CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE 10 - Geohydrologisch onderzoek 13.10.2022.pdf

Gemeenteraad 22 april 2024, gemeente Den HelderBij agendapunt: 12: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan recreatiewoningen Noorderduyn Van Foreestweg 2023.6.310 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

datum

13 oktober

2022 (geo)hydrologisch onderzoek Noorderduyn - Julianadorp status : concept versie : 2

opdrachtgever Noorderduyn BV t.a.v. B. Nikessen Postbus 19, 6710 BA Ede

Adviseur Loots Grondwatertechniek ing. Erik Loots erik@lootsgwt.com +31 (0) 6 533 92 188

kenmerk

17870122R.1

I n ho u d

LOOTS 17870122R.1

Proj ect

B o dem

C o ncl u si e

G ro ndw at e rst a nd

Aa nb ev el i nge n

Ef f e ct w ij zi gi ng

S pe ci al i st e n

inhoudsopgave

Inhoudsopgave inhoudsopgave.................................................................................................................. 2 1

Inleiding..................................................................................................................................................... 3

2

Bronvermelding........................................................................................................................................ 4

3

Uitgangspunten ........................................................................................................................................ 5

4

3.1

Wijziging gebruik projectgebied.................................................................................................................5

3.2

Hydrologische wijzigingen .............................................................................................................................7

3.3

Bodemopbouw..................................................................................................................................................9

3.4

(Grond)waterstand ....................................................................................................................................... 10

Berekeningsresultaten........................................................................................................................... 12 4.1

Strategie ......................................................................................................................................................... 12

4.2

Model eigenschappen.................................................................................................................................. 12

4.3

Hydrologisch effect door realisatie plan................................................................................................. 12

4.4

Geohydrologisch effect ............................................................................................................................... 13

4.4.1

Effect per peilbuis in model ......................................................................................... 14

4.4.2

Contourlijnen (verhoging/verlaging) in juli (groeiseizoen)..................................... 15

4.4.3

Contourlijnen (verhoging/verlaging) in januari (buiten groeiseizoen)................. 16

4.4.4

Inrichting projectlocatie ................................................................................................. 17

4.4.5

Effect omgeving zonder maatregelen. ...................................................................... 17

4.4.6

Maatregelen en positief effect ................................................................................... 18

5

Conclusie ................................................................................................................................................. 19

6

Aanbevelingen ....................................................................................................................................... 19 LOOTS .............................................................................................................................. 19

Bijlage 1 – Gegevens voor specialisten....................................................................................................................... 21 Bijlage 2 – Grondonderzoeken ..................................................................................................................................... 22

Pagina 2/ 22

I n ho u d

LOOTS 17870122R.1

Proj ect

B o dem

C o ncl u si e

G ro ndw at e rst a nd

Aa nb ev el i nge n

Ef f e ct w ij zi gi ng

S pe ci al i st e n

tijdbesparingI: klik op koptekst en navigeer direct naar dit onderwerp

1 Inleiding

De opdrachtgever wenst het plan Noorderduyn te Julianadorp aan te leggen. De opdrachtgever wenst duidelijkheid op het gebied van (geo)hydrologie ten gevolge van het aanleggen van het plan. In dit rapport:     

Analyse wijziging (geo)hydrologisch (hoofdstuk 3); Analyse bodem-, oppervlaktewater- en grondwatereigenschappen op locatie (hoofdstuk 3); Berekeningsresultaten hydrologische wijziging in hoofdstuk 4; Conclusie ten aanzien van negatieve effecten in hoofdstuk 5; Aanbevelingen in hoofdstuk 6.

Helderheid op deze punten is van belang, de opdrachtgever wenst een verantwoorde beslissing te nemen over de aanleg van het plan Noorderduyn te Julianadorp.I Navigatie (geo)hydrologisch onderzoek Het is mogelijk snel te navigeren door dit rapport. Door op de blauwe tekst te klikken (soms is klikken in combinatie met CTRL knop noodzakelijk). Bijvoorbeeld:  

Door op de tekst in de inhoudsopgave te klikken gaat u direct naar het desbetreffende hoofdstuk. Door op de koptekst te klikken gaat u direct naar het desbetreffende onderwerp.

Doel (geo)hydrologisch onderzoek 1. [hoofddoel] (geo)hydrologisch effect op projectlocatie en omgeving bepalen  hoofdstuk 4 en 5 2. Mogelijke mitigerende maatregelen voorschrijven bij negatieve effecten hoofdstuk 5 3. Analyse nul situatie  hoofdstuk 3 Leeswijzer (geo)hydrologisch onderzoek Volgens Loots bereikt het (geo)hydrologisch onderzoek het beste zijn doel op het moment dat de opdrachtgever de maatregelen (nut en doel) zo goed begrijpt. We kiezen bewust ervoor zoveel mogelijk jargon en details in de hoofdtekst te voorkomen, dit met als doel de leesbaarheid te verhogen. Met name kennis nemen van hoofdstuk 4 en 5 wordt aanbevolen, hierin staan de conclusies en aanbevelingen. Essentiële specialistische informatie en berekeningen zijn toegevoegd in bijlage 1. Versiebeheer Opmerking concept 1 concept 2

Tekstuele verbeteringen

Algemene voorwaarden Op alle, door Loots Grondwatertechniek uitgebrachte adviezen en berekeningen, is de DNR 2011 van toepassing. Niets uit dit drukwerk mag worden verveelvoudigd, aangepast en/of I Getest met Adobe Acrobat 2017 en PDF Xchange editor

