Inspraakbijdrage raad 31 maart 2021 J. Loosman.pdf
Tekst van het document
Notitie inspraak J. Loosman tijdens Vergadering Gemeenteraad DH d.d. 31 maart ’21
Leden van de Gemeenteraad van Den Helder, laat ik mij voor de goede orde eerst even voorstellen: Mijn naam is Jelle Loosman, in het dagelijks leven Algemeen Directeur van Damen Shipyards Den Helder BV en daar al ruim 39 jaar werkzaam. Dank voor de gelegenheid u wat aanvullende informatie en achtergronden te geven over de artikelen die in het NHD zijn verschenen over het gebruik van Dok II op Willemsoord door Damen Shipyards Den Helder.
Laat ik voorop stellen dat ik als directeur van Damen Den Helder zelf over dit onderwerp niet actief de publiciteit heb gezocht. Het onderwerp speelt al langer binnen ons bedrijf. Laten we maar zeggen dat de NHD verslaggever de vragen over het gebruik van dok II en de omliggende gebouwen en terreinen, in combinatie met een nieuw gemeentehuis naast dit dok aan mij op het juiste moment wist te stellen…… Binnen Damen zijn er strikte afspraken v.w.b. publiciteit en media…..en is ook mijn bericht in het NHD getoetst door derden voor publicatie. Vraagstelling van de verslaggever richtte zich dus met name op de gebouwen en terreinen, die wij samen met onze onderaannemers gebruiken bij het uitvoeren van het onderhoud aan de schepen in dok II, in combinatie met een nieuw te vestigen stadhuis direct naast het dok. Allereerst voor de niet scheepsbouwers en kenners van deze bedrijfstak wat achtergrond informatie.
Damen Shipyards Den Helder BV is ontstaan uit Scheepswerf Visser BV en is sinds maart 1993 onderdeel van de Damen Shipyards Group. Dit bedrijf opereert wereldwijd op dit moment 36 werven met 12.000 werknemers voor zowel nieuwbouw als onderhoud van schepen. Damen is daarnaast één van de belangrijkste leveranciers van schepen voor de Koninklijke Marine en heeft ook een belangrijke rol bij het onderhoud van deze schepen. Damen Shipyards Den Helder als middelgrote onderhoudswerf biedt werkgelegenheid aan ongeveer 90 eigen werknemers, waarvan er 12 op onze locatie Oudeschild – Texel, werkzaam zijn. Daarnaast zijn een groot aantal onderaannemers direct of indirect afhankelijk en/of betrokken bij het werk van ons bedrijf.
Naar aanleiding van het interview in het NHD hebben verschillende fracties schriftelijke vragen gesteld aan het college van B&W. Laat ik u, in aanvulling op hetgeen er allemaal is gepubliceerd in het NHD meenemen, gebaseerd op de feiten, in mijn ervaringen met deze Gemeente als het gaat om Damen Shipyards Den Helder.
Direct na de verhuizing van de Rijkswerf in 1992 naar de Nieuwe Haven, heeft Damen vrijwel direct dok II in gebruik genomen en gehuurd van de Gemeente DH, waarbij het er zelfs tijdelijk een permanente vestiging had voor de afbouw van coasters. De verplaatsing van deze complete afbouw van de coasters naar het buitenland en de komst van Libema noodzaakte ons deze locatie rond 1998 op te geven.
Damen Shipyards Den Helder heeft sinds 1 januari 2012 een overeenkomst met Willemsoord BV voor het gebruik van Dok II welke op dit moment loopt tot 31 dec 2026 en telkens voor een periode van 5 jaar stilzwijgend wordt verlengd. In deze overeenkomst zijn tevens de commerciële voorwaarden voor het gebruik van dok II vastgelegd. Per project worden er additionele afspraken gemaakt met Willemsoord BV voor huur/gebruik van extra ruimtes, water, elektriciteit, plaatsing werkcontainers, parkeren, aan- en afvoerlijnen etc. Damen Den Helder heeft zelf zorggedragen voor het verkrijgen van de juiste milieu vergunningen noodzakelijk voor het uitvoeren van de meest voorkomende scheepsreparatiewerkzaamheden in dok II, wat binnen deze huidige vergunningen onder strikte voorwaarden zelfs nog gritstralen en verf spuiten mogelijk maakt.
