Donkere Duinen Jan Verfailleweg 2023_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 10 Bodemo.pdf
Tekst van het document
Verkennend bodem-, asbest in grond c.q. puinen verhardingsonderzoek ter plaatse van de camping De Donkere Duinen te Den Helder
In opdracht van: Naam Postadres Postcode + plaats Contactpersoon
: : : :
Kontour Vastgoed Abe Lenstra Boulevard 50-1 8448 JB Heereveen
Projectnummer Datum Opgesteld door Gecontroleerd door
: : : :
21HB0150-A1 11 juni 2021
Aanleiding Protocol Veldwerk Analyses
: : : :
Herinrichting locatie NEN 5740, NEN 5707, NEN 5897 en CROW 210 Conform certificaat BRL 2000 (EC-SIK-20315) Eurofins-Omegam
Bezoek- en postadres
:
Telefoonnummer E-mail Internet NEN-EN-ISO 9001-2015
: : : :
Comeniusstraat 7, 1817 MS Alkmaar Krijn Taconiskade 412, 1087 HW Amsterdam 088-4720600 info@hbadvies.nl www.hbadvies.nl NCK.2018.272.ISO 9001.H162
HB Adviesbureau
Op alle offertes, werkzaamheden van en overeenkomsten met HB Adviesbureau zijn de DNR 2011 voorwaarden van toepassing, gedeponeerd ter griffie van de Rechtbank te Amsterdam op 3 juli 2013 onder nummer 56/2013. De voorwaarden staan vermeld op onze website www.hbadvies.nl.
2001/2002/2018
HB Adviesbureau verklaart hierbij dat ten aanzien van de uitgevoerde werkzaamheden zij op geen enkele wijze een relatie heeft met de opdrachtgever en/of eigenaar van de onderzoekslocatie, danwel dat sprake is van een gewaarborgde functiescheiding conform de geldende richtlijnen van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Hoewel HB Adviesbureau de grootste zorgvuldigheid betracht bij het uitvoeren van dit onderzoek kan het geen volledige zekerheid bieden omtrent de aan- of afwezigheid van een verontreiniging voor het gehele onderzoeksgebied. Het onderzoek betreft een momentopname. HB Adviesbureau aanvaardt op generlei wijze aansprakelijkheid voor gevolgen welke voortvloeien uit beslissingen welke genomen zijn op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavig bodemonderzoek. HB Adviesbureau werkt uitsluitend samen met laboratoria, welke door de Raad van Accreditatie (RvA) geaccrediteerd zijn. De laboratoria bieden u de mogelijkheid om de juistheid en authenticiteit van de analyseresultaten te controleren.
HB Adviesbureau
INHOUDSOPGAVE
PAGINA
1.
INLEIDING EN DOEL
1
2.
VOORONDERZOEK EN TOETSINGSKADER
2
2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5.
2 2 2 5 6
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
Inleiding Geraadpleegde informatiebronnen Verkregen informatie Onderzoekshypothese en -opzet Toetsingskader
BESCHRIJVING VELDWERK
7
3.1. 3.2.
7 7
Uitvoering bodemonderzoek Uitvoering asbestonderzoek
RESULTATEN ASFALT
9
4.1. 4.2. 4.3. 4.4.
9 9 10 10
Veldwerk Uitvoering analyses Analyseresultaten Conclusie hergebruiksmogelijkheden asfalt
RESULTATEN FUNDATIE
11
5.1. 5.2. 5.3.
11 11 11
Veldwerk Uitvoering analyses Analyseresultaten
RESULTATEN GROND
13
6.1. 6.2. 6.3.
Veldwerk Uitvoering analyses Analyseresultaten
13 14 15
RESULTATEN GRONDWATER
17
7.1. 7.2. 7.3.
Veldwerk Uitvoering analyses Analyseresultaten
17 17 17
RESULTATEN ASBEST
19
8.1. 8.2. 8.3.
19 19 19
Veldwerk Uitvoering analyses Analyseresultaten
VEILIGHEID
21
9.1. 9.2.
Bodem en fundatie Asfalt
21 21
10. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
23
21HB0150-A1
HB Adviesbureau
BIJLAGEN I : II : III : IV : V : VI :
21HB0150-A1
Overzichtstekening Profielbeschrijvingen Toetsingstabellen Analysecertificaten en foto’s asfaltkernen Toetsingskader Wet bodembescherming Toetsingskader Besluit en Regeling bodemkwaliteit
HB Adviesbureau
1.
INLEIDING EN DOEL
Door Kontour Vastgoed is aan HB Adviesbureau opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodem-, asbest in grond c.q. puin- en verhardingsonderzoek ter plaatse van camping De Donkere Duinen te Den Helder. Een overzicht van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage I. Aanleiding voor het uitvoeren van het onderhavig onderzoek is: de aanvraag van een omgevingsvergunning (voorgenomen bouwwerkzaamheden); de toekomstige herinrichting van de locatie. Doel van het onderzoek is het vastleggen van: de milieuhygiënische situatie op de locatie; de indicatieve verwerkingsmogelijkheden van de vrijkomende materialen (grond, asfalt, fundatiemateriaal) en de milieuhygiënische kwaliteit hiervan; de opbouw, dikte en samenstelling van de asfaltverharding en eventueel aanwezig fundatie onder asfaltverharding/halfverharding; de bodemopbouw tot 0,5 meter onder de fundatielaag/halfverharding; de aan- of afwezigheid van asbesthoudende materialen in de grond en/of mogelijk aanwezige fundatie en indien asbest wordt aangetroffen in welke concentratie dit aanwezig is; de in acht te nemen veiligheidsklasse conform de CROW 400 tijdens de uitvoering van de werkzaamheden; Met bovenstaande doelstellingen wordt nagegaan of er belemmeringen en/of beperkingen aanwezig zijn voor de voorgenomen herinrichtingswerkzaamheden.
Voorafgaand aan de uitvoering van onderhavig onderzoek wordt eerst alle (historische) informatie verzameld. Vervolgens wordt met in achtneming van de doelstellingen van het onderzoek bepaald welke onderzoeksprotocol(len) gevolgd dient te worden en op welke wijze (strategie) het onderzoek uitgevoerd wordt. Het gehele voortraject voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden wordt behandeld in hoofdstuk 2.
21HB0150-A1
1 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
2.
VOORONDERZOEK EN TOETSINGSKADER
2.1. Inleiding In de NEN 5740, NEN 5707 en NEN 5897 staat aangegeven dat een vooronderzoek (historisch onderzoek) uitgevoerd dient te worden conform de NEN 5725. Op basis van de verzamelde gegevens wordt een onderzoekshypothese opgesteld. In de NEN 5725 is weergegeven welke inspanning noodzakelijk is bij welk soort aanleiding voor het uit te voeren vooronderzoek. Voor de uitvoering van het voorliggend onderzoek blijkt dat dient te worden voldaan aan de onderzoeksaspecten vallend onder: A:
Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek.
G:
Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiënische risico’s.
De gegevens worden verkregen door onder andere het opvragen van informatie bij de opdrachtgever, diverse overheidsinstanties, (digitaal) kaartmateriaal en het uitvoeren van een terreininspectie. Middels (historisch) kaartmateriaal wordt het vroegere gebruik van de locatie vastgesteld en wordt, onder andere, achterhaald of op de onderzoekslocatie voorheen bebouwing, sloten en/of dammen aanwezig zijn (geweest). 2.2. Geraadpleegde informatiebronnen Op de ter zake doende informatiebronnen is een screening uitgevoerd. Het locatiebezoek c.q. de terreininspectie heeft voorafgaand aan het uitvoeren van het veldwerk plaatsgevonden. In tabel 2.1 is een overzicht weergegeven welke informatiebronnen zijn geraadpleegd en uit welke bron(nen) relevante gegevens zijn verkregen. Tabel 2.1: Overzicht geraadpleegde informatiebronnen Informatiebronnen Opdrachtgever / eigenaar Omgevingsdienst Noord-Holland Noord Bodemloket Bodemkwaliteitskaart Eerdere onderzoeksrapporten aanwezig (Historisch) kaartmateriaal Google Maps Locatiebezoek / terreininspectie Overige informatiebronnen
Geraadpleegd √ √ √ √ √ √ √ √ √
Informatie beschikbaar √ √ √ √ √ -
Opgemerkt wordt dat de voor het vooronderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en/of volledig zijn. Voor het verkrijgen van informatie is HB Adviesbureau afhankelijk van deze bronnen, waardoor HB Adviesbureau niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Verwacht wordt dat met de uitgevoerde screening een representatief beeld van de onderzoekslocatie wordt verkregen zodat een betrouwbare onderzoekshypothese kan worden opgesteld. 2.3. Verkregen informatie Van een locatie zijn veelal algemene (bodem)gegevens beschikbaar. De betreffende informatie is veelal beschikbaar op de website van de Omgevingsdienst. Met deze verzamelde gegevens van de locatie wordt met de specifieke terreingegevens beoordeeld of het bodemonderzoek zal plaatsvinden conform de strategie voor een onverdachte of verdachte locatie. De mate van verdachtheid is afhankelijk van het (vroegere) gebruik van de locatie, de aard van de activiteiten die in het verleden op de locatie hebben plaatsgevonden of nog plaatsvinden en de aanwezigheid van potentiële bronlocaties.
