CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Donkere Duinen Jan Verfailleweg 2023_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 8 Natuurt.pdf

Raadscommissie Stadsontwikkeling en Beheer 27 mei 2024, gemeente Den HelderBij agendapunt: 5: Voorstel tot het vaststellen van het ontwerpbestemmingsplan Donkere Duinen Jan Verfailleweg 2023.7.418 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

N atu u rt o et s en a an vu ll en d ec o l og is ch on d erz oek - ca m p in g D e D on k er e Du in en , D en H eld er

D EF IN I TI EF

N atu u rt o et s en a an vu ll en d ec o l og is ch on d erz oek - ca m p in g D e D on k er e Du in en , D en H eld er

D EF IN I TI EF

Bijlagen: Inrichtingsplan

30 augustus 2023 Projectnummer P002238

Inhoudsopgave 1

2

Inleiding

4

1.1

Verkennend veldonderzoek

4

1.2

Beschrijving plangebied

4

1.3

Plannen

5

Soortenbescherming

7

2.1

Vaatplanten

7

2.1.1

Inventarisatie

7

2.1.2

Toetsing

7

2.2

2.3

2.4

2.5

2.6

3

4

5

Vleermuizen

8

2.2.1

Inventarisatie

8

2.2.2

Nader onderzoek vleermuizen

8

2.2.3

Toetsing

11

Vogels

12

2.3.1

Inventarisatie

12

2.3.2

Toetsing

12

Grondgebonden zoogdieren

13

2.4.1

Inventarisatie

13

2.4.2

Nader onderzoek kleine marterachtigen

13

2.4.3

Toetsing

15

Amfibieën

16

2.5.1

Inventarisatie

16

2.5.2

Nader onderzoek rugstreeppad

16

2.5.3

Toetsing

17

Overige soortengroepen

18

2.6.1

Inventarisatie

18

2.6.2

Toetsing

18

Gebiedsbescherming

19

3.1

Inventarisatie

19

3.2

Toetsing

19

3.2.1

Natura 2000

19

3.2.2

NNN en Bijzonder provinciaal landschap

23

3.2.3

Effectbeoordeling in relatie tot het tapuitenconvenant

24

Beschermde houtopstanden

25

4.1

25

Inventarisatie en conclusie

Conclusie

Natuurtoets en aanvullend onderzoek Donkere Duinen - 30 augustus 2023

26

6

Bijlage 1. Effectenindicator Natura 2000

Natuurtoets en aanvullend onderzoek Donkere Duinen - 30 augustus 2023

27

1

Inleiding De initiatiefnemer is voornemens een recreatiepark te realiseren ter plaatse van de voormalige camping De Donkere Duinen aan de Jan Verfailleweg 616 te Den Helder. Er is ruimte voor circa 35 recreatiewoningen. Hiervoor wordt een ruimtelijke procedure doorlopen. Om de uitvoerbaarheid van het plan te toetsen, is in een eerder stadium van het plan (zomer 2020) een verkennend veldonderzoek uitgevoerd. Hieruit werd geconcludeerd dat aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb)1 noodzakelijk was. Dit is in de nazomer van 2020 opgestart en in de zomer van 2021 afgerond. In voorliggende rapportage worden zowel het verkennend onderzoek als de resultaten van het aanvullend onderzoek beschreven. In begin augustus 2023 is op aantal punten deze rapportage verduidelijkt.

1.1

Verkennend veldonderzoek

Op 21 juli 2020 is een veldbezoek uitgevoerd door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs en tevens is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)2 geraadpleegd. De weersomstandigheden waren: licht bewolkt en droog, bij een zwakke tot matige wind en circa 20°C. Daarnaast is het plangebied op 9 december 2020 opnieuw bezocht, ditmaal terwijl het blad van de bomen was. Hierbij is met name gelet op jaarrond beschermde nesten en bomen met holtes.

1.2

Beschrijving plangebied

Het plangebied heeft betrekking op camping De Donkere Duinen aan de Jan Verfailleweg 616 te Den Helder (zie figuur 1). Het terrein wordt aan de oostzijde begrensd door de Jan Verfailleweg. Aan de overige zijden grenst de camping aan het duingebied met aan de zuidkant duinbos en aan de west- en noordkant duingraslanden met enkele waterplassen. Het terrein zelf bestaat uit kort gemaaide graslanden met daartussen brede houtsingels en paden. Op het terrein zijn twee sanitairgebouwen aanwezig die zijn opgetrokken uit muren van bakstenen en houten gevelbetimmering en een zadeldak van metalen damwandplaten. Bij de ingang van de camping zijn tevens een parkeerplaats en een aantal door vegetatie half-overgroeide schuurtjes die zijn opgetrokken uit muren van bakstenen en hout en een dak van golfplaten aanwezig. Op het terrein is een voormalig zwembad aanwezig wat half is dichtgegooid met grote stenen en wat overgroeid is geraakt met wilgenstruweel. De oevers zijn steil en betegeld. Ander oppervlaktewater ontbreekt in het plangebied.

1

De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden.

2

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd.

Natuurtoets en aanvullend onderzoek Donkere Duinen - 30 augustus 2023

4

In de jaren 2019 tot en met 2021 was sprake van een gemiddeld bezoekersaantal van 9.928 personen per jaar. De camping heeft circa 220 plekken. Bij een gemiddelde bezetting van 2,1 bezoekers per plek zal sprake zijn van circa 462 bezoekers per dag. Op piekdagen kan dit aantal nog wat hoger zijn.

Figuur 1. Plangebied, bron: Schetsontwerp Villapark De Donkere Duinen (20 oktober 2020)

1.3

Plannen

De plannen bestaan uit de realisatie van circa 35 vakantiewoningen. Bestaande groenstructuren worden hierbij grotendeels behouden en door het toevoegen van bomen en struiken versterkt tot bosachtige zones. Twee toiletgebouwtjes en schuren worden gesloopt. De twee sanitairgebouwen, de vervallen schuurtjes en het voormalige zwembad worden verwijderd. Verder

wordt de

graslandvegetatie plaatselijk verwijderd en grond vergraven. De nabijgelegen beheerderswoning maakt geen onderdeel uit van dit plan. Het plan maakt tien woningen met acht bedden, 15 woningen met tien bedden en tien woningen met 12 bedden mogelijk. Daarmee is in totaal sprake van 350 bedden. De verwachting is dat de bezetting van de bedden gemiddeld 60% zal zijn op jaarbasis. Dit betekent in totaal circa 76.650 bezoekers per jaar. Op een piekmoment kan sprake zijn van 350 gasten per dag.

