (opgebouwde tekorten tot en met 2024). Het college heeft besloten alleen te compenseren hetgeen strikt noodzakelijk is om de in de basisnotitie geschetste derde stap te kunnen realiseren. Een deel van de opgelopen verliezen is en wordt opgelost door SEDH/Zeebad Huisduinen bv zelf.
Er resteert een bedrag van € 620.000 per eind 2024 in de vorm van de opgebouwde schuld die Zeebad Huisduinen bv heeft aan SEDH. Structurele bijdrage In de basisnotitie is de volgende financiële tabel opgenomen (bedragen in € x 1.000): Jaar 2025 2026 2027 2028 Exploitatieresultaat zonder gemeentelijke subsidie Zeebad Huisduinen bv 1) - 205 - 130 - 125 - 120 2) Stichting Erfgoed Den Helder - 740 - 945 - 720 - 720 Willemsoord bv 3) -1.530 -1.370 -1.400 -1.450 Subtotaal -2.475 -2.445 -2.245 -2.290 Al structureel in gemeentelijke begroting opgenomen Aanvullende structurele behoefte vanaf 2025 Restant 1)
2)
3)
1.330
1.330
1.330
1.330
1.145 0
1.115 0
915 0
960 0
De licht dalende trend voor het resultaat van Zeebad Huisduinen is het gevolg van de verwachte stijging van het aantal bezoekers en daarmee de opbrengsten. Het verhoogde tekort in 2026 van SEDH is het gevolg van het geplande inhalen van uitgesteld onderhoud aan fort Westoever. Het relatief hoge tekort van WObv wordt veroorzaakt door de noodzakelijke investering in de brug naar de Weststraat.
0000101509- pag. 6 van 8
N.B. De in de tabel opgenomen gemeentelijke bijdragen (de bestaande structurele ruimte en de aanvullende structurele behoefte vanaf 2025) zijn niet geïndexeerd weergegeven. De bijdrage wordt in de praktijk wel geïndexeerd. Dat gebeurt jaarlijks bij vaststelling van de gemeentelijke begroting.
In de basisnotitie zijn 3 uitgangspunten aangehaald die bepalend zijn voor de gepresenteerde cijfers. Hieronder worden deze 3 uitgangspunten aangehaald met daarbij een beoordeling. Uitgangspunt 1: De omvang van de bestaande taakstelling wijzigt niet in 2025. Het is denkbaar dat na aparte besluitvorming de omvang van de taakstelling op termijn wel verandert. Een voorbeeld daarvan is de door Panteia geadviseerde sluiting van het Atlantikwall Centrum. Zou die maatregel genomen worden dan valt er in de begroting € 30.000 vrij. Deze basisnotitie beschrijft de kaders voor een verandering in de verdeling van taken. Uitgangspunt is dat de herverdeling van taken geen budgettaire gevolgen heeft. Anders gesteld: het maakt voor de hoogte van de kosten niet uit waar de taak wordt belegd. Beoordeling: De gemeentelijke organisatie heeft middels de samenwerking met WObv en SEDH goed inzicht gekregen in de bedrijfsvoering. Dit inzicht geeft een voldoende mate van zekerheid dat de geadviseerde nieuwe budgettaire kaders solide zijn. In bovenstaande tabel is uitgegaan van de fictie dat de drie organisaties (SEDH en de onderliggende bv Zeebad Huisduinen en WObv) de komende vier jaar doorwerken in de huidige taakverdeling. Het is echter juist de bedoeling dat de taakverdeling wijzigt. Daarmee wijzigt niet het totaal van het budget maar wel de verdeling van de budgetten.
Als bijvoorbeeld het beheer van het openbare deel van Willemsoord door de gemeente wordt uitgevoerd dan zal dat deel van het budget niet meer bij WObv terecht komen maar bij de betrokken afdelingen van de gemeentelijke organisatie. Het is billijk het jaar 2025 als een transitieperiode te zien. De organisatorische aanpassingen en de herverdeling van taken vergen immers tijd. Bovendien zal de gemeenteraad in 2025 een besluit nemen over de actualisatie van het erfgoedbeleid. Het is niet raadzaam om al in 2024 keuzes te maken in de taakstelling, bijvoorbeeld om naar aanleiding van de rapportage van adviesbureau Panteia te besluiten het Atlantikwall Centrum te sluiten. Als er in de loop van 2025 via aparte besluitvorming in de gemeenteraad een verandering komt in de omvang van de taakstelling dan zullen de budgettaire kaders daar ook op aangepast moeten worden. Uitgangspunt 2: Onderhoud voor instandhouding. Het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) is bijgewerkt. In de komende jaren vindt een inhaalslag plaats op het achterstallig onderhoud. Uitgangspunt voor het onderhoud is dat het is bedoeld voor instandhouding, en niet voor verbetering/renovatie. In de begroting is bijvoorbeeld rekening gehouden met de kosten voor het herstel van de Westerpoortbrug op Willemsoord ad € 150.000 in 2025, niet met de eventuele kosten van de renovatie van de brug.
