Raadsvoorstel (Advies).pdf
Tekst van het document
Advies
Raadsvoorstel-advies Aan:
de gemeenteraad
Portefeuillehouder:
Burgemeester De Boer
Van team: Adviseur: E-mail:
Betrokken portefeuillehouder: Classificatie:
Openbaar
Kenmerk: 0000125431
Leonie Smit le.smit@denhelder.nl
Datum voorstel: Onderwerp:
Voorstel tot het vaststellen van de Verordening tot wijziging van Algemene plaatselijke verordening Den Helder 2021
Publiekssamenvatting: In beginsel wordt ieder jaar een voorstel tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Den Helder 2021 (Apv) voorgelegd. Deze wijzigingen zijn noodzakelijk om lokale en landelijke ontwikkelingen in de Apv te verwerken. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de model-Apv van de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Deze wijziging bevat inhoudelijke en technische wijzigingen. De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen betreffen: 1. Het toevoegen van een artikel die mogelijkheden geeft om ondernemers te kunnen weren wanneer sprake is van een onveilig ondernemersklimaat en dit nadelige gevolgen heeft voor de openbare orde en het leefklimaat. Dit betreft artikel 2:34. 2. Het invoeren van een exploitatievergunningsplicht voor afhaalhoreca. Dit betreft artikel 2:27. 3. Het toevoegen van slaapverbod op openbare plaatsen. Dit betreft artikel 2:54. 4. Het toevoegen van een vuurverbod op het strand. Dit betreft artikel 5:34.
Geadviseerd besluit: De gemeenteraad besluit de Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Den Helder 2021 vast te stellen, overeenkomstig bijlage1.
0000125431- pag. 1 van 8
Aanleiding en context In beginsel wordt ieder jaar een voorstel tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Den Helder 2021 (Apv) voorgelegd. Deze wijzigingen zijn noodzakelijk om lokale en landelijke ontwikkelingen in de Apv te verwerken. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de model-Apv van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Deze wijziging bevat inhoudelijke en technische wijzigingen De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen betreffen: 1. Het toevoegen van een artikel die mogelijkheden geeft om ondernemers te kunnen weren wanneer sprake is van een onveilig ondernemersklimaat en dit nadelige gevolgen heeft voor de openbare orde en het leefklimaat. Dit betreft artikel 2:34. 2. Het invoeren van een exploitatievergunningsplicht voor afhaalhoreca. Dit betreft artikel 2:27. 3. Het toevoegen van slaapverbod op openbare plaatsen. Dit betreft artikel 2:54. 4. Het toevoegen van een vuurverbod op het strand. Dit betreft artikel 5:34.
Doelen en resultaten De Apv is een instrument om de gemeente veilig en leefbaar te kunnen houden en om de openbare orde te kunnen handhaven. Regels zijn nodig om overlast en onveilige situaties te kunnen aanpakken en het algemeen belang te beschermen. Wat we willen bereiken is een actuele en werkbare Apv. Indien blijkt dat in de praktijk de artikelen niet voldoen, niet volledig zijn of om andere redenen aanpassingen gewenst zijn, volgt een voorstel tot wijziging van de Apv. Kaders en omstandigheden De verordende bevoegdheid ligt bij de raad. De uitvoering van de verordening en het toezicht op de naleving van de in de verordening opgenomen bepalingen behoren tot de verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders. -Artikel 149 van de Gemeentewet De raad maakt de verordeningen die hij in het beland van de gemeente nodig oordeelt. -Artikel 154 van de Gemeentewet 1. De raad kan op overtreding van zijn verordeningen en van die van organen waaraan ingevolge artikel 156 verordenende bevoegdheid is gedelegeerd, straf stellen maar geen andere of zwaardere dan hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie, al dan niet met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. 2.