Pagina 3/ 22

I n ho u d

LOOTS 17870122R.1

Proj ect

B o dem

C o ncl u si e

G ro ndw at e rst a nd

Aa nb ev el i nge n

Ef f e ct w ij zi gi ng

S pe ci al i st e n

openbaar gemaakt, in enige vorm op enige wijze zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Loots Grondwatertechniek, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

2 Bronvermelding Onderstaand een overzicht van de door opdrachtgever aangeleverde en gebruikte gegevens. 1. Dinoloket, Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond. Ondergrondgegevens. 2. Kadaster. Basisregistraties Adressen en Gebouwen. 3. ZVS. BO21028 bodemonderzoek. 18-2-2021. 4. —. BO210128 aanvullend bodemonderzoek. 16-8-2021. 5. Noorderduyn. schetsverkaveling tekening. 14-7-2022. 6. Helder, gemeente Den. verslag omgevingstafel. 17-5-2021. 7. Noorderduyn. oppervlakten plan. 8. —. H5.2.5 principeverzoek watersysteem. 

Loots Grondwatertechniek staat niet in voor de juistheid en/of volledigheid van de door derden verstrekte informatie en gegevens.

Pagina 4/ 22

I n ho u d

LOOTS 17870122R.1

Proj ect

B o dem

C o ncl u si e

G ro ndw at e rst a nd

Aa nb ev el i nge n

Ef f e ct w ij zi gi ng

S pe ci al i st e n

3 Uitgangspunten De uitgangspunten van dit project staan in dit hoofdstuk. Uitgangspunten zijn de basis van elk project. Bij foutieve uitgangspunten is het resultaat onnauwkeurig. De uitgangspunten zijn belangrijk, controle is wenselijk omdat uitgangspunten wijzigen in een normaal ontwerpproces.

3.1 Wijziging gebruik projectgebied Met behulp van tekeningen definitief ontwerp en de bestaande situatie is figuur 1 gemaakt. In figuur 1 is de bestaande situatie (links, luchtfoto) met arcering weergegeven. De nieuwe situatie is rechts weergegeven in figuur 1. In grafieken 1 en 2 is de wijziging van oppervlakte samengevat. Grafiek 1 en 2

  

Er is nu ongeveer 2500 m² oppervlaktewater, dit wordt circa 26750 m²; Er is nu ongeveer 4200 m² verhard gebied, dit wordt circa 21725 m²; Het overige gebied is groen (bomen/gras/etc.), in de bestaande situatie is dit 127000 m² en in de nieuwe situatie is dit circa 85235 m².

Pagina 5/ 22

LOOTS 17870122R.1

I n ho u d

Proj ect

B o dem

C o ncl u si e

G ro ndw at e rst a nd

Aa nb ev el i nge n

Ef f e ct w ij zi gi ng

S pe ci al i st e n

figuur 1 – bestaande situatie links, nieuwe situatie rechts. Groene arcering is een groen gebied (bomen), lichtblauwe vlakken is oppervlaktewater en grijs is verhard gebied.

Pagina 6/ 22

I n ho u d

LOOTS 17870122R.1

Proj ect

B o dem

C o ncl u si e

G ro ndw at e rst a nd

Aa nb ev el i nge n

Ef f e ct w ij zi gi ng

S pe ci al i st e n

3.2 Hydrologische wijzigingen Neerslag en verdamping Wanneer het regent kunnen er (geo)hydrologisch drie mogelijkheden van toepassing zijn. 1. Regen wordt opgenomen door planten/gewassen of verdampt; 2. Regen komt in hemelwaterriool/sloot; 3. Regen zakt weg in de bodem. Dit is grondwateraanvulling, wanneer grondwateraanvulling wijzigt dan is er een geohydrologische wijziging van toepassing. De bovenstaande 3 factoren zijn verschillend bij oppervlaktewater, groen (gewassen) en verharding. In tabel 1 is met behulp van gegevens KNMI (referentiegewasverdamping van Makkink, verdeling neerslag 1981-2010) inzichtelijk gemaakt welke hoeveelheid neerslag en verdamping van toepassing is. Deze gegevens zijn te vinden in onder andere het grondwaterzakboekje (Bram Bot). Tabel 1

hydrologie

neerslag [mm]

verdamping [mm]

verdamping factor gras

verdamping factor boomgaard

verdamping factor verhard

verdamping factor water

januari

75

8

90%

100%

30%

125%

februari

59

15

90%

100%

30%

125%

maart

74

32

90%

100%

30%

125%

april

45

58

100%

100%

30%

125%

mei

65

84

100%

135%

30%

125%

juni

68

90

100%

150%

30%

125%

juli

84

95

100%

160%

30%

125%

augustus

77

80

95%

135%

30%

125%

september

81

49

90%

125%

30%

125%

oktober

89

27

90%

100%

30%

125%

november

86

11

90%

100%

30%

125%

december

84

6

90%

100%

30%

125%

De onderstaande tabel 2 geeft de grondwateraanvulling weer voor groen, water en verhard terrein. Deze tabel is opgesteld met behulp van de gegevens tabel 1, rekening houdend met circa 80% gras en 20% bomen in groen gebied. Daarnaast rekening houdend dat overschot neerslag op verharding grotendeels in het riool komt. Bij groen is de grootste grondwateraanvulling, bij verharding nagenoeg geen grondwateraanvulling. Bij water is de situatie tussen groen en verharding in, waarbij bij water in de zomer meer verdamping van water optreedt. Tabel 2 grondwateraanvulling [mm]

