CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Hoofdstuk 14 - Doorwerking.pdf

Raadscommissie Stadsontwikkeling en Beheer 4 september 2023, gemeente Den HelderBij agendapunt: 5: Voorstel tot het vaststellen van de omgevingsvisie gemeente Den Helder "Koers op een sterke thuishaven"1.072 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Doorwerking

Doorwerking In dit hoofdstuk gaan we nader in op de manier waarop deze omgevingsvisie doorwerkt richting alle partijen die zijn betrokken bij het behoud, het gebruik en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in Den Helder. De omgevingsvisie bevat de strategische hoofdlijnen op basis waarvan de verdere ontwikkeling van de gemeente Den Helder vorm moet krijgen, met name in de vorm van doelen en ambities. Uiteindelijk bepaalt de doorwerking van deze omgevingsvisie of en in hoeverre deze doelen uit de omgevingsvisie gerealiseerd kunnen worden. Minder dan vroeger is de gemeente primair verantwoordelijk voor de realisatie van de omgevingsvisie. Bewoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, ontwikkelaars, ketenpartners en vele andere partijen spelen een belangrijke rol bij het vormgeven van onze gemeente, bijvoorbeeld via (bouw)activiteiten, investeringen, bijdragen aan participatie en ideevorming en hun actieve maatschappelijke rol. Via onze ontwikkelstrategie geeft de gemeente hier ruimte voor, terwijl we waar nodig en/of gewenst ook als gemeente ons rol en verantwoordelijkheid oppakken. In de formele doorwerking van deze omgevingsvisie spelen met name de andere kerninstrumenten uit de Omgevingswet een belangrijke rol: het (omgevings)programma, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning.

Hieronder gaan we kort in op deze instrumenten en geven we de samenhang met de omgevingsvisie weer.

Afbeelding: schematisch overzicht van samenhang van de doorwerking van de omgevingsvisie en de rol van de verschillende kerninstrumenten van de Omgevingswet daarin

Juridische kerninstrumenten: het omgevingsplan & de omgevingsvergunning Partijen die een initiatief willen realiseren in de fysieke leefomgeving vinden de regels hiervoor in het omgevingsplan, een van de juridische kerninstrumenten onder de Omgevingswet. Op www.omgevingsloket.nl kunnen initiatiefnemers zich oriënteren op alle geldende regels op een bepaalde locatie en de specifieke regels voor hun initiatief indien deze al voldoende concreet is.

Via beide functies geeft het omgevingsplan als juridisch kader de regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving en daarmee houvast aan alle betrokken partijen. Hiermee speelt dit instrument een belangrijke rol in de doorwerking van de omgevingsvisie. Doelen die voor een gebied gesteld worden in de omgevingsvisie, inclusief de nadere uitwerkingen voor een aantal thema’s en gebieden, dienen namelijk vertaald te worden in concrete regels in het omgevingsplan, op basis waarvan duidelijk wordt welke functies/activiteiten mogelijk/wenselijk zijn in een gebied en welke niet. Bij initiatieven die afwijken van de regels uit het omgevingsplan is de omgevingsvisie het belangrijkste afwegingskader om als gemeente wel of niet mee te werken aan een afwijking op het omgevingsplan. Als initiatiefnemer is het dus verstandig om ook naar de doelen voor een gebied te kijken in de omgevingsvisie, zeker wanneer het initiatief niet goed past binnen het omgevingsplan. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet gaan alle bestaande bestemmingsplannen van rechtswege op in één omgevingsplan voor de gehele gemeente Den Helder. Bestaande beschermingen in bijvoorbeeld woonwijken zijn hiermee ook direct van toepassing in het omgevingsplan. Voor gebieden die vragen om (grotere) ontwikkelingen biedt het omgevingsplan de kans om meer globale regels te stellen.

