CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 Mer beoordelingsnotitie.pdf

Raadscommissie Stadsontwikkeling en Beheer 17 november 2021, gemeente Den HelderBij agendapunt: 4: Voorstel een definitieve verklaring van geen bedenkingen af te geven inzake het tijdelijk gebruik van Luchthavenweg 30 als motorcrossterrein5.395 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

(Tijdelijke) motorcrossbaan, Den Helder Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

identificatie

planstatus

projectnummer:

datum:

20181745

24-07-2020

projectleider:

opdrachtgever:

C. Tasma

D&C Consult

auteur(s):

S.E.H. Lie

Inhoud

1.

2.

3.

4.

Inleiding

3

1.1. 1.2. 1.3.

3 3 4

Aanleiding Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? Leeswijzer

Plaats en omvang van het project

5

2.1. 2.2. 2.3.

Plaats van het project Omvang van het project Conclusie

5 10 11

Kenmerken van de milieueffecten

12

3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7. 3.8. 3.9.

12 13 13 14 16 17 17 18 18

Geluidhinder Verkeer Bodem en water Natuur Luchtkwaliteit Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid Cultuurhistorie en archeologie Sloop- en aanlegwerkzaamheden Randvoorwaarden

Conclusie

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

19

20181745

1. Inleiding

1.1.

3

Aanleiding

Op én grenzend aan het bedrijventerrein 'Kooypunt' aan de Luchthavenweg 30 in Den Helder bevindt zich een tijdelijk motorcrossterrein. Hiervoor is op 8 februari 2007 tijdelijke vrijstelling ex artikel 19 WRO verleend. Omdat de termijn van de tijdelijke vergunning reeds is verstreken en de tweede tijdelijke vergunning niet in stand is gebleven bij de rechtbank, wordt het terrein sinds een aantal jaren niet meer gebruikt. De gebruikers zijn nu voornemens de activiteiten weer te hervatten. Op basis van de geldende bestemmingsplannen 'Kooypunt 2012' en 'Luchthaven 2013' is een motorcrossterrein niet toegestaan. Om het gewenste gebruik, voor een periode van maximaal 3 jaar en 89 dagen, planologisch mogelijk te maken is een omgevingsvergunning voor de activiteit 'Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening' nodig. Op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het bijbehorende Besluit omgevingsrecht (Bor) kan aan het project medewerking worden verleend door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning ex artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de wet, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Ten behoeve van deze ruimtelijke procedure is eveneens, op basis van artikel 3.10 lid 3 van de WABO, een vormvrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk. Deze notitie voorziet hierin. In de bijlage van het Besluit m.e.r.

is aangegeven welke activiteiten in het kader van het de ruimtelijke onderbouwing planm.e.r.-plichtig (onderdelen C en D), projectm.e.r.-plichtig (onderdeel C) of m.e.r.beoordelingsplichtig (onderdeel D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. In de bijlage van het Besluit m.e.r. is in categorie (D43) de aanleg, wijziging of uitbreiding van permanente race- en testbanen voor gemotoriseerde voertuigen opgenomen. De drempelwaarde voor een formele m.e.r.-beoordeling in het Besluit m.e.r. ligt op een oppervlakte van 5 hectare of meer en een openstelling van acht uren of meer per week.

1.2.

Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in?

In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten:  de plaats van het project;  de omvang van het project;  de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria).

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

20181745

Inleiding

4

Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing opgenomen.

1.3.

Leeswijzer

Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie:  beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project;  licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe;  geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit de onderzoeken welke te vinden zijn in de bijlagen van de ruimtelijke onderbouwing.

Rho adviseurs voor leefruimte.

20181745

2. Plaats en omvang van het project

2.1.

5

Plaats van het project

Het projectgebied is gelegen op het kadastrale perceel sectie C nummer 13527. De omvang van het perceel bedraagt ruim 42.600 m². Er is overeenstemming met de eigenaar (gemeente Den Helder) van het perceel om het terrein tijdelijk te mogen gebruiken als motorcross terrein. De ligging van het projectgebied is in figuur 2.1 weergegeven.