21HB0150-A1
2 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
In tabel 2.2 is een overzicht van de terreingegevens en is de eventuele aanwezigheid van potentiële verontreinigingsbronnen weergegeven. Tevens is aangegeven of tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden in de bodem aandachtspunten zijn aangetroffen welke aanleiding geven tot het aanpassen en/of aanvullen van de onderzoekshypothese of onderzoeksopzet. Derhalve is ook reeds aangegeven of tijdens de veldwerkzaamheden bodemlagen zijn aangetroffen waarin een bijmenging met puin aanwezig is (asbestverdacht). Tabel 2.2: Overzicht terreingegevens en verontreinigingsbronnen Terreingegevens Oppervlakte onderzoekslocatie Kadastrale aanduiding Vroeger gebruik van de locatie Huidig gebruik van de locatie Toekomstig gebruik van de locatie Gebruik belendende percelen Oppervlaktewater op, langs of nabij de onderzoekslocatie Verhardingen Potentiële verontreinigingsbronnen Brandstoftank(s) Gedempte sloten Brand(plaats) Asbestverdacht materiaal Sloopwerkzaamheden Funderings-/ ophooglaag, puinbijmengingen Gebruik/ opslag chemische middelen/ olie Aandachtspunten in de bodem tijdens veldwerk Andere bronnen, bijzonderheden
54.750 m² sectie F nrs. 649 en 651 duingebied camping recreatiewoningen duin/recreatiegebied ja deels asfalt nee ja nee ja nee ja nee ja nee
Algemene informatie De onderzoekslocatie betreft een camping aan de rand van het duingebied van Den Helder en is omringd door natura 2000 gebieden. Aan de westzijde is de Noordzee gelegen. Op de locatie zal een vakantiepark met 35 vakantiewoningen worden ontwikkeld. De (toegangs)wegen naar de diverse campingvelden evenals de parkeerplaats aan het begin van de camping van de onderzoekslocatie bestaat uit asfalt. Op de camping zelf zijn buiten gebruik zijnde sportlocaties aanwezig. Dit betreffen twee kleine zwembaden en een tennisbaan. Op de tennisbaan is een kleine zandhoop aanwezig. De tennisbaan zelf is vermoedelijk verhard met gravel. De locatie is gelegen aan de rand van het duingebied van Den Helder. Den Helder is in de periode 19401945 veelvuldig gebombardeerd. Op de NGE-risicokaart van Den Helder van REASeuro is het gebied echter als onverdacht voor het voorkomen van niet gesprongen explosieven (NGE) aangegeven. Informatie historisch onderzoek Uit bestudeerd historisch kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl) blijkt dat op de onderzoekslocatie enkele gedempte sloten aanwezig zijn. In het Historisch Bodembestand (HBB) zijn er geen gegevens van de locatie bekend. Voorgaand onderzoek Uit de controle van het Bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst NHN blijkt dat de locatie zelf nog niet eerder is onderzocht.
Wel is het omringende duingebied eerder onderzocht middels diverse bodemonderzoeken. Over het algemeen is de grond in het gebied niet tot licht verontreinigd.
21HB0150-A1
3 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
Verdachtheid t.a.v. PFAS Poly- en PerFluor Alkyl Stoffen (PFAS) worden al decennia gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Waarschijnlijk komen deze stoffen al langere tijd in de bodem voor. PFAS wordt in het algemeen in zeer lage gehalten in de bodem aangetroffen. Op specifieke bronlocaties worden sterk verhoogde gehalten aangetoond (brandplaatsen waar met blusschuim is gewerkt, bedrijven met bepaalde processen, verwerkingsplaatsen van afval e.d.). In de afgelopen jaren is gebleken dat het kustgebied van Nederland een verhoogde kans op aanwezigheid van PFAS heeft door global sea spray waarbij PFASstoffen in de atmosfeer vooral neer lijken te slaan boven land. Boven zeeën en oceanen hopen de stoffen zich op, waarvan een deel neerslaat zodra het de kustlijn bereikt. Zo kunnen hier hogere concentraties PFAS-stoffen ontstaan. Dit gegeven wordt momenteel in Nederland verder onderzocht door de PWN. Aangezien de locatie vlak aan de kustlijn is gelegen en derhalve verdacht is op de aanwezigheid van PFAS en men voornemens is grond van de locatie af te voeren worden de grondmonsters aanvullend onderzocht op PFAS. Informatie locatie-inspectie Voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk is de aanwezige asfaltverharding visueel beoordeeld. Naar aanleiding van de visuele inspectie wordt geen onderscheid gemaakt in de paden en de parkeerplaats.
Verdachtheid t.a.v. asbest Van een onderzoekslocatie dient binnen het vooronderzoek conform de NEN 5725 te worden vastgesteld of deze asbestverdacht is. Deze hypothese kan worden vastgesteld met behulp van de handreiking in de NEN 5725 (bijlage A). Hiervoor dienen de volgende vragen te worden beantwoord: Is er een asbestverdachte (bodembelastende) activiteit op de locatie aanwezig? Is er asbestverdacht materiaal op de locatie aanwezig? Is er puin in de bodem aanwezig en is deze te relateren aan asbest? Op de onderzoekslocatie is door de veldwerkers, in bezit van een opleiding asbestherkenning, voorafgaand aan het onderzoek visueel aandacht besteed aan de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal ter plaatse van de aanwezige objecten. Tevens is het maaiveld van de locatie op globale wijze geïnspecteerd. Het opgeboorde materiaal is tijdens de veldwerkzaamheden beoordeeld. Uit deze beoordeling blijkt dat ter plaatse van boring 25 een zwakke bijmenging van baksteen en een matige bijmenging aan beton is waargenomen. De bijmenging komt voor in een gebied van circa 48 m2. Tevens is aan de noordzijde van de locatie een klein schuurtje aangetroffen met een asbestverdachte dakbedekking (boring 33). De dakbedekking is licht verweerd en volledig begroeid met mos. Er kan derhalve gesteld worden dat de onderzoekslocatie deels asbest verdacht is.
Derhalve is er aanleiding aanwezig tot het uitvoeren van een verkennend asbest in grondonderzoek conform de NEN 5707 en de NEN 5897. Informatie bodem(kwaliteits)kaart Uit een check van de vigerende bodemkwaliteitskaart is gebleken dat de onderzoekslocatie gelegen is in het duingebied Den Helder. Dit gebied is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart met als bodemfunctieklasse Overig. Voor de kwaliteit van dit gebied geldt het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit.
21HB0150-A1
4 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
2.4. Onderzoekshypothese en -opzet Op basis van de beschikbare informatie uit het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Aan de hand van de gestelde hypothese wordt vervolgens gekozen voor een onderzoeksprotocol met de bijhorende onderzoeksopzet (strategie). Hierbij is gebruikt gemaakt van de vigerende normen. Het onderhavig onderzoek is uitgevoerd: conform de Nederlandse Norm "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond" (NEN 5740); conform de Nederlandse Norm "Bodem, Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond" (NEN 5707); conform de Nederlandse Norm "Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat" (NEN 5897); conform de onderzoeksinspanning zoals beschreven in de CROW 210 "Omgaan met vrijgekomen asfalt". In tabel 2.3 zijn de hypothesen weergegeven alsmede de daaraan gekoppelde c.q. gevolgde onderzoeksstrategieën. Tabel 2.3 Onderzoekshypothesen en strategieën Hypothese Verdacht Onverdacht
Verdacht
Deellocatie
Verwachte stoffen Zware metalen, Gedempte sloten minerale olie en/of PAK Overig terrein Boring 25 en 33
Zie paragraaf 2.3
Asbest
Boring K02 Verdacht 5.2 6.4.5 6.5.3 P2
Asfaltverharding
PAK
Protocol
Strategie
Toelichting
NEN 5740
5.1/5.6
Op basis van historische gegevens
NEN 5740
5.2
NEN 5707 NEN 5897 CROW 210
6.5.3.
