CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen - definitief.pdf

Gemeenteraad 17 april 2023, gemeente Den HelderBij agendapunt: 11: Voorstel tot het vaststellen van de gebiedsvisie Mariëndal & Donkere Duinen, het gebiedsbeheerplan Mariëndal 2023-2027 en het gebiedsbeheerplan Donkere Duinen 2023-203314.118 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

in

Gebiedsbeheerplan Donkere Duinen 2023-2033 September 2022

2 Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen.

De Donker Duinen Beheerplan 2023-2033 Gemeente Den Helder

Definitief

Datum: 30 september 2022

Auteurs NLadviseurs: Maarten van Dijk (adviseur) André Geelhoed (ecoloog) Sander Kristalijn (GIS en senior adviseur) Controle: Guido Hamelink (senior adviseur) Tessa van Vreeswijk (projectleider)

Adres: IJsselburcht 3 6825 BS Arnhem

3 Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen.

4 Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen.

Inhoudsopgave 1

INLEIDING ................................................................................................................................................. 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

2

BEHEERVISIE ........................................................................................................................................... 11 2.1 2.2 2.3 2.4

3

BOSTYPEN................................................................................................................................................. 23 WATER (BEHEERPLAN WATERGANGEN 2020-2025) ....................................................................................... 29 OEVERS (DROOG PROFIEL – BEHEERPLAN GROEN 2020-2025) .......................................................................... 31 OEVERS (NAT PROFIEL – BEHEERPLAN WATERGANGEN 2020-2025) ................................................................... 33 BLOEMWEIDE/HOOIBERM (BEHEERPLAN GROEN 2020-2025) ........................................................................... 35 RUW GRAS (BEHEERPLAN GROEN 2020-2025) ............................................................................................... 37 PADEN (BEHEERPLAN WEGEN 2020-2025) ................................................................................................... 38 TERREININRICHTINGSELEMENTEN .................................................................................................................. 40

ORGANISATIE (DONKERE DUINEN) ........................................................................................................ 42 4.1 4.2 4.3 4.4

5

NATUUR ................................................................................................................................................... 11 RECREATIE ................................................................................................................................................ 15 BEHEERSTRATEGIE ...................................................................................................................................... 17 ONTWERPOPGAVEN.................................................................................................................................... 20

OBJECTEN ............................................................................................................................................... 22 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8

4

AANLEIDING ................................................................................................................................................ 6 GEBIEDSBESCHRIJVING .................................................................................................................................. 6 DOELEN EN AMBITIES .................................................................................................................................... 8 WETTELIJKE KADERS...................................................................................................................................... 9 BIJDRAGE AAN GEMEENTELIJKE BELEID: NIEUW PERSPECTIEF ................................................................................. 9 LEESWIJZER ............................................................................................................................................... 10

OPDRACHTGEVER EN OPDRACHTNEMER .......................................................................................................... 42 EXTERNE PARTIJEN...................................................................................................................................... 42 BESTEKKEN & CONTRACTEN ......................................................................................................................... 42 CONTACTPERSONEN.................................................................................................................................... 42

UITVOERING ........................................................................................................................................... 43 5.1 5.2 5.3

BEHEERKOSTEN .......................................................................................................................................... 43 BEHEERTABELLEN ....................................................................................................................................... 46 OVERZICHT KANSEN .................................................................................................................................... 49

LITERATUURLIJST ............................................................................................................................................. 50 BIJLAGE ........................................................................................................................................................... 51 BIJLAGE 1. SORTIMENTEN LIJST ................................................................................................................................. 51

5 Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen.

1 Inleiding Voor u ligt het beheerplan Donkere Duinen 2023-2033. Voor de Donkere Duinen en het aangrenzende Mariëndal is in 2022 de gebiedsvisie ontwikkeld. Aansluitend op de gebiedsvisie is dit beheerplan geschreven.

1.1 Aanleiding In het ‘Beheerplan Groen 2020-20251’ van gemeente Den Helder is aanbevolen voor speciale beheergebieden2 een apart beheerplan op te stellen. Deze gebieden hebben, ten opzichte van het overige beheerareaal, een eigen karakteristiek en dynamiek. In deze beheerplannen worden de beheervoorwaarden en maatregelen opgenomen, zodat er voor de komende jaren een concreet plan ligt met financiële onderbouwing. Het bosgebied de Donkere Duinen is één van deze beheergebieden. In het verleden (1987) is er een beheerplan voor de Donkere Duinen opgesteld 3. Inmiddels is er behoefte aan een actueel plan dat aansluit op de huidige visie en ambities van de gemeente. Dit beheerplan dient de komende 10 jaar als leidraad voor het beheer in de Donkere Duinen. Deze periode wijkt af van de gebruikelijke 5 jaar. Hiervoor is gekozen omdat bijsturing in dit type naaldbos meer tijd nodig heeft. Tussentijds is het van belang de ontwikkeling te monitoren en na de planperiode het beheerplan te herzien. Zo kan er optimaal worden ingespeeld op maatschappelijke en landschappelijke ontwikkelingen. NLadviseurs is door gemeente Den Helder gevraagd dit beheerplan op te stellen.

1.2 Gebiedsbeschrijving Wat is aanwezig Peildatum: 29-04-2022 Beschrijving: Naald-, gemengd- en loofbos met onder beplanting. Areaal: Dit beheerplan heeft betrekking op de circa 24 hectare dat in het beheer is van gemeente Den Helder. De totale Donkere Duinen beslaat circa 38 ha bos, waarvan 14 ha in beheer en eigendom is van Stichting Landschap Noord-Holland en N.V. PWN Waterleiding bedrijf Noord-Holland. Kwaliteit: De beheerstatus is achterstallig. Wel kent het gebied veel kwaliteiten. Opvallend is de sterfte van Oostenrijkse den aan de westzijde.

Figuur 1-1 Ligging van de Donkere Duinen in gemeente Den Helder.

1 (Wit, Kikkert, Holthuijsen, Lagemaat, & Lesscher, 2020) 2 Algemene begraafplaats, Bos de Donkere Duinen, Duinparkplan, Fiets- en kanoroute, Mariëndal, Quelderduin, Rehorstpark,

Schooterduinpark, Timorpark, Vlinderroutes. 3 (L'Istelle, 1987)

6 Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen.

Ligging Aan de zuidwestzijde van de wijk Nieuw Den Helder bevindt zich het gebied de Donkere Duinen. Het gebied grenst in het noorden aan het Refugium en de Grafelijkheidsduinen. In het zuidoosten ligt Mariëndal met als scheidslijn de Jan Verfailleweg. Tussen het Refugium en de Donkere Duinen ligt een camping ingeklemd. Begroeiing De Donkere Duinen bestaat voor een groot deel uit Oostenrijks dennenbos, aangeplant in de jaren ‘20 van de vorige eeuw. Met het beheerplan uit 1987 is een nieuwe koers ingezet richting het creëren van een natuurlijk bosecosysteem4. Dit kondigde het begin aan van de omvorming van het “oorspronkelijke” Oostenrijkse dennenbos naar een bos met meer soorten en structuur. Deze omvorming heeft ten dele plaatsgevonden waardoor er inmiddels diverse loofboomsoorten zijn terug te vinden zoals zomereik, haagbeuk, tamme kastanje en gewone esdoorn. In de ondergroei zijn onder andere Amerikaanse vogelkers, lijsterbes, eikvaren en wilde kamperfoelie terug te vinden. Beheergrenzen Gemeente Den Helder is eigenaar en beheerder van 24 hectare terrein. Grondeigenaar van aangrenzende terrein aan de westzijde is PWN en aan de noordzijde Stichting Landschap NoordHolland (LNH). LNH beheert ook het gebied dat in eigendom is van PWN5. Bebouwing Bij de entree aan de noordoostzijde ligt de oude boswachterswoning.

Deze is inmiddels in bezit van een particuliere eigenaar en valt daarmee buiten de beheergrenzen. Een stuk zuidelijker langs de Jan Verfailleweg ligt het oude vogelasiel dat is gevestigd in een oud sanatorium. Cultuurhistorie Terugkijkend op kaarten vanuit het verleden is te zien dat, alvorens de Donkere Duinen werden beplant, het gebied uit open duin bestond. Het sanatorium voor TBC patiënten is aangelegd in de jaren ’40 en later in gebruik genomen als vogelasiel. Veel andere sporen naar het verleden zijn er in het gebied niet terug te vinden.