groen

water

verhard

januari

68

65

0

februari

45

40

0

maart

45

34

0

april

-13

-28

0

mei

-25

-40

0

juni

-31

-45

0

juli

-22

-35

0

augustus

-5

-23

0

Pagina 7/ 22

I n ho u d

LOOTS 17870122R.1

Proj ect

B o dem

C o ncl u si e

grondwateraanvulling [mm]

groen

G ro ndw at e rst a nd

Aa nb ev el i nge n

water

Ef f e ct w ij zi gi ng

S pe ci al i st e n

verhard

september

33

20

0

oktober

64

55

0

november

76

72

0

december

78

77

0

SOM

313

193

0

Nieuwe versus oude geohydrologische waterbalans per jaar In de bestaande situatie komt er jaarlijks 127000 m² groen x 0,313 = 39751 m³ grondwateraanvulling (regenwater welke in de bodem zakt). In de nieuwe situatie komt er jaarlijks 85235 m² groen x 0,313 = 23378 m³ grondwateraanvulling (regenwater welke in de bodem zakt). In de bestaande situatie komt er jaarlijks 2505 m² water x 0,193 = 483 m³ overschot in de sloten. In de nieuwe situatie komt er jaarlijks 26750 m² water x 0,193 = 5163 m³ overschot in de sloten. Vanaf het verhard oppervlakte in de bestaande situatie 4205 m² x 0,89 m = 3742 m³ water in de sloot komen. Vanaf het verhard oppervlakte in de nieuwe situatie 21725 m² x 0,89 m = 19335 m³ water in de sloot komen. Extreme regenbui en klimaatadaptatie De nieuwe inrichting is ondanks extra verhard oppervlakte tweemaal beter bestand tegen extreme neerslag. Rekenvoorbeeld wanneer een extreme regenbui valt van 75 mm in een uur op het verhard oppervlakte:  

In de bestaande situatie zal 4205 m² x 0,075 m = 315 m³ in de sloot komen. De sloten op de projectlocatie hebben een oppervlakte van 2505 m². Zonder afvoer naar HHNK is de peilstijging van de sloten 315 m³ / 2505 m² = 0,12 m na een extreme regenbui. In de nieuwe situatie zal 21725 m² x 0,075 m = 1629 m³ in de sloot komen. De sloten op de projectlocatie hebben een oppervlakte van 26750 m². Zonder afvoer naar HHNK is de peilstijging van de sloten 1629 m³ / 26750 m² = 0,06 m na een extreme regenbui (50% minder stijging waterpeil sloot in nieuwe situatie is aanzienlijk beter).

Pagina 8/ 22

I n ho u d

LOOTS 17870122R.1

Proj ect

B o dem

C o ncl u si e

G ro ndw at e rst a nd

Aa nb ev el i nge n

Ef f e ct w ij zi gi ng

S pe ci al i st e n

3.3 Bodemopbouw In figuur 2 is een schematisering van de bodem weergegeven.

Watervoerende laag 1

Watervoerende laag 2

figuur 2 – schematisering bodem

In figuur 3 is de locatie van de bodemonderzoeken weergegeven ten opzichte van de projectlocatie.

figuur 3 – locatie grondonderzoek

 

Er is voldoende grondonderzoek (binnen 25 m afstand van het project). Geohydrologische eigenschappen zijn redelijk in beeld, de doorlatendheid is lokaal in beeld gebracht door 7 diepere boringen waar de korrelgrootte en siltgehalte is bepaald. Matig fijn, sterk silthoudend zand (in watervoerende laag 1) heeft volgens het grondwaterzakboekje en ervaring Loots een k-waarde tussen 1 en 5 m/dag of gemiddeld een k-waarde van 3 m/dag.

Pagina 9/ 22

LOOTS 17870122R.1

I n ho u d

Proj ect

B o dem

C o ncl u si e

G ro ndw at e rst a nd

Aa nb ev el i nge n

Ef f e ct w ij zi gi ng

S pe ci al i st e n

3.4 (Grond)waterstand Waterpeil sloten hoogheemraadschap

peil NAP – 0,05 m

peil NAP – 0,05 m peil NAP – 0,3 m à NAP – 0,6 m

peil NAP – 0,45 m à NAP – 0,6 m peil NAP – 0,01 m

peil NAP – 0,2 m à NAP – 0,6 m

peil NAP - 0,55 m

peil NAP - 0,55 m

peil NAP – 0,01 m

peil NAP – 0,45 m à NAP – 0,6 m peil NAP + 0,2 m

Figuur 4 - polderpeilen [m+NAP]

Het peil in het projectgebied kan aan de noordzijde niet aangepast worden doordat dit een kanoroute betreft.

