Raadsbesluit tot het vaststellen van de Verordening op de raadscommissies Den Helder 2018.pdf
Tekst van het document
¥
Raadsbesluit
Raadsvergadering d.d.
: 24 september 2018
Besluit nummer
: RB18.0073
Onderwerp
: Vaststellen van de Verordening op de raadscommissies Den Helder 2018
De raad van de gemeente Den Helder; gelezen het raadsvoorstel nummer RVO18.0087 van het presidium van Den Helder van 9 juli 2018; gelet op artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet; kennis genomen hebbende van de voorbereidende commissievergadering Bestuur en Middelen op 10 september 2018; besluit: vast te stellen de hiernavolgende Verordening op de raadscommissies Den Helder 2018
Verordening op de raadscommissies Den Helder 2018
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: - commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; - commissielid: lid van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; - commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; - griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; - fractie: raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd; - wet: Gemeentewet. Artikel 2. Instelling raadscommissies 1. De raad stelt de volgende raadscommissies in: a. Commissie Maatschappelijke ontwikkeling; b. Commissie Bestuur en Middelen; c. Commissie Stadsontwikkeling en -beheer; 2. De raadscommissie Maatschappelijke ontwikkeling adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen: • welzijn; • sociale zekerheid; • volksgezondheid; • wijkgericht werken; • onderwijs (inclusief volwasseneneducatie); • kinderopvang; • sport- en jeugdzaken; • cultuur. 3.
De raadscommissie Bestuur en Middelen adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen: • algemeen bestuurlijke zaken en bestuurlijke vernieuwing; • openbare orde en (integrale) veiligheid (Brandweer- Politiezaken); • personeel en organisatie; • communicatie; • onderzoek en statistiek; • juridische zaken; • financiën (inclusief Grondzaken); • economische zaken; • werkgelegenheid; Raadsbesluit
¥ Pagina 1 van 13
• • 4. • • • • • • • • 5.
toerisme; evenementen. De raadscommissie Stadsontwikkeling en -beheer adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen: ruimtelijke ontwikkeling; centrumontwikkeling; ISV; volkshuisvesting; verkeer; stadsbeheer; milieu; energiezaken. Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het onderwerp in de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, behandeld. Een onderwerp zal in die raadscommissie integraal worden behandeld, zowel het kader van beleid als de inzet van middelen.
Artikel 3. Taken Een raadscommissie: a. brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben; b. kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a; c. voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen bedoeld onder a. Artikel 4. Samenstelling 1. Een raadscommissie bestaat uit maximaal twee zetels per fractie. 2. De leden voor deze zetels worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd. 3. Een lid kan zowel raadslid als niet-raadslid zijn. De artikelen 10, 11, 12, 13, 14 en 15 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op een lid van een raadscommissie. 4. De leden die als niet-raadslid voor de commissie worden benoemd, dienen bij de laatstgehouden raadsverkiezingen wel verkiesbaar te zijn geweest, en geplaatst op een kandidatenlijst van een fractie, die bij aanvang van de zittingsperiode in de raad vertegenwoordigd is. Een fractie die sinds de laatste raadsverkiezingen twee jaar in de raad vertegenwoordigd is, mag echter ook personen als commissielid voordragen die bij deze verkiezingen niet op enige kandidatenlijst verkiesbaar zijn geweest.* 5. Een fractie mag maximaal vijf niet-raadsleden als commissielid voordragen. 6.
Een afgesplitste fractie van één raadslid mag maximaal twee commissieleden voordragen; een afgesplitste fractie van twee raadsleden mag maximaal één commissielid voordragen; een fractie van drie of meer afgesplitste raadsleden mag géén commissieleden voordragen. Artikel 5. Voorzitter 1. Voor het voorzitterschap van de drie raadscommissies wordt een poule gevormd van zes personen, door de raad uit zijn midden te benoemen. 2. Om de affiniteit met een raadscommissie te bevorderen worden vanuit de poule aan elk van de drie raadscommissies twee vaste personen gekoppeld die om en om het voorzitterschap van de desbetreffende raadscommissie voor hun rekening nemen. 3. De voorzitter is geen lid van de raadscommissie. 4. De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde; c. het doen naleven van deze verordening; d. hetgeen deze verordening hem verder opdraagt. Artikel 6. Zittingsduur en vacatures 1. De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. Het lidmaatschap van een commissielid eindigt als niet meer wordt voldaan aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen. 3. De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen. 4. De raad kan een commissievoorzitter ontslaan. 5.
Een commissielid en de -voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.