Op basis van de beschikbare (historische) informatie Vanwege de aanwezigheid van puin en asbestverdachte dakbedekking Fundatie puingranulaat
P2
-
6.4.5
Onderzoeksstrategie voor een grootschalige onverdachte locatie niet-lijnvormig (NEN 5740-ONV-NL); Onderzoeksstrategie voor een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld; Onderzoeksstrategie voor afgedekte funderingslagen; Asfaltverharding voor 1995.
Opgemerkt wordt dat: ter plaatse van de gedempte sloten formeel gezien geen specificatie van de verwachte stoffen (dempingsmateriaal) kan worden gegeven. In het algemeen worden er verhoogde concentraties aan zware metalen, PAK en/of minerale olie verwacht, waardoor volstaan kan worden met de huidige onderzoeksopzet; ter plaatse van de gedempte sloten boringen uit het algemeen boorregime worden geplaatst; de mate van verontreiniging met zware metalen en/of PAK naar verwachting overeenkomt met de achtergrondwaarde(n). Derhalve wordt de onderzoekslocatie onderzocht volgens de onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (NEN 5740 ONV, grootschalig onverdacht); tijdens de uitvoering van het voorliggend bodemonderzoek asbest verdachte waarnemingen zijn gedaan. Aan de hand van deze bevindingen is aanvullend een onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van asbest in de bodem. Verwacht wordt dat met bovenstaande onderzoeksopzet een voldoende representatief beeld van de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie wordt verkregen.
21HB0150-A1
5 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
2.5. Toetsingskader Indeling van de mate van verontreiniging vindt plaats op basis van de Wet bodembescherming, waarbij de analyseresultaten worden getoetst volgens het vigerend toetsingskader van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, welke opgenomen is in de Circulaire bodemsanering 2013. Voor een omschrijving van het toetsingskader van de Wet bodembescherming wordt verwezen naar bijlage V. Om toepassings- en/of verwerkingsmogelijkheden aan te geven wordt een indeling gemaakt op basis van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. De resultaten van onderhavig onderzoek worden indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit om een indruk te krijgen van de verwerkingsmogelijkheden van de diverse grond(lagen). De resultaten kunnen worden gebruikt voor de afvoer van eventueel overtollige grond naar een grondbank/verwerker. Om de grond elders toe te passen dient een onderzoek te worden uitgevoerd conform de BRL 1000, protocol 1001 (partijkeuring AP04). Voor een omschrijving van het toetsingskader van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit wordt verwezen naar bijlage VI. PFAS Ten aanzien van PFAS wordt geconformeerd aan het provinciaal beleid Beleidsregel PFAS, Provincie Noord-Holland, Besluit d.d. 20 november 2019, publicatie in provinciaal blad nummer 7634 en sinds 20 november 2019 van kracht).
Opgemerkt wordt dat het lokale beleid leidend is ten opzichte van het tijdelijk handelingskader. Door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is een tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie opgesteld (geactualiseerd versie d.d. 2 juli 2020). Door deze ontwikkeling hebben de grondbanken en verwerkers in navolging op dit handelingskader echter nu als eis gesteld dat alle grond welke nu wordt aangeboden onderzocht dient te zijn op de in het tijdelijk handelingskader genoemde stoffengroep PFAS. Asfalt Om toepassings- en/of verwerkingsmogelijkheden aan te geven wordt een indeling gemaakt op basis van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. De resultaten van onderhavig onderzoek worden indicatief getoetst aan de Regeling bodemkwaliteit om een indruk te krijgen van de verwerkingsmogelijkheden van het asfalt. De resultaten kunnen worden gebruikt voor de afvoer van het vrijgekomen asfalt naar een erkend verwerker. Voor een omschrijving van het toetsingskader van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit wordt verwezen naar bijlage VI. In bijlage III zijn de (omgerekende) analyseresultaten en de toetsing weergegeven. De originele analysecertificaten met alle resultaten zijn weergegeven in bijlage IV.
21HB0150-A1
6 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
3.
BESCHRIJVING VELDWERK
3.1. Uitvoering bodemonderzoek Het verrichten van boringen en het plaatsen van een peilbuis is onder verantwoording van conform protocol 2001 uitgevoerd op 17 mei 2021. Het verhardingsonderzoek met de hierbij behorende grondboringen is uitgevoerd op 27 mei 2021 door . Opgemerkt wordt dat het doorboren van de asfaltverharding en fundatie niet valt onder een protocol. Een overzicht van de deellocaties en diepten van alle boringen en de peilbuizen in meters minus maaiveld (m-mv) zijn weergegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1: Overzicht uitgevoerde boringen en diepten Deellocatie Camping Voormalige tennisbaan Afperking grondlaag baksteen/beton Asfaltpaden
Boringen
Peilbuis
0,50 à 1,0 m-mv 11 t/m 33
1,2 à 1,6 m-mv 07 t/m 10
2,5 à 2,7 m-mv 01 t/m 06
-
35, 36
-
25a t/m 25d
-
-
K01, K02, K03/30, K04, K05/28, K06/14, K07, K08
-
-
Opgemerkt wordt dat: het opgeboorde materiaal per bodemlaag over een traject van maximaal 0,5 m bemonsterd is en zintuiglijk beoordeeld is op bodemkundige en verontreinigingskenmerken; de bovenzijde van de filterperforatie van de peilbuis tijdens de veldwerkzaamheden circa 0,5 meter beneden de verwachte grondwaterstand is geplaatst; de locaties van de boringen en de peilbuizen ingemeten zijn met behulp van GPS; de boringen zijn geplaatst met behulp van een edelmanboor en zuigerboor; het depot ter plaatse van de voormalige tennisbaan is bemonsterd middels steken welke zijn opgemengd tot één mengmonster (MMdepot); boring 34 niet in de nummering is opgenomen; binnen de boringen van het asfaltonderzoek tevens de boringen uit het verkennend onderzoek zijn uitgevoerd. Hierdoor hebben enkele boringen een dubbele referentie (bijv. K03/30); boring(en) in de gesloten verharding geplaatst zijn met behulp van een diamantkernboor; bij de bemonstering tevens rekening is gehouden met de eisen uit de Handreiking PFAS bemonsteren, uitgave van Kenniscentrum PFAS, VVMA en VKB (versie 01 d.d. 25 juni 2020). De locaties van de boringen en de peilbuizen zijn weergegeven in bijlage I. De peilbuizen zijn direct na plaatsing en voor monsterneming afgepompt tot een constante elektrisch geleidingsvermogen (EGV) is bereikt.
De grondwaterbemonstering is volgens protocol 2002 uitgevoerd door op 27 mei 2021 (minimaal één week na plaatsing). Ten behoeve van de analyse van zware metalen is het grondwater in het veld gefiltreerd. 3.2. Uitvoering asbestonderzoek Het asbest in grond- c.q. puinonderzoek is conform protocol 2018 uitgevoerd op 27 mei 2021 onder verantwoording van en , welke in het bezit zijn van een opleiding asbestherkenning. Opgemerkt wordt dat de werkzaamheden ter plaatse van de verhardingsmaterialen gelijkwaardig aan het protocol 2018 zijn uitgevoerd (protocol 2018 is niet van toepassing op een asbest in puin onderzoek). Voor de veiligheid van de werknemers zijn beheersmaatregelen conform de CROW 400 getroffen.
21HB0150-A1
7 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
Visuele inspectie Voorafgaand aan het onderzoek is de locatie visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdacht materiaal aan (op en in) het maaiveld. Op basis van de huidige terreinomstandigheden heeft ter plaatse van boring 25 en het schuurtje met de asbestverdachte dakbedekking een volledige inspectie van het maaiveld plaats kunnen vinden. Derhalve zijn deze locaties opgedeeld in inspectiestroken met een breedte van 1,5 meter, welke haaks op elkaar gelegen zijn. Het was helder weer (bij een zicht van meer dan 50 meter) en er was sprake van neerslag. De inspectie-efficiëntie is vastgesteld op 80%. Het uitvoeren van een visuele inspectie van het maaiveld is ter plaatse van de asfaltverharding echter niet mogelijk als gevolg van de aanwezigheid van een gesloten verharding. Proefgaten Op de locatie is op basis van het vooronderzoek en de terreininspectie een gedeelte van de locatie asbestverdacht gebleken. Deze gedeeltes betreffen beiden <100 m² binnen de totale onderzoeksoppervlakte. Er zijn binnen de contour 2 x 2 gaten conform strategie 6.4.5. van de NEN 5707 gegraven. Hierbij wordt opgemerkt dat per abuis niet de voorgeschreven strategie van de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord is aangehouden waarbij (in eerste instantie) alleen de eerste 10 cm van de bovengrond onderzocht dient te worden.
