Definitieve zienswijzennota tijdelijk motorcrossterrein Den Helder.pdf
Tekst van het document
Zienswijzennota tijdelijk motorcrossterrein Den Helder
Hoofdstuk 1. Terinzagelegging ontwerp omgevingsvergunning Op grond van artikel 3.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) juncto afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft gedurende een periode van zes weken, te weten van maandag 1 februari 2021 t/m maandag 15 maart 2021 1, het ontwerpbesluit op de aanvraag voor een tijdelijke omgevingsvergunning voor een tijdelijk motorcrossterrein aan de Luchthavenweg 30 te Den Helder ter inzage gelegen. Van de terinzagelegging is conform artikel 3.12 lid 1 Awb vooraf kennis gegeven in het Helders Nieuwsblad op de pagina Stadsnieuws op vrijdag 29 januari 2021. Daarnaast is volgens eerder gedane toezeggingen een persoonlijke kennisgeving bij een aantal omwonenden bezorgd. In de kennisgeving is conform artikel 3.12 lid 5 Wabo aan een ieder de mogelijkheid geboden om een zienswijze inzake het ontwerpbesluit naar voren te brengen, gedurende de periode van terinzagelegging. Hoofdstuk 2. Indieners van zienswijzen en ontvankelijkheid Van de mogelijkheid om een zienswijze in dienen is gebruik gemaakt door een aantal personen c.q instanties. Deze zijn alle binnen de gestelde periode binnengekomen en zijn daarmee dus ontvankelijk. Het gaat om de volgende indieners van zienswijzen: 1. Bewoner Kortevliet 56, tevens namens R.A.J Clemens Bloembollen BV, gevestigd op hetzelfde adres; 2.
Bewoner Kortevliet 60-62, tevens namens B.J. van Kampen Bloembollen, gevestigd op hetzelfde adres; 3. Buurtvereniging De Friesche Buurt, Kortevliet 34c. Indieners onder 1 en 2 laten zich beiden vertegenwoordigen door DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij NV. Wel zijn er twee aparte zienswijzen geschreven. Vanwege de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is in deze nota geen gebruik gemaakt van de namen van de particuliere indiener van een zienswijze, wel die van de bedrijven. Hieronder worden de zienswijzen verkort weergegeven en voorzien van een gemeentelijke beantwoording. De zienswijzen van indieners onder 1 en 2 zijn voor een groot deel gelijk aan elkaar. Daarom wordt bij indieners onder 2 voor een groot deel verwezen naar de beantwoording van de soortgelijke onderdelen zienswijze van indieners onder 1. Hoofdstuk 3 Inhoud en beantwoording van zienswijzen Indieners 1 (R.A.J. Clemens Bloembollen BV e.a.) 1.1 Afstand Indieners geven aan te wonen c.q. te zijn gevestigd op zo'n 200 meter afstand en kunnen zich omwille van geluidsoverlast, geuroverlast en luchtvervuiling niet vinden in een nieuwe episode van een motorcrossterrein voor de deur. Reactie: De afstand tot de woning c.q. bouwvlak van indiener bedraagt niet 200 meter, maar circa 380 meter tot het vergunningsgebied. De afstand tot de feitelijke baan is 390 meter.
Op de relevante milieuaspecten wordt verderop nader ingegaan. 1.2 Voorgeschiedenis Indieners geven hun beeld van de voorgeschiedenis van de nu voorliggende ontwerp vergunning. Reactie: Wij herkennen ons niet geheel in het geschetste beeld van de voorgeschiedenis. In het bijzonder is het niet juist dat naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank de omgevingsvergunning alsnog is geweigerd. Er moe(s)t nog steeds een nieuw besluit worden genomen op de aangevraagde omgevingsvergunning. Het ontwerp van dit besluit ligt nu met de onderhavige ontwerpvergunning voor.
1 Omdat de termijn van zes weken eindigt op een zondag wordt deze op grond van de Algemene
Termijnenwet met één dag tot en met maandag verlengd.