Figuur 2.1 Ligging van het projectgebied In de huidige situatie is het projectgebied reeds ingericht als motorcrossterrein. Het terrein heeft een oppervlakte van 4,26 hectare. De crossbaan bestaat uit een grote baan (2,26 hectare, baanlengte 1.210 meter) en een kleine baan (0,77 hectare, baanlengte 275 meter). De huidige inrichting bestaat verder uit een gebouw welke gebruikt wordt als kantine (oppervlakte 98 m²), een tweetal containers in gebruik als sanitair gebouw (oppervlakte 17 m²) en een jurygebouw (oppervlakte 17 m²) voor de tijdwaarneming. Ook is een starthek geplaatst. Middels een aardenwal aan de noord- en westkant (zie figuur 2.4) en enkel opgaande beplantingen is het terrein vanuit de openbare ruimte uit het zicht onttrokken. De aardenwal heeft een oplopende hoogte van rond de 1,1 meter aan de oostzijde tot rond de 3,9 meter aan de westzijde. Het terrein is bereikbaar via de Luchthavenweg. De aanvraag voorziet in het in gebruik nemen van het bestaande motorcrossterrein. Op het terrein worden geen ruimtelijke ingrepen voorgesteld. Het voornemen bestaat om het terrein weer te gaan gebruiken ten behoeve van trainingen en wedstrijden.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

20181745

Plaats en omvang van het project

6

Figuur 2.2 Overzicht bestaande situatie

Figuur 2.3 Aanzicht projectgebied vanaf de openbare weg Kortevliet

Figuur 2.4 Situatie met daarin de bestaande aardenwal

Rho adviseurs voor leefruimte.

20181745

Plaats en omvang van het project

7

Bijzondere gebieden en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu Het projectgebied maakt deel uit van het bestemmingsplan 'LUCHTHAVEN 2013' en 'Kooypunt 2012'. Het projectgebied kent in beide bestemmingsplannen geen archeologische dubbelbestemming. Het projectgebied is niet gelegen in een kwetsbaar gebied en/of een gebied met beschermde status zoals grondwaterbeschermingsgebieden (zie figuur 2.5). Ook bevindt het projectgebied zich niet in een stiltegebied (zie figuur 2.6). Het projectgebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland. De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Waddenzee bedraagt circa 1,6 kilometer (zie figuur 2.7). De afstand tot het dichtstbijzijnde NNN-gebied bedraagt ruim een kilometer (zie figuur 2.8).

Figuur 2.5 Grondwaterbeschermingsgebieden nabij de projectlocatie (rode cirkel) (bron: Provincie NoordHolland)

Rho adviseurs voor leefruimte.

20181745

Plaats en omvang van het project

8

Figuur 2.6 Stiltegebieden ten opzichte van het projectgebied (rode cirkel) (bron: Provincie Noord-Holland)

Figuur 2.7 Projectgebied (rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS Calculator)

Rho adviseurs voor leefruimte.

20181745

Plaats en omvang van het project

9

Figuur 2.8 NNN nabij de projectlocatie (rode cirkel) (bron: Provincie Noord-Holland)

Rho adviseurs voor leefruimte.

20181745

Plaats en omvang van het project

2.2.

10

Omvang van het project

De aanvraag heeft betrekking op het mogelijk en het gebruik maken van de gebouwen en de motorcrossbanen voor motorcrosstrainingen en wedstrijden. Uitgangspunten hierbij zijn: 1. Maximaal 12 keer motorcrossen per jaar (trainingen/wedstrijden), waarvan maximaal 4 keer een wedstrijd en maximaal één keer per week een wedstrijd of training; 2. De activiteit zal minder dan 8 uur per keer plaats vinden. Voor zowel een training als voor een wedstrijd wordt een bedrijfsduur aangehouden van 137,5 gewogen motoruren. Voor de berekening in het geluidsonderzoek wordt uitgegaan van 25 motoren met een nettobedrijfstijd van 6 uur; 3. Het betreft zowel 2-taktmotoren als 4-taktmotoren. Voor de verhouding tussen 2-taktmotoren en 4taktmotoren wordt verwezen naar tabel 3.2 uit bijlage 5 van de ruimtelijke onderbouwing; 4. Het tanken van de motoren plaatsvindt op een daartoe aangewezen locatie binnen de inrichting: dit betreft in en op voertuigen en overal waar een milieumat wordt toegepast onder de motor die getankt wordt; 5. Voor de verkeersaantrekkende werking vanwege de coureurs en bezoekers wordt uitgegaan van 100 personenauto's per keer. Voor een wedstrijd wordt uitgegaan van 150 personenauto's; 6. Aan de oostzijde van het circuit is een klein circuit voor jeugdige rijders die met 65 cc en 85 cc kleine wielen rijden gedurende 5,8 uur.

Hier zullen maximaal vier kleine motoren in bedrijf zijn; 7. Het gebruik van het kantinegebouw ten behoeve van het ontvangen van bezoekers; 8. Het gebruik van de twee containers ten behoeve van een sanitaire voorziening en een jurygebouw; 9. een totale gebruiksperiode van 3 jaar en 89 dagen, dus in totaal 39 trainingen of wedstrijden. De activiteiten worden beëindigd op het moment dat in Noord-Holland (binnen de gemeente Hollands kroon) een permanente crossbaan in gebruik wordt genomen of wanneer de termijn van maximaal 3 jaar en 89 dagen na datum inwerkingtreding van de vergunning is verstreken. Na afloop van de termijn wordt de oude situatie hersteld. Dit betekent dat de tijdelijke bouwwerken (2 containers, kantine en starthek) worden verwijderd en het terrein wordt geëgaliseerd. Er is een vergunning voor de activiteiten bouwen en aanleg aangevraagd. De oorspronkelijke vergunningen zijn namelijk in januari 2012 verlopen. Er dient derhalve een volledige nieuwe aanvraag voor de realisatie van een tijdelijk motorcrossterrein aangevraagd te worden. Verkeersontsluiting De ontwikkeling is gelegen aan de Luchthavenweg 30 te Den Helder. De ontsluiting ligt net buiten de bebouwde kom (bedrijventerrein Kooypunt), en is voornamelijk bedoeld voor bestemmingsverkeer van het bedrijventerrein en kent een maximale snelheid van 50 km/u.

De Luchthavenweg is een gebiedsontsluitingsweg met een maximum toegestane snelheid van 80 km/u. In onderstaand figuur is een luchtfoto weergegeven van het terrein, met daarbij de interne ontsluitingsweg op de Luchthavenweg.

Figuur 2.9 Ontsluiting motorcrossterrein

Rho adviseurs voor leefruimte.

20181745

Plaats en omvang van het project

11

Parkeren De parkeerbehoefte kan bepaald worden aan de hand van de parkeernormen die Den Helder hanteert. Voor de functie motorcrossterrein zijn geen specifieke kengetallen opgenomen voor de parkeerbehoefte. Voor de parkeerbehoefte wordt derhalve uitgegaan van de volgende uitgangspunten:  maximaal 12 keer per jaar vinden er crossactiviteiten plaats, met een frequentie van maximaal 1 keer per week;  totaal kunnen tegelijkertijd 150 motoren en rijders aanwezig zijn. Over het algemeen komen deze samen in busjes of op aanhangwagens naar de baan toe;  aan de oostzijde van het circuit is een klein circuitje gelegen voor kinderen. Hier zullen maximaal 4 kleine motoren in bedrijf zijn. Voor de verkeersaantrekkende werking vanwege de coureurs en bezoekers wordt een uitgangspunt gehanteerd van 100 auto's op een maatgevende dag. Bij wedstrijden kunnen er 150 auto's en busjes op het terrein aanwezig zijn. De parkeerbehoefte wordt voldaan langs de interne toegangsweg die ontsloten wordt aan de Luchthavenweg. Langs deze weg die circa 375 meter lang is kan men aan beide kanten parkeren in de berm. Maximaal kunnen hier 150 voertuigen geparkeerd worden. Hiermee zijn voldoende parkeerplaatsen beschikbaar op eigen terrein.

Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen De aanvraag heeft betrekking op het mogelijk en het gebruik maken van de gebouwen en de motorcrossbanen voor motorcrosstrainingen en wedstrijden. De beoogde ontwikkeling is al gerealiseerd. Bouwmaterialen en natuurlijke hulpbronnen hoeven niet benut te worden. Afvalstoffen zullen ontstaan na beëindiging van het gebruik. Afvalstromen zullen zoveel mogelijk worden gescheiden ten behoeve van hergebruik. Verontreiniging, hinder, risico van zware ongevallen en rampen, risico’s voor de menselijke gezondheid Deze thema’s komen mede aan bod in het volgende hoofdstuk. Cumulatie met andere projecten In de omgeving van het tijdelijke motorcrossterrein bevindt zich een bedrijventerrein. Hiermee wordt in de beschrijving van de thema’s rekening gehouden. Het gaat hierbij voornamelijk om het thema geluid.

2.3.