Pagina 10/ 22

LOOTS 17870122R.1

I n ho u d

Proj ect

B o dem

C o ncl u si e

G ro ndw at e rst a nd

Aa nb ev el i nge n

Ef f e ct w ij zi gi ng

S pe ci al i st e n

Grondwaterstand In figuur 5 is het resultaat van een grondwaterstand analyse in de omgeving weergegeven. De maatgevend hoge en lage grondwaterstand is bepaald door 2x standaarddeviatie van de meetreeks op/af te tellen van het gemiddelde van de meetreeks.

figuur 5 - grondwaterstand t.o.v. NAP per geanalyseerde peilbuis (wit = freatisch/watervoerende laag 1, rood = diep in watervoerende laag 2)

Op de projectlocatie is de grondwaterstand in februari 2021 erg constant (0,5 m – maaiveld) in watervoerende laag 1. In watervoerende laag 2 is de gemiddelde grondwaterstand/stijghoogte (bepaald met meetreeksen B14B0130 en B14B0110) gelijk aan NAP – 0,1 m. Dit is in kleine mate lager dan de gemeten grondwaterstand in watervoerende laag 1 in februari 2021. Concluderend buiten het groeiseizoen is er op de projectlocatie een lichte inzijging (verticale grondwaterstroming naar beneden) van toepassing is. In het groeiseizoen is er wel sprake van kwel (verticale grondwaterstroming omhoog). In het groeiseizoen draait de verticale grondwaterstroming om.

Pagina 11/ 22

I n ho u d

LOOTS 17870122R.1

Proj ect

B o dem

C o ncl u si e

G ro ndw at e rst a nd

Aa nb ev el i nge n

Ef f e ct w ij zi gi ng

S pe ci al i st e n

4 Berekeningsresultaten 4.1 Strategie Eerst wordt de huidige situatie gemodelleerd in met behulp van een MicroFEM model, waarbij grondwateraanvulling per maand variabel wordt gemaakt voor groen, water en verharding. Vervolgens wordt de nieuwe situatie gemodelleerd, de grondwateraanvulling wordt daarbij aangepast naar de nieuwe situatie. De volgende zaken worden in beeld gebracht:  

Welk effect op de hydrologie (noodzakelijk debiet om de sloten op peil te houden) is per seizoen van toepassing?  H4.3 Welk effect op de geohydrologie (grondwaterstand per seizoen) is van toepassing door de wijziging? H4.4

4.2 Model eigenschappen Na kalibratie wordt gerekend met bodemweerstand 10 dagen en infiltratieweerstand van 25 dagen bij de sloten. Verder is de volgende bodemopbouw afgeleid uit regionale modellen (REGIS) en lokaal onderzoek. Deze eigenschappen zijn ingevoerd in het Microfem model. Tabel 3.1 top gemiddeld (σ) [m+NAP]

kh (σ) [m/d]

zand, matig fijn, sterk silthoudend, los

0,62 (0,42)

3 (0,6)

veen, hollandveen

-2,03 (1)

0,1 (0,02)

-3,03 (1,67) -6,92 (2,88) -7,13 (2,79) -8,72 (2,4) -12,55 (1,1) -16,38 (0,78) -28,77 (5,43)

0,01 (0,002)

0,01 (0,002)

2 (0,4)

0,4 (0,08)

4 (0,8)

2 (0,4)

10 (2)

3,75 (0,75)

4 (0,8)

1,5 (0,3)

10 (2)

3,75 (0,75)

20 (4)

7,5 (1,5)

0,00005 (0,00001)

0,0002 (0)

geohydrologische omschrijving Julianadorp

klei, zwak zandig, slap zand, uiterst fijn, zwak silthoudend zand, zeer fijn, zwak silthoudend zand, matig fijn, zwak silthoudend, vast zand, zeer fijn, zwak silthoudend, vast zand, matig fijn, zwak silthoudend, vast zand, matig grof, zwak silthoudend, vast klei, zwak siltig, vast

-52,1 (1,8)

kv (σ) [m/d]

1,875 (0,375) 0,002 (0,0004)

4.3 Hydrologisch effect door realisatie plan Het effect hydrologisch is de hoeveelheid en snelheid water welke in de sloten komt. Uit hoofdstuk 3.2 blijkt dat doordat er (verhoudingsgewijs) meer oppervlaktewater komt in relatie tot verharding dat de projectlocatie een factor 2 beter extreme regenbuien kan opvangen. Verder blijkt uit hoofdstuk 3.4 dat er in het groeiseizoen kwel is en buiten het groeiseizoen inzijging door een klei-/veenlaag van enkele meters dik. Het gemiddeld potentiaalverschil tussen watervoerende lagen 1 en 2 is verwaarloosbaar. Dat betekent dat regenwater in de bestaande situatie geheel afstroomt naar de sloot rondom het projectgebied. De snelheid van afstroming in de bestaande situatie wordt bepaald door functioneren drainage, de vlakke verhanglijn in het projectgebied betekent dat er een redelijk hoge afvoersnelheid is (overtollig regenwater zal dus binnen een week in de sloot belanden). Pagina 12/ 22

I n ho u d

LOOTS 17870122R.1

Proj ect

B o dem

C o ncl u si e

G ro ndw at e rst a nd

Aa nb ev el i nge n

Ef f e ct w ij zi gi ng

S pe ci al i st e n

In de nieuwe situatie neemt het verhard oppervlakte toe, regenwater welke op verhard oppervlakte valt en in een hemelwaterriool wordt afgevoerd zal binnen een dag in de sloot komen (sneller dan de huidige situatie). Regenwater welke op groen valt zal net als in de bestaande situatie ongeveer in een week in de sloot belanden, waarbij deze snelheid wel afneemt wanneer in het plan geen onderhoudbare drainage wordt aangelegd. Conclusie Het project heeft hydrologisch geen negatief effect doordat in de bestaande situatie al het overtollig regenwater reeds relatief snel naar de sloot wordt afgevoerd. Het project heeft een positief effect wat betreft klimaatadaptatie, doordat het oppervlaktewater in relatie tot verhard oppervlak significant toeneemt wordt het effect op het waterpeil in de sloot gehalveerd na extreme regen.

