bestemmingsplan Veld 5, fase 2 t Laar bijlage ecologische quick scan.pdf
Tekst van het document
Julianadorp veld 4, 5 en 6 QuickScan
JM ecologie b.v., 2021
QuickScan Julianadorp, veld 4, 5 en 6
Ecologische beoordeling in het kader van de Wet Natuurbescherming Rapportnummer R21.099 Status 1.0 (definitief) Datum 08-07-2021 Opdrachtgever ´s Heeren Loo Vastgoed Berkenweg 11 3818 LA Amersfoort Auteur W. Oevering Controle R. Ploeg Voorpagina Overzicht veld 5 Te citeren als Oevering, W., 2021. QuickScan Julianadorp, veld 4, 5 en 6; Ecologische beoordeling in het kader van de Wet Natuurbescherming. Rapport R21.099 JM ecologie b.v., Gorredijk.
JM ecologie b.v. Wetterwille 9 8401 GB Gorredijk
Copyright © 2021 JM ecologie b.v.
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
Inhoud Inleiding .............................................................................................................................................................. 2 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 2 1.2 Globale ligging .................................................................................................................................................... 2 1.3 Structuur natuurwetgeving in Nederland ........................................................................................................... 2 1.4 Scope van de QuickScan ..................................................................................................................................... 4 1.5 Werkwijze ........................................................................................................................................................... 4 Beschrijving locatie en ingreep ........................................................................................................................... 5 2.1 Locatie .................................................................................................................................................................
5 2.2 Ingreep .............................................................................................................................................................. 10 Resultaten veldbezoek en bureaustudie ............................................................................................................11 3.1 Vogels................................................................................................................................................................ 11 3.2 Vleermuizen ...................................................................................................................................................... 12 3.3 Overige zoogdieren ........................................................................................................................................... 12 3.4 Amfibieën .......................................................................................................................................................... 13 3.5 Insecten............................................................................................................................................................. 14 3.6 Overige fauna ....................................................................................................................................................
14 3.7 Vaatplanten ...................................................................................................................................................... 14 Effecten en gevolgen ..........................................................................................................................................15 4.1 Overzicht beschermde soorten......................................................................................................................... 15 4.2 Effecten op de in het plangebied (mogelijk) aanwezige flora en fauna ........................................................... 15 Mitigerende maatregelen ..................................................................................................................................16 5.1 Algemene broedvogels; mitigatie ..................................................................................................................... 16 5.2 Vleermuizen; nader onderzoek.........................................................................................................................
17 Conclusie............................................................................................................................................................18 Geraadpleegde bronnen ............................................................................................................................................20
´s Heeren Loo vastgoed Quickscan Julianadorp, veld 4, 5 en 6
Inleiding 1.1
Aanleiding In opdracht van ´s Heeren Loo vastgoed, verder “opdrachtgever” genoemd, heeft ecologisch adviesbureau JM ecologie b.v. een QuickScan uitgevoerd ten behoeve van de geplande werkzaamheden aan een aantal gebouwen op de begeleid wonen instelling ’s Heeren Loo te Julianadorp, in de gemeente Den Helder, provincie Noord-Holland. Het betreft de sloop van een sportcomplex, winkelcomplex, begeleid wonen complex en de herontwikkeling van deze plangebieden naar nieuwe wooncomplexen en Tiny houses.
1.2
Globale ligging
Afbeelding 1.1. Globale ligging van het plangebied (rood omlijnd). (Bron: ESRI).
1.3
Structuur natuurwetgeving in Nederland De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, de bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wet natuurbescherming, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Dit betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving. Na de decentralisatie (2017) zijn enkele provincies andere namen gaan voeren voor de NNN. Decentralisatie Het bevoegd gezag is gedecentraliseerd naar de provincies. Het Rijk behoud echter het bevoegd gezag en de verantwoordelijkheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen voor handelingen en projecten in gebruik, beheer of aanleg door het rijk, zoals bijvoorbeeld hoofdwegen, spoorwegen,
Datum: 8 juli 2021 rapport: R21.099, versie 1.0
blad 2 van 20
´s Heeren Loo vastgoed Quickscan Julianadorp, veld 4, 5 en 6
hoofdvaarwegen, waterkeringen, militaire terreinen, gastransportnet, hoogspanningsleidingen, delfstoffen, kustlijn, bepaalde visserij en bijvoorbeeld activiteiten Koninklijk Huis. Soortbescherming In de Wet natuurbescherming is soortbescherming opgedeeld in categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de volgende categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal aangewezen vogelsoorten, indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt.
In aanvulling op de Vogelrichtlijn, geldt er voor een aantal vogelsoorten die jaarlijks naar hetzelfde nest terugkeren een jaarrond bescherming van de nesten. De meeste provincies en het Rijk hanteren de “Lijst met jaarrond beschermde nesten 2012”. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Voor deze laatste categorie geldt alleen een jaarrond beschermde status indien ecologisch zwaarwegende omstandigheden dat rechtvaardigen. In de provincies Overijssel, Flevoland en Limburg geldt een aangepaste lijst jaarrond beschermde nesten, waarin een andere categorisering is aangebracht. Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding.
