PODH Onderzoek VSFPM Definitief 20220214.pdf
Tekst van het document
De haven in de lichtenlijn ‘Port of Den Helder: Onderzoek naar Visie, Structuur, Personeel, Financiën en Marketing’
Rob de Leeuw van Weenen, Menno Menist, Arnaud Burgess en Wouter van der Geest Zoetermeer , 14 februari 2022 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. Vermenigvuldigen en/of openbaarmaking in welke vorm ook, alsmede opslag in een retrieval system, is uitsluitend toegestaan na schriftelijke toestemming van Panteia. Panteia aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden.
The responsibility for the contents of this report lies wi th Panteia. Quoting numbers or text in papers, essays and books is permitted only when the source is clearly mentioned. No part of this publication may be copied and/or published in any form or by any means, or stored in a retrieval system, without the prior written permission of Panteia. Panteia does not accept responsibility for printing errors and/or other imperfections.
Samenvatting In 2013 is de Port of Den Helder (PoDH) verzelfstandigd, met de gemeente Den Helder als 100% aandeelhouder, om het havengebied effectief en efficiënt te beheren en te ontwikkelen. De gemeenteraad van Den Helder heeft in juli 20 21 besloten het initiatief te nemen tot het uitvoeren van een onderzoek naar de N.V. Port of Den Helder. Aan Panteia is gevraagd om dit onderzoek uit te voeren. Het onderzoek behelst zowel een evaluatie van als een toekomstverkenning voor de Port of Den Helder. Het onderzoek is uitgevoerd aan de hand van de invalshoeken: visie, structuur, financiën, personeel en marketing. De belangrijkste kenmerken van het ‘gemeentelijk’ deel van de Rijkszeehaven zijn: de directe aanwezigheid van de marinebasis als thuishaven van marineschepen en hun ondersteuning, een schaarste aan geschikte terreinen en een landzijdig perifere ligging bovenin de Kop van Noord-Holland. Den Helder is geen overslaghaven, de voornaamste inkomsten van de haven zijn gebaseerd op de inning van haven- en kadegelden als gevolg van vaarbewegingen die te maken hebben met serviceactiviteiten op de Noordzee ten behoeve van (fossiele) energievoorziening. Inkomsten komen ook uit huur, erfpacht en de verkoop van gronden. Bruikbare gronden ten behoeve van havenuitbreidingen zijn schaars in de haven van Den Helder.
Visie Panteia heeft de visie van de gemeente (tot 2013) en PoDH (na 2013) op de ontwikkeling van belangrijke markten voor een aantal perioden vergeleken met informatiebronnen die ten tijde van deze perioden beschikbaar waren. Rapporten die ten grondslag hebben gelegen aan de beslissing de haven te verzelfstandigen overschatten de potentie van de olie- en gasmarkt en onderschatten de potentie voor Wind op Zee. Dit heeft geleid tot een overschatting van inkomsten uit haven- en kadegelden in het MTBS-rapport (2012) dat een belangrijke basis vormde voor de verzelfstandiging. Gebaseerd op de goede perspectieven die geschetst zijn in het MTBS -rapport is tevens besloten om ook zowel natte infrastructuur met een publieke functie, als ook bedrijventerreinen waarvan de strategische waarde onduidelijk was,
in te brengen
in het verzelfstandige
havenbedrijf. Het eerste businessplan van PoDH (2014-2018) is optimistisch over vrijwel alle facetten van de dienstverlening, ook de olie- en gasmarkt en de visserij. Dit is niet in lijn met de dan beschikbare gegevens en het Rijksbeleid. Men onderkent het ruimtegebrek in de haven, en zou graag terreinen gebruiken van de Koninklijke Marine. Vanwege de eigen bedrijfsvoering heeft de Marine echter tot dusver geen ruimte af kunnen staan. Bij Kooyhaven bevindt zich wel een aanzienlijk grondareaal. Het gaat hier echter om gronden die niet gunstig zijn gelegen en met een lage milieucategorie, wat het gebruik beperkt. Het volgende businessplan (2019-2028) is meer realistisch en legt een aantal problemen bloot.
De
resultaten
staan
onder
druk
door
terugvallende
inkomsten
rond
dienstverlening voor olie- en gasinstallaties op de Noordzee. Tegelijkertijd is om nieuwe kansen in het kader van de energietransitie te benutten, behoefte aan meer geschikte ontwikkelruimte in de haven. Daarnaast voert PoDH sinds oprichting het beheer en onderhoud uit van natte infrastructuur die een breder publiek belang dient maar die geen waarde heeft voor de haven. PoDH beschikt echter niet over de benodigde middelen daarvoor en doet daarom een beroep op de aandeelhouder. Deze springt financieel bij. Op gebied van de ontwikkeling van de markten verwacht PoDH dat de inkomsten vanuit de olie- en gasmarkt stabiel blijven. Op de langere termijn wordt verwacht dat Wind op Zee een hoge vlucht zal nemen. Dit is in lijn met beschikbare
3
informatiebronnen en ook vrijwel alle partijen waarmee wij in het kader van dit onderzoek spreken, bevestigen dit. PoDH concludeert naar ons idee terecht dat de gronden
bij
Kooyhaven/Kooypunt
moeilijk
verkoopbaar
zijn
en
dat
het
niet
waarschijnlijk is dat hier de komende jaren veel inkomsten uit voort zullen vloeien. PoDH ziet waterstof als een kans, en er worden samenwerkingsverbanden opgezet om zich verder op dit gebied te profileren. Qua inkomsten gaat dit de komende jaren echter weinig opleveren. Structuur en samenwerkingsverbanden PoDH PoDH heeft veel en uiteenlopende taken. In hoofdlijnen zien we een tweedeling: het havenbedrijf zelf (running the business) en de business development (building the business). Beiden verschillen sterk in aard, tijdshorizon, externe gerichtheid en onzekerheid qua resultaat. Een deel van de business development van PoDH blijft niet beperkt tot de haven, maar richt zich ook op de regio rondom Den Helder. Het regionale belang komt ook naar voren bij het vermarkten van gronden, met name Kooypunt en Kooyhaven. De (verdere) ontwikkeling van de gronduitgifte bij Kooypunt en Kooyhaven kan daarom, om het regionale belang beter af te dekken, worden geplaatst in een grondontwikkelingsmaatschappij. Bedrijven waarmee in het kader van dit onderzoek is gesproken, zijn tevreden met de activiteiten van PoDH op het gebied van het beheer van de haven. Minder tevreden zij n betrokkenen over de ervaren onduidelijkheid over waarvoor men bij de gemeente moet zijn en waarvoor bij PoDH. Ook ervaart men bestuurlijke onrust in Den Helder.
Deze wordt vaak genoemd als reden voor de aarzelingen om zich duidelijk uit te spreken voor PoDH. Verbreding van het aandeelhouderschap
kan hier helpen. Voorafgaand aan de
verzelfstandiging was dit al geadviseerd, echter tot dusver is het hier niet van gekomen. Bijvoorbeeld deelname van de provincie Noord-Holland vanuit een regiobelang zou bijdragen aan vertrouwen en duidelijkheid. Mogelijk zijn ook private partijen te interesseren. Noodzakelijke voorwaarde daarbij is duidelijkheid over hoe omgegaan wordt met beheer en onderhoud van natte infrastructuur met een publieke functie. Financiën In het eerste jaar na de verzelfstandiging boekte PoDH een positief resultaat. Daarna niet meer. De inkomstenbronnen voor PoDH waren (en zijn) in belangrijke mate gerelateerd aan de scheepsbewegingen voor het beheer en onderhoud van olie- en gas installaties op de Noordzee en daaruit afgeleid, haven- en kadegelden. De afgelopen jaren zijn deze inkomsten teruggelopen door een verminderde olie - en gaswinning. Dit is een proces dat al jaren aan de gang is en wat door de energietransitie en het Rijksbeleid verder wordt versneld. In praktijk hebben de inkomsten een wisselend verloop, maar richting 2040 zullen deze waarschijnlijk minimaal zijn. Daarnaast zijn er structurele inkomsten uit huur en erfpacht. Andere inkomstenbronnen, zoals de visserij nemen ook af. De huidige visafslag gaat zich op alternatieve markten richten. Het potentieel aan havengelden vanuit cruisevaart en recreatievaart is beperkt.
