Financiele verordening gemeente Den Helder 2022.pdf
Tekst van het document
Financiële verordening gemeente Den Helder 2022 De raad van de gemeente Den Helder;
gelet op het raadsvoorstel met kenmerk 2021-15090 van burgemeester en wethouders van 19 oktober 2021; gezien het advies van de auditcommissie van .. november 2021; kennis genomen hebbende van de voorbereidende commissievergadering Bestuur en Middelen op 15 november 2021; gelet op artikel 212 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Financiële verordening gemeente Den Helder 2022
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder: -
administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de organisatie van de gemeente Den Helder en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;
-
BBV: het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten;
-
decembernota: door de raad veelal in de maand december vast te stellen financieel document waarin besloten wordt over de laatste begrotingswijziging van dat begrotingsjaar alsmede de overheveling van incidentele budgetten naar een volgend begrotingsjaar;
-
doelmatigheid: het bereiken van het gewenste resultaat met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen;
-
doeltreffendheid: de mate waarin de doelen en de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid daadwerkelijk worden behaald;
-
financiële administratie: het onderdeel van de administratie dat tot doel heeft het vastleggen en verwerken van financiële gegevens van de organisatie van de gemeente, zodanig dat een goed inzicht mogelijk is in: a.
de financieel-economische positie;
b.
het financieel beheer;
c.
het beheer van de vermogenswaarden;
d.
de uitvoering van de begroting;
e.
het afwikkelen van vorderingen en schulden;
f.
het rekeningresultaat en het, al dan niet tussentijds, kunnen afleggen van verantwoording daarover;
1
-
jaarstukken: door de raad vast te stellen documenten die een overzicht geven van de financiële situatie van het afgelopen jaar en bestaan uit een jaarrekening en jaarverslag;
-
kadernota: door de raad vast te stellen document dat een (financieel) meerjarenperspectief bevat, het begrotingsjaar en de drie jaren daarna, waarin indicatief de beleidskaders en de toedeling van de financiële middelen worden benoemd;
-
organisatorische eenheid: een afgebakend geheel van taken, producten en diensten onder verantwoordelijkheid van een leidinggevende;
-
programma: een samenhangend geheel van taken, activiteiten en geldmiddelen gericht op het bereiken van vooraf bepaalde maatschappelijke effecten;
-
rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn van de financiële beheershandelingen op grond van wet- en regelgeving, beleidskaders en raadsbesluiten;
-
taakveld: verplichte eenheden waarin de programma’s zijn onderverdeeld;
-
tussenrapportage: door de raad vast te stellen document waarin het college lopende het begrotingsjaar tussentijds voorstellen doet voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid.
Hoofdstuk 2 Begroting en verantwoording Artikel 2 Financiële beleidscyclus Voor het begin van een begrotingsjaar biedt het college de raad een bestuurlijke planning aan met daarin de data voor het aanbieden aan en het vaststellen door de raad van, in ieder geval, de volgende documenten: a.
jaarstukken;
b.
kadernota;
c.
tussentijdse rapportage(s);
d.
begroting met de meerjarenraming en
e.
decembernota.
Artikel 3 Programma’s en programma-indeling 1.
De raad stelt de programma-indeling van de begroting vast.
2.
De raad stelt jaarlijks, op voorstel van het college, de begroting vast en stelt daarbij per programma vast:
3.
a.
de ambities, de beleidsdoelen en de aan deze doelen gekoppelde criteria;
b.
de indicatoren waarmee de beleidsdoelen worden gemonitord;
c.
de taakvelden en
d.
de baten en lasten.
Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties, beleidsdoelen en maatschappelijke effecten, opdat de beoogde doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst.
Artikel 4 Inrichting begroting en jaarstukken 1.
Bij de begroting en de jaarstukken worden de baten en lasten per taakveld weergegeven onder elk van de programma’s. 2
2.
Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen, per investering, het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het investeringskrediet in het lopende boekjaar weergegeven.
3.
Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en 21 van het BBV inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie.
4.
