bijlage 3 Nota kostprijsberekening.pdf
Tekst van het document
NOTA Kostprijsberekening van de
GEMEENTE DEN HELDER
November 2006
Nota kostprijsberekening van de gemeente Den Helder.
1 Inleiding en samenvatting
3
2 Afbakening
5
3 Kernpunten
7
4 Overige aspecten
10
5 Samenvatting en conclusies
12
Nota kostprijsberekening Gemeente Den Helder, november 2006
2
1 Inleiding en samenvatting. Inleiding Het is voor de inzichtelijkheid van de gemeentelijke bedrijfsvoering en de financiële verantwoording noodzakelijke heldere kaders te formuleren. In de verordening ex artikel 212 van de Gemeentewet van de gemeente Den Helder is in artikel 13 *) opgenomen, dat hiervoor ondermeer een nota over de kostprijsberekening moet worden vastgesteld. In deze nota, die nu ter besluitvorming aan u wordt voorgelegd wordt geen aandacht meer besteed aan de rentetoerekening, die genoemd wordt in lid 3 van artikel 13. Dit onderwerp maakt deel uit van de 30 maart 2005 door de raad vastgestelde nota Afschrijvings- en rentebeleid, raadsbijlage nr 31 (2005). In deze nota zijn twee hoofdlijnen te onderscheiden: - de bepaling van de gemeentelijke uurtarieven, deze vormen de basis voor de kostprijs - de vaststelling van tarieven (kostprijzen) van gemeentelijke diensten Het doel van de nota kostprijsberekening is de grondslagen geven voor de wijze van kostentoerekening (ook wel kostenverbijzondering genoemd) bij het vaststellen van gemeentelijke tarieven. Deze tarieven dienen voor een deel de interne kostenverbijzondering, maar zijn ook bepalend voor tarieven voor de burgers, zoals afvalstoffenheffing, rioolrecht en leges.
Daarnaast worden ze gebruikt bij benchmarking met andere gemeenten, de beoordeling van de doelmatigheid, de analyse van de afdelingsresultaten en wordt ondersteuning gegeven bij het nemen van beleidsbeslissingen. Na de reorganisatie van 1 januari 2004 zijn er in de begroting een flinke wijzigingen opgetreden. Deze hebben ook hun invloed op de doorbelasting van de gemeentelijke overhead. Hierbij gaat het dan om de kosten van de directie (voordien de gemeentesecretaris), de afdeling Bestuur, Communicatie en Financiën en de afdeling Facilitair Bedrijf. Tot en met 2003 werden deze kosten voor een deel op de “producten” gemeentesecretaris, algemene bestuursondersteuning, financiële informatie en administratie concern verantwoord. Vanaf 2004 zijn deze “producten” niet meer in de begroting opgenomen. De kosten van de stafafdelingen worden nu op basis van de formatie als overhead aan de gemeentelijke organisatie toegerekend. Mede hierdoor zijn de uurtarieven van de uitvoerende teams gestegen. In deze nota worden de beleidsuitgangspunten die de gemeente Den Helder op dit gebied wil hanteren, vastgelegd. Dit betekent dat er een keuze gemaakt wordt. Deze keuze zal altijd discussie op blijven roepen, omdat zij een compromis is tussen theoretische uitgangspunten, praktische uitvoering en gewenste uitkomsten.
De voorstellen ten aanzien van de regels voor de berekening van de uurtarieven van gemeentelijk personeel en materieel zullen vanaf de begroting 2008 doorgevoerd worden. Dit geldt ook grondslagen voor de tarieven die de gemeente in rekening brengt bij (kostengeoriënteerde) dienstverlening.
Samenvatting De grondslagen voor de berekening van de gemeentelijke uurtarieven worden als volgt vastgesteld: - de basis zijn de directe loon- en mangebonden kosten per team - deze kosten worden verhoogd met de bijkomende kosten, specifiek voor het team - daarnaast worden de kosten van de overhead van de eigen afdeling en de gemeentelijke stafafdelingen aan de teams doorberekend - de uit bovenstaande elementen opgebouwde totale kosten worden voor de bepaling van het uurtarief gedeeld door het aantal direct productieve uren Als grondslag voor de doorberekening van de overheadkosten van de gemeentelijke stafafdelingen wordt het aantal formatieplaatsen gehanteerd. Voor teams met een voornamelijk uitvoerende externe taak wordt het aantal formatieplaatsen met 0,5 vermenigvuldigd, om recht te doen aan de schaalvoordelen en het veelal mindere gebruik van huisvestings- en ict-faciliteiten.
Nota kostprijsberekening Gemeente Den Helder, november 2006
3
De berekening van het aantal direct productieve uren vindt plaats op basis van het schema zoals opgenomen in paragraaf 3 van deze nota. Voor de berekening van uurtarieven van gemeentelijk materieel gelden overeenkomstige uitgangspunten, met uitzondering van de doorberekening van overhead van de centrale stafafdelingen. Deze overhead wordt alleen naar formatieplaatsen doorberekend en niet naar voertuigen en machines. De grondslag voor de tarieven van gemeentelijke dienstverlening is de bestede tijd van de gemeentelijke werknemer en het ingezette materieel, vermenigvuldigt met het volgens de bovenstaande methodiek vastgestelde uurtarief. Voor gemeentelijke tarieven waarvan de totale kosten, die de grondslag voor het tarief vormen niet alleen bestaan uit man- en machine uren, wordt de volgende methode gehanteerd: - de totale kosten bestaan voor het product uit man- en machine uren, de directe kosten van derden en de indirecte kosten zoals beschreven in artikel 13 tweede lid. Deze totale kosten worden voor de bepaling van het tarief gerelateerd aan het geraamde of genormeerde aantal te verrichten handelingen of te verwerken eenheden.
*)
Artikel 13 Kostprijsberekening
1.
Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en diensten van de gemeente Den Helder wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen de indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met door de gemeente verleende diensten. Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan reserves voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor rioolrechten, reinigingsrechten en afvalstoffenheffing de compensabele BTW. De omslagrente voor de rentetoerekening van de kapitaallasten wordt bepaald door het rentetotaal van de uitstaande leningen en de bij begroting vastgestelde gecalculeerde rente over het eigen vermogen en voorzieningen.
2.
3.
Nota kostprijsberekening Gemeente Den Helder, november 2006
4
2 Afbakening In deze nota gaat het om het vaststellen van de grondslagen van de kostentoerekening. Dit betekent dat er algemene kaders en richtlijnen vastgelegd worden, waaraan de opbouw van de kostprijs en de toerekening van kosten moeten voldoen. Op basis van deze grondslagen kan dan in de praktijk van het bestuur en beheer van de gemeentelijke organisatie de berekening van de concrete (uur)tarieven plaatsvinden. Dit zal primair gebeuren bij het opstellen van de begroting. De kaders moeten verantwoord, stabiel, transparant maar ook praktisch hanteerbaar zijn. Over de toerekening van kosten is in de bedrijfseconomische theorie een scala van stromingen te onderkennen. De praktische betekenis van deze theorieën is op gemeentelijk niveau echter beperkt. De bedrijfseconomische theorie is vooral gebaseerd op de productie in private ondernemingen, waar de structuur van de productie gebaseerd is op het winstgevend afzetten van producten, waarvan het productieproces eenvormig gestructureerd is. De maatschappelijke productie die de gemeente in de volle breedte van haar takenpakket levert, is niet in alle opzichten vergelijkbaar met de marktgerichte productie van een bedrijf.
