Brief BKZ middelen aanpak energiearmoede.pdf
Tekst van het document
GEMEEN IE DEN HELDER INGEKOMEN
1 4 0EC. 2021 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
> Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag
Gemeente Den Helder (NH) T.a.v. College Burgemeester en Wethouders Postbus 36 1780 AA DEN HELDER
Directoraat-Generaal Bestuur, Ruimte en Wonen Directie Bouwen en Energie Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www. Ii nked in .com/company/ ministerie-van-bzk
Kenmerk 2021-0000645993 Uw kenmerk
Datum
10 december 2021
Betreft
Middelen aanpak energiearmoede
Geacht college van Burgemeester en Wethouders, Via deze brief informeer ik u over in de Kamerbrief van 15 oktober jl.1 aangekondigde specifieke uitkering die in januari beschikbaar komt voor uw gemeente om huishoudens die te maken hebben met energiearmoede te ondersteunen bij het nemen van energiebesparende maatregelen. De middelen worden zo snel mogelijk in januari 2022 aan uw gemeente beschikbaar gesteld. In deze brief licht ik het belang en inrichting van deze maatregel toe. De brief is afgestemd met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en enkele gemeenten om de richting van de regeling te toetsen. Stijgende energielasten Sinds de zomer is er sprake van een uitzonderlijke situatie op de gasmarkt. De energieprijzen, en in bijzonder die van gas, zijn in de afgelopen maanden fors gestegen. Het kabinet ziet dat deze situatie onzekerheid oplevert. Veel Nederlanders maken zich zorgen of de prijzen blijven stijgen en of ze hun energierekening nog kunnen betalen. Het kabinet heeft daarom aangekondigd de prijsstijging volgend jaar voor iedereen te dempen met twee tijdelijke aanpassingen in de energiebelastingen. Voor een huishouden met gemiddeld verbruik betekent dit een tegemoetkoming van 422 euro (incl. btw).
Specifieke maatregel voor huishoudens met lage inkomens Recent onderzoek van TNO2 laat zien dat ongeveer 550.000 huishoudens in Nederland te maken hebben met energiearmoede. Zij hebben een laag inkomen en hoge energiekosten en/of wonen in een huis van lagere energetische kwaliteit en kunnen hun energierekening niet of nauwelijks betalen. Daarom heeft het kabinet 150 miljoen euro gereserveerd voor gemeenten om deze huishoudensdie in het bijzonder hard worden getroffen - door de huidige problematiek op korte termijn gerichter te ondersteunen bij het verlagen van hun energierekening. Ongeveer 75% van deze huishoudens woont in een corporatiewoning, circa 12%
1
Kamerstukken II 2021/22, 29013, nr. 272 TNO: De feiten over energiearmoede in Nederland - Energiearmoede en de energietransitie, september 2021
2
Directoraat-Generaal Bestuur, Ruimte en Wonen Directie Bouwen en Energie
in koopwoningen en een vergelijkbaar percentage huurt van een particuliere verhuurder. De aanpak richt zich derhalve zowel op huur- als koopwoningen. Specifieke uitkering verlagen energierekening De middelen worden als specifieke uitkering (SPUK) in januari 2022 aan u uitgekeerd. U kunt de uitkering gericht inzetten om de huishoudens die te maken hebben met energiearmoede en zich in een kwetsbare positie bevindenvanwege de gestegen energielasten- op korte termijn te ondersteunen bij het nemen van maatregelen om de energierekening te verlagen. De middelen zijn op basis van de data van TNO naar rato van het aantal huishoudens in energiearmoede per gemeente over alle gemeenten in Nederland verdeeld. Zie voor een overzicht van de bedragen per gemeente de nota van wijziging op de begroting van BZK3. Verantwoording vindt plaatst door middel van single information, single audit (SiSa). We willen onder andere weten hoeveel huishoudens u heeft bereikt en welke maatregelen zijn toegepast om de· energierekening te verlagen. Inzet middelen aan gemeenten Ik realiseer me dat de aanpak van energiearmoede niet eenvoudig is en intensieve begeleiding en een gerichte inzet vraagt. Verduurzaming van de woning of het nemen van andere energiebesparende maatregelen is vaak niet de eerste prioriteit voor huishoudens die moeite hebben met de (woon- en energie)lasten.