Ter plaatse van de aangetroffen fundatie met puingranulaat is 1 gat geboord met een diameter van 350 mm aan de hand van de strategie 6.5.3. van de NEN 5897.
Grond/puin Ten behoeve van de bepaling van de aanwezigheid van asbest in de visueel niet waarneembare fractie (fractie < 20 mm) is al het uitgegraven materiaal door de veldwerkers gezeefd over een maaswijdte van 20 mm. Het materiaal dat op de zeef achterblijft is visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm). Aangezien er geen asbestverdachte waarnemingen zijn gedaan en de bodemsamenstelling overeenkomstig is, zijn van de doorval het uitgegraven materiaal, representatieve grondmengmonsters samengesteld zoals is weergegeven in tabel 3.2. De gegraven proefgaten, de afmetingen en de wijze van monstersamenstelling zijn weergegeven in tabel 3.2. Tabel 3.2: Afmetingen gegraven proefgaten en monstersamenstelling Proefgat Boring 25 G01 G02 Schuurtje (boring 33) G03 G04 Asfaltverharding GK02
21HB0150-A1
Lengte (in m¹)
Breedte (in m¹)
Diepte (in m¹)
Bemonsteringstraject (in m-mv)
0,3
0,3
1,0 1,0
0,2 tot 0,4 0,2 tot 0,5
MMA01
0,3
0,3
0,5 0,5
0,0 tot 0,5 0,0 tot 0,5
MMA02
0,5
0,12 tot 0,2
MA03
350 mm rond
Grondmonster
8 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
4.
RESULTATEN ASFALT
4.1. Veldwerk In tabel 4.1 is de dikte van de asfaltverharding alsmede de constructieopbouw weergegeven. Daarnaast zijn alle boorkernen voorafgaand aan de uitvoering van de analyses indicatief beoordeeld op de aanwezigheid van PAK. De resultaten van deze beoordeling zijn eveneens weergegeven in tabel 4.1. Tabel 4.1: Overzicht dikte verharding en globale constructieopbouw Wegdeel
Wegen camping
Parkeerplaats *
Boring
Dikte verharding (in mm)
K01
81
K02 K03/30 K04
104 96 144
K05/28
94
K06/14
152
K07 K08
104 98
Constructieopbouw Dicht asfaltbeton 0/11 Oppervlaktebehandeling Steenslag asfaltbeton 0/16 Dicht asfaltbeton 0/11 Steenslag asfaltbeton 0/22 Dicht asfaltbeton 0/11 Oppervlaktebehandeling Steenslag asfaltbeton 0/16 Gepenetreerde steen Dicht asfaltbeton 0/11 Oppervlaktebehandeling Grind asfaltbeton
Indicatieve beoordeling PAK * * * -
Grind asfaltbeton 0/32
-
: indicatief geen PAK aanwezig : indicatief PAK aanwezig
De gedetailleerde beschrijving van de opbouw van de asfaltverharding en de foto's van de asfaltkernen zijn weergegeven in bijlage IV. 4.2. Uitvoering analyses Op basis van de gemiddelde dikte van de asfaltverharding (11,23 cm) en de oppervlakte (3.180 m²) van het onderzoeksgebied wordt ingeschat dat bij werkzaamheden circa 890 ton (0,112 m¹ x 3.180 m² x 2,5 ton/m³) asfalt vrijkomt. Conform de CROW 210 zijn derhalve minimaal twee analyses op PAK noodzakelijk. Op een gedeelte van de met asfaltverharde weg is echter een teerhoudende tussenlaag waargenomen. Dit betreft het asfalt nabij de hoofdingang en het asfalt van de weg langs de toiletgebouwen richting het noorden. De laagdikte van het asfalt is hier dusdanig dun dat het frezen van het asfalt en het daarmee scheiden van de teerhoudende en niet teerhoudende asfaltlagen mogelijk als niet rendabel moet worden beschouwd. Voor het frezen van teerhoudende lagen dient een veiligheidsmarge van 2 cm boven en 2 cm onder de teerhoudende laag te worden aangehouden. Het asfalt bij boring K02 en K03 is op basis van de PAK-marker niet teerhoudend, dit gedeelte betreft ongeveer 1.160 m². De ingeschatte hoeveelheid vrijkomend asfalt betreft 290 ton. Het asfalt ter plaatse van de parkeerplaats is, op basis van de PAK-marker, eveneens als niet teerhoudend te beschouwen. Dit betreft een gedeelte van circa 400 m².
De ingeschatte hoeveelheid vrijkomend asfalt betreft ongeveer 100 ton. Aan de hand van de indicatieve beoordeling op PAK zoals genoemd in tabel 4.2 is het analyseschema opgesteld. In tabel 4.2 is een overzicht van de uitgevoerde analyses en bijhorende motivatie weergegeven. Tabel 4.2: Uitgevoerde analyses asfalt Boorkernnummers (mengmonsters) K02+K03/30 K07+K08
21HB0150-A1
Geanalyseerde laag (mm) Gehele kern
Monster codering MMASF01 MMASF02
Motivatie Controle PAK-houdendheid asfalt
9 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
Opgemerkt wordt dat de asfaltkernen in afwijking op de Regeling bodemkwaliteit niet op overige parameters zijn geanalyseerd. De analyse op PAK wordt gehanteerd als tracer. Dit is in overeenstemming met het gebruik in de markt. 4.3. Analyseresultaten In tabel 4.3 zijn de resultaten weergegeven van de onderzochte boorkernen en is zichtbaar of deze voldoen aan de samenstellingswaarden uit de Regeling bodemkwaliteit (75 mg/kg d.s.) en derhalve geschikt zijn voor (warm) hergebruik. Tabel 4.3: Toetsingsresultaten verhardingsonderzoek Boorkernnummers (mengmonsters) K02+K03/30 K07+K08
Geanalyseerde laag (mm)
Monster codering
Gehele kern
MMASF01 MMASF02
Geschikt voor (warm) hergebruik Ja/Nee Ja
Uit de analyseresultaten blijkt dat in de onderzochte onverdachte asfaltlagen de concentratie aan PAK niet verhoogd is ten opzichte van de samenstellingswaarde bouwstof niet zijnde grond. Op basis van de beschikbare gegevens en een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit is het vrijkomende asfalt geschikt voor (warm) hergebruik. 4.4. Conclusie hergebruiksmogelijkheden asfalt Het asfalt dat ter plaatse van de parkeerplaats en het gedeelte ter hoogte van de boringen K02 en K03 zal vrijkomen bij de werkzaamheden is volledig her te gebruiken als niet teerhoudend asfalt. Het overige asfalt dat zal vrijkomen bij de werkzaamheden dient als teerhoudend te worden beschouwd. Dit asfalt dient separaat te worden afgevoerd te worden naar een erkend verwerker.
21HB0150-A1
10 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
5.
RESULTATEN FUNDATIE
5.1. Veldwerk Onder de verharding bestaande uit asfalt is op twee locaties een fundatielaag aangetroffen bestaande uit granulaat. In tabel 5.1 is de laagdikte van de fundatielaag alsmede het type materiaal weergegeven. Tabel 5.1: Laagdikte en type fundatie Boring K02 K03
Laagdikte (m¹) 0,08 0,03
Materiaal Puingranulaat Asfaltgranulaat
Tijdens de veldwerkzaamheden is door de veldwerkers op basis van de opleiding asbestherkenning, aandacht besteed aan het voorkomen van asbestverdacht materiaal. In het opgeboorde materiaal of op het maaiveld op de onderzochte delen van de locatie is visueel (fractie > 20 mm) geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Naar aanleiding van bovenstaande bevindingen is contact opgenomen met de opdrachtgever. Op verzoek van de opdrachtgever is, zoals eerder is vermeld in hoofdstuk 2, een specifiek asbestonderzoek uitgevoerd. Voor de resultaten wordt verwezen naar hoofdstuk 8. 5.2. Uitvoering analyses In tabel 5.2 is een overzicht van de uitgevoerde analyses op fundatie en bijbehorende motivatie weergegeven. Tabel 5.2: Uitgevoerde analyses fundatie Fundatietype
Monster
Traject (m-mv)
Puingranulaat
Overige zintuiglijke waarneming Asfalt<1%
MFUN01
0,12 tot 0,20
Asfaltgranulaat
Baksteen <1%
MFUN02
0,09 tot 0,12
Analyse op
Motivatie
Standaard pakket
Bepalen algemene milieuhygiënische kwaliteit en hergebruiksmogelijkheden
M = individueel monster, MM = mengmonster Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50% Het Standaardpakket Landbodem en grond (variant A) bestaat uit de analyses op zware metalen (9 stuks), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK-10), polychloorbifenylen (PCB-7) en minerale olie (C10-C40). Door middel van dit standaardpakket wordt een algemeen beeld van de kwaliteit van het fundatiemateriaal verkregen.