Conclusie

Bij hoofdstuk 1.1 is reeds toegelicht dat in de bijlage van het Besluit m.e.r. de activiteiten zijn aangegeven die in het kader van het de ruimtelijke onderbouwing planm.e.r.-plichtig (onderdelen C en D), projectm.e.r.-plichtig (onderdeel C) of m.e.r.-beoordelingsplichtig (onderdeel D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. In de bijlage van het Besluit m.e.r. is in categorie (D43) de aanleg, wijziging of uitbreiding van permanente race- en testbanen voor gemotoriseerde voertuigen opgenomen. De drempelwaarde voor een formele m.e.r.-beoordeling in het Besluit m.e.r. ligt op een oppervlakte van 5 hectare of meer en een openstelling van acht uren of meer per week. Het betreft een tijdelijke crossbaan, maar wordt wel via een definitieve planologische procedure mogelijk gemaakt. De openstelling is minder dan acht uren per week. De oppervlakte van de locatie bedraagt 4,26 hectare, de ruimtelijke ontwikkeling ligt daarmee onder de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. en is daarmee niet rechtstreeks planm.e.r.-, projectm.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplichtig.

Rho adviseurs voor leefruimte.

20181745

Kenmerken van de milieueffecten

3. Kenmerken van de milieueffecten

12

12

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie uit de ruimtelijke onderbouwing dat voor de beoogde ontwikkeling is opgesteld.

3.1.

Geluidhinder

Inrichtingslawaai Ten behoeve van een vergunningaanvraag (Wabo, onderdeel milieu) is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidemissie vanwege het tijdelijke motorcrossterrein. Dit onderzoek is vastgelegd in het rapport "Motorsportfaciliteit Den Helder - Akoestisch onderzoek", referentienummer SWNL023788502, d.d. 12-05-2020. De basis van het bronvermogen is gebaseerd op geluidsmetingen uitgevoerd in Barsingerhorn. In het rapport is de geluid-immissie in de omgeving van het motorcrossterrein berekend op basis van een bron-overdrachtsmodel conform de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai" (Samsom, 1999). Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat tijdens de trainingsdagen het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau bij de meest nabijgelegen woningen aan de Middenvliet 16 niet meer bedraagt dan LAr,LT = 50 dB(A). Het maximale geluidniveau bedraagt ten hoogste LAmax = 53 dB(A). Dit betekent dat tijdens de 8 trainingsdagen wordt voldaan aan de VNG-richtwaarden en er sprake is van acceptabel woonen leefklimaat tijdens de trainingsdagen. Tijdens de (maximaal) 4 wedstrijddagen bedraagt het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau bij de meest nabijgelegen woningen aan de Middenvliet ten hoogste LAr,LT = 52 dB(A). Het maximale geluidniveau bedraagt ten hoogste LAmax = 63 dB(A). Voor wat betreft de maximale geluidniveaus wordt derhalve voldaan aan de VNG-richtwaarde.

Voor wat betreft de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus geldt dat de richtwaarde van 50 dB(A) met 2 dB wordt overschreden. Omdat de waarde van 55 dB(A) niet wordt overschreden, heeft het bevoegd gezag gemotiveerd dat deze belasting in de concrete situatie acceptabel is. Ondanks dat sprake is van een overschrijding van de grenswaarde is toch sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de omliggende woningen, te meer omdat het hier om een tijdelijke activiteit gaat die maximaal 12 keer per jaar plaatsvindt. De overschrijding van de richtwaarde vindt alleen plaats op wedstrijddagen.

Rho adviseurs voor leefruimte.

20181745

Kenmerken van de milieueffecten

13

Indirecte hinder In het uitgevoerde akoestisch onderzoek is onderbouwd dat ten aanzien van indirecte hinder gesteld kan worden dat de ontsluiting van het motorcrossterrein op dusdanige afstand van de woningen van derden is gelegen dat er geen overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde ontstaat. Na de ontsluiting op de Luchthavenweg/Scheepmakersweg zijn er geen geluidsgevoelige bestemmingen gelegen binnen een afstand waar het verkeer van en naar het crossterrein als akoestisch herkenbaar is te onderscheiden van het overig verkeer. Het verkeer is bij de dichtstbijzijnde geluidsgevoelige bestemming als opgenomen in het heersende verkeersbeeld te beschouwen. Hierdoor is indirecte hinder niet verder beschouwd. Conclusie Er is ten aanzien van het aspect geluid sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de omliggende woningen. Wat betreft inrichtingslawaai wordt de waarde van 55 dB(A) niet overschreden. Voor indirecte hinder wordt de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) niet overschreden. In het Besluit m.e.r. zijn geen drempelwaarden voor geluid opgenomen wanneer de activiteit planm.e.r.-plichtig, projectm.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Het aspect geluid geeft hierdoor geen aanleiding om een planm.e.r.-, projectm.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplichtig uit te voeren.