De illegale crossactiviteiten vinden niet plaats door of namens de motorsportvereniging. Het gaat om het zogeheten wildcrossen, waar moeilijk tegen opgetreden kan worden. De mededeling van de wethouder op 4 maart 2014 aan de Helderse Courant dat het motorcrossterrein gesloten zou blijven is van vóór het primaire besluit van 20 juli 2016 van het hele college om de vergunning alsnog tijdelijk te verlenen, en bindt het college als geheel niet, en is ook achterhaald door de omstandigheden. 1.3 Richtafstand Indieners wijzen erop dat een motorcrossterrein op grond van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering in milieucategorie 5.2 valt. De bijbehorende richtafstand wordt bepaald door het aspect geluid en bedraagt 700 meter in het geval van een rustige woonwijk en 500 meter bij een gemengd gebied. In het geval van de woning en het bedrijf van indieners, die zich op minder dan 200 meter afstand bevinden, wordt bij lange na niet aan de richtafstand voldaan. Aldus is ter beoordeling van de goede ruimtelijke ordening op het gebied van geluid een akoestisch onderzoek nodig. Daartoe dient het akoestisch onderzoek van 30 november 2020. Indieners kunnen zich niet vinden in de uitgangspunten die aan dit onderzoek ten grondslag liggen en ook niet in de conclusies die het bevoegd gezag aan de uitkomsten van het onderzoek verbindt.
Reactie: Zoals hiervoor aangegeven bedraagt de afstand tot het motorcrossterrein meer dan 200 meter, namelijk 380 meter. Zoals in de ruimtelijke onderbouwing aangegeven is de richtafstand in dit geval 500 meter omdat er sprake is van gemengd gebied. De afwijking van de richtafstand is in dit geval geringer dan indieners het doen voorkomen. Vanwege het feit dat er woningen binnen de richtafstand liggen is het aspect geluid nader beschouwd. Dat indieners zich niet kunnen vinden in de uitgangspunten van dit onderzoek en de hieraan verbonden conclusies doet er niet aan af dat de richtafstand niet allesbepalend is. Het betreft een richtlijn waarvan gemotiveerd kan worden afgeweken. Dit is in de ruimtelijke onderbouwing uitgebreid toegelicht. 1.4 Geluidbelasting ter hoogte woning indieners Indieners vinden het onbegrijpelijk dat de geluidsbelasting ter hoogte van de woning van cliënt niet is nagegaan. Deze bevindt zich immers ruim binnen de richtafstand uit de VNG-brochure, terwijl indieners in het verleden veelvuldig aan de bel hebben getrokken over geluidsoverlast. Daarbij kan de Kortevliet 9 niet als maatgevend worden beschouwd, nu deze zich in een andere hoek ten opzichte van het motorcrossterrein bevindt en tevens aan de andere kant van de spoorlijn.
Het niet betrekken van de woning van cliënt in het akoestisch onderzoek is derhalve in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel van artikel 3:2 Awb, aldus indieners. Reactie: Als uitgangspunt voor het akoestisch onderzoek zijn de waarneempunten gekozen die ook zijn gebruikt bij de vorige tijdelijke milieuvergunning van 2008. Uitgangspunt is dat het geluid op het dichtstbijzijnde gevoelige gebouw wordt beoordeeld. Dit is in dit geval de woning op Kortevliet 9. Deze woning heeft een langtijdgemiddelde geluidbelasting van 45 dB(A) bij trainingsdagen en 47 dB(A) bij wedstijddagen. Deze woning ligt in dezelfde richting dichterbij het motorcrossterrein dan de woning van indieners. De afstand van deze woning tot het crossterrein bedraagt circa 290 meter, die van indieners circa 380 meter. Dit betekent dat de geluidbelasting op de woning van indieners altijd lager zal zijn dan die op Kortevliet 9. Volledigheidshalve hebben wij naar aanleiding van deze zienswijze voor zowel trainings- als wedstrijddagen de belasting op de gevel berekend. Ook hieruit volgt dat de geluidbelasting nabij Kortevliet 9 hoger is dan de woning van de indieners van de zienswijze, waar de berekende belasting bij trainingsdagen 43 dB(A) is en bij wedstrijddagen 45 dB(A).