De mogelijkheden om de wegvallende omzet vanuit olie en gas kunnen alleen –en dan nog voor een deel- worden opgevangen door de activiteiten rond Wind op Zee. Op dit moment is er voldoende ruimte in de haven voor de activiteiten rond Maintenance & Operations die horen bij 2 tot 3 kavels Wind op Zee. Om meer kavels te bedienen is de huidige beschikbare ruimte ontoereikend. PoD H heeft naar de toekomst onvoldoende geschikte kadelengte en gronden beschikbaar die geschikt zijn voor marktpartijen die zich willen vestigen of uitbreiden. Enkel bezuiden de Moormanbrug is nog ruimte aan Het Nieuwe Werk, maar daar vormt de
4
doorvaartopening van de Moormanbrug een obstakel: deze is te smal om grote onderhoudsschepen door te kunnen laten. Daarnaast heeft PoDH inkomsten uit verkoop van gronden en verhuur van terreinen. In het meest recente bedrijfsplan geeft PoDH aan dat er elk jaar taakstellend een aantal hectaren grond verkocht moet worden op o.a. Kooyhaven om de komende jaren uit de rode cijfers te blijven. Het lijkt er op dat dit doel niet gehaald zal gaan worden. Daarmee zal PoDH naar schatting tot 2030 verlieslatend blijven opereren. Alles bij elkaar is het verdienvermogen van PoDH zeker tot 2030 en mogelijk ook daarna onzeker en sterk afhankelijk van de mate waarin en wanneer PoDH betrokken raakt bij Wind op Zee. Personeel Qua personele omvang komt PoDH voor de beheerstaken overeen met vergelijkbare havens in het Noordzeegebied. Den Helder behoort daarbij tot de kleinere havens. Door de beperkte personele omvang is PoDH gevoelig voor uitval van personeel. Externe inhuur biedt dan een oplossing, maar is relatief duur. Daarnaast wordt met inhuur ook voorzien in de behoefte aan specifieke deskundigheid die niet permanent in de organisatie nodig is. Operationele samenwerking tussen PoDH en andere zeehavens kan efficiencywinsten op het gebied van personeel opleveren.
Op het ontwikkelgebied en marketing is de capaciteit beperkt, wat PoDH kwetsbaar maakt bij de ontwikkeling van een cruciale markt als Wind op Zee. Marketing Met de afname van de activiteiten rond olie en gas moet PoDH op zoek naar nieuwe klanten. Deze dienen zich nog slechts beperkt aan, op langere termijn zijn er wel mogelijkheden. De blik is gericht op inkomsten als gevolg van vaarbewegingen voor beheer en onderhoud van windparken op zee. Er worden tot 2030 zeven kavels op drie windparken aanbesteed. De aanbesteding voor windpark Hollandse Kust West (2 kavels) wordt naar verwachting begin 2022 gestart, IJmuiden Ver zal naar verwachting over de periode 2024-2026 in vier delen aanbesteed worden. Ook is er het windpark ‘Ten Noorden van de Waddeneilanden’ dat in 2023 aanbesteed wordt. De capaciteit van Wind op Zee moet uiteindelijk stijgen naar maximaal 21 GW per 2030. Op langere termijn worden nog meer windparken op de Noordzee voorzien. De kortere afstand van PoDH ten opzichte van deze nog te ontwikkelen windparken is dan een voordeel in vergelijking met andere havens. Partijen zijn over een breed front van mening dat dit op langere termijn ook inkomsten op gaat leveren voor PoDH. Andere ontwikkelingen zijn gerelateerd aan waterstof, met name om Den Helder een rol te laten spelen bij ontwikkelingen op het gebied van de productie van “blauwe” waterstof.
De CO 2 die vrijkomt kan met schepen de Noordzee opgevaren worden, voor opslag in lege gasvelden, wat beperkte baten oplevert voor PoDH. Ook is blauwe waterstof een tijdelijke oplossing in de verduurzaming en gerelateerd aan de olie- en gaswinning op de Noordzee. Wat betreft de ontwikkelingen rond groene waterstof is een eventuele rol voor de PoDH nog onduidelijk. Over eventuele inkomsten uit activiteiten rond waterstof kan daarom nog geen uitspraak over worden gedaan, behalve dat deze tot 2030 zeer gering zullen zijn.
5
Conclusies We structureren de conclusies aan de hand van de invalshoeken: continuïteit, productiviteit, kwaliteit en stabiliteit. Voor de continuïteit staat de sturing op basis van de businessplanning centraal. Belangrijk is hier dat realistische en concrete doelen gesteld zijn. Voor de productiviteit kijken we naar de prestaties in relatie tot de kosten die hiermee gepaard gaan. Voor de kwaliteit richten we ons op de beschikbare expertise. De stabiliteit is gerelateerd aan de formele organisatie.
Continuïteit
6
Realistische en concrete doelen moeten voor PoDH gezien worden binnen de context van de geografische en achterland beperkingen. De markten waar PoDH zich op kan richten zijn beperkt. Voor de toekomst moet de bedrijvigheid voor een groot deel uit Wind op Zee komen. Er is geen plan B. Dit is een gegeven waar PoDH weinig invloed op heeft. De businessplanning werd in het verleden gekenmerkt door te optimistische verwachtingen, pas de laatste jaren zijn deze realistischer. Men opereert op markten, die onzeker zijn. De markt rond dienstverlening aan offshore olie- en gasinstallaties fluctueert, maar loopt over langere termijn (2030-2040) gezien terug. Maintenance & Operations activiteiten t.b.v. Wind op Zee kunnen dit deels compenseren, maar daarvoor moet PoDH aangehaakt zijn bij de juiste partijen. Hierin schuilt bij aanbestedingen een onzekere factor, waar PoDH geen invloed op heeft. Ontwikkeling van bedrijvigheid uit Wind op Zee kost tijd; aanbestedingen van kavels op geplande windparken worden gespreid in de tijd uitgezet. Wat betreft de aflopende markt rond dienstverlening voor olie- en gasinstallaties dient PoDH hier zo lang mogelijk van te profiteren, mede om de periode te vullen tot PoDH meer betrokken raakt bij Wind op Zee.
Andere activiteiten, zoals visserij, recreatievaart en cruiseschepen, decommissioning en waterstof geven onvoldoende zicht op structurele inkomsten voor PoDH, hetzij door de omvang van de markt, hetzij doordat er nog sprake is van grote onzekerheden. PoDH heeft meer focus nodig. Voor de toekomst moet deze liggen op verdere ontwikkeling van de markt rond Maintenance & Operations voor Wind op Zee. De (verdere) ontwikkeling van Kooyhaven en Kooypunt hoort naar ons idee niet bij deze focus. Ruimte is schaars in de haven van Den Helder, andere gebruikers (Koninklijke Marine; TESO) zien geen mogelijkheid om ruimte af te staan. Met de huidige ruimte kunnen hooguit de activiteiten rond 2, mogelijk 3 kavels gefaciliteerd worden en dat is niet voldoende om op langere termijn (na 2030) winstgevend te zijn. Extra ruimte kan gecreëerd worden door de Moormanbrug te verplaatsen, waardoor Het Nieuwe Werk bereikbaar wordt voor grotere schepen. Bezien moet worden in welke mate herstructurering van Het Nieuwe Werk vervolgens noodzakelijk is om dit gebied geschikt te maken voor partijen gelieerd aan Wind op Zee. Dit is een win-win voor de civiele haven en de Koninklijke Marine. De noodzaak om extra ruimte te creëren is afhankelijk van de mate waarin PoDH betrokken raakt bij Wind op Zee. In 1996 zijn diverse waterstaatswerken overgeheveld van het Rijk naar de gemeente.