Op de krachtens het eerste lid strafbaar gestelde overtreding van voorschriften met betrekking tot het plaatsen of laten staan van motorrijtuigen op parkeerterreinen of weggedeelten bedoeld in artikel 225 zijn de artikelen 181 en 182 van de Wegenverkeerswet 1994 van overeenkomstige toepassing. 3. De in het eerste lid bedoelde strafbare feiten zijn overtredingen. -Artikel 174 van de Gemeentewet 1. De burgemeester is belast met het toezicht op de openbare samenkomsten en vermakelijkheden alsmede op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. 2. De burgemeester is bevoegd bij de uitoefening van het toezicht, bedoeld in het eerste lid, de bevelen te geven die met het oog op de bescherming van veiligheid en gezondheid nodig zijn. 3. De burgemeester is belast met de uitvoering van verordeningen voor zover deze betrekking hebben op het in het eerste lid bedoelde toezicht. -De model Apv van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) Elk jaar publiceert de VNG een aanpassing van de Model Algemene plaatselijke verordening. Hierin is nieuwe wetgeving en jurisprudentie verwerkt. Argumenten en alternatieven De voorgestelde wijzigingen worden hieronder toegelicht. Alle wijzigingen, inclusief de redactionele verbeteringen, staan opgenomen in de ‘was/wordt tabel’ die als bijlage is opgenomen bij het raadvoorstel.
Artikel I, onderdelen A, F, G, M, N, O In deze onderdelen worden grondslagen en formele verwijzingen geactualiseerd als gevolg van de Omgevingswet. Zij behoeven geen afzonderlijke toelichting. Een aantal lichten wij vanwege het bijzondere karakter wel toe.
0000125431- pag. 2 van 8
Artikel I, onderdeel A Wijziging van de definitie ‘gebouw’ is nodig omdat de wettelijke definitie van gebouw is ‘verhuisd’ van het Besluit bouwwerken leefomgeving naar de Omgevingswet. Aan de begripsbepalingen worden de begrippen ‘een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte’ en ‘een voor publiek toegankelijk gebouw’ toegevoegd. Deze waren eerder niet gedefinieerd. Maar door de vaak voorkomende verwijzing naar deze begrippen in de verordening is een expliciete definitie gewenst. Aansluiting moet worden gezocht bij de term ‘voor publiek openstaand gebouw’ uit artikel 174, eerste lid, van de Gemeentewet. Op grond van vaste rechtspraak is een gebouw voor publiek openstaand en toegankelijk, indien het gebouw voor een in beginsel onbeperkt aantal personen toegankelijk is, of als het gebouw alleen voor bepaalde personen openstaat die in beginsel onbeperkt in aantal kunnen zijn. Het is daarbij niet relevant of de daadwerkelijke toegang feitelijk beperkt is, bijvoorbeeld door een gesloten deur. Een voorbeeld van een voor het publiek openstaand gebouw is een bioscoop, winkel, café of het stadhuis. Het is een plaats die in beginsel voor een ieder toegankelijk is, maar waarbij dat bezoek in de regel wel doel gebonden is (toegang tot de winkel als men boodschappen komt doen en tot het gemeentehuis voor het verlengen van een paspoort bijvoorbeeld). De rechthebbende (bijv.
de caféeigenaar of winkelmanager) kan toegangseisen stellen of huisregels laten gelden. Om te bepalen of een plaats voor het publiek openstaat, moet worden gekeken naar de reguliere functie en het reguliere gebruik van de plaats. Zo is ook een horecagelegenheid waar een besloten feest plaatsvindt een voor het publiek openstaand gebouw waarop de burgmeester toezicht houdt, gelet op de reguliere functie en het reguliere gebruik van de gelegenheid. In dit onderdeel wordt ook een definitie van kinderspeelplaats en speelweide opgenomen in artikel 1:1. Deze begrippen komen voor in de Apv (bijvoorbeeld artikel 2:57) maar waren nog niet gedefinieerd. Artikel I, onderdelen B In dit onderdeel wordt de definitie van afhaal toegevoegd . Artikel I, onderdelen C In dit onderdeel wordt het belang van de woon- en leefsituatie rondom openbare inrichtingen toegevoegd om andere sluitingstijden te kunnen vaststellen. Artikel I, onderdelen D In dit onderdeel wordt een nieuw artikel 2:34 toegevoegd. Algemeen Dit artikel geeft de burgemeester de bevoegdheid om bedrijfsmatige activiteiten aan te wijzen waarvoor een verbod geldt om deze zonder vergunning uit te oefenen.