Raadsbesluit
¥ Pagina 2 van 13
7. Het lidmaatschap van commissieleden, benoemd op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege. Artikel 7. De commissiegriffier 1. De griffier wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een medewerker van de griffie aan als commissiegriffier. 2. De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig. 3. Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door daartoe door de raad aangewezen medewerker van de griffie. 4. De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn. 5. Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen. Hoofdstuk 2. Vergaderingen Paragraaf 1. Voorbereiding Artikel 8. Vergaderfrequentie 1. In de regel vinden de vergaderingen van de raadscommissies plaats op de maandagen. 2. Indien de maandag van de vergadering een feestdag betreft wordt er op de daaropvolgende dinsdag vergaderd. 3. De vergaderingen van de raadscommissies vangen aan om 19.30 uur en duren tot uiterlijk 21.30 uur en vinden plaats in het stadhuis. 4. Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken. 5. In de schoolvakanties wordt niet vergaderd. 6.
De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met de agendacommissie. Artikel 9. Agendacommissie 1. Er is een agendacommissie. 2. De samenstelling, taken en bevoegdheden van de agendacommissie zijn geregeld in de Verordening op de agendacommissie Den Helder 2018. Artikel 10. Oproep en agenda 1. De commissievoorzitter zendt ten minste twaalf dagen voor een vergadering de commissieleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken 2. In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 11, derde lid, van toepassing. 4. De agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raadscommissie vastgesteld. 5. Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het college of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De raadscommissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt. 6.
Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Artikel 11. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raadscommissie en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst. 3. Stukken waaromtrent op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de wet geheimhouding is opgelegd, blijven in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de commissieleden op verzoek inzage. Artikel 12. Openbare kennisgeving 1. De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep door aankondiging in het huis-aanhuisblad en door plaatsing op de gemeentelijke website openbaar gemaakt. 2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.
Raadsbesluit
¥ Pagina 3 van 13
Paragraaf 2. Vergadering Artikel 13. Presentielijst 1. De commissiegriffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van vergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen commissieleden de presentielijst, die aan het einde van elke vergadering door de commissievoorzitter en de commissiegriffier door ondertekening wordt vastgesteld. 3. Een commissielid ontvangt voor het bijwonen van commissievergaderingen op een vergaderdag éénmaal de daarvoor geldende vergoeding. Een geschorste vergadering wordt hiermee gelijkgesteld. Artikel 14. Opening vergadering en quorum 1. Een vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende fracties tegenwoordig is. 2. Als op grond van het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de commissievoorzitter opnieuw een vergadering op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. 3. Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het eerste lid niet van toepassing. Een raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende fracties tegenwoordig is. Artikel 15. Verslag 1.
De commissiegriffier draagt zorg voor het bijhouden van een presentielijst, de verslaglegging in geluid en, indien mogelijk, beeld en de besluitenlijst van de vergadering. 2. De verslaglegging van de vergaderingen worden via het internet ter beschikking gesteld. Artikel 16. Advies 1. Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raadscommissie anders beslist. 2. Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie op voorstel van de voorzitter of er een advies aan de raad wordt uitgebracht. 3. Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het advies. 4. In het advies worden desgewenst de standpunten van alle fracties opgenomen. 5. In het advies wordt gemotiveerd aangegeven of een onderwerp als hamerpunt of bespreekpunt op de raadsagenda komt, waarbij de bespreekpunten concreet worden opgenomen in het advies. Artikel 17. Stemmen in commissies 1. In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding en met betrekking tot orde. 2. Indien sprake is van een stemming in de commissie heeft ieder aanwezig lid één stem. Artikel 18. Aantal spreektermijnen 1.
Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. 2. Spreektermijnen worden door de commissievoorzitter afgesloten. 3. Commissieleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Bij de bepaling hoeveel keer een commissielid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. 5. In de eerste termijn vinden geen interrupties plaats. Artikel 19. Spreektijd Voor de vergaderingen geldt geen spreektijd. Artikel 20. Deelname aan de beraadslaging door anderen Een raadscommissie kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
Raadsbesluit
¥ Pagina 4 van 13
Artikel 21. Spreekrecht burgers 1. Na de opening van de vergadering kunnen aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal vijftien minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. 2. Het woord kan niet gevoerd worden over: a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk om 12:00 uur op de dag van de desbetreffende vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren.**
4. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan drie sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 6. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan een commissievergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 7. Een inspreker wordt in de gelegenheid gesteld voor een tweede termijn maximaal vijf minuten het woord te voeren, nadat de beraadslagingen in eerste termijn over het betreffende agendapunt zijn afgerond. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de insprekers als er meer dan drie insprekers zijn. 8. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger. Artikel 22. Actuele vragen 1. Vragen dienen actueel te zijn en dienen kort en bondig geformuleerd te worden. 2.