Veel gemeenten hebben een armoede-aanpak waar ook energiekosten een onderdeel van zijn. Daarnaast is er al veel lokaal beleid gericht op reductie van energiegebruik van alle typen huishoudens opgetuigd, met een bijbehorende infrastructuur zoals energieloketten en buurtteams. Waar mogelijk zou ik u- gezien de urgentie van het probleem - willen vragen zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaande infrastructuur of aanpakken die kansrijk zijn voor deze doelgroep en daarop voort te bouwen. De financiële gevolgen van de gestegen energieprijzen zijn in een deel van de gevallen nu al merkbaar en daarom is de inzet van deze middelen op korte termijn wenselijk zodat de besparingseffecten waar mogelijk deze en anders de volgende winter merkbaar zijn voor de huishoudens. De besteding van deze middelen voor de gemeente moet dan ook uiterlijk 1 mei 2023 zijn afgerond. Samenwerking woningcorporaties Omdat 75% van de huishoudens die te maken heeft met energiearmoede in een corporatiewoning woont, is samenwerking metwoningcorporatiesvoor dehand liggend. Woningcorporaties kunnen helpen de huishoudens te selecteren op basis van o.a. betaalachterstanden of andere betalingsproblematiek. Aedes - de vereniging van woningcorporaties- zal de problematiek en aanpak ook bij haar leden onder de aandacht brengen.
Daarnaast zijn we met Aedes in gesprek om tot afspraken te komen over de wijze waarop de extra middelen die beschikbaar zijn gemaakt voor de verlaging van de verhuurderheffing zo effectief mogelijk kunnen worden ingezet. Wat betreft verduurzaming staat de sector voor een forse opgave die een langere doorlooptijd kent. In het licht van de actuele problematiek, is het doel om afspraken te maken 3
Kamerstukken II 2021/22, 35925-VI1, nr. 50
Kenmerk 2021-0000645993
Directoraat-Generaal Bestuur, Ruimte en Wonen Directie Bouwen en Energie
die toezien op het versneld doorvoeren van verduurzamingsmaatregelen in slecht geïsoleerde woningen. De afspraken die worden gemaakt zullen richtinggevend zijn voor de extra investeringen die woningcorporaties de komende jaren met de middelen doen. Dit betekent dat de afspraken op lokaal niveau benut moeten kunnen worden bij het maken van prestatieafspraken door gemeenten, woningcorporaties en huurder. Aan welke maatregelen valt te denken Juist vanwege de diversiteit in aanpakken, krijgen gemeenten een grote mate van vrijheid bij de besteding van deze middelen. Er valt te denken aan een breed scala aan maatregelen en activiteiten, van maatregelen die direct effect hebben en snel toepasbaar zijn zoals energiedisplays en radiatorfolie tot een bijdrage aan grotere isolatiemaatregelen zoals vloer- of spouwmuurisolatie. Buurtteams en energiecoaches kunnen de huishoudens hierbij ondersteunen. Zolang de aanpak maar tot doel heeft de energierekening van huishoudens die te maken (kunnen) hebben met energiearmoede te verlagen. Daarbij is het ook mogelijk de aanpak te combineren met bestaande activiteiten en middelen binnen de gemeenten. Ook zijn combinaties met de inzet van provincies denkbaar.
Ondersteunend aanbod Om gemeenten te ondersteunen, heeft TNO op energy.nl op gemeentelijk niveau data beschikbaar gesteld die gemeenten een beeld opleveren in welke buurten energiearmoede specifiek aan de orde kan zijn en welke doelgroepen het betreft (bijvoorbeeld éénoudergezinnen of gepensioneerden). Ook de Datavoorziening Energietransitie Gebouwde Omgeving (DEGO) van de VNG kan hierbij behulpzaam zijn. Op wijk- en buurtniveau is bijvoorbeeld het percentage huishoudens met een hoge energiequote en percentage huishoudens met een laag inkomen en hoog gasverbruik te vinden. DEGO is te raadplegen via dego.vng.nl, Tevens treft u in bijlage I een lijst met veel gestelde vragen en antwoorden over· hoe de middelen ingezet mogen worden (FAQ-lijst). We organiseren begin volgend jaar ook een aantal online informatiebijeenkomsten waarbij gelegenheid is om vragen te stellen en goede voorbeelden uit te wisselen. Medewerkers van de gemeente, zowel uit het sociale- als energiedomein, kunnen zich daarvoor aanmelden. Voor verdere inhoudelijke vragen over deze uitkering, kunt u een email verzenden naar aanpak.enerqiearmoede@minbzk.nl. Nationaal isolatieprogramma Naast deze 150 miljoen euro die het kabinet heeft vrijgemaakt ter bestrijding van energiearmoede, is. er ook 514 miljoen euro beschikbaar gesteld in de periode 2022 t/m 2024 voor een nationaal isolatieprogramma.