Deze eigenheid van de gemeentelijke huishouding, die ook in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) expliciet erkend wordt, heeft tot gevolg dat de gemeente aan andere regels, besturingsmechanismen en structuren gebonden is dan een particuliere onderneming. Hierdoor is een gemeentelijke organisatie die bedrijfsmatig werkt nooit één op één vergelijkbaar met een bedrijf en zal de kostentoerekening ook niet op dezelfde wijze plaatsvinden. Bij de kostentoerekening is, met name bij de overheadkosten, een grote mate van theoretische verfijning mogelijk. De praktijk leert echter dat verregaande theoretische zuiverheid en verfijning bij een zo gedifferentieerd producten aanbod als bij de gemeente, snel ten koste gaat van transparantie leidt tot een hoge administratieve lastendruk. Veel verfijning kan per saldo leiden tot een situatie waarin de kosten van de toerekening van € 100 overheadkosten een veelvoud van dit bedrag kost. Deze situatie willen wij in de gemeente Den Helder nadrukkelijk voorkomen. Als basisuitgangspunt geldt dat de voordelen van de transparantie, verwerkingssnelheid en verwerkingskosten bij het gebruik van een enkele verdeelsleutel, die een redelijk goede aansluiting heeft bij de te verdelen kosten, de voorkeur heeft.
Het alternatief is een groot aantal verdeelsleutels, die ieder op zich een wat betere aansluiting hebben bij verschillende componenten van de te verdelen kosten, maar door hun onderlinge beïnvloeding en de invloed van wijzigende verhoudingen, tot veel aanpassingen en ondoorzichtigheid leiden. In het BBV is het uitgangspunt dat binnen de gemeente de kosten van de stafafdelingen deel uit maken van de gemeentelijke producten. De afschaffing van de tot 1995 bestaande verzamelfunctie voor algemene bestuursondersteuning is hiervan een duidelijk voorbeeld. Hoe de kosten aan de producten moeten worden toegerekend, is in hoge mate een gemeentelijke beleidskeuze. De verordening ex artikel 212 van de gemeente Den Helder schrijft voor dat naast de directe kosten bij het systeem van kostentoerekening alleen die indirecte kosten worden betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de verleende diensten. Volgens de toelichting op de hier gehanteerde verordening wordt hiermee bedoeld dat naast de directe kosten van de afvalinzameling bijvoorbeeld geen aandeel in de kosten van het college van B&W wordt toegerekend. Na de reorganisatie is in de begroting 2004 gekozen voor het systeem van doorberekening waarbij de directie, de afdeling BCF en de afdeling FB als overheadkosten voor een deel direct aan producten zoals het college van B&W, Stadshart en Landmeten worden toegerekend.
Dit gebeurt op basis van de geraamde tijdsinzet. Het grootste deel van deze overheadkosten wordt doorberekend aan de lijnafdelingen. Op deze wijze wordt de overhead in de uurtarieven van de uitvoerende afdelingen opgenomen. De meer algemene producten zoals bestuursondersteuning, financiële informatie en concernadministratie zijn ingaande 2004 opgeheven, zodat in de lijn van BBV de kosten via de uurtarieven van de uitvoerende afdelingen toegerekend worden aan de “eindproducten” en niet op administratieve “tussenproducten” blijven staan.
Nota kostprijsberekening Gemeente Den Helder, november 2006
5
In de nieuwe informatie-uitwisseling met het CBS, het ministerie en de EU, op basis van IV 3, zijn er weer de tussenproducten gemeenterekening en gemeentebegroting opgenomen. Deze verplichte rubricering hoeft niet tot de conclusie te leiden dat deze kosten niet als onderdeel van de overhead doorberekend kunnen worden. Inzicht in de kosten van de begroting en rekening kan ook in het kader van vergelijkingen nuttig zijn, het betekent niet dat er voor de kosten van deze “tussenproducten” - die deel blijven uitmaken van de overheadkosten - in de eindproducten geen dekking moet worden gevonden. Buiten de bepalingen van artikel 13 van de verordening is er voor de gemeente veel vrijheid om eigen beleid te voeren. Het gebruik van deze vrijheid wordt naast bedrijfseconomische basisuitgangspunten begrenst door de eerder geformuleerde uitgangspunten van transparantie, praktische bruikbaarheid en beperking van de lastendruk binnen de gemeentelijke administratie.
Nota kostprijsberekening Gemeente Den Helder, november 2006
6
3 Kernpunten De basisgedachte achter artikel 13 van de verordening is de uitwerking van de Gemeentewet artikel 212, lid 2 b, dat het vastleggen van de grondslagen voor de heffingen en tarieven eist. Deze redactie geeft geen richting aan de uitkomst, maar aan de grondslagen. In deze nota wordt vanuit dat principe aan een helder en bedrijfseconomisch verdedigbaar pakket van uitgangspunten gewerkt. Hierbij wordt niet op voorhand uitgegaan van “gewenste” tarieven of tariefsverhoudingen. Bij het vastleggen van deze grondslagen wordt gesproken over de directe kosten die ten grondslag liggen aan heffingen of tarieven naar derden. Deze worden meestal bepaald door de bestede tijd maal het uurtarief van de gemeentelijke werknemer en/of het verder ingezette gemeentelijke productiemiddel. Wat hier voor manuurtarieven wordt uitgewerkt is vergelijkbaar toepasbaar op machine of voertuiguurtarieven. Bij de bepaling van het uurtarief zijn vier hoofdelementen te onderkennen. - de directe loon- en mangebonden kosten - de bijkomende kosten van de eenheid - de overhead van het eigen organisatie onderdeel en de gemeentelijke stafafdelingen - het aantal productieve uren.
Directe loon- en mangebonden kosten en de bijkomende kosten In de huidige organisatiestructuur bij gemeente Den Helder is de kleinste organisatorische eenheid met een eigen tarief een team, dat ook een kostenplaats is. Binnen deze kostenplaats zijn er naast de directe loon- en mangebondenkosten (bv reis- en verblijfkosten) weinig bijkomende directe kosten van het team. Soms zijn er rente en afschrijvingskosten van specifieke investeringen, die via het uurtarief verbijzonderd worden. Daartegenover staat dat sommige direct aan het team toe te rekenen inkomsten in mindering komen op de door te berekenen kosten (bv inkomsten uit ID banen).
De overheadkosten Het meest discutabele punt is binnen (overheids)organisaties de toerekening van de overhead. Dit geldt voor de kosten van het management van de eigen afdeling, maar nog sterker voor de algemene overhead van directie en stafafdelingen zoals BCF en FB. Dit verdelingsvraagstuk is in gewicht toegenomen nu er na de reorganisatie van 2004 voor gekozen is om een aantal algemene producten, algemene bestuursondersteuning, financiële informatie en administratie concern, niet meer te gebruiken. Hierdoor wordt meer overhead dan in het verleden via de uurtarieven aan de producten toegerekend. Daarnaast is gekozen voor concentratie van ondermeer huisvesting- en ict-kosten bij het Facilitair Bedrijf. Deze lijn sinds de gemeentelijke reorganisatie, waarbij in het Facilitair Bedrijf een sterke concentratie van ondersteunende activiteiten met de bijbehorende budgetten heeft plaatsgevonden, leidt tot een afnemend gevoel van inzichtelijkheid en betrokkenheid ten opzichte van deze overheadkosten bij uitvoerende eenheden. Toch worden ook voor de vaak ver op afstand van de ondersteunende diensten opererende teams, algemene overheadkosten gemaakt omdat alle teams nu eenmaal onderdeel uitmaken van dezelfde gemeente als specifieke overheidsorganisatie. Vanaf 2004 is als basis voor de verdeling van de centrale overhead het aantal formatieplaatsen gekozen.
De motivatie hierbij is dat veel van deze overheadkosten gerelateerd zijn aan de beschikbaarheid van personeel (leiding geven, salaris uitbetalen, personeelszorg) en het instandhouden van de werkplek in de volle breedte ( huisvesting, ict voorzieningen, post- en archiefvoorzieningen).Het verschil in bijvoorbeeld werkplekgrootte en soort ict-voorzieningen wordt hier bij ondergeschikt gemaakt aan de helderheid en eenvoudige verwerking van een vast bedrag per formatieplaats. Zoals eerder aangegeven kan deze wijze van doorberekenen heel sterk verfijnd worden, door bijvoorbeeld met de verschillen in gebruikte programmatuur rekening te houden. Dit leidt echter tot erg bewerkelijke en weinig inzichtelijke verdeelsleutels.