Hij kan deze bevoegdheid inzetten als dat nodig is om verstoring van de openbare orde of nadelige beïnvloeding van de leefbaarheid tegen te gaan, als die wordt veroorzaakt door een onveilig en malafide ondernemersklimaat vanuit een gebouw, een branche of in een gebied. Daarom wordt het ook wel de ‘ondermijningsvergunning’ genoemd. Uit de jurisprudentie volgt dat het juridisch-technisch mogelijk is om de vergunningplicht bij een onveilig en malafide ondernemersklimaat in te zetten, maar dat de inzet van deze bevoegdheid wel goed moet worden gemotiveerd. Daarbij is van belang dat de uitoefening van een bedrijf in de regel kwalificeert als het verrichten van een dienst in de zin van de Dienstenrichtlijn. Op een vergunningstelsel dat de uitoefening van dienstenactiviteiten reguleert, heeft artikel 9 van de Dienstenrichtlijn betrekking. Dit betekent dat de burgemeester dient te onderbouwen dat een aanwijzingsbesluit tot het onderwerpen van dienstverrichters aan een vergunningstelsel een gerechtvaardigde beperking van het vrij verrichten van diensten inhoudt (de openbare orde en veiligheid zijn een dwingende reden van algemeen belang), niet discriminatoir en doelmatig is en het nagestreefde doel niet door een minder beperkende maatregel kan worden bereikt (de maatregel is geschikt, noodzakelijk en evenredig).
Zie bijvoorbeeld ABRvS 03-03-2021, ECLI:NL:RVS:2021:461 (Autoverhuurbranche Tilburg). Aandachtspunten bij de onderbouwing kunnen zijn: De kwetsbaarheid van het aangewezen gebied of de aangewezen branche. Waarom staat de openbare orde en/of de leefbaarheid door de bedrijfsmatige activiteit daar onder druk? De mate waarin de vergunningplicht geschikt is om deze problematiek aan te pakken. Welk doel wordt met de introductie van de vergunningplicht bereikt? Hoe draagt de vergunningplicht bij aan de oplossing? De vraag of in het aangewezen gebied of branche malafide bedrijven zijn gevestigd. Waaruit blijkt dat bedrijven zijn gelieerd aan een malafide ondernemersklimaat? De ervaringen van buurtbewoners of inwoners van de gemeente. Welke signalen ontvangt de gemeente van hen over de bedrijven of het aangewezen gebied? Het type bedrijven dat in het aangewezen gebied of in de branche aanwezig zijn. Zijn dit in zijn algemeenheid ‘ondermijningsgevoelige’ bedrijven? 0000125431- pag. 3 van 8
Een bredere aanpak van een bepaald gebied of een bepaalde branche. Is de vergunningplicht ingebed in een bredere aanpak van een bepaalde branche, wijk of gebied? Sluit de vergunningplicht goed aan bij het doel van deze bredere aanpak en de daarvoor genomen maatregelen?