Daarbij dient opgemerkt te worden dat een aantal vogelsoorten ook vallen onder artikel 3.5 en daarom niet verstoord mogen worden. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wet natuurbescherming. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren en opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie
Datum: 8 juli 2021 rapport: R21.099, versie 1.0
blad 3 van 20
´s Heeren Loo vastgoed Quickscan Julianadorp, veld 4, 5 en 6
en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het project-voornemen een of enkele gestelde verboden in artikel 3.1, 3,5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaats vindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie.
1.4
Scope van de QuickScan Deze QuickScan is opgesteld om de ecologische waarden van het plangebied te bepalen, en de, ten gevolge van de geplande bestemmingswijziging, eventuele strijdigheden met de Wet natuurbescherming (Wnb) in kaart te brengen, waaruit een advies zal volgen over hoe te handelen volgens deze wet. Er wordt in deze QuickScan niet ingegaan op raakvlakken met de gebiedsbescherming (Natura 2000, NatuurNetwerk Nederland en overige provinciale gebiedsbescherming) en de bescherming Houtopstanden. Een initiatiefnemer is, vanuit de natuurwetgeving, bij ruimtelijke ingrepen (maar ook maatregelen en activiteiten) verplicht op de hoogte te zijn van mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het plangebied, zodat hiermee rekening kan worden gehouden. De consequenties van de beoogde ruimtelijke ingreep zijn getoetst aan de bepalingen van de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb). De natuur is onvoorspelbaar. Het veldbezoek beschrijft een momentopname. Indien de periode tussen veldbezoek en de invoer van de geplande verandering in het bestemmingsbesluit meerdere jaren wordt, dient overwogen te worden een herhaald veldbezoek te laten uitvoeren, hetgeen mogelijk tot gevolg heeft dat de QuickScan wordt herzien.
1.5
Werkwijze Bureaustudie Voorafgaand aan het veldbezoek wordt de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten onderzocht door het raadplegen van online- en fysieke atlassen en databases, zoals bijvoorbeeld de NDFF. Het doel van de bureaustudie is het inschatten van de ligging van het projectgebied, de aanwezige habitattypes en de bekende beschermde soorten, alsmede het verkrijgen van inzicht in de kans dat beschermde soorten in een projectgebied aanwezig kunnen zijn. Veldbezoek Het veldbezoek is afgelegd door ecoloog W. Oevering van JM ecologie b.v. op 28 mei 2021. Het bezoek is uitgevoerd van 11:00 tot 13:00 uur, bij 19⁰C en 1 Bft, op een onbewolkte dag. Het doel van het veldbezoek is het inschatten van de aanwezige habitattypes en het verkrijgen van inzicht in het plangebied. Maatregel(en) en effecten De derde stap is de beschrijving van de geplande maatregel en de omstandigheden (planning, methode) waarin deze uitgevoerd gaat worden. Tezamen met het veldbezoek en de bureaustudie kunnen hieruit eventuele strijdigheden van de plannen met de betreffende natuurwetgeving opgespoord worden, en kunnen eventuele kennishiaten benoemd worden. Hieraan worden conclusies verbonden en hieruit zal duidelijkheid ontstaan over de eventuele noodzaak tot het nemen van vervolgstappen, met als doel de wijziging conform de huidige Wet natuurbescherming te laten plaatsvinden.
Datum: 8 juli 2021 rapport: R21.099, versie 1.0
blad 4 van 20
´s Heeren Loo vastgoed Quickscan Julianadorp, veld 4, 5 en 6
Beschrijving locatie en ingreep 2.1
Locatie De plangebieden bevinden zich op het terrein van de begeleid wonen instelling ’s Heeren Loo. Het terrein heeft een parkachtig karakter met, naast woningen, veel bomen, struiken en een aantal waterpartijen. (Afbeelding 2.1)
Afbeelding 2.1. Ligging van de plangebieden. (bron: ESRI)
Het gaat om een viertal plangebieden. Het noordwestelijke plangebied bestaat uit een, niet meer in gebruik zijnde, zwembad en een sporthal (Afbeelding 2.2 t/m 2.6). Deze zijn opgetrokken uit bakstenen muren met een bitumineus dak. Het plangebied aan de noordoostkant bestaat uit een kruidenrijk grasveld met aan de noordoostzijde een enkele boom omringd door opgaande begroeiing. Het grasveld bestaat voornamelijk uit algemene soorten als scherpe boterbloem en veldzuring. Daarnaast zijn o.a. een ratelaar spec., gewone vogelmelk en de gevlekte rietorchis waargenomen (Afbeelding 2.7 t/m 2.11). Het plangebied aan de zuidwestzijde bestaat uit twee enkellaags bakstenen gebouwen met enkele open stootvoegen en een bitumineus plat dak. De gebouwen zijn rond een centraal open plein gelegen. In het grootte U-vormige gebouw zijn/waren enkele instellingswinkels, een restaurant en dagbesteding in gevestigd, het andere gebouw bestaat uit een werkplaats/dagbesteding met een kleine supermarkt (Afbeelding 2.12 t/m 2.20). Het meest zuidoostelijke plangebied bestaat uit een begeleid wonen complex. Het complex bestaat uit twee zo goed als identieke gebouwen opgetrokken uit bakstenen muren met spouw, waarop een bitumineus dak (Afbeelding 2.21 t/m 2.27).
Datum: 8 juli 2021 rapport: R21.099, versie 1.0
blad 5 van 20
´s Heeren Loo vastgoed Quickscan Julianadorp, veld 4, 5 en 6
Afbeelding 2.2. Ingang zwembad aan zuidzijde.
Afbeelding 2.3. Zuidzijde binnenzwembad.
Afbeelding 2.4. Westzijde uitbouw zwembad.
Afbeelding 2.5. Westzijde sporthal.
Afbeelding 2.6. Oostzijde zwembad en sporthal.
Afbeelding 2.7. Kruidenrijk grasveld gezien vanuit oost.
Datum: 8 juli 2021 rapport: R21.099, versie 1.0
blad 6 van 20
´s Heeren Loo vastgoed Quickscan Julianadorp, veld 4, 5 en 6
Afbeelding 2.8. Kruidenrijk grasland detail.
Afbeelding 2.9. Gewone vogelmelk, een plantensoort van voedselrijke grond.
Afbeelding 2.10. Gevlekte rietorchis, een soort van matig voedselrijke grond.
Afbeelding 2.11. Noordzijde perceel met boom en ondergroei.
Afbeelding 2.12. Zuidoostzijde werkplaats/supermarkt.
Afbeelding 2.13. Noordwestzijde supermarkt.
Datum: 8 juli 2021 rapport: R21.099, versie 1.0
blad 7 van 20
´s Heeren Loo vastgoed Quickscan Julianadorp, veld 4, 5 en 6
Afbeelding 2.14. Zuidoostzijde binnenplein.
Afbeelding 2.15. Noordwestzijde binnenplein.
Afbeelding 2.16. Westzijde van het U-vormige gebouw.
Afbeelding 2.17. Noordzijde van het U-vormige gebouw.
Afbeelding 2.18. Noordzijde van het U-vormige gebouw (vervolg).
Afbeelding 2.19. Zuidzijde van het U-vormige gebouw.
Datum: 8 juli 2021 rapport: R21.099, versie 1.0
blad 8 van 20
´s Heeren Loo vastgoed Quickscan Julianadorp, veld 4, 5 en 6
Afbeelding 2.20. Zuidzijde van het U-vormige gebouw.
Afbeelding 2.21. Zuidzijde van westelijk gelegen complex.
Afbeelding 2.22. Westzijde van westelijk gelegen complex.
Afbeelding 2.23. Zuidzijde van oostelijk gelegen complex.
Afbeelding 2.24. Oostzijde van oostelijk gelegen complex.
Datum: 8 juli 2021 rapport: R21.099, versie 1.0
.
Afbeelding 2.25. Verhoogd gedeelte aan de noordzijde.
blad 9 van 20
´s Heeren Loo vastgoed Quickscan Julianadorp, veld 4, 5 en 6
Afbeelding 2.26. Verhoogd gedeelte voorzijde.
2.2
Afbeelding 2.27. Voorzijde (noord) van westelijk gelegen complex.
Ingreep De sporthal en het zwembad worden gesloopt na het voltooien van de nieuwbouw elders op het terrein. Op het kruidenrijke grasland worden een aantal Tiny houses ontwikkeld. De bebouwing rondom het pleintje wordt gesloopt, waarna hier nieuwbouw komt ten behoeve van het begeleid wonen. Dit zullen twee gebouwen worden voor elk 16 bewoners. Het bestaande begeleid wonen complex zal, na het voltooien van de hiervoor genoemde nieuwbouw, op termijn gesloopt worden. Op deze locatie is nog niet in een vervolgplan voorzien. Voor de werkzaamheden wordt niet in of aan watergangen gewerkt. De bestaande kapvergunning plichtige bomen blijven bestaan. Wel wordt er mogelijk, ten behoeve van de sloop, op een aantal plekken de lagere ondergroei en ruigte verwijderd.
Datum: 8 juli 2021 rapport: R21.099, versie 1.0
blad 10 van 20
´s Heeren Loo vastgoed Quickscan Julianadorp, veld 4, 5 en 6
Resultaten veldbezoek en bureaustudie Waargenomen soorten en verwachte soorten (op basis van de aanwezige habitat en de bekende verspreiding) worden samengenomen en hun gebruik van het plangebied wordt beschreven. Hierbij ligt de nadruk op beschermde soorten, maar er zullen ook algemene en lichter beschermde soorten betrokken worden indien waargenomen of van belang voor de ingreep.