4.4 Geohydrologisch effect In het grondwatermodel zijn drie virtuele peilbuizen geplaatst. Deze peilbuizen (1-5 in figuur 6) meten een geheel jaar in de bestaande situatie en een geheel jaar in de nieuwe situatie in het model. Met deze 5 peilbuizen wordt het mogelijk het geohydrologisch (grondwater) effect op de projectlocatie in beeld te brengen.

P1 P5

P2 P4 P3

Figuur 6 - locatie peilbuizen in model

Pagina 13/ 22

LOOTS 17870122R.1

4.4.1

I n ho u d

Proj ect

B o dem

C o ncl u si e

G ro ndw at e rst a nd

Aa nb ev el i nge n

Ef f e ct w ij zi gi ng

S pe ci al i st e n

Effect per peilbuis in model In grafiek 4 is het resultaat van de modelberekening weergegeven. In de zomer zakt de grondwaterstand in het projectgebied circa 0,05~0,13 m door de wijziging en in het natte seizoen zakt de grondwaterstand meer, namelijk circa 0,15~0,3 m. De daling wordt veroorzaakt door een hoger verhard oppervlakte en kleinere afstand tussen oppervlaktewater (minder opbolling). In het bos ten oosten van het project zakt de grondwaterstand circa 0,05~0,1 m door de wijziging in de zomer. In het natte seizoen zakt de grondwaterstand meer, namelijk circa 0,2 m. Bij het agrarisch perceel (bloembollen, zeer gevoelig) staat p4 in het model, daaruit blijkt een verwaarloosbaar effect door het project. De nieuwe situatie is in kleine mate ongunstiger. Grafiek 4 – grondwaterstand versus tijd (een heel jaar) in watervoerende laag 1 bij peilbuizen in model

Pagina 14/ 22

LOOTS 17870122R.1

4.4.2

I n ho u d

Proj ect

B o dem

C o ncl u si e

G ro ndw at e rst a nd

Aa nb ev el i nge n

Ef f e ct w ij zi gi ng

S pe ci al i st e n

Contourlijnen (verhoging/verlaging) in juli (groeiseizoen) In figuur 7 zijn de contourlijnen (wijziging grondwaterstand) weergegeven ten gevolge van de nieuwe inrichting.

-0,15 -0,1 -0,2 -0,25

-0,05

+0,05

-0,05

-0,05 -0,1

-0,15 -0,2

Figuur 7 - contourlijnen verhoging/verlaging in meters

Pagina 15/ 22

I n ho u d

LOOTS 17870122R.1

4.4.3

Proj ect

B o dem

C o ncl u si e

G ro ndw at e rst a nd

Aa nb ev el i nge n

Ef f e ct w ij zi gi ng

S pe ci al i st e n

Contourlijnen (verhoging/verlaging) in januari (buiten groeiseizoen) In figuur 8 zijn de contourlijnen (wijziging grondwaterstand) weergegeven ten gevolge van de nieuwe inrichting.

-0,3

-0,15 -0,2

-0,05

+0,05 -0,05 -0,05 -0,1

-0,2

-0,3 -0,05

-0,05 Figuur 8 - contourlijnen verhoging/verlaging in meters

Pagina 16/ 22

LOOTS 17870122R.1

4.4.4

I n ho u d

Proj ect

B o dem

C o ncl u si e

G ro ndw at e rst a nd

Aa nb ev el i nge n

Ef f e ct w ij zi gi ng

S pe ci al i st e n

Aanleghoogte wegen en woningen projectlocatie Het aanbevolen bouwpeil van de woningen is NAP + 0,15 m (hoge grondwaterstand) + 0,7 m (ontwatering kruipruimte) + 0,3 m (vloerdikte) = NAP + 1,15 m. Bij een woning zonder kruipruimte kan het bouwpeil 0,4 m lager uitgevoerd worden. De wegen op het park wordt een ontwatering van 0,6 m beneden de kruin gerekend, dat betekent NAP + 0,15 m + 0,6 m = kruin weg op NAP + 0,75 m of hoger.

4.4.5

Effect omgeving zonder maatregelen. Park ten westen Naast de projectlocatie ten westen is een park met vakantiewoningen, hier zal de grondwaterstand in de winter zakken tot 0,05 à 0,15 m vlakbij de projectlocatie. Deze daling heeft geen negatieve effecten. In de zomer zakt de grondwaterstand bij 20 woningen 0,05 m, hierdoor ontstaat een verwaarloosbare maaivelddaling. De maaivelddaling door 0,05 m grondwaterstandsdaling is kleiner dan 1 mm en het effect op de belendingen is hierdoor verwaarloosbaar. Agrarisch perceel met bloembollen ten westen In de zomer is er nagenoeg geen effect op de grondwaterstand, in de winter is er minder dan 0,05 m verlaging van de grondwaterstand (geohydrologisch verwaarloosbaar). Effecten op deze bloembollen zijn nagenoeg zeer klein. In het diepe watervoerend pakket (watervoerende laag 2) zorgt het project voor een verwaarloosbare reductie (<0,01 m) van de stijghoogte bij de bloembollen. Doordat de stijghoogte (in zeer kleine mate) afneemt onder de bloembollen is er sprake van minder kwel en zoutdruk. Het project heeft een zeer klein positief effect op de zoutdruk (minder schade door zout). Bos ten oosten van projectlocatie In het bos ten oosten van het project zakt de grondwaterstand circa 0,05~0,1 m door de wijziging in de zomer. In het natte seizoen zakt de grondwaterstand meer, namelijk circa 0,2 m. Dit heeft invloed op het groen.