Nota kostprijsberekening Gemeente Den Helder, november 2006
7
Een discussiepunt, dat bij deze doorberekening van de overheadkosten vaak naar voren komt, is de relatief hoge belasting van grote, veelal meer uitvoerende, afdelingen. In de basis blijft de vraag welke afdelingen misschien minder in deze algemene overhead mee zouden moeten delen en hoeveel minder dan wel, meer een kwestie van “gevoelsmatige redelijkheid” dan een echt analytisch te onderbouwen item. Met als achtergrond een zekere vorm van schaalvoordeel bij grotere uitvoerende teams en een aanwijsbaar minder gebruik van ict- en huisvestingsfaciliteiten, wordt voorgesteld om in Den Helder bij de doorberekening van algemene overhead voor teams met een uitvoerende externe taak met meer dan 30 fte’s, het aantal fte’s met een factor 0,5 te vermenigvuldigen. Deze aanpassing op de algemene regel geeft een lagere toerekening aan de Wijkteams en de teams Wijkoverstijgend bij de afdeling Stadsbeheer en de Brandweer. Op deze wijze blijft er een systeem met één verdeelsleutel in stand, maar wordt toch recht gedaan aan de wat andere positie van de desbetreffende afdelingen. Naast de doorberekening van de algemene overhead is er ook de doorberekening van de afdelingsoverhead. Het betreft hier met name de kosten van de afdelingsleiding en de bijbehorende directe ondersteuning.
Deze kosten worden in het algemeen volgens een vaste verdeelsleutel, gebaseerd op de geraamde inzet van de leiding, aan de tot een afdeling behorende teams doorbelast. Deze verdeling is primair de verantwoordelijkheid van de leidinggevende en gebaseerd op zijn ervaring. Deze sleutels zullen jaarlijks op basis van het jaarplan van de afdeling worden bijgesteld om zo de ontwikkelingen in de organisatie en de werkzaamheden van de teams te volgen.
Binnen de huidige begrotingsopzet van de gemeente Den Helder zijn er twee afdelingen waarvan de huisvestingskosten niet bij het Facilitair Bedrijf in de budgetten zijn opgenomen: de Schouwburg en de Brandweer. De achtergrond hierbij is, dat dit zulke specifieke gebouwen betreft dat het efficiënter is deze huisvestingskosten niet te centraliseren. Op basis van deze situatie wordt er bij de doorberekening van de kosten van de afdeling FB naar de Schouwburg en de Brandweer een correctie toegepast voor het onderdeel huisvesting. Voor dit onderdeel vindt geen doorberekening plaats omdat de huisvestingskosten in de begrotingen van de Brandweer en de Schouwburg zijn opgenomen. Door alle overige huisvestingskosten van werkplekken te centraliseren binnen FB, huisvesting, wordt bereikt dat de huisvestingskosten per werkplek afhankelijk zijn, van de toevallige locatie van de afdeling. Het aantal productieve uren De laatste factor die bepalend is voor de uurtarieven is het aantal direct productieve uren waarvan wordt uitgegaan. Bij dit aantal uren moet een onderscheid gemaakt worden tussen het aantal netto productieve uren (het aantal weken maal het aantal uren per werkweek op basis van het CAR/UWO minus verlof en ziekte) en het aantal direct productieve uren. Dit laatste aantal is het aantal uren dat aan producten kan worden toegerekend.