Natuurtoets en aanvullend onderzoek Donkere Duinen - 30 augustus 2023

5

Foto’s 1 t/m 6. Impressie van het plangebied op 21 juli 2020

Natuurtoets en aanvullend onderzoek Donkere Duinen - 30 augustus 2023

6

2

Soortenbescherming Onderdeel van de Wet natuurbescherming is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreft: -

alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (artikelen 3.1-3.4 Wnb);

-

dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikelen 3.5-3.9 Wnb);

-

nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (artikelen 3.103.11 Wnb).

Van deze laatstgenoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde ‘lijst met vrijstellingen’ opstellen (artikel 3.11 Wnb). Voor de soorten op deze lijst geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling van de verboden genoemd in artikel 3.10 eerste lid Wnb. Uit het raadplegen van de Nationale Databank Flora en Fauna blijkt dat binnen een straal van 1 km rond het plangebied een groot aantal beschermde diersoorten bekend zijn (NDFF, 11 augustus 2020 15:30:22 uur). Veel van deze soorten komen voor in de nabijgelegen duingebieden. In navolgende beschrijving worden de relevante soorten besproken en de resultaten van het nader onderzoek beschreven.

2.1

Vaatplanten

2.1.1 Inventarisatie De vegetatie in het plangebied bestaat voornamelijk uit grasland op een zandige bodem met onder andere kleine leeuwentand, struisgras, smalle weegbree, hertshoornweegbree, duizendblad en gewone reigersbek. De opgaande beplanting bestaat voornamelijk uit elzensingels, maar plaatselijk zijn andere bomen en struiken aanwezig, waaronder iep, populier, hazelaar, meidoorn, wilg en Amerikaanse vogelkers. In de ondergroei groeien soorten als grote brandnetel en hop. De waargenomen soorten duiden op relatief voedselrijke omstandigheden. Beschermde plantensoorten zijn tijdens het veldbezoek in 2020 niet aangetroffen. De uit de omgeving bekende grote leeuwenklauw (NDFF) is aangewezen op zandige akkergebieden en andere plaatsen met een verstoorde, niet te voedselrijke grond. In augustus 2023 is door de ODNHN aangegeven dat er een groeiplek van grote leeuwenklauw op de camping aanwezig zou zijn. Andere beschermde plantensoorten worden niet verwacht vanwege de inrichting en voedselrijkdom van het campingterrein. 2.1.2 Toetsing Negatieve effecten op grote leeuwenklauw kunnen nog niet worden uitgesloten bij de uitvoering van het plan.

Natuurtoets en aanvullend onderzoek Donkere Duinen - 30 augustus 2023

7

2.2

Vleermuizen

2.2.1 Inventarisatie In de twee sanitairgebouwen zijn tijdens het verkennend veldbezoek potentiële invliegopeningen voor vleermuizen aanwezig in de vorm van open stootvoegen en spleten bij de dakrand. In de half overgroeide schuurtjes nabij de ingang zijn geen voor vleermuizen geschikte verblijfplaatsen aanwezig vanwege de bouwmaterialen, het ontbreken van invliegopeningen, dan wel het ontbreken van een vrije aan- en uitvliegroute. In verschillende bomen op het terrein zijn holtes aanwezig die potentieel geschikt zijn als vleermuisverblijfplaats. Ook verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen konden niet op voorhand worden uitgesloten. Te verwachten zijn soorten als gewone en ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis. Het plangebied vormt ook geschikt foerageergebied voor vleermuizen. Tevens kunnen de langere elzensingels onderdeel vormen van een vliegroute van vleermuizen. Deze structuren blijven behouden, er wordt alleen op sommige plekken ondergroei verwijderd. De structuur als vliegroute blijft hierbij in stand. Bomen met holtes blijven hierbij behouden. Er is daarom geen nader onderzoek uitgevoerd naar verblijfplaatsen en vliegroutes van vleermuizen in de bomen. Wel is nader onderzoek uitgevoerd naar verblijfplaatsen in de sanitairgebouwen. Dit nader onderzoek is beschreven in paragraaf 2.2.2.

2.2.2 Nader onderzoek vleermuizen METHODE Het vleermuizenonderzoek is uitgevoerd op basis van het Vleermuisprotocol 20203. In de periode half augustus - begin oktober 2020 zijn twee inventarisaties (avondbezoeken) uitgevoerd, gericht op de aanwezigheid van paar- en zomerverblijven. In de periode half mei - half juli 2021 zijn drie inventarisaties uitgevoerd (twee avondbezoeken en één ochtendbezoek), specifiek gericht op de aanwezigheid van kraam- en zomerverblijven. Beide gebouwen worden aan meerdere zijden omgeven door houtsingels, waardoor slechts aan een paar zijden geschikte uitvliegruimte aanwezig is. Per gebouw daardoor één onderzoeker ingezet. Bij het onderzoek is gebruikgemaakt van Pettersson D240x batdetector. Met een opnameapparaat zijn nodige geluidsopnamen gemaakt die later zijn geanalyseerd. De omstandigheden tijdens de vleermuizeninventarisaties zijn beschreven in tabel 1.

3

http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol.

Natuurtoets en aanvullend onderzoek Donkere Duinen - 30 augustus 2023

8

Tabel 1. Omstandigheden tijdens de vleermuizeninventarisaties

Datum

Tijdsduur

Weer

Temperatuur

04-09-2020

21.20-23.30 uur

Bewolkt, droog, wind 3-4 Bft

17°C

24-09-2020

20.50-22.50 uur

Bewolkt, droog, wind 3 Btf

12°C

17-05-2021

21.30-23.40 uur

Licht bewolkt, droog wind 2-3 Btf

10°C

10-06-2021

03.15-05.15 uur

Helder, droog, wind 0-1 Bft

14°C

29-06- 2021

22.00-01.10 uur

Bewolkt, droog, wind 2 Bft

15°C

RESULTATEN PAARPERIODE Rond beide gebouwen zijn gedurende het veldbezoek van 4 september 2020 enkele passerende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Geen van alle hadden binding met het gebouw en lieten geen werfroep horen. Op het kampeerveld aan de noordoostzijde van het oostelijk gelegen sanitairgebouw waren twee gewone dwergvleermuizen enige tijd (circa 22.00–22.50 uur) aan het foerageren. Langs het pad ten westen van de betreffende locatie was eveneens enige tijd een foeragerende gewone dwergvleermuis aanwezig, welke zo nu en dan een werfroep liet horen. Echter vertoonde deze geen binding met het betreffende sanitairgebouw(en). Ook elders op het campingterrein zijn er verspreid enkele foeragerende, dan wel passerende gewone dwergvleermuizen waargenomen en is éénmaal een korte waarneming van ruige dwergvleermuis vastgesteld. Andere soorten vleermuizen zijn niet waargenomen op het terrein. Tijdens het tweede veldbezoek is op de camping een vergelijkbaar beeld van de activiteiten van vleermuizen waargenomen als op 4 september. Bij het oostelijke sanitairgebouw zijn twee passerende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Boven het kampeerveld ten westen van dit gebouw was kortstondig (21.40–21.52 uur) een foeragerende gewone dwergvleermuis aanwezig.

