CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Beoordelingsnotitie m.e.r.Den Helder Zuid.pdf

Gemeenteraad 7 oktober 2024, gemeente Den HelderBij agendapunt: 6: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Stationsgebied Den Helder Zuid.4.667 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beoordelingsnotitie m.e.r. Stationsgebied Den Helder Zuid

Datum: 14 december 2023 Opgesteld door: ROMstad Advies Ruimtelijke Ordening en Milieu Spaarndamseweg 120 A14 2021 KA Haarlem T: 023 - 540 62 54 E: info@romstad.nl W: www.romstad.nl

Pagina 1

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1.

1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

Aanleiding ......................................................................................................... 3 Waarom een vormvrije m.e.r.-beoordeling? ....................................................... 3 Criteria voor het toetsen van activiteiten in een vormvrije m.e.r-beoordeling ..... 5 Leeswijzer ......................................................................................................... 5

HOOFDSTUK 2.

2.1. 2.2. 2.3.

PLAATS EN KENMERKEN VAN DE ACTIVITEIT .............................................................. 6

Plaats van de activiteit ....................................................................................... 6 Kenmerken van de activiteit............................................................................... 6 Cumulatie met andere projecten ........................................................................ 7

HOOFDSTUK 3.

3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7. 3.8. 3.9. 3.10.

INLEIDING................................................................................................................ 3

KENMERKEN VAN HET POTENTIËLE EFFECT............................................................... 8

Verkeer en parkeren .......................................................................................... 8 Luchtkwaliteit ..................................................................................................... 9 Externe veiligheid .............................................................................................10 Bodem ..............................................................................................................11 Water................................................................................................................12 Ecologie ...........................................................................................................13 Archeologie en cultuurhistorie ..........................................................................14 Geluid ...............................................................................................................15 Bedrijven en milieuzonering..............................................................................16 Trillingen ...........................................................................................................16

HOOFDSTUK 4.

CONCLUSIE ........................................................................................................... 17

Pagina 2

HOOFDSTUK 1. 1.1.

INLEIDING

Aanleiding

Voor de herontwikkeling van het stationsgebied van Den Helder Zuid is in 2021 een randvoorwaardenkaart en in 2023 een stedenbouwkundig schetsplan opgesteld. In deze vastgestelde beleidskaders is de beleidsmatige wens opgenomen om het stationsgebied van Den Helder Zuid te verbeteren door de openbare ruimte opnieuw in te richten, door circa 60 woningen te bouwen direct aangrenzend aan het station en (op termijn) te voorzien in een ongelijkvloerse kruising voor langzaam verkeer om het langzaamverkeer-netwerk te verbeteren. Op grond van het geldende bestemmingsplan is de bouw van woningen rondom het station niet mogelijk. Om de beleidsmatige wensen van de randvoorwaardenkaart en het stedenbouwkundig schetsplan juridisch planologisch te borgen is een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Doel van het bestemmingsplan is het bieden van een kader om, als de bouwplannen voor de woningen verder zijn uitgewerkt, het kader voor de benodigde omgevingsvergunning(en) te bieden. In het kader van deze planologische procedure moet worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkeling “belangrijke nadelige gevolgen” voor het milieu heeft. In de voorliggende m.e.r. beoordelingsnotitie wordt dit onderzocht. 1.2.

Waarom een vormvrije m.e.r.-beoordeling?

De milieueffectrapportage-procedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingplan of vergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van m.e.r. zijn vastgesteld in de Wet Milieubeheer en in het besluit m.e.r. Artikel 7.2 Wet milieubeheer (toets aan bijlage C en D van het Besluit m.e.r. Voor de voorgenomen ontwikkeling dient gemotiveerd te worden of sprake is van negatieve effecten op het milieu. Afhankelijk van de omvang van de ontwikkeling dient een m.e.r.procedure (C-lijst), een m.e.r.- beoordelingsprocedure (D-lijst) of een vormvrije m.e.r.beoordelingsprocedure uitgevoerd te worden. Deze omvang van een ontwikkeling staat beschreven in het Besluit m.e.r. in bijlage C en D, onder de kolom 'drempelwaarde'. De voorgenomen realisatie van 60 woningen rondom station Den Helder Zuid valt onder categorie D 11.2 “De aanleg, wijziging of uitbreiding van stedelijke ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen”. De omschrijving van de drempelwaarden behoren bij deze categorie is opgenomen in onderstaande tabel.

Pagina 3

Voor deze categorie D 11.2 activiteit uit de bijlage bij het Besluit m.e.r. geldt een ondergrens voor een m.e.r.-beoordelingsplicht. De oppervlakte van het stationsgebied bedraagt minder dan 100 hectare, binnen het plangebied worden maximaal 60 woningen gebouwd, er wordt geen bedrijfsvloeroppervlakte gerealiseerd. Gelet op het voorgaande betekent dat er in dit geval geen m.e.r.-beoordeling, maar een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd dient te worden. Artikel 7.2A Wet milieubeheer (toets passende beoordeling Wet Natuurbescherming) Een m.e.r.-plicht is aan de orde als significant negatieve effecten op Natura2000-gebieden door het voornemen niet op voorhand kunnen worden uitgesloten, en het voornemen mogelijk wordt gemaakt in een bestuursrechtelijk of wettelijk voorgeschreven kaderstellend plan. Binnen een straal van 5 kilometer rondom de locatie van de voorgenomen activiteit ligt het Natura 2000 gebied De Duinen Den Helder Callantsoog (op circa 1,5 km). In het kader van het bestemmingsplan is een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Daarin is vastgesteld dat gelet op de aard en omvang en de ligging van de voorgenomen ontwikkeling er geen externe effecten zullen zijn op de instandhoudingsdoelstellingen van aangewezen soorten en habitattypