CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

preview_851c35b8-3362-4c33-ad0f-169efaf9f497.pdf

Gemeenteraad 10 februari 2025, gemeente Den HelderBij agendapunt: 7: Voorstel tot het vaststellen van het Delegatiebesluit omgevingsplan Den Helder 2025.1.255 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer: 0000217372

Raadsinformatiebrief Betreft: Evaluatie raadsbesluiten Omgevingswet Aan de leden van de gemeenteraad Op 1 januari 2024 is na een lange aanloopperiode de Omgevingswet landelijk in werking getreden. Sinds dit moment, bijna een jaar geleden, wordt praktijkervaring opgedaan met de werking van de Omgevingswet en het instrumentarium. Hieronder vallen ook de raadsbesluiten die in november 2021 zijn genomen, met betrekking tot het proces, verantwoordelijkheden en de rolverdeling tussen gemeenteraad, college en initiatiefnemers. Het gaat hierbij om:  Het delegeren van onderdelen van het omgevingsplan door de gemeenteraad aan het college  Het aanwijzen van gevallen waarin verplichte participatie door de initiatiefnemer  Adviesrecht door de gemeenteraad  Toepassing van de uitgebreide procedure Uit de eerste ervaringen blijkt dat de raadsbesluiten grotendeels werken zoals bij besluitvorming is beoogd. Toepassing van de uitgebreide procedure De uitzondering hierop is het besluit over het toepassen van de uitgebreide procedure in een aantal aangewezen gevallen. Uit nadere informatie is namelijk gebleken dat het waarschijnlijk juridisch niet mogelijk is om een (raads)besluit te nemen over het standaard toepassen van de uitgebreide procedure bij een aanvraag om omgevingsvergunning in bepaalde gevallen.

Deze afweging dient het college per casus te maken, op basis van de relevante omstandigheden. De door de raad vastgestelde lijst van gevallen kan hier niet voor worden gebruikt. Om deze reden is het raadsbesluit niet in de praktijk gebruikt en wordt de raad voorgesteld om het ‘Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Den Helder, houdende de lijst van gevallen waarin de uitgebreide procedure wordt toegepast bij aanvraag om omgevingsvergunning’, vastgesteld op 29 november 2021, in te trekken. Adviesrecht door de gemeenteraad Het besluit over het adviesrecht van de gemeenteraad is in beginsel goed werkbaar, hoewel concrete ervaringen op dit moment nog niet zijn opgedaan. In het najaar van 2024 is een eerste aanvraag ingediend waarbij de gemeenteraad adviesrecht heeft. Dit gaat om de aanvraag voor de vleermuiskelder. Deze staat geagendeerd voor de commissie- en raadsvergadering van respectievelijk 27 januari en 10 februari. De raad zal dan in de gelegenheid gesteld worden haar advies uit te brengen. De verwachting is dat in 2025 meerdere aanvragen met adviesrecht van de raad zullen volgen, waardoor het over een jaar beter mogelijk zal zijn om de werking hiervan te evalueren. Voor het praktisch inrichten van de procedure is het niet standaard kunnen toepassen van de uitgebreide procedure in bepaalde gevallen (zie voorgaande alinea) een lastigheid.

Dit dwingt ons om te zoeken naar mogelijkheden om de tijd richting besluitvorming indien er sprake is van het adviesrecht zo kort mogelijk te maken. Indien er sprake is van het adviesrecht wordt met de griffie overlegd hoe de besluitvorming hierover zo snel mogelijk kan worden voorgelegd. Gevallen verplichte participatie door de initiatiefnemer

Nieuw onder de Omgevingswet is dat gevallen aangewezen kunnen worden waarin participatie door de initiatiefnemer verplicht is bij een aanvraag om omgevingsvergunning die niet past binnen de regels van het omgevingsplan (buitenplanse omgevingsplanactiviteit). Het werken met deze lijst van gevallen draagt bij aan het contact tussen initiatiefnemers van grote(re) initiatieven en de omgeving/belanghebbenden. Ook krijgt de gemeente hierdoor vroegtijdig een duidelijker beeld van belangen en eventuele zorgen/bezwaren. Dit is van belang voor het zorgvuldig doorlopen van de procedure, inclusief de afweging of voor het betreffende initiatief/situatie de uitgebreide procedure moet worden toegepast. Inmiddels zijn er enkele initiatieven bij de gemeente bekend (in het vooroverleg voorafgaand aan een vergunningsaanvraag) waarvoor deze verplichting geldt en ingevuld zal gaan worden door de initiatiefnemer. De mogelijkheid om initiatiefnemers bij complexe(re) initiatieven te kunnen verplichten tot participatie met de omgeving wordt positief beschouwd. We verwachten in 2025 meer ervaringen hiermee op te doen, bijvoorbeeld ook ten aanzien van hoe de omgeving reageert op participatie door de initiatiefnemer en wat dit oplevert.