Opgemerkt wordt dat de mengmonsters voor analyse door het laboratorium verkleind zijn middels cryogeen malen. 5.3. Analyseresultaten Indicatieve beoordeling verwerkingsmogelijkheden (Bbk) In tabel 5.3 zijn de resultaten van de toetsing beknopt weergeven en welke parameter(s) als maatgevend wordt beschouwd indien een overschrijding van de toetswaarden voor een N(iet) vormgegeven bouwstof aanwezig is. Tabel 5.3: Toetsingsresultaten fundatie Fundatietype
Voldoet aan toetsMaatgevende waarden N-bouwstof parameter(s) Ja Nee Puingranulaat Asfalt<1% MFUN01 X Asfaltgranulaat Baksteen <1% MFUN02 X M = individueel monster, MM = mengmonster Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50%
21HB0150-A1
Zintuiglijke waarneming
Monster
11 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
Op basis van een indicatieve toetsing van de organische parameters aan de samenstellingswaarden voor een niet vormgegeven bouwstof uit het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat de aangetroffen fundatie onder het asfalt bestaande uit asfaltgranulaat en puingranulaat beiden mogelijk in aanmerking zou komen voor hergebruik niet vormgegeven-bouwstof of IBC (Isoleren, Beheersen, Controleren)-bouwstof. Voor een vollediger beeld dient echter uitloogonderzoek plaats te vinden naar emissiewaarden van de zware metalen en de anionen. Gezien de verhoogde waarde voor enkele zware metalen is dit zeker aan te bevelen indien toepassing voor het materiaal wordt gezocht buiten het werk. Een partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit is echter het uiteindelijke bewijsmiddel voor de daadwerkelijke toepassing van het materiaal. Conform de eisen in het Besluit bodemkwaliteit is hergebruik binnen hetzelfde werk toegestaan zonder onderzoek, mits het fundatiemateriaal op dezelfde locatie en functie wordt toegepast. De nu vastgestelde kwaliteit van het materiaal kan worden gebruikt voor het vaststellen van eventueel benodigde arbeidshygiënische maatregelen tijdens het werk. Deze maatregelen dienen te worden vastgesteld door een veiligheidskundige. Bij toepassing buiten het werk dient een formele partijkeuring conform Besluit bodemkwaliteit plaats te vinden.
Op basis van onderhavig onderzoek kan het vrijkomende materiaal wel aangeboden worden aan een verwerker (grondbank).
21HB0150-A1
12 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
6.
RESULTATEN GROND
6.1. Veldwerk De bodemopbouw, tot de maximale boordiepte van 2,7 m-mv, bestaat uit zand. Plaatselijk is een ondergrond van klei aangetroffen (boring 03) op een diepte van 1,5 m-mv tot de maximale boordiepte van 2,5 m-mv. De profielbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. Tijdens het veldwerk zijn de in tabel 6.1 vermelde waarnemingen gedaan die een verontreiniging van de grond doet vermoeden. Tabel 6.1: Zintuiglijke verdachte waarnemingen Boring 07
Diepte (m-mv) 0,00 - 0,50
Zintuiglijke waarneming resten baksteenhoudend zwak baksteenhoudend, matig 25 0,20 - 0,40 betonhoudend volledig puingranulaat houdend, K02 0,12 - 0,20 brokken asfalt volledig asfalthoudend, sporen K03/30 0,09 - 0,12 baksteenhoudend, Asfaltgranulaat Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50%
Opgemerkt wordt dat: de aanwezigheid van de gedempte sloten niet is bevestigd; de aanwezigheid van bodemvreemde materialen kunnen duiden op verontreiniging met onder andere zware metalen, minerale olie en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK); bijmenging met asfalt kan duiden op een verontreiniging met PAK.
21HB0150-A1
13 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
6.2. Uitvoering analyses In tabel 6.2 is een overzicht van de uitgevoerde grondanalyses en bijbehorende motivatie weergegeven. Ten behoeve van het bepalen van de toetsingswaarden zijn de percentages aan lutum en/of organische stof van alle grond(meng)monsters vastgesteld. Tabel 6.2: Uitgevoerde analyses grond Monsteromschrijving
Zintuiglijke waarneming
(Meng) monster
Ondergrond zand (gwstand)
--
MM05
Ondergrond zand (diep)
-
MM06
Baksteen 1-5% Beton 5-10%
M07
Deelmonster en traject (m-mv) 01 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 20 (0,00 - 0,50) 27 (0,00 - 0,50) 29 (0,00 - 0,50) 31 (0,00 - 0,50) 02 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,40) 26 (0,00 - 0,50) 32 (0,00 - 0,30) 03 (0,20 - 0,50) 09 (0,00 - 0,20) 19 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,30) 04 (0,00 - 0,50) 18 (0,00 - 0,10) 21 (0,00 - 0,50) 25 (0,00 - 0,20) 06 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,20) 17 (0,00 - 0,30) 33 (0,00 - 0,30) 05 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,20) 11 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 01 (0,50 - 1,00) 02 (0,70 - 1,00) 03 (0,50 - 1,00) 04 (1,50 - 2,00) 05 (1,20 - 1,50) 06 (0,70 - 1,00) 07 (0,50 - 1,00) 09 (0,60 - 1,10) 10 (1,10 - 1,60) 01 (1,50 - 2,00) 02 (2,00 - 2,50) 04 (1,50 - 2,00) 05 (1,50 - 2,00) 06 (1,00 - 1,50) 07 (1,00 - 1,50) 08 (0,90 - 1,40) 10 (1,10 - 1,60) 03 (1,50 - 2,00)
Bovengrond zand west
-
MM01
PFAS bovengrond west
-
MM01 PFAS
Bovengrond zand midden
-
MM02
PFAS bovengrond midden
-
MM02 PFAS
Bovengrond zand noordoost
-
MM03
M08
25 (0,20 - 0,40)
MM09
K01 (0,15 - 0,65) K02 (0,20 - 0,70) K03/30 (0,12 - 0,62) K04 (0,14 - 0,64) k05/28 (0,15 - 0,65) K06/14 (0,15 - 0,65) K07 (0,15 - 0,65) K08 (0,15 - 0,65)
Bovengrond zand oost
Ondergrond klei Bovengrond boring 25
Zand onder asfaltverharding
-
-
MM04
Analyse op
Motivatie
Standaard pakket
PFAS
Standaard pakket
PFAS
Standaard pakket + PFAS
Bepalen algemene milieuhygiënische kwaliteit
Standaard pakket
Standaard pakket + PFAS M = individueel monster, MM = mengmonster Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50% Het Standaardpakket Landbodem en grond (variant A) bestaat uit de analyses op zware metalen (9 stuks), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK-10), polychloorbifenylen (PCB-7) en minerale olie (C10-C40). Door middel van dit standaardpakket wordt een algemeen beeld van de kwaliteit van de grond verkregen. Depot tennisbaan
21HB0150-A1
-
MMdepot
-
14 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
De monstersamenstelling heeft plaatsgevonden op basis van: de mate van en type bijmenging in de bodem; de ligging van de boringen. Opgemerkt wordt dat: het puinhoudende grondmonster M08 voor analyse door het laboratorium verkleind is middels cryogeen malen; gws staat voor grondwaterstand (MM05); voor de analyse PFAS geldt een maximum aantal te mengen monsters van vier. Derhalve is ervoor gekozen om van de bovengrond aan de oostzijde en het midden van de locatie separate analysemonsters in te zetten. De samenstelling van de bovenstaande grond(meng)monsters is weergegeven in bijlage III. 6.3. Analyseresultaten Beoordeling milieuhygiënische kwaliteit (Wbb) In tabel 6.3 zijn de maximale toetsingswaarden weergegeven en welke parameter(s) hierbij als maatgevend wordt beschouwd. Middels het aangeven van slechts de maximale toetsingswaarden wordt verwacht dat direct inzicht wordt verkregen in eventuele beperkingen. Voor een overzicht van de niet maatgevende overschrijdingen (indien aanwezig) wordt verwezen naar bijlage III. Tabel 6.3: Maximale toetsingswaarden grond Monsteromschrijving