Figuur 1-2. Uitkijktoren in de Donkere Duinen die reeds verplaats is naar Mariëndal 6.

4 (L'Istelle, 1987) 5 (Roos, 2011) 6 (Helderse historische vereniging)

7 Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen.

Gebiedsfuncties Om het gebied een meer boskarakter te geven in plaats van een parkkarakter en de recreatiedruk te verlagen, zijn in het verleden het hertenkamp, de kinderboerderij en de uitkijktoren uit het gebied verwijderd. Deze functies zijn naar het aangrenzende Mariëndal verplaatst. Tot 1980 werd er drinkwater gewonnen uit de Donkere Duinen. Dit zorgde voor een verlaging van de grondwaterspiegel en een droger bos. De huidige grondwaterspiegel is weer gestegen tot dicht aan het originele pijl7. Het is hoofdzakelijk droog tot, op enkele plekken, vochtig bos. Uitzondering hierop is het gebied rond de vijver waar het grondwater tot direct onder of zelfs boven maaiveld komt. De Donkere Duinen is een veel bezocht recreatiebos met een aantrekkingskracht voor bewoners van Den Helder, Julianadorp en zelfs daarbuiten. Op een zonnige zondagmiddag zijn er dan ook veel recreanten (wandelaars) die naast het bos ook gebruik maken van de Helderse Vallei met kinderboerderij en duurzaamheidscentrum, uitkijktoren, klimbos, pannenkoekenrestaurant en snackbar. Dit alles voorzien van een grote parkeerplaats die op dan voor meer dan 80% gevuld kan zijn. Het bos wordt doorsneden met brede paden. Er wordt niet altijd alleen maar gebruik gemaakt van de ‘’hoofdpaden’’ want er zijn ook veel struin-/olifantenpaden in het bos gecreëerd door recreanten. Hierdoor zijn er weinig rustige zones in het bos.

Bodem De bodem bestaat uit kalkarme, leemarme, grof tot matig fijn zand die onder de groep: vlakvaaggrond en duinvaaggrond vallen. De grondwaterdiepte hangt sterk samen met de maaiveldhoogte, maar ligt afhankelijk van de locatie van direct onder het maaiveld (rond de eendenvijver) tot 2 à 3 meter diepte. De strooisel laag onder de naaldbomen is ongeveer 0-10 cm dik en onder de loofboomsoorten 20-40 cm dik. Gebiedsbescherming De Donkere Duinen is onderdeel van Natura 2000-gebied: Duinen Den Helder- Callantsoog en daarmee wettelijk beschermd. Voor dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden gelden speciale regels voor gebruik en bezoek, met het doel planten, dieren en leefgebieden te beschermen. Naast de toewijzing als Natura 2000-gebied is het gelegen binnen de grenzen van Natuur Netwerk Nederland. Vanuit het gemeentelijk beleid zijn er aanvullende regels opgesteld voor recreatief gebruik, die regels zijn hieronder weergeven.  Honden zijn altijd aangelijnd.  Hondenuitwerpselen moeten worden opgeruimd (en een opruimmiddel is verplicht).  Fietsen is niet toegestaan in het voetgangersgebied.  Paarden zijn verboden.

Roken is verboden (bij fase 2 natuurbrandrisico)8.

1.3 Doelen en ambities Een belangrijk doel van het beheerplan is om zowel voor bestuur als uitvoering helder krijgen hoe de gemeente efficiënt en kostenbewust wilt werken. Het groenbeheer moet betaalbaar en uitvoerbaar blijven (basisprincipe uit Nieuw Perspectief). De gemeente zet in op het duurzaam onderhouden en beheren van groen en streeft er naar de openbare ruimte schoon, heel en veilig te houden. De ambitie die hier bovenop komt is om de beheerobjecten (de kapitaalgoederen) zo mogelijk een hogere (natuur) waarde geven. En als dit mogelijk is tegen dezelfde of lagere beheerkosten9. Doelsoorten aanpak De afdeling Openbare Ruimte heeft een doelsoorten aanpak waarin bepaalde plant- en diersoorten gekoppeld zijn aan maatregelen.

7 (Noord-Holland L. , 2022) 8 (Den Helder, Toezicht_Donkere_Duinen_opgevoerd, 2022) 9 (Wit, Kikkert, Holthuijsen, Lagemaat, & Lesscher, 2020)

8 Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen.

Maatregel Maaibeleid Nestgelegenheid Geleidelijke oevers Verruigen Struwelen Tuinen Klimplanten op muren Behoud bomen Verbinding

Doelsoorten

scholekster, huismus, winterkoning, egel, kommavlinder, blauwtje, bijen en rietorchis gierzwaluw, huismus, vleermuizen en bijen kleine watersalamander, groene kikker, grote modderkruiper huismus, winterkoning en egels huismus, winterkoning, egels en een aantal vleermuissoorten huismus, winterkoning, grote bonte specht, egel, groene kikker en kleine watersalamander huismus, winterkoning en blauwtje winterkoning, grote bonte specht en vleermuizen vleermuissoorten, egel, kommavlinder, bruin blauwtje, bijen, kleine watersalamander en groene kikker Tabel 1-1 Doelsoorten gekoppeld aan maatregelen10.

Wat willen we? In het ‘Beheerplan Groen 2020-2025’ van gemeente Den Helder zijn de volgende doelen geformuleerd:  Een gemengd bos met hoofdfunctie natuur. (in het beheerplan groen 2020-2025 is hoofdfunctie recreatie beschreven, maar dit wijkt af van de planologische toewijzing)  Een bos met ruimte voor natuurlijke ontwikkeling.  Een bos met inheemse soorten.  Een bos waar de veiligheid van de bezoekers voorop staat.  Een toegankelijk bos. Hierop is de visie gebaseerd die in hoofdstuk 2 wordt beschreven. Beheervoorwaarden  Geen chemische middelen toepassen.  Bestrijding (mechanisch) van invasieve exoten.  Heesterbeplanting kent een natuurlijker verloop in de ontwikkeling.  Langs paden en bij plekken waar mensen komen beheren volgens de betreffende beeldmeetlatten. Risico’s  De hoge gebruiksdruk brengt verstoring aan de natuurlijke ontwikkeling. Met name bodemverstoring door betreding heeft effect op vegetatieontwikkeling en schuilende amfibieën/reptielen. Daarnaast is verstoring in het algemeen een factor die zorgt voor onrust bij met name zoogdieren en (broed)vogels.  Bepaalde aanpassingen die ten behoeve van natuur worden geadviseerd, kunnen conflicterend zijn met de vraag naar toegankelijkheid.

1.4 Wettelijke kaders Een aantal Europese- en landelijke wetten maken samen het wettelijk kader. Het betreft onder meer het Burgerlijk wetboek en wetgeving op gebied van natuur, verkeer, water, bedrijfsvoering et cetera. De gemeente conformeert zich aan deze wet- en regelgeving en voert haar werk uit binnen deze kaders. Dat geldt ook voor de Keur en de bijbehorende Leggers van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. In paragraaf 2.1.2 wordt nader ingegaan op de Wet natuurbescherming.

1.5 Bijdrage aan gemeentelijke beleid: Nieuw perspectief Waar mogelijk wordt door middel van beheermaatregelen een bijdrage geleverd aan de speerpunten van Nieuw Perspectief. Dit zijn: 1. Klimaatbestendig en duurzaam: Realiseren van een klimaatbestendige en duurzame openbare ruimte. 2. Samenwerken aan de stad: Vanuit gezamenlijk belang/eigenaarschap en wederzijdse betrokkenheid is er samenwerking met bewoners/partners. 3. Differentiatie maakt ’t verschil: De ene buurt is de andere niet. Er is meer verscheidenheid in kwaliteit en maatwerk in communicatie, participatie en inrichting. 10 (Holthuijsen, 2021)

9 Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen.

4. Uitnodigend en bruikbaar: Beter en meer aansluiten op behoeftes uit de stad én op de stoere en eigenzinnige identiteit van Den Helder. 5. Groenwaarden en –waardering: Groenareaal versterken zodat flora en fauna floreren, de leefbaarheid toeneemt en de economische waarde stijgt 11.