Wel ontstond op basis van de eerste ervaringen al de zorg dat de regels met betrekking tot verplichte participatie wel gelden voor een aanvraag om omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, maar niet voor een aanvraag tot wijziging van het omgevingsplan (de opvolger van de bestemmingsplanwijziging). Aangezien een initiatiefnemer keuzevrijheid heeft welke planologische procedure hij/zij wil aanvragen bestaat hierdoor de mogelijkheid voor de initiatiefnemer om de verplichte participatie te omzeilen. Deze plicht zou dan bij de gemeente terecht komen, aangezien participatie bij het opstellen van een omgevingsplan(wijziging) in principe bij de gemeente ligt. Deze situatie is onwenselijk. Participatie met de omgeving is een belangrijk onderdeel van de onderbouwing van een (aanvraag tot) wijziging van het omgevingsplan. Zonder participatie is namelijk geen goede belangenafweging te maken over de haalbaarheid en inpasbaarheid van een initiatief en kan in principe dus geen medewerking verleend worden door de gemeente.

Delegeren van onderdelen van het Omgevingsplan door de gemeenteraad aan het college Om dit probleem op te lossen wordt voorgesteld om voor ‘aanvragen tot wijziging van het omgevingsplan’ die betrekking hebben op dezelfde gevallen die zijn aangewezen in de lijst van gevallen waarin participatie door de initiatiefnemer verplicht is bij een aanvraag om omgevingsvergunning de bevoegdheid aan het college te delegeren om deze af te wijzen indien niet is voldaan aan participatie. Hiermee worden de regels met betrekking tot participatie bij een aanvraag om omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit en een aanvraag om omgevingsplanwijziging volledig gelijk getrokken, zodat ongeacht de planologische procedure er een gelijk speelveld voor initiatiefnemers ontstaat. Bovendien voorkomt delegatie van deze bevoegdheid dat de afwijzing in verband met het ontbreken van participatie vergadertijd van de gemeenteraad inneemt. Voor het beoordelen van de toereikendheid van de participatie in de gevallen dat deze is verplicht gesteld verbreden wij de bestaande beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders die sinds 1 januari 2024 geldt voor aanvragen om omgevingsvergunning waarvoor verplichte participatie geldt.

Bijgevoegde beleidsregels worden bij het vaststellen van het Delegatiebesluit omgevingsplan Den Helder 2024 aansluitend vastgesteld door het college en zien, binnen de aangewezen gevallen, zowel op omgevingsvergunningen als op wijzigingen van het omgevingsplan. Het Delegatiebesluit omgevingsplan Den Helder 2024 omvat daarnaast nog twee andere wijzigingen. Er is een algemene mogelijkheid opgenomen om op aangeven van de gemeenteraad het college (kaderstellend) beleid te laten verwerken in het omgevingsplan. Het voordeel hiervan is dat verwerking van dit beleid in het omgevingsplan geen aparte besluitvorming door de gemeenteraad meer vraagt. Deze mogelijkheid beperkt zich tot de min of meer administratieve verwerking en biedt geen ruimte voor (bijvoorbeeld) uitwerking van het kaderstellende beleid. Daarnaast is het aanwijzen, wijzigen en schrappen van gemeentelijke monumenten opgenomen als nieuw onderdeel van het delegatiebesluit. Door de integratie van erfgoed in het omgevingsplan moeten monumenten worden opgenomen in het omgevingsplan.

Aangezien op basis van de huidige regels in de verordening fysieke leefomgeving (artikel 6.5-6.12) het college verantwoordelijk is voor het aanwijzen, wijzigen en schrappen van gemeentelijke monumenten is het logisch en efficiënt om de bevoegdheid om dit door te voeren in het omgevingsplan aan het college te delegeren, zodat besluitvorming en (administratieve) verwerking met elkaar blijven samenhangen. In 2024 is het delegatiebesluit slechts éénmaal gebruikt, om de regels uit de Bruidsschat (voormalige regels van het Rijk die vanaf inwerkingtreding van de Omgevingswet bevoegdheid van de gemeente zijn) toe te voegen aan het tijdelijke omgevingsplan (alle regels uit de

bestemmingsplannen samengevoegd in een gemeentedekkende regeling). Aangezien hier geen beleidsvrijheid in was gegeven aan de gemeente en het in beheer nemen van deze regels een technische overzetting betroffen heeft op basis van lid 5 van het huidige Delegatiebesluit het College het besluit genomen om het omgevingsplan hiertoe aan te passen.

Den Helder, 17 december 2024.

met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Den Helder,

P.T. (Petra) Bais locoburgemeester

J. (Jeroen) van Egerschot MBA waarnemend gemeentesecretaris

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/2217/documents/23980