Eerste lid In dit lid worden in het artikel veel voorkomende begrippen omschreven. Bij de uitoefening van een bedrijfsmatige activiteit gaat het om bedrijfsmatige activiteiten in voor het publiek openstaande gebouwen of op daarbij behorende erven, zoals winkels (al dan niet met een horecacomponent) of dienstverlenende bedrijven. Als bedrijfsmatige activiteit wordt niet aangemerkt (de uitoefening van) een slijtersbedrijf, horecabedrijf of andere openbare inrichting of een seksbedrijf, waarvoor al een vergunningplicht geldt op grond van artikel 3 van de Alcoholwet, respectievelijk artikel [2:28] of artikel [3:3] van de APV. Bij die vergunningaanvragen vindt al een vergelijkbare toetsing plaats. Ook de weigerings- en intrekkingsgronden zijn vergelijkbaar. In voorkomend geval kan sluiting plaatsvinden op basis van andere artikelen; zie artikel 2:80. De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. Voor de definitie van het begrip exploitant is aansluiting gezocht bij hoofdstuk 3. Het ‘voor rekening en risico’ heeft betrekking op de natuurlijke persoon of op de rechtspersoon.
Het bestuur van een rechtspersoon kan zelf ook een rechtspersoon zijn, maar gelet op de (persoonlijke) eisen die worden gesteld aan de exploitant dient er uiteindelijk altijd één natuurlijke persoon te zijn die kan worden beschouwd als exploitant in de zin van de APV – al dan niet als vertegenwoordiger van die rechtspersoon. De dagelijkse leiding in het bedrijf kan in plaats van bij de exploitant zelf, bij een beheerder berusten. Er wordt dus in het kader van de vergunningverlening gewerkt met een beheerderslijst. Tweede lid De systematiek van dit artikel gaat uit van een gebouw-, gebieds- of branchegerichte aanpak. Hiermee kan maatwerk in de stad geleverd worden. De burgemeester kan met een aanwijzingsbesluit nieuwe en reeds gevestigde ondernemers onderwerpen aan een systeem van verplichte vergunningen. De burgemeester wijst een bedrijfsmatige activiteit en gebouw of gebied uitsluitend aan als naar zijn oordeel de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid onder druk staat dan wel nadelig kan worden beïnvloed. Dit criterium drukt uit dat het voor een aanwijzing niet noodzakelijk is dat zich concrete incidenten hebben voorgedaan. Een aanwijzing kan ook preventief worden gegeven voor een branche, gebouw of gebied waar extra aandacht nodig is bijvoorbeeld om de leefbaarheid en openbare orde en veiligheid ten goede te keren.
Het belang van de verbetering van de situatie kan zo’n aanwijzing rechtvaardigen. Het kan ook van belang zijn om te voorkomen dat het probleem zich onmiddellijk naar een naastgelegen gebouw verplaatst. Een dergelijke aanwijzing zal doorgaans deel uitmaken van een bredere aanpak. De noodzaak van een aanwijzing, alsmede de duur van de aanwijzing, wordt zorgvuldig gemotiveerd. De uitgangspunten van proportionaliteit en subsidiariteit gelden. Bij een gebiedsgewijze aanpak wordt de noodzaak van de aanwijzing mede bezien in samenhang met de andere maatregelen in een gebied. De vergunning wordt op grond van artikel 1.7 verleend voor de duur van het aanwijzingsbesluit. Derde lid In het derde lid is het verbod opgenomen om in een aangewezen gebouw of gebied zonder vergunning van de burgemeester bedrijfsmatige activiteiten te verrichten. In het aanwijzingsbesluit worden de bedrijfsmatige activiteiten genoemd waar de aanwijzing betrekking op heeft. Dat kunnen ook alle bedrijfsmatige activiteiten zijn, zoals detailhandel. De burgemeester kan ook gemeentebreed een branche aanwijzen. Dan geldt een vergunningplicht voor die activiteiten die behoren tot de branche. Dit maakt het voor de gemeente ook mogelijk om deze vergunningplichtige branches te screenen door middel van een Bibob-toets.