Figuur 1-3 bijdrage van bepaalde thema's aan Nieuw perspectief.

1.6 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de beheervisie beschreven met daarin de visie en strategie. Ook wordt in dit hoofdstuk de ecologie van het gebied benadert. Hoofdstuk 3 beschrijft de beheermaatregelen per beheerobject die nodig zijn om de visie te kunnen verwezenlijken die in hoofdstuk 2 is geformuleerd. Het daarop volgende hoofdstuk (4) geeft een schets van de organisatie binnen het beheer van dit gebied. Ten slotte geeft hoofdstuk 5 een kosten overzicht van de te nemen beheermaatregelen.

11 (Wit, Kikkert, Holthuijsen, Lagemaat, & Lesscher, 2020)

10 Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen.

2 Beheervisie De Donkere Duinen is met circa 38 hectare en een diversiteit aan natuur- en recreatieve functies een bos van betekenis. In de directe omgeving van Den Helder, maar ook verder daarbuiten, is geen bos met een dergelijk karakter; dichtstbijzijnd zijn de bossen bij Schoorl en Bergen, circa 25 kilometer zuidelijker. Voor het optimaal inzetten en behouden van de kwaliteiten van het bos, is een visie op het beheer van belang: hoe kunnen de kwaliteiten van het bos voor de lange termijn in stand worden gehouden? Welke functies heeft het bos, welke natuurdoelen zijn gewenst, welke gebruiksfuncties worden ondersteund en welke (boom)soorten ondersteunen de doelen en komen de instandhouding op lange termijn ten goede? Met het beantwoorden van deze vragen ontstaat het lange termijnperspectief voor de landschappelijke ontwikkeling. Dit beheerplan richt zich op een termijn van 10 jaar, maar de doelstellingen rijken verder omdat landschappalijke ontwikkelingen tijd nodig hebben. Zoals is te zien op figuur 1, zijn de functies voor de Donkere Duinen; natuur en recreatie. Mede omdat het een Natura 2000gebied is, blijft de hoofdfunctie natuur. Dit is tegenstrijdig met het ‘Beheerplangroen 2020-2025’ waar in staat dat de hoofdfunctie recreatie betreft.

Figuur 2-1 functiekaart12.

Doelstellingen Vanuit het Beheerplan Groen 2020-2025 gemeente Den Helder (zie ook 1.3) zijn voor de Donkere Duinen de volgende doelen te destilleren: 1. Een gemengd bos met ruimte voor natuurlijke ontwikkelingen en processen, met een inheems soortenbestand. 2. Een balans tussen natuur en recreatie. Een veilig en gevarieerd bos ten behoeve van de nevenfunctie recreatie. Deze doelen zijn in dit hoofdstuk verder uitgewerkt in 2.1 natuur en 2.2 recreatie.

2.1 Natuur Om te bepalen wat er voor doelstelling 1 uit bovenstaande paragraaf nodig is, is in deze paragraaf in beeld gebracht welke natuurwaarden momenteel aanwezig zijn. Vervolgens is inzichtelijk gemaakt welke randvoorwaarden er zijn vanuit wet- en regelgeving. Dit is aangevuld met waargenomen kansen en vertaald naar meetbare doelen. In hoofdstuk 3 wordt een concretisering gemaakt richting maatregelen.

2.1.1 Aanwezige natuurwaarden Soortendiversiteit Vanuit NDFF13 en waarneming.nl14 zijn op en rondom de locatie van de Donkere Duinen 116 vogelsoorten, 19 soorten dagvlinders, 183 padenstoelensoorten en 260 inheemse plantensoorten waargenomen in de afgelopen 5 jaar. In totaal zijn er in de laatste 5 jaar 2153 inheemse soorten waargenomen, waarvan 668 nachtvlindersoorten. De aangetroffen soorten hangen samen met de morfologie van het gebied: afwisseling van open en gesloten delen, open water, aanwezigheid van strooisel- en kruidlaag, een (bloeiende)struiklaag en oude bomen. In tabel 2-1 is een overzicht van een aantal interessante aangetroffen soorten te zien.

12 (Den Helder, Nota Groen Den Helder, 2009) 13 NDFF is ene database voor geverifieerde flora en fauna waarnemingen in Nederland. 14 Waarnemingen.nl is en website die door hobbyisten gebruikt wordt voor het doorgeven van waarnemingen, deze

waarnemingen worden niet altijd geverifieerd.

11 Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen.

Tabel 2-1 Aanwezige soorten kenmerkend voor de Donkere Duinen.

Dagvlinder

Zoogdieren

Broedvogels

bont zandoogje boomblauwtje eikenpage

boommarter bunzing egel vos watervleermuis

blauwe reiger boomvalk grauwe vliegenvanger grote lijster nachtegaal

Planten

Overige insecten

daslook eikvaren lathyrus wikke lelietje-van-dalen ruig klokje wilde kamperfoelie

blauw weeskind harlekijnlieveheersbeestje hermelijnvlinder kustbehangersbij witte eenstaart

Reptielen en amfibieën bruine kikker gewone pad groene kikker rugstreeppad

Vogels – wintergasten kramsvogel kruisbek vuurgoudhaan

Paddenstoelen roomkleurige dikhoed roze aardster parelstuifzwam

Duinbossen zijn mede van waarde doordat de beschreven structuur afwijkt van de omliggende, meer open habitattypen zoals het open duin. Dit heeft een aantrekkingskracht op trek- en broedvogels. Het bos van de Donkere Duinen is het meest noordelijk gelegen op het vaste land in de provincie Noord-Holland. Doordat de Donkere Duinen het enige (duin)bos in de omgeving is, komt hier unieke flora voor die verder niet te vinden is in Den Helder. Soorten als hengel, ruig klokje, lelietje van dalen en voorjaarshelmkruid passen goed in een bos met een oude strooisel laag. Mede de variëteit aan planten soorten zorgt ook voor een grote rijkdom aan insecten aangezien veel soorten hun eigen waardplanten hebben. Ook fungeert de Donkere Duinen hierdoor als een rustplek voordat de vogels verder trekken richting het noorden (voorjaar) of zuiden (najaar). Trekvogels die in het gebied broeden, zijn o.a.: boomvalk, gekraagde roodstaart, grauwe vliegenvanger, nachtegaal en tjiftjaf. Ook voor standvogels is het bos van belang. Er broedt bijvoorbeeld een kolonie blauwe reigers (zie figuur 2-2), maar ook voor holenbroeders zoals de groene specht, grote bonte specht, boomklever en boomkruiper vormen de Donkere Duinen een belangrijk bosgebied om te broeden. Daarnaast broeden er verschillende roofvogels in het bos zoals buizerd, sperwer en boomvalk.

De strooisellaag van het bos wordt door amfibieën als gewone pad, kleine watersalamander rugstreeppad en bruine kikker gebruikt als overwinterings- en foerageerhabitat.

Figuur 2-2 Locatie van reigerkolonie.

Structuur en opbouw bos 12 Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen.

Momenteel wordt de boomlaag nog gedomineerd door Oostenrijkse den. Andere aanwezige boomsoorten zijn onder andere gewone esdoorn, ruwe berk en zomereik. De struiklaag bestaat voornamelijk uit Amerikaanse vogelkers, lijsterbes en in mindere mate hulst. In de kruidlaag komen onder andere braam, eikvaren en wilde kamperfoelie voor. De aanwezige natuurlijke verjonging bestaat overwegend uit Amerikaanse vogelkers en gewone esdoorn. In mindere mate komt verjonging van ruwe berk en Noorse esdoorn voor. Rondom de eendenvijver komt spontane verjonging van bos- en schietwilg en zwarte els voor. De aanwezige boomgeneraties per bosvak variëren. Gemiddeld komen er per bosvak 2 á 3 generaties voor, met Oostenrijkse den als de oudste, opgevolgd door zomereik en daaronder de jongste generatie bestaande uit gewone esdoorn en ruwe berk. Reliëf en waterhuishouding De Donkere Duinen variëren in maaiveldhoogte van 1 tot 10 meter boven NAP. Het is met name de grote diversiteit aan min of meer natuurlijke hoogte verschillen die interessante micro-biotopen opleveren. Aan het reliëf gekoppeld is de waterhuishouding. In delen van de Donkere Duinen staat het grondwater tot vlak onder of boven maaiveld. Dit levert een interessante diversiteit aan leefgebieden voor verschillende soorten.