Het commissielid dat de vragen wil stellen, meldt dit onder vermelding van het onderwerp en betreffende raadscommissie, uiterlijk op de dag van vergadering voor 12.00 uur bij de griffie. 3. De actuele vraag wordt in de betreffende raadscommissie als laatste agendapunt behandeld. 4. De actuele vragenronde duurt niet langer dan 10 minuten. Artikel 23. Agenderingsverzoek derden 1. Ingezetenen en belanghebbenden kunnen een verzoek tot agendering van een onderwerp in een commissievergadering indienen. 2. Het onderwerp als bedoeld in het eerste lid voldoet aan de volgende vereisten: a. het onderwerp behoort tot de bevoegdheid van het gemeentebestuur; b. het onderwerp betreft niet een aangelegenheid die onderdeel is van een beroeps- of bezwaarprocedure; c. het onderwerp betreft geen gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; d. het onderwerp betreft niet een recent door het college van burgemeester en wethouders afgewezen verzoek. 3. Een agenderingsverzoek als bedoeld in het eerste lid wordt tenminste drie weken voorafgaand aan de beoogde commissievergadering ingediend bij de griffier. 4. De griffier legt het agenderingsverzoek zo spoedig mogelijk met een advies voor aan de agendacommissie. 5.
De griffier brengt het agenderingsverzoek ter informatie of ter voorbereiding onder de aandacht van het college van burgemeester en wethouders. 6. De agendacommissie toetst het verzoek aan de voorwaarden genoemd onder lid 1 en lid 2 en beoordeeld of de beoogde vergadering voldoende ruimte biedt voor agendering. Als de beoogde commissievergadering onvoldoende ruimte biedt, biedt de agendacommissie een alternatief aan voor een spoedige behandeling van het onderwerp. 7. De portefeuillehouder of diens vervanger is aanwezig bij de behandeling van het onderwerp in de commissievergadering. 8. De commissievoorzitter doet in de vergadering aan de commissie een voorstel voor de behandeling van het onderwerp. 9. De indiener van het verzoek voert in de commissievergadering het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. 10. De griffier draagt zorg voor de communicatie met de indiener. Artikel 24. Handhaving orde en schorsing 1. De commissievoorzitter handhaaft de orde in de vergadering. Raadsbesluit
¥ Pagina 5 van 13
2. Hij kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. 3. Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten. 4. Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven, kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp. Artikel 25. Voorstellen van orde De commissievoorzitter en commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raadscommissie beslist hier terstond over. Paragraaf 3. Besloten vergaderingen Artikel 26.
Toepassing verordening op besloten vergaderingen Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 27. Verslag besloten vergadering 1. Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag gemaakt. 2. Conceptverslagen van besloten vergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de commissieleden ter inzage gelegd bij de commissiegriffier. 3. Deze verslagen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet openbaar maken van het verslag. 4. De vastgestelde verslagen worden door de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend. Artikel 28. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd. Paragraaf 4. Toehoorders en pers Artikel 29. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2.
Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. 3. De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. 4. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen. Artikel 30. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare vergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de commissievoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen. Hoofdstuk 3. Slotbepalingen Artikel 31. Uitleg verordening In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel van de commissievoorzitter. Artikel 32. Intrekken oude verordening De Verordening op de raadscommissies 2015 wordt ingetrokken. Artikel 33. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de raadscommissies Den Helder 2018.
Aldus besloten in de raadsvergadering Raadsbesluit
¥ Pagina 6 van 13
van 24 september 2018.
voorzitter Koen Schuiling
griffier mr. drs. M. Huisman
* zie amendement nr. 21.1 (AM18.00010) van de VVD. ** zie amendement nr. 21.2 (AM18.00011) van de VVD.
Toelichting op de Verordening op de raadscommissies Den Helder 2018 NB Deze toelichting is geschreven met de (mogelijke) keuzes die in de Modelverordening op de raadscommissies 2018 gemaakt zijn in gedachte. Als een individuele gemeente op punten andere keuzes maakt, dan sluit deze toelichting mogelijk niet aan. Wel kan deze uiteraard als basis dienen voor een door de gemeente zelf op te stellen toelichting. Bovendien worden enkel die bepalingen behandeld die verdere toelichting behoeven. Voor een goed beeld dient deze modelverordening in samenhang met de hierbij behorende VNG ledenbrief gelezen te worden. Artikelsgewijs Artikel 3. Taken De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet (hierna wet). De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor en overleggen met het college of de burgemeester. Wat betreft de invulling van de taken van de raadscommissies zijn ruwweg twee modellen te onderscheiden. In het eerste model is een raadscommissie vooral gericht op voorbereiding en informatievoorziening en vindt het politieke debat plaats in de raad, in het tweede vindt het politieke debat plaats in een raadscommissie en geschiedt de besluitvorming door de raad. De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp.
De raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen, ook dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van de raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan. De raadscommissie bepaalt evenals de raad haar eigen agenda. Dit betekent dat niet het college maar (de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of een voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt besproken. In artikel 3 van het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Den Helder 2018 is om dit te coördineren een agendacommissie ingericht. Deze commissie is verantwoordelijk voor de inhoudelijke afstemming van raads- en commissievergaderingen. De samenstelling, taken en bevoegdheden zijn geregeld in de Verordening op de agendacommissie Den Helder 2018. Veelal zal het echter wel zo zijn dat een onderwerp eerst in een raadscommissie wordt besproken. Tegenwoordig komen varianten van vergaderen voor die geen vaste samenstelling hebben. Te denken valt aan vergaderingen in sessies en vergadertafel. De wettelijke bepalingen omtrent de raadscommissies zijn, ondanks het feit dat er niet gesproken kan worden van een vaste samenstelling, op deze varianten van vergaderen van toepassing.
Indien vergaderingen in het teken staan van de voorbereiding van besluitvorming van de raad en het overleg met het college of de burgemeester, is er sprake van een raadscommissie. Dergelijke voorbereiding van de besluitvorming van de raad is exclusief voorbehouden aan de raadscommissies en kan niet worden opgedragen aan overige commissies. Er dient bij deze varianten van vergaderen dus rekening gehouden te worden met alle vereisten die voor een raadscommissie gelden zoals een evenwichtige vertegenwoordiging (artikel 82, derde lid, van de wet). Artikel 4. Samenstelling De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel 82, derde lid, van de wet voor dat de raad moet zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen. Om dit te bereiken schrijft het eerste lid van dit artikel voor dat een raadscommissie Raadsbesluit
¥ Pagina 7 van 13
bestaat uit een minimum en maximum aantal leden per fractie. De verhoudingen in de raadscommissies hoeven overigens blijkens jurisprudentie niet exact overeen te komen met de verhoudingen in de raad. De commissieleden worden door de raad benoemd, op voordracht van de fracties (tweede lid). Dit houdt in dat het aan de fracties zelf is om te bepalen wie de betreffende fractie vertegenwoordigen in de verschillende commissies. Het is enkel mogelijk – overeenkomstig het derde lid zelfs verplicht - de benoeming van een voorgedragen lid te weigeren als het een ‘burgerlid’ betreft dat niet voldoet aan de vereisten (zie verder de toelichting op het derde lid). Uit het derde lid volgt dat de leden van een raadscommissie geen raadslid hoeven te zijn. Wel zijn het de fracties die de leden voordragen. De niet-raadsleden moeten - in verband met de kenbaarheid en kiezerslegitimiteit - wel tijdens de laatstgehouden raadsverkiezingen verkiesbaar zijn geweest, en geplaatst op een kandidatenlijst van een fractie, die bij aanvang van de zittingsperiode in de raad vertegenwoordigd is. Deze voorwaarde vervalt echter zodra een fractie twee jaar in de raad vertegenwoordigd is. Zitting hebben in een raadscommissie en deelnemen aan een commissievergadering kan een leerschool zijn voor aankomend raadsleden.
Uiteraard is dat niet het primaire doel van een raadscommissie, echter niet-raadsleden kunnen onmiskenbaar op deze wijze ervaring opdoen in de politieke arena en met het politieke debat. Daarnaast wordt het zo voor geïnteresseerde nieuwe leden interessanter om gedurende de raadsperiode politiek actief te worden. Als ze moeten wachten tot na de volgende verkiezingen voordat ze zich daadwerkelijk nuttig kunnen maken, bestaat het gevaar dat men afhaakt. Dat is zeker in de huidige tijd, waarin het voor veel partijen lastig is om goede gekwalificeerde kandidaten te vinden, een ongewenste situatie. Potentiële kandidaat-raadsleden dienen daarom de mogelijkheid te krijgen om in de loop van de raadsperiode in een raadscommissie te worden benoemd. In verband met de kenbaarheid en kiezerslegitimiteit zal de voorwaarde dat een commissielid op de kandidatenlijst heeft gestaan wel de eerste 2 jaar dat een fractie actief is in de raad van toepassing zijn. Echter na een zekere tijd spelen deze waarden steeds minder een rol en gaat het belang om nieuwkomers, die pas na de verkiezingen zich hebben aangesloten bij een politieke partij, een kans te bieden ervaring op te doen in een commissie, zwaarder wegen.* Op grond van het derde lid moeten commissieleden, evenals raadsleden, voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13, 14 en 15 van de wet.
Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken, geen functie als bedoeld in artikel 13 van de wet mogen vervullen. Om te beoordelen of wordt voldaan aan de eisen van de, ligt het voor de hand om gebruik te maken van een geloofsbrievenonderzoek. Het verdient aanbeveling dit onderzoek uit te laten voeren door de commissie die voor raadsleden en wethouders het op basis van artikel V 4 van de Kieswet verplichte geloofsbrievenonderzoek uitvoert. De vereisten die onderzocht moeten worden zijn immers gelijk. Dit onderzoek (alleen naar de niet-raadsleden) gaat vooraf aan het raadsbesluit waarmee de commissieleden benoemd worden. Om er voor te zorgen dat iedere fractie en met name ook de kleine fracties in staat zijn om deel te nemen aan de vergaderingen van de raadscommissie is ervoor gekozen dat de commissies flexibel kunnen worden bemenst. De leden per commissie staan niet vast. Een ieder die aan de criteria voldoet en als lid is benoemd, kan zitting nemen in een commissie naar keuze, met de restrictie dat per commissie maximaal twee zetels per fractie kunnen worden ingevuld. Artikel 5. Voorzitter Op grond van artikel 82, vierde lid, van de wet kan enkel een raadslid als voorzitter van een raadscommissie benoemd worden.
Een voorstel van de regering om dit vereiste op te heffen is in 2014 in de Tweede Kamer gesneuveld. (Naar aanleiding van een aangenomen motie in de Tweede Kamer in maart 2018, is de regering verzocht met een wetsvoorstel te komen het mogelijk te maken dat raadscommissies ook door niet-raadsleden kunnen worden voorgezeten.) In het eerste lid is er voor gekozen om de voorzitters van de raadscommissies door de raad te laten benoemen. Het staat de raad echter vrij om te bepalen dat een raadscommissie de (plaatsvervangende) voorzitter benoemt. Gelet op de belangrijke functie die de raadscommissies ten opzichte van de raad vervult, ligt het wel in de rede dat de raad de (plaatsvervangende) voorzitters benoemt. Ook kan er voor gekozen worden om de voorzitters te laten benoemen door de raad en de plaatsvervangend voorzitters door de raadscommissies. Met het oog op de vergaderfrequentie en de daarmee gepaard gaande agendadruk is ervoor gekozen te komen tot een poule van 6 voorzitters. Deze zullen flexibel worden ingezet om de commissies voor te zitten. Op basis van het derde lid, is de voorzitter (en de plaatsvervangend voorzitter) geen lid van de raadscommissie. Dit is een bewuste keuze, op deze wijze kan de voorzitter zich concentreren op zijn taak als (technisch) voorzitter en zijn tijd en energie aanwenden voor het bewaken van de positie van de raadscommissie.
Hij hoeft zich niet te bekommeren om de inbreng van zijn fractie in de raadscommissie. Een andere keuze is echter ook denkbaar, de wet verzet zich er niet tegen dat de (plaatsvervangend) voorzitter tevens lid van een raadscommissie is. Raadsbesluit
¥ Pagina 8 van 13
Het ligt voor de hand dat de (plaatsvervangend) voorzitters, evenals de leden, van de raadscommissies in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling worden benoemd, aangezien de zittingsperiode van de voorzitters en de leden aan het einde van de zittingsperiode van de raad eindigt (artikel 6, eerste lid). Artikel 6. Zittingsduur en vacatures De zittingsperiode van de leden en de voorzitter is even lang als de zittingsperiode van raadsleden, in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet te ontslaan. Het lidmaatschap van een raadscommissie eindigt eveneens van rechtswege indien een lid niet meer voldoet aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen en indien een lid is benoemd op voordracht van een fractie die niet meer vertegenwoordigd is in de raad (zevende lid). De raad kan een lid van een raadscommissie op voorstel van de fractie die het lid heeft voorgedragen ontslaan (derde lid). Deze situatie kan zich voordoen in geval van een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op grond van artikel 4, lid 6, recht op een eigen lid. Artikel 8. Vergaderfrequentie Veelal zullen de vergaderingen van de raadscommissies plaatsvinden op een vaste dag en plaats. Een raadscommissie vergadert vaker als de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste twee fracties hierom vragen.