1.5 Aanvaardbaarheid overschrijding 50 dB(A) Uit het onderzoek blijkt dat men voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) voor de trainingen uitkomt op maximaal 50 dB(A), terwijl op een wedstrijddag de geluidsnorm van 50 dB(A) uit de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering wordt overschreden: op meerdere woningen komt men uit op 52 dB(A). De gemeente concludeert dat dit aanvaardbaar is omdat het hier gaat om zogenoemde MTG-woningen waarvoor in het verleden een hogere toelaatbare geluidbelasting is vastgesteld en dat dit illustreert dat dit woningen zijn in een gebied met een hogere geluidbelasting, en dat gelet op de staat van onderhoud van de woning zou kunnen worden voldaan aan het minimaal vereiste binnenniveau van 35 dB(A). Indieners achten dit niet zorgvuldig. Ten eerste betreffen niet alle woningen MTG-woningen. Ten tweede wordt het minimaal vereiste binnenniveau van 35 dB(A)
gebruikt om een hogere waarde op grond van het Activiteitenbesluit vast te kunnen stellen. Dit zegt echter nog niets over de aanvaardbaarheid vanuit het criterium van een goede ruimtelijke ordening. Reactie: De twee woningen waar maximaal 4 keer per jaar – tijdens wedstrijden - een langtijdgemiddelde geluidbelasting optreedt van 52 dB(A) - Middenvliet 14b en 16 - zijn wel MTG2 woningen (respectievelijk tot 54 en 55 dB(A)). Bovendien is de MTG waarde niet de hoofdreden waarom de overschrijding aanvaardbaar wordt geacht. Het gaat om een geringe overschrijding, en deze komt slechts maximaal 4x per jaar voor. Zie paragraaf 4.1.2 in de ruimtelijke onderbouwing. Het binnenniveau komt, anders dan indieners stellen, niet voor in de overwegingen in de ruimtelijke onderbouwing voor de aanvaardbaarheid van de overschrijding. De woning Kortevliet 9, die in dezelfde richting dichterbij het motorcrossterrein ligt, heeft overigens geen overschrijding van de 50 dB(A) norm bij wedstrijden. Bij wedstrijden is de langtijdgemiddelde geluidbelasting hier 47 dB(A). Bij de woning van indieners is deze lager, namelijk, zoals hiervoor aangegeven, 45 dB(A). 1.6 Cumulatie In de VNG-brochure is een stappenplan opgenomen als methodiek om af te wijken van de geluidsnorm.
In casu gaat het om stap 3: is een geluidsnorm van meer dan 50 dB(A) maar maximaal 55 dB(A) aanvaardbaar? In het stappenplan staat aangegeven dat het bevoegd gezag dient te motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Een motivatie vanuit de invalshoek van de goede ruimtelijke ordening is zoals gezegd volgens indieners niet gegeven. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat er alleen gekeken is naar de geluidsbelasting als gevolg van de aangevraagde activiteiten, maar niet naar cumulatie met reeds aanwezige geluidsbelasting. Zeker in een gebied waarin MTG-woningen staan en waarin dus al weinig geluidruimte over is, dient dit te worden onderzocht, aldus indieners. Reactie: Zoals aangegeven komt een geluidbelasting van meer dan 50 dB(A) slechts ten hoogste 4 x per jaar voor. Daarom is bij het opstellen van de ruimtelijke onderbouwing het rekenkundig onderbouwen van cumulatie – die jaargemiddeld wordt beschouwd - niet relevant geacht. Naar aanleiding van deze zienswijze is alsnog een berekening opgesteld om de gecumuleerde geluidbelasting te bepalen (notitie Sweco 29-07-2021, 51006485). Hierbij is gekeken naar cumulatie met industrielawaai, railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai.