Instandhoudingsdoelen Instandhoudingsdoelen voor de natuur in de Donkere Duinen zijn:  Behoud aandeel bestaande oude bomen.  Behoud strooisellaag.  Behoud gesloten boomlaag.  Behoud van plekken met spontane verjonging van inheemse soorten.  Beschermen van jaarrond beschermde nesten (o.a. reigerkolonie).  Behoud en versterken van habitat broedvogels (bosvogels, roofvogels en holenbroeders). Deze randvoorwaarden dragen (bij naleving) bij aan het creëren van een minder versnippert en meer divers natuurgebied waar meer rust is voor flora en fauna.

2.1.2 Wettelijk kader als randvoorwaarden De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes: soortbescherming, gebiedsbescherming en bescherming houtopstanden. Voor ieder regime zijn randvoorwaarden waaraan moet worden voldaan. In de opvolgende paragrafen wordt dit puntsgewijs uitgewerkt. 1. Soortbescherming: De blauwe reigerkolonie in het gebied dient beschermt te blijven, dit stuk valt dus buiten de scope voor omvorming. De eendenvijver wordt door de watervleermuis gebruikt als foerageergebied, deze soort heeft baat bij een donkere omgeving, dus lichtbronnen aanbrengen is niet mogelijk. Exoten dienen te worden beheerst. Soorten die in tabel 2-2 worden weergeven behoren ook tot soortbescherming. Concreet betekent dit uitvoering van bestendig beheer conform Gedragscode Soortbescherming 2020. 2. Gebiedsbescherming: De Donkere Duinen vallen, op een klein strookje langs Jan Verfailleweg na, binnen de begrenzing van Natura 2000-gebied 'Duinen Den Helder – Callantsoog’. Dit beperkt ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied. Voor ieder Nederlands Natura 2000-gebied worden of zijn beheerplannen geschreven. Zo ook voor het gebied ‘Duinen Den Helder – Callantsoog’. In het beheerplan zijn alle habitattypen beschreven met bijbehorende instandhoudings- en uitbreidingsdoelstellingen. De Donkere Duinen behoort tot geen van de beschreven habitattypen.

Er zijn om die reden ook geen Figuur 2-3 Ligging van de Donkere Duinen t.o.v. NNN-gebied. specifieke eisen gesteld aan de Donkere 13 Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen.

Duinen in het beheerplan15. In de lijst van habitattypen waar Natura-2000 onderscheidt in maakt, past de Donkere Duinen bij het type H2180 Duinbossen, echter “bossen bestaande uit naaldbomen en/of exoten”, worden niet tot het habitattype gerekend. Het huidige bos heeft daarmee wel de potentie om omgevormd te worden naar dit habitattype 16. Nieuwe activiteiten (ofwel ‘projecten’) mogen niet leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied. Omdat in het bos van de Donkere Duinen geen habitattypen liggen waarvoor instandhoudingsdoelstellingen zijn vastgesteld, is niet op voorhand te zeggen welke ruimte er is voor een ruimtelijke ontwikkeling. Er wordt geadviseerd om hierover contact op te nemen met de omgevingsdienst NoordHolland Noord. Een voortoets kan hierin duidelijkheid geven. Als op basis van die voortoets effecten niet op voorhand zijn uit te sluiten, moet nader onderzoek worden verricht en moet mogelijk een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming worden aangevraagd. Een activiteit wordt in dat geval alleen vergund als er geen alternatieven zijn, sprake is van dwingende redenen van groot maatschappelijk belang en compensatie plaatsvindt. De Donkere Duinen ligt ook binnen de grenzen van Natuur Netwerk Nederland (NNN).

Voor deze gebieden is het ‘nee, tenzij’-regime van kracht: nieuwe plannen, projecten of handelingen zijn niet toegestaan als deze de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten, tenzij er geen reële alternatieven zijn en er sprake is van redenen van groot maatschappelijk belang. Om te kunnen bepalen of de wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied significant worden aangetast, moet het bevoegd gezag erop toezien dat hiernaar door de initiatiefnemer onderzoek wordt verricht. Een Nee, tenzij-toets dient hierover duidelijkheid te geven. 3. Houtopstanden: behoudt van bestaand bosareaal, geen omvorming van bos naar ander natuurtype. Tabel 2-2 in de Donkere Duinen waargenomen, beschermde soorten. Bron: NDFF, 2022 (periode 2018-2022) * eventueel jaarrond beschermd

Soortgroep Dagvlinder Zoogdieren Vogels (jaarrond beschermd) Vleermuizen Reptielen en amfibieën

Soortnaam duinparelmoervlinder, kommavlinder eekhoorn, boommarter, hermelijn, wezel, bunzing blauwe reiger, boomvalk, buizerd, havik , sperwer, ransuil, nest kraai* nest ekster* rosse vleermuis, watervleermuis, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, bosvleermuis overwinteringshabitat rugstreeppad, zandhagedis

2.1.3 Kansen en bedreigingen Op basis van bronnenonderzoek en gebiedsbezoek zijn de volgende kansen en bedreigingen geformuleerd. Kansen (zie figuur 2-7)  Robuuste verbinding van de duinen richting het binnenland.  Verhogen biodiversiteit door toe te werken naar natuurlijk duinbos: zoals beschreven is oud bos een zeldzaamheid in de regio.  Versterken broedvogelhabitat.  Overwinteringshabitat rugstreeppad en andere amfibieën behouden en versterken.  Kwaliteiten van het open water versterken.  Kleine open plekken met open zand.  Vochtig bostype versterken.  Een deel van de struinpaden afsluiten om aaneengesloten natuur met meer rust te creëren.  Mantel-zoom vegetatie aan de Jan Verfailleweg. Bedreigingen  Invloeden van bodemverzuring dragen bij aan verruiging (braam, brandnetel) en vergrassing. 15 (Noord-Holland P. , 2017) 16 (Ministerie van LNV, 2009)

14 Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen.

  

Toenemend aantal (boom)ziekten en plagen kan leiden tot uitval van bepaalde boomsoorten. Fijnmazig netwerk van struinpaden zorgt voor verstoring van o.a. broedvogels. Invasieve exoten, met name Amerikaanse vogelkers, kan vestiging inheemse soorten belemmeren.

Figuur 2-4 voorbeeld van een struinpad Bron: NLadviseurs, 2022.

Figuur 2-5 voorbeeld van een struinpad afgeschermd met stamhout.

2.2 Recreatie Doelstelling 2: Een balans tussen natuur en recreatie. Een veilig en gevarieerd bos ten behoeve van de nevenfunctie recreatie. De Donkere Duinen is populair onder de Heldenaren. Het gebruik bestaat grotendeels uit wandelen (met of zonder hond) en hardlopen. Er zijn momenteel geen ruiter- of fietspaden in het bos (wel er omheen). Sinds de inrichting van de Donkere Duinen is de toewijzing als Natura 2000-gebied een belangrijke wijziging. Daarmee is de functie natuur een prioriteit geworden. In het verlengde hiervan zijn in het verleden maatregelen getroffen om de recreatieve druk te verlagen zoals het verplaatsen van de kinderboerderij en uitkijktoren naar het naastgelegen Mariëndal. De Donkere Duinen blijven echter populair vanwege het afwijkende, boskarakter.

2.2.1 Aanwezige recreatieve waarden Wandelen De Donkere Duinen zijn opengesteld voor wandelaars. Dit betekent dat de activiteiten zich vooral focussen op wandelen en hardlopen. Doordat fietsers en ruiters niet zijn toegestaan is er beperkt conflict tussen functies. Het fijnmazige netwerk aan paden, biedt een keur aan wandelroutes. De Donkere Duinen zijn geschikt voor hondenbezitters. Honden dienen wel te allen tijde aangelijnd te zijn. Dit beperkt verstoring voor bijvoorbeeld broedvogels. Hondenpoep dient ook te worden opgeruimd ter voorkoming van overlast voor andere bezoekers, maar ook om bodemverstoring tegen te gaan. Jaarrond bezoeken natuurliefhebbers de Donkere Duinen. De vele registraties van aangetroffen planten diersoorten op waarneming.nl illustreert dit. Open water Het open water, ook wel de Eendenvijver genoemd, heeft veel aantrekkingskracht op de bezoekers. Door de goede bereikbaarheid en de beleving van open water is het een geliefde trekpleister. Verbinding met aangrenzende gebieden Vanuit diverse kanten kan de Donkere Duinen worden benaderd. Alleen aan de westzijde niet vanwege het afgesloten duingebied dat in beheer is bij Landschap Noord-Holland. 15 Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen.