3.1
Vogels Alle broedgevallen van vogels zijn beschermd. Van 16 vogelsoorten zijn ook de nesten, vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd. Dit zijn soorten die vallen in de categorie 1 t/m 4 van de aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten (2012). Deze soorten zijn: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw. Daarnaast zijn van 34 vogelsoorten de nesten jaarrond beschermd als hier een zwaarwegende ecologische reden voor is. Dit zijn soorten die vallen in de categorie 5 van de aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten (2012). Deze soorten zijn: blauwe reiger, boerenzwaluw, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, bosuil, brilduiker, draaihals, eidereend, ekster, gekraagde roodstaart, glanskop, grauwe vliegenvanger, groene specht, grote bonte specht, hop, huiszwaluw, ijsvogel, kleine bonte specht, kleine vliegenvanger, koolmees, kortsnavelboomkruiper, oeverzwaluw, pimpelmees, raaf, ruigpootuil, spreeuw, tapuit, torenvalk, zeearend, zwarte kraai, zwarte mees, zwarte roodstaart en zwarte specht. Indien sprake is van een ecologisch zwaar wegende reden voor één of meerdere van deze soorten, dan worden deze hieronder behandeld onder ‘Jaarrond beschermd’.
Zo niet, dan worden deze soorten net als overige broedvogels behandeld onder ‘Algemene broedvogels’. Jaarrond beschermd In de omgeving van het plangebied kunnen diverse soorten vogels met jaarrond beschermde nesten voorkomen. Tijdens het veldbezoek zijn de aanwezige bomen in een straal van 75 meter rondom het plangebied, de zogeheten verstoringszone, gecontroleerd op de aanwezigheid van jaarrond beschermde vogelnesten van vogels zoals boomvalk, buizerd, sperwer, havik, roek, en ransuil. Dergelijke nesten zijn niet aangetroffen. Voor de grote gele kwikstaart is tevens geen geschikt broedhabitat aanwezig door het ontbreken van natuurlijke stromende beken. Naast boombewonende soorten is er tijdens het veldbezoek ook gecontroleerd op invliegopeningen en nestlocaties van de huismus en gierzwaluw in de aanwezige bebouwing. De bebouwing heeft een plat dak. Deze daken zijn ongeschikt geacht als nestlocatie van huismus en gierzwaluw. Beide soorten worden uitgesloten vanwege het ontbreken van geschikte nestlocaties in/aan de aanwezige bebouwing. Algemene broedvogels Binnen het plangebied kunnen algemene soorten vogels tot broeden komen tijdens het broedseizoen in de aanwezige struiken, in enkele gaten in hoeken van de dakombouw, in het kruidenrijke grasland en in de oeverzone van de watergang.
Datum: 8 juli 2021 rapport: R21.099, versie 1.0
blad 11 van 20
´s Heeren Loo vastgoed Quickscan Julianadorp, veld 4, 5 en 6
3.2
Vleermuizen Alle vleermuizen zijn zwaar beschermd (alle in Nederland voorkomende soorten staan vermeld in de Habitatrichtlijn). Vleermuizen kunnen een plangebied gebruiken als verblijfplaats, vaste vliegroute en/of foerageergebied. Verblijfplaatsen kunnen uitgesplitst worden in vier categorieën, te weten kraam-, zomer-, paar- en winterverblijven. Vleermuizen maken op verschillende manieren en in verschillende seizoenen gebruik van deze verblijfplaatsen. De eisen die vleermuizen stellen aan hun verblijfplaatsen zijn afhankelijk van de vleermuissoort en het gebruik van de verblijfplaats. Kraamverblijven worden in het voorjaar en de vroege zomer gebruikt door grote groepen drachtige vrouwtjes om hun jongen te baren en groot te brengen. Tegelijkertijd bevinden kleinere groepen mannetjes zich in de zomerverblijfplaatsen. Later in de zomer en in het najaar verplaatsen de mannetjes zich naar de paarverblijven, waaromheen ze een territorium bezetten en verdedigen tegen andere mannetjes. Binnen het territorium proberen de mannetjes langskomende vrouwtjes te lokken naar de paarverblijven, waar vervolgens de paring plaatsvindt. Het paarseizoen eindigt in de herfst, waarna de vleermuizen de winterverblijven opzoeken om te overwinteren. Sommige soorten migreren hiervoor over behoorlijke afstanden.
Vleermuizen gebruiken vliegroutes voor dagelijkse verplaatsingen tussen verblijfplaats en foerageergebieden en in het geval van migrerende soorten, voor de jaarlijkse trek van en naar de winterverblijven. Meestal maken vleermuizen langdurig gebruik van vaste routes die ze onthouden. Daarbij worden lijnvormige elementen zoals bomenrijen, dijken en watergangen gebruikt als vliegrouteondersteuning. Het onderbreken of verwijderen van deze elementen bij een (potentiële) vliegroute kan een negatief effect hebben op de mogelijkheid van vleermuizen om hun doel te bereiken. Ten slotte kunnen vleermuizen een plangebied gebruiken als foerageergebied. De vleermuizen komen via vaste routes naar het foerageergebied om daar in de buurt van bomen en water te jagen op vliegende insecten. Net zoals vaste vliegroutes die veelvuldig gebruikt worden, maken vleermuizen ook gebruik van vaste foerageergebieden. Het ongeschikt maken van een foerageergebied door bijvoorbeeld het kappen of verlichten van bomen of het dempen van waterpartijen, kan tot gevolg hebben dat vleermuizen geen toegang meer hebben tot voldoende voedsel. Verblijven De aanwezige bebouwing is gecontroleerd op mogelijke vleermuisverblijfplaatsen. De muren van de bebouwing bevatten een toegankelijke spouw. Er zijn bij elk gebouw open stootvoegen en soms open randen van de dakombouw aanwezig.
