Donkere Duinen Jan Verfailleweg 2023_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Toetsing In het kader van het Interprovinciaal Overleg (IPO) is een zogenoemde risicokaart ontwikkeld. Op de risicokaart staan gegevens die met risico te maken hebben, zoals risicoveroorzakende bedrijven die gevaarlijke stoffen gebruiken, produceren of opslaan en ook het vervoer/transport van grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen. Gevaarlijke stoffen zijn in dit geval stoffen die een schadelijke invloed hebben op de gezondheid en het milieu. Op de risicokaart worden tevens kwetsbare objecten getoond die extra aandacht verdienen in de buurt van risicobronnen. Dit zijn gebouwen waarin zich veel mensen kunnen bevinden en gebouwen waar niet-zelfredzame mensen aanwezig zijn (zieken, bejaarden, kinderen). Om na te gaan of voor het planvoornemen ook aandachtspunten op het vlak van externe veiligheid aanwezig zijn, is de risicokaart geraadpleegd. Uit de risicokaart valt af te lezen dat in en in de nabijheid van het plangebied geen risicobronnen, transportroutes of buisleidingen zijn gelegen.
33
bestemmingsplan Donkere Duinen Jan Verfailleweg 2023
Figuur 12. Ligging plangebied ten opzichte van risicobronnen, bron: Risicokaart Conclusie Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
4.4
Bodemkwaliteit
In het kader van een ontwikkeling of een herziening van een bestemmingsplan moet onderzocht worden welke gevolgen eventuele bodemverontreinigingen hebben voor de uitvoerbaarheid van het plan. De bodemkwaliteit kan namelijk een beperkende factor zijn voor de beoogde functie of de financiële haalbaarheid van het bestemmingsplan. Uitgangspunt ten aanzien van de bodemkwaliteit is dat deze bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zodanig goed moet zijn dat er geen risico's voor de volksgezondheid bestaan bij het gebruik van het plangebied voor wonen of een andere functie. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging, moet in ieder geval een verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. In geval van verontreinigingen is de Wet bodembescherming (Wbb) van toepassing. Hierin is geregeld dat als ter plaatse van een plangebied ernstige verontreinigingen worden aangetroffen er sprake is van een saneringsgeval. In opdracht van Kontour Vastgoed is er een verkennend bodem- (HB Adviesbureau, 11 juni 2021) en asbestonderzoek (HB Adviesbureau, 9 september 2021) uitgevoerd (Bijlage 9 en Bijlage 10).
In het asbestonderzoeksrapport wordt het volgende geconcludeerd: Uit de resultaten van het uitgevoerde onderzoek blijkt dat er vooralsnog geen beperkingen aanwezig zijn voor de voorgenomen herinrichtingswerkzaamheden van de locatie. Wel dient rekening te worden gehouden met een mogelijk verontreiniging met asbest in de eerste tien cm grond in de strook van 1 m langs de schuur met asbestverdachte dakbedekking. Conclusie Uit milieuhygiënisch bestemmingswijziging.
oogpunt
bestaan
er
geen
34
belemmeringen
voor
de
voorgenomen
bestemmingsplan Donkere Duinen Jan Verfailleweg 2023
4.5
Explosieven
Op basis van de NGE-Risicokaart van de gemeente Den Helder is het plangebied historisch niet verdacht op niet gesprongen explosieven. Conclusie Het aspect explosieven vormt geen belemmering voor de uitvoering van het project.
4.6
Waterparagraaf
Op grond van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening moeten ruimtelijke plannen zijn voorzien van een waterparagraaf. Hiervoor moet het proces van de watertoets worden doorlopen. Bij het watertoetsproces gaat het om het hele proces van vroegtijdig meedenken, informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. De ecologische ambities worden vooral op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. Waterwet In december 2009 is de nieuwe Waterwet van kracht geworden. Hierin zijn de watertaken van de gemeente opgenomen. Een gemeente is verplicht zorg te dragen voor de kwaliteit van het grondwater en afstromende hemelwater.
In december 2009 is tevens het Nationaal Waterplan (NWP) door het kabinet vastgesteld. Het NWP beschrijft de maatregelen dien in de periode 2009- 2015 genomen moeten worden om Nederland ook voor de toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden. Verder is hierin opgenomen hoe ook de kansen die water biedt te benutten. Nationaal Waterplan 2016-2021 De minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken hebben op 10 december 2015 het Nationaal Waterplan 2016-2021 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan (Wind op Zee buiten 12 nautische mijl en verankering rijksbeleid Deltabeslissingen). Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelf bindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofd-watersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Rijkswaterstaat (RWS) neemt in het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (Bprw) de condities en maatregelen op voor het operationeel beheer om deze strategische doelen te bereiken. Het NWP is kader stellend voor het Bprw. Het kabinet vraagt andere overheden het NWP te vertalen in hun beleidsplannen.
Het Nationaal Waterplan (NWP) bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het ruimtelijk beleid. Het kabinet actualiseert het waterbeleid op een aantal terreinen. Het beleid met betrekking tot waterveiligheid en zoetwater is met de vastgestelde deltabeslissingen in 2014 fundamenteel veranderd. Het rijksbeleid dat voortvloeit uit de voorstellen voor deze deltabeslissingen, is in 2014 met een tussentijdse wijziging verankerd in het Nationaal Waterplan 2009-2015 en opgenomen in dit nieuwe NationaalWaterplan voor de periode 2016–2021.
35
bestemmingsplan Donkere Duinen Jan Verfailleweg 2023
De afgelopen jaren zijn over verschillende beleidsterreinen afspraken gemaakt die raakvlakken hebben met water, zoals afspraken over energie (Energie akkoord), natuur(Natuurvisie), internationale inzet en vernieuwde bestuurlijke verhoudingen (onder meer Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, Bestuursakkoord Water en Deltaprogramma). Deze afspraken zijn verwerkt in dit Nationaal Waterplan. De betreffende beleidsdocumenten blijven van kracht. Met de vaststelling van dit NWP voldoet Nederland tevens aan de Europese eisen om actuele plannen en maatregelenprogramma's op te stellen volgens de KaderrichtlijnWater (KRW), de Richtlijn Overstromingsrisico's (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM). Het onderhavige project is onderworpen aan de digitale watertoets van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Het plan behelst de realisatie van 35 nieuwe recreatiewoningen. Deze woningen zorgen voor een verhardingstoename van meer dan 2.000 m² in het gebied. De keur schrijft voor dat voor verhardingstoenames van meer dan 2.000 m² die de grotere belasting op het watersysteem veroorzaken een planspecifiek compensatiepercentage uitgerekend moet worden, waar vervolgens compensatie voor aangelegd dient te worden. Echter, de plannen zoals omschreven in het bestemmingsplan, veroorzaken geen grotere belasting op het watersysteem, omdat er geen afwatering wordt aangelegd.
Hierdoor loopt het water via de verharding de grond in en niet het watersysteem. De watertoets maakt als Bijlage 11 deel uit van deze toelichting. Kontour Vastgoed hanteert bij de inrichting van het terrein het principe dat zoveel mogelijk regenwater natuurlijk en rechtstreeks wordt geïnfiltreerd in de grond. Het regenwater vanaf de daken wordt meteen in de grond opgevangen. Dus geen regenpijpen langs de gevel en geen goten bij de dakrand. Het regenwater wordt dus ook niet op het riool aangesloten. Daarnaast wordt gewerkt met 'wadi's', zijnde greppels waar het regenwater wordt opgevangen bij extra regenval. Na de regenbuien stroomt het water dan langzaam weg. Conclusie Het project leidt niet tot effecten die strijdig zijn met de belangen van het Hoogheemraadschap.
4.7
Geluidhinder
De Wet geluidhinder (Wgh) is erop gericht om geluidhinder vanwege wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en/of industrielawaai te voorkomen en te beperken. De Wgh bepaalt dat de 'geluidsbelasting' op gevels van woningen en andere geluidsgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan een in de wet bepaalde norm die als voorkeursgrenswaarde wordt aangeduid. In veel gevallen is deze norm 48 dB. Wegverkeerslawaai In de wet is aangegeven wanneer een weg zoneplichtig is. Elke weg heeft in principe een zone, behoudens: wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied; wegen waarvoor een maximum snelheid geldt van 30 km/uur. Indien binnen een geluidzone nieuwe geluidgevoelige objecten, zoals woningen, worden gerealiseerd, moet door middel van akoestisch onderzoek worden vastgesteld of aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder wordt voldaan. Met voorliggend bestemmingsplan worden geen nieuwe geluidsgevoelige objecten toegestaan. Recreatieve verblijfsaccommodaties zijn niet geluidsgevoelig in het kader van de Wet geluidhinder. Dit blijkt uit jurisprudentie: Vakantiewoningen die naar hun aard niet bestemd zijn voor bewoning in de zin van de Wet geluidhinder doch voor recreatief verblijf hoeven niet bij de besluitvorming te worden betrokken. ABRvS 30 mei 2000, nr.199901166/1,Geluid, september 2000.
Om na te gaan of er in de recreatiewoningen wel sprake is van een aanvaardbaar verblijfsklimaat is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (Bijlage 12) (BügelHajema, 21 januari 2022). Uit de berekeningen blijkt dat de te realiseren recreatiewoningen buiten de 48 dB geluidsbelasting-contour liggen. De ten hoogste
36
bestemmingsplan Donkere Duinen Jan Verfailleweg 2023
toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB wordt niet overschreden. Dit houdt in dat de te realiseren recreatiewoningen voldoen aan de eisen van de Wgh. Voor de bedrijfswoning die in dit bestemmingsplan de bestemming 'Wonen', krijgt, geldt dat het gaat om een bestaande woning, die wat betreft de Wet geluidhinder wordt gezien als een geluidsgevoelig object. De Wet geluidhinder maakt namelijk geen onderscheid tussen een bedrijfswoning of burgerwoning wat betreft wegverkeerslawaai. Voor de Wet geluidhinder is dus sprake van een bestaande woning en is dus geen sprake van toevoeging van een geluidsgevoelig object. De woonfunctie noch vorm van het gebouw veranderen. De woning kan daarom akoestisch buiten beschouwing worden gelaten. Conclusie Het aspect geluid levert geen belemmeringen op voor het bestemmingsplan.
4.8
Bedrijven- en milieuzonering
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de ruimtelijk-functionele afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en hindergevoelige functies (waaronder woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst in de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) uit 2009. Een richtafstand wordt beschouwd als de minimale afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten (betreffende geluid, geur, stof en gevaar) redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De genoemde afstanden in de VNG-publicatie zijn richtinggevend, maar met een goede motivering kan en mag hiervan worden afgeweken. In de publicatie worden twee omgevingstypen onderscheiden, te weten een rustige woonwijk/buitengebied en gemengd gebied. In een rustige woonwijk dan wel het buitengebied is sprake van functiescheiding. Dit houdt in dat hinderveroorzakende en hindergevoelige functies niet direct naast elkaar voorkomen. In geval van een gemengd gebied, waar sprake is van functiemenging, kan echter worden gewerkt met een verkleinde richtafstand waarbij dat wel het geval is. Rondom het plangebied ligt grotendeels natuur en aan de overzijde van de weg is eveneens de bestemming 'Recreatie' van kracht. Zoals aangegeven zijn de recreatiewoningen geen geluidsgevoelige objecten.
Daarnaast geldt voor de voormalige bedrijfswoning dat er milieutechnisch geen sprake is van een nieuwe situatie. Voor recreatieterreinen wordt milieucategorie 3.1 met een minimale aan te houden afstandsmaat van 50 m door de VNG aanbevolen (SBI-code 553: Kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken)). Het plangebied heeft nu al de bestemming 'Recreatie' en ligt daarnaast op meer dan 50 m afstand van de bestaande woonwijken aan de noord-oostkant van het plangebied. Aan de zuidkant ligt een woonbestemming op een kortere afstand, ook hier geldt dat er sprake is van een bestaande situatie omdat de huidige camping in dezelfde milieucategorie valt. Conclusie Ten aanzien van het aspect bedrijfshinder is geen sprake van een nieuwe situatie en daarmee geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingswijziging.
4.9
Luchtkwaliteit
In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2 ), fijn stof (PM1 0) en zeer fijn stof (PM2,5) van belang. Grenswaarden ten aanzien van de jaargemiddelde concentratie betreffen 40 µg/m³ voor zowel NO2 als PM1 0 en 25 µg/m³ voor PM2,5. Projecten met een invloed van 'Niet In Betekenende Mate' (NIBM) op de luchtkwaliteit zijn verder vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Dit geldt op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) onder meer voor projecten die minder dan 3% van de (toekomstige) grenswaarde voor NO2 of PM1 0 bijdragen, wat overeenkomt met 1,2 µg/m³.
37
bestemmingsplan Donkere Duinen Jan Verfailleweg 2023
PM1 0 en PM2,5 zijn sterk gerelateerd, aangezien PM2,5 onderdeel uitmaakt van de emissie van PM1 0. Als aan PM1 0 wordt voldaan, mag daarom worden aangenomen dat ook de grenswaarde van PM2,5 niet wordt overschreden. Met behulp van de NIBM-Tool is gekeken of er inderdaad sprake is van een NIBM-project. Hierbij is gebruik gemaakt van de NIBM-Tool 2021. Er is uitgegaan van een worst-case scenario waarbij alleen is gerekend met de toekomstige verkeersgeneratie van het recreatiepark zonder aftrek van de verkeersgeneratie van de bestaande camping. Uit onderstaande berekening blijkt dat de bijdrage van het extra verkeer van niet betekende mate is.
Figuur 13. Tabel Luchtkwaliteit Conclusie Op grond van voorgaande kan worden geconcludeerd dat luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen van dit bestemmingsplan.
4.10
Verkeer en parkeren
Verkeer In de huidige situatie is er al sprake van een verkeersaantrekkende werking. De camping had de afgelopen jaren het volgende aantal bezoekers / gebruikers: 2019 2020 2021
11.764 9.146 8.873
Hierbij kan redelijkerwijs uitgegaan worden van twee verkeersbewegingen licht verkeer per overnachting. Dit levert gemiddeld genomen 19.855 verkeersbewegingen per jaar op. Omdat de camping maar een beperkt aantal maanden (van mei t/m augustus) per jaar open is ligt de piek van deze verkeersbewegingen in de zomer. Als het aantal verkeersbewegingen per jaar wordt gedeeld door 123 dagen (vier maanden) levert dit 161 verkeersbewegingen per etmaal op. In de nieuwe situatie zal er sprake zijn van 35 recreatiewoningen. Deze generen naar verwachting 147 verkeersbewegingen per etmaal. Het park zal voor 60% van de tijd bezet zijn. Per etmaal moet in dat geval rekening worden gehouden met, naar boven afgerond, 89 verkeersbewegingen per etmaal. Dit is een
38
bestemmingsplan Donkere Duinen Jan Verfailleweg 2023
afname ten opzichte van de huidige situatie. Het totaal aantal verkeersbewegingen per jaar zal toenemen, echter dit verspreidt zich over het gehele jaar. Parkeren In het paraplubestemmingsplan 'Parkeren 2021' wordt voor het parkeerbeleid van de gemeente verwezen naar het parkeerbeleid, zoals dat is vastgelegd in de Nota parkeernormen Den Helder. In de Nota parkeernormen zijn parkeernormen opgenomen voor nieuwe situaties - nieuwbouw, verbouw of functiewijziging - om te bepalen of sprake is van voldoende parkeergelegenheid. Een parkeernorm is het aantal parkeerplaatsen dat de ontwikkelaar bij een verbouw- of bouwproject, waarvoor een omgevingsvergunning is vereist, (op eigen terrein) moet realiseren, om bewoners of gebruikers voldoende parkeerruimte te bieden. Voor elk type ontwikkeling geldt een andere norm. Op basis van de parkeernorm wordt de parkeereis berekend: het exacte aantal aan te leggen parkeerplaatsen bij een ontwikkeling. Het uitgangspunt is dat parkeren op het eigen terrein wordt opgelost. In de nota is sprake van zowel groepsaccommodaties als bungalowpark. Gelet op de aard van het project ligt het voor de hand om aan te sluiten bij de parkeernormen voor bungalowpark. Deze is 1,5. In het ontwerp van het recreatiepark is voor parkeren uitgegaan van het volgende: 8 persoons recreatiewoning: 2 parkeerplekken; 10 stuks is in totaal 20 parkeerplaatsen.
10 persoons recreatiewoning: 3 parkeerplekken; 15 stuks is in totaal 45 parkeerplaatsen. 12 persoons recreatiewoning: 4 parkeerplekken; 10 stuks is in totaal 40 parkeerplekken. De parkeerplekken worden zo dicht mogelijk bij de recreatiewoning en verlaagd ten opzichte van het maaiveld gerealiseerd. In totaal 105 parkeerplaatsen met een gemiddelde parkeernorm van 3 parkeerplaatsen per recreatiewoning. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren levert geen belemmering op voor het bestemmingsplan.
4.11
Duurzaamheid
Met de Structuurvisie Den Helder 2025 wordt beoogd sturing te geven aan, en samenhang aan te brengen in, de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen in de periode tot 2025. De visie van de gemeente met betrekking tot duurzaamheid voor nieuwbouw is dat ingezet wordt op duurzaam bouwen door de best beproefde technieken op het gebied van materiaalgebruik en duurzame energievoorziening op grote schaal toe te passen. Het onderhavige project sluit aan op deze doelstelling door maximaal in te zetten op het gebruik van energiebesparende technieken en de inzet van toekomstbestendige middelen. Dit ziet onder meer op het realiseren van hoge isolatiewaarden van de recreatiewoningen (BENG), het gebruik van duurzame bouwmaterialen en de toepassing van grijs water voor toiletspoeling. Daarnaast zullen de woningen worden voorzien van zonnepanelen voor de opwekking van de energiebehoefte. Duurzaamheid heeft tevens betrekking op de mate waarin de nieuwe ontwikkeling zich verhoudt tot de bestaande waarden, waaronder natuur, landschap en ecologie. De opzet van het project is om recreatie te laten fungeren als 'gast' in het projectgebied. Dit betekent een zekere ondergeschiktheid ten opzichte van de omgeving. Het Beeldkwaliteitplan brengt dit streven in woord en beeld tot uitdrukking.
Heel praktisch wordt de positie van recreatie als 'gast' in het gebied vormgegeven door een daadwerkelijke natuur-inclusieve aanpak van het ontwerp, de inrichting, het beheer en gebruik van het terrein. Daartoe wordt een externe ecoloog ingeschakeld die bij elk van de genoemde fasen van het project wordt betrokken. De ecoloog wordt geraadpleegd voor het creëren van optimale nestgelegenheden voor vogels en insecten in de buitenruimte, zowel ontwerpend, technisch als begeleidend. De ecoloog richt zich met betrekking tot de
39
bestemmingsplan Donkere Duinen Jan Verfailleweg 2023
recreatiewoningen in ieder geval op de volgende doelen: nestkastvoorzieningen voor o.a. gierzwaluwen en vleermuizen; groene erfafscheidingen voor een zachte overgang van privé naar openbaar; begroeiing van pergola's voor een natuurlijke zonwering; toepassing van insectenvriendelijk bouwmateriaal (bijv. Bee-bricks). Wat betreft het landschap richt de ecoloog zich – niet uitputtend - op: k. l. m. n. o. p. q. r.
aanleg van een struinpad als vergroende ader door het boslandschap; het aanbrengen van een hoge diversiteit aan flora op de hellingen; aanleg van fruitbomen en -heesters; een vogelbosje; diverse onderbegroeiingen ter bevordering van de biodiversiteit; toepassing van inheemse beplantingssortimenten; aanleg van natuurvriendelijke oevers; CO² opslag in solitaire bomen.
De hier opgesomde natuurinclusieve maatregelen worden juridisch geborgd via de anterieure overeenkomst. Conclusie Het project is in overeenstemming met de duurzaamheidsambities van de gemeente.
4.12
M.e.r.-verantwoording
Een plan-m.e.r. is een in de Wet milieubeheer (Wm) vastgelegde procedure waarmee voor de m.e.r.-(beoordelings)plichtige onderdelen van een ruimtelijk plan de milieugevolgen op basis van een zekere bandbreedte worden beoordeeld. Op die manier krijgt milieu een volwaardige rol in de afweging van belangen. De drempelwaarden waarbij deze verplichting aan de orde is, zijn vastgelegd in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Onderzoek Op het planvoornemen is de drempelwaarde voor stedelijke ontwikkeling, D11.2 uit de D-lijst van het Besluit m.e.r., van toepassing.
D.11.2
Activiteiten
Gevallen
Besluit
De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 ha of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.
De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening --> het bestemmingsplan
Figuur 14. Onderdeel D (categorie D. 11.2) van bijlage II van het Besluit m.e.r. De drempelwaarde wordt met de ontwikkeling uit dit bestemmingsplan niet overschreden. Conform het gewijzigde Besluit m.e.r. dient voor activiteiten die wel in de D-lijst zijn opgenomen, maar niet aan de daar genoemde drempelwaarden voldoen, een toets aan 'Bijlage III van de Europese richtlijn milieubeoordeling projecten' te worden uitgevoerd, een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Aard, omvang en ligging zijn begrippen die bij deze beoordeling centraal staan. In onderstaande tabel worden de mogelijke milieueffecten behandeld. Eerst wordt een beschrijving
40
bestemmingsplan Donkere Duinen Jan Verfailleweg 2023
gegeven van de kenmerken van de activiteit en de plaats van de activiteit. Vervolgens wordt ingegaan op de kenmerken van de gevolgen van de activiteit. Hierbij wordt gekeken of er mogelijk (belangrijke) nadelige milieugevolgen ontstaan en of er mitigerende maatregelen kunnen worden genomen om eventueel het milieueffect te verminderen of teniet te doen. Criteria
Beschrijving van mogelijke effecten
Hoofdthema 1: Kenmerken van het project De omvang van het project.
De cumulatie projecten. Gebruik van hulpbronnen.
met
Het plangebied is circa 5,5 ha groot en voorziet in de bouw 35 recreatiewoningen op een bestaand kampeerterrein. Het project blijft ver onder de drempelwaarde van 100 ha en 2.000 woningen. andere In de directe omgeving zijn geen andere ontwikkelingen voorzien. Er is in die zin dan ook geen sprake van cumulatie van effecten met andere projecten.
natuurlijke Voor de bouw worden reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal (beton, hout, grond).
De productie van afvalstoffen.
Enkel relevant tijdens de bouw
Verontreiniging en hinder.
Tijdens de aanlegfase is er mogelijk sprake van tijdelijke hinder als gevolg van bouwverkeer en bouw- en sloopwerkzaamheden. Significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn echter niet aan de orde, hetgeen blijkt uit de natuurtoets en de uitgevoerde AERIUS-berekening. Gebruiksfase: er vindt toename van verkeer als gevolg van het planvoornemen met consequenties voor geluid en luchtkwaliteit in de directe omgeving van de planlocatie plaats maar dit leidt, gelet op de afstand tot omliggende functies, niet tot relevante milieueffecten. Gelet op de omvang van het plan draagt het planvoornemen namelijk slechts in 'niet in betekenende mate' bij aan de luchtkwaliteit. Een eventuele toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied als gevolg van het planvoornemen is middels een AERIUS-berekening in beeld gebracht. Hieruit komt naar voren dat significant negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. De milieueffecten die vanuit de omgeving op het plangebied optreden (zoals geluidhinder vanwege wegverkeerslawaai en functies in de directe omgeving) zijn bestudeerd. Schadelijke effecten hiervan worden voorkomen door rekening te houden met geldende richtafstanden bij het opstellen van het planontwerp en het toekennen van een hogere geluidswaarde voor een deel van de woningen.
Met betrekking tot het aspect bodem en niet gesprongen explosieven zijn er geen belemmeringen aan de orde. Ten aanzien van de toekomstige gebruiksfase kan op basis van de overige uitgevoerde omgevingsonderzoeken worden geconcludeerd dat er geen onevenredige verontreiniging en hinder zullen optreden. Zie voorgaande paragrafen in dit hoofdstuk.
41
bestemmingsplan Donkere Duinen Jan Verfailleweg 2023
Het risico van zware ongevallen Binnen en nabij het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen en/of rampen, waaronder rampen gelegen waarvan een plaatsgebonden risicocontour of invloedsgebied door klimaatverandering. van het groepsrisico over het plangebied gesitueerd is. Daarnaast is in de nabijheid geen sprake van transportroutes met vervoer van gevaarlijke stoffen die van invloed zijn op het plangebied. De meest nabijgelegen risicobronnen op ruime afstand en zijn daarmee niet van invloed op de planlocatie. Met het planvoornemen worden voorts geen risicovolle inrichtingen mogelijk gemaakt. Risico's voor gezondheid.
de
menselijke Het planvoornemen maakt geen ruimtelijke ontwikkeling mogelijk met effecten op de volksgezondheid (zoals hinderveroorzakende objecten/activiteiten).
Hoofdthema 2: Plaats van het project Het bestaande grondgebruik
Het plangebied bestaat uit hoofdzakelijk onbebouwd gebied en heeft hierin de bestemming Recreatie- 1.
Relatieve rijkdom aan en de Door middel van flora- en faunaonderzoek is beoordeeld of sprake is kwaliteit en het van beschermde natuurwaarden in het plangebied. Met inachtneming regeneratievermogen van de van de zorgplicht kan het plan worden uitgevoerd zonder significant natuurlijke hulpbronnen van het negatieve effecten op de flora en fauna. Het plangebied heeft door het gebied. huidige gebruik geen hoge ecologische waarde. Geconstateerd kan worden dat gebieden met (hogere) natuurwaarden door het planvoornemen niet negatief zullen worden beïnvloed. Er bestaat namelijk geen directe ecologische relatie tussen de planlocatie, aard van het plan (bouwvoornemen met uitsluitend lokale effecten) en de soorten- en gebiedsbescherming van Natura 2000-gebieden in de regio. Het opnamevermogen van het Het planvoornemen leidt niet tot significant negatieve effecten op natuurlijke milieu, met in het bijvoorbeeld Natura 2000-gebieden, het NNN of bijzonder aandacht voor gevoelige weidevogelleefgebied. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat er voor gebieden. wat betreft archeologie geen belemmeringen zullen ontstaan. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt zijn voorts geen negatieve effecten te verwachten. Hoofdthema 3: Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (geografische De potentiële negatieve effecten zijn beperkt en uitsluitend lokaal van zone en grootte van de getroffen aard.