Aan het westelijk gelegen sanitairgebouw is éénmaal een passerende gewone dwergvleermuis waargenomen en éénmaal een passerende ruige dwergvleermuis ten zuiden van het betreffende gebouw. Verder waren verspreid over het kampeerterrein enkele passerende/foeragerende gewone dwergvleermuizen aanwezig. Baltsende dieren of andere soorten vleermuizen zijn gedurende het veldonderzoek niet waargenomen op de camping. RESULTATEN KRAAMPERIODE De eerste vleermuis op de avond van 17 mei 2021 betrof een gewone dwergvleermuis. Deze passeerde om 22.06 uur over het meest noordwestelijke kampeerveld (ten noorden van het westelijke sanitairgebouw). Na 22.13 uur volgden nog zes gewone dwergvleermuizen, welke vanaf het oosten naar het westen langs de singel aan het noordwestelijke kampeerveld vlogen (zie figuur 3). Bij het oostelijk gesitueerde sanitairgebouw werd ook rond 22.10 uur de eerste foeragerende gewone dwergvleermuis waargenomen en werd na enige tijd gevolgd door een tweede exemplaar, welke hier korte tijd bleven foerageren. Om 22.30 uur vloog ten noorden van het oostelijk sanitairgebouw eveneens een gewone dwergvleermuis voorbij. Uitvliegende vleermuizen bij de sanitairgebouwen zijn niet geconstateerd. Verder zijn er verspreid over het campingterrein uitsluitend foeragerende gewone dwergvleermuizen aangetroffen. Andere soorten vleermuizen zijn niet waargenomen.

Natuurtoets en aanvullend onderzoek Donkere Duinen - 30 augustus 2023

9

Tijdens de ochtendronde van 10 juni zijn uitsluitend enkele willekeurige passerende/foeragerende gewone dwergvleermuizen op het campingterrein en bij de sanitairgebouwen waargenomen. De waarnemingen van gewone dwergvleermuizen zijn voornamelijk in het eerste uur van de vleermuisronde gedaan. De laatste gewone dwergvleermuis passeerde om 04.26 uur bij de zuidzijde van het westelijke sanitairgebouw. Zwermende of invliegende gewone dwergvleermuizen of andere soorten dan gewone dwergvleermuis zijn niet waargenomen bij de sanitairgebouwen en op het kampeerterrein. Net als in de avond van 17 mei is tijdens de avondronde op 29 juni een vliegroute van gewone dwergvleermuizen waargenomen aan de noordwestzijde van de camping (zie figuur 3). Hierbij vlogen tussen 22.28–22.45 uur zo’n 10-12 gewone dwergvleermuizen van oost naar west en passeerden, langs de singels, de noordwestzijde van de camping. De gewone dwergvleermuizen zijn vermoedelijk afkomstig van de woonwijk ten noordoosten van de camping, waarbij de Donkere Duinen fungeren als foerageergebied. Eén gewone dwergvleermuis bleef enige tijd foerageren langs de singel ten zuidwesten van het westelijke sanitairgebouw. Verder is rond 23.00 uur tweemaal in dezelfde richting een passerende laatvlieger waargenomen aan de westzijde van de camping.

Aan het oostelijk sanitairgebouw zijn vanaf 22.31 uur enkele passerende gewone dwergvleermuizen (van west naar oost) waargenomen. Rond 22.48 uur waren er twee kortstondig foeragerende gewone dwergvleermuizen ten noorden van het sanitairgebouw aanwezig. Na 23.10 uur wordt er zo nu en dan een kort foeragerende gewone dwergvleermuis waargenomen en passeerde er twee keer een laatvlieger. Verder zijn er verspreid over de camping enkele foeragerende gewone dwergvleermuizen aanwezig. Tijdens het onderzoek zijn geen uitvliegende vleermuizen waargenomen bij de sanitairgebouwen en ook zijn geen vleermuizen waargenomen die een binding toonden met de gebouwen.

Natuurtoets en aanvullend onderzoek Donkere Duinen - 30 augustus 2023

10

Figuur 3. De eerste avond op 17 mei vlogen alle gewone dwergvleermuizen langs de noordelijke lijn; in de avond van 29 juni was de vliegroute verdeeld over beide lijnen.

FUNCTIE VAN HET PLANGEBIED VOOR VLEERMUIZEN Bij vleermuizen wordt onderscheid gemaakt in de volgende functies: kraamverblijf, zomerverblijf, paarverblijf, winterverblijf, foerageergebied en vliegroute. Op basis van de hiervoor beschreven inventarisatie kan worden geconcludeerd dat in de slopen bebouwing geen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Het plangebied vormt wel een onderdeel van het foerageergebied van gewone dwergvleermuis. Tijdens de bezoeken is een vliegroute van gewone dwergvleermuizen in het noordwesten van het plangebied vastgesteld (zie figuur 3.) 2.2.3 Toetsing Negatieve effecten op vleermuisverblijfplaatsen kunnen worden uitgesloten, doordat in de te slopen bebouwing geen verblijfplaatsen zijn vastgesteld en doordat bomen met holtes behouden blijven. De nabijgelegen beheerderswoning blijft behouden en maakt geen onderdeel uit van dit plan. Er zijn ook geen aanwijzingen dat boombewonende soorten gebruik maken van het plangebied. Doordat de structuur van de houtsingels op figuur 3 behouden blijven, zal ook geen sprake zijn van onderbreking van een essentiële vliegroute van vleermuizen, mits bij de uitvoering van het plan rekening wordt gehouden met de vliegroute van gewone dwergvleermuizen; door het voorkomen van lichtuitstraling op de houtsingels.

Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt door het inzetten van verlichting met naar beneden gerichte lichtarmaturen die geen lichtuitstraling naar boven en naar de zijkant veroorzaken. Het plangebied vormt een onderdeel van het foerageergebied van gewone dwergvleermuizen. Door het behoud van de bomenrijen zal het plangebied naar verwachting goed geschikt blijven als foerageergebied voor gewone dwergvleermuizen en bovendien is in het omringende duingebied veel hoogwaardig foerageergebied voor deze soort aanwezig. Een negatief effect door aantasting van foerageergebied kan dan ook worden uitgesloten.