Sinds 2013 is het toepassingsbereik van de wet Bibob uitgebreid, waardoor elke gemeentelijke vergunning die wordt afgegeven voor een bedrijfsmatige activiteit aan zo’n toets kan worden onderworpen. Vierde lid Dit lid regelt de wijze van indiening van de aanvraag voor een vergunning en welke gegevens en bescheiden de exploitant moet overleggen. De genoemde aanvraagvereisten zijn nodig om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen. Zo moet er in ieder geval sprake zijn van een geldige inschrijving bij de KvK. Als dat op enig moment niet meer het geval is, kan dit reden zijn om de vergunning in te trekken (negende lid, sub e en f). Als de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag, kan hij om aanvullende gegevens verzoeken. Dat vloeit voort uit artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb. Uiteraard moeten die gegevens wel in verband staan met de weigeringsgronden van de aangevraagde vergunning. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale verplichtingen. Vijfde lid De algemene weigeringsgronden staan vermeld in artikel 1:8. In het vijfde lid staan de specifieke weigeringsgronden vermeld. Aan een vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden (artikel 1:4).
Voor de systematiek en uitleg van de specifieke gronden is aangesloten bij hoofdstuk 2, afdeling 8 (exploitatievergunning) en hoofdstuk 3. Voor de reikwijdte van het begrip ‘niet in enig opzicht van slecht levensgedrag’ wordt aangesloten bij de terminologie van de Alcoholwet.
0000125431- pag. 4 van 8
Zesde lid Om oog te kunnen houden op relevante veranderingen moet de vergunningverlener daarvan weet hebben. De vergunninghouder is verplicht wijzigingen te melden. Als er met inachtneming van de geldende regels geen bezwaar bestaat tegen een voortgezette bedrijfsmatige activiteit, wordt een gewijzigde vergunning verleend. Als blijkt dat de wijzigingen niet zijn gemeld, kan dat leiden tot intrekking van de vergunning. Het is van groot belang om een actueel overzicht te hebben van de in de gemeente actieve exploitanten. Om die reden moet ook worden gemeld dat de exploitatie wordt beëindigd of overgedragen. Ook als slechts een van de exploitanten stopt. Om schijnbeheer te voorkomen en te bestrijden is het van belang dat de beheerders bij de gemeente bekend zijn. Een wijziging in het beheer kan pas plaatsvinden als de burgemeester de gevraagde wijziging in het beheer heeft bijgeschreven en de exploitant hiervan bericht heeft ontvangen. Negende lid De algemene intrekkings- of wijzigingsgronden staan vermeld in artikel 1:6. In het zesde lid staan de specifieke intrekkings- en wijzigingsgronden vermeld. Toezicht op en handhaving van de vergunningplicht is mogelijk door intrekking van een reeds verstrekte vergunning of door sluiting van het bedrijf.
Voor de systematiek en uitleg van de specifieke gronden is aangesloten bij hoofdstuk 2, afdeling 8 (exploitatievergunning) en hoofdstuk 3. Voor de reikwijdte van het begrip ‘niet in enig opzicht van slecht levensgedrag’ wordt aangesloten bij de terminologie van de Alcoholwet. Als de exploitant zijn verplichtingen uit het artikel of de vergunningvoorschriften niet nakomt, kan er reden zijn de vergunning in te trekken. Onderdeel f is opgenomen om constructies van schijnbeheer tegen te kunnen gaan als de praktijk niet in overeenstemming is met de situatie zoals op de vergunning vermeld. Tiende lid Artikel 2:80 biedt de mogelijkheid overlastgevende voor het publiek openstaande gebouwen te sluiten. Artikel 2:81 bevat een aanvullende sluitingsbevoegdheid wanneer sprake is van een vergunningplicht. Het toetsingskader voor sluiting is anders dan voor een vergunning. Als een sluiting op grond van artikel 2:80 in dezelfde situatie leidt tot het aanwijzen als vergunningplichtig, gevolgd door een weigering van de vergunning, dient de burgemeester ervoor te waken dat het oordeel over de vergunning niet vermengd raakt met het oordeel over de sluiting. Een besluit tot sluiting biedt de mogelijkheid tot uitoefening van bestuursdwang in de zin van artikel 5:21 Awb als het besluit niet wordt opgevolgd.