Het doel van het nationaal isolatieprogramma is het isoleren van woningen die nu nog slecht geïsoleerd zijn. Dit draagt bij aan CO3-reductie en leidt bovendien tot lagere energielasten voor bewoners. De hooflijnen van het nationaal isolatieprogramma zijn medio november 2021 naar de Tweede Kamer gestuurd.4 Een onderdeel van het nationaal isolatieprogramma is de lokale aanpak, waarvoor gemeenten in de loop van 2022 plannen kunnen indienen. Gemeenten kunnen hun plannen hiervoor 4
Kamerstukken II 2021/22, 30196, nr. 770
Kenmerk 2021-0000645993
Directoraat-Generaal Bestuur, Ruimte en Wonen Directie Bouwen en Energie Datum
bijvoorbeeld laten aansluiten bij de transitievisies warmte, hun aanpak energiearmoede of ter bevordering van opschaling van isolatiemaatregelen bij (soortgelijke) woningen. Hierbij heeft de Kamer een duidelijke focus op energiearmoede gelegd via de motie Grinwis c.s.°, waarin de regering is verzocht de focus te leggen op woningen met label G, F, E en D en voorrang te geven aan wijken met energiearmoede. Hoe de lokale aanpak van het nationaal isolatieprogramma exact vorm krijgt en op welke. criteria de plannen zullen worden beoordeeld, wordt in het voorjaar van 2022 bekend.
Financiële compensatie Daarnaast verzoekt de Motie Hammelburg/Van Dijk° het kabinet te onderzoeken hoe huishoudens met een laag inkomen een energietoelage kunnen ontvangen. Het kabinet is in gesprek met de VNG en gemeenten over of en hoe huishoudens met een laag inkomen een extra tegemoetkoming kunnen ontvangen voor de stijgende energieprijzen.
Tot slot De aanpak vraagt nauwe samenwerking tussen het sociale domein, energiedomein en externe partijen zoals woningcorporaties, verhuurders en huurdersorganisaties. Ik heb er alle vertrouwen in dat hier goede aanpakken uit volgen voor huishoudens die dat nodig hebben. Hoogachtend, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Namens deze,
ll/1
-
-
%
drs. .B.F. Kuijpers Dj) :teur-generaal Bestuui Ruimte en Wonen
5
Motie Grinwis, Boulakjar, Bromet, Kamerstukken II 2021/22 32813, nr. 924. 2021/22, 35925, nr. 129
6 Kamerstukken II
Kenmerk 2021-0000645993
Bijlage I FAO lijst - aanpak energiearmoede: 1. Wanneer krijgen gemeenten het geld op hun rekening? Januari 2022 krijgen alle gemeenten een beschikking toegestuurd, met daarin het bedrag dat aan de betreffende gemeente wordt over gemaakt. 2. Moeten ze hiervoor een plan indienen en wat zijn de eisen die hieraan worden gesteld? Voor het ontvangen van de specifieke uitkering hoeft geen plan ingediend te worden. De middelen zijn verdeeld op basis van de data uit het recente rapport van TNO over energie armoede. Het geld wordt naar rato van het aantal huishoudens met energiearmoede verdeeld. Wel moet de gemeente achteraf via de SiSa systematiek aangeven hoe de middelen zijn ingezet. De verantwoording vindt plaats in de jaarrekening van de gemeente en wordt gecontroleerd door de accountant. 3. Wat gebeurt er als het geld niet of gedeeltelijk wordt gebruikt? Als het geld niet of gedeeltelijk wordt gebruikt zal BZK het geld (gedeeltelijk) terugvorderen. 4. Hoe bepalen gemeenten welke huishoudens hiervoor in aanmerking komen? Gemeenten dienen de middelen gericht in te zetten om huishoudens in een kwetsbare positie vanwege de hoge energielasten te ondersteunen bij het nemen van maatregelen om het energieverbruik te verminderen. De manier waarop dit wordt aangepakt is aan de gemeenten. Ze kunnen hiervoor aansluiting zoekeri bij de kennis en ervaring vanuit het sociale domein.