Natuurtoets en aanvullend onderzoek Donkere Duinen - 30 augustus 2023

11

2.3

Vogels

2.3.1 Inventarisatie Uit de omgeving van het plangebied is het voorkomen van verschillende soorten vogels met jaarrond beschermde nesten bekend, zoals huismus en verschillende roofvogels en uilen (NDFF). In de sanitairgebouwen en schuurtjes nabij de ingang zijn geen invliegopeningen voor vogels met jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Wel is in een van de bomen een nest van zwarte kraai aangetroffen. Oude nesten van zwarte kraai kunnen door boomvalk en ransuil worden gebruikt als nest. De nesten van deze soorten zijn jaarrond beschermd. In de overige beplanting zijn tijdens het winterbezoek geen potentieel jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Het plangebied vormt naar verwachting ook onderdeel van het foerageergebied van vogels met jaarrond beschermde nesten. Tijdens het veldbezoek in juli vloog een buizerd weg aan de rand van het campingterrein. Verder zijn soorten als huismus, sperwer en ransuil foeragerend te verwachten. Tijdens ochtendronde van het vleermuizenonderzoek was rond zonsopkomst een boomvalk aanwezig die baltsvluchten vertoonde en een baltsroep liet horen boven het westelijk deel van de camping. Op basis van gedrag en rustplaatsen zal de nestlocatie zich ergens aan de noordoostrand van de Donkere Duinen, ten westen van de camping, bevinden.

In het plangebied kunnen verder vogels tot broeden komen waarvan de nesten alleen tijdens het broedseizoen zijn beschermd, zoals houtduif, merel, winterkoning, tjiftjaf en vink. Tijdens het bezoek in de winter zijn onder andere houtsnippen waargenomen die in het aangrenzende bosgebied kunnen broeden. 2.3.2 Toetsing In het plangebied is een potentieel jaarrond beschermd nest van ransuil of boomvalk aanwezig. Op het moment van schrijven (augustus 2023) is nader onderzoek in uitvoering. Het plangebied blijft door het behoud van de bomenrijen naar verwachting geschikt foerageergebied voor de te verwachten vogels met jaarrond beschermde nesten. Voor de overige vogelsoorten geldt dat, indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, in gebruik zijnde nesten van vogels in de directe omgeving kunnen worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan worden voorkomen door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt evenwel dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt.

Natuurtoets en aanvullend onderzoek Donkere Duinen - 30 augustus 2023

12

2.4

Grondgebonden zoogdieren

2.4.1 Inventarisatie Het plangebied vormt geschikt leefgebied voor een aantal algemene grondgebonden zoogdiersoorten, zoals de uit de omgeving bekende soorten bosmuis, veldmuis, huisspitsmuis en egel (NDFF). Voor deze algemene soorten geldt in de provincie Noord-Holland een vrijstelling van de verbods-artikelen van de Wet natuurbescherming bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit de omgeving zijn ook een aantal niet-vrijgestelde soorten bekend. Het gaat om eekhoorn, damhert en de martersoorten boommarter, bunzing en wezel (NDFF). Voor damhert vormt het omheinde plangebied geen toegankelijk leefgebied. Voor eekhoorn vormen de bomenrijen op het terrein potentieel geschikt leefgebied. Eekhoorn is echter niet waargenomen tijdens het veldbezoek en ook zijn geen nesten van deze soort waargenomen tijdens het veldbezoek in de winter. Hooguit foerageert de soort op het campingterrein. Het kon eveneens niet worden uitgesloten dat het plangebied onderdeel uitmaakt van het leefgebied van boommarter, wezel en bunzing, aangezien geschikt leefgebied aanwezig is in de vorm van houtsingels en struwelen. Naar deze soorten is nader onderzoek uitgevoerd. Dit nader onderzoek wordt in paragraaf 2.4.2 beschreven.

2.4.2 Nader onderzoek kleine marterachtigen Met behulp van cameravallen en sporenbuizen is conform de Handreiking wezel, hermelijn en bunzing (provincie Noord-Holland) onderzoek verricht naar het voorkomen van deze soorten. De camping is zo’n 5 ha groot. Conform de handreiking dienen vier cameravallen en/of sporenbuizen per hectare te worden ingezet gedurende ten minste vier weken. Ten behoeve van het onderzoek zijn in de periode van 29 april tot 28 mei 2021 17 sporenbuizen, drie losse wildcamera’s en drie mostela’s geplaatst op het campingterrein, zie figuur 4. Bij de camera’s en in de sporenbuizen is een lokstof (ei en/of visolie) aangebracht om de trefkans te vergroten.

Natuurtoets en aanvullend onderzoek Donkere Duinen - 30 augustus 2023

13

Figuur 4. Plaatsing wildcamera’s, sporenbuizen en mostela’s

De sporenbuizen zijn tussentijds gecontroleerd op 7 mei en 17 mei 2021. Hierbij zijn geen sporen van kleine marterachtigen aangetroffen. De sporenbuizen vertoonden uitsluitend loopsporen van muizen en slakken (vraat- en slijmsporen). Sporen van grotere zoogdieren, zoals bruine rat of marterachtigen, zijn niet waargenomen. De wildcamera bij een open plek in de singel ter hoogte van de parkeerplaats leverde naast veel bewegende planten geen relevante waarnemingen op. De wildcamera in de singel op het campingterrein is gesitueerd aan de achterzijde van een vervallen schuur, gericht op een holte/gat in de onderste plank. Dit leverde voornamelijk waarnemingen op van verschillende huiskatten en een ekster. Ook in de mostela’s zijn naast waarnemingen van bosmuis en rosse woelmuis geen waarnemingen van kleine marterachtigen of andere zoogdieren gedaan. Op het dak van de bedrijfswoning bij de ingang van de camping is een camera geplaatst naar aanleiding van een gesprek met de bewoners/beheerder van de camping die regelmatig een marter over het dak hoorden en zagen lopen. Op basis van de camerabeelden gaat het hierbij om een boommarter (zie foto 7). Het dier is regelmatig met een prooi te zien, die hij meeneemt naar de goot van de woning.

