Raadsvoorstel OZB 2026.pdf
Tekst van het document
Advies
Raadsvoorstel-advies Aan:
de gemeenteraad
Portefeuillehouder:
Wethouder Van Diepen
Betrokken portefeuillehouder: Classificatie:
Wethouder Bais Openbaar
Van team: Adviseur: E-mail:
Financiën Patricia van Leerdam p.van.leerdam@denhelder.nl
Kenmerk: 0000514251 Datum voorstel: 18 november 2025
Onderwerp:
Voorstel tot het vaststellen van de Verordening onroerendezaakbelasting Den Helder 2026
Publiekssamenvatting: De onroerendezaakbelasting (OZB) is de belangrijkste gemeentelijke belasting. Dit komt niet alleen vanwege de opbrengst, maar ook omdat deze opbrengst door de gemeente vrij te besteden is en daarmee tot de algemene middelen behoort. De OZB zijn een algemene heffing over het op 1 januari in eigendom en/of gebruik hebben van onroerende zaken in de gemeente. De heffingsmaatstaf (belastinggrondslag) is de economische waarde (WOZ-waarde) die een onroerende zaak op 1 januari van het jaar daarvoor heeft. OZB bestaat uit twee afzonderlijke heffingen: 1. een belasting voor gebruikers (alleen niet-woningen); 2. een belasting voor eigenaren (zowel voor woningen en niet-woningen). In dit voorstel wordt de raad voorgesteld om de Verordening onroerendezaakbelasting Den Helder 2026 vast te stellen. In deze verordening zijn de OZB-tarieven aangepast naar de waardeontwikkeling in 2025, de indexatie voor 2026 en overeenkomstig de vastgestelde Programmabegroting 2026-2029. Geadviseerd besluit: de Verordening onroerendezaakbelasting Den Helder 2026 vast te stellen.
Aanleiding en context Sinds 2007 zijn gemeenten verplicht op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) elk jaar al de onroerende zaken binnen de gemeente te taxeren en van nieuwe WOZ-waarden te voorzien. Deze nieuwe waardebepaling heeft gevolgen voor de waardeontwikkeling van het totale arsenaal onroerende zaken binnen een gemeente. De jaarlijkse waardebepalingen zijn daarmee dan ook samen met de uitbreiding van het areaal woningen en niet-woningen (accres) een belangrijk onderdeel voor het bepalen van de nieuwe tarieven voor de onroerendezaakbelasting (OZB) en voor het realiseren van de geraamde opbrengsten onroerendezaakbelasting in de begroting. De wijziging van de waarden van de onroerende zaken wordt verrekend met de opnieuw vast te stellen tarieven. Hierbij geldt in het algemeen als uitgangspunt dat een hogere WOZ-waarde wordt gecompenseerd door een lager tarief voor de OZB en andersom. De nieuwe tarieven worden in de Verordening op de heffing en invordering van onroerendezaakbelasting Den Helder (Verordening onroerendezaakbelasting Den Helder) voor het nieuwe jaar verwerkt en worden vervolgens vastgesteld door de raad.
0000514251- pag. 1 van 4
Doelen en resultaten Het doel van dit voorstel is het vaststellen van de Verordening onroerendezaakbelasting Den Helder 2026 zodat de OZB op een juridisch juiste wijze geheven kan worden. Kaders en omstandigheden 1. Artikel 221 van de Gemeentewet. Hierin is de wettelijke bevoegdheid aan de raad gegeven om onroerendezaakbelasting te heffen en in te vorderen. 2. De technische uitgangspunten voor de begroting 2026. 3. De begroting 2026. Hierin staat wat de gemeente het komende jaar wil bereiken, wat hiervoor gedaan moet worden en de opbrengsten die voor 2026 geraamd zijn. Argumenten en alternatieven De OZB is voor een gemeente de belangrijkste gemeentelijke belasting. Niet alleen vanwege de opbrengsten maar ook omdat de opbrengsten van deze belastingen door de gemeente vrij te besteden zijn. In de raadsvergadering van 12 november 2025 is de opbrengst van de OZB voor 2026 vastgesteld. Deze raming van de opbrengst is in overeenstemming met de kaders voor de begroting 2026. Voorgesteld wordt om de Verordening onroerendezaakbelasting Den Helder 2026 vast te stellen met daarin opgenomen de nieuwe OZB tarieven 2026. Deze tarieven zijn aangepast aan de waardeontwikkeling van de onroerende zaken in het belastingjaar 2025 en de indexatie voor 2026.
Het voorstel is om de Verordening onroerendezaakbelasting Den Helder 2026 vast te stellen met hierin opgenomen de aangepaste OZB tarieven naar de waardeontwikkeling in 2025 en de indexatie voor 2026 Bij de berekening van de tarieven is rekening gehouden met: 1. een stijging van 3,6 % van de opbrengsten OZB als gevolg van indexering conform de uitgangspunten voor de begroting 2026; 2. een correctie van 0,5 % vanwege oninbaar; 3. voor niet-woningen geldt daarnaast dat voor zowel eigendom als gebruik er 10% extra belasting wordt geheven op de tarieven. De extra opbrengst door deze verhoging komt ten gunste van het Ondernemersfonds. Een alternatief is het niet vaststellen van deze verordening en te besluiten dat de verordening van 2025 met bijbehorende tarieven van kracht blijft. Dit zal ervoor zorgen dat het door de raad vastgestelde te verwachten opbrengsten voor de OZB niet gehaald zullen worden. Dit zorgt vervolgens voor een niet sluitende begroting. Een tweede mogelijkheid is om andere tarieven vaste te stellen. Zowel hogere als lagere tarieven zorgen ervoor dat afgeweken wordt van de door de raad in de Begroting 2026 vastgestelde gewenste opbrengst OZB. Duurzaamheid Dit voorstel heeft geen aspecten met betrekking tot duurzaamheid. Bestuurlijke vernieuwing Dit voorstel heeft geen aspecten met betrekking tot bestuurlijke vernieuwing.
0000514251- pag. 2 van 4
Financiële consequenties Dit voorstel heeft geen (extra) financiële consequenties en is een uitwerking van de Programmabegroting 2026. Onderstaand worden de berekening van de nieuwe tarieven en hoe zij zich verhouden tot die van 2025 toegelicht. Toelichting waardeontwikkeling Woningen De totale waarde van de woningen is voor het komende WOZ tijdvak (waarde peildatum 1 januari 2026) ten opzichte van het vorige tijdvak (waarde peildatum 1 januari 2025) gestegen met 11,04% naar € 8.890 miljoen. Deze stijging wordt veroorzaakt door de toename van het aantal woningen in Den Helder en de ontwikkeling van de waarde van de woningen. Dit resulteert in een verlaging van het tarief tot 0,09256%. Eigenaren niet- woningen Bij de eigenaren niet-woningen is er, ten opzichte van het belastingtijdvak 2025 sprake van een stijging in de waardeontwikkeling met 7,47% naar bijna € 1.274 miljoen. De hogere waardeontwikkeling leidt in relatie tot de geraamde opbrengst in de begroting 2026 tot een stijging van het tarief naar 0,43435%. Dit tarief is dan inclusief de 10% voor het ondernemersfonds. Gebruik niet- woningen Voor het gebruik niet-woningen is er een stijging van 7,32% in de waardeontwikkeling waar te nemen ten opzichte van het belastingtijdvak 2025 naar € 1.252 miljoen. Dit is een toename van 7,32%.
Dit leidt in relatie tot de geraamde opbrengst in de begroting 2026 tot een stijging van het tarief naar 0,38185%.Dit tarief is inclusief de 10% voor het ondernemersfonds. Nieuwe tarieven Categorie eigenaar woning eigenaar niet-woning gebruiker niet-woning
Tarieven 2025
Tarieven 2026
0,09733% 0,43258% 0,37625%
0,09256% 0,43435% 0,38185%
Op basis van de vastgestelde kaders is het uitgangspunt dat de aanslag maximaal stijgt met 3,6% Om deze stijging beheersbaar te maken is hij afhankelijk van de WOZ-waarde en het tarief. Bij een bovengemiddelde stijging van de huizenprijzen, stijgt de WOZ-waarde bovengemiddeld mee. Deze stijging heeft een effect op de aanslag die uit kan komen op een verhoging van meer dan 3,6%. Om deze terug te brengen in lijn met het kader van een maximale stijging van 3,6%, wordt het tarief naar beneden bijgesteld voor in dit geval ‘eigenaar woning’. Bij niet-woningen is het omgekeerde het geval. Daar is sprake van een lichte prijsdaling waardoor het tarief licht daalt. Rekenvoorbeeld Hieronder volgt een voorbeeld voor de vergelijking van de aanslag 2026 ten opzichte van 2025 Categorie
Aanslag 2025
Aanslag 2026
Stijging in %
Woningen Eigendom niet-woningen Gebruik niet-woningen
258,59 679.28 585.49
267,90 703,73 606,57
3,6 3,6 3,6
0000514251- pag. 3 van 4
Risico's Nog niet alle WOZ-waarden voor 2026 zijn bekend doordat er nog een aantal bezwaar- en beroepsprocedures loopt voor objecten. Dit kan leiden tot (her)taxatie en afwaardering waardoor de definitieve WOZ-capaciteit kan afwijken. Daarnaast is de prognose gebaseerd op de kadastrale mutaties voor zover deze door het Kadaster geleverd zijn (t/m 30 september 2025). Ook dit kan nog effect hebben op het volume van de uiteindelijke waarden. Door de levering van de prognose waardeontwikkeling eind oktober 2025 is een deel van de geprognosticeerde waarden gebaseerd op marktontwikkeling per marktsegment en gebied en niet op daadwerkelijk vastgestelde waarden. Jaarlijks laat Cocensus een vergelijking doen op basis van de luchtfoto van het lopende jaar. Hierbij worden onderdelen van woningen gevonden die worden meegenomen in de WOZ-waarde voor belastingjaar 2026. Deze werkzaamheden zijn echter niet afgerond voor de aanlevering van de prognosewaarde. Deze extra waarde moet daarom worden ingeschat en kan daarom afwijken van de werkelijke te beschikken waarde. In de uitbreiding of groei (accres) zijn de objecten in aanbouw voor zowel woningen als niet woningen opgenomen. Van een aantal projecten is de staat op 1 januari 2026 nog onzeker. De onzekerheid zit hem in de bestemming, bouwvoortgang en wat er precies gerealiseerd gaat worden. Dit beïnvloedt direct het accres.
Een ander risico vormen inwoners die de belastingaanslagen niet betalen. Het proces voor deze invordering hebben wij, het als het opleggen van de aanslagen, uitbesteed aan Cocensus. Dit alles kan een risico vormen voor de totale opbrengsten van de WOZ. Dit risico wordt gedurende het jaar ondervangen door de verplichting die Cocensus op zich heeft genomen om het proces van het opleggen en invorderen van de gemeentelijke heffingen. Daarnaast wordt onze begroting bijgesteld bij de tussenrapportages op basis van de kwartaalrapportages die wij van Cocensus ontvangen en voorleggen aan de raad. Uitvoering en planning De verordening wordt toegepast bij de aanslagoplegging van 2026 en is tot stand gekomen in overleg met de Gemeenschappelijke Regeling Cocensus. Na vaststelling door de raad wordt de verordening gepubliceerd in de decentrale regeling overheidspublicaties (DROP) en kan dan op 1 januari 2026 in werking treden. Communicatie Na vaststelling wordt de verordening gepubliceerd in de decentrale regeling overheidspublicaties (DROP) .
0000514251- pag. 4 van 4