TNO heeft naast de data per gemeente ook de beschikking over verschillende data op wijk- en buurtniveau die inzicht en handvatten bieden aan gemeenten om de activiteiten specifiek te richten. Deze data zijn (binnenkort) te vinden op: https://energy.nl/category/themas/energie-rechtvaardigheid/ 5. Krijgen gemeenten de gegevens van TNO ook zelf beschikbaar? Het rapport van TNO 'De feiten over energiearmoede in Nederland - inzicht op nationaal en lokaal niveau', is online gepubliceerd en te vinden op: TNO-2021-P11678 (2).pdf. Zoals in vraag 3 is vermeld, heeft TNO ook data op wijk- en buurtniveau die met de gemeenten worden gedeeld. 6.
Moet het geld voor kleine energiebesparende maatregelen worden gebruikt of mag het ook naar grote isolatie maatregelen gaan? De specifieke manier waarop de middelen worden ingezet, is aan de gemeenten. Wel is het de bedoeling dat met de middelen huishoudens in een kwetsbare positie vanwege de hoge energielasten worden ondersteund. Bij voorkeur sluit de gemeente aan bij initiatieven die al lopen. Het nemen van grote isolatie maatregelen (op korte termijn) zal tot gevolg hebben dat minder huishoudens worden geholpen. Die afweging is aan de gemeente om te maken. 7. Kunnen we het systeem via vouchers uitgeven? Dit is aan de gemeente zelf, maar gelet op de doelgroep lijkt dat niet de meest kansrijke route. 8. Hoe moeten de gemeenten dit geld verantwoorden? De gemeente zal worden gevraagd om achteraf via de SiSa (Single Information Single audit) systematiek aan te geven hoe de middelen zijn ingezet. De verantwoording vindt plaats in de jaarrekening van de gemeente en wordt gecontroleerd door de accountant. De indicatoren zullen in de beschikking worden aangegeven. 9. Tot wanneer mogen gemeenten het geld inzetten? Het streven is om nog deze winter of komende winter deze huishoudens te bereiken. De besteding van deze middelen voor de gemeente moet uiterlijk 1 mei 2023 zijn afgerond.
10. Mogen gemeenten samenwerken? Ja, gemeenten mogen samenwerken. Het geld wordt echter per gemeente uitgekeerd. 11. Mogen gemeenten het geld aan laten sluiten bij plannen uit de RREW? Ja, zeker. Veel gemeenten hebben reeds beleid ontwikkeld gericht op de reductie van energiegebruik van huishoudens (onder andere via de RRE en RREW) en daar een infrastructuur voor staan via bijvoorbeeld energieloketten, energiecoaches, energie coöperaties etc. Omdat uit het TNO rapport blijkt dat veel kwetsbare huishoudens in de sociale huursector zitten, kan met name de aanpak voor de huurwoningen uit de RREW van nut zijn om bij aan te sluiten. 12. Waar kunnen gemeenten terecht voor vragen? Deze middelen worden direct door BZK aan gemeenten uitgekeerd. Vragen kunnen gestuurd worden naar de volgende postbus: aanpak.enerqiearmoede@minbzk.nl. Daarnaast zullen ook een aantal Webinars of andere online sessies gefaciliteerd worden, waar gemeenten en BZK van gedachten kunnen wisselen over aanpakken die effectief zijn. 13. Mogen uit de middelen ook energiecoaches worden betaald? Ja. Gemeenten mogen zelf bepalen hoe ze de middelen inzetten om huishoudens te ondersteunen. 14. Mag er ook (korting op) energiezuinig witgoed mee worden aangeschaft? Ja. Alles wat ondersteuning biedt aan huishoudens in een kwetsbare positie vanwege de hoge energielasten (gas en elektra) is in principe mogelijk.