Daarnaast is een tijdelijk effect gedurende de aanlegfase bevolking) mogelijk. Gelet op de aard van de omgeving, waarbij gevoelige woongebieden niet binnen het bereik van de potentiële effecten gelegen zijn, is het bereik van het potentiële effect zeer beperkt te noemen. Het grensoverschrijdende karakter Geen van het effect. De intensiteit en de complexiteit De potentieel aanzienlijke effecten op de directe woon- en van het effect. leefomgeving wijzigen niet significant als gevolg van de ontwikkeling van het plangebied. Het effect is beperkt tot het plangebied en nabije omgeving. De relevante milieuaspecten zijn onderzocht waaruit geen redenen blijken om aan te nemen dat sprake is van onoverkomelijke belemmeringen voor planontwikkeling op deze planlocatie. De waarschijnlijkheid effect.
van
het Van onevenredige negatieve effecten voor de omgeving is geen sprake
Duur, frequentie en de De bouwfase levert tijdelijke effecten op. Na de bouwfase verdwijnen omkeerbaarheid van het effect deze effecten. In de gebruiksfase treedt een permanent effect op ten aanzien van verkeer en luchtkwaliteit. De effecten van verkeer op de luchtkwaliteit en geluid zijn beperkt.
42
bestemmingsplan Donkere Duinen Jan Verfailleweg 2023
Conclusie Gezien de te verwachten effecten kan worden geconcludeerd dat het gezien de aard van de activiteit en de zorgvuldigheid waarmee het plan kan worden ingepast en gerealiseerd, uitgesloten is dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen met zich mee zal brengen voor het milieu. Omdat er geen sprake is van relevante effecten, zijn er geen redenen gezien die het doorlopen van een m.e.r.- procedure zinvol maken. Nadere analyse in een MER/m.e.r.-beoordeling is niet noodzakelijk. B en W hebben hiertoe een separaat besluit genomen.
43
bestemmingsplan Donkere Duinen Jan Verfailleweg 2023
44
bestemmingsplan Donkere Duinen Jan Verfailleweg 2023
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische vormgeving
Toelichting op het juridische systeem
Het bestemmingsplan bestaat uit de regels en een verbeelding met daarbij een toelichting. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen over de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels doordat het de bestemmingen visualiseert. Op de elektronische verbeelding en de analoge weergave hiervan worden de bestemmingen weergegeven, met daarbij harde randvoorwaarden. De elektronische verbeelding vormt samen met de regels het voor burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking en maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan. Wel heeft de toelichting een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.
5.2
Regels
5.2.1
Algemeen
Het bestemmingsplan bestaat uit de regels en een verbeelding met daarbij een toelichting. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen over de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de voorschriften evenals de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de elektronische verbeelding en de analoge weergave hiervan worden de bestemmingen weergegeven, met daarbij harde randvoorwaarden. De elektronische verbeelding vormt samen met de regels het burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking en maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan. Wel heeft de toelichting een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. 5.2.2
Gehanteerde bestemmingen
Het bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen en dubbelbestemming: 1. 2. 3.
Recreatie - Verblijfsrecreatie. Wonen. Waarde-archeologie.
1.
Recreatie - Verblijfsrecreatie De bestemming ‘Recreatie - Verblijfsrecreatie ’ is gelegen op permanente recreatieverblijven in de vorm van recreatiewoningen, waarvan de gronden of bijbehorende infra niet in het bezit is van de gemeente. Het betreft hier private parken waar parkmanagement aanwezig is. Deze parken zijn voorzien van een maximaal aantal verblijfseenheden en in de regels zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van de afmetingen van de verblijfseenheden.
2.
Wonen De bestemming wonen is opgenomen ten behoeve van de omzetting van de huidige bedrijfswoning naar een reguliere burgerwoning.
3.
Waarde-Archeologie De dubbelbestemming Waarde-Archeologie is opgenomen om bescherming te bieden aan de (potentiële) bodemschatten.