Hier ging een afkoopsom mee gemoeid van ongeveer 21 miljoen gulden. Dit geld is door de gemeentelijke havendienst samengevoegd met de toen al bestaande havenvoorziening en naderhand belegd. Ultimo 2005 had de havenonderhoudsvoorziening een waarde van € 14,2 miljoen. In 2005 is, mede ingegeven door Rijksregelgeving (Besluit Begroting en Verantwoording) de havenonderhoudsvoorziening gesplitst in meerdere bestemmingsreserves en een uitgeklede voorziening. Er is € 2,9 miljoen gegaan naar aanleg van een regionaal havengebonden bedrijventerrein (later Kooyhaven genoemd). Ook is er € 300.000 besteed aan een onderzoek naarde ontwikkeling van een maritieme kennisontwikkelingscluster en €0,5 miljoen naar de sloop van een pand op het Nieuwe Diep. Ook is een deel van het geld belegd in een reserve om de kapitaallasten (afschrijvingen) te kunnen dekken voor de vernieuwing van de voormalige Onderzeedienstkade. Tot slot geldt de gelden zijn aangewend om exploitatieverliezen in
de haven te dekken (€ 1.000.000) en om kapitaallasten voor later gedane werkzaamheden te kunnen financieren (€ 5.650.000). Geconcludeerd kan worden dat een significant deel van de Brokx-nat gelden onjuist (€ 4.150.000) of niet besteed (€ 5.650.000) is aan het oorspronkelijke doel en dat veel van de gelden die uiteindelijk overgedragen zijn aan PoDH reeds bestemd werden en daardoor niet meer konden worden gebruikt voor onderhoud van de infrastructuur. Beheer en onderhoud van natte infrastructuur behoort naar onze mening ook tot de taken van PoDH, maar daar waar het natte infrastructuur betreft met een publieke functie dient daar een vergoeding vanuit de gemeente tegenover te staan. o Voor de toekomst concludeert Panteia dat PoDH met de huidige taakstelling voorlopig geen zwarte cijfers zal kunnen overleggen; naar het zich nu laat aanzien is dit pas mogelijk vanaf 2030. o Verwachte exploitatieverliezen kunnen, afhankelijk van het jaartal en het scenario, variëren tussen de € 2,0 en € 3,0 miljoen per jaar. Cumulatief becijferen wij, afhankelijk van de mate van succes bij Wind op Zee, tot en met 2030 verliezen van € 17 tot € 25 miljoen. o Wanneer beheer en onderhoud (incl. kapitaallasten en overhead) van de natte infrastructuur met een publieke functie vergoed wordt, dan resulteert in alle scenario’s t/m 2030 een cumulatief tekort.
Dit varieert van -€ 11 miljoen in het worst-case scenario (1 windpark) en -€ 2 miljoen in het optimistische scenario (4 windparken). Wanneer er drie of meer (kavels van) windparken bediend gaan worden, draait men vanaf 2028 (vier kavels) of 2029 (drie kavels) zwarte cijfers. o Daarnaast staat PoDH voor significante investeringen voor het in standhouden van de natte infrastructuur. Voor het strategische deel betreft dit tussen 2022 en 2030 in totaal 22 miljoen euro; voor het niet strategische deel gaat het om 13 miljoen euro. PoDH kan met de huidige kaspositie en financieringskredieten dit niet dragen.
Productiviteit
De haven van Den Helder is van groot belang voor gemeente en regio. Op basis van de Havenmonitor 2021 (Erasmus UTP) schat Panteia in dat de toegevoegde waarde van de haven van Den Helder voor gemeente en regio een orde groter is dan de direct meetbare inkomsten van PoDH. We zien dat op het vlak van het beheer PoDH zich goed laat vergelijken met overeenkomstige havenbedrijven zoals IJmuiden, Harlingen en Groningen Seaports. Echter, veel infrastructurele objecten die PoDH bij verzelfstandiging meegekregen heeft, kosten meer dan verwacht, o.a. door versnelde degradatie van infrastructuur. Daarnaast heeft PoDH bij verzelfstandiging areaal meegekregen waar PoDH minder aan verdient dan verwacht, maar waarvan het vermarkten wel capaciteit kost. Voor het toekomstperspectief is het noodzakelijk dat de marketing zich vooral richt op Wind op Zee. De marketingtaak dient niet belast te worden met de problematiek rond erfpachtcontracten, vermarkten Kooyhaven/ Kooypunt en andere activiteiten die niet aantoonbaar noodzakelijk zijn in het kader van het toekomstperspectief.
Kwaliteit
PoDH beschikt over voldoende gekwalificeerd personeel daar waar het gaat om het beheer van de haven en de exploitatie van gronden. Voor specifieke deskundigheid die niet permanent binnen de organisatie nodig is, vindt inhuur plaats. Expertise op het gebied van waterstof kan beschouwd worden als een bonus maar heeft naar ons idee geen prioriteit. De RvC heeft een ambtelijke achtergrond. Door toevoeging van experti se uit het bedrijfsleven met kennis van en ervaring op het commerciële vlak van Wind op Zee activiteiten, kan de controlerende taak van de RvC worden versterkt. Samenwerking met het (regionale) bedrijfsleven en de Luchthaven, dat zich kan en wil uitspreken over de kracht van PoDH en de regio, is een belangrijke asset.
7
Stabiliteit
Voor het verzilveren van de kansen rond Wind op Zee is marketing van belang. De personele capaciteit is bij PoDH op dit gebied echter beperkt, wat PoDH kwetsbaar maakt bij de ontwikkeling van een cruciale markt als Wind op Zee. Op dit moment ontbreekt een sfeer van vertrouwen en duidelijkheid aan de kant van externe partijen. Voor externe partijen is het belangrijk dat wanneer de ontwikkelingen op het gebied van Wind op Zee in de toekomst meer ruimte in de haven van Den Helder vereisen, de gemeente dit op tijd klaar kan spelen (zie de Routekaart, paragraaf 3.6). Er is geen eenduidige rolverdeling tussen aandeelhouder en vennootschap. Op dit moment is het niet duidelijk wie waarover gaat. Een duidelijke afbakening van bevoegdheden en verantwoordelijkheden is noodzakelijk; dit geldt ook voor mogelijk nieuw op te richten organisaties zoals bijvoorbeeld de grondontwikkelingsmaatschappij. In de externe profilering trekken het bedrijfsleven in de regio en PoDH samen niet altijd goed. Beiden zijn gebaat bij een betere samenwerking. Verbreding van het aandeelhouderschap is geprobeerd maar tot dusver niet gelukt. Verbreding van het aandeelhouderschap, bijvoorbeeld door deelname van de provincie, draagt bij aan vertrouwen en duidelijkheid. Daarnaast ligt deelname van de provincie Noord-Holland in lijn met het belang van PoDH voor gemeente èn regio.
Beheer en onderhoud door PoDH aan natte infra met een publieke functie wordt niet vergoed door de gemeente. Dit zorgt voor een niet-transparante situatie die een verbreed aandeelhouderschap in de weg staat.
Aanbevelingen We structureren de aanbevelingen ook weer aan de hand van de invalshoeken: continuïteit, productiviteit, kwaliteit en stabiliteit. Op basis hiervan adviseren wij het college van burgemeester en wethouders de volgende opdrachten mee te geven: I. In 2022: 1. de raad een plan van aanpak aan te bieden voor het creëren van ontwikkelruimte die ontstaat door de voorziene verplaatsing van de Moormanbrug; Toelichting: Continuïteit
Verplaats zodra PoDH betrokken raakt bij Maintenance & Operations activiteiten voor minstens één kavel voor Wind op Zee de Moormanbrug, zodat het zuidelijke gedeelte van het Nieuwe Diep bereikbaar wordt voor grote schepen. Dat levert ook de Marine ruimte op. Bekijk in deze context ook met de Marine of het Logistiek Centrum naar Kooyhaven kan worden verplaatst.
2.
met de Port of Den Helder N.V. een service level agreement (SLA) aan te gaan voor het onderhoud van de natte infrastructuur;
Toelichting: Productiviteit
Leg vast welke natte infrastructuur niet in het business model past en sluit hiervoor een SLA tussen PoDH en gemeente af.
3.
de raad een voorstel voor te leggen om mogelijkheden te bezien de uitgifte van gronden op Kooypunt, Kooyhaven en andere gronden, die niet van strategisch belang zijn voor de Port of Den Helder N.V., onder te brengen bij een ontwikkelmaatschappij;
8
Toelichting: Stabiliteit
Voor de grondontwikkeling kan een ontwikkelingsmaatschappij worden opgericht.
4.
met de Provincie Noord-Holland de mogelijkheden te bezien het aandeelhouderschap van Port of Den Helder N.V. uit te breiden en de raad over de resultaten hiervan op de hoogte te brengen.
Toelichting: Stabiliteit
aansturen op deelname van de provincie Noord-Holland als aandeelhouder in PoDH gezien de wederzijdse afhankelijkheid tussen PoDH en de regio. Betrek eventueel ook bedrijfsleven.