Een deel van de stootvoegen bevat stootvoegroosters, maar deze zijn niet bij alle stootvoegen aanwezig. Het is niet uitgesloten dat er kraam-, zomer- of paarverblijven aanwezig zijn in de bestaande bebouwing. Daarnaast zijn de bomen binnen de invloedssfeer van het project gecontroleerd op geschikte holtes, deze zijn niet aangetroffen. Vliegroutes Het is mogelijk dat de bomenrijen langs de bebouwing als vliegrouteondersteuning worden gebruikt. Er zijn echter voldoende alternatieven, onder andere langs de overige aanwezige bebouwing en bomenrijen. Essentiële vliegrouteondersteuning in de plangebieden kan daardoor uitgesloten worden. Foerageergebied Het is mogelijk dat (delen van) het plangebied gebruikt worden als foerageergebied door verschillende soorten vleermuizen. Er zijn echter voldoende alternatieve, minstens even geschikte foerageergebieden in de omgeving beschikbaar. Aanwezigheid van essentieel foerageergebied in de plangebieden kan daardoor uitgesloten worden.
3.3
Overige zoogdieren Er zijn in de omgeving van het plangebied geen beschermde zoogdieren in de NDFF aangetroffen. Wel is het mogelijk dat er marterachtigen (boommarter, bunzing, wezel en/of hermelijn) aanwezig zijn op het
Datum: 8 juli 2021 rapport: R21.099, versie 1.0
blad 12 van 20
´s Heeren Loo vastgoed Quickscan Julianadorp, veld 4, 5 en 6
zorgcomplex. De steenmarter kan, aan de hand van de meest recente verspreidingsgegevens, uitgesloten worden. Bunzing, wezel en hermelijn De bunzing, wezel en hermelijn leven in allerlei habitats, van open plekken tot in bossen. Belangrijk is dat er voldoende dekking en schuilmogelijkheden aanwezig zijn en dat er voldoende prooidieren in de vorm van (woel)muizen te vinden zijn. Verblijfplaatsen bevinden zich op plaatsen met voldoende dekking, zoals in bosschages, takkenbulten en in holen van muizen, ratten, konijnen, mollen, dassen en vossen (Zoogdiervereniging, z.d.). Mogelijke verblijfplaatsen bevinden zich in de bosschages rondom de plangebieden. In de plangebieden zelf zijn geen mogelijke verblijfplaatsen aangetroffen en worden hier, gezien de habitat, ook niet verwacht. Bunzing, wezel en hermelijn gebruiken mogelijk delen van de plangebieden mogelijk als foerageergebied. Vanwege de kleine omvang de plangebieden en de grote hoeveelheid geschikter foerageergebied in de omgeving, zijn de plangebieden als foerageergebied echter niet essentieel. Boommarter Het terrein van ’s Heeren Loo vormt potentieel geschikt habitat voor boommarter, hoewel het geïsoleerd gelegen is te midden van ongeschikt habitat. De boommarter kan echter over grote afstanden door ongeschikt terrein zwerven en het is daarom niet uit te sluiten dat de boommarter dit geschikte gebied heeft weten te bereiken.
De aanwezigheid van geschikte verblijfplaatsen binnen het projectgebied is echter uitgesloten (Rebergen, 2018). Mogelijk wordt het gebied wel gebruikt als foerageergebied door de boommarter. Er is echter voldoende alternatief en minstens even geschikt foerageergebied aanwezig in de rest van het gebied, waardoor het foerageergebied rondom de plangebieden niet als essentieel aangemerkt kan worden.
3.4
Amfibieën Er zijn in de omgeving van het projectgebied diverse algemene amfibieënsoorten bekend waarvoor een vrijstelling geldt in de provincie Noord-Holland. Van de niet-vrijgestelde amfibieënsoorten zijn de kamsalamander en rugstreeppad bekend uit de omgeving. Kamsalamander De kamsalamander plant zich voort in geïsoleerde, relatief grote en diepe, visvrije poelen, vennen en vijvers met in de directe omgeving geschikt landhabitat in de vorm van bossen en struwelen. Er is in de omgeving van het plangebied één waarneming van de soort bekend op de golfbaan in Julianadorp. De soort ontbreekt van nature vrijwel geheel in de provincie Noord-Holland, alleen in het Gooi leeft een natuurlijke populatie. De waarneming in Julianadorp betreft daarom een al dan niet bewust uitgezet dier. De omgeving van het plangebied is daarnaast zeer ongeschikt voor de soort vanwege het ontbreken van geschikte voortplantingswateren. De aanwezigheid van de kamsalamander kan daarmee uitgesloten worden. Rugstreeppad De rugstreeppad is vaak te vinden in gebieden met een hoge dynamiek. Deze dynamiek kan ook door menselijke activiteiten veroorzaakt zijn. Hierbij kan gedacht worden aan gebieden met bouwterreinen, groeven, zand- en kleiafgravingen, rivierduinen en uiterwaarden. In de omgeving van de leefgebieden is vaak een goed vergraafbare (zanderige) bodem aanwezig waarin de soort zich kan ingraven.