Natuurtoets en aanvullend onderzoek Donkere Duinen - 30 augustus 2023

14

Foto 7. Standstill van een videobeeld van de boommarter op het platte dak van de beheerderswoning

FUNCTIE VAN HET PLANGEBIED Het plangebied heeft geen functie als leefgebied voor kleine marterachtigen. Op basis van de inventarisatie, de beschrijving van de bewoners en waarnemingen van urine bij het dakbeschot aan de oostzijde van de woning, is een nestlocatie van boommarter aanwezig in de beheerderswoning van de camping. De houtsingels in het plangebied kunnen daarom onderdeel vormen van het foerageergebied van deze soort. 2.4.3 Toetsing Als gevolg van de plannen kunnen negatieve effecten op verblijfplaatsen van kleine marterachtigen en boommarter worden uitgesloten. De bedrijfswoning met verblijfplaats van boommarter blijft behouden en hetzelfde geldt voor de houtsingels die onderdeel kunnen vormen van het foerageergebied. Desondanks zal er in overleg met de omgevingsdienst gekeken worden of het noodzakelijk is om hiervoor aanvullend een ontheffing aan te vragen. Ook kunnen verblijfplaatsen van enkele algemene zoogdiersoorten worden vernietigd en verstoord. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten beschermde soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie NoordHolland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wet natuurbescherming.

Natuurtoets en aanvullend onderzoek Donkere Duinen - 30 augustus 2023

15

2.5

Amfibieën

2.5.1 Inventarisatie Het is niet uitgesloten dat een aantal algemene amfibieënsoorten zich voortplanten in het met struweel overgroeide zwembad, zoals gewone pad en bruine kikker (NDFF). De rest van het plangebied kan daarom onderdeel vormen van het landbiotoop van deze algemene soorten waarvoor in de provincie Noord-Holland een vrijstelling geldt van de verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit de directe omgeving van het plangebied is ook de niet-vrijgestelde amfibieënsoort rugstreeppad bekend (NDFF). Het sterk beschaduwde zwembad vormt naar verwachting geen geschikt voortplantingswater voor deze soort, maar de duinplassen naast het plangebied vormen wel geschikt voortplantingswater. Het kon daarom niet nog niet worden uitgesloten dat delen van het plangebied onderdeel vormen van het landbiotoop van rugstreeppad. Naar deze soort is daarom nader onderzoek uitgevoerd. Het nader onderzoek is beschreven in paragraaf 2.5.2. 2.5.2 Nader onderzoek rugstreeppad METHODE Het onderzoek naar voortplantingsbiotoop van rugstreeppad is uitgevoerd volgens de methode die is omschreven in het kennisdocument Rugstreeppad van Bij12. Onderzoek naar de locaties van voortplantingsplaatsen vond plaats tijdens twee avondbezoeken in de periode half april t/m eind mei 2021. De data en omstandigheden van de bezoeken staan vermeld in tabel 2.

Daarnaast is op 7 mei tijdens een veldbezoek voor het marteronderzoek onderzoek ook gelet op rugstreeppadden in het plangebied. Tabel 2. Omstandigheden tijdens de rugstreeppadinventarisaties Datum

Tijd

Weer

Temperatuur

18 april 2021

20.50-21.30

Half bewolkt, wind 2 Bft

12°C

17 mei 2021

21.30–24.00

Licht bewolkt, wind 2-3 Bft

10°C

RESULTATEN Op genoemde avonden waren de weersomstandigheden gunstig en zijn massaal roepende rugstreeppadden waargenomen ten noorden van het plangebied. Omdat voortplanting in de nabijgelegen duinplassen daarmee al was aangetoond, is afgezien van een derde bezoek waarbij op eisnoeren, larven en juvenielen wordt gelet. Op 18 april was dit nog op vrij grote afstand, vanuit de Harmplas, ten noorden van het Hengstenpad. Met uitzondering van een enkel dier ten noordwesten van de camping, was er nog geen activiteit van rugstreeppad in het Refugium (gelegen direct ten noorden van de camping). Tijdens de vleermuisronde van 17 mei bevonden de rugstreeppadden zich dichter bij de camping en was er veel activiteit aanwezig aan de noordwestzijde van de camping. Na de vleermuisronde (23.4024.00 uur) is de herkomst van het geluid beter gelokaliseerd. Aan de noordoostzijde van de camping (tussen de camping en de woonwijk aan de Bremstraat) is geen activiteit van rugstreeppad vastgesteld,

Natuurtoets en aanvullend onderzoek Donkere Duinen - 30 augustus 2023

16

maar de roepende dieren concentreerden zich voornamelijk rond de plassen ten noordwesten van de camping, in het Refugium.

Harmplas

Refugium

Figuur 4. Overzicht plangebied met voortplantingsbiotoop van rugstreeppad in de duinplassen van het Refugium en de Harmplas ten noordwesten en noorden van het plangebied. Bron kaartondergrond: www.Ruimtelijkeplannen.nl

Verder zijn roepende meer- en/of bastaardkikkers waargenomen in de plassen en sloten rond het Refugium. Op het campingterrein zelf zijn, tijdens de controlerondes van de sporenbuizen, uitsluitend enkele exemplaren van gewone pad aangetroffen. FUNCTIE VAN HET PLANGEBIED VOOR RUGSTREEPPAD Tijdens de veldbezoeken zijn geen rugstreeppadden gehoord of gezien ín het plangebied. Op basis van het nader onderzoek kan de aanwezigheid van voortplantingsbiotoop worden uitgesloten. Wel kan het plangebied dienen als een plek waar rugstreeppadden in de actieve periode verblijven (landbiotoop als onderdeel van de functionele leefomgeving). Ook gebruik als winterbiotoop kan niet worden uitgesloten. Als verblijfplaatsen kunnen bestaande ruimtes worden benut, zoals muizenholletjes. 2.5.3 Toetsing In de directe omgeving van het plangebied is voortplanting van rugstreeppad vastgesteld van een grotere populatie van rugstreeppad. Doordat in de directe omgeving bezet voortplantingsbiotoop aanwezig is, kan niet worden uitgesloten dat door de werkzaamheden zomerverblijfplaatsen verloren gaan of rugstreeppadden worden verwond of gedood. Rugstreeppad is namelijk een mobiele soort waarvan het landbiotoop ook op enige afstand van het voortplantingsbiotoop kan liggen. Het

Natuurtoets en aanvullend onderzoek Donkere Duinen - 30 augustus 2023

17

aangrenzende duingebied met goed vergraafbare zandgrond biedt veel geschikter landbiotoop dan het plangebied dat vooral bestaat uit bosschages en gazons. Een ontheffing voor rugstreeppad wordt echter wel nodig geacht, omdat zonder mitigerende maatregelen niet volledig kan worden uitgesloten dat sprake is van aantasting van verblijfplaatsen en het verwonden of doden van dieren. Een extra reden om mitigerende maatregelen te nemen, is dat de pionierssoort rugstreeppad erom bekend staat dat zandige bouwterreinen snel worden gekoloniseerd, zodat het plangebied in de aanlegfase nog geschikter kan worden voor rugstreeppad. Ook kunnen er door de aanleg-werkzaamheden laagten met water ontstaan, die kunnen dienen als voortplantingshabitat van rugstreeppad. Daarom is ontheffingsaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd, waarin maatregelen worden opgenomen die negatieve effecten op rugstreeppad in de aanlegfase voorkomen. Deze aanvraag loopt op het moment van schrijven. In de gebruiksfase zal het plangebied naar verwachting juist geschikter worden als leefgebied doordat nieuw te graven poelen voortplantingsbiotoop kunnen gaan vormen en doordat er rond de vakantiewoningen landbiotoop kan ontstaan, bijvoorbeeld in ruimtes onder tegels of onder opgeslagen materialen.