In de begroting vindt de uitwerking en actualisering van de meerjarige kaders plaats als opgenomen in de Kadernota.
5.
In de jaarrekening wordt van de investeringen en meerjarige projecten de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven.
Artikel 5 Kadernota 1.
De raad stelt jaarlijks, op voorstel van het college, een Kadernota vast.
2.
In de Kadernota worden de volgende gegevens opgenomen dan wel betrokken: a.
de meest actuele financiële gegevens over het lopende begrotingsjaar;
b.
de financiële gegevens uit de jaarrekening over het vorige boekjaar;
c.
de financiële uitgangspunten voor de begroting;
d.
de risico’s en het weerstandsvermogen.
Artikel 6 Autorisatie begroting, inclusief investeringskredieten 1.
De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting of begrotingswijziging: a.
de lasten en baten per programma en
b.
de mutaties in reserves op programmaniveau.
2.
Nieuwe investeringen worden met het besluit tot vaststelling van de begroting geautoriseerd, met uitzondering van de nieuwe investeringen waarvan de raad bij de begrotingsbehandeling aangeeft dat hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen.
3.
Niet in de (meerjaren) begroting opgenomen nieuwe investeringen, groter dan € 100.000, waarvan de noodzaak ontstaat in het begrotingsjaar worden via een voorstel aan de raad ter goedkeuring voorgelegd. Indien deze investering € 100.000 of minder betreft en dekking van de kapitaallasten binnen de bestaande begroting aanwezig is, kan het voorstel daartoe worden meegenomen in een tussenrapportage.
4.
Het college informeert de raad zo spoedig mogelijk over majeure afwijkingen in de uitvoering van de begroting.
Artikel 7 Tussenrapportage 1.
De raad stelt jaarlijks dan wel meermalen per jaar, op voorstel van het college, een tussenrapportage vast.
2.
De indeling van de tussenrapportage volgt de programma-indeling van de begroting.
3.
De tussenrapportage bevat afwijkingen: a.
op beoogde beleidsdoelen, beoogde activiteiten, geautoriseerde exploitatiebudgetten en investeringskredieten;
b.
groter dan € 100.000 per taakveld per programma, voor zowel baten als lasten; 3
c.
op investeringskredieten met minimaal 5 procent van het krediet, met een minimum van € 50.000;
d.
anders dan afwijkingen als bedoeld onder a tot en met c, voor zover die afwijkingen bestuurlijk relevant zijn.
Artikel 8 Informatieplicht Het college besluit pas over: a.
de aan- en verkoop van goederen, diensten of werken groter dan € 100.000 voor zover deze niet in overeenstemming is met de door de raad vastgestelde financiële kaders, waaronder het meerjarenperspectief als vervat in de (meerjaren)begroting;
b.
het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties overeenkomstig het daarvoor door de raad vastgestelde beleidskader;
c.
het aangaan van meerjarige financiële verplichtingen groter dan € 50.000 per jaar, voor zover deze niet in overeenstemming zijn met de door de raad vastgestelde financiële kaders, waaronder het meerjarenperspectief als vervat in de (meerjaren)begroting;
nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen overeenkomstig artikel 169 lid 4 Gemeentewet hierover ter kennis van het college te brengen.
4
Artikel 9 Decembernota De raad stelt jaarlijks, op voorstel van het college, de Decembernota vast.
Hoofdstuk 3 Financieel beleid Artikel 10 Nieuw beleid In de Kadernota en de begroting wordt nieuw beleid, met daaraan verbonden financiële consequenties, vastgesteld, tenzij vanwege zwaarwichtige redenen er aanleiding is dit nieuwe beleid tussentijds vast te stellen.
Artikel 11 Vast te stellen beleidskaders 1.
De raad stelt, op voorstel van het college, periodiek beleid vast over: a.
activering, waardering en afschrijving van vaste activa
b.
reserves en voorzieningen,
c.
het bepalen van de kostprijs en kostentoerekening van goederen, werken en diensten alsmede kostentoerekening aan belastingen en heffingen,
d.
grondbeleid,
e.
treasurybeleid in een Treasurystatuut,
f.
gemeentelijke garanties en leningen en
g.
rechtmatigheid.