Toepassen van bestuursdwang is een herstelsanctie en is gericht op het beëindigen van de gedragingen. Elfde tot en met dertiende lid Naast de bekendmaking aan belanghebbende wordt ter plaatse een afschrift van het besluit tot sluiting aangebracht. Zo is voor eenieder voldoende kenbaar dat gedurende de sluiting niemand het gebouw of daarbij behorende erf zonder toestemming van de burgemeester mag betreden. Het is verboden dat afschrift te verwijderen. Veertiende lid Dit lid biedt de burgemeester de mogelijkheid om een sluiting op te heffen. De burgemeester zal daartoe in de regel alleen overgaan op het moment dat er voldoende garanties aanwezig zijn waaruit blijkt dat de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving van het pand gewaarborgd zijn. Hiervan is geen sprake als er geen wijzigingen hebben plaatsgevonden in de situatie die heeft geleid tot een sluiting. Vijftiende lid De vergunningplicht op grond van het aanwijzingsbesluit en het verbod om zonder vergunning bedrijfsmatige activiteiten te verrichten, gelden voor nieuwe exploitanten onmiddellijk na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit. Onder nieuwe exploitanten worden ook verstaan exploitanten die een andere bedrijfsmatige activiteit dan voorheen willen uitoefenen en/of op een andere locatie dan voorheen.
Exploitanten kunnen dus niet de inwerkingtreding van het verbod rekken door op een locatie waar zij al actief zijn over te stappen op een andere bedrijfsmatige activiteit die ook onder de aanwijzing valt. Zij kunnen de inwerkingtreding van het verbod ook niet rekken door naar een locatie verderop in de aangewezen straat uit te wijken. Zij worden dan aangemerkt als nieuwe exploitanten en dienen over een vergunning te beschikken. Voor zittende exploitanten geldt dat zij drie maanden de tijd krijgen om een vergunning aan te vragen en te verkrijgen. Lukt dat niet tijdig, dan handelen zij in strijd met het verbod. Wordt de aanvraag om een vergunning binnen de periode van drie maanden geweigerd of wordt een eventueel reeds verleende vergunning ingetrokken, dan handelen zij vanaf dat moment in strijd met het verbod. De burgemeester kan dan met onmiddellijke ingang tot handhaving van het verbod overgaan. Zestiende lid De openbare orde en veiligheid vormen de reden om van een lex silencio positivo (van rechtswege verleende vergunning bij niet tijdig beslissen) af te zien. Artikel I, onderdeel E Artikel 2:41a kan vervallen omdat dit een dubbeling is met artikel 2:80 van de Apv. Artikel 2:80 wordt aangepast aan de modelverordening van de VNG en aangevuld met lokale wensen. Zie voor de argumenten hiertoe de toelichting onder onderdeel G.
0000125431- pag. 5 van 8
Artikel I, onderdeel H nieuw artikel 2:54 Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats Het verbod heeft als doel om hinder en overlast, brandgevaar, verontreiniging van de openbare ruimte en risico's voor de volksgezondheid te voorkomen en tegen te gaan. Slapen op openbare plaatsen draagt bij aan de verloedering van de stad. Ook het ontbreken van sanitaire voorzieningen ter plekke draagt daaraan bij. Met dit artikel wordt de mogelijkheid gegeven om gebieden aan te wijzen. Daarmee kan in die gebieden het (onwenselijk geachte) buiten overnachten door bijvoorbeeld toeristen in parken of op stranden worden tegengegaan. In niet aangewezen gebieden geldt een verbod als er sprake is van overlast, hinder of gevaar voor de omgeving of aantasting van het woon- en leefklimaat (lid 1, aanhef en onder b). Overdag slapen op het strand of in een recreatiegebied of een dutje op een bank is dus alleen onder die omstandigheden verboden. Dat geldt ook voor het ’s nachts slapen buiten de aangewezen gebieden. Het college heeft de mogelijkheid om ontheffing te verlenen van het verbod (lid 2). Bijvoorbeeld zodat aanbieders van een in de gemeente te houden evenement in een voertuig kunnen overnachten. Het verbod is afgebakend ten opzichte van situaties waarvoor een speciale regeling is getroffen (lid 3, onder a t/m d).