Als gevolg van de werkzaamheden kunnen tot slot verblijfplaatsen van enkele algemene amfibieën soorten worden vernietigd en verstoord. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten beschermde soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Noord-Holland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wet natuurbescherming.

2.6

Overige soortengroepen

2.6.1 Inventarisatie Gezien de inrichting van het plangebied en/of het ontbreken van waarnemingen (NDFF), kan de aanwezigheid van beschermde reptielen, vissen en ongewervelden worden uitgesloten. Zo zijn de uit de omgeving bekende beschermde dagvlindersoorten duinparelmoervlinder en kommavlinder (NDFF) aangewezen op zeer schrale duingraslanden, terwijl de gevlekte witsnuitlibel is aangewezen op schone wateren met een goed ontwikkelde water- en oevervegetatie. Deze soorten zijn uitsluitend te verwachten in het aangrenzende duingebied. 2.6.2 Toetsing Negatieve effecten op beschermde soorten van de soortengroepen reptielen, vissen en ongewervelden zijn niet te verwachten bij uitvoering van het plan.

Natuurtoets en aanvullend onderzoek Donkere Duinen - 30 augustus 2023

18

3

Gebiedsbescherming Voor het onderhavige plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wet natuurbescherming en de provinciale structuurvisie en verordening. Wet natuurbescherming In de Wet natuurbescherming (Wnb) is de bescherming van Natura 2000-gebieden geregeld. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wet natuurbescherming een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Natuurnetwerk Nederland en Natuurverbindingen Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland, dat voldoende robuust is voor een duurzame verbetering van de omstandigheden voor de wilde flora en fauna en voor natuurlijke leefgemeenschappen. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van de provinciale NNN en de bijbehorende natuurverbindingen is voor Noord-Holland uitgewerkt in de Omgevingsverordening NH2020 (vastgesteld 16 november 2020).

Bijzonder provinciaal landschap Vanuit het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid (Omgevingsverordening NH2020) wordt buiten de NNNgebieden bij ruimtelijke plannen specifiek ingezet op de bescherming van bijzonder provinciaal landschap. Dat zijn gebieden die landschappelijk, aardkundig, ecologisch of cultuurhistorisch van bijzondere waarde zijn én niet vallen binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland.

3.1

Inventarisatie

De gronden van het plangebied zijn niet aangewezen als in het kader van de Wnb of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid beschermd gebied. Het in het kader van de Wnb beschermde Natura 2000gebied Duinen Den Helder-Callantsoog grenst aan de noord-, west- en zuidzijde wel direct aan het campingterrein. Hetzelfde gebied is aangewezen als NNN. Het dichtstbijzijnde weidevogelleefgebied ligt op circa 7 km ten zuiden van het plangebied in het BPL ‘Callantsoog’.

3.2

Toetsing

3.2.1 Natura 2000 Voor het Natura 2000-gebied Duinen Den Helder–Callantsoog zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor 20 habitattypen. Door de ligging van het plangebied buiten het Natura 2000-gebied, kunnen een aantal factoren, zoals oppervlakteverlies en versnippering al op voorhand worden

Natuurtoets en aanvullend onderzoek Donkere Duinen - 30 augustus 2023

19

uitgesloten. Wel zijn in potentie een aantal effecten mogelijk door externe werking. Deze worden hieronder behandeld. VERZURING EN VERMESTING DOOR STIKSTOFDEPOSITIE Een deel van de habitattypen is zeer gevoelig voor vermesting en verzuring door stikstofdepositie. Tijdens de aanleg- en gebruiksfase kan sprake zijn van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Daarom is in juni 2023 een AERIUS-berekening uitgevoerd. Hieruit volgt dat er geen sprake van stikstofdepositie boven 0.00 mol N/ha/ja in stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden van soorten binnen Natura 2000-gebieden.4 VERSTORING DOOR GELUID LICHT EN TRILLING Habitattypen zijn niet gevoelig voor verstorende externe effecten, zoals verstoring door geluid, licht of trillingen (effectenindicator Natura 2000, zie bijlage 1). Daarnaast is er geen toename voorzien van lichtuitstraling op het aangrenzende gebied. Een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Duinen Den Helder – Callantsoog kan op voorhand uitgesloten worden. VERONTREINIGING EN VERDROGING DOOR ACTIVITEITEN IN HET PLANGEBIED De habitattypen van het naastgelegen Natura 2000-gebied zijn gevoelig voor verontreiniging (effectenindicator Natura 2000, zie bijlage 1). Bij de aanleg en het gebruik van de recreatiewoningen worden geen verontreinigende stoffen geproduceerd of geloosd.

Het regenwater van de parkeerplekken en verharding op het terrein zal ook niet richting het naastgelegen duingebied worden afgevoerd. Negatieve effecten door verontreiniging kunnen op voorhand worden uitgesloten. Een deel van de habitattypen van het Natura 2000-gebied is tevens gevoelig tot zeer gevoelig voor verdroging. Bij de aanleg en het gebruik van het plangebied worden geen ingrepen uitgevoerd in de hydrologie die leiden tot verdroging van het naastgelegen duingebied. EFFECTEN DOOR EEN TOENAME VAN DE RECREATIEDRUK Het plan kan in potentie leiden tot effecten door een toename van de recreatiedruk in het naastgelegen Natura 2000-gebied. Bij effecten door landrecreatie kan gedacht worden aan effecten op de habitattypen door betreding (mechanische effecten), door optische verstoring of door verontreiniging (effectenindicator Natura 2000, zie bijlage 1). Een ander potentieel effect dat samenhangt met de toename van landrecreatie kan vermesting van habitattypen door hondenpoep zijn. Voor de vraag of er sprake kan zijn van deze effecten, is het van belang dat er in de huidige situatie al sprake is van recreatie door de bestaande camping. In de jaren 2019 tot en met 2021 was sprake van een gemiddeld bezoekersaantal van 9.928 personen per jaar op de camping.