3.2.

Verkeer

Verkeersgeneratie Op een maatgevende dag wordt een verkeersaantrekkende werking van 150 auto's verwacht. Er vinden derhalve 300 verkeersbewegingen per dag plaats (uitgangspunt initiatiefnemer). De verkeersgeneratie op het maatgevende moment bedraagt dan ook 300 mvt. Het overgrote deel van deze voertuigen komt via de N9 of N99 naar het circuit. Beide wegen liggen op een afstand van circa 500 meter van het circuit. Voor beide wegen wordt gesteld dat de extra verkeersbewegingen ten gevolge van het motorcrossterrein, voor zover deze al zijn opgenomen in het beeld van autonome groei van de wegen, volledig verwaarloosbaar zijn op het brede profiel van de ontsluitende wegen. In het geval dat alle bezoekers op hetzelfde tijdstip vertrekken zal er op de interne weg een wachtrij ontstaan, deze wachtrij zal geen effect hebben op de omliggende wegen vanwege de voorrangssituatie. De minimale toename van het verkeer zal dan ook niet leiden tot een verminderde doorstroming op de wegvakken in de omgeving. Vanuit het aspect verkeer worden hiermee negatieve effecten uitgesloten. Conclusie Negatieve effecten voor het aspect verkeer worden uitgesloten. Het aspect verkeer geeft hierdoor geen aanleiding om een planm.e.r.-, projectm.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplichtig uit te voeren.

3.3.

Bodem en water

Bodem Bodemonderzoek is noodzakelijk, indien er personen langer dan 2 uren per dag in een bouwwerk verblijven. Binnen het plangebied zijn geen gebouwen aanwezig waar mensen langer dan 2 uur per dag verblijven. Hiervoor zijn de gebouwen te beperkt in omvang. Voor het aftanken van motoren wordt een milieumat, conform de richtlijnen van de KNMV gebruikt. Hierdoor wordt voorkomen dat de grond verontreinigd raakt. Een bodemonderzoek wordt derhalve niet noodzakelijk geacht. Bovendien is bij verlening van de tijdelijke vergunning in 2016 reeds bodemonderzoek uitgevoerd, waaruit is gebleken dat er geen belemmering is

Rho adviseurs voor leefruimte.

20181745

Kenmerken van de milieueffecten

14

om de grond te gebruiken als motorcrossterrein. Ondanks dat planologisch gezien geen bodemonderzoek plaats hoeft te vinden, is bij de start van de motorcrossactiviteiten wel de 0-situatie van de bodem bepaald. Dit onderzoek is uitgevoerd door het bedrijf Bodemvisie en milieu (d.d. 18-10-2016, rapportnummer 160276). Tijdens de veldwerkzaamheden zijn plaatselijk enkele sporen asfaltgranulaat aangetroffen. Verder zijn geen waarnemingen gedaan, die op de mogelijke aanwezigheid van gelekte c.q. gemorste brandstofproducten en/of smeermiddelen zouden kunnen wijzen. Eveneens zijn geen aanwijzingen gevonden voor het eventueel recentelijk bijstorten van partijen grond. In de bovengrond zijn lichte verontreinigingen met metalen (overwegend kwik), PAK (VROM 10), PCB's en minerale olie aangetroffen. Deze resultaten geven, vanuit milieuhygiënisch oogpunt, geen belemmeringen ten aanzien van het voorgenomen gebruik als crossbaan. Met de resultaten van het onderhavige onderzoek, is de 'nulsituatie' vastgelegd, met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bovengrond. Door na afloop van de overeenkomst een vergelijkbaar 'eindsituatie onderzoek' uit te voeren, kan eventueel worden vastgesteld of de activiteiten al dan niet tot (additionele) bodemverontreiniging hebben geleid. De grond dient door de gebruiker schoon opgeleverd te worden.