45
bestemmingsplan Donkere Duinen Jan Verfailleweg 2023
46
bestemmingsplan Donkere Duinen Jan Verfailleweg 2023
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
Als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening dient er in het kader van het bestemmingsplan een onderzoek te worden gedaan naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
6.1
Economische uitvoerbaarheid
De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten, wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan. Deze verplichting is niet aan de orde indien anderszins in het verhalen van de kosten is voorzien. Daarvan is sprake. Met de grondeigenaar is een anterieure overeenkomst gesloten die voorziet in het vergoeden van door de gemeente te maken kosten.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het voorontwerp van het bestemmingsplan "Donkere Duinen Jan Verfailleweg" heeft op grond van de gemeentelijke inspraakverordening vanaf 24 oktober 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Het plan lag in analoge (papieren) vorm ter inzage bij het Klantcontactcentrum in het stadhuis aan de Kerkgracht 1 te Den Helder. Het plan was in digitale vorm (PDF formaat) te raadplegen via de gemeentelijke website en daarnaast via RO-online. Tijdens deze termijn kon een ieder schriftelijk dan wel mondeling inspraakreacties naar voren brengen. Gelijktijdig met deze inspraakprocedure is de wettelijk voorgeschreven vooroverlegprocedure gevoerd met diensten en instanties, welke een belang bij het plan hebben. In dit kader is het voorontwerp aan diverse partners toegezonden met verzoek om advies. Het ontwerp bestemmingsplan met bijbehorende stukken heeft vanaf 14 december 2023 tot en met 25 januari 2024 in ontwerp ter inzage gelegen. Tegelijkertijd is inspraak opengesteld over de wijziging van het beeldkwaliteitsplan als onderdeel van de welstandsnota. Er bestaat daarnaast aanleiding om ambtshalve enkele aanvullingen, dan wel correcties in de diverse planonderdelen door te voeren. Deze behelzen het volgende: Planregels Artikel 1.35 orientatiepunt is toegevoegd: 1.35
orientatiepunt
een bouwkundig ondergeschikt dakelement op een recreatiewoning, met een lengte van maximaal 1 meter, een breedte van maximaal 3 meter en een hoogte van maximaal 0,5 meter ten opzichte van de maximaal toegelaten bouwhoogte; Artikel 3.1. lid a. De term 'nokhoogte' is verwijderd. Artikel 4.2.2. lid c komt te luiden als volgt: c. de maximale goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan in tabel 3.3 staat aangegeven, met dien verstande dat per recreatiewoning ten hoogste één orientatiepunt is toegelaten; Artikel 4.6 lid b. komt te luiden als volgt, waarbij de vetgedrukte passage is toegevoegd: In afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt, alsmede bouwwerken worden gebouwd, onder de voorwaarde dat
47
bestemmingsplan Donkere Duinen Jan Verfailleweg 2023
binnen 24 maanden na het tijdstip van onherroepelijk worden van het bestemmingsplan uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van een terreininrichting die voldoet aan de randvoorwaarden van zowel het 'Inrichtingsplan d.d. 6 september 2023', zoals dit als Bijlage 1 deel uitmaakt van deze regels, als het 'Beplantingsplan d.d. 31 mei 2023', zoals dit als Bijlage 2 deel uitmaakt van deze regels en met dien verstande dat de recreatiewoningen niet in gebruik mogen worden genomen voordat het 'Beplantingsplan d.d. 31 mei 2023', zoals dit als Bijlage 2 deel uitmaakt van deze regels, volledig is uitgevoerd. Het in meervoud gestelde 'Beroepen aan huis' is aangepast naar het enkelvoudig 'Aan huis verbonden beroep'. Op het perceel in eigendom van Liander en die is voorzien van de bestemming 'Recreatie Verblijfsrecreatie', is de functie-aanduiding 'nutsvoorziening' toegevoegd. Aan artikel 5.1, de bestemmingsomschrijving van 'Wonen' is de verwoording van 'bedrijf aan huis' in overeenstemming gebracht met hetgeen in de begrippen is opgenomen onder Artikel 1.3 'aan huis verbonden beroep'. De bijlage Beplantingsplan is aangepast zodat deze in overeenstemming is met het inrichtingsplan. De ligging van de takkenril is opgenomen, evenals de minimale hoogte, het sortiment bomen en het aantal bomen en struiken per soort.
Verbeelding Op het perceel in eigendom van Liandr en die is voorzien van de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie', is de functie-aanduiding 'nutsvoorziening' toegevoegd. Plantoelichting Paragraaf 1.2 Kaartje NNN en Landelijk Gebied is toegevoegd. Paragraaf 2.3 Figuur 5 is aangepast aan het gewijzigde Beplantingsplan. Paragraaf 2.3 Uiteenzetting wildwal is toegevoegd. Paragraaf 3.1.3 Het behoefteonderzoek is geactualiseerd. De actualisatie is als bijlage toegevoegd. Paragraaf 3.4.5 Uiteenzetting gemeentelijk parkeerbeleid voor recreatief parkeren is toegevoegd. De bijlage Aerius berekening is aangepast. Gerekend is met een aandeel verkeer vanuit de zuidzijde van 10%. De bijlagen zijn, waar nodig, ontdaan van de term 'concept'.
48