Daarnaast komt de soort ook voor in meer stabiele biotopen zoals heideterreinen en sloten in akker- en graslandgebieden. Voor de overwintering graaft de rugstreeppad zich meestal in, maar de soort kan ook overwinteren onder allerlei materialen zoals stenen en afval. De rugstreeppad is een echte pionier met een groot dispersievermogen en kan snel nieuwe gebieden koloniseren. Juveniele exemplaren kunnen tot wel vijf kilometer afleggen. Barrières worden daarbij gevormd door bijvoorbeeld wegen of beschoeide watergangen (BIJ12, 2017; RAVON, z.d.).
Datum: 8 juli 2021 rapport: R21.099, versie 1.0
blad 13 van 20
´s Heeren Loo vastgoed Quickscan Julianadorp, veld 4, 5 en 6
Er is één waarneming bekend op circa 2 kilometer afstand van het plangebied. Deze waarneming is gedaan aan de oostzijde van de N9, nabij Breezand. Vanwege tussenliggende barrières, de afstand van de waarnemingen tot het plangebied en het huidige ongeschikte karakter van het plangebied, is de aanwezigheid van rugstreeppad uitgesloten.
3.5
Insecten In de omgeving van het plangebied is eenmalig de gevlekte witsnuitlibel waargenomen. Deze soort plant zich voort in de verlandingszone van laagveenmoerassen en vegetatierijke vennen. In de duinen komt de soort ook voor in duinplassen. In en binnen de verstoringszone van het projectgebied ontbreken dergelijke waterlichamen, waarmee de aanwezigheid van de gevlekte witsnuitlibel hier uitgesloten is. Overige insecten kunnen, op basis van de meest recente verspreidingsgegevens en aanwezige habitattypen, uitgesloten worden.
3.6
Overige fauna Op basis van recente waarnemingen, de bekende huidige verspreiding en de aanwezige habitats binnen het plangebied kunnen overige beschermde soorten fauna als reptielen, vissen en weekdieren worden uitgesloten binnen het plangebied.
3.7
Vaatplanten De in Nederland beschermde vaatplanten stellen specifieke eisen aan hun groeiplaats, of komen slechts beperkt voor in Nederland. De meeste soorten groeien op voedselarme bodems en zijn niet te verwachten op stikstofrijke, verstoorde of bemeste bodems. Andere beschermde soorten groeien slechts in een specifieke biogeografische regio in Nederland, zoals in het rivierengebied of in het heuvelland van Zuid Limburg. Gezien de aanwezige habitats binnen het plangebied in combinatie met de bekende huidige verspreiding van beschermde plantensoorten, kan uitgesloten worden dat deze soorten aanwezig zijn binnen het plangebied.
Datum: 8 juli 2021 rapport: R21.099, versie 1.0
blad 14 van 20
´s Heeren Loo vastgoed Quickscan Julianadorp, veld 4, 5 en 6
Effecten en gevolgen 4.1
Overzicht beschermde soorten In dit hoofdstuk wordt de geplande ingreep getoetst aan de aanwezige of verwachte beschermde soorten (zie hoofdstuk 3) binnen het plangebied, en de te verwachten risico’s voor deze soorten, bij uitvoer van de geplande werkzaamheden. In de Wet natuurbescherming zijn vooral vaste verblijfplaatsen (voortplantingslocaties zoals nesten, holen, kraamkolonies etc.) van belang, maar ook de functionele leefomgeving die de vaste verblijfplaatsen in stand houdt. Voor soorten die niet genoemd worden vanuit de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn of Wnb artikel 3.10 geldt de algemene vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Zelfs bij negatieve effecten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Ditzelfde geldt voor soorten van Wnb artikel 3.10, waarvoor een Provinciale vrijstelling is uitgegeven. Voor deze soorten geldt wel de zorgplicht, maar ze worden hieronder, ondanks eventueel voorkomen en eventueel te verwachten negatieve effecten, niet meegenomen. Soortgroep
Soort(en)
Bescherming
Aanwezig
Algemene broedvogels Diverse soorten
3.1
Mogelijk
Vleermuizen
3.5
Mogelijk
Diverse soorten
Tabel 4.1. Soort(groep)en van de Wet natuurbescherming waarvoor het effect van de maatregel bepaald moet worden. 3.1 = Vogelrichtlijn, 3.5 = Habitatrichtlijn, 3.10 = nationaal beschermd.