Uit dit cumulatierapport blijkt dat als gevolg van de tijdelijke motorsportfaciliteit bij twee adressen (de beide MTG-woningen) de gecumuleerde geluidbelasting (1 dB) toeneemt ten opzichte van de autonome situatie. De milieukwaliteit ter plaatse (op het gebied van geluid) verandert daardoor niet. De beoordeling blijft gelijk (volgens de algemeen geaccepteerde beoordelingsmethode Miedema3). Hieraan kan nog het volgende worden toegevoegd. Cumulatie heeft geen voorgeschreven norm, maar geeft een algemeen inzicht waarbij het gebruikelijk is om een jaargemiddelde toe te passen. Het gaat immers bij geluid in basis om langdurige blootstelling. Desalniettemin is cumulatie in de notitie beschouwd. Dat er sprake is van een ‘toevoeging’ van geluid spreekt voor zich omdat er 12 keer per jaar een activiteit bijkomt, waarvan maximaal 4 keer een wedstrijd. Met andere woorden, 97 % van de tijd (het jaar) vindt er met betrekking tot het motorcrossen geen cumulatie plaats. Daarnaast wordt opgemerkt dat voor de extra geluidbelasting zich alleen in de dagperiode zich zal voordoen In combinatie met de beschreven aard en omvang leidt de cumulatie niet tot een onacceptabel woon- en leefklimaat. Het cumulatierapport wordt alsnog toegevoegd aan de ruimtelijke onderbouwing. 1.7 Aanvullende registraties
2 Een MTG-woning is een woning waarop een Meest Toegestane Geluidbelasting voor sanering is
bepaald ten tijde van de eerste vaststelling van de geluidzone van een industrieterrein. 3 Bij de Miedema methode worden de verschillende soorten van geluidbelasting bij elkaar opgeteld met in achtneming van bepaalde weegfactoren. De uitkomsten worden hiervan worden in beoordelingsklassen van 5 dB (Lden) ingedeeld van goed tot zeer slecht.
De gemeente heeft een voorschrift aan het ontwerpbesluit verbonden aangaande de controle op naleving (onder 2.5.1 en 2.5.2). Deze voorschriften borgen nu enkel de registratie van het aantal deelnemers en de trainingsduur. De mogelijkheden van een transponder gaan veel verder. Het voorschrift is dan ook niet toereikend om als handhavingsinstrument gebruikt te worden. Mede gezien de ervaringen uit het verleden alwaar herhaaldelijk sprake is geweest van overtredingen en illegale races, achten indieners het noodzakelijk het voorschrift uit te breiden met de registratie van het voertuig (merk, type en klasse), de meetmethode, gemeten geluidniveau en hoeveel crossmotoren tegelijk op de crossbaan aanwezig zijn. Reactie: Dat er technische systemen beschikbaar zijn die verder reiken dan in de voorschriften is opgenomen wordt niet bestreden. Echter volgde niet uit de aanvraag dat een dergelijk systeem binnen de crossvereniging aanwezig is. Hierover heeft nadere afstemming plaatsgevonden. De crossvereniging heeft een systeem wat verder gaat dat nu in voorschriften is vastgelegd. In het kader van het milieubelang hebben wij de voorschriften op die punten aangevuld. Aangegeven zal worden dat merk, type en klasse van de motoren geregistreerd moeten worden, alsook de meetmethode, gemeten geluidniveau en de bewegingsduur in minuten op de grote crossbaan.