II. Voor 1 april 2023: 1.
de raad een visiedocument Port of Den Helder 2040 ter vaststelling aan te bieden;
Toelichting: Continuïteit
Houd er rekening mee dat de mogelijkheden voor PoDH beperkt zijn, door het beperkte achterland en de wederzijdse afhankelijkheid van PoDH en de regio. Vanwege het belang van de haven van Den Helder voor gemeente en regio moet PoDH zich blijven inzetten op energietransitie op de Noordzee, ondanks dat dit vergeleken met de huidige activiteiten een kleinere markt zal opleveren tot 2030 en mogelijk ook daarna: o Bied PoDH de nodige tijd om bedrijvigheid aan te trekken. Cruciaal is de periode tussen nu en de laatste aanbesteding van IJmuiden Ver in 2026. o Maak duurzame financiële afspraken tussen gemeente en PoDH voor het afdekken van structurele exploitatie verliezen om te voorkomen dat door PoDH met regelmaat aan de aandeelhouder gevraagd moet worden om bij te springen. Houd daarbij rekening met een agio-bijdrage (eenmalig) van indicatief € 5,0 miljoen of jaarlijks een bijdrage van € 700.000 t/m 2028.
Blijf aandacht houden voor de huidige klanten van PoDH.
Focus binnen de geografische beperkingen en afhankelijkheden op de sterke punten van PoDH, namelijk vaarbewegingen in het kader van dienstverlening voor energie gerelateerde activiteiten. Daarbij: o Ga in nieuwe plannen uit van een afnemende i.p.v. stabiliserende olie- en gasmarkt o Ga in nieuwe plannen uit van sterk stijgende Wind op Zee. o Ga uit van het verdwijnen van overslag van visserijproducten.
Hanteer voor het creëren van ontwikkelruimte tot en met 2030 een adaptieve planning die gebaseerd is op de betrokkenheid bij kavels van Wind op Zee. Beslismomenten over de ontwikkelruimte zijn gekoppeld aan het betrokken zijn van PoDH bij de winnaars van de kavels. Hoe eerder dit het geval is, des te eerder zullen de investeringen gedaan moeten worden om de ontwikkelruimte te vergroten.
Vergroot de kaderuimte en herstructureer de terreinen aan het Nieuwe Diep en het Nieuwe Werk om de noodzakelijke ontwikkelruimte te kunnen vrijspelen wanneer: o Twee kavels gewonnen zijn, reeds voorafgaand aan de tweede aanbesteding van IJmuiden Ver (voorzien in 2026 – dus bekend in 2024). o Of na de uitslag van de tweede aanbesteding voor IJmuiden Ver (in 2026) er drie of meer kavels bediend gaan worden vanuit Den Helder.
Productiviteit
Noodzakelijke voorwaarden om na 2030 zwarte cijfers te kunnen schrijven zijn: o Focus scherp op de kernactiviteiten en besteed geen schaarse middelen aan zaken die niet aantoonbaar bijdragen aan het toekomstperspectief.
9
o o
2.
Ga er in nieuwe plannen van uit dat gronden op de Kooyhaven geen middel zijn voor PoDH om uit de rode cijfers te blijven. Betrokkenheid van de Haven van Den Helder als uitvalsbasis voor Maintenance & Operations activiteiten voor minimaal 3 kavels op windparken.
de raad een geactualiseerd bedrijfsplan Port of Den Helder N.V. 2023-2026 met een verdere doorkijk naar 2030, inclusief een meerjarenonderhoudsplan, aan te bieden.
Toelichting: Kwaliteit
Voeg aan de RvC een commissaris toe uit het bedrijfsleven met kennis van en ervaring op het commerciële vlak van Wind op Zee activiteiten, zodat de controlerende taak van de RvC daarmee wordt versterkt.
Samenwerking met het (regionale) bedrijfsleven en de Luchthaven, dat zich kan en wil uitspreken over de kracht van PoDH en de regio, is een belangrijke asset.
Stabiliteit
Continueer beheersactiviteiten (running the business) met voldoende gekwalificeerd personeel, inclusief personeel voor beheer en onderhoud. Zoek hierbij mogelijk samenwerking met Port of Amsterdam.
Laat de ontwikkelfunctie voor Wind op Zee bij PoDH.
Versterk de commerciële slagkracht van PoDH rond Wind op Zee. Hiervoor zijn in totaal tenminste 2 FTE nodig. Daarnaast moet dit een vast onderdeel zijn van het takenpakket van één van de leden van het MT.
Creëer bestuurlijke rust door het lange termijn financieringsmodel van de PoDH hierop aan te passen en niet uit te gaan van onrealistische verwachtingen zoals verkoop van onrendabele grond (maak hiertoe duurzame financiële afspraken, zie ook aanbeveling onder “continuïteit”).
Het college van burgemeester en wethouders op te dragen: 3.
In de komende bestuursperiode twee maal per jaar een afzonderlijke bijeenkomst te houden tussen de raad en de aandeelhouders, de directie en de raad van commissarissen van de Port of Den Helder N.V. waarin vooraf in samenspraak vastgestelde onderwerpen worden besproken en verwachtingen worden afgestemd.
10
Inhoudsopgave Samenvatting
3
Inhoudsopgave
11
1
Conclusies en aanbevelingen
13
1.1 1.2
Conclusies Aanbevelingen
13 15
2
Inleiding
19
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Achtergrond Onderzoeksvragen Aanpak Definitie natte infrastructuur. Leeswijzer
19 19 19 20 20
3
Visie
21
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Periode pre 2006: haven onderdeel van het Rijk Periode 2007-2010: overdracht haven naar gemeente Periode 2011-2013: opmaat naar de verzelfstandiging Periode 2014-2018 PoDH Periode 2019-heden PoDH Toekomstperspectief PoDH en Routekaart
21 21 23 25 26 30
4
Structuur
35
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Opzet van de vennootschap 35 Beheer- en onderhoud van natte infrastructuur met een publiek oogmerk 35 Vennootschap, raad van commissarissen en aandeelhouder 36 PoDH, marktpartijen en samenwerkingsverbande n 37 Brede doelstellingen PoDH 37
5
Financiën
39
5.1 5.2
Historisch beeld Langere termijn perspectief
39 43
6
Personeel
47
6.1 6.2
Benchmark PoDH vergeleken met andere havens Inhuur
47 48
7
Marketing
49
7.1 7.2 7.3 7.4
Profilering Wind op Zee is cruciaal Lobby naar grotere verbanden Terreinen
49 49 50 50
Bijlage A
Tijdreeksanalyses
51
Bijlage B
Antwoorden op specifieke vragen
69
Bijlage C
Overzicht ontwikkelingen voorzieningen
Bijlage D
Literatuur
havenreserves
en
– 83 87
11
1
Conclusies en aanbevelingen In dit eerste hoofdstuk worden de conclusies en de aanbevelingen die volgen uit dit onderzoek kort en puntsgewijs samengevat. De hierna volgende hoofdstukken vormen de onderbouwing daarvoor. Bij de conclusies kijken we naar het verleden en het heden, maar we kijken ook vooruit richting de toekomst.
1.1
Conclusies We structureren de conclusies aan de hand van de invalshoeken: continuïteit, productiviteit, kwaliteit en stabiliteit. Voor de continuïteit staat de sturing op basis van de businessplanning centraal. Belangrijk is hier dat realistische en concrete doelen gesteld zijn. Voor de productiviteit kijken we naar de prestaties in relatie tot de kosten die hiermee gepaard gaan. Voor de kwaliteit richten we ons op de beschikbare expertise. De stabiliteit is gerelateerd aan de formele organisatie.
Continuïteit
Realistische en concrete doelen moeten voor PoDH gezien worden binnen de context van de geografische en achterland beperkingen. De markten waar PoDH zich op kan richten zijn beperkt. Voor de toekomst moet de bedrijvigheid voor een groot deel uit Wind op Zee komen. Er is geen plan B. Dit is een gegeven waar PoDH weinig invloed op heeft. De businessplanning werd in het verleden gekenmerkt door te optimistische verwachtingen, pas de laatste jaren zijn deze realistischer. Men opereert op markten, die onzeker zijn. De markt rond dienstverlening aan offshore olie- en gasinstallaties fluctueert, maar loopt over langere termijn (2030-2040) gezien terug. Maintenance & Operations activiteiten t.b.v. Wind op Zee kunnen dit deels compenseren, maar daarvoor moet PoDH aangehaakt zijn bij de juiste partijen. Hierin schuilt bij aanbestedingen een onzekere factor, waar PoDH geen invloed op heeft. Ontwikkeling van bedrijvigheid uit Wind op Zee kost tijd; aanbestedingen van kavels op geplande windparken worden gespreid in de tijd uitgezet. Wat betreft de aflopende markt rond dienstverlening voor olie- en gasinstallaties dient PoDH hier zo lang mogelijk van te profiteren, mede om de periode te vullen tot PoDH meer betrokken raakt bij Wind op Zee.