Ook is in de herberekening geen rekening gehouden met de kapitaallasten van de investering in de verduurzaming van het vastgoed. Beoordeling: Instandhouding is een wettelijke plicht, de benodigde middelen hiervoor moeten worden gewaarborgd. Onder het kopje Duurzaamheid van onderhavig advies is opgenomen dat bovenop de bedragen die in bovenstaande tabel worden gehanteerd rekening te houden is met een investeringsbedrag van € 4 miljoen en kapitaallasten ad € 236.000 vanaf 2027. Er vindt op dit moment nader onderzoek plaats naar scenario’s voor renovatie van de brug die Willemsoord ontsluit op de Weststraat, zodat deze geschikt is voor modern gebruik conform de huidige normen. Over deze scenario’s zal het college de raad apart adviseren. Nader onderzoek naar de staat van de kades heeft aangetoond dat er een goed beeld is en dat er op korte termijn geen grote investeringen zijn te verwachten. Uitgangspunt 3: Voor het berekenen van de gemeentelijke bijdrage die nodig is voor een sluitende begroting is rekening gehouden met de bestaande structurele subsidies van de gemeente en het Rijk voor de instandhouding van het erfgoed dat nu in eigendom is van WOBV en SEDH. Er is bij het bepalen van de noodzakelijke extra bijdrage van de gemeente van uitgegaan dat na 0000101509- pag. 7 van 8
ontvangst van deze bijdrage het begrote bedrijfsresultaat nihil is. Er is dus geen rekening gehouden met het creëren van een buffer voor het opvangen van risico’s. Beoordeling: Dit betekent dat er bij de uitwerking van de afspraken tussen Willemsoord bv, de gemeente en ook PoDH door alle partijen gestuurd moet worden op een efficiënte herverdeling en uitvoering van de taken. In die zin is het budgettaire kader “taakstellend”. Uitvoering en Planning De incidentele financiële gevolgen worden meegenomen in de halfjaarrapportage 2024. De structurele financiële gevolgen zijn opgenomen in de concept begroting 2025. Na besluitvorming werkt het college, samen met de directie van WObv/SEDH en van PoDH, aan de herverdeling van taken en van bijbehorende budgetten. Hierbij is ook betrokken Zeestad vanwege de lopende projecten voor de herinrichting van de openbare ruimte op Willemsoord. Belangrijk aandachtspunt is het actualiseren van de governance. De statuten van WObv en SEDH zullen moeten worden aangepast. Het is ook mogelijk dat het vanwege juridische/financiële/fiscale redenen beter blijkt te zijn dat SEDH opgaat in een andere organisatie, vandaar dat in het geadviseerde besluit het begrip “zelfstandige organisatie” is gebruikt. De essentie is dat deze organisatie qua governance zelfstandig opereert ten opzichte van de gemeente.
In het najaar 2024 vindt besluitvorming in de raad plaats over cultuurbeleid en beleid voor toerisme en recreatie. In de tweede helft van 2025 stelt de gemeenteraad het nieuwe erfgoedbeleid vast. Dan is ook het handelingskader vast te stellen voor de ontwikkeling van het erfgoed door bovengenoemde zelfstandige organisatie. Op dit moment is er onvoldoende aanleiding om de aanbeveling van adviesbureau Panteia om het Atlantikwall Centrum te sluiten op te volgen. Het college wil eerst besluitvorming over nieuw erfgoedbeleid afwachten. Communicatie Op 24 juni 2024 heeft een beeldvormende avond plaatsgevonden waar adviesbureau Panteia de conclusies van het externe onderzoek presenteerde. Het college heeft de raad op 3 september 2024 via een RIB geïnformeerd over de basisnotitie. Deze notitie is in eerste instantie besproken in de vergadering van de commissie MO op 23 september 2024. Op 30 september 2024 vond een beeldvormende avond plaats waarin de directeur bestuurder van Willemsoord bv inzicht gaf in de gang van zaken in het afgelopen semester. Daarbij is ook ingegaan op de vragen en opmerkingen die in de commissievergadering van 23 september 2024 aan de orde zijn gekomen. Op basis van hetgeen de raadscommissie naar voren bracht heeft het college op 1 oktober zijn standpunt bepaald in de vorm van onderhavig raadsadvies.
Dit raadsadvies kan worden besproken in de raadscommissie van 14 oktober 2024 waarna besluitvorming in de vergadering van gemeenteraad van 7 november 2024 kan plaatsvinden. De hierboven genoemde vergaderdata van de raadscommissie en de gemeenteraad zijn onder voorbehoud van goedkeuring door de agendacommissie van de raad.
0000101509- pag. 8 van 8