Bijlage 7_toelichting - Onderzoek QuickScan Ecologie 18 maart 2020.pdf
Tekst van het document
Quick scan ecologie Halter-Bellevue te Den Helder
18 maart 2020
Pagina 1
Samenvatting Voor de directe omgeving van het winkelcentrum en het station te Den Helder worden plannen ontwikkeld voor het aanleggen van een park en woningbouw. Het project is bekend onder de naam Halter-Bellevue. Voor het project is enkele jaren terug een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Ten behoeve van enkele wijzigingen is een nieuw onderzoek nodig.
Inhoud
Inleiding
2 – Inleiding 3 – Beschrijving gebied 4 – Waarnemingen 7 – Analyse 9 – Advies & Bronnen
Om een goed oordeel te geven over de potentieel aanwezige beschermde planten en dieren, is op 9 maart2020 door een ecoloog van bureau Els & Linde, een bezoek gebracht aan de planlocatie. Ter plekke is beoordeeld of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, die schade kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Daarbij is gezocht naar sporen van dieren en is op basis van de begroeiing en de opbouw van het landschap, geschat of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn. De effecten worden beoordeeld als gevolg van de veranderde omgeving en het veranderde gebruik. Verder wordt geanalyseerd of de werkzaamheden die noodzakelijk zijn om de veranderingen te bereiken, een effect veroorzaken.
Onderzocht is of er effecten op beschermde natuurwaarden kunnen ontstaan. Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 9 maart 2020 is gebleken dat de aanwezigheid van huismus niet kan worden uitgesloten. Een aanvullend onderzoek naar deze vogels is nodig. Gierzwaluw of vleermuizen worden niet verwacht, onderzoek naar deze soorten is niet nodig. Mogelijk is een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig voor de huismus. Het beschermde Natura 2000gebied ligt op een afstand van ongeveer 450 meter van de planlocatie. De werkzaamheden betreft sloop – nieuwbouw en de aanleg van een park. De Waddenzee is echter niet gevoelig voor de stikstofdepositie. Andere aantastingen van kwalificerende habitats of soorten in het Natura 2000-gebied door de werkzaamheden, kunnen worden uitgesloten.
Voor de directe omgeving van het winkelcentrum en het station te Den Helder worden plannen ontwikkeld voor het aanleggen van een park en woningbouw. Het project is bekend onder de naam Halter-Bellevue. Voor het project is enkele jaren terug een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Ten behoeve van enkele wijzigingen is een nieuw onderzoek nodig. Onderdeel van de procedure is een onderzoek naar de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten en het maken van een analyse van de mogelijke effecten op die soorten, als gevolg van de werkzaamheden. Hiervoor is door bureau Els & Linde een oriënterend onderzoek uitgevoerd. Het voorliggende rapport geeft een beschrijving van het oriënterend onderzoek naar de effecten op natuurwaarden.
Ligging van het onderzoeksgebied
Colofon Opdrachtgever Projectnummer Datum Auteur Gecontroleerd Status
Zeestad 20.081 18 maart 2020 P.J.H. van der Linden M.A. Nieuwhof concept
Els & Linde B.V. Spechtstraat 59 1223 NX Hilversum mob 06 - 27564247 e-mail vanderlinden@elsenlinde.nl
Pagina 2
H02
Planomgeving: locatie, omgeving en beschermde natuurgebieden De locatie ligt binnen het centrum van de gemeente Den Helder op loop afstand van het station. De omgeving bestaat uit het winkelcentrum, woningen en maatschappelijke functies. De opzet is het aanleggen van een park – grotendeels op de plek waar nu een parkeerplaats is, en woningbouw. Tegenover het station is al een park aangelegd en ten noorden van de Prins Hendrikstraat is ook een park aanwezig. Het tussenliggende deel bestaat uit een parkeerplaats, een plantsoen en een kerk. De Natura 2000gebieden liggen op relatief grote afstand en buiten de bebouwde kom. Op ongeveer 450 meter ligt het Natura 2000-gebied Waddenzee. Dat gebied is tevens het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als Natuurnetwerk Nederland. Deze gebieden liggen buiten de invloedssfeer van het werk. Natura 2000 Via de Natura 2000 zijn gebieden beschermd van internationaal belang. Voor deze gebieden zijn doelstellingen geformuleerd voor het behoud van habitats en planten en dieren. Deze Natura 2000 gebieden zijn ook beschermd tegen invloeden van buiten, zoals stikstofdepositie en grondwaterstromen. Voor functie waardoor de depositie van stikstofverbindingen toeneemt is een berekening noodzakelijk van de effecten.
Ligging van de Natura 2000-gebieden.
Natuurnetwerk Nederland Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk van Nederland. Het Natuurnetwerk Nederland wordt via de ruimtelijke verordening beschermd.