Hiermee is er meer flexibiliteit binnen grotere en langer durende ontwikkelingen. Dit past goed bij de ‘ja, mits’ gedachte achter de Omgevingswet en maakt de kans groter dat complexe ontwikkelingen op gang komen. Het instrument omgevingsvergunning wordt ingezet om vanuit de gemeente nadere sturing te geven bij de uitwerking van initiatieven binnen (met name) globalere regels in het omgevingsplan. Zo kan het omgevingsplan bijvoorbeeld op een locatie een woonfunctie toestaan, zonder dat precies in de regels van het omgevingsplan omschreven is aan welke voorwaarden woningen op deze locatie moeten voldoen. Dit geeft flexibiliteit voor initiatiefnemers, maar geeft weinig zekerheid dat initiatieven bijdragen aan de doelen voor het gebied. In dit soort gevallen kan een vergunningsplicht worden ingesteld, gekoppeld aan aanvullende (beleids)regels waaraan de vergunningsaanvraag voor een initiatief getoetst wordt. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld een parkeernorm ter voorkoming van parkeeroverlast en regels over het uiterlijk van bouwwerken. Voor eenvoudigere initiatieven, zeker indien de regels in het omgevingsplan concreet zijn, is niet altijd een omgevingsvergunning nodig indien het initiatief voldoet aan de algemene regels in het omgevingsplan. Uitvoeringsgericht kerninstrument: het (omgevings)programma Het (omgevings)programma is een nieuw kerninstrument onder de Omgevingswet.

Dit instrument is specifiek ingericht om een deel van de strategische doelen uit de omgevingsvisie samenhangend uit te voeren, bijvoorbeeld voor wat betreft een bepaald thema/beleidsveld of binnen een bepaald gebied. Hiermee maakt de gemeente duidelijk aan welke doelen uit de omgevingsvisie gewerkt zal worden en wat we hiervoor precies gaan doen. Per doel kan de uitvoering er heel anders uitzien, afhankelijk van de (gewenste) rol van de gemeente. Zowel een zeer actieve rol van de gemeente, bijvoorbeeld door zelf projecten te initiëren, als een volledig faciliterende rol, bijvoorbeeld door in te zetten op het met communicatie of subsidies andere partijen in beweging krijgen, zijn denkbaar en passend binnen het programma. Het programma is vormvrij en biedt daarom ook de benodigde flexibiliteit, maar brengt ook verplichtingen met zich mee, zoals de monitoring van de voortgang. Er zijn vier type programma’s, met alle vier een verschillend karakter. Twee zijn verplichte programma’s: een verplicht programma in verband met Europese richtlijnen en een verplicht programma in verband met (dreigende) overschrijding van omgevingswaarden. Twee type programma’s zijn vrijwillig: het vrijwillige programma en de programmatische aanpak.

Het laatste instrument is een meer juridisch instrument om tijdelijke overschrijding van normen toe te staan als onderdeel van een samenhangende ontwikkeling waarbij de overschrijding uiteindelijk ook weer verdwijnt. Het vaststellen van een programma is de bevoegdheid van het college. De gemeente Den Helder ziet het programma als een belangrijk instrument om in samenhang sturing te geven aan uitvoering van doelen uit de omgevingsvisie, zowel thematisch als gebiedsgericht. Hiervoor is vooral het vrijwillige programma een passend instrument. Om het integrale karakter van de omgevingsvisie ook over langere periode overeind te houden zetten we het instrument programma zorgvuldig in. Met name dient voorkomen te worden dat programma’s nieuwe strategische doelen en ambities introduceren, die niet in de pas lopen met de integrale visie zoals in de omgevingsvisie geschetst. Het programma is als uitvoeringsgericht instrument een concretisering van de

omgevingsvisie, geen aanvulling hierop. Indien nodig kan behoefte aan extra (strategisch) beleid wel een bijstelling van de omgevingsvisie betekenen. Naar verwachting zijn verplichte programma’s in verband met Europese richtlijnen niet direct van toepassing in de gemeente Den Helder. Het gebruik van verplichte programma’s bij (dreigende) overschrijding van omgevingswaarden hangt af van de keuzes hierop in deze omgevingsvisie. De gemeente Den Helder kiest ervoor om geen omgevingswaarden vast te stellen in deze omgevingsvisie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/1932/documents/20767