Andere activiteiten, zoals visserij, recreatievaart en cruiseschepen, decommissioning en waterstof geven onvoldoende zicht op structurele inkomsten voor PoDH, hetzij door de omvang van de markt, hetzij doordat er nog sprake is van grote onzekerheden. PoDH heeft meer focus nodig. Voor de toekomst moet deze liggen op verdere ontwikkeling van de markt rond Maintenance & Operations voor Wind op Zee. De (verdere) ontwikkeling van Kooyhaven en Kooypunt hoort naar ons idee niet bij deze focus. Ruimte is schaars in de haven van Den Helder, andere gebruikers (Koninklijke Marine; TESO) zien geen mogelijkheid om ruimte af te staan. Met de huidige ruimte kunnen hooguit de activiteiten rond 2, mogelijk 3 kavels gefaciliteerd worden en dat is niet voldoende om op langere termijn (na 2030) winstgevend te zijn. Extra ruimte kan gecreëerd worden door de Moormanbrug te verplaatsen, waardoor Het Nieuwe Werk bereikbaar wordt voor grotere schepen. Bezien moet worden in welke mate herstructurering van Het Nieuwe Werk vervolgens noodzakelijk is om dit gebied geschikt te maken voor partijen gelieerd aan Wind op Zee. Dit is een win-win voor de civiele haven en de Koninklijke Marine. De noodzaak om extra ruimte te creëren is afhankelijk van de mate waarin PoDH betrokken raakt bij Wind op Zee. In 1996 zijn diverse waterstaatswerken overgeheveld van het Rijk naar de gemeente.
Hier ging een afkoopsom mee gemoeid van ongeveer 21 miljoen gulden. Dit geld is door de gemeentelijke havendienst samengevoegd met de toen al bestaande havenvoorziening en naderhand belegd. Ultimo 2005 had de havenonderhoudsvoorziening een waarde van € 14,2 miljoen. In 2005 is, mede
13
ingegeven door Rijksregelgeving (Besluit Begroting en Verantwoording) de havenonderhoudsvoorziening gesplitst in meerdere bestemmingsreserves en een uitgeklede voorziening. Er is € 2,9 miljoen gegaan naar aanleg van een regionaal havengebonden bedrijventerrein (later Kooyhaven genoemd). Ook is er € 300.000 besteed aan de ontwikkeling van een maritieme kennisontwikkelingscluster en €0,5 miljoen naar de sloop van een pand op het Nieuwe Diep. Ook is een deel van het geld belegd in een reserve om de kapitaallasten (afschrijvingen) te kunnen dekken voor de vernieuwing van de voormalige Onderzeedienstkade. Tot slot zijn er gelden aangewend om exploitatieverliezen in de haven te dekken (€ 1.000.000) en om kapitaallasten voor later gedane werkzaamheden te kunnen financieren (€ 5.650.000). Geconcludeerd kan worden dat een significant deel van de Brokx-nat gelden onjuist (€ 4.150.000) of niet besteed (€ 5.650.000) is aan het oorspronkelijke doel en dat veel van de gelden die uiteindelijk overgedragen zijn aan PoDH reeds bestemd werden en daardoor niet meer konden worden gebruikt voor onderhoud van de infrastructuur. Beheer en onderhoud van natte infrastructuur behoort naar onze mening ook tot de taken van PoDH, maar daar waar het natte infrastructuur betreft met een publieke functie dient daar een vergoeding vanuit de gemeente tegenover te staan.
o Voor de toekomst concludeert Panteia dat PoDH met de huidige taakstelling voorlopig geen zwarte cijfers zal kunnen overleggen; naar het zich nu laat aanzien is dit pas mogelijk vanaf 2030. o Verwachte exploitatieverliezen kunnen, afhankelijk van het jaartal en het scenario, variëren tussen de € 2,0 en € 3,0 miljoen per jaar. Cumulatief becijferen wij, afhankelijk van de mate van succes bij Wind op Zee, tot en met 2030 verliezen van € 17 tot € 25 miljoen. o Wanneer beheer en onderhoud (incl. kapitaallasten en overhead) van de natte infrastructuur met een publieke functie vergoed wordt, dan resulteert in alle scenario’s t/m 2030 een cumulatief tekort. Dit varieert van -€ 11 miljoen in het worst-case scenario (1 windpark) en -€ 2 miljoen in het optimistische scenario (4 windparken). Wanneer er drie of meer (kavels van) windparken bediend gaan worden, draait men vanaf 2028 (vier kavels) of 2029 (drie kavels) zwarte cijfers. o Daarnaast staat PoDH voor significante investeringen voor het in standhouden van de natte infrastructuur. Voor het strategische deel betreft dit tussen 2022 en 2030 in totaal 22 miljoen euro; voor het niet strategische deel gaat het om 13 miljoen euro. PoDH kan met de huidige kaspositie en financieringskredieten dit niet dragen.
Productiviteit
14
De haven van Den Helder is van groot belang voor gemeente en regio. Op basis van de Havenmonitor 2021 (Erasmus UTP) schat Panteia in dat de toegevoegde waarde van de haven van Den Helder voor gemeente en regio een orde groter is dan de direct meetbare inkomsten van PoDH. We zien dat op het vlak van het beheer PoDH zich goed laat vergelijken met overeenkomstige havenbedrijven zoals IJmuiden, Harlingen en Groningen Seaports. Echter, veel infrastructurele objecten die PoDH bij verzelfstandiging meegekregen heeft, kosten meer dan verwacht, o.a. door versnelde degradatie van infrastructuur. Daarnaast heeft PoDH bij verzelfstandiging areaal meegekregen waar PoDH minder aan verdient dan verwacht, maar waarvan het vermarkten wel capaciteit kost. Voor het toekomstperspectief is het noodzakelijk dat de marketing zich vooral richt op Wind op Zee. De marketingtaak dient niet belast te worden met de problematiek rond erfpachtcontracten, vermarkten Kooyhaven/ Kooypunt en andere activiteiten die niet aantoonbaar noodzakelijk zijn in het kader van het toekomstperspectief.
Kwaliteit
PoDH beschikt over voldoende gekwalificeerd personeel daar waar het gaat om het beheer van de haven en de exploitatie van gronden. Voor specifieke deskundigheid die niet permanent binnen de organisatie nodig is, vindt inhuur plaats. Expertise op het gebied van waterstof kan beschouwd worden als een bonus maar heeft naar ons idee geen prioriteit. De RvC heeft een ambtelijke achtergrond. Door toevoeging van expertise uit het bedrijfsleven met kennis van en ervaring op het commerciële vlak van Wind op Zee activiteiten, kan de controlerende taak van de RvC worden versterkt. Samenwerking met het (regionale) bedrijfsleven en de Luchthaven, dat zich kan en wil uitspreken over de kracht van PoDH en de regio, is een belangrijke ass et.
Stabiliteit
Voor het verzilveren van de kansen rond Wind op Zee is marketing van belang. De personele capaciteit is bij PoDH op dit gebied echter beperkt, wat PoDH kwetsbaar maakt bij de ontwikkeling van een cruciale markt als Wind op Zee. Op dit moment ontbreekt een sfeer van vertrouwen en duidelijkheid aan de kant van externe partijen. Voor externe partijen is het belangrijk dat wanneer de ontwikkelingen op het gebied van Wind op Zee in de toekomst meer ruimte in de haven van Den Helder vereisen, de gemeente dit op tijd klaar kan spelen (zie de Routekaart, paragraaf 3.6). Er is geen eenduidige rolverdeling tussen aandeelhouder en vennootschap. Op dit moment is het niet duidelijk wie waarover gaat. Een duidelijke afbakening van bevoegdheden en verantwoordelijkheden is noodzakelijk; dit geldt ook voor mogelijk nieuw op te richten organisaties zoals bijvoorbeeld de grondontwikkelingsmaatschappij. In de externe profilering trekken het bedrijfsleven in de regio en PoDH samen niet altijd goed. Beiden zijn gebaat bij een betere samenwerking. Verbreding van het aandeelhouderschap is geprobeerd maar tot dusver niet gelukt. Verbreding van het aandeelhouderschap, bijvoorbeeld door deelname van de provincie, draagt bij aan vertrouwen en duidelijkheid. Daarnaast ligt deelname van de provincie Noord-Holland in lijn met het belang van PoDH voor gemeente èn regio.