Zintuiglijke waarneming
(Meng) monster
Bovengrond zand west PFAS bovengrond west Bovengrond zand midden PFAS bovengrond midden Bovengrond zand noordoost Bovengrond zand oost Ondergrond zand (gwstand) Ondergrond zand (diep) Ondergrond klei
-
MM01 MM01 PFAS
-
MM02
Bovengrond boring 25 Zand onder asfaltverharding Depot tennisbaan
Maximale toetsingswaarde* <AW >AW >T >I X X
MM03
PCB PFOS
X
MM02 PFAS -
Maatgevende parameter(s)
X
PFOS
X
MM04
X
PCB
-
MM05
X
-
-
MM06 M07
X X
-
Baksteen 1-5% Beton 5-10%
M08
-
MM09
X
Cu, Pb, PAK
X
MMdepot X M = individueel monster, MM = mengmonster Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50%
Cu = koper
-
Pb -
Pb = lood PAK = polycyclische aromatische koolwaterstoffen PCB = polychloorbifenylen
Over het algemeen is de locatie niet tot maximaal licht verontreinigd met lood, PCB en PFOS. Het depot ter plaatse van de tennisbaan is licht verontreinigd met lood. Alleen ter plaatse van boring 25 waar een zwakke tot matige bijmenging aan beton en baksteen is aangetroffen is de grond matig verontreinigd met koper, lood en PAK. PFAS De analyseresultaten voor PFAS zijn getoetst aan het provinciaal beleid (Beleidsregel PFAS, Provincie Noord-Holland, Besluit d.d. 20 november 2019, publicatie in provinciaal blad nummer 7634 en sinds 20 november 2019 van kracht). De grond is conform het Provinciaal beleid van Noord-Holland verontreinigd, waarbij geen sanerende handelingen noodzakelijk zijn. Opgemerkt wordt dat PFAS diffuus verspreid voorkomen in de bodem en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet worden gemeten. Met name het kustgebied van
21HB0150-A1
15 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
Nederland kent verhoogde waarden voor PFAS. Dit betreffen derhalve vermoedelijk verhoogde achtergrondwaarden. Opgemerkt wordt dat: de aangetoonde matige verontreiniging met zware metalen en PAK bij boring 25 vermoedelijk wordt veroorzaakt door de aangetroffen bijmenging met bodemvreemd materiaal; de oorzaak van de aangetoonde lichte verontreiniging met PCB in de bovengrond niet bekend is. Op basis van ervaringsfeiten kunnen concentraties aan zware metalen en PAK op korte onderlinge afstand sterk variëren. Het is derhalve niet geheel uitgesloten dat concentraties plaatselijk de I-waarden overschrijden. Ter plaatse van de aangetoonde matige verontreiniging met koper, lood en PAK bij boring 25 is rondom deze boring het gebied met de bijmengingen aan baksteen en beton in kaart gebracht. Het betreft een gebied van circa 48 m². Met de laagdikte van gemiddeld 25 cm betreft dit circa 12 m³ zwak baksteen- en matig betonhoudende grond. Verwacht wordt dat middels het uitgevoerde bodemonderzoek een gemiddeld beeld van de bodemkwaliteit van deze laag is gepresenteerd. Een aanvullend bodemonderzoek ter plaatse van boring 25 wordt derhalve niet zinvol geacht.
Beoordeling indicatieve verwerkingsmogelijkheden (Bbk) In tabel 6.4 zijn de indicatieve kwaliteitsklassen weergegeven ten behoeve van de toepassings- en/of verwerkingsmogelijkheden. Tabel 6.4: Indeling kwaliteitsklassen grond Monsteromschrijving Bovengrond zand west
Zintuiglijke waarneming -
PFAS west Bovengrond zand midden
-
PFAS midden Bovengrond zand noordoost Bovengrond zand oost Ondergrond zand (gwstand) Ondergrond zand (diep) Ondergrond klei Bovengrond boring 25 Zand onder asfaltverharding Depot tennisbaan
-
(Meng) monster MM01 MM01 PFAS
Kwaliteitsklasse
Op basis van
Landbouw en natuur Landbouw en natuur met verhoogde PFAS (1)
-
MM02
Landbouw en natuur
-
MM02 PFAS
Landbouw en natuur met verhoogde PFAS (1)
PFOS
Landbouw en natuur
-
Industrie
Cu, Pb, ZN, M.O., PAK
PFOS
MM03 MM04
-
MM05
-
MM06 M07
Baksteen 1-5% Beton 5-10%
M08
-
MM09
Landbouw en natuur MMdepot M = individueel monster, MM = mengmonster Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50%
Cu = koper Pb = lood Zn = zink M.O. = minerale olie PAK = polycyclische aromatische koolwaterstoffen (1): In verband met een verhoogde PFAS-concentratie gelden er toepassingsvoorwaarden/-beperkingen.
Indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit wordt de boven en de ondergrond over het algemeen ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw en natuur. Voor de bovengrond geldt tevens dat er rekening mee wordt gehouden dat PFAS verhoogd aanwezig is. Hierdoor kunnen toepassingsvoorwaarden of beperkingen gelden. De baksteen- en betonhoudende bodemlaag van 0,2 tot 0,4 m-mv ter plaatse van boring 25 is her te gebruiken in de klasse Industrie. De analyseresultaten voor PFAS zijn, voor wat betreft de hergebruiksmogelijkheden, getoetst volgens het toetsingskader van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, geactualiseerd versie d.d. 2 juli 2020). De toetsing is weergegeven in bijlage III.
21HB0150-A1
16 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
7.
RESULTATEN GRONDWATER
7.1. Veldwerk In tabel 7.1 zijn de resultaten van de uitgevoerde metingen aan het grondwater weergegeven. De elektrisch geleidingsvermogen (EGV), de troebelheid (NTU) en de zuurgraad (pH) van het grondwater zijn gemeten bij de monstername. Tabel 7.1: Resultaten metingen grondwater Peilbuis 01 02 03 04 05 06
Grondwaterstand (m-mv) 0,65 0,33 0,35 0,75 0,99 0,33
Troebelheid (NTU) 10 260 13 16 17 13
Geleidingsvermogen (µS/cm) 430 880 860 690 400 1900
Zuurgraad (pH) 7,4 6,8 7,1 6,1 6,2 6,6
Aan het grondwater is geen kenmerk van een mogelijke verontreiniging waargenomen. Opgemerkt wordt dat de hoge grondwaterstand vermoedelijk te verklaren valt door de hevige regenval binnen de periode van plaatsing van de peilbuizen op 17 mei en de bemonstering van de peilbuizen op 27 mei 2021. Opgemerkt wordt dat een verhoogde troebelheid (>10 NTU) is gemeten. Een verhoogde troebelheid kan van invloed zijn op de analyseresultaten. 7.2. Uitvoering analyses In tabel 7.2 is een overzicht van de uitgevoerde grondwateranalyses en de bijbehorende motivatie weergegeven. Tabel 7.2: Uitgevoerde analyses grondwater Peilbuis 01 02 03 04 05 06
Zintuiglijke waarneming -
Analyse op
Standaardpakket
Motivatie
Bepalen algemene milieuhygiënische kwaliteit
Het standaardpakket voor grondwater (variant B) bestaat uit de analyses op zware metalen (9 stuks), vluchtige koolwaterstoffen (BTEXXS), naftaleen, vluchtige organo halogeenverbindingen (o.a. VOCl) en minerale olie (C10-C40). Door middel van dit standaardpakket wordt een algemeen beeld van de kwaliteit van het grondwater verkregen.