Parkeren Er zijn twee ruime parkeerplaatsen direct grenzend aan de Donkere Duinen die bijdragen aan de toegankelijkheid van het gebied.

2.2.2 Wettelijke kader als randvoorwaarde Recreatief gebruik van natuurgebieden kan veiligheidsrisico’s met zich mee brengen. Er kunnen takken uit bomen vallen of zelfs volledige bomen omvallen, de zorgplicht waarborgt dit. Gaten in wegen kunnen voor gevaarlijke situaties zorgen. Opstallen zoals speel- en sporttoestellen kunnen gebreken vertonen. Dit zijn een aantal voorbeelden van incidenten die zich in de praktijk voordoen. Daardoor kan schade ontstaan: personen of dieren kunnen gewond raken of overlijden en/of er kan materiële schade ontstaan.

2.2.3 Kansen en bedreigingen Op basis van bronnenonderzoek en gebiedsbezoek zijn de volgende kansen en bedreigingen geformuleerd. Kansen (zie figuur 2-7)  Natuureducatie, punten inrichten die bezoekers achtergrondinformatie geven over het landschap, historie, specifieke soorten en het beheer. (in combinatie met ‘Nieuw Helders Ommetje’.)  Routes aanpassen om te komen tot een meer logische wandelroute. Zie ‘Nieuw Helders Ommetje’.  Ruiterroute aanbrengen parallel aan de Jan Verfailleweg zodat er een betere verbetering ontstaat voor ruiters.  Hoofdentree verfraaien.  Zitweide nabij hoofdentree voor picknick in de schaduw. Hierbij wel rekening houdend met aanwezige fauna (geliefde plek voor amfibieën)  Sterk beschaduwde eendenvijver meer karakter en overzicht geven door om te vormen tot natuurvijver.  Aanbrengen van vogelkijkscherm en uitkijksteiger.  Vergroten toegankelijkheid voor mensen met of zonder beperking. Figuur 2-6 Informatiebord hoofdingang Donkere Duinen. Bron: NLadviseurs, 2022.

16 Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen.

Bedreigingen  Randen van de vijver vervallen en sleets.  Gevaarlijk dood hout.  Deels versleten padverhardingen.

Figuur 2-7 Kansenkaart

2.3 Beheerstrategie Het doel om toe te werken naar een gemengd bos met ruimte voor natuurlijke ontwikkelingen en processen, met een inheems soortenbestand én een balans tussen natuur en recreatie te scheppen in een veilige omgeving leidt tot de volgend beheervisie leidt tot de volgende beheerstrategie. Boomveiligheid De zorgplicht aangaande boomveiligheid wordt in acht genomen door bomen te inspecteren conform boomveiligheidsmethodiek gemeente. Doelstelling: Veilige uitgangssituatie voor de bomen in het gebied door frequente controle en onderhoud. Werk wordt uitgevoerd conform gedragscode Soortbescherming (2020, Stadswerk) Bij uitvoering wordt de Wet natuurbescherming in acht genomen door de gedragscode soortbescherming te volgen. Doelstelling: werkzaamheden met minimale verstoring uitvoeren en altijd binnen de kaders van de Wet natuurbescherming. Creëren natuurlijk bossysteem De naaldbossen omvormen naar een soortenrijk (5 hoofdboomsoorten), gemengd bos met 4 generaties bomen. Dit wordt onder andere gerealiseerd door ruimte te geven aan spontane verjonging en/of aanplant van boomvormers. Belangrijk is dat in dit proces geslotenheid voldoende behouden (kapgaten maximaal 30 meter diameter) blijft ten behoeve van behoud strooissellaag loofbomen 17 Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen.

(i.v.m. amfibieën en behoud organisch stofgehalte voor bodemvruchtbaarheid) en de uitstraling van de Donkere Duinen. Doelstellingen: >5 inheemse boomsoorten per hectare, 4 generaties bomen per hectare, 20 bomen ouder dan 80 jaar per hectare, kapgaten max. 30m doorsnede. Boom- en struiksoorten Het beheer is gericht op bevordering van inheemse begroeiing en bij aanplant of inzaai inheems materiaal te gebruiken. Toepassing van inheemse beplanting is onlosmakelijk verbonden met ecologisch beheer; inheemse beplanting heeft een goede aansluiting op het plant- en dierleven op de groeiplaats en stimuleert daardoor de biodiversiteit. Daarbij wordt de beplanting afgestemd op het bodemtype. Voor anticipatie op de klimaatontwikkeling wordt er een klein deel “klimaatbomen” aan het sortiment toegevoegd, maar wordt er vooral ingezet op inheemse soorten die passen bij de bodemsituatie. Wanneer nieuwe aanplant gewenst is, wordt uit het schema een soortensamenstelling gekozen (zie bijlage 1). Doelstellingen: >5 inheemse boomsoorten per hectare die aansluiten op de uitgewerkte objectgroepen in hoofdstuk 3. zomereik, ruwe berk, beuk, haagbeuk*, grove den, gewone esdoorn*, winterlinde*, tamme kastanje17* Toename staand en liggend dood hout De aanwezigheid van dood hout en afstervende bomen is van fundamenteel belang voor het functioneren van bos.

Hout dat vergaat is zowel leefgebied van organismen als uiteindelijk weer een voedingsbron van gezonde bomen. De organismen die leven van en op het dode hout zijn onderdeel van verschillende voedselwebben voor fauna. Om deze organismen optimaal leefgebied te bieden is het beheer gericht op een ononderbroken aanbod van dood hout van verschillende verteringsstadia. Daarom blijft al het vrijkomende hout bij beheermaatregelen en door storm in het vak. Mocht dit niet passen dan wordt als uitzondering minimaal het stamhout en dikkere (zij)takken verwerkt. Het vrijgekomen hout wordt op een dusdanige wijze verwerkt in het vak dat het toekomstige beheermaatregelen niet in de weg zit. Het versnipperen van hout en takken behoort niet tot de gewenste werkwijze. Veiligheid is net zo belangrijk als ecologie, daarom zijn er maximale hoogtes voor staand dood hout en afstervende bomen gesteld. Doelstelling: 15% dood hout (>5% staand dood hout). Broedvogelbiotoop versterken Met de hiervoor beschreven doelen wordt een zeer waardevol biotoop gecreëerd voor een diversiteit aan vogelsoorten. Denk aan diverse soorten roofvogels (oud bomen), holenbroeders (bomen met holtes) en zangvogels (struweel). Voor deze soorten is een bepaalde mate van rust in het bos van toegevoegde waarde. Daarom worden in de noord- en westzijde struin-/olifantenpaden afgesloten.

Hiervoor wordt natuurlijk materiaal gebruikt zoals boomstammen en takkenrillen. Overwogen kan worden ook strategisch bordjes te plaatsen met “rustgebied broedvogels”. Doelstellingen: gebiedsdelen in de luwe zone bestaan uit ononderbroken oppervlaktes van minimaal 1 hectare. Doelsoorten sluiten aan op natuurlijk duinbos Planten die door BIJ-12 zijn geselecteerd als horende bij natuurlijk duinbos zijn: bosaardbei, bosanemoon, bottelroos, dalkruid, dennenorchis, donderkruid, dubbelloof, gebogen driehoeksvaren, glad parelzaad, grote keverorchis, hengel, klein wintergroen, laurierwilg, lelietje van dalen, ruig viooltje, ruige veldbies, stekende wolfsklauw, stengelloze sleutelbloem, stofzaad, vogelnestje, tongvaren, valse zandzegge, voorjaarshelmkruid, welriekende salomonszegel, wilde hyacint. Broedvogels die door BIJ-12 zijn geselecteerd als horende bij natuurlijk duinbos zijn: blauwborst, groene specht, grote bonte specht, kleine barmsijs, kleine bonte specht, nachtegaal, wielewaal, zwarte specht.