Verder onderhoudt Damen conform een separaat gesloten overeenkomst met Willemsoord BV de dokinstallaties van zowel Dok I – Bonaire als die van dok II. Het betreft de pompinstallaties en de drijvende dokdeuren.
Na overleg met Willemsoord BV heeft Damen Den Helder op 6 juni 2019 middels een brief het College van B&W geïnformeerd aangaande het onderhoudsproject van de Clipper Stad Amsterdam in dok II. Tevens werd in deze brief het noodzakelijke gebruik van gebouw 66 en 72 als opslag- en werkplaatsen voor o.a. masten en tuigage van CSA, meegedeeld, zoals overééngekomen met de Directie van Willemsoord BV. Tevens werd in deze brief aangegeven dat de Rederij Clipper Stad Amsterdam het voornemen had haar jaarlijkse onderhoudsbeurten ook in dit dok uit te willen voeren. Men deed dit normaal altijd in Amsterdam bij de Oranjwerf in een drijvend droogdok. Daarnaast was Damen Den Helder ook toen al in gesprek met rederijen van andere Tall Ships om soortgelijke onderhoudsbeurten in Den Helder uit te voeren. Wij als werf hoopten ook hiermee invulling te geven aan de door de Gemeente DH en Willemsoord BV uitgesproken nautische ambities op deze locatie. In deze brief werd tevens aan het College van B&W gevraagd om in overleg met ons te gaan aangaande een alternatief op Willemsoord voor toekomstige opslag- en onderhoudswerkzaamheden rond dok II, gegeven het voornemen om het nieuwe gemeentehuis te vestigen in gebouw 66 en 72 direct naast het dok. Op deze brief hebben wij als werf nooit een reactie mogen ontvangen.
Na een overleg met Willemsoord BV over deze kwestie, heeft Damen Den Helder op 6 feb 2020 wederom een brief gestuurd aan Willemsoord BV en het College van B&W waarin de inhoud van de brief van 6 juni 2019 kort werd herhaald en nogmaals werd gevraagd om een overleg. Uiteindelijk hebben we van Willemsoord BV, nadat we hier enkele keren naar hebben moeten vragen, op 28 sep 2020 een antwoord ontvangen.
In dit antwoord werd onder meer aangegeven dat Willemsoord BV overweegt dok II in de zomermaanden te gaan gebruiken als ligplaats voor jachten en/of rivercruise schepen gegeven het feit dat dok II niet altijd door Damen wordt gebruikt. Een antwoord waar niet om vroegen en wij als Damen niets mee konden en de zaak verder hebben laten rusten.
Een deel van de werkzaamheden aan de Clipper Stad Amsterdam is uitgevoerd door de eigen bemanning. Tijdens dit onderhoud is deze bemanning geaccommodeerd aan boord van een zgn. traditioneel slaapschip, gelegen op Willemsoord, waarvoor om duistere redenen, een omgevingsvergunning moest worden aangevraagd bij de Gemeente Den Helder. Uiteindelijk is, ondanks de vroegtijdige aanvraag, ruim na aanvang van de werkzaamheden op het CSA de omgevingsvergunning verleend. De behandeling door de desbetreffende ambtenaar was ronduit beschamend en te zot voor woorden.
Een dergelijk voorval rond de aanvraag van een omgevingsvergunning kenden wij als werf in 2012, rond de aanvraag voor de bouw van 3 x nieuwe business-units op het terrein van de voormalige visserijschool. Units waren bestemd voor diverse onderaannemers die zich wilden vestigen op ons terrein, voor ons als werf van grote toegevoegde waarde, om onze klanten van een zo breed als mogelijk servicepakket te kunnen voorzien. Na een ronduit idiote procedure van ruim 2 jaar voor het verkrijgen van deze omgevingsvergunning, hadden onze huurders inmiddels elders onderdak gevonden, was onze financiering verlopen en waren wij als bedrijf ruim €. 50k armer aan de leges en de architect en wederom een illusie rijker in onze relatie met de Gemeente
Naast het eigen projectteam van Damen Den Helder en de 20-koppige bemanning van de Clipper Stad Amsterdam, hebben ook een groot aantal onderaannemers in verschillende samenstellingen gedurende de periode okt 2019 – juli 2020 gewerkt aan het project CSA. Dit waren er vele uit Den Helder, maar ook regionaal en landelijk.