Ligging van de Natuurnetwerk Nederland
Pagina 3
H03
Waarnemingen: veldgegevens en gegevens uit de literatuur Werkwijze Het onderzoek is uitgevoerd als een quick scan ecologie. Voor zo’n onderzoek wordt door een ecoloog beoordeeld of er een kans is op aanwezigheid van beschermde soorten. Daarbij wordt gelet op de structuur van de omgeving, aanwezige habitats en landschapselementen. Tevens wordt gezocht naar sporen van beschermde soorten. Een quick scan is tevens bedoeld als afbakening van een eventueel afdoend onderzoek. De quick scan bestaat uit de volgende activiteiten: • Een literatuur/bronnenonderzoek met betrekking tot de potentieel aanwezige beschermde soorten binnen de planlocatie. • Een veldbezoek waarbij de locaties worden beoordeeld op habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Hierbij worden bijvoorbeeld de te kappen bomen beoordeeld op geschiktheid voor vleermuizen en jaarrond beschermde nesten. • Voor de aangetroffen strikt beschermde soorten wordt, door een beschrijving van de ecologische functionaliteit van het gebied (foerageergebied, migratieroute, voortplantingsgebied of winterverblijf, enz.), aangegeven hoe het gebied door iedere soort wordt gebruikt. • Een schatting van de impact van de werkzaamheden op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten. • Een effectbeoordeling gericht op (eventueel) nabij gelegen beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk en Weidevogelleefgebied).
Om een goed oordeel te kunnen geven is op 9 maart2020 door een ecoloog een bezoek gebracht aan de planlocatie. Tijdens het veldbezoek is onderzocht of er in potentie beschermde planten en dieren aanwezig zijn binnen de planlocatie. Daarvoor is gezocht naar sporen en andere aanwijzingen van planten en dieren. Op basis van de aanwezige herkenbare begroeiing en habitats, is beoordeeld of er leefgebieden aanwezig zijn voor beschermde soorten. Aanvullend is een bureaustudie uitgevoerd naar de potentieel voorkomende planten en dieren in de directe omgeving van de planlocatie. Hierbij is een bronnenonderzoek uitgevoerd, waarbij de verschillende relevante en actuele informatiebronnen zijn geraadpleegd. Bij de analyse van de effecten is gelet op de effecten veroorzaakt door de veranderde omgeving en het veranderde gebruik. Daarnaast zijn de effecten bepaald die veroorzaakt worden door de ruimtelijke ontwikkelingen. Daarbij is naast de planlocatie sec. gelet op de directe omgeving en de effecten op soorten in de omgeving. In de voorliggende notitie worden de resultaten van de quick scan ecologie besproken. Waarnemingen In onderstaande paragrafen worden de soortengroepen beschreven die binnen de planlocatie en de directe omgeving zijn aangetroffen of te verwachten.
Tijdens het veldbezoek van 9 maart2020 is onderzocht of er in potentie beschermde planten en dieren aanwezig zijn binnen de planlocatie. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek betrof bewolkt, droog weer met een temperatuur van 7 ºC en windkracht 4 Bft.
Pagina 4
Bronnenonderzoek Voor het onderzoek naar potentieel aanwezige beschermde soorten zijn de beschikbare regionale en landelijke verspreidingsatlassen en enkele digitale bronnen geraadpleegd. Er zijn geen waarnemingen van vleermuizen in de directe omgeving bekend. Boven het Bernhardplein zijn incidentele waarnemingen van huismus en gierzwaluw gemeld. Er zijn uit deze waarnemingen geen relaties met de panden binnen het gebied af te leiden. Bij het verzorgingshuis zijn verschillende gierzwaluwen bekend – het lijkt logisch dat daar een verblijfplaats is. Vegetatie en planten Binnen het projectgebied is een plantsoen aanwezig en staan enkele borders met planten. Hierin staan cultivars terwijl het plantsoen vooral uit grasveld bestaat. Verder is er plaatselijk sprake van een matig ontwikkelde tredvegetatie. Er zijn geen beschermde planten aangetroffen. Beschermde plantensoorten zijn binnen de planlocatie ook niet te verwachten vanwege het ontbreken van de natuurlijke standplaatsen. Zoogdieren Juridisch zwaarder beschermde soorten Vleermuizen zijn de belangrijkste groep strikt beschermde dieren die verwacht kunnen worden. Vleermuizen kunnen schade ondervinden van de ruimtelijke ontwikkelingen en kunnen hierdoor een belemmering zijn.