17 *klimaatbomen

18 Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen.

De doelsoorten hebben vaak specifiekere eisen aan standplaats of biotoop dan de al aanwezige soorten. Die specifieke eisen helpen mee om richting te geven aan het beheer. (Voor specifieke soorten zie hoofdstuk 3.) Zoom-mantelvegetatie versterken De zijde aan de kant van de Jan Verfailleweg zal worden omgevormd naar een opbouw van zoommantel-kern. Dit betekent dat de struweellaag (mantel) meer opschuift richting het noorden. Vanaf de weg en het fietspad biedt dit meer ruimte en overzicht. De zoom bestaat uit bloemrijk grasland en ligt door de zuid oriëntatie optimaal voor een goede expositie ten opzichte van de zon. Doelstelling: bloemrijk grasland, bloemrijke struweelrand. Exoten beheersing Het in toom houden van invasieve exoten is van belang zodat de inheemse soorten de overhand blijven houden. De exoten die een bedreiging vormen binnen de Donkere Duinen en al aanwezig zijn, zijn de Amerikaanse vogelkers, Noorse esdoorn en sneeuwbes. Een andere exoot die in grote omvang aanwezig is, maar geen gevaar vormt, doordat deze soort hier niet spontaan verjongt, is de Oostenrijkse den. De Amerikaanse vogelkers, dient te worden bestreden, ondanks sommige wat positievere berichtgevingen met betrekking tot voedselbron voor insecten 18 is vogelkers in duingebieden nog steeds ongewenst vanwege het invasieve karakter op zandgronden 19.

In het geval van de Donkere Duinen wordt er naar een hoge soortendiversiteit gestreefd. Amerikaanse vogelkers verhindert natuurlijke verjonging van bijvoorbeeld zomereik en lijsterbes. De bestrijding kan mechanisch door middel van breken of knippen van de jonge exemplaren en het vellen van zaadbronnen. De Noorse esdoorn dient ook bestreden/in toom gehouden te worden, volwassen exemplaren (zaadbomen) verwijderen is daarbij het meest effectief. Sneeuwbes kan door uitsteken worden verwijdert. Doelstelling: bestrijding van Amerikaanse vogelkers, Noorse esdoorn, Oostenrijkse den en sneeuwbes alleen wanneer dit van belang is voor het stimuleren van inheemse/gewenste boom en struiksoorten.

18 (Naturalis, 2016) 19 (NVWA, 2018)

19 Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen.

2.4 Ontwerpopgaven

Figuur 2-8 Locaties van de ontwerpopgaven.

Aanbrengen amfibieën geleidingswand Gezien het functioneren van de Donkere Duinen als overwinteringsbiotoop voor diverse soorten amfibieën en de daarbij horende amfibieëntrek in het vroege voorjaar, is een veilige overgang bij de Jan Verfailleweg van belang. Er zullen hiervoor geleidingswanden worden geplaatst en amfibieëntunnels. Hedendaags word er jaarlijks door de Werkgroep Vrijwillig Landschapsbeheer een amfibieënscherm langs de Jan Verfailleweg aangelegd en emmers ingegraven om de amfibieën een veilige oversteek te bieden. Actie: plaatsen amfibieënscherm en tunnels op locatie als aangegeven op kaart. Van eendenvijver naar natuurvijver De eendenvijver voorziet momenteel in een leefgebied voor diverse eendensoorten. De potentie van deze door natuurlijke grondwater, gevoede vijver is echter groter. Door de beperkte lichtinval, bladval en intensieve betreding van de oevers wordt de potentie niet ten volle benut. Het verwijderen van de oeverbeschoeiing en verflauwen taluds tot een natuurlijke oever levert een bijdrage aan een geleidelijke overgang van water naar land. Dit zorgt voor ondiep water waarin oeverplanten (gele lis, lisdodde) makkelijker groeien en de snelle opwarming in het voorjaar zorgt voor goede ei-afzetlocaties voor amfibieën en paaiplekken voor vissen.

De aanwezige eendenkooien hebben voor inheemse soorten weinig tot geen toegevoegde waarde en doen afbreuk aan het natuurlijke karakter van de vijver. Aanwezigheid van waterplanten en struweel biedt voldoende natuurlijke broedplaatsen. Acties:  aanleggen flauwe taluds  verwijderen oeverbeschoeiing  aanleggen plas-draszone  gedeeltelijk verwijderen randbomen (berk, els, wilg)  verwijderen eendenkorven (mogelijk verplaatsen naar Mariëndal)  gefaseerd beheer van het eiland 20 Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen.

 

plaatsen vogelkijkscherm plaatsen uitkijksteiger

Aanpassing wandelroute Routes aanpassen om te komen tot een meer logische wandelroute die bovendien aansluit op de recreatieve zonering. De wandelroute wordt opgebouwd uit een halfverharding voor een goede toegankelijkheid van het gebied met kinderwagens of rolstoelen. Toevoegen ruiterroute Ruiterroute aanbrengen parallel aan de Jan Verfailleweg zodat er een betere verbetering ontstaat voor ruiters. Natuureducatie Punten inrichten die bezoekers achtergrondinformatie geven over het landschap, historie, specifieke soorten en het beheer. De herinrichting van de natuurvijver met het plaatsen van een vogelscherm draagt hier ook aan bij. Zitweide Nabij hoofdentree een picknickplek inrichten zodat er in de schaduw van de bomen kan worden gerecreëerd. Dit geeft ook een meer welkom entree aan en nodigt mensen eerder uit daar dan elders in de Donkere Duinen te gaan zitten. Herstellen paden Op basis van de gebiedsvisie wordt het padenplan bijgesteld. Er wordt een onderscheid aangebracht in 4 profielen:  hoofdroute, profiel 3 meter breedte, halfverharding  struinpad, profiel 1,5 meter breedte, zandpad  ruiterpad, profiel 1 meter breedte, zandpad  fietspad – blijt parallel aan de Jan Verfailleweg, fietspad wordt in 2022 opgeknapt.

21 Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen.

3 Objecten Hieronder volgt een beschrijving van de aanwezige beheerobjecten in de Donkere Duinen met bijbehorende doelstellingen. In onderstaand figuur (figuur 3-1) zijn de verschillende objecten weergegeven die in de Donker Duinen te vinden zijn. Per object zijn verschillende beheermaatregelen voorgeschreven.

Figuur 3-1 beheerobjecten kaart.

22 Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen.

3.1 Bostypen

Figuur 3-2 kaart met de verschillende bosobjecten weergeven.

BIJ12, de uitvoeringsorganisatie voor de samenwerkende provincies, houdt nagenoeg dezelfde werkwijze/richtlijnen aan als de Natura 2000-doelensystematiek. Kijkend naar de BIJ12 systematiek valt de Donker Duinen onder N15.01 Duinbos. Duinbossen zijn het leefgebied van vele soorten paddenstoelen. Van nature ontstaat duinbos als gevolg van successie, maar in veel gevallen is het in Nederland aangeplant. Natuurlijk gevormde duinbossen worden gedomineerd of kennen een gemengd voorkomen van ruwe berk, grove den, zomereik en beuk. Struwelen in een natuurlijk systeem worden gevormd door meidoorn, duindoorn, wegedoorn, egelantier, hondsroos en gewone vlier. Door de grote invloed van zeewind vindt er een geleidelijke overgang plaats van struweel naar hoger opgaand bos20. In de Donkere Duinen is er (nog) geen sprake van de boven genoemde natuurlijke situatie. Het bosgebied is namelijk aangeplant en voor het grootste deel niet met soorten die een natuurlijk ‘duinbos’ vormen. Wel kan er onderscheid gemaakt worden tussen vier verschillende bostypen: 1. Naaldbos wordt gedomineerd door oude Oostenrijkse dennen, met een ondergroei van Amerikaanse vogelkers, gewone esdoorn en hulst en een kruidlaag bestaande uit wilde kamperfoelie en varens. Er staat sporadisch een zomereik in de menging, maar globaal bestaan de naaldbossen uit >80% Oostenrijkse den. 2.