Water Het wateraspect vormt geen belemmering voor het project. Het voorgenomen plan is aan het Hoogheemraadschap kenbaar gemaakt via de digitale watertoets (kenmerk: 20161103-12-13995). Geconcludeerd wordt dat het beoogde voornemen in beginsel beperkte gevolgen voor de waterhuishouding heeft. Er is namelijk sprake van een bestaande situatie die voor een periode van 4 jaar gelegaliseerd gaat worden. Er vinden geen ingrepen plaats waardoor de waterhuishouding veranderd. Compenserende maatregelen zijn dan ook niet nodig. Daarnaast ontstaan er binnen de inrichting geen afvalstoffen, waarvoor specifieke maatregelen genomen hoeven te worden. Vanuit het aspect water kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Conclusie Voor wat betreft de aspecten bodem en water worden de plannen uitvoerbaar geacht. Na beëindiging van de crossactiviteiten wordt de eindsituatie van de bodem onderzocht om te bepalen of de activiteiten hebben geleid tot bodemverontreiniging. De grond dient schoon opgeleverd te worden. Er vinden verder geen ingrepen plaats aan de waterhuishouding. De aspecten bodem en water geven hierdoor geen aanleiding om een planm.e.r.-, projectm.e.r. of m.e.r.beoordelingsplichtig uit te voeren

3.4.

Natuur

Gebiedsbescherming Om eventuele negatieve effecten op stikstofgevoelig gebied te kunnen bepalen en of er een vergunningplicht is in het kader van de Wet natuurbescherming, is een verschil berekening uitgevoerd met het rekenprogramma AERIUS. Uitgaande van een worst-case scenario vinden op de crossbaan vinden maximaal 12 activiteiten per jaar plaats met een duur van maximaal 8 uur per dag. Hierbij zijn gemiddeld 30 motoren tegelijk actief. In totaal zijn de motoren dus gemiddeld 2.880 uur per jaar actief. De gemiddelde snelheid van de motoren bedraagt 50 km/uur waarmee de totale afgelegde afstand op maximaal 144.000 km per jaar uitkomt. Op de crossbaan voor de jeugdige rijders zijn maximaal 4 motoren tegelijk actief gedurende maximaal 8 uur per dag. Daarmee zijn deze motoren 384 uur per jaar actief waarbij 19.200 km wordt gereden. Uitgaande van de emissiefactoren van CBS StatLine voor motoren (buitenwegen: 0,2 g NOx /km) zijn de totale emissies bepaald:  Grote crossbaan: 28,2 kg NOx /jaar 

Kleine crossbaan: 3,8 kg NOx/jaar

Rho adviseurs voor leefruimte.

20181745

Kenmerken van de milieueffecten

15

Totaal: 32 kg NOx/jaar. Voor de verkeersaantrekkende werking vanwege de coureurs en bezoekers wordt uitgegaan van 150 personenauto's per keer, dus 300 verkeersbewegingen. Uitgaande van 12 activiteiten per jaar gaat het dus om 3.600 verkeersbewegingen per jaar. Per etmaal gaat het dan om 6 mvt. Dit verkeer gaat op circa een kilometer afstand op in het heersende verkeersbeeld op het provinciale wegennet en kan derhalve qua milieueffecten niet meer worden toegerekend aan de inrichting. Bovengenoemde emissiebronnen zijn ingevoerd in AERIUS Calculator. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. De activiteiten worden op basis van het aspect stikstofdepositie uitvoerbaar geacht. Natuur Soortenbescherming Voor deze ontwikkeling is een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Uit de quickscan blijkt dat de voorgenomen activiteiten (naar verwachting) mogelijk in strijd zijn met het onderdeel soortbescherming uit de Wet natuurbescherming. Er kunnen namelijk nesten van 'vogels zonder jaarrond beschermd nest' op de projectlocatie aanwezig zijn. Voorkomen moet worden dat vernietiging plaatsvindt van vogelnesten óf een verstoring die van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van een in Europa inheemse vogelsoort.

Nesten van deze soorten mogen niet beschadigd, weggehaald of vernietigd worden. Ook verstoringen die leiden tot het verlaten van het nest zijn verboden. De meeste vogels broeden globaal tussen half maart en half augustus. Echter, alle broedende in Europa inheemse vogelsoorten zijn te allen tijde beschermd. In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. Uit de zorgplicht volgt dat nadelige gevolgen voor flora of fauna voorkomen worden óf dat noodzakelijke maatregelen getroffen worden. Hiervoor is een strategie opgenomen. De volgende strategie moet worden gevolgd: 1. in eerste instantie worden alle vaste rust- of verblijfplaatsen waar mogelijk gespaard of worden de activiteiten uitgevoerd buiten de verstoringsafstand van de betreffende soorten; 2. Indien dit niet mogelijk is, vinden de activiteiten plaats buiten de kwetsbare perioden voor de betreffende soorten. De voortplantingsperiode en de winterrust zijn hier voorbeelden van. Indien niet voldaan kan worden aan deze strategie, dan zijn maatregelen nodig. Zoogdieren  Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen, egels) om verkeersslachtoffers te voorkomen. Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte.

Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten.  Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet tussen zonsondergang en zonsopkomst.  Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals bosschages en ruigtes. Amfibieën  Verplaats individuen die aanwezig zijn binnen het werkterrein

Rho adviseurs voor leefruimte.

20181745

Kenmerken van de milieueffecten

16

Bij de uitvoering van de activiteiten zullen de initiatiefnemers rekening houden met de uitkomsten uit de quickscan en zullen de activiteiten op een zodanige wijze uitgevoerd worden dat rekening wordt gehouden met nesten van 'vogels zonder jaarrond beschermd nest', conform de voorgestelde werkwijze. Conclusie Er is een AERIUS berekening uitgevoerd om te bepalen op sprake is van een overschrijding van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar, waarmee de grenswaarden van 0,00 mol ook niet worden overschreden. Er is derhalve geen sprake van een relevant effect. Voor wat betreft de gebiedsbescherming is er geen sprake van een planm.e.r.-, projectm.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplicht. Ook voor wat betreft de soortenbescherming is geen sprake van een planm.e.r.-, projectm.e.r. of m.e.r.beoordelingsplicht. Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de uitkomsten uit het ecologisch onderzoek.

3.5.

Luchtkwaliteit

In 2015 is voor het motorcrossterrein een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd. Het doel van dit onderzoek was om te bepalen wat de effecten van de inrichting op de luchtkwaliteit in de directe omgeving is. Hierbij is getoetst aan de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer. Het betreft een onderzoek uit 2015. De uitgangspunten voor het onderzoek zijn sindsdien niet gewijzigd. Daarnaast zijn de achtergrondconcentraties sinds 2015 lager geworden, waardoor de uitkomsten uit dit onderzoek nog steeds gebruikt kunnen worden, zodat voldoende aannemelijk is gemaakt dat aan de grenswaarden uit bijlage 2 van de Wm wordt voldaan. Uit de resultaten blijkt dat er in de plansituatie van 2015 geen overschrijdingen van de grenswaarden plaatsvinden van de jaargemiddelde concentraties Stikstofdioxide (NO2), Fijn stof (PM10) en Fijn stof (PM2.5). Hiermee voldoet het project aan de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer. Het onderzoek uit 2015 is nog steeds actueel, waardoor dit onderzoek in deze ruimtelijke onderbouwing gebruikt kan worden. De enige wijziging ten opzichte van het luchtkwaliteitsonderzoek heeft betrekking op een toename van het aantal verkeersbewegingen. In het luchtkwaliteitsonderzoek wordt namelijk een uitgangspunt van een verkeersaantrekkende werking van maximaal 100 personenauto's gehanteerd. In onderhavige aanvraag wordt echter uitgegaan van 150 personenauto's.

Er is derhalve een toename van 50 personenauto's. Een dergelijke toename draagt echter in een zeer beperkte mate bij aan de luchtverontreiniging. Een significante verslechtering treedt namelijk pas op bij enkele honderden verkeersbewegingen. Een verdere toetsing aan de grenswaarden kan daarom achterwege blijven. Het project draagt daardoor niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Hiermee wordt voldaan aan de luchtkwaliteitsnormen zoals gesteld in de Wet milieubeheer. Conclusie Het project draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. De grenswaarden uit de Wet milieubeheer voor luchtkwaliteit worden niet overschreden. Dit aspect noodzaakt dan ook niet om een planm.e.r.-, projectm.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplicht uit te voeren.

Rho adviseurs voor leefruimte.

20181745

Kenmerken van de milieueffecten

3.6.

17

Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid

Externe veiligheid Ten noorden van het plangebied op ongeveer 100 meter afstand van de tijdelijke crossbaan is een buisleiding gelegen. Ook zijn er een aantal buisleidingen aan de oostzijde van de Industrieweg. In onderstaande afbeelding is de uitsnede uit de risicokaart weergegeven.