De planlocaties en de directe omgeving zijn daarom nauwkeurig onderzocht op de aanwezigheid van potentieel geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen, evenals vliegroutes en foerageergebieden. Verblijfplaatsen Vleermuizen zijn in twee groepen te verdelen; enerzijds de soorten die in gebouwen een verblijfplaats hebben en anderzijds de soorten die in bomen een verblijfplaats hebben. De kraamkolonie van de laatvlieger (Eptesicus serotinus) en de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) komen – voor zover bekend - alleen in gebouwen voor. Ze wonen in de spouwmuur, achter betimmering, onder daklijsten en dakpannen. De vaste verblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) en de watervleermuis (Myotis daubentonii) kunnen zowel in spleten en gaten in bomen, als in gebouwen voorkomen. Ze kiezen in de regel gebieden met een groot aanbod aan geschikte holten op een klein oppervlak. De gebouwen binnen het projectgebied zijn onderzocht op potentieel aanwezige invliegopeningen voor vleermuizen. De kerk aan het Bernhardplein heeft open stootvoegen, maar deze zijn te smal om toegang te geven tot de spouw. Het gebouw met enkele cafetaria heeft geen geschikte openingen. Ook de gebouwen op de andere locaties hebben geen geschikte invliegopeningen voor vleermuizen. De kans op vleermuizen in een van de gebouwen is met grote zekerheid uit te sluiten.
Potentiële vliegroutes en foerageergebieden Het perceel valt binnen de bebouwde kom van Den Helder. Niet uit te sluiten is dat boven de aanwezige parken vleermuizen jagen. De parken kunnen ook als vliegroute
Pagina 5
functioneren. De kans op een essentieel jachtgebied is klein omdat het park vrij uitgestrekt is. Er zal altijd een deel beschikbaar blijven als jachtgebied tijdens de aanleg van de rest van het park. Het winkelcentrum is ongeschikt als jachtgebied vanwege het ontbreken van begroeiing. Laag beschermde zoogdieren Binnen de planlocaties is een zeer kleine kans op algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren. Wellicht dat de huisspitsmuis of de huismuis wordt aangetroffen, maar bijzondere soorten worden niet verwacht. De bebouwde kom is geen geschikt biotoop voor de kleine marters. Vogels Jaarrond beschermd nest Tijdens het ecologisch onderzoek is gezocht naar aanwijzingen voor het voorkomen van vogels met een vaste verblijfplaats binnen het plangebied. Gekeken is naar potentieel geschikte nestplekken voor vogels met een jaarrond beschermd nest. Binnen de panden zijn geen geschikte openingen aangetroffen die naar een nestplek voor de gierzwaluw kunnen leiden. De verschillende panden met dakpannen zijn wel geschikt als nestplek voor de huismus. Naast het pand van Mc Donalds is in een struik een zingende huismus aangetroffen. Ook derden wijzen op de aanwezigheid van een huismus op die locatie. Waar de huismus broedt is nog niet te zeggen (de broedtijd was tijdens het veldonderzoek nog niet gestart).
Algemene broedvogels De kans op algemeen voorkomende broedvogels is binnen het bebouwde gebied zeer klein. Mogelijk dat in eerder aangelegde het park vogels broeden. Deze locatie ligt echter buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. Herpetofauna en vissen Er is geen oppervlaktewater aanwezig voor watergebonden organismen in de directe omgeving. Watergebonden organismen worden binnen de planlocatie worden daarom niet verwacht. Overige soorten Er zijn, gezien de voorkomende biotopen, geen beschermde bijzondere insecten of overige soorten te verwachten binnen het perceel. Deze soorten stellen hoge eisen aan hun leefgebied; de planlocaties voldoet hier niet aan. De aanwezigheid van beschermde overige soorten worden daarom uitgesloten binnen de planlocatie.
Pagina 6
H05
Analyse: beoordeling van de effecten op de natuurwaarden Bij de analyse wordt gelet op de effecten als gevolg van het veranderde gebruik en de veranderde inrichting. Daarnaast wordt gelet op de effecten als gevolg van de werkzaamheden om de veranderingen te bereiken. Voor zover planlocaties binnen het Natuurnetwerk Nederland, Natura 2000 of andere beschermde natuurgebieden liggen, worden de effecten op deze beschermde natuurgebieden getoetst. Voor de Natura 2000 gebieden is de externe werking eveneens van belang; de belangrijkste externe effecten worden veroorzaakt door toename van depositie, geluid en licht. Daarnaast kunnen veranderde grondwaterstromen een effect veroorzaken. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming kent een afdeling voor soortbescherming en een afdeling voor gebiedsbescherming. Binnen de gebiedsbescherming is de PAS (de programmatische aanpak stikstof) een integraal onderdeel. Binnen de PAS zijn maatregelen opgenomen om de stikstofdepositie te reduceren. Een onderdeel is dat voor alle bronnen een berekening moet worden uitgevoerd van de stikstofdepositie. Dit wordt met het voorgeschreven instrument Aerius berekent. Met de Aerius kan worden aangetoond dat er geen hoge depositie is.