Gemend bos wordt gedomineerd door oude Oostenrijkse dennen met soorten als zomereik, gewone esdoorn en ruwe berk in de menging. De ondergroei bestaat uit Amerikaanse vogelkers, lijsterbes, gewone esdoorn met een kruidlaag van braam en kamperfoelie. 3. Loofbos in de Donkere Duinen wordt het sterkst vertegenwoordigt door soorten als zomereik, gewone esdoorn en ruwe berk. De ondergroei bestaat uit Amerikaanse vogelkers, lijsterbes, gewone esdoorn met een kruidlaag van braam en kamperfoelie. 4. Broekbos beperkt zich tot vak ten oosten van de natuurvijver en het eiland gelegen in de natuurvijver. Soorten die daar groeien zijn zwarte els, wilg, zomereik en ruwe berk. De ondergroei bestaat uit lijsterbes, Amerikaanse vogelkers met een kruidlaag van braam, gele lis en varens. 20 (BIJ-12, 2022)

23 Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen.

Figuur 3-3 Huidige situatie van naaldbos.. Bron: NLadviseurs, 2022

Figuur 3-4 huidige situatie van gemend bos.

3.1.1 Wat willen we Het creëren van een evenwichtig, weerbaar, toekomstbestendig en biodivers bossysteem, door structureel te werken aan spreiding van leeftijd en soortendiversiteit. Een diversiteit aan inheemse boomsoorten en leeftijden zorgt voor een veerkrachtige uitgangssituatie; bij intrede van een nieuwe ziekte of plaag is niet meteen het gehele bomenbestand aangetast of verzwakt. Waar mogelijk, afhankelijk van aanwezigheid paden of betreding, is ca. 15% van het aanwezige stamtal staand of liggend dood hout.

3.1.2 Eindbeeld Het eindbeeld is een dynamisch natuurlijk bossysteem. Dit houdt in dat er gemiddeld 4 generaties en 5 hoofdboomsoorten aanwezig zijn. Om tot het gewenste eindbeeld te komen, zal het beheer decennia lang met dezelfde visie uitgevoerd moeten worden. In onderstaande tabel is weergegeven hoe de situatie per bostypen eruit ziet. Het is onwaarschijnlijk dat deze streefbeelden zoals beschreven volledig in het natuurgebied kunnen worden gerealiseerd, maar daarmee geven ze wel sturing aan het beheer en helpen de kwaliteit en biodiversiteit verder te ontwikkelen. De soorten zijn gebaseerd op een combinatie van groeiplaatseigenschappen (bodem en grondwater) en ondersteuning van de natuurwaarden.

Figuur 3-5 Schets hoe het naaldbos met beheer wordt omgevormd naar een meer divers bos met meer generaties. Bron: NLadviseurs, 2022.

24 Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen.

Thema’s Areaal Huidige kwaliteit*

Boomsoorten

Toekomstbomen? leeftijd Dood hout Boomlaag Struiklaag Kruidlaag

Doelstellingen bostypen Naaldbos Gemengd bos 18.6 5,1 hectare hectare +/Gewenste situatie Oostenrijkse/grove 40% 30% den zomereik 20% 20% ruwe berk 20% 20% gewone esdoorn 10% 20% haagbeuk 5% 5% overige soorten 5% 5% (klimaatbomen) zwarte els wilg spec. abeel iep Per ha. 25-50 35-60 Generaties 4 4 % staan en 15% 15% staand/liggend bezettingsgraad <70% <70% bezettingsgraad 40% 40% prunus serotina <20% <20% bezettingsgraad 30% 50%

Loofbos 2,9 hectare +/-

Broekbos 0.6 hectare +

30% 25% 20% 10% 15%

10% 5% 5%

35-60 4 15%

20% 20% 20% 20% 35-60 4 15%

<70% 40% <20% 50%

<70% 40% <20% 50%

Tabel 3-1 doelstellingen per bostype. *huidige kwaliteit is bepaald tijdens de inventarisatieronde heeft betrekking tot de onderhoud status, leeftijd spreiding en diversiteit.

3.1.3 Ecologische waarde De Oostenrijkse dennen zijn oud en daardoor van hoge waarde voor veel diersoorten die afhankelijk zijn van dood hout en bijvoorbeeld holtes. Maar er liggen nog veel kansen omdat er in de huidige situatie weinig variatie aanwezig is. De naaldbomen herbergen een voedselaanbod voor insecten, vogels en vleermuizen. De vleermuizen foerageren langs de randen van het bosgebied op muggen en nachtvlinders, beschut tegen predatoren. Ook biedt de ondergroei voedselaanbod voor muizen en andere kleine zoogdieren, zoals egel, en wezel. Dichte begroeiing, takkenhopen en verruiggingen biedt verblijfplaatsen voor de zoogdieren. Deze kleine zoogdieren bieden weer voedselaanbod voor roofvogels en uilen, zoals bosuil, ransuil en buizerd. De bomen bieden nestgelegenheid voor vogels, zoals grote bonte specht, groene specht, merel, buizerd, sperwer en ransuil, bosuil. Het laten staan van dood hout zorgt voor broedgelegenheid voor spechten, boomklevers en boomkruipers en de boommarter. De aanwezige wilde kamperfoelie en braam zorgt voor nectar aanbod voor veel insecten. Van de verse bladeren die loofbomen in het voorjaar massaal laten uitkomen maken ontzettend veel organismen gebruik, waaronder veel rupsen van dag en nachtvlinders. Deze rupsen en andere insecten zijn op hun beurt weer in trek bij vele soorten vogels en zoogdieren.

Ook gebruiken veel vogels het dichte bladerdek voor beschutting. Loofbomen verliezen hun bladeren in het najaar, dit zorgt voor een goed klimaat voor veel insecten. Die insecten zijn erg waardevol voor het verteringsproces en de bodemkwaliteit. Veel kleine zoogdieren, zoals egels en de eekhoorn maken dankbaar gebruik van die insecten als voedselbron om zo een vetlaag aan te maken voor de wintermaanden. Doordat er een gevarieerd aanbod aan boomsoorten en bomen in verschillende levensfasen is, valt er voor veel soorten wel wat te halen. De boom- en struiklaag bieden nestgelegenheid aan vogels. Door de kruidlaag kunnen soorten zoals de egel en wezel zich ongezien verplaatsen.

25 Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen.

Naaldbos Vogels:

Vlinders: Zoogdieren:

boomvalk grauwe vliegenvanger blauwe reiger goudhaan eikenpage boomblauwtje citroenvlinder vos eekhoorn egel boommarter ruige dwergvleermuis

Doelsoorten Gemengdbos Loofbos buizerd bonte vliegenvanger blauwe reiger nachtegaal eikenpage citroenvlinder vos eekhoorn egel boommarter wezel gewone dwergvleermuis

Amfibieën:

Broekbos

buizerd nachtegaal bosuil

zwartkop bergeend groene specht

eikenpage citroenvlinder bont zandoogje vos eekhoorn egel boommarter wezel gewone dwergvleermuis gewone pad kleine watersalamander rugstreeppad

hermelijnvlinder iepenpage grote vos bunzing watervleermuis

kleine watersalamander bruine kikker gewone pad rugstreeppad

Tabel 3-2 Doelsoorten per bostype.

3.1.4 Eindbeeld vorm De bomensoorten zijn inheems (naald- en loofboomsoorten) en staan door elkaar gemengd. Het bos oogt door het aandeel dode hout, de afwisselende gelaagdheid en gemengde soorten, zo natuurlijk mogelijk. Er is een ondergroei aanwezig van struikvormers en verjonging van bomen. De kruidlaag is soortenrijk en omvangrijk aanwezig op de bosbodem.