4.2
Effecten op de in het plangebied (mogelijk) aanwezige flora en fauna Algemene broedvogels In het plangebied en binnen de verstoringszone hiervan kunnen meerdere algemene broedvogels tot broeden komen. Wanneer werkzaamheden in de buurt van in gebruik zijnde nesten worden uitgevoerd, heeft dit mogelijk een verstorende werking op de broedende vogels. Dit is in strijd met de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor de werkzaamheden niet uitgevoerd kunnen worden zonder dat de in paragraaf 5.1 genoemde vervolgstappen in acht worden genomen. Vleermuizen In de spouwmuren van de te slopen gebouwen bevinden zich mogelijk verblijfplaatsen van één of meerdere soorten vleermuizen. De geplande werkzaamheden hebben tot gevolg dat eventueel aanwezige verblijfplaatsen verdwijnen. Dit is in strijd met de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor de werkzaamheden niet uitgevoerd kunnen worden zonder dat de in paragraaf 5.2 genoemde vervolgstappen in acht worden genomen.
Datum: 8 juli 2021 rapport: R21.099, versie 1.0
blad 15 van 20
´s Heeren Loo vastgoed Quickscan Julianadorp, veld 4, 5 en 6
Mitigerende maatregelen In dit hoofdstuk worden de vervolgmaatregelen beschreven voor de soorten waarvan in hoofdstuk 4 is bepaald dat deze mogelijk een effect bemerken van de geplande ingreep. Deze vervolgmaatregel kan bestaan uit het uitvoeren van nader onderzoek om de aanwezigheid te bevestigen of uit te sluiten. Maar de vervolgmaatregel kan ook aangeven dat er een aanvraag voor een ontheffing op de verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming benodigd is. Er kan ook een lijst met mitigerende maatregelen staan aangegeven, waarbij de ingreep uitgevoerd kan worden zonder een ontheffing. Indien de ingreep zonder enig nader onderzoek, mitigatie of ontheffingsaanvraag uitgevoerd kan worden, wordt dat in dit hoofdstuk vermeld. Soortgroep
Soort(en)
Bescherming Aanwezig
Vervolgactie
Algemene broedvogels
Diverse soorten
3.1
Mogelijk
Mitigerende maatregelen
Vleermuizen
Diverse soorten
3.5
Mogelijk
Nader onderzoek en mogelijk ontheffingsaanvraag
Tabel 5.1. Soort(groep)en van de Wet natuurbescherming waarvoor een vervolgactie benodigd is. 3.1 = Vogelrichtlijn, 3.5 = Habitatrichtlijn, 3.10 = nationaal beschermd.
5.1
Algemene broedvogels; mitigatie Algemene broedvogels Alle inheemse broedvogels zijn tijdens het broeden wettelijk beschermd volgens de Vogelrichtlijn. Als er ten tijde van de beoogde start van de werkzaamheden vogels in, of binnen de verstoringszone van het plangebied broeden, kunnen de werkzaamheden ter plaatse geen doorgang vinden totdat de jongen zijn uitgevlogen. Het is niet mogelijk om een ontheffing te verkrijgen voor het verstoren en verjagen van broedende vogels. Het verdient daarom de aanbeveling om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Een wettelijk vastgestelde periode voor het broedseizoen bestaat niet, bepalend is of broedgevallen aanwezig zijn. Indicatieve datumgrenzen zijn 15 maart tot 15 juli, maar er bestaan, afhankelijk van het weer en de vogelsoort, vele uitzonderingen op deze regel. Indien de werkzaamheden starten aan het begin van het broedseizoen: Broedgevallen binnen het plan- en verstoringsgebied van de werkzaamheden moeten voorkomen worden. Het ongeschikt maken kan preventief gedaan worden door ruim voor het vogelbroedseizoen het gebied te ontdoen van geschikte nestgelegenheden. Dit kan op verschillende manieren. Door het afdichten van geschikte gaten in de gebouwen is er geen nestgelegenheid meer voor holenbroeders als spreeuwen.
Deze ingreep mag niet in strijd zijn met jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen; Door het kort maaien van het gras en de oeverzones is er geen nestgelegenheid meer voor grondbroeders en watervogels; Door het van tevoren kappen van bomen en struiken binnen het plangebied is er geen nestgelegenheid meer voor verschillende soorten zangvogels zoals merel, houtduif, en zwartkop. Deze ingreep mag niet in strijd zijn met jaarrond beschermde verblijfplaatsen van kleine marterachtigen;
Datum: 8 juli 2021 rapport: R21.099, versie 1.0
blad 16 van 20
´s Heeren Loo vastgoed Quickscan Julianadorp, veld 4, 5 en 6
Indien de werkzaamheden starten te midden van het broedseizoen: Het plan- en verstoringsgebied dient eerst door een ter zake kundige ecoloog gecontroleerd te worden op aanwezigheid van broedvogels; Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plan- of verstoringsgebied, worden door de ter zake kundige ecoloog specifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt (een deel van) het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot alle nesten, vanuit eigen beweging van de vogels, niet meer in gebruik zijn.