Het soort systeem zelf leggen we niet vast. Hoeveel crossmotoren tegelijk op de grote crossbaan aanwezig zijn, is al af te leiden uit de transponder zelf Elke motor moet voorzien zijn van een transponder en daarmee registreert het systeem dus ook het aantal motoren die in de baan rijden of hebben gereden. 1.8 Schade aan bloembollen door uitlaatgassen De onderneming van indieners stelt gevestigd te zijn op een afstand van ongeveer 200 meter van het motorcrossterrein, alwaar bloembollen worden gekweekt. Bloembollen verdragen geen uitlaatgassen en daaruit voortkomende fijnstof/roet. Roet en ultrafijnstof zijn het meest schadelijk en leiden tot misoogsten en daarmee schade. Indieners stellen dat er geen onderzoek is geweest naar de effecten van uitlaatgassen van de crosslocatie op de omliggende gewassen, terwijl appellant deze problematiek wel heeft aangekaart. Indieners achten dit strijdig met het zorgvuldigheidsbeginsel van artikel 3:2 Awb. Indieners hebben destijds, in 2017, dr. H. Gude van de Universiteit van Wageningen benaderd. Hij heeft onderzoek gedaan naar de schadelijke effecten van ethyleengas op tulpenbollen. Het ging daarbij om ethyleengas, afkomstig van zieke bollen, maar ook ethyleen 'van buiten' heeft die schadelijke effecten, en uitlaatgassen van verbrandingsmotoren bevatten ethyleen.
In het rapport, wat appellant bij zijn zienswijze heeft bijgevoegd, staat beschreven hoe kortdurende overschrijdingen van de schadedrempel de tulpenbollen negatief kunnen beïnvloeden. Reactie: Zoals aangegeven ligt de onderneming van indieners op circa 380 meter afstand en niet op 200 meter. Het onderzoek betreffende de schadelijke effecten van ethyleengas op tulpenbollen heeft betrekking op ophoping van ethyleen tijdens bewaren en transport van deze bollen, met name als gevolg van zure tulpenbollen. Dit onderzoek kan niet zonder meer worden vertaald naar effecten van eventuele ethyleen op de teelt van omliggende gewassen. Uit bijlage 6 bij de ruimtelijke onderbouwing (het luchtkwaliteitsonderzoek) blijkt dat de verspreiding van NO2 (afkomstig uit de uitlaatgassen) zodanig is dat op de grens van het motorcrossterrein slechts een jaargemiddelde toename is van 0,2 µg/m3. Idem geldt dit ook voor fijnstof. Voor andere koolwaterstoffen (waar ethyleen onder valt) zijn geen eisen van toepassing. Bij het bedrijf van indieners zal op 380 meter afstand zal de jaargemiddelde concentratie aan uitlaatgassen nihil zijn. Wij achten het daarom uitgesloten dat de uitlaatgassen van 12 dagen per jaar motorcrossen van invloed zijn op de opslag van bollen of op omliggende teelt van gewassen.
Dit ook met name vanwege het feit dat er het hele jaar rond andere uitlaatgas-bronnen zijn in de omgeving (wegverkeer, vliegverkeer, die jaarrond veel groter effect hebben). 1.9 Geurhinder Bij de overwegingen onder de activiteit milieu zijn de uitlaatgassen van de motoren als relevante geurbron aangemerkt. Indieners stellen dat de gemeente concludeert dat er buiten de inrichting nabij geurgevoelige objecten er geen sprake is van een onaanvaardbaar hinderniveau, en dat er geen reden is om nadere voorschriften op te leggen. Het is indieners onduidelijk waar de gemeente zich op baseert met de stelling dat er ter hoogte van de woning van indieners sprake is van een aanvaardbaar hinderniveau. Tijdens het crossen staat de woning van indieners iedere keer vol met benzinedampen, en bovendien kan hij dan ook geen gebruik maken van de buitenruimte. Indieners stellen dat de
gemeente op grond van artikel 2.7a lid 2 Activiteitenbesluit in ieder geval een geuronderzoek moet uitvoeren , zodat kan worden nagegaan of het hinderniveau aanvaardbaar is. Reactie: In de ruimtelijke onderbouwing wordt in paragraaf 4.1.3 aangegeven dat voor geur vanwege motorcrossterreinen (volgens de VNG brochure) een richtafstand van 100 meter geldt tot gevoelige functies. De afstand tot de omliggende woningen bedraagt meer dan 200 meter, waardoor aan de richtafstand wordt voldaan. Met de overwegende westenwind is dit ook nog eens van deze woningen af. Ook blijkt uit bijlage 6 bij de ruimtelijke onderbouwing, het luchtkwaliteitsonderzoek, dat op de grens van het onderzoeksgebied ruimschoots aan de eisen van de Wet milieubeheer voor concentraties van verontreinigende stoffen wordt voldaan. In het geval van uitlaatgassen zijn dit tevens ook de geurdragende stoffen. Ter plaatse van de woning van indieners zullen de optredende maximale concentraties nog substantieel lager zijn dan wettelijk toegestaan. Specifiek ten aanzien van benzinedampen kan nog worden vermeld dat deze hooguit bij het vullen van de motoren kunnen vrijkomen of bij het starten van motoren. Dit is evenwel op de afstanden van meerdere honderden meters verwaarloosbaar. Er is dan ook geen aanleiding om een geuronderzoek uit te voeren op basis van artikel 2.7a lid 2 van het Activiteitenbesluit.