De soortbescherming binnen de Wet natuurbescherming richt zich op de internationale afspraken, en geeft een uitbreiding van de beschermde soorten door aan de rode lijst (bedreigd en ernstig bedreigd) een beschermd status te koppelen. Binnen de bebouwde kom is de belangrijkste wijziging in de beschermde soorten het vervallen van de bescherming op muurplanten en orchideeën Beschermde soorten Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 9 maart2020 is gebleken dat de aanwezigheid van huismus niet kan worden uitgesloten. Een aanvullend onderzoek naar deze vogels is nodig. Gierzwaluw of vleermuizen worden niet verwacht, onderzoek naar deze soorten is niet nodig. Mogelijk is een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig voor de huismus. Zorgbeginsel Binnen de gebieden is kans op algemeen voorkomende soorten waarmee rekening moet worden gehouden. Aangetroffen dieren die niet uit zich zelf de werkgebieden kunnen verlaten, dienen – onder begeleiding van een ecoloog - in veiligheid te worden gebracht en buiten de werkgebieden te worden uitgezet. Schuilplekken zoals bladhopen, hout- en steenstapels e.d. dienen eerst te worden gecontroleerd op schuilende dieren. In zijn algemeenheid dienen geschikte schuil- en overwinteringsplekken voor dieren buiten de werkterreinen intact te worden gelaten.
Eventueel noodzakelijk kap moet buiten de kwetsbare periode (winter) worden uitgevoerd en voorafgaand aan de kap (of het anderszins vrijstellen van een werkplek) is het verstandig een ecoloog te laten beoordelen of effecten zijn te verwachten en eventueel maatregelen te (laten) nemen om die effecten te verminderen.
Pagina 7
Natura 2000 Het beschermde Natura 2000-gebied ligt op een afstand van ongeveer 450 meter van de planlocatie. De werkzaamheden betreft sloop van enkele pand en nieuwbouw. Verder wordt een park ontwikkeld. De Waddenzee is niet gevoelig voor stikstofdepositie. Een berekening van de depositie is daarom niet noodzakelijk. Andere aantastingen van kwalificerende habitats of soorten in het Natura 2000-gebied door de werkzaamheden, kunnen worden uitgesloten. Natuurnetwerk Nederland De gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland liggen op geringe afstand maar buiten de invloedssfeer van het werk. Gelet op de afstand, aard en de omvang van het voornemen, wordt geen effect verwacht.
Pagina 8
H06
Conclusie, advies en gebruikte bronnen Voor de directe omgeving van het winkelcentrum en het station te Den Helder worden plannen ontwikkeld voor het aanleggen van een park en woningbouw. Het project is bekend onder de naam Halter-Bellevue. Voor het project is enkele jaren terug een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Ten behoeve van enkele wijzigingen is een nieuw onderzoek nodig. Voorliggend rapport betreft een onderzoek naar effecten op natuurwaarden. Door een ecoloog van bureau Els & Linde B.V. is op 10 maart 2020 beoordeeld of er beschermde planten- en diersoorten aanwezig zijn binnen de planlocatie en of deze soorten schade ondervinden van de gewenste ontwikkelingen. Beschermde soorten Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 9 maart 2020 is gebleken dat de aanwezigheid van huismus niet kan worden uitgesloten. Een aanvullend onderzoek naar deze vogels is nodig. Gierzwaluw of vleermuizen worden niet verwacht, onderzoek naar deze soorten is niet nodig. Mogelijk is een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig voor de huismus.
• • • • • •
• •
Anonymus (2017). Kennisdocument gewone dwergvleermuis, BIJ12 Anonymus (2017). Kennisdocument gierzwaluw, BIJ12 Anonymus (2017). Kennisdocument huismus, BIJ12 Hoogeboom, D.M., F. Visbeen, J. Wondergem, W. Ruitenbeek (2014) Atlas van de Noord-Hollandse zoogdieren. NOZOS, Landschap Noord-Holland. Riet, B. van, H. van der Goes, Th. Baas, C. van den Tempel, W. Menkveld & F. Visbeen (2014) Atlas van de Noord-Hollandse flora. Landschap Noord-Holland. Scharringa, C.J.G., W. Ruiterbeek & P.J. Zomerdijk (2010) Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels 2005-2009. SVN, Landschap Noord-Holland. provincienoordholland.nl waarneming.nl
Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland Het beschermde Natura 2000-gebied ligt op een afstand van ongeveer 450 meter van de planlocatie. De werkzaamheden betreft sloop – nieuwbouw en de aanleg van een park. De Waddenzee is echter niet gevoelig voor de stikstofdepositie. Andere aantastingen van kwalificerende habitats of soorten in het Natura 2000-gebied door de werkzaamheden, kunnen worden uitgesloten.
Pagina 9