5.2
Vleermuizen; nader onderzoek De plangebieden dienen mogelijk als kraam- zomer of paarverblijfplaats voor vleermuizen. Het verwijderen, ontoegankelijk maken of verstoren van dergelijke verblijfplaatsen is een overtreding van de verbodsartikelen in de Wet natuurbescherming. Er dient doormiddel van nader onderzoek te worden uitgezocht of vleermuizen daadwerkelijk verblijven in het plangebied en hoe ze gebruik maken van het plangebied. Daarop kan beoordeeld worden of de effecten van de geplande werkzaamheden een ontheffing noodzakelijk maken op deze verbodsartikelen. Het nader onderzoek naar kraam-, zomer- en paarverblijven van vleermuizen bestaat uit vijf veldbezoeken. Drie van deze bezoeken moeten plaatsvinden tussen 15 mei en 15 juli, met tussenposes van minstens 20 dagen tussen de bezoeken. Minstens één van de drie bezoeken moet ’s ochtends voor zonsopkomst worden uitgevoerd, de overige bezoeken worden ’s avonds na zonsondergang uitgevoerd. In het najaar, tussen 15 augustus en 1 oktober, moeten nog twee bezoeken worden uitgevoerd rond middernacht. Tussen deze bezoeken moet minstens 20 dagen zitten. De bezoeken mogen alleen uitgevoerd worden als de weersomstandigheden binnen de grenzen van het vleermuisprotocol vallen.
Datum: 8 juli 2021 rapport: R21.099, versie 1.0
blad 17 van 20
´s Heeren Loo vastgoed Quickscan Julianadorp, veld 4, 5 en 6
Conclusie De opdrachtgever, ´s Heeren Loo vastgoed, is voornemens om een sportcomplex, winkelcomplex en begeleid wonen complex te slopen op de begeleid wonen instelling ’s Heeren Loo te Julianadorp, in de gemeente Den Helder, provincie Noord-Holland. Na de sloop zal op de locatie van het voormalig sportcomplex een centrumgebouw gerealiseerd worden en op de locatie van het voormalig winkelcomplex een begeleid wooncomplex met twee keer zestien kamers. De slooplocatie van de het huidige begeleid wonen complex is nog geen plan voor voorzien. Daarnaast zullen, op een perceel waar momenteel kruidenrijk grasland aanwezig is, een aantal Tiny houses geplaatst worden. Uit deze QuickScan blijkt dat de aanwezige bebouwing en de omgeving daarvan mogelijk geschikt is als nestgelegenheid voor algemene broedvogels. Mocht er in het broedseizoen gewerkt worden, dan kan het plangebied voor aanvang van het broedseizoen ongeschikt gemaakt worden als nestlocatie voor algemene broedvogels. Daarnaast zal er, wanneer er tijdens het broedseizoen gewerkt wordt, gecontroleerd moeten worden op de aanwezigheid van actieve nesten en het terrein vrijgegeven worden wanneer er geen nesten aanwezig zijn.
Het betreft enkele zangvogels welke in bomen en struiken kunnen broeden, holenbroeders in openingen in de dakombouw, grondbroeders in het kruidenrijke grasveld en watervogels in de oeverzone aan de noordzijde van dit grasveld. Daarnaast zijn de spouwmuren van de bebouwing allen toegankelijk en mogelijk geschikt als vleermuisverblijfplaats. Nader onderzoek is noodzakelijk om de aan- of afwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen in de spouw aan te tonen, waarna hier mogelijk een ontheffingsaanvraag op de verbodsartikelen van de Wet Natuurbescherming noodzakelijk kan zijn.
Datum: 8 juli 2021 rapport: R21.099, versie 1.0
blad 18 van 20
´s Heeren Loo vastgoed Quickscan Julianadorp, veld 4, 5 en 6
Gorredijk, juni 2021 JM ecologie b.v.
Datum: 8 juli 2021 rapport: R21.099, versie 1.0
blad 19 van 20
´s Heeren Loo vastgoed Quickscan Julianadorp, veld 4, 5 en 6
Geraadpleegde bronnen
Nationale Database Flora- en Fauna (NDFF), geraadpleegd op 2 juni 2021. BIJ12, 2017. Kennisdocumenten. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging, 2021. Vleermuisprotocol 2021. BIJ12 (2017). Kennisdocument rugstreeppad Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (2009). Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Augustus 2009. RAVON (z.d.). Informatiepagina’s soorten. Geraadpleegd van https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie FLORON verspreidingsatlas (z.d.). Informatiepagina’s soorten. Geraadpleegd van https://www.verspreidingsatlas.nl/planten Zoogdiervereniging (z.d.). Informatiepagina’s soorten. Geraadpleegd van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten Vlinderstichting (z.d.). Informatiepagina’s soorten. Geraadpleegd van https://www.vlinderstichting.nl/libellen Rebergen (2018). Oriënterend onderzoek naar beschermde flora en fauna Noorderhaven (veld 3) te Julianadorp. Blom Ecologie B.V, Waardenburg.
Datum: 8 juli 2021 rapport: R21.099, versie 1.0
blad 20 van 20