1.10 Evenredigheidsbeginsel Bij brief van 12 november 2018 heeft de gemeente laten weten opnieuw mee te willen werken aan het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van het motorcrossterrein. Als reden hiervoor geeft de gemeente op dat er vanuit de gemeente Hollands Kroon op dat moment opdracht was gegeven voor het opstellen van een Milieu Effect Rapportage ten behoeve van een permanente locatie voor de crossbaan. En dus dat er hiermee zicht zou zijn op een permanente locatie buiten de gemeente Den Helder. Indieners zijn hier niet zo zeker van. In oktober 2020, bijna 2 jaar verder, lag het besluit MER en alsmede twee voorontwerpbestemmingsplannen ter inzage. De vaststelling van deze plannen is echter geen sinecure, nu ook de omwonenden aldaar zich fel verzetten tegen de komst van een motorcrossterrein. Wat gebeurt er als de plannen niet of voorlopig niet worden vastgesteld en men op zoek moet naar een nieuwe locatie binnen de gemeente Hollands Kroon? Indieners vragen zich af of er dan wéér een vergunning voor tijdelijk afwijken wordt aangevraagd. Indieners stellen al jarenlang blootgesteld te zijn aan forse geluidsoverlast, geurhinder en luchtvervuiling, als gevolg van het gebruik van het motorcrossterrein.
In het weigeringsbesluit uit 2017 erkent de gemeente volgens indieners dat op korte afstand van de baan woningen aanwezig zijn en dat het geluid van de motoren in een groot gedeelte van de gemeente te horen is. Volgens indieners moet bij het afwegen van de belangen niet alleen de aangevraagde periode worden bezien, maar ook de eerder vergunde periode en de periode dat de motorcrossactiviteiten illegaal hebben plaatsgevonden. Indien het belang van omwonenden voor een goed woon- en leefklimaat nu opnieuw zou moeten wijken voor de belangen van de motorcrossers, terwijl zeker niet uitgesloten is dat ook na de periode van 1.111 dagen nog geen permanente locatie in Hollands Kroon beschikbaar is, is in strijd met het evenredigheidsbeginsel van artikel 3:4 lid 2 Awb, aldus indieners. Reactie: Vooropgesteld moet worden dat er in 2017 geen weigeringsbesluit is genomen door de gemeente en dat de effecten van de eerder vergunde periode ruimtelijk en qua milieu aanvaardbaar zijn beoordeeld. Illegale crossactiviteiten blijven buiten de beoordeling van de nieuwe vergunning. Uit de ruimtelijke onderbouwing en de gedane onderzoeken blijkt dat de gevraagde tijdelijke omgevingsvergunning verleend kan worden. Thans wordt beschikt op de nu voorliggende aanvraag voor de gevraagde periode.
Hiervoor is niet relevant of er na afloop van deze periode nu wel of niet een permanente locatie in Hollands Kroon beschikbaar is. Deze procedure is al in een vergevorderd stadium. Conclusie: aan de zienswijze wordt deels tegemoetgekomen. Indieners 2 (B.J. Van Kampen Bloembollen BV e.a.) De indieners onder 2 hebben een vergelijkbare zienswijze ingediend als die welke is ingediend door indieners onder 1. Op een aantal punten zijn er verschillen. Daarop wordt hieronder afzonderlijk ingegaan. Voor het overige wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van indieners onder 1.