In de nieuwe situatie wordt een bezoekersaantal van 76.650 personen per jaar verwacht, waarmee duidelijk sprake is van een toename van het aantal recreanten. Het piekaantal op de camping is in de oude situatie met circa 462 bezoekers wel iets hoger dan in de nieuwe situatie met 350 bezoekers, maar de recreatiewoningen worden in tegenstelling tot de camping jaarrond gebruikt. Hierna wordt nader ingegaan op de mogelijke effecten van landrecreatie in het naastgelegen duingebied.

BügelHajema Adviseurs (29 juni 2023) Berekening stikstofdepositie Donkere Duinen

4

Natuurtoets en aanvullend onderzoek Donkere Duinen - 30 augustus 2023

20

Bij mechanische effecten door betreding van de vegetatie kan in potentie sprake zijn van aantasting van de vegetatie. Dit kan in ernstige gevallen leiden tot het plaatselijk verdwijnen van habitattypen. Het Natura 2000-gebied is in de huidige situatie al bereikbaar vanaf de camping door paden die vanaf de (zuid)westzijde van de camping het bos- en duingebied inlopen. Aan de noord- en oostzijde zijn geen paden aanwezig die vanaf de camping het gebied inlopen. Als gevolg van het plan worden geen nieuwe paden aangelegd of extra ingangen naar het aangrenzende Natura2000- gebied gerealiseerd Het plan leidt daarom niet tot betreding van het Natura 2000-gebied op nieuwe plekken. De bestaande paden vormen geen onderdeel van de aangewezen habitattypen van het Natura 2000-gebied en betreding buiten de paden is niet toegestaan (Provincie Noord-Holland, 20175). Een aantasting van de vegetatie kan daarom hooguit direct langs de bestaande paden optreden. De paden rond het plangebied worden in de huidige situatie al intensief gebruikt door wandelaars en fietsers, door de bestaande camping, door de ligging nabij het Toeristisch Overstap Punt (TOP) De Helderse Vallei, en door de ligging direct naast Den Helder. De vegetatie direct langs de paden heeft daarom in de huidige situatie al te maken met betreding.

Hierdoor zullen langs de rand van de paden geen plantensoorten en vegetaties aanwezig zijn die zeer gevoelig zijn voor betreding. Een verslechtering en/of aantasting van aangewezen habitattypen van Natura 2000-gebied Duinen Den Helder - Callantsoog door mechanische effecten als gevolg van het plan zal daarom niet optreden. Effecten op habitattypen door optische verstoring zijn hooguit te verwachten als er op nieuwe plekken in het Natura 2000-gebied bouwwerken, machines of paden aangelegd worden, waardoor de aangewezen habitattypen optisch aangetast worden. Het plan leidt niet tot de aanleg van nieuwe structuren, zoals paden, in het Natura 2000-gebied en ook niet tot wandelaars of fietsers op nieuwe plekken in het Natura 2000-gebied. Een negatief effect op de instandhoudingsdoelen door optische verstoring als gevolg van recreatie kan worden uitgesloten. Verontreiniging door landrecreatie zou potentieel kunnen ontstaan doordat bezoekers in het duingebied afval achterlaten. Net als voor het betreden van het gebied buiten de paden, geldt dat het achterlaten van afval niet is toegestaan. Bovendien geldt dat de Donkere duinen en de rest van het Natura 2000-gebied al intensief worden bezocht door recreanten, zoals hierboven bij de effectbeoordeling van betreding is beschreven.

Daarom moeten beheerders in de huidige situatie langs de bestaande paden al voorkomen dat verontreiniging door afval optreedt. Een negatief effect op de instandhoudingsdoelen door verontreiniging als gevolg van het plan wordt daarom niet verwacht.

5 Provincie Noord-Holland (2017). Natura 2000 beheerplan Duinen Den Helder-Callantsoog 2018-2024. Haarlem, oktober

2017.

Natuurtoets en aanvullend onderzoek Donkere Duinen - 30 augustus 2023

21

Figuur 5. Mate van overschrijding van de kritische depositiewaarde (KDW) in Natura 2000-gebied Duinen Den Helder – Callantsoog nabij het plangebied.

-

Donkergroen (geen overbelasting): een stikstofdepositie die meer dan 70 mol/ha/jaar onder de KDW van de habitats.

-

Lichtgroen (naderende overbelasting): een stikstofdepositie tussen 0 en 70 mol/ha/jaar onder de KDW.

-

Heel lichtpaars (lichte overbelasting): een stikstofdepositie tussen 0 en 70 mol/ha/jaar boven de KDW.

-

Lichtpaars (matige overbelasting): een stikstofdepositie die hoger is dan 70 mol/ha/jaar boven de KDW en lager is dan tweemaal de KDW.

-

Donkerpaars (sterke overbelasting): een stikstofdepositie die hoger is dan tweemaal de KDW.

Bron: AERIUS Calculator, geraadpleegd op 22 maart 2022.

Natuurtoets en aanvullend onderzoek Donkere Duinen - 30 augustus 2023

22

De toename van het aantal bezoekers van gemiddeld 9.928 in de afgelopen drie jaar naar het verwachte aantal van 76.650 bezoekers kan ook zorgen voor een toename van het aantal honden in het plangebied. Het ligt voor de hand dat deze honden tenminste voor een deel in het naastgelegen duingebied worden uitgelaten, omdat er paden vanaf het plangebied het duingebied inlopen. Door uitspoeling van voedingstoffen uit de uitwerpselen van honden kan plaatselijk langs het pad vermesting optreden van de vegetatie. Dit kan leiden tot het verdwijnen van plantensoorten die zijn aangewezen op voedselarme groeiplaatsen. Uit de kaarten van AERIUS Monitor blijkt dat in het overgrote deel van het omringende duingebied in de huidige situatie sprake van een matige tot sterke overbelasting door stikstofdepositie (zie figuur 5). Daarom zal in de huidige situatie in een groot deel van het Natura 2000-gebied reeds sprake zijn van verzuring en vermesting door stikstofdepositie. Bovendien wordt vermesting door het uitlaten van honden in het Natura 2000-beheerplan (Provincie Noord-Holland, 2017) bij veel habitattypen als effect benoemd dat in de huidige situatie lokaal voor verruiging zorgt.

Indien huisdieren worden toegestaan in de recreatiewoningen, kan een significant negatief effect door vermesting als gevolg van het uitlaten van honden – mede gelet op de overbelaste staat van veel aangewezen habitattypen - niet op voorhand uitgesloten worden. 3.2.2 NNN en Bijzonder provinciaal landschap Kleine delen van het plangebied vallen binnen NNN. Onderstaande afbeelding toont in groen de gebieden toegewezen aan NNN, met in rood het plangebied aangegeven. Het planvoornemen voorziet geen bebouwing of bouwmogelijkheden op de delen van het plan die binnen NNN vallen. In de meest rechterhoek van het plangebied wordt een klein deel van het groen binnen NNN verwijderd ten behoeve van de nieuwe inrichting van het terrein. De wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN blijven hierbij in stand, want er worden ook nieuwe bomen en groen toegevoegd.