Indien een raadscommissie een hoorzitting zal willen houden, kan de voorzitter gebruik maken van het zesde lid en een andere dag, aanvangsuur of plaats bepalen. Bepaald is dat de voorzitter hierover overleg voert met de agendacommissie. Over de openbaarheid van de vergaderingen bevat deze modelverordening geen bepaling, aangezien artikel 82, vijfde lid van de wet, hierin voorziet. In deze bepaling wordt artikel 23 van de wet van overeenkomstige toepassing verklaard op raadscommissies. Dit betekent dat de vergaderingen van de raadscommissies in de regel in het openbaar plaatsvinden. Op verzoek van een vijfde van het aantal leden van een raadscommissie of de voorzitter kan de raadscommissie beslissen om achter gesloten deuren te vergaderen. Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar is tenzij de raadscommissie anders beslist. Artikel 9. Agendacommissie De agendacommissie vervult een belangrijke (coördinerende) rol bij de agendering van zaken in de raadscommissies (en in de raad). De samenstelling, taken en bevoegdheden van de agendacommissie zijn geregeld in de Verordening op de agendacommissie Den Helder 2018. Artikel 10.
Oproep en agenda Het eerste lid stelt verplicht dat de commissievoorzitter een vastgesteld aantal dagen vóór een vergadering de leden van zijn raadscommissie een schriftelijke oproep, waarin de vergadering wordt aangekondigd, en de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken stuurt (eerste lid). Uiteraard is het mogelijk, indien de raad dit wenst de oproep en stukken niet per post maar elektronisch te versturen. De oproep vermeldt de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. In het eerste lid gaat het om een voorlopige agenda. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om ruim voor de commissievergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de commissievoorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen (tweede lid). Als omtrent stukken op grond van artikel 86, eerste of tweede lid, van de wet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de commissieleden op verzoek inzage (derde lid juncto artikel 11, derde lid). Van geheimhouding wordt melding gemaakt op de stukken. Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda.
De agenderende rol van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het vierde, vijfde en zesde lid. Dit betekent onder andere dat een raadscommissie kan bepalen dat een onderwerp of voorstel onvoldoende voorbereid en voor inlichtingen of advies aan het college wordt gezonden. Een raadscommissie bepaalt vervolgens in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt en niet het college. Uiteraard zal hierover wel overleg gevoerd moeten worden met het college of de secretaris. Artikel 11. Ter inzage leggen van stukken Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien. Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep ter inzage aangeboden (eerste lid). Naast de fysieke terinzagelegging op het stadhuis, zullen de stukken doorgaans op elektronische wijze worden aangeboden (tweede lid). Dit gaat bijvoorbeeld via een digitaal raadsinformatiesysteem of door plaatsing op de gemeentesite. Raadsbesluit
¥ Pagina 9 van 13
De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Daarom worden stukken die betrekking hebben op de agenda en de voorstellen van de commissievergadering en die geheim moeten blijven bij hem ter inzage gelegd. Op verzoek van de commissieleden kan de griffier inzage aan hen verlenen (derde lid). Artikel 12. Openbare kennisgeving Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 82, vijfde lid, van de wet. Voor wat betreft de wijze van publicatie is aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Hier wordt expliciet vastgelegd in welke dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen de aankondiging van de vergadering wordt geplaatst. Indien de kennisgeving uitsluitend elektronisch plaatsvindt, dan dient er een grondslag te zijn, zie artikel 3:42, tweede lid, juncto 2:14 van de Awb. In het tweede lid wordt deze grondslag gecreëerd om ook in spoedeisende gevallen een openbare kennisgeving uit te kunnen doen gaan. Artikel 13. Presentielijst De presentielijst en de ondertekening door de voorzitter en de commissiegriffier zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum aanwezig is. Daarnaast is de presentielijst van belang om de vergoedingen van de niet-raadsleden die lid zijn van de raadscommissie te kunnen vaststellen. Artikel 14.
Opening vergadering en quorum Artikel 20 van de wet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de wet. Dit artikel voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende fracties aanwezig is en de presentielijst heeft getekend, kan worden vergaderd (eerste lid). Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het quorum niet bereikt is, anders zou de afwezigheid van leden van een raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat op het moment dat de voorzitter de datum en het tijdstip van de nieuwe vergadering bepaalt, nog niet vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen tussen de twee vergaderingen zitten, mag er vanuit worden gegaan dat het mogelijk is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep te versturen (tweede lid). Overigens ligt het in de rede dat de voorzitter overlegt met de raadscommissie over de datum van een nieuwe vergadering.
Artikel 16. Advies De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp voldoende is toegelicht, tenzij een raadscommissie anders beslist. Door gebruik van het woord beslissen in het tweede lid kan de suggestie gewekt worden dat in de commissievergadering ook ‘echte’ Awb-besluiten kunnen worden genomen. Dit is echter niet het geval. Een raadscommissie neemt geen beslissingen maar bereidt de besluitvorming in de raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Alleen in de raadsvergadering kunnen besluiten worden genomen. Wel kan een raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. De leden beslissen over het advies. Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, worden de standpunten van alle fracties in het advies opgenomen. Het ligt voor de hand dat indien een lid het niet eens is met het fractiestandpunt, hier afzonderlijk melding van wordt gemaakt in het advies aan de raad. Er dienen heldere argumenten te zijn om een voorstel als bespreekpunt voor de raad te agenderen. De voorzitter dient duidelijk samen te vatten welke debatonderwerpen er resteren voor behandeling in de raad.