Figuur 3.1 Uitsnede risicokaart Een sportterrein wordt beschouwd als een beperkt kwetsbaar object. Het tijdelijke motorcrossterrein wordt beschouwd als een sportterrein en is hierdoor beperkt kwetsbaar. Hierdoor heeft het motorcrossterrein geen invloed op de buisleidingen. Het terrein is gelegen tegen een bestaand spoortracé. Er vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over dit tracé. Een motorcrossterrein is geen risicovolle bron, waardoor de activiteit ook geen extra belemmering geeft aan de omgeving. Realisatie van een motorcrossterrein is dan, op het gebied van externe veiligheid, mogelijk op de gewenste locatie. Er worden geen negatieve effecten verwacht vanuit het aspect externe veiligheid. Risico’s op rampen door klimaatverandering Er is geen sprake van een toename in verharding. Ten gevolge van de beoogde ontwikkelingen nemen risico’s op rampen door klimaatadaptatie niet toe. Risico’s voor de menselijke gezondheid Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er wordt voldaan aan de normen voor geluid, bodem, externe veiligheid en luchtkwaliteit. Een significant effect op de risico’s voor de menselijke gezondheid is daarmee uitgesloten.

Conclusie Er worden geen negatieve effecten verwacht vanuit het aspect externe veiligheid. Dit aspect noodzaakt dan ook niet om een planm.e.r.-, projectm.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplicht uit te voeren.

3.7.

Cultuurhistorie en archeologie

Cultuurhistorie In het bestemmingsplan 'LUCHTHAVEN 2013' zijn de aspecten cultuurhistorie en archeologie onderzocht. Hiervoor is de informatiekaart Landschap en Cultuurhistorische van de provincie Noord - Holland gebruikt

Rho adviseurs voor leefruimte.

20181745

Kenmerken van de milieueffecten

18

met betrekking tot cultuurhistorie. Hieruit blijkt dat binnen het projectgebied geen cultuurhistorischeen/of aardkundige waarden voorkomen. De kaart geeft ook geen historische punten of monumenten weer. Archeologie Het gebied is niet als archeologische zone aangemerkt. Conclusie Er worden geen negatieve effecten verwacht vanuit de aspecten cultuurhistorie en externe veiligheid. Deze aspecten noodzaken dan ook niet om een planm.e.r.-, projectm.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplicht uit te voeren.

3.8.

Sloop- en aanlegwerkzaamheden

Er is geen sprake van een sloop- of aanlegfase. Derhalve zal er dan ook geen sprake zijn van significante negatieve milieueffecten, zoals geluid- en stofoverlast.

3.9.

Randvoorwaarden

In de voorgaande sectorale analyses zijn verschillende randvoorwaarden benoemd die in acht dienen te worden genomen met het oog op de mogelijke milieugevolgen. Daarbij gaat het in het bijzonder om de volgende maatregelen:  wedstrijddagen vinden niet vaker dan 4x per jaar plaats;  op basis van de huidige vergunning zijn 8 wedstrijddagen toegestaan, zonder dat er een limiet is gesteld aan de geluidimmissie in de omgeving. Er is derhalve sprake van een verbetering/aan scherping t.o.v. de huidige vergunning;  de crossmotoren worden gehouden aan de "94 dB(A)-eis" van de KNMV (Bbt maatregel)  de gehanteerde geluidnormen gelden in het algemeen voor bedrijven die iedere dag in werking kunnen zijn. Voor het tijdelijke motorcrossterrein geldt dat het 12x per jaar wordt gebruikt. De geringe overschrijding van de richtwaarde van 50 dB(A) tijdens wedstrijddagen komt slechts 4x per jaar voor en kan daarmee als aanvaardbaar worden geacht.

Rho adviseurs voor leefruimte.

20181745

4. Conclusie

In de bijlage van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het de ruimtelijke onderbouwing planm.e.r.-plichtig (onderdelen C en D), projectm.e.r.-plichtig (onderdeel C) of m.e.r.beoordelingsplichtig (onderdeel D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. In de bijlage van het Besluit m.e.r. is in categorie (D43) de aanleg, wijziging of uitbreiding van permanente race- en testbanen voor gemotoriseerde voertuigen opgenomen. De drempelwaarde voor een formele m.e.r.-beoordeling in het Besluit m.e.r. ligt op een oppervlakte van 5 hectare of meer en een openstelling van acht uren of meer per week. Het project betreft een tijdelijke crossbaan, maar wordt wel via een definitieve planologische procedure mogelijk gemaakt. De openstelling is minder dan acht uren per week. De oppervlakte van de locatie bedraagt 4,26 hectare, de ruimtelijke ontwikkeling ligt daarmee onder de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. en is daarmee niet rechtstreeks planm.e.r.-, projectm.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplichtig. De uitgevoerde (milieu) onderzoeken geven ook geen aanleiding om een planm.e.r.-, projectm.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplicht uit te voeren. Er worden geen negatieve effecten verwacht.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

20181745

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/1662/documents/16921