7.3. Analyseresultaten In tabel 7.3 zijn de maximale toetsingswaarden weergegeven en welke parameter(s) hierbij als maatgevend wordt beschouwd. Voor een overzicht van de niet maatgevende overschrijdingen (indien aanwezig) wordt verwezen naar bijlage III. Tabel 7.3: Maximale toetsingswaarden grondwater Peilbuis
01 02 03 04 05 06
21HB0150-A1
Zintuiglijke waarneming -
Maximale toetsingswaarde <S >S >T >I X X X X X X
Maatgevende parameter(s)
Barium Barium Zink Barium
17 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
Het grondwater is niet tot maximaal licht verontreinigd met barium en plaatselijk met zink. Opgemerkt wordt dat: barium veelal van nature in verhoogde concentraties in het grondwater wordt aangetroffen; de oorzaak van de verhoogd aangetoonde concentratie aan zink niet bekend is. De toetsing is weergegeven in bijlage III.
21HB0150-A1
18 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
8.
RESULTATEN ASBEST
8.1. Veldwerk Bodemopbouw Voor de beschrijving van de bodemopbouw wordt verwezen naar de resultaten van het veldwerk van het verkennend bodemonderzoek (paragraaf 4.1). De profielbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. Zintuiglijke waarnemingen Tijdens het veldwerk is zowel tijdens de visuele inspectie van het maaiveld alsmede in het uitgegraven materiaal uit de gaten visueel geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Tijdens het veldwerk zijn de in tabel 8.1 vermelde waarnemingen aan bodemvreemd materiaal gedaan. Tabel 8.1: Zintuiglijke waarneming bodemvreemd materiaal Gat Diepte (m-mv) Zintuiglijke waarneming G01 0,20 - 0,50 zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend G02 0,20 - 0,40 zwak baksteenhoudend, matig betonhoudend Gk02 0,12 - 0,20 volledig puingranulaat houdend, brokken asfalt Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50%
Opgemerkt wordt dat ter plaatse van de gaten G03 en G04 welke zijn geplaatst bij het schuurtje met het asbest verdachte dak nabij boring 33 geen waarnemingen zijn gedaan van antropogene bijmengingen. 8.2. Uitvoering analyses In tabel 8.2 is een overzicht van de uitgevoerde asbestanalyses en bijbehorende motivatie weergegeven. Tabel 8.2: Uitgevoerde analyses asbest Gat Fractie < 20 mm G01+G02 G03+G04 Gk02
Analyse(meng)monster
Analyse volgens
Motivatie
MMA01 MMA02 MA03
NEN 5898
Bepalen aanwezigheid en concentratie aan asbest in de visueel niet zichtbare fractie
Opgemerkt wordt dat de fractie < 500 µm in dit stadium van het onderzoek kwalitatief is gecontroleerd; De monstersamenstelling heeft plaatsgevonden op basis van: de ligging van de gaten; type bijmenging in de bodem.
8.3. Analyseresultaten Fractie < 20 mm In tabel 8.3 is de gewogen concentratie van de fractie < 20 mm weergegeven alsmede welke asbestsoorten in hecht- en/of niet-hechtgebonden vorm zijn aangetoond. Tabel 8.3: Aangetoonde asbestsoorten fractie < 20 mm Gat
Monster
G01+G02 G03+G04 Gk02
MMA01 MMA02 MA03
Gewogen concentratie asbest (mg/kg d.s.) <0,7 4,2 <0,4
chr X -
Asbestsoort cro X -
amo X -
Hechtgebonden ja nee X X -
chr = chrysotiel, cro = crocidoliet, amo = amosiet
Opgemerkt wordt dat kwalitatief in de fractie < 500 µm geen asbest is aangetoond. 21HB0150-A1
19 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
Totale concentratie asbest De totale concentratie aan asbest wordt conform de NEN 5707 en/of NEN 5897 bepaald door een optelling te maken van de gewogen concentratie visueel zichtbaar asbest (fractie > 20 mm) en de gewogen concentratie visueel niet zichtbaar asbest (fractie < 20 mm). De som van de beide concentraties en de toetsing aan de I-waarde/restconcentratienorm is weergegeven in tabel 8.4. Tabel 8.4: Optelling concentraties asbest (mg/kg d.s.) Gat
Gewogen concentratie asbest fractie > 20 mm
G01+G02 G03+G034 Gk02 v.n.a. a.n.a. Getal
v.n.a.
Gewogen concentratie asbest fractie < 20 mm a.n.a. 9,2 a.n.a.
Totaal gewogen concentratie asbest (mg/kg d.s) < 9 <
Toetsingswaarde (mg/kg d.s.)
100
visueel niet aangetroffen analytisch niet aantoonbaar (geen asbest boven de bepalingsgrens aangetoond) concentratie overschrijdt de bepalingsgrens
Maaiveld Tijdens de visuele inspectie van het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Grond Ter plaatse van de proefgaten G03 en G04 is analytisch asbest boven de bepalingsgrens aangetoond. Deze gaten zijn onderzocht bij het schuurtje met het asbestverdachte dak. Het aangetroffen asbest betreft chrysotiel, crocidoliet en amosiet welke in niet-hechtgebonden vorm aanwezig is. De concentratie overschrijdt de I-waarde niet. Doordat echter niet alleen de eerste 10 cm is onderzocht maar de gehele laag van de bovengrond dient nu rekening te worden gehouden met een hogere concentratie aan asbest in de eerste 10 cm. Deze 10 cm dient nog aanvullend te worden onderzocht. Het resultaat aan asbest in alhier dient vooralsnog als indicatief beschouwd te worden. Het onderzoek naar asbest in de eerste 10 cm van de bovenlaag zal begin september 2021, als de camping is gesloten, alsnog worden uitgevoerd. Ter plaatse van de proefgaten G01 en G02 is analytisch geen asbest boven de bepalingsgrens aangetoond. Puin Ter plaatse van het proefgat Gk02 is analytisch geen asbest boven de bepalingsgrens aangetoond. De toetsing is weergegeven in bijlage III.
21HB0150-A1
20 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
9.
VEILIGHEID
9.1. Bodem en fundatie Voor de uitvoering van werken in de bodem/fundatie dient te worden nagegaan of de toepassing van arbeidshygiënische maatregelen noodzakelijk zijn. Indien sprake is van verontreinigde grond moet, bij de uitvoering van werkzaamheden in en met deze grond, veilig worden gewerkt conform de wettelijke voorschriften. De wettelijke voorschriften zijn vastgelegd in het Arbeidsomstandighedenbesluit, en de daaraan gekoppelde beleidsregels. Ter invulling van de wettelijke voorschriften is door het CROW publicatie 400 uitgegeven ('Werken in of met verontreinigde bodem'). In de CROW 400 zijn tevens veiligheidsmaatregelen opgenomen voor werkzaamheden in (secundaire) bouwstoffen (Module 3). De voorlopige veiligheidsklasse conform CROW 400, zoals bepaald in onderhavige rapportage, hoeft niet bepaald te worden door de veiligheidskundige, maar de inzet van deze deskundigheid in zowel ontwerpfase (opstellen V&G plan) als uitvoeringsfase is verplicht. Dit is met name relevant omdat de veiligheidsklasse en de beheersmaatregelen niet direct aan elkaar te koppelen zijn en er inhoudelijke discussies kunnen ontstaan over de toe te passen beheersmaatregelen. Het niveau van de minimale deskundigheid is opgenomen in de CROW 400 (tabel M5-1).
Er moet ook in de ontwerpfase een expliciete onderbouwing aanwezig zijn die is opgesteld door de betrokken veiligheidskundige, inclusief een motivering van voorgestelde voorlopige beheersmaatregelen. Uiteindelijk is het echter aan de uitvoerende partij om de definitieve beheersmaatregelen te onderbouwen, met name daar waar men afwijkt van de voorlopige beheersmaatregelen. In de CROW 400 is een aparte veiligheidsklasse opgenomen voor bouwstoffen waarin omschreven wordt hoe omgegaan dient te worden met blootstelling en stofvorming. De veiligheidskundige van de uitvoerende partij dient voorafgaande aan de uitvoering van eventuele graafwerkzaamheden een definitieve uitspraak te doen over het nemen van veiligheidsmaatregelen. In onderhavig geval vallen alle graafwerkzaamheden in de grond onder het regime Basishygiëne. Hierbij dient echter rekening te worden gehouden met een mogelijke verontreiniging met asbest ter plaatse van het schuurtje met asbest verdachte dakbedekking waardoor voor dit gedeelte van de locatie een ander veiligheidsregime kan gelden. Indien werkzaamheden worden uitgevoerd in fundatie is het regime Bouwstoffen van toepassing. De voor het werk te treffen veiligheidsmaatregelen dienen te zijn opgenomen in een Veiligheids- en Gezondheidsplan (V&G-plan).