Ook in de diverse media heeft het project CSA ruime aandacht gekregen en Den Helder, zowel nationaal als internationaal, op een positieve manier op de kaart gezet, v.w.b. de mogelijkheden om onderhoud te geven aan dit soort schepen in een traditionele nautische omgeving.
De vestiging van een Gemeentehuis in gebouw 66 en 72 en plannen voor uitbreiding van een horecaplein in de omgeving van dok II zullen in onze ogen de onderhoudsactiviteiten in en rondom dit dok aanzienlijk beperken zo niet onmogelijk maken. Het is nergens in Nederland nog gelukt om een industrie als scheepsreparatie & onderhoud te combineren met horeca, toerisme, kantoorgebruik en wonen. Daarbij is als laatste de Boatex in de Industriehaven een ultiem voorbeeld van. Deze voorgenomen combinatie voor de vestiging van een stadhuis op deze locatie doet afbreuk aan de eerdere bestemming en nautische ambities van de Gemeente DH op dit deel van Willemsoord.
Mogelijk is dit toch altijd al het voornemen van de Gemeente DH geweest, gegeven het feit dat tot op dit moment nooit is geantwoord op onze brief die wij als werf op 6 juni 2019, bijna 2 jaar geleden, stuurden over het gebruik van dok II na het voornemen tot de vestiging van het nieuwe stadhuis direct naast dok II.
In afsluiting misschien nog enkele opmerkingen aangaande de antwoorden die het College van B&W heeft gegeven op schriftelijke vragen van enkele gemeenteraadsfracties: o Er zijn geen afspraken gemaakt door het College van B&W om op bestuurlijk niveau overleg te voeren met ons als werf. Wel heeft, in een persoonlijk gesprek tussen de toenmalige burgemeester Schuiling en mijzelf, eerstgenoemde aangegeven dat het misschien wel een goed idee zou zijn om een accountmanager voor Damen in te stellen binnen het Gemeentelijk apparaat. Dat is tot op dit moment nooit ingevuld en ook bestuurlijk overleg tussen Damen Shipyards Den Helder en het college van B&W heeft tot op dit moment niet plaats gevonden. o Er wordt gesteld dat “Damen prominent is vertegenwoordigd in de Ontwikkeling Maritiem Cluster”….dit is niet het geval! Damen heeft gezamenlijk met andere bedrijven één man gevraagd hierin zitting te nemen, die daar het maritiem bedrijfsleven vertegenwoordigd, waarvan Damen een onderdeel is… o In 2019 heb ik, op uitnodiging van Zeestad, een informeel gesprek gevoerd met dhr. Ferdinand Vreugdehil. Hierin werd voorgesteld dat Damen de begane grond van gebouw 72 zou kopen / huren voor het uitvoeren van haar toekomstige werkzaamheden in dok II, waarbij op de verdiepingen daarboven ruimtes voor het gemeentehuis zouden worden ingevuld.
Hier zijn wij verder niet op in gegaan vanwege het feit dat de combinatie van kantoor- en onderhoudsruimten in één gebouw in onze ogen niet samen gaan. Het idee was opmerkelijk en in onze ogen ook niet echt realistisch, hebben wij tegelijk in dit gesprek aangegeven.
Het is jammer om te moeten constateren dat vanuit het college van B&W geen enkele aandacht is geschonken aan onze vragen om overleg; Wij zien op dit moment, gegeven de ontwikkelingen op Willemsoord, dan ook geen mogelijkheden meer om groot onderhoud aan de diverse schepen in de toekomst daar uit te voeren. Dit gaat ten koste van omzet en ook werkgelegenheid, maar ook van unieke vaardigheden die bij het onderhoud van dit soort schepen nodig zijn. Daarnaast verliest Den Helder de kans om zich te profileren als unieke onderhoudshaven voor traditionele schepen in een dergelijke omgeving als op de voormalige rijkswer f Willemsoord. Ik wilde hier mijn betoog mee afsluiten en dank u voor uw aandacht in deze.