Als een enkele fractie agendering als bespreekpunt wenst, dient te worden overwogen om het voorstel toch als hamerpunt te agenderen voor de raad, waarbij deze fractie dan een stemverklaring kan afleggen. Artikel 17. Stemmen in commissies Op 9 april 2008 heeft het Ministerie van Binnenlandse zaken een brief verstuurd over het systeem van gewogen stemmen in de raadscommissie. Hierin wordt aangegeven dat de wet er aan in de weg staat in de raadscommissies een systeem van gewogen stemmen te hanteren. Gewogen stemming zou slechts mogelijk zijn indien dit door de wetgever uitdrukkelijk zou zijn geregeld. Dat is nu niet het geval. Een commissielid kan dan ook niet stemmen namens afwezige leden van zijn fractie. In de raadscommissie geldt het principe “one man, one vote’. Artikel 18. Aantal spreektermijnen Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten (tweede lid). Dit hoeft overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng van de raadsleden in de eerste en tweede termijn. Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren. Indien de raadscommissie van mening is dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan zij daartoe uitdrukkelijk besluiten (eerste lid).
Raadsbesluit
¥ Pagina 10 van 13
Artikel 20. Deelname aan beraadslaging door anderen Deze bepaling is noodzakelijk in verband met de in artikel 22 van de wet geregelde immuniteit, dat in artikel 82, vijfde lid, van de wet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen. Het gaat in deze bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders. Deze hebben op grond van artikel 21, gelezen in samenhang met artikel 82, vijfde lid, van de wet de mogelijkheid om aan de beraadslagingen deel te nemen. Op grond van dit artikel kan bijvoorbeeld de secretaris uitgenodigd worden. Uiteraard hebben deze andere sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel over de spreektijd of over de orde van de vergadering te doen. Artikel 21. Spreekrecht burgers Het geven van spreekrecht aan burgers is een manier om burgers meer te betrekken bij de besluitvorming van de raad. Een inspreekmogelijkheid tijdens de raadsvergadering is doorgaans minder effectief (‘schijnspreekrecht’).
Doordat de raadsvergadering het sluitstuk is van het besluitvormingsproces dat lang daarvoor is begonnen (ambtelijke organisatie, college, commissies) is er voor gekozen het spreekrecht daarom ook op te nemen in de Verordening op de raadscommissies. In deze fase zijn de fracties nog bezig hun mening te vormen. In het tweede lid zijn drie onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet voor geldt. Als een besluit van de raad of het college vatbaar is voor bezwaar en de burger belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift indienen. Ook kan een burger beroep instellen bij de rechtbank. Dit zijn formele procedures die zien op de rechtsbescherming van de burger. Verder zijn de benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen uitgesloten van het spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen - de belangen van - kandidaten al dan niet in de uitoefening van hun ambt of functie kan schaden, kunnen burgers hierover geen uitlatingen doen. Vervolgens kunnen burgers zich ook niet uitlaten over onderwerpen, waar zij op grond van artikel 9:2 Algemene wet bestuursrecht een klacht over kunnen indienen. Deze procedure gaat vóór het spreekrecht van burgers. Het is mogelijk om het spreekrecht te beperken tot die onderwerpen die op de agenda van de raadscommissie staan.
Het is een keuze van de raad of en hoe zij het spreekrecht wil vormgeven. In het geval de burgers de mogelijkheid hebben om een burgerinitiatief in te dienen ligt het wellicht meer voor de hand om alleen spreekrecht toe te staan over geagendeerde onderwerpen. Burgers hebben immers het instrument van een initiatief om onderwerpen op de agenda te plaatsen. Indien er geen mogelijkheid is tot burgerinitiatief kan het spreekrecht het instrument van de burger zijn om aandacht te vragen voor een onderwerp. In dit geval ligt het voor de hand om dit instrument niet teveel in te perken. De burgers die wensen in te spreken kunnen zich binnen een ‘redelijke termijn’ voor de vergadering melden bij de commissiegriffier. Procedureel is het handig om als ‘redelijke termijn’ uiterlijk om 12:00 op de dag van de desbetreffende vergadering aan te houden.** In het zevende lid is er voor gekozen een inspreker in de gelegenheid te stellen voor een tweede termijn maximaal vijf minuten het woord te geven. De burger heeft op die manier de mogelijkheid om te reageren. Dit geeft een actieve betrokkenheid van de inspreker en voorkomt dat er bij de inspreker een onbevredigend gevoel blijft hangen. Uiteraard is het de commissie die debatteert over de onderwerpen op de agenda, maar het is een goede zaak de betrokkenheid van de burger in deze te vergroten. Artikel 23. Agenderingsverzoek derden 1.