Pagina 17/ 22

I n ho u d

LOOTS 17870122R.1

4.4.6

Proj ect

B o dem

C o ncl u si e

G ro ndw at e rst a nd

Aa nb ev el i nge n

Ef f e ct w ij zi gi ng

S pe ci al i st e n

Maatregelen en positief effect Ter reductie van het effect op het bos ten oosten is een waterremmende slootbodem toegepast onder de sloot aan de oostzijde. Deze slootbodem bestaat uit een kleilaag (0,3 m dik) erosieklasse 1 welke aangebracht wordt. Voor verbetering van bloembollen is een wadi (gevoed door daken nabijgelegen woningen) toegevoegd, waarbij 1,5 m³/dag (gemiddeld) neerslag infiltreert in de maanden oktober tot maart (circa 700 m² verhard oppervlakte loost in deze wadi). In figuur 9 is het effect weergegeven voor de situatie in de winter. De twee maatregelen worden positief beoordeeld, er is bij bos nauwelijks sprake van verlaging (hele jaar door) en bij bloembollen geen sprake van verlaging van freatisch vlak (hele jaar door). Bij de bollen ten westen zal door deze maatregel (infiltreren) een klein positief effect (minder zoutdruk) ontstaan.

-0,0 -0,25

-0,05

-0,0

-0,05

Bij paarse lijn een waterremmende laag bij waterbodem sloot aanbrengen

-0,05

-0,05

-0,0

Bij rode lijn een wadi en daarop 700 m² verhard oppervlakte laten afwateren (met overstort voor de veiligheid

-0,1 -0,05 Figuur 9 - effect na maatregelen in de winter

Pagina 18/ 22

I n ho u d

LOOTS 17870122R.1

Proj ect

B o dem

C o ncl u si e

G ro ndw at e rst a nd

Aa nb ev el i nge n

Ef f e ct w ij zi gi ng

S pe ci al i st e n

5 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er een acceptabel (geo)hydrologisch effect van toepassing is wanneer: 1. een infiltratievoorziening aan de zuidwestzijde van het plan gerealiseerd wordt; en 2. de slootbodem aan de westzijde van het plan voorzien wordt van een waterremmende laag. Geconcludeerd wordt dat het plan een positief effect heeft bij extreme neerslag. Een extreme regenbui zal in de nieuwe situatie het waterpeil in de sloot 50% minder laten stijgen, dit is een aanzienlijke verbetering. Dit komt doordat verhoudingsgewijs het oppervlak van oppervlaktewater veel meer toeneemt ten opzichte van toename verharding.

6 Aanbevelingen Het bouwpeil van de woningen moet voldoende hoog zijn, de bouwwijze (wel of geen kruipruimte) heeft daarbij invloed op wel of geen wateroverlast. Zo zullen woningen zonder kruipruimte een lager bouwpeil kunnen hebben zonder dat men wateroverlast ervaart. Het wordt aanbevolen:     

Opdrachtgever voert met aannemer eventueel optimalisaties uit zodat water in kruipruimten geen problemen veroorzaken; Opdrachtgever voert met aannemer analyse uit of de fundering van de woningen niet kan beschadigen bij extreme vorst en hoge waterstand (door opvriezen); Opdrachtgever kan eventueel kiezen drainage te plaatsen bij enkele kritieke woningen waar wateroverlast verwacht wordt (en beoordelen of compenserende maatregelen voor omgeving noodzakelijk zijn in een addendum van dit rapport); Uitvoeren grondwatermonitoring in het projectgebied (beter inzicht ten behoeve van bouwpeil woningen); Het maaiveld is nu zeer vlak, wanneer er meer maaiveldhoogte (duinen) wordt gerealiseerd moet rekening gehouden worden dat regenwater niet op het oppervlakte kan verzamelen ter plaatse van een of meerdere woningen.

Neem contact op met Erik Loots voor meer informatie. LOOTS

Opgesteld door: ing. E.J. Loots (06-53392188)

Loots Grondwatertechniek

13 oktober 2022

Pagina 19/ 22

LOOTS 17870122R.1

I n ho u d

Proj ect

B o dem

C o ncl u si e

G ro ndw at e rst a nd

Aa nb ev el i nge n

Ef f e ct w ij zi gi ng

S pe ci al i st e n

BIJLAGEN

Pagina 20/ 22

I n ho u d

LOOTS 17870122R.1

Proj ect

B o dem

C o ncl u si e

G ro ndw at e rst a nd

Aa nb ev el i nge n

Ef f e ct w ij zi gi ng

S pe ci al i st e n

Bijlage 1 – Gegevens voor specialisten Werkwijze en gebruikte software (geo)hydrologisch onderzoek De opdrachtgever levert de uitgangspunten (stukken opdrachtgever). Bij specialistische uitgangspunten (bijvoorbeeld eigenschappen bodem) wordt een bandbreedte (boven en ondergrens) bepaald zodat de kans op afwijkingen klein wordt. De bandbreedte wordt bepaald op basis van ervaring en (regionale) modellen. De berekeningen bestaan uit analytische- en modelberekeningen (software: MicroFEM v4.10, Qgis v3.8, Strater v5, Excel en/of Surfer v16). Door de berekeningen meerdere malen te herhalen bij verschillende uitgangspunten wordt een robuust ontwerp gevonden. Door deze werkwijze neemt de kans op (negatieve) afwijkingen af in de praktijk. Overige documenten: 