De veiligheidskundige van de uitvoerende partij dient, voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden, een definitieve uitspraak te doen over de te nemen veiligheidsmaatregelen. 9.2. Asfalt Teerhoudend Voorafgaand aan de werkzaamheden dient door de aannemer een schollen- of freesplan opgesteld te worden. Hierin wordt aangegeven hoe wordt omgegaan met stofvorming en onvoorziene situaties. Teerhoudend asfalt mag onder geen beding worden toegepast in een werk, ook niet in gebonden vorm. In het bestek/de werkomschrijving dient te worden vermeld dat het asfalt dient te worden aangeboden aan een vergunde inrichting (CROW publicatie- 210). VBW-asfalt heeft een draaiboek opgesteld (protocol “Koude bewerkingen met teerhoudend asfalt”) voor freeswerkzaamheden met teerhoudend asfalt. Behalve algemene richtlijnen beschrijft deze publicatie een aantal bijzondere maatregelen ter beperking van blootstelling aan PAK voor direct betrokken werknemers en derden. De veiligheidskundige van de uitvoerende partij dient voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden een definitieve uitspraak te doen over het nemen van veiligheidsmaatregelen. 21HB0150-A1
21 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
Niet teerhoudend Voorafgaand aan de werkzaamheden dient door de aannemer een schollen- of freesplan opgesteld te worden. Hierin wordt aangegeven hoe wordt omgegaan met stofvorming en onvoorziene situaties. Voor de verwijdering van de asfaltverharding zijn geen specifieke veiligheidsmaatregelen van toepassing. De veiligheidskundige van de uitvoerende partij dient voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden een definitieve uitspraak te doen over het nemen van veiligheidsmaatregelen.
21HB0150-A1
22 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
10. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN In het verkennend bodem-, asbest in grond c.q. puin- en verhardingsonderzoek ter plaatse van camping De Donkere Duinen te Den Helder wordt het onderstaande geconcludeerd: Asfalt het asfalt dat ter plaatse van de parkeerplaats en het gedeelte ter hoogte van de boringen K02 en K03 zal vrijkomen bij de werkzaamheden is volledig her te gebruiken als niet teerhoudend asfalt het overige asfalt dat zal vrijkomen bij de werkzaamheden dient als teerhoudend te worden beschouwd. Dit asfalt dient separaat te worden afgevoerd te worden naar een erkend verwerker Fundatie de aangetroffen fundatie van puingranulaat en asfaltgranulaat is mogelijk her te gebruiken als niet vormgegeven bouwstof. Grond de locatie is niet tot maximaal licht verontreinigd met PCB en PFOS. Alleen ter plaatse van boring 25 waar een zwakke tot matige bijmenging aan beton en baksteen is aangetroffen is de grond matig verontreinigd met koper, lood en PAK; het depot dat op de tennisbaan is gelegen is licht verontreinigd met lood; de bovengrond wordt, behoudens het gedeelte bij boring 25, indicatief ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw en natuur met een verhoogde PFAS-concentratie.
Opgemerkt wordt dat in verband met een verhoogde PFAS-concentratie er toepassingsvoorwaarden/beperkingen gelden; de bovengrond ter plaatse van boring 25 is mogelijk her te gebruiken in de klasse Industrie; de grond van het depot is mogelijk her te gebruiken in de klasse Landbouw en natuur; de ondergrond is mogelijk her te gebruiken in de klasse Landbouw en natuur. Grondwater het grondwater is niet tot maximaal licht verontreinigd met barium en plaatselijk met zink.
Asbest op het maaiveld zijn geen waarnemingen gedaan van asbestverdacht materiaal; ter plaatse van het schuurtje met asbestverdachte dakbedekking is asbest boven de bepalingsgrens aangetoond. De hoeveelheid overschrijdt de interventiewaarden niet. Echter dient de locatie nog aanvullend te worden onderzocht voor de eerste 10 cm om na te gaan of er geen sterke verontreiniging met asbest in deze laag aanwezig is; ter plaatse van de boring 25 en onder de asfaltverharding is geen asbest aangetoond. Veiligheid voor de verwijdering van de teerhoudende asfaltverharding specifieke veiligheidsmaatregelen van toepassing zijn. Er dienen maatregelen te worden genomen tegen stofvorming en onvoorziene situaties; indien werkzaamheden worden uitgevoerd in de grond is de milieuhygiënische veiligheidsklasse basishygiëne van toepassing. Hierbij dient echter rekening te worden gehouden met een mogelijke verontreiniging met asbest ter plaatse van het schuurtje met asbest verdachte dakbedekking waardoor voor dit gedeelte van de locatie een ander veiligheidsregime kan gelden;. Indien werkzaamheden worden uitgevoerd in fundatie is het regime Bouwstoffen van toepassing.
21HB0150-A1
23 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
Opgemerkt wordt dat: het resultaat aan asbest in grond ter plaatse van de schuur met asbestverdachte dakbedekking vooralsnog als indicatief beschouwd dient te worden. Het onderzoek naar asbest in de eerste 10 cm van de bovenlaag zal begin september 2021 alsnog plaatsvinden; de voor het werk te treffen veiligheidsmaatregelen zijn beschreven in de publicatie CROW400; teerhoudend asfalt onder geen beding mag worden toegepast in een werk, ook niet in gebonden vorm. Het materiaal dient te worden aangeboden aan een vergunde inrichting (CROW publicatie210); barium veelal in een verhoogde concentratie wordt aangetroffen in het grondwater; de oorzaak van de aangetoonde verontreiniging met PCB in de grond en zink in het grondwater niet bekend is; de onderzoekshypotheses zoals vermeld in paragraaf 2.3 niet geheel bevestigd zijn; de voor het werk te treffen veiligheidsmaatregelen opgenomen dienen te zijn in een Veiligheids- en Gezondheidsplan (V&G-plan); Eindconclusie Uit de resultaten van het uitgevoerde onderzoek blijkt dat er vooralsnog geen beperkingen aanwezig zijn voor de voorgenomen herinrichtingswerkzaamheden van de locatie. Wel dient rekening te worden gehouden met een mogelijk verontreiniging met asbest in de eerste tien centimeter grond in de strook van 1 meter langs de schuur met asbestverdachte dakbedekking.
Aanbevelingen Aanbevolen wordt: de voorliggende rapportage aan alle betrokken partijen te overleggen; de strook grond langs de schuur met asbestverdachte dakbedekking te laten onderzoeken op aanwezigheid van asbest in de eerste 10 cm; de voorliggende rapportage in verband met de aanvraag van een omgevingsvergunning aan de gemeente Den Helder te overleggen; de onderzoeksresultaten bij de aanbestedingsbescheiden/het bestek te voegen; indien ontgravingswerkzaamheden c.q. afvoer van grond plaatsvindt van meer dan 50 m³ niet-sterk verontreinigde grond, minimaal 5 werkdagen van tevoren een 'Melding verplaatsing niet-ernstig verontreinigde grond' ingevolge de Wet Bodembescherming te overleggen aan het bevoegd gezag; bij het werken met verontreinigde grond, wegfundatie en/of grondwater arbeidshygiënische maatregelen te treffen. Een overzicht van de arbeidshygiënische en organisatorische maatregelen is opgenomen in de CROW 400 "Werken in of met verontreinigde bodem"; tijdens de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden alert te zijn op afwijkende bodemlagen; bij de bouw- en herinrichtingswerkzaamheden rekening te houden met de aangetoonde bodemkwaliteit.
21HB0150-A1
24 van 24 | Pagina
Legenda teerhoudend asfalt asfalt teervrij grondboring grondboring met peilbuis asbestgat puinlaag
OVERZICHTSTEKENING Projectcode: 21HB0150-A1 Projectnaam: Camping De Donkere Duinen Den Helder Formaat: A3 liggend
onderzoekslocatie gedempte sloot asbestgat asfaltboring
HB Adviesbureau infra | sport | milieu | natuur Comeniusstraat 7 • 1817 MS Alkmaar Krijn Taconiskade 412 • 1087 HW Amsterdam info@hbadvies.nl • hbadvies.nl • 088 472 0600
Legenda grondboring. grondboring met peilbuis
OVERZICHTSTEKENING Projectcode: 21HB0150-A1 Projectnaam:Camping Donkere Duinen Den Helder detailtekening asbestonderzoek bij boring 25 Formaat: A4 liggend