Figuur 6. Groen aangegeven NNN, rood omlijnd het plangebied

Natuurtoets en aanvullend onderzoek Donkere Duinen - 30 augustus 2023

23

3.2.3 Effectbeoordeling in relatie tot het tapuitenconvenant De broedvogel tapuit was in het vroegere Beschermd Natuurmonument Duinen Den HelderCallantsoog een beschermde soort, maar in het Natura 2000-gebied is de soort niet als kwalificerende broedvogelsoort aangewezen. Toch besteedt bijlage 7 van het Beheerplan (Provincie Noord-Holland, 2017) expliciet aandacht aan maatregelen voor tapuit. In deze bijlage staat beschreven dat tapuit de laatste decennia enorm achteruit is gegaan en als bedreigd op de Rode Lijst Broedvogels staat. In Europa is het een van de snelst afnemende vogelsoorten. In de duinen van de Kop broedt zo’n 20 tot 25% van de landelijke populatie. Het is het enige leefgebied in Nederland waar de populatie min of meer stabiel is gebleven. Oorzaken van de achteruitgang zijn vergrassing en bebossing van open duingebieden, sterke afname van het konijn (de tapuit broedt veelal in oude konijnenholen en zoekt zijn voedsel juist op kort gegraasde vegetatie) en van intensieve recreatie in de duin- en heidegebieden. Bij de vergrassing en bebossing spelen vermestende effecten van de stikstofdepositie een rol, naast het actief vastleggen van duinen en de afnamen van de konijnenstand.

In 2017 hebben de provincie Noord-Holland, Landschap Noord-Holland en de gemeenten Den Helder en Schagen afspraken gemaakt om samen te werken aan een duurzame populatie van tapuit in de duinen van de Kop van Noord-Holland (Natura 2000 gebied Den Helder – Callantsoog). Het doel is om de populatie uit te breiden tot 100 broedparen in 2022. De belangrijkste maatregelen uit het convenant zijn: handhaving van de rust tijdens het broedseizoen, vergunningverlening en aandacht voor de tapuit bij de uitvoering van de beheermaatregelen van het Natura 2000-gebied. De beheermaatregelen in relatie tot het Tapuitenconvenant zijn beschreven in bijlage 7 van het Beheerplan (Provincie Noord-Holland, 2017) en vormen onderdeel van dit Beheerplan. De maatregelen richten zich op herstelmaatregelen in met name het (kalkarme) grijze duin (habitattype H2130B) en het beperken van verstoring van de broedbiotopen door recreatiedruk. In paragraaf 3.2.1 is onderbouwd dat geen extra recreatiedruk is te verwachten ten gevolge van de ontwikkeling van de camping. In deze paragraaf is ook onderbouwd dat effecten op het Natura 2000gebied door stikstofdepositie uitgesloten worden. Er is daardoor ook geen aantasting van de oppervlakte en de kwaliteit van het habitattype Grijze duinen. Dit habitattype vormt het broedbiotoop voor tapuit.

De conclusie is dat negatieve effecten ten aanzien van tapuit ten gevolge van het plan zijn niet te verwachten.

Natuurtoets en aanvullend onderzoek Donkere Duinen - 30 augustus 2023

24

4

Beschermde houtopstanden De Wet natuurbescherming beschermt bos van minimaal 1.000 m2 en bomenrijen van minimaal 21 bomen gelegen buiten de bebouwde kom.

4.1

Inventarisatie en conclusie

Het plangebied valt buiten de bebouwde kom. In het plangebied zijn beschermde houtopstanden aanwezig, deze worden echter niet aangetast door de plannen.

Natuurtoets en aanvullend onderzoek Donkere Duinen - 30 augustus 2023

25

5

Conclusie Soortenbescherming Voor dit plan is een inventariserend onderzoek uitgevoerd, zijn verspreidingsgegevens van beschermde soorten in en om het plangebied uit de NDFF geraadpleegd en is aanvullend onderzoek uitgevoerd naar marters, rugstreeppad en vleermuizen. Op basis van het veldbezoek en het aanvullend onderzoek is een onvoldoende beeld van de natuurwaarden in het gebied verkregen om de toetsing aan de Wet natuurbescherming op te baseren. Uit het nader onderzoek komt naar voren dat als gevolg van de plannen negatieve effecten op rugstreeppad kunnen voorkomen. Hiervoor dienen maatregelen te worden genomen en is een ontheffing nodig. Daarnaast dient nader onderzocht te worden of er negatieve effecten optreden op de beschermde plantensoort grote leeuwenklauw. Het onderzoek naar ransuil/boomvalk moet uitwijzen welke vogels met jaarrond beschermde nesten zijn aanwezig zijn binnen het plangebied. Negatieve effecten op overig beschermde soorten kunnen worden uitgesloten, mits bij het aanbrengen van verlichting rekening wordt gehouden met de vliegroute van vleermuizen, en het leefgebied van boommarter. Ook dient tijdens de aanlegfase rekening te worden gehouden met het broedseizoen van vogels.

Gebiedsbescherming Negatieve effecten ten aanzien van in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde Natura 2000-gebieden kunnen alleen worden uitgesloten indien huisdieren(honden) niet worden toegestaan bij de recreatiewoningen. In dat geval kan een significant negatief effect door vermesting als gevolg van het uitlaten van honden op voorhand uitgesloten worden. Andere (significant) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden als gevolg van het plan kunnen op voorhand uitgesloten worden. Het plan is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid van de provincie Noord-Holland. Een nadere analyse of compensatie is niet nodig voor dit plan.

Natuurtoets en aanvullend onderzoek Donkere Duinen - 30 augustus 2023

26

6

Bijlage 1. Effectenindicator Natura 2000 De effectenindicator Natura 2000 voor het Natura 2000-gebied Duinen Den Helder – Callantsoog voor de activiteit ‘landrecreatie’. Bron: https://www.synbiosys.alterra.nl

Natuurtoets en aanvullend onderzoek Donkere Duinen - 30 augustus 2023

27

Colofon Rapport BügelHajema Adviseurs Fotografie BügelHajema Adviseurs Projectnummer P002238

BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Balthasar Bekkerwei 76 8914 BE Leeuwarden T 058-21 52 515 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/2129/documents/22298