3.1.5 Beheervoorwaarden Algemeen Het onderhoudsniveau die gemeente Den Helder stelt aan de Donkere Duinen is niveau B, dit niveau is op basis van KOR 2018 van het CROW. Beheer wordt uitgevoerd conform Wet natuurbescherming en met in achtneming van de algemene zorgplicht. Geen chemische middelen toepassen. Beheer word gefaseerd uitgevoerd. Zaailingen actief bestrijden die niet binnen de gewenste beplantingsoorten vallen (exoten). Voorrang verlenen aan gewenste soorten, doormiddel van toekomstbomen dunning. Zo min mogelijk verstoren van de natuur. Dat wil zeggen geen zwaar materieel gebruiken. Zoveel mogelijk gebruik maken van bestaande padenstructuur. Zoveel mogelijk werken met accu-gereedschap, en licht materieel. Gebruik maken van het doel sortiment bij aanplant. Beheeractiviteiten Boomlaag Toekomstbomen dunning toepassen. De toekomstbomen blessen met in acht neming van de gewenste soorten, leeftijden en percentages. Eens per 10 jaar toekomstbomendunning toepassen. Staand doodhout creëren. Van de te kappen bomen een aandeel ‘uitkleden’ en als doodhout laten staan. Bomen lieren die aangemerkt staan voor kap. Dit is ecologisch waardevol, ziet er natuurlijk uit en kan ook helpen bij het afsluiten van struinpaden. Takkenrillen creëren met stammen van het vrijgekomen hout. Tactisch plaatsen om struin/olifantenpaden af te sluiten. Randbomen controleren.

Boomveiligheidscontrole op de randbomen eens in de 3 jaar. Risico en attentie bomen jaarlijks controleren. Verstoring beperken. Grond wordt niet of zo min mogelijk geroerd tijden de dunningswerkzaamheden. Vellen en korten op locatie. Dit voorkomt ongewenste verstoring. Verjongingsplekken creëren. Deze plekken kunnen geselecteerd worden met het oog op de gewenste samenstelling van het bos. Aanplanten in plaats van natuurlijke verjonging 26 Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen.

-

-

stimuleren heeft de voorkeur, maar bij het ontbreken van wenselijke soorten is aanplant noodzakelijk. Natuurlijke verjonging komt moeizaam op gang. Aanplant van de gewenste bomen wordt gerealiseerd/aangeplant in groepen. Veren (eenjarige) worden 1 per m² geplant. Bijzondere bomen worden in groepen van 10 bomen aangeplant met een plant grootte van minimaal 10-12 stamomtrek. Het planten gebeurt bij voorkeur in het najaar. Nazorg aanplant. De nazorg gebeurt gedurende 2 jaar na aanplant en bestaat uit storingskruiden en ongewenste verjonging verwijderen en eventueel water geven tijdens extreme droogte.

Randbomen Probleemtakken in de vorm van zuigers, plakoksels en elleboogtakken voorkomen bij jonge bomen. Takparen verhinderen om uitscheuren en grote snoeiwonden voorkomen bij jonge bomen. Dood hout periodiek verwijderen wanneer er sprake is van risicozetting. Meldingen t.a.v. gevaar binnen één week verhelpen. Bij acuut gevaar binnen 1 werkdag. Boom niet opkronen. Struiklaag Storende onkruiden zoals braam selectief maaien wanneer het concurreert met natuurlijke verjonging van bijvoorbeeld lijsterbes en boomsoorten . Aanplant van gewenste soorten. Geschikte locaties aanplanten met bijbehorende soorten d.w.z. licht behoevende- of schaduwtolerante soorten. Verwijderen van exoten, deze vormen een gevaar in de concurrentie met de aanplant. Met het beheer richten op een bedekking van 40% door de struiklaag. Kruidlaag Selectief maaien van storingskruiden. Met het beheer richten op een bedekking van 30-50% door de kruidlaag.

3.1.6 risico’s en kansen Risico’s Cultuurhistorische waarde van het gebied verminderd omdat het beeld met alleen maar dennen verdwijnt. Door het gesloten karakter van het bos te bewaren met het toevoegen van grove den en struiklaag blijft dit beeld echter behouden. Doordat oudere bomen worden geveld komt er meer licht vrij op de bosbodem dat de verjonging van Amerikaanse vogelkers stimuleert. Door beperkte openingen te maken en in de eerste jaren na aanplant regelmatig Amerikaanse vogelkers te verwijderen wordt de verspreiding beperkt. Takkenrillen brengen risico mee op bosbranden, daarom wordt er gekozen voor de toepassing van stamhout i.p.v. takhout. Takhout wordt afgevoerd (m.u.v. broekbos hier is het vochtig genoeg zodat het risico op brand beperkt blijft). Loofbos/broekbos: Minder aantrekkelijk in de winter doordat er geen groen meer aanwezig is. Kansen (zie ook paragraaf 2.1.3) Aanplanten nieuwe boomvormers voor het realiseren van een nieuwe vitale boomlaag opgebouwd uit meer duurzame houtsoorten met oog op klimaatverandering. Meer rust creëren voor de bevordering van kleine zoogdieren en vogels. Meer dynamisch gemengd bos.

27 Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen.

Figuur 3-6 voorbeeld van storingskruiden bij grootschalig openstellen bos. Bron: NLadviseurs, 2022.

28 Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen.

3.2 Water (Beheerplan Watergangen 2020-202521)

Figuur 3-7 kaart met de locaties van de waterobjecten en oevers.

Wat is aanwezig Peildatum: 29-04-2022 Beschrijving: Water beperkt zich tot de vijver in het midden van de Donkere Duinen. En de sloot (en poel) langs de Jan Verfailleweg. Areaal: 6250m² Kwaliteit: De beschoeiing is veroudert, waterkwaliteit is redelijk. Wat willen we?  Bergingcapaciteit: conform eisen uit de Keur en bijbehorende Legger(s)22.  Diepte sloten en vijvers: minimaal 50 cm of conform de eisen uit de Keur en bijbehorende Legger(s).  Diepte vijvers: minimaal 80 cm of conform de eisen uit de Keur en bijbehorende Legger(s).  Voldoen aan de beeldmeetlatten23 voor watergangen: o Water-vegetatie in nat profiel o Water-drijfvuil in water o Water-zinkvuil in water Eindbeeld Een ‘natuurlijk’ habitat voor watervogels met een waterbergende functie. Het eiland dat fungeert als broedbiotoop voor vogels. Plas dras situatie voor soorten als gele lis en gewone dotterbloem. Het uitgangspunt is dat er een veilige situatie blijft. Waterkwaliteit conform beeldmeetlatten met rijke groei aan

Figuur 3-8 huidige situatie bij de vijver, begroeiing op de kant. Geen natuurlijk (lees flauw) verloop. Bron: NLadviseurs, 2022.

21 (Vakgroep Water, Lesscher, & Ruijs, 2020) 22 https://www.hhnk.nl/legger-wateren?origin=/portaal/legger-wateren_41265 23 Zie Beheerplan Watergangen 2020-2025

29 Gebiedsbeheerplan de Donkere Duinen.

waterplanten en waar watervogels zich natuurlijk kunnen gedragen. De oever oogt natuurlijk en is veilig voor bezoekers. Van ‘eendenvijver’ naar natuurvijver. Ecologische waarde Het water is waardevol voor vogels als was, drink en foerageer plaats. Ook voor vissen is het een aantrekkelijk gebied, vroeger zijn er vissen uitgezet waarvan een deel nog steeds aanwezig is. Dankzij de ligging ver van verlichting vandaan, kan de watervleermuis dit als foerageergebied gebruiken. Doelsoorten  Vogels: ijsvogel, bergeend, dodaars, wilde eend.  Vissen: Driedoornig stekelbaars  Planten: Gele lis, gewone dotterbloem, fonteinkruid Beheervoorwaarden  Beheer wordt uitgevoerd conform Wet natuurbescherming en met in achtneming van de algemene zorgplicht.  Beschoeiing laten vergaan om een natuurlijke oever na streven.  Zoveel mogelijk gebruik maken van bestaande padenstructuur.  Baggeren: vindt plaats in de maanden oktober/november.  Er wordt 1 kant opgewerkt.  Bagger 48 uur op de kant laten liggen voordat het wordt afgevoerd (om amfibieën de tijd te geven terug naar het water te keren). Beheeractiviteiten  Schonen van de (greppel) waterkant eens in de 3 jaar in oktober.  Gefaseerd baggeren (30% ongemoeid laten) en apart afvoeren eens in de 10 jaar in de maanden oktober en november. Risico’s  Onveilige situatie door gladheid oever.

 Door het baggeren kunnen er waterplanten, amfibieën en vissen beschadigt raken. Kansen (zie hoofdstuk 2)  Natuurlijke oever creëren noordzijde.  Steile oever aan rustige zone als broedgelegenheid ijsvogel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/1947/documents/20125