Het verschil bestaat uit uren voor leiding, werkoverleg, vorming en voor de buitendienst onwerkbaar weer. Op basis van het CAR/UWO, vergelijking met andere gemeenten en een inschatting van het ziektepercentage worden de netto productieve uren als volgt berekend:
Bruto beschikbaar 52 weken x 36 uur Verlof 26 dagen (incl. leeftijdsdagen) Bijzonder verlof (10 dagen incl. studieverlof, vakbondsverlof en doktersbezoek, feestdagen, lief en leed) Ziekteverzuim Netto Productief
Nota kostprijsberekening Gemeente Den Helder, november 2006
Binnenpersoneel 1.872 187 72
Buitenpersoneel 1.872 187 72
75 (4%) 1.538
187 (10%) 1.426
8
Voor de bepaling van de direct productieve uren is een verdere differentiatie noodzakelijk. Hieronder is een differentiatie aangebracht naar functiecategorieën op grond van de afspraken die gemaakt zijn bij de reorganisatie met betrekking tot de verhouding productief – indirect productief voor leidinggevende functionarissen.
Afdelingsmanager Teamleider Coördinator Beleidsmedew. Uitvoerend medew. binnen Uitvoerend medew. buiten
Netto productief
Leidinggeven
1.538 1.538 1.538 1.538 1.538
1.538 1.230 615
1.426
Werkoverleg/ deskundigheids bevordering
Onwerkbaar weer
0 308 923 1.488 1.508
50 30 30
Direct productief
36
1.360
De uurtarieven worden bepaald op basis van de direct productieve uren en de totale kosten per team.
Nota kostprijsberekening Gemeente Den Helder, november 2006
9
4 Overige aspecten. Het gaat in deze paragraaf om de kosten die bedoeld worden in artikel 13, tweede lid. Deze kosten hebben geen betrekking op de uurtarieven, maar op de samenstelling van het totale kostenpakket dat betrokken moet worden bij de vaststelling van de tarieven voor bijvoorbeeld afvalstoffenheffing, rioolrechten of huur van accommodaties. De formulering in het artikel en de aard van de hier genoemde kosten zijn zo helder dat een verdere uitwerking niet nodig is. Het gaat hier bijvoorbeeld om de kapitaallasten van de riolering in het rioolrecht, de kapitaallasten van de ondergrondse vuilcontainers in de afvalstoffenheffing en de storting in de voorziening meerjarenonderhoud haven bij de bepaling van de haven- en kadegelden. BTW/BCF Sinds 2003 is de situatie voor de gemeente in het kader van de BTW aanmerkelijk gewijzigd. Voor het grootste deel van de gemeentelijke taken vinden de calculaties nu plaats exclusief BTW. De verrekenbare BTW kan door de gemeente bij het BTW Compensatie Fonds (BCF) gedeclareerd worden. Tot de taken die niet onder het BCF vallen behoren ondermeer onderwijs en de begraafplaatsen. De te declareren BTW bij het BCF is voor de kostenplaatsen is afhankelijk van het aandeel in de werkzaamheden voor niet BTW afdelingen, zoals onderwijs.
Door de zogenaamde ”labeling” van de BTW op de kostenplaatsen (bepaling van het te verrekenen BTW-aandeel), worden de juiste kosten als basis voor de tarieven vastgesteld. Voorzover de BTW die met de gemeentelijke kosten samenhangt, gedeclareerd kan worden bij het BCF, wordt deze BTW niet in de gemeentelijke tarieven opgenomen. Op de gemeentelijke tarieven wordt in algemene zin geen BTW berekend aan de eindafnemer (uitgezonderd bijvoorbeeld het ophalen van bedrijfsvuil en het aanleggen van een inrit). Een bijzondere positie in het kader van de BTW hebben de rioolrechten, de reinigingsrechten en de afvalstoffenheffing. Dit hangt samen met de 100% kostendekkendheid van deze tarieven en de financiering van het BCF door het Rijk. Voor de BTW operatie was het tarief 100% kostendekkend, inclusief de kosten van de BTW. Na de BTW operatie werden de kosten lager omdat de BTW gedeclareerd kan worden bij het BCF en dus geen deel meer uitmaakt van de kosten. Het Rijk heeft echter het BCF gefinancierd door het Gemeentefonds te korten met een bedrag ter hoogte van de door alle gemeenten betaalde BTW. Als de gemeente nu het tarief zou baseren op de kosten exclusief BTW, worden de inkomsten uit de heffing lager maar worden we ook geconfronteerd met lagere inkomsten uit het Gemeentefonds.