Beheer en onderhoud door PoDH aan natte infra met een publieke functie wordt niet vergoed door de gemeente. Dit zorgt voor een niet-transparante situatie die een verbreed aandeelhouderschap in de weg staat.
1.2
Aanbevelingen We structureren de aanbevelingen ook weer aan de hand van de invalshoeken: continuïteit, productiviteit, kwaliteit en stabiliteit. Op basis hiervan adviseren wij het college van burgemeester en wethouders de volgende opdrachten mee te geven: I. In 2022: 1. de raad een plan van aanpak aan te bieden voor het creëren van ontwikkelruimte die ontstaat door de voorziene verplaatsing van de Moormanbrug; Toelichting: Continuïteit
Verplaats zodra PoDH betrokken raakt bij Maintenance & Operations activiteiten voor minstens één kavel voor Wind op Zee de Moormanbrug, zodat het zuidelijke gedeelte van het Nieuwe Diep bereikbaar wordt voor grote schepen. Dat levert ook de Marine ruimte op. Bekijk in deze context ook met de Marine of het Logistiek Centrum naar Kooyhaven kan worden verplaatst.
2.
met de Port of Den Helder N.V. een service level agreement (SLA) aan te gaan voor het onderhoud van de natte infrastructuur;
15
Toelichting: Productiviteit
Leg vast welke natte infrastructuur niet in het business model past en sluit hiervoor een SLA tussen PoDH en gemeente af.
3.
de raad een voorstel voor te leggen om mogelijkheden te bezien de uitgifte van gronden op Kooypunt, Kooyhaven en andere gronden, die niet van strategisch belang zijn voor de Port of Den Helder N.V., onder te brengen bij een ontwikkelmaatschappij;
Toelichting: Stabiliteit
Voor de grondontwikkeling kan een ontwikkelingsmaatschappij worden opgericht.
4.
met de Provincie Noord-Holland de mogelijkheden te bezien het aandeelhouderschap van Port of Den Helder N.V. uit te breiden en de raad over de resultaten hiervan op de hoogte te brengen.
Toelichting: Stabiliteit
aansturen op deelname van de provincie Noord-Holland als aandeelhouder in PoDH gezien de wederzijdse afhankelijkheid tussen PoDH en de regio. Betrek eventueel ook bedrijfsleven.
II. Voor 1 april 2023: 1.
de raad een visiedocument Port of Den Helder 2040 ter vaststelling aan te bieden;
Toelichting: Continuïteit
Houd er rekening mee dat de mogelijkheden voor PoDH beperkt zijn, door het beperkte achterland en de wederzijdse afhankelijkheid van PoDH en de regio. Vanwege het belang van de haven van Den Helder voor gemeente en regio moet PoDH zich blijven inzetten op energietransitie op de Noordzee, ondanks dat dit vergeleken met de huidige activiteiten een kleinere markt zal opleveren tot 2030 en mogelijk ook daarna: o Bied PoDH de nodige tijd om bedrijvigheid aan te trekken. Cruciaal is de periode tussen nu en de laatste aanbesteding van IJmuiden Ver in 2026. o Maak duurzame financiële afspraken tussen gemeente en PoDH voor het afdekken van structurele exploitatie verliezen om te voorkomen dat door PoDH met regelmaat aan de aandeelhouder gevraagd moet worden om bij te springen. Houd daarbij rekening met een agio-bijdrage (eenmalig) van indicatief € 5,0 miljoen of jaarlijks een bijdrage van € 700.000 t/m 2028.
Blijf aandacht houden voor de huidige klanten van PoDH.
Focus binnen de geografische beperkingen en afhankelijkheden op de sterke punten van PoDH, namelijk vaarbewegingen in het kader van dienstverlening voor energie gerelateerde activiteiten. Daarbij: o Ga in nieuwe plannen uit van afnemende i.p.v. stabiliserende olie- en gasmarkt o Ga in nieuwe plannen uit van sterk stijgende Wind op Zee. o Ga uit van het verdwijnen van overslag van visserijproducten.
Hanteer voor het creëren van ontwikkelruimte tot en met 2030 een adaptieve planning die gebaseerd is op de betrokkenheid bij kavels van Wind op Zee. Beslismomenten over de ontwikkelruimte zijn gekoppeld aan het betrokken zijn van PoDH bij de winnaars van
16
de kavels. Hoe eerder dit het geval is, des te eerder zullen de investeringen gedaan moeten worden om de ontwikkelruimte te vergroten.
Vergroot de kaderuimte en herstructureer de terreinen aan het Nieuwe Diep en het Nieuwe Werk om de noodzakelijke ontwikkelruimte te kunnen vrijspelen wanneer: o Twee kavels gewonnen zijn, reeds voorafgaand aan de tweede aanbesteding van IJmuiden Ver (voorzien in 2026 – dus bekend in 2024). o Of na de uitslag van de tweede aanbesteding voor IJmuiden Ver (in 2026) er drie of meer kavels bediend gaan worden vanuit Den Helder.
Productiviteit
Noodzakelijke voorwaarden om na 2030 zwarte cijfers te kunnen schrijven zijn: o Focus scherp op de kernactiviteiten en besteed geen schaarse middelen aan zaken die niet aantoonbaar bijdragen aan het toekomstperspectief. o Ga er in nieuwe plannen van uit dat gronden op de Kooyhaven geen middel zijn voor PoDH om uit de rode cijfers te blijven. o Betrokkenheid van de Haven van Den Helder als uitvalsbasis voor Maintenance & Operations activiteiten voor minimaal 3 kavels op windparken.
2.
de raad een geactualiseerd bedrijfsplan Port of Den Helder N.V. 2023-2026 met een verdere doorkijk naar 2030, inclusief een meerjarenonderhoudsplan, aan te bieden.
Toelichting: Kwaliteit
Voeg aan de RvC een commissaris toe uit het bedrijfsleven met kennis van en ervaring op het commerciële vlak van Wind op Zee activiteiten, zodat de controlerende taak van de RvC daarmee wordt versterkt.
Samenwerking met het (regionale) bedrijfsleven en de Luchthaven, dat zich kan en wil uitspreken over de kracht van PoDH en de regio, is een belangrijke asset.
Stabiliteit
Continueer beheersactiviteiten (running the business) met voldoende gekwalificeerd personeel, inclusief personeel voor beheer en onderhoud. Zoek hierbij mogelijk samenwerking met Port of Amsterdam.
Laat de ontwikkelfunctie voor Wind op Zee bij PoDH.
Versterk de commerciële slagkracht van PoDH rond Wind op Zee. Hiervoor zijn in totaal tenminste 2 FTE nodig. Daarnaast moet dit een vast onderdeel zijn van het takenpakket van één van de leden van het MT.
Creëer bestuurlijke rust door het lange termijn financieringsmodel van de PoDH hierop aan te passen en niet uit te gaan van onrealistische verwachtingen zoals verkoop van onrendabele grond (maak hiertoe duurzame financiële afspraken, zie ook aanbeveling onder “continuïteit”).
Het college van burgemeester en wethouders op te dragen: 3.
In de komende bestuursperiode twee maal per jaar een afzonderlijke bijeenkomst te houden tussen de raad en de aandeelhouders, de directie en de raad van commissarissen van de Port of Den Helder N.V. waarin vooraf in samenspraak vastgestelde onderwerpen worden besproken en verwachtingen worden afgestemd.