Artikel 12 Invordering 1.
Het college draagt zorg voor toereikende invorderingsmaatregelen voor debiteuren.
2.
Het college stelt regels over een voorziening voor oninbare openstaande vorderingen.
Artikel 13 Prijzen economische activiteiten 1.
Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht.
2.
Bij afwijking vanwege een publiek belang waardoor gerechtvaardigd is dat minder dan de geraamde integrale kostprijs in rekening wordt gebracht, besluit de raad daar gemotiveerd over.
3.
Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in het vorige lid zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van: a.
levering van goederen, diensten of werken aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid;
b.
een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak;
c.
een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden;
d.
een bevoordeling van sociale werkbedrijven, onderwijsinstellingen of publieke mediainstellingen;
5
e.
een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is;
f.
door de raad aangewezen activiteiten als algemeen-belang-uitzonderingen in het kader van de Wet Markt en Overheid.
Artikel 14 Vaststelling hoogte belastingen, rechten en heffingen 1.
De raad stelt jaarlijks, op voorstel van het college, de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor belastingen, rioolheffing, afvalstoffenheffing, parkeren en leges vast.
2.
De effecten van het kwijtscheldingsbeleid worden geheel of gedeeltelijk verwerkt in de kostprijzen van de belastingen, rechten en heffingen.
Hoofdstuk 4 Paragrafen Artikel 15 Paragrafen 1.
De raad stelt, op voordracht van het college, de kaders vast waarin het beleid van de gemeente is vastgelegd voor de verplichte paragrafen uit het Bbv, met uitzondering van de paragraaf bedrijfsvoering. In deze kaders wordt ook vastgelegd welke onderwerpen, naast de verplichte onderdelen als bedoeld in de artikelen 10 tot en met 16 Bbv, worden verantwoord bij de begroting en de jaarrekening, waaronder een paragraaf over subsidies welke een overzicht van te verstrekken en verstrekte subsidies bevat.
2.
Voor de paragraaf kapitaalgoederen geldt dat voor de aan de orde zijnde onderdelen beheerplannen worden opgesteld.
3.
In de paragraaf bedrijfsvoering wordt minimaal gerapporteerd over: a.
de kosten van inhuur derden en
b.
de voortgang van de onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid, als bedoeld in artikel 213a Gemeentewet, en de uitputting van de bijbehorende budgetten.
Hoofdstuk 5 Administratie, financiële organisatie en interne controle Artikel 16 Administratie Het college draagt er zorg voor dat: 1.
de inrichting en de werking van de financiële administratie voldoet aan in- en externe wet- en regelgeving;
2.
de administratie zodanig van opzet en werking is dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a.
het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de organisatieonderdelen;
b.
het verstrekken van informatie over onder meer ontwikkelingen in de omvang van activa, voorraden, vorderingen, schulden;
c.
het verschaffen van informatie aan budgethouders en voor het maken van kostencalculaties;
d.
het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;
e.
het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving;
6
f.
de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie en voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.
Artikel 17 Financiële organisatie Om te voldoen aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording draagt het college zorg voor: a.
een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en - toewijzing van de gemeentelijke taken aan de organisatieonderdelen;
b.
een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;
c.
de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van toegekende budgetten en investeringskredieten;
d.
de interne regels voor de taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;
Artikel 18 Interne controle Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel.
Artikel 19 Misbruik en oneigenlijk gebruik Het college zorgt voor en legt de regels vast voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen, alsmede voor de interne toetsing daarvan.
Hoofdstuk 6 Slotbepalingen Artikel 20 Intrekking oude verordening De Financiële verordening gemeente Den Helder 2017 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en de jaarstukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt.
Artikel 21 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2022. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente Den Helder 2022.
Aldus besloten in de raadsvergadering van 29 november 2021.
voorzitter J.A. de Boer MSc.
griffier mr. drs. M. Huisman 7
8