Bij het toezicht op de naleving van het verbod moet de opsporingsambtenaar of toezichthouder afwegen welk handhavingsmiddel hij in de concrete situatie proportioneel (evenredig) acht. In de meeste gevallen zal kunnen worden volstaan met een waarschuwing, tenzij sprake is van recidive. Het is weinig zinvol om dakloze mensen te beboeten als zij noodgedwongen buiten moeten slapen of om mensen te beboeten die dat niet kunnen betalen. In dat soort gevallen kan de handhaving leiden naar ondersteuning. Artikel I, onderdeel I De toevoeging van een strafbaarstelling (verbod op het overtreden van de gebiedsontzegging) is nodig voor de handhaving van de gebiedsontzegging en het toekennen van een feitcode. Nu geeft het artikel alleen een bevoegdheid aan de burgemeester om een gebiedsontzegging op te leggen. Artikel I, onderdeel J Artikel 2:80 van de Apv voorziet op dit moment al in de mogelijkheid om putbliek toegankelijke gebouwen en/of erven te sluiten. De voorgestelde wijziging ziet op het wijzigen van dit artikel om aansluiting te zoeken bij de modelverordening van de VNG. Eerste lid Het artikel geeft de burgemeester de mogelijkheid over te gaan tot sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of daarbij behorend erf als overlast, verstoring van de openbare orde of aantasting van het woon- en leefklimaat dreigt.
De burgemeester kan met behulp van artikel 2:80 optreden als in of vanuit een voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf al dan niet strafbare feiten plaatsvinden waardoor de openbare orde of het woon- of leefklimaat nadelig wordt beïnvloed of als ondernemers van (dienstverlenende) bedrijven zoals garages, autoverhuurbedrijven, uitzendbureaus of winkels, overlast (blijven) veroorzaken of ter plaatse strafbare feiten plegen, deze faciliteren, gedogen of op andere wijze toestaan. Ook geeft het artikel de burgemeester de mogelijkheid om op te treden als er in of vanuit een pand (niet zijnde een woning) wordt gegokt, waarvoor geen toestemming is gegeven op grond van de Wet op de Kansspelen. Als sprake is van een illegaal gokpand is zonder meer sprake van een aantasting van de openbare orde (in ruime zin te verstaan). Derhalve hoeft dit niet separaat in het artikel te worden vermeld, maar is vermelding onder de toelichting voldoende. Gokpanden die tevens als woning in gebruik zijn, kunnen niet op basis van dit artikel uit de APV worden gesloten, maar op grond van artikel 174a Gemeentewet. Het artikel strekt niet tot uitvoering van artikel 174, tweede lid, van de Gemeentewet.