Meetreeksen grondwaterstand peilbuizen

Pagina 21/ 22

Grondwaterstand analyse

versie: 3.5

LOOTS

####

B14A0018

B14A0020

B14A0028

B14B0110

B14B0130

B14B0130

B14B0131

B14B0131

B14B0154

REF=NAP

B14A0018

groene cirkel=hoge grondwaterstand, gele driekhoek=gemiddelde grondwaterstand en rode ruit=lage grondwaterstand

X-coördinaat

109833

109833

109833

109829

111505

110026

110026

112094

112094

110026

Y-coördinaat

544403

544403

544403

544393

546050

546251

546251

544172

544172

546251

maaiveld [m+REF]

0.81

0.81

0.81

1.55

0.34

0.87

0.87

0.24

0.24

0.87

bovenkant filter [m+REF]

-1.15

-4.7

-1.15

-0.04

-41.11

-1.1

-6.9

-0.75

-7.85

-0.36

onderkant filter [m+REF]

-2.15

-5.7

-1.7

-0.54

-42.11

-2.1

-7.9

-1.75

-8.85

-0.86

laatste meetjaar

1972

1976

1995

2005

2020

1981

1995

1999

1999

1996

laatste meting

0.06

0.34

-0.08

-0.06

-0.37

0.56

0.35

-0.42

-0.41

0.66

totale meetperiode

1

5

17

9

43

10

24

28

28

1

aantal metingen

26

71

79

203

3713

91

142

239

242

18

hoogste [hele reeks]

0.26

0.34

0.31

0.32

0.14

0.62

0.69

-0.11

-0.16

0.78

ghg [laatste 8 jaren]

0.25

0.32

0.13

0.30

-0.07

0.59

0.64

-0.26

-0.35

0.78

hoog σ [hele reeks]

0.33

0.34

0.15

0.24

-0.19

0.45

0.58

-0.19

-0.40

1.10

gemiddelde [hele reeks]

0.10

0.12

-0.03

0.03

-0.44

0.16

0.07

-0.58

-0.68

0.46

gemiddelde [laatste 8 jaren]

0.10

0.12

-0.04

0.04

-0.41

0.21

0.37

-0.57

-0.63

0.46

laag σ [hele reeks]

-0.13

-0.09

-0.22

-0.18

-0.68

-0.13

-0.43

-0.97

-0.96

-0.17

glg [laatste 8 jaren]

-0.11

-0.24

-0.14

-0.15

-0.70

-0.02

0.14

-1.08

-0.81

-0.47

laagste [hele reeks]

-0.36

-0.33

-0.28

-0.22

-0.96

-0.06

-0.34

-1.09

-0.98

-0.50

σ [hele reeks]

0.12

0.11

0.09

0.11

0.12

0.15

0.25

0.19

0.14

0.32

januari

0.10

0.16

0.11

-0.39

0.20

-0.06

-0.67

-0.71

0.70

februari

-0.16

0.02

0.10

-0.46

0.20

-0.20

-0.63

-0.68

0.70

maart

0.05

0.10

0.05

-0.48

0.16

-0.19

-0.66

-0.70

0.67

april

0.08

0.12

-0.01

0.05

-0.48

0.18

0.12

-0.48

-0.70

mei

0.10

0.11

-0.04

0.02

-0.48

0.10

-0.10

-0.48

-0.74

juni

0.14

0.10

0.03

0.00

-0.48

0.06

-0.19

-0.46

-0.75

juli

0.15

0.15

-0.03

-0.08

-0.46

0.11

-0.17

-0.56

-0.74

-0.39

augustus

0.14

0.11

0.02

-0.07

-0.43

0.16

0.13

-0.55

-0.70

-0.50

september

0.22

0.16

-0.10

-0.03

-0.41

0.09

-0.11

-0.66

-0.62

0.77

oktober

0.09

0.18

-0.07

0.05

-0.40

0.20

0.20

-0.59

-0.65

0.77

november

0.14

0.17

-0.02

0.08

-0.38

0.19

-0.06

-0.78

-0.66

0.77

december

0.10

0.02

-0.07

0.11

-0.38

0.23

0.25

-0.58

-0.61

0.70

naam

2013

-0.37

2018

1

grondwaterstand [m+REF]

B14A0018

0.5

B14A0018 B14A0020

0

B14A0028 B14B0110 B14B0130

-0.5

B14B0130 B14B0131

-1

B14B0131 B14B0154

-1.5 1980

1984

1989

1994

1999

2004

2009

2014

2019

Grondwaterstand analyse

versie: 3.5

LOOTS

project: 17870122

B14B0156

b1

b2

b3

b10

b17

b18

b19

REF=NAP

B14B0155

groene cirkel=hoge grondwaterstand, gele driekhoek=gemiddelde grondwaterstand en rode ruit=lage grondwaterstand

X-coördinaat

111511

112345

110560

110647

110610

110575

110588

110525

110572

Y-coördinaat

545268

545514

546022

545983

545689

545833

545391

545909

545604

maaiveld [m+REF]

0.98

0.5

0.5

0.48

0.37

0.45

0.45

0.45

0.47

bovenkant filter [m+REF]