Zeker als de gemeente daar al een effectieve actie op heeft ontwikkeld. 15. Hoe zit het met de BTW? De bedragen worden exclusief BTW overgemaakt. Er kan aanspraak worden gemaakt op BTWcompensatie via het BTW compensatiefonds. 16. Kunnen andere partijen (bijvoorbeeld provincies) ook deelnemen? Nee. Het bedrag is bestemd voor gemeenten maar het kan wel besteed worden aan een aanpak die ook door de provincie wordt ondersteund. 17. Zijn er voorbeelden van effectieve aanpakken? Ja. Deze voorbeelden worden online beschikbaar gesteld. 18. Mogen gemeenten de middelen ook aan huishoudens uitkeren als financiële compensatie? Nee. Daar is een aparte compensatie van de energierekening voor. De middelen die gemeenten nu krijgen, dienen ingezet te worden door de gemeenten voor maatregelen ter ondersteuning van huishoudens voor de gestegen kosten voor energie, en/of een slechte energetische staat van hun woning. 19. Mogen met de middelen ook verhuurders worden ondersteund voor isolatie? Ja, in principe is er een ruime beleidsvrijheid. Gemeenten moeten wel voldoen aan de staatssteun regelsenzemoeten verantwoordenhoeveelhuishoudens ze methunaanpak hebben bereikt. 20.
Mogen de middelen ook besteed worden voor energie opwek? Er is een ruime beleidsvrijheid voor gemeenten, uiteraard dienen de middelen wel ten goede te komen aan de doelgroep, dient de gemeente deze middelen uiterlijk 1 mei 2023 te besteden en dient aan de staatssteunregels te worden voldaan.
21. Kunnen gemeenten huishoudens benaderen met gegevens uit het sociale domein en hoe zit dat dat met de AVG? Uit de voorbeelden van gemeenten blijkt dat het effectief kan zijn actief samen te werken met de collega's van de sociale zaken afdeling van de gemeenten. Dat de AVG daarbij gerespecteerd moet worden spreekt voor zich. 22. Zitten er nog eisen aan de ondersteuningskosten die gemaakt mogen worden? Nee, er zijn geen eisen aan de ondersteuningskosten zoals bij de RREW. De gemeente heeft een grote mate van beleidsvrijheid. Omdat deze doelgroep een actieve benadering vereist, kan het zijn dat de gemeente meer middelen voor ondersteuning van de activiteiten nodig heeft dan bij de RREW het geval is. 23. Mogen de middelen ingezet worden om quickscans voor WvE's uit te voeren? Als deze quickscans onderdeel zijn van de gemeentelijk aanpak om te achterhalen wat voor de doelgroep juiste maatregelen zijn, dan is die ruimte er. 24. Waar kan ik mij aanmelden voor de webinars? Via aanpak.enerqiearmoede@minbzk.nl kunt u zich aanmelden voor de webinars waarin meer informatie wordt gegeven en er ruimte is voor verdere vragen. 25. Gelden er staatssteunregels? Ja. Bij het verlenen van de specifieke uitkeringen dient rekening te worden gehouden met de Europese staatssteunregels, zoals vastgelegd in het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (artikelen 107 tot en met 109 VWEU).
Zie voor algemene informatie: https:1/europadecentraal.nl/onderwerp/staatssteun/ 26. Wanneer is er geen sprake van staatssteun? Bij het beschikbaar stellen van advies, energiebesparende materialen of het inregelen van een cvinstallatie voor een eigenaar-bewoner is er in ieder geval op dat niveau geen sprake van staatssteun, omdat dit particulieren betreft en geen ondernemingen in Europeesrechtelijke zin. 27. Mogen gemeenten het geld overdragen aan woningcorporaties? Dit ligt aan de aard van de maatregelen die de woningcorporaties hiermee financieren. De maatregelen moeten de huurder ten goede komen en niet de woningcorporatie zelf Woningwaarde verhogende maatregelen zoals bijvoorbeeld glasisolatie, is wel staatssteun en dient de woningcorporatie zelf te financieren. Voor het beschikbaar stellen van advies, energiebesparende materialen of het inregelen van een cv-ketel voor een huurder via de verhuurder, is er geen sprake van staatssteun. Wanneer de gemeente in het kader van de specifieke uitkering afspraken maakt met verhuurders bij de aanpak, moeten de afspraken zijn gericht op het geven van informatie en bieden van (eenvoudige) energiebesparende maatregelen aan huurders om deze aan te brengen in de woningen. In dat geval is er geen sprake van een voordeel dat de verhuurders toekomt, mits de specifieke uitkering wordt ingezet voor de huurder.
De informatie en de maatregelen worden immers ter beschikking gesteld aan de huurders en komt hen ook ten goede in het energieverbruik.