2.1. Afstand Indieners geven aan te wonen c.q. te zijn gevestigd op minder dan 200 meter afstand en kunnen zich omwille van geluidsoverlast, geuroverlast en luchtvervuiling niet vinden in een nieuwe episode van een motorcrossterrein voor de deur. Reactie: De afstand tot de woning c.q. bouwvlak van indieners bedraagt inderdaad minder dan 200 meter, het gaat om circa 190 meter ten opzichte van het bouwvlak. De woning zelf ligt op circa 200 meter. Op de relevante milieuaspecten is ingegaan bij de beantwoording van de zienswijze van indieners onder 1. Dat de woning van indieners wat dichterbij ligt dan die van indieners onder 1 maakt voor deze beantwoording geen verschil, het gaat uiteindelijk om de aanvaardbaarheid van de optredende milieubelasting. 2.2 Aanvaardbaarheid overschrijding 50 dB(A) Voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,L T) zit men voor de trainingen op 49 dB(A) ter hoogte van de woning van indieners, terwijl op een wedstrijddag de geluidsnorm van 50 dB(A) uit de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering wordt overschreden: 51 dB(A). Op een aantal andere woningen komt zelfs een geluidbelasting van 52 dB(A) te liggen.
De gemeente concludeert dat dit aanvaardbaar is omdat het hier gaat om zogenoemde MTGwoningen waarvoor in het verleden een hogere toelaatbare geluidbelasting is vastgesteld en dat dit illustreert dat dit woningen zijn in een gebied met een hogere geluidbelasting, en dat gelet op de staat van onderhoud van de woning zou kunnen worden voldaan aan het minimaal vereiste binnenniveau van 35 dB(A). Indieners achten dit niet zorgvuldig. Ten eerste betreft de Kortevliet 62 geen MTG woning. Ten tweede wordt het minimaal vereiste binnenniveau van 35 dB(A) gebruikt om een hogere waarde op grond van het Activiteitenbesluit vast te kunnen stellen. Dit zegt echter nog niets over de aanvaardbaarheid vanuit het criterium van een goede ruimtelijke ordening. Reactie: Zoals al bij de beantwoording van de zienswijze van indieners onder 1 is de MTG waarde niet de hoofdreden waarom de overschrijding aanvaardbaar wordt geacht. Het gaat om een geringe overschrijding, en deze komt slechts maximaal 4x per jaar voor. Zie paragraaf 4.1.2 in de ruimtelijke onderbouwing. Het binnenniveau komt, anders dan indieners stellen, niet voor in de overwegingen in de ruimtelijke onderbouwing voor de aanvaardbaarheid van de overschrijding. Bij de Kortevliet 62 is de overschrijding overigens dus 1 dB(A) lager dan bij de MTG woningen.
2.3 Schade aan bloembollen door uitlaatgassen: elektrische vorkheftrucs Bij het punt schade door uitlaatgassen geven indieners onder 2 nog aan dat deze net als andere omliggende bloembolkwekers een grote investering gedaan hebben in het aanschaffen van elektrische vorkheftrucs om te voorkomen dat uitlaatgassen van eigen voertuigen schade toebrengen. Reactie: Zoals bij de beantwoording van het punt schade door uitlaatgassen van indieners onder 1 al is aangegeven achten wij het uitgesloten dat de uitlaatgassen van 12 dagen per jaar motorcrossen van invloed zijn op de opslag van bollen of op omliggende teelt van gewassen. Dat er elektrische vorkheftrucs zijn aangeschaft om eventuele schade van uitlaatgassen van eigen voortuigen te voorkomen maakt dit niet anders. Conclusie: aan de zienswijze wordt deels tegemoetgekomen. Indiener 3 (Buurtvereniging De Friesche Buurt) 3.1 Uitspraak rechtbank Volgens indiener is het conform de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 21 augustus 2017 niet toegestaan om wederom een al of niet tijdelijke omgevingsvergunning voor een motorcrossterrein te verstrekken. Reactie: Dit volgt niet uit de uitspraak van de rechtbank. Aan ons is opgedragen een nieuw besluit te nemen op de aanvraag.
Daarbij is uitdrukkelijk benoemd dat een omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwing en verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad tot de mogelijkheden behoort. Hieraan wordt met de nu voorliggende ontwerp omgevingsvergunning – en ontwerp verklaring van geen bedenkingen - uitvoering aan gegeven.
3.2 Informatievoorziening Indiener geeft aan de informatie over het bovengenoemde voornemen uit het Helders Nieuwsblad te hebben gekregen. Indiener geeft aan dat daar op zich niets mis mee is, als hij het nieuwsblad elke week zou ontvangen. Helaas is dit niet het geval en daardoor mist hij regelmatig belangrijke informatie. De gemeente heeft volgens indiener bovendien meerdere malen toegezegd om het indiener te informeren over alle voornemens, toezeggingen en te verstrekken vergunningen van de gemeente met betrekking tot de activiteiten van de motorcrossers. Tot op heden heeft indiener van de gemeente geen enkele informatie over de huidige ontwikkelingen mogen ontvangen. Indiener verwacht wel dat de gemeente in de toekomst wat accurater te werk zal gaan. Reactie: Als gemeente hebben wij voldaan aan onze wettelijke verplichting om de terinzagelegging van de ontwerpvergunning te publiceren. Indiener heeft deze publicatie gezien en heeft naar aanleiding hiervan een zienswijze kunnen indienen. Er is geen actieve informatieplicht met betrekking tot het verstrekken van alle informatie. Waar het in zijn algemeenheid om gaat is dat men naar aanleiding van een publicatie informatie bij de gemeente kan inzien of opvragen. Verder leven we steeds meer in een gedigitaliseerde samenleving. In dit geval is de relevante beschikbaar op www.ruimtelijkeplannen.nl en kan men deze daar downloaden.
Wanneer men op de hoogte gehouden wil worden van (beleids)ontwikkelingen in een bepaalde omgeving kan men gebruik maken van de attentieservice op www.overheid.nl. Men wordt dan automatisch op de hoogte gehouden van ontwikkelingen in die omgeving. In dit geval hebben wij overigens directe omwonenden wel persoonlijk schriftelijk in kennis gesteld van de terinzagelegging van de ontwerpvergunning. Op persoonlijke titel heeft de secretaris van de buurtvereniging wel een brief gehad. Indiener zal, nu hij een zienswijze heeft ingediend, over de onderhavige procedure verder worden geïnformeerd volgens de regels van de Awb. Conclusie: aan de zienswijze wordt niet tegemoet gekomen. Hoofdstuk 4 Eindconclusie Aan twee zienswijzen wordt deels tegemoetgekomen. Naar aanleiding van deze twee ingebrachte zienswijzen wordt het voorgenomen besluit aangepast op één punt: er vindt een aanvulling plaats op het transponderregistratiesysteem (zie punt 1.7). Concreet betekent dit dat de punt aan het einde van de zin in artikel 2.5.2 in bijlage 2 (milieuvoorschriften) wordt verwijderd en dat de zin wordt aangevuld met de volgende tekst: “en tenminste de volgende gegevens bevatten: - Gegevens crossmotor (merk, type en klasse); - De meetmethode en het gemeten geluidniveau; - De bewegingsduur in minuten op de grote crossbaan.” Voor het overige blijft het besluit ongewijzigd.
Dat het geluidcumulatierapport alsnog wordt toegevoegd aan de ruimtelijke onderbouwing wijzigt het besluit als zodanig niet. Voorts vinden in de beschikking en in bijlage 1 (inhoudelijke overwegingen milieu) nog een aantal redactionele verbeteringen en een aantal verduidelijkingen plaats. Dit naar aanleiding van het advies van de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord van 6 augustus 2021. Een inhoudelijke wijziging is hiermee niet beoogd.