17
2
Inleiding
2.1
Achtergrond In 2013 is de haven van Den Helder door de gemeente Den Helder verzelfstandigd. Daartoe is de N.V. Port of Den Helder (PoDH) opgericht. De gemeente Den Helder is 100% aandeelhouder van deze vennootschap. De gemeenteraad van Den Helder heeft in juli 2021 besloten het initiatief te nemen tot het uitvoeren van een onderzoek naar de N.V. Port of Den Helder. Aan Panteia is gevraagd om dit onderzoek uit te voeren. Het onderzoek behelst zowel een evaluatie van PoDH als wel een toekomstverkenning. Een analyse van de visie van de gemeente en PoDH op de haven van Den Helder vormt het startpunt. Van daaruit heeft vervolgonderzoek plaatsgevonden op het gebied van structuur, personeel, financiën en marketing. Op basis van een onafhankelijke analyse van trends en ontwikkelingen in de haven- en maritieme sector sinds 2006 is een tijdreeksanalyse gemaakt, telkens in blokken van ongeveer vier jaar. Als startdatum is 2006 gekozen, omdat in dat jaar de Gemeentelijke Havenvisie is vastgesteld.
2.2
Onderzoeksvragen Bij dit onderzoek staan vragen naar de visie en de middelen om die visie te verwezenlijken centraal. Een juiste visie op de ontwikkelingen van markten waar PoDH van afhankelijk is een noodzakelijke voorwaarde om succesvol te zijn. Daarnaast moet PoDH ook over de juiste middelen beschikken om op de ontwikkelingen in te spelen. Het onderzoek beoogt daarom de volgende vragen te beantwoorden:
Hoe was de visie van de gemeente (voor verzelfstandiging) en PoDH (na verzelfstandiging) en hoe heeft deze zich ontwikkeld in de tijd?
Wat is de actuele visie van de PoDH voor de komende jaren? Sluit deze aan bij kansen (en bedreigingen) in de markt?
Welke kansen worden gesignaleerd voor zowel heden als toekomst? Hoe reëel zijn deze kansen?
Wat is het toekomstperspectief van de PoDH, hoe reëel zijn de kansen en wat zijn de noodzakelijke voorwaarden om deze kansen te benutten?
2.3
Aanpak Neutraliteit en objectiviteit staan voorop in dit onderzoek. Daarom is door Panteia eerst een gedegen literatuuronderzoek gedaan aan de hand van studies en beleidsnotities uit de perioden waarover dit onderzoek gaat. Voor de analyse van de visie is op basis van een onafhankelijke analyse van trends en ontwikkelingen in de haven - en maritieme sector een tijdreeksanalyse gemaakt, telkens in blokken van vier jaar. Uitzondering hierop is het blok 2011-2013, vanwege het verzelfstandigen in deze periode. Als startdatum is 2006 gekozen, omdat in dat jaar de Gemeentelijke Havenvisie is vastgesteld. Binnen elk van die blokken hebben we gekeken naar wat de dan geldende visie op de haven
was
van
de
gemeente
(voor
de
verzelfstandiging)
en
PoDH
(na
de
verzelfstandiging). Daarbij vergeleken we die visie met op dat moment beschikbate data en
inzichten.
Per
tijdsblok
hebben
we
inzichtelijk
gemaakt
welke
trends
en
ontwikkelingen op dat moment speelden op gebieden die voor de haven van Den Helder
19
relevant zijn. Daarbij baseerden we ons op informatiebronnen die ten tijde van deze perioden beschikbaar waren. De volgende voor PoDH relevante sectoren zijn daarbij meegenomen:
Offshore olie & gas
Zeescheepvaart en binnenvaart
Offshore windenergie
Bedrijventerreinen (watergebonden)
Visserij
Recreatie
Marine
Na de literatuurstudie zijn er met verschillende stakeholders gesprekken gevoerd om een beter inzicht te krijgen waarom keuzes zijn gemaakt en om te toetsen o f bepaalde conclusies al dan niet herkend worden.
2.4
Definitie natte infrastructuur In dit rapport wordt veelvuldig gesproken over ‘natte infrastructuur’. Hieronder verstaan wij havengebonden terreinen (incl. verharding, bebouwing, markeringen, verlichting, etc.) en gebouwen, alsmede infrastructuur zoals bruggen, sluizen en kades.
2.5
Leeswijzer Dit rapport is hierna als volgt opgebouwd.
Het hierna volgende hoofdstuk 3 bevat de analyse van de visie. Wij gaan in dit hoofdstuk ook in op het toekomstperspectief voor PoDH.
Vervolgens wordt in de hoofdstukken 4 tot en met 7 nader ingegaan op de thema’s: structuur, financiën, personeel en marketing.
.
20
De bijlagen bevatten:
de grafieken bij de tijdreeksanalyse
specifieke vragen met betrekking tot het onderzoek en bijbehorende antwoorden
de belangrijkste literatuur
3
Visie De analyse van de visie doen we aan de hand van de volgende voor PoDH relevante sectoren:
Offshore olie & gas
Zeescheepvaart en binnenvaart
Offshore windenergie
Bedrijventerreinen (watergebonden)
Visserij
Recreatie
Marine
Hiermee worden de voor PoDH meest relevante sectoren afgedekt. In dit hoofdstuk bouwen we een beeld op van de visie in elk van de tijdblokken zoals deze in het vorige hoofdstuk zijn aangegeven. We vergelijken dit vervolgens met informatiebronnen die ten tijde van deze perioden beschikbaar waren Bijbehorende tijdreeksen en analyses zijn opgenomen in de bijlagen. Vervolgens trekken wij conclusies en gaan we verder in op het toekomstperspectief van PoDH.
3.1
Periode pre 2006: haven onderdeel van het Rijk In deze periode is de haven nog onderdeel van het Rijk. We beschouwen daarom de visie van de gemeente op de haven nog niet.
3.2 3.2.1
Periode 2007-2010: overdracht haven naar gemeente V i s i e ge m ee nt e/ P o D H In de periode 2007-2010 is de haven van Den Helder net overgedragen van het Rijk naar de Gemeente. In 2006 huurt de gemeente Buck Consultants International in om een havenvisie te schrijven. Buck beschrijft in deze havenvisie analoog aan de structuur in dit rapport de stand van zaken voor de clusters marine, offshore olie & gas, windenergie, visserij en overslag. Voor elk cluster beschrijft Buck de huidige positie in Den Helder en het markperspectief. Buck geeft voor de offshore olie- en gas aan dat vanuit Den Helder meer dan 100 offshore exploratie- en productie installaties in de Noordzee bevoorraad worden en dat 75% van het volume vanuit Den Helder wordt verscheept. De belangrijke positie van Peterson wordt hierbij benoemd. De havenvisie gaat ervan uit dat er de komende 25 jaar nog voldoende winning van olie en gas zal plaatsvinden op de Noordzee, zodat er voldoende basis is voor de toeleverende offshore in Den Helder. De havenvisie van Buck gaat beperkt in op windenergie op zee. Er worden door de afwezigheid van windparken op zee op dat moment nog vooral kansen en bedreigingen gesignaleerd. Buck wijst op de mogelijkheid tot inzet van bestaand materieel en diensten en de daaruit voortvloeiende schaalvoordelen en clusterversterking met het olie- en gascluster.
Ook constateert Buck dat door de hoge olieprijs en de verzadiging van de markt voor windenergie op land er een trend naar windparken op zee komt. Buck constateert echter een snellere ontwikkeling van windenergie in concurrerende gebieden en lage rendementen voor windparken op zee, en daaruit voortvloeiend voorzichtige investeringen. Voor visserij benoemt de havenvisie de belangrijke positie van Den Helder als visserijhaven. Er wordt geconstateerd dat de afslag een van de grootste is in Europa en dat er wordt samengewerkt met de afslag in Den Oever. Er wordt gewezen op het feit
21
dat de vissersgemeenschap in de kop van Noord -Holland na Urk de grootste gemeenschap is. Er maken zo'n 20 schepen uit Den Helder en 20 schepen uit Texel gebruik van de haven van Den Helder als uitvalsbasis en er wordt aangegeven dat Urkers gebruik maken van de haven voor overslag van vis naar vrachtwagens die vervolgens naar de afslag in Urk rijden. De havenvisie maakt melding dat dit gebruik weliswaar havengelden genereert, maar dat het verder weinig toegevoegde waarde biedt. De havenvisie meldt dat er over de gehele linie in de visserijsector sprake is van dalende omzetten en constateert dat 40% van de capaciteit van de afslag onbenut blijft. De visserijsector in Den Helder is sterk ten aanzien van verse vis waarvoor geen kweekalternatief bestaat (tong & schol), en de quota vormen voor de Helderse vloot geen belemmering. Wel wordt dit als een bedreiging gezien. Er wordt gewezen dat het visserijcluster erg zwak is door het ontbreken van aanverwante activiteiten. De havenvisie van Den Helder constateert een belangrijke positie voor de marine in de totale werkgelegenheid in Den Helder. In totaal gaat het om 40%. Wel constateert de havenvisie dat door veranderende verhoudingen in de wereld er minder behoefte is aan verdediging van de landsgrenzen en humanitaire vredesoperaties.