Onder belanghebbenden worden in dit geval ook ondernemers, instellingen en verenigingen in de gemeente verstaan. 2. Het te bespreken onderwerp behoort tot de invloedsfeer van de raad, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester. Het is niet de bedoeling dat de behandeling van een onderwerp in de commissievergadering een lopende juridische procedure doorkruist. 3. Een drie weken termijn wordt nodig geacht voor een tijdige bediening van de agendacommissie, de vakcommissies en eventuele voorbereidingen door het college van burgemeester en wethouders. Het agenderingsverzoek dient te zijn ondertekend door de indiener en wordt met de stukken voor de commissievergadering openbaar gemaakt. 4. De griffier legt het verzoek als te doen gebruikelijk voor aan de agendacommissie voorzien van een advies. Als de beoogde commissievergadering onvoldoende mogelijkheden biedt voor agendering, wordt dit in het advies nader toegelicht en voorzien van een alternatieve datum. 5. Het agenderingsverzoek wordt zo spoedig mogelijk onder de aandacht gebracht van het college van burgemeester en wethouders. Hiermee wordt het college en dan met name de verantwoordelijke wethouder in de gelegenheid gesteld zich hierop desgewenst voor te bereiden of met een inhoudelijke bijdrage te komen. Raadsbesluit
¥ Pagina 11 van 13
6. De agendacommissie beoordeelt of de concept-agenda van de beoogde commissievergadering voldoende ruimte biedt voor het ingediende agenderingsverzoek. Als dit niet het geval is, doet de agendacommissie een voorstel voor behandeling van het onderwerp. Uitgangspunt hierbij is een spoedige behandeling. 7. Aanwezigheid van de betrokken portefeuillehouder(s) of diens vervanger(s) is gewenst voor het desgewenst geven van een reactie op het onderwerp of het beantwoorden van vragen vanuit de commissie. 8. Het onderwerp wordt bij voorkeur als eerste bespreekpunt geagendeerd voor de commissievergadering. Bij vaststelling van de agenda doet de commissievoorzitter een behandelvoorstel aan de commissie. Het is daarbij aan de commissie of de indiener of anderen aan de beraadslagingen kunnen deelnemen (zie artikel 20). Artikel 24. Handhaving orde en schorsing Artikel 26 van de wet geeft aan dat de voorzitter bij de raadsvergadering bevoegd is om de orde in de vergadering te handhaven. Voor de commissievergaderingen ontbreekt een dergelijke bepaling, deze is daarom in dit artikel opgenomen. Ingevolge het eerste lid is de commissievoorzitter belast met de handhaving van de orde in de commissievergaderingen.
Op basis van het (vierde) lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, de vergadering sluiten (derde lid). In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd (tweede lid). Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar artikel 29 van deze verordening. Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de wet bovendien dat artikel 22 van de wet van overeenkomstige toepassing is op leden van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel raadsleden als niet-raadsleden. Artikel 25. Voorstellen van orde De commissievoorzitter en ieder lid hebben te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen.
De beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de raadscommissie. Bij het staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen (artikel 32, vierde lid, van de wet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een (overleg) pauze of een voorstel over de (beperking van de) spreektijden van de leden en overige deelnemers aan de commissievergadering. Artikel 26. Toepassing verordening op besloten vergaderingen Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn echter niet van toepassing, voor zover de toepassing van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in artikel 86 van de wet wordt opgelegd dan wel opgeheven. Artikel 27.
Verslag besloten vergadering Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de wet is artikel 23 van de wet van overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de wet schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in casu dus een raadscommissie anders beslist. In aanvulling hierop bepaalt het tweede lid dat het verslag van een besloten vergadering ter inzage ligt bij de commissiegriffier. Artikel 28. Opheffing geheimhouding De raad kan de geheimhouding die een raadscommissie aan de raad oplegt, opheffen. Wel bestaat er een overlegverplichting, waarmee recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor. Artikel 29. Toehoorders en pers Artikel 26, eerste en tweede lid, van de wet regelen dat de voorzitter van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de wet, het derde lid voorziet hierin. Artikel 30. Geluid- en beeldregistraties Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft.
Raadsbesluit
¥ Pagina 12 van 13
Raadsbesluit
¥ Pagina 13 van 13