-0.22

-0.95

0

0

0

0

0

0

0

onderkant filter [m+REF]

-0.77

-1.45

0

0

0

0

0

0

0

laatste meetjaar

2008

2008

2021

2021

2021

2021

2021

2021

2021

laatste meting

0.88

-0.07

0

-0.02

-0.13

-0.05

-0.05

-0.05

-0.03

totale meetperiode

29

29

0

0

0

0

0

0

0

aantal metingen

387

424

1

1

1

1

1

1

1

hoogste [hele reeks]

0.93

0.43

0.00

-0.02

-0.13

-0.05

-0.05

-0.05

-0.03

ghg [laatste 8 jaren]

0.91

0.07

hoog σ [hele reeks]

1.02

0.20

gemiddelde [hele reeks]

0.37

-0.22

0.00

-0.02

-0.13

-0.05

-0.05

-0.05

-0.03

gemiddelde [laatste 8 jaren]

0.37

-0.29

0.00

-0.02

-0.13

-0.05

-0.05

-0.05

-0.03

laag σ [hele reeks]

-0.28

-0.64

glg [laatste 8 jaren]

-0.52

-0.66

laagste [hele reeks]

-0.57

-0.68

0.00

-0.02

-0.13

-0.05

-0.05

-0.05

-0.03

σ [hele reeks]

0.32

0.21

januari

0.61

-0.10

0.00

0.00

0.00

0.00

0.00

0.00

0.00

februari

0.63

-0.14

0.00

-0.02

-0.13

-0.05

-0.05

-0.05

-0.03

maart

0.57

-0.17

april

0.49

-0.20

mei

0.29

-0.31

juni

0.13

-0.36

juli

0.05

-0.43

augustus

0.05

-0.34

september

0.02

-0.33

oktober

0.35

-0.16

november

0.49

-0.13

december

0.65

-0.08

naam

2013 2018

1.2

grondwaterstand [m+REF]

1

B14B0155

0.8

B14B0156

0.6

b1

0.4

b2

0.2

b3

0

b10 b17

-0.2

b18

-0.4

b19

-0.6 -0.8 1980

0

1984

1989

1994

1999

2004

2009

2014

2019

LOOTS 17870122R.1

I n ho u d

Proj ect

B o dem

C o ncl u si e

G ro ndw at e rst a nd

Aa nb ev el i nge n

Ef f e ct w ij zi gi ng

S pe ci al i st e n

Bijlage 2 – Grondonderzoeken

Pagina 22/ 22

Projectcode: BO21028 Meetpunt:

01

Meetpunt:

Datum: 5-2-2021

02

Datum: 5-2-2021

0

0

landbouwgrond

1 50

0

0

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor

landbouwgrond Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor

1 50

2

2

100

100 3

3

150

150 4

4 200

200

Meetpunt:

03

Meetpunt:

Datum: 5-2-2021 X: 110521,84 Y: 545521,24

04

Datum: 5-2-2021

0

0

200

200

landbouwgrond

1 50

0

0

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor

landbouwgrond Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor

1 50

50 2

100 3 150 4 200

200

Meetpunt:

05

Meetpunt:

Datum: 5-2-2021

0

0

landbouwgrond

50

50

Meetpunt:

08

Datum: 5-2-2021

0

landbouwgrond

50

Julianadorp, Van Foreestweg achter 10 Projectnaam:

0

0

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor

1 50

50

50

07

landbouwgrond Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor

1

Datum: 5-2-2021

0

0

0

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor

1

Meetpunt:

06

Datum: 5-2-2021

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor

1 50

landbouwgrond

50

Projectcode: BO21028 Meetpunt:

09

Meetpunt:

Datum: 5-2-2021

10

Datum: 5-2-2021

0

0

landbouwgrond

1 50

50

0

0

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor

landbouwgrond Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor

1 50 2 100 3 150 4 200

200

Meetpunt:

11

Meetpunt:

Datum: 5-2-2021

0

0

landbouwgrond

50

50

Meetpunt:

0

landbouwgrond

50

50

0

0

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor

1

50

50

15

landbouwgrond Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor

1

Meetpunt:

Datum: 5-2-2021

16

Datum: 5-2-2021

0

landbouwgrond

50

Julianadorp, Van Foreestweg achter 10 Projectnaam:

0

0

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor

1 50

14

Datum: 5-2-2021

0

0

50

50

13

landbouwgrond Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor

1

Datum: 5-2-2021

Meetpunt:

0

0

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor

1

Meetpunt:

12

Datum: 5-2-2021

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor

1 50

landbouwgrond

50

Projectcode: BO21028 Meetpunt:

17

Meetpunt:

Datum: 5-2-2021

18

Datum: 5-2-2021

0

0

landbouwgrond

1 50

0

0

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor

landbouwgrond Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor

1 50

2

2

100

100 3

3

150

150 4

4 200

200

Meetpunt:

200

200

19

Meetpunt:

Datum: 5-2-2021

20

Datum: 5-2-2021

0

0

landbouwgrond

1 50

0

0

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor

landbouwgrond Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor

1 50

50 2

100 3 150 4 200

200

Meetpunt:

21

Meetpunt:

Datum: 5-2-2021

0

0

landbouwgrond

50

Julianadorp, Van Foreestweg achter 10 Projectnaam:

0

0

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor

1 50

22

Datum: 5-2-2021

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor

1 50

landbouwgrond

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/2122/documents/22149