Een bevel op grond van artikel 174, tweede lid, van de Gemeentewet is pas op zijn plaats als er geen reguliere bevoegdheden toepasselijk zijn, bijvoorbeeld op grond van de APV, en onverwijlde spoed onmiddellijk optreden vergt (ABRvS 9 juni 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AP1137 (Castricum); ABRvS 14-11-2018, ECLI:NL:RVS:2018:3699 (Rotterdam)). De situatie moet tot onmiddellijk ingrijpen noodzaken: de bevelen op grond van artikel 174, tweede lid, moeten zien op concrete, zich direct aandienende, situaties die de veiligheid of de gezondheid bedreigen (MvA, Kamerstukken II 1988/89, 19403, 10, p. 92-93). Tweede lid Het artikel is een aanvulling op de bevoegdheden van de burgemeester om op grond van de APV (artikel 2:30) of artikel 13b van de Opiumwet overlastgevende inrichtingen, zoals horecabedrijven en seksinrichtingen, of woningen op grond van artikel 174a Gemeentewet te sluiten. 0000125431- pag. 6 van 8
Derde tot en met vijfde lid Naast de bekendmaking aan belanghebbende wordt ter plaatse een afschrift van het besluit tot sluiting aangebracht. Zo is voor eenieder voldoende kenbaar dat gedurende de sluiting niemand het gebouw of daarbij behorende erf zonder toestemming van de burgemeester mag betreden. Het is verboden dat afschrift te verwijderen. Zesde lid Dit lid biedt de burgemeester de mogelijkheid om een sluiting op te heffen. De burgemeester zal daartoe in de regel alleen overgaan op het moment dat er voldoende garanties aanwezig zijn waaruit blijkt dat de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving van het pand gewaarborgd zijn. Hiervan is geen sprake als er geen wijzigingen hebben plaatsgevonden in de situatie die heeft geleid tot een sluiting. Artikel I, onderdeel K De definitie van prostitutiebedrijf ontbreekt. Met dit voorstel wordt deze toegevoegd. De definitie van seksinrichting is gelijk getrokken met die in de Omgevingsplannen. Dit vereenvoudigd handhaving en toepassing van gelijke begrippen. Verder is er sprake van een vernummering. Artikel I, onderdeel L Onder artikel 3:1 wordt een afbakening benoemd waarbij artikel 1:8 niet van toepassing is. Daardoor was is de verwijzing naar 1:8 in de oude bepaling niet correct.
Artikel I, onderdeel P Door de toename van elektrisch aangedreven voertuigen, zoals fatbikes en e-scooters, is het belangrijk expliciet op te nemen dat ook deze verboden zijn in natuurgebieden. Wijziging op voordracht toezichthouders. Artikel I, onderdeel Q Handhavers van gemeente Den Helder krijgen meerdere meldingen van kampvuren op het strand. Deze zijn vaak 30 meter buiten het duingebied vandaan waardoor deze niet onder het rookverbod artikel van 2:18 vallen. Helaas resulteert het e.a. altijd in een hoop achtergelaten afval. Door het toevoegen van lid 3 aan artikel 5:34 kan worden opgetreden tegen overlast gevende kampvuren op het strand. Ook betreft deze wijziging een specifiek verzoek van de SSN, we zijn hiermee de laatste gemeente in rij die een vuurverbod op het strand hebben. Dit zorgt voor meer uniformiteit in de regelgeving langs de kustlijn. Artikel I, onderdeel R Dit betreft een regeling voor overgangsrecht benodigd door de voorgestelde wijziging van artikel 2:27 (onderdeel B). Alle bestaande afhaal- en/of bezorgzaken worden hierdoor vrijgesteld van de exploitatieplicht. Alleen nieuwe afhaalen/of bezorgzaken vallen onder de nieuwe regeling. Duurzaamheid Dit voorstel heeft geen specifieke aspecten wat duurzaamheid betreft.
Bestuurlijke vernieuwing Dit voorstel heeft geen specifieke aspecten wat bestuurlijke vernieuwing betreft.
Financiële consequenties Aan dit voorstel zijn geen financiële consequenties verbonden.
0000125431- pag. 7 van 8
Uitvoering en Planning Daags nadat de raad de Apv heeft vastgesteld zal deze bekendgemaakt en gepubliceerd worden in het elektronisch gemeenteblad op www.overheid.nl.
Communicatie Op de stadsnieuwspagina zal aandacht worden besteed aan de actualisatie van de Apv. Waar nodig zal specifieke communicatie richting de doelgroep plaats vinden.
0000125431- pag. 8 van 8