Er wordt gewezen dat dit geleid heeft tot een afname van het personeel - ten tijde van de havenvisie werken er 7 à 8 duizend werknemers bij de Koninklijke Marine. Er wordt een naar binnen gerichte focus gesignaleerd waardoor de marine de overige aanwezige clusters in Den Helder niet versterkt. Er wordt verwacht dat de activiteiten structureel zullen blijven afnemen. Ten aanzien van de overslag in Den Helder wordt aangegeven dat deze reeds zeer beperkt is. Spaansen handelt nog wel een groot volume af op de Westoever, maar dat wordt minder doordat een groot gedeelte van de activiteiten reeds verplaatst is naar Den Helder. Er wordt gewezen op ruimtegebrek als zwakte. Kansen worden gezien door een verbod op winning van rivierzand en aanvoer van zeegrind vanuit Groot-Brittannië. Er worden nauwelijks kansen gezien voor overslag per shortsea. Beschikbare ruimte en goede ontsluiting over de weg zijn belangrijke knelpunten. Bovendien zijn er in andere havens betere mogelijkheden. 3 .2 .2
C o nc lu s i e P a n t e ia In deze periode wijkt het beeld op twee punten af:
In de havenvisie worden op basis van gesprekken met ondernemers gunstige vooruitzichten gezien voor olie- en gaswinning op de Noordzee. Tegelijkertijd constateert het Nederlandse Olie- en Gasportaal (NLOG) dat de hoeveelheid aanbod van gas uit de Noordzee substantieel zal dalen, van ordegrootte 38 miljard m³ in 2005 naar 19 miljard m³ in 2015. Na 2040 zal er geen gas meer worden gewonnen uit de Noordzee. Hier is een sterke discrepantie merkbaar.
De vooruitzichten ten aanzien van windenergie op zee worden in het rapport van Buck juist zeer beperkt belicht. Het Rijk komt echter wel met beleid voor Wind op Zee. Er wordt 6.000 MW opgesteld vermogen verwacht per 2020.
De ontwikkelingen ten aanzien van marine, visserij en overslag zijn in lijn met onze analyse. Wel zijn de kansen voor extra binnenvaartoverslag enigszins vergezocht vanwege de geconstateerde bedrijfsverplaatsing van Spaansen naar Harlingen. In retroperspectief geldt echter wel dat de verwachtingen (zand vanuit zee, zeegrind) in Harlingen uiteindelijk wel gerealiseerd zijn.
22
3.3 3.3.1
Periode 2011-2013: opmaat naar de verzelfstandiging V i s i e ge m ee nt e De visie op de haven wordt gebaseerd op een groot aantal onderzoeksrapporten. Hierna volgt per rapport puntsgewijs een samenvatting. Onderzoeksrapport “Gaan voor Goud”
Mede- of dubbelgebruik met de Koninklijke Marine is gunstig voor alle partijen. De Koninklijke Marine is geen gesloten bolwerk, op termijn heeft de Koninkli jke Marine ruimtegebrek. Beleid kan echter wijzigen.
Visserij staat onder druk. Visserij vanuit Den Helder is echter goed gepositioneerd. De
verwachting
is
dat
er
meer
onderlinge
samenwerking
ontstaat
tussen
visafslagen. De locatie voor vissersschepen en d e visafslag voldoen op de langere termijn. Op de langere termijn is echter wel halvering denkbaar.
Zonder intensieve samenwerking verdwijnen 7 van de 11 visafslagen (de kleintjes)
Aquacultuur is interessant en biedt mogelijkheden, vooral in combinatie met windmolenparken. Aquacultuur dient echter op dit moment nog verder te worden ontwikkeld.
Natte dienstverlening voor offshore: de komende jaren worden de olie- en gasvoorraden kleiner. De druk op de kosten is hoog en concentratie in Den Helder kan daarbij het gevolg zijn. De installatie van de NAM op de Oostoever is minstens tot 2025 in bedrijf, na 2030 wordt alles minder. Als Den Helder het goed speelt kan op het gebied van olie & gas men de concurrentie met de havens in het Verenigd Koninkrijk aan. IJmuiden is ook een concurrent maar nabijheid biedt ook voordelen: clustervoordelen Noord-Holland.
Wind op Zee staat nog in de kinderschoenen. Het doel van het Ministerie van Economische Zaken is om in 2020 6.000 MW (n.b.: in het energieakkoord is dit met bijna 25% afgezwakt) gerealiseerd te hebben. Geconcludeerd wordt dat dit geen gemakkelijke opgave is vanwege het feit dat de Noordzee nautisch vol is. Ook de krapte aan bedrijventerreinen in alle zeehavens is een probleem bij de realisatie van die 6.000 MW. Dat geldt ook voor IJmuiden. Voor Wind op Zee is Den Helder een zeer goede uitvalsbasis, maar om dit te realiseren zijn veel extra hectares aan terrein nodig. Conclusie is dat de windsector (deels) afhankelijk is van Den Helder. Dit is voor Den Helder een grote kans om werkgelegenheid te behouden en te vergroten.
De beschikbare ruimte voor offshore activiteiten en de visafslag is krap. Tekort schietende ruimte wordt gezien als het bewijs voor kwaliteit, jezelf weten te handhaven onder dergelijke moeilijke omstandigheden. Een in aanblik soms “lege” haven wordt veroorzaakt door pieken in de bezetting: Koninklijke Marine bij vlootoefeningen en visserij bij slecht weer. De toeleidende infrastructuur over land voldoet, de veerboot van TESO zorgt wel soms voor files op de N250. Het is moeilijk te zeggen of Defensie ruimte gaat vrijmaken voor civiele activiteiten. Voor visserij wordt ruimtegebruik als onveranderd aangenomen. Offshore activiteiten hebben ruimte nodig, de mate waarin is afhankelijk van de ontwikkelingen in Wind op Zee. In de provincie Noord-Holland is verder geen ruimte, ook niet in IJmuiden want de 3 e haven is bestemd voor koel/vries voor food/fish. De ruimtebehoefte voor Wind op Zee varieert al naar gelang de ontwikkelingen tussen de 70 en 140 ha.
Onderzoeksrapport “Krimp of niet”
Er wordt een afname van werkgelegenheid bij de Marine van gezien van 30.000 arbeidsplaatsen
naar
10.500.
Arbeidsplaatsen
moeten
komen
uit
offshore
dienstverlening in olie en gas en de combinatie tussen de heli luchthaven en de
23
zeehaven. De werkgelegenheid in de visserijsector blijft gelijk. De potentie zit dus in de offshore. Op korte termijn gaat het om beheer en onderhoud van installaties voor olie en gas, op de langere termijn gaat de energietransitie mogelijkheden geven. Den Helder is strategisch daarvoor de beste locatie maar uitbreiding van kades
is
noodzakelijk.
Ook
ontmanteling
van
boor/gasplatforms
biedt
mogelijkheden. Voor Wind op Zee gaat het daarbij met name om onderhoud van de parken; betrokkenheid bij realisatie van de windparken wordt de concurrentie te sterk gevonden). Den Helder heeft een zeer gunstige ligging – ook in relatie tot windparken in het buitenland (UK, Scandinavië en België). Onderzoeksrapport “Naar een zelfstandig Havenbedrijf Den Helder”
Belangrijk is de keuze van partners. Samenwerking met de Koninklijke Marine gaat een andere vorm krijgen. Krimp in de haven, als gevolg van verminderde Marine activiteiten, kan dan worden opgevuld met civiele activiteiten.
Aangegeven wordt dat met verzelfstandiging van het havenbedrijf voor de gemeente een beter zicht op resultaat ontstaat en tevens de risico’s voor de gemeente beter beheerst kunnen worden.
Voorstel is om veel terreinen in het havenbedrijf in te brengen, ook terreinen waarvan op termijn niet zeker is of deze de havenfunctie zullen behouden en terreinen die een publieke functie hebben. Bij de inbreng wordt gedacht aan het Nieuwe Diep, Kooypunt, Oost- en Westoever, terreinen die de Koninklijke Marine afstoot en het Regionaal Havengebonden Bedrijventerrein.