Om de gemeenten geen nadeel te bezorgen, is er bij de totstandkoming van het BCF uitdrukkelijk in de landelijke wet- en regelgeving opgenomen dat, de gemeenten bij de bepaling van de tarieven van de rioolrechten, reinigingsrechten en afvalstoffenheffing de compensabele BTW als kosten op mogen nemen. Dit om het bovenbeschreven nadelig effect voor de gemeenten te voorkomen, In artikel 13, tweede lid is expliciet opgenomen dat de gemeente Den Helder deze methodiek ook hanteert.
Nota kostprijsberekening Gemeente Den Helder, november 2006
10
5 Samenvatting en conclusies In deze nota worden de kaders voor de kostentoerekening en de kostprijsberekening voor de gemeente Den Helder vastgelegd. Deze kaders bieden de organisatie een basis om bij de begrotingssamenstelling op een transparante en efficiënte wijze de gemeentelijke uurtarieven en de tarieven voor de gemeentelijke dienstverlening te bepalen. Bij de doorberekening van de overhead is gekozen voor een heldere, inzichtelijke en eenvoudig te verwerken sleutel, nl. het aantal formatieplaatsen. Deze keuze, gebaseerd op het uitgangspunt van een goede, eenvoudige en praktische verdeelsleutel, heeft de voorkeur boven een theoretisch betere, gecompliceerde, weinig inzichtelijke en administratief lastig verwerkbare sleutel. De grondslagen voor de berekening van de gemeentelijke uurtarieven worden als volgt vastgesteld: - de basis zijn de directe loon- en mangebonden kosten per team - deze kosten worden verhoogd met de bijkomende kosten, specifiek voor het team - daarnaast worden de kosten van de overhead van de eigen afdeling en de gemeentelijke stafafdelingen aan de teams doorberekend - de uit bovenstaande elementen opgebouwde totale kosten worden voor de bepaling van het uurtarief gedeeld door het aantal direct productieve uren Als grondslag voor de doorberekening van de overheadkosten van de gemeentelijke stafafdelingen wordt het aantal formatieplaatsen gehanteerd.
Voor teams met meer dan 30fte’s en een voornamelijk uitvoerende externe taak wordt het aantal formatieplaatsen met 0,5 vermenigvuldigd, om recht te doen aan de schaalvoordelen en het veelal mindere gebruik van huisvestings- en ict-faciliteiten. De berekening van het aantal direct productieve uren vindt plaats op basis van het schema zoals opgenomen in paragraaf 3 van deze nota. Voor de berekening van uurtarieven van gemeentelijk materieel gelden overeenkomstige uitgangspunten, met uitzondering van de doorberekening van overhead van de centrale stafafdelingen. Deze overhead wordt alleen naar formatieplaatsen doorberekend en niet naar voertuigen en machines. Bij de bepaling van de kostprijs van de producten en diensten van de gemeente Den Helder zijn er twee hoofdgroepen te onderscheiden: - Producten en diensten, waarbij alleen sprake is van de inzet van personeel en/of materieel - Producten en diensten, waarbij naast personeel en/of materieel ook andere kostencomponenten onderdeel van de totale kosten van het product zijn Voor de eerste hoofdgroep is de grondslag voor de tarieven van gemeentelijke dienstverlening de bestede tijd van de gemeentelijke werknemer en het ingezette materieel. Deze tijd wordt vermenigvuldigd met het volgens de in deze nota beschreven methodiek vastgestelde uurtarief.
Voor de tweede hoofdgroep bestaat de grondslag uit de totale kosten voor het product bestaande uit werknemers- en machine uren, de directe kosten van derden en de indirecte kosten zoals beschreven in artikel 13 tweede lid. Deze totale kosten worden voor de bepaling van het tarief gerelateerd aan het geraamde of genormeerde aantal te verrichten handelingen (huwelijken) of te verwerken eenheden (aantal percelen waar huisvuil ingezameld wordt).
Nota kostprijsberekening Gemeente Den Helder, november 2006
11