Bijlage C12 - Omgang met staatssteunregeling.pdf
Tekst van het document
Bijlage 1: Omgang met staatssteunregeling Toets ongeoorloofde staatssteun Bij het verlenen van subsidies moet rekening gehouden worden met de Europeesrechtelijke kaders omtrent staatssteun. De belangrijkste daarbij zijn artikel 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en diverse Verordeningen, Communautaire kaderregelingen en richtsnoeren van de Commissie van de Europese Gemeenschappen. Ter voorkoming van oneerlijke concurrentie, zijn grenzen gesteld aan de maximaal te verlenen steun aan ondernemingen en wanneer een subsidie steun aan een onderneming betreft in de zin van het Europese recht, is er mogelijk sprake van ongeoorloofde staatssteun. Beoordeling Op basis van het format dat het Waddenfonds gepubliceerd heeft, kan de subsidieaanvraag van C2A langs de onderstaande criteria beoordeeld worden. Wij hebben juridisch advies ingewonnen bij Pot Jonker Advocaten te Haarlem, op basis waarvan wij concluderen dat er geen sprake is van (ongeoorloofde) staatssteun.
Staatssteunanalyse De criteria voor staatsteun zijn cumulatief: er is pas sprake van staatsteun als aan álle criteria wordt voldaan, en dat is in het geval van de C2A-aanvraag niet het geval. Criterium 1: NEE. Stichting C2A is door de belastingdienst aangemerkt als een Algemeen Nut Beogende Instelling, wat blijkt uit de aard van haar activiteiten en het feit dat de activiteiten geen exploitatie betreffen. Het betreft een ‘experiment’ om te bewijzen dat er uit zwerfafval nieuwe schepen gebouwd kunnen worden. Dat C2A werkt met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, valt evenmin onder een economische activiteit omdat het mensen betreft in de categorie zónder loonwaarde, en er bovendien aan C2A geen voorwaarden aan doorstroming of re-integratie worden gesteld. Criterium 2: NVT. Economisch voordeel (non markt-conformiteit) Criterium 3: NVT. Selectief.
Criterium 4: NEE. Ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer. Indien de steunmaatregelen een zuiver lokaal effect heeft, wordt deze geacht het interstatelijk verkeer niet te beïnvloeden, en is het staatsteunverbod niet van toepassing en hoeft dus niet te worden onderzocht of de maatregel kan worden gerubriceerd in enige uitzondering daarop (de-minimis, groepsvrijstelling etc). Deze benadering is onder andere vastgelegd in de Mededeling van de Commissie betreffende het begrip ‘’staatssteun’’ in de zin van art. 107 lid 1 VWEU (paragrafen 196-198) en inmiddels ook overgenomen door het Gerecht van Eerste Aanleg (uitspraak 19 oktober 2022, .ECLI : ECLI:EU:T:2022:648). De beoordeling of sprake is van een zuiver lokaal effect, is erg feitelijk. Aan de Factsheet Lokale steun Handvatten ter beoordeling van het interstatelijk effect, opgesteld door het Kenniscentrum Europa Decentraal ontlenen we dat daarbij de volgende vragen een rol spelen, die als zij in meerdere mate bevestigend zijn te beantwoorden, zouden kunnen leiden tot de conclusie dat een maatregelen dat zuiver lokale effect ontbeert. In het geval van C2A zijn zo niet alle dan toch nagenoeg alle ontkennend te beantwoorden.
- Kan de begunstigde onderneming door de staatssteunmaatregel een grotere of nieuwe groep mensen (uit andere lidstaten) aantrekken? NEE - Maakte een aanzienlijk aantal mensen uit andere lidstaten voor de staatssteunmaatregel al gebruik van de dienst van de begunstigde onderneming? NEE - Wordt de dienst van de begunstigde onderneming mede of voornamelijk gepromoot ten behoeve van mensen uit andere lidstaten? NEE - Worden andere talen naast de taal van de lidstaat door de begunstigde onderneming gehanteerd bij het uitvoeren van de dienst? NEE - Ontplooit een klager, bijvoorbeeld een concurrent van de begunstigde onderneming niet (alleen) op lokaal niveau diensten? NEE, het ondernemingselement van C2A lijkt vooral te liggen in het aanbieden van diensten voor resocialisatie - Vindt er binnen de sector, waartoe de begunstigde onderneming behoort, gewoonlijk grensoverschrijdend handelsverkeer plaats? NEE - Heeft de begunstigde onderneming een aanzienlijk marktaandeel binnen de sector? NEE - Zo niet, zal dit aanzienlijk toenemen door de staatssteunmaatregel? NEE - Wordt de begunstigde en/of de dienst gefinancierd door buitenlandse investeringen? NEE - Zo niet, zal dit aanzienlijk toenemen door de staatssteunmaatregel? NEE - Is de groep begunstigden en/of gebruikers van de bevoordeelde activiteiten groot? NEE - Verricht de begunstigde onderneming voornamelijk economische activiteiten?
NEE, - Zo niet, zal dit aanzienlijk toenemen door de staatssteunmaatregel? NEE - Is de dienst van de begunstigde onderneming zo specialistisch, dat het een aantrekkende werking heeft op mensen uit andere landen? NEE - Zijn er geen administratieve procedures die het gebruik van een dienst in andere lidstaten bemoeilijken? NEE - Leidt de aanwezigheid van de begunstigde in de betreffende regio tot ontmoediging van andere ondernemingen, die dezelfde dienst aanbieden, om zich te vestigen in dezelfde regio? NEE - Bestaan er naast de begunstigde onderneming nog andere aanbieders van de dienst in de desbetreffende regio? JA, er zijn andere, maar steeds lokale partijen in de regio die mensen via arbeid resocialiseren, maar die hebben een geheel andere aanpak voor het resocialisatie/dagbesteding. - Zo nee, is het economisch en juridisch mogelijk dat andere ondernemingen, die dezelfde dienst aanbieden, zich zullen vestigen in dezelfde regio? JA - Is het bedrag van de staatssteunmaatregel relatief hoog? NEE - Is de begunstigde onderneming reeds actief in meerdere lidstaten? NEE - Zijn de aard en omvang van de activiteiten van de begunstigden niet lokaal beperkt? NEE Kijkend naar deze indicatoren beoordelen we de steun aan Clean2Anywhere, die Zeestad en het Waddenfonds zouden willen geven, niet gerekend kan worden als staatsteun in de zin van artikel 107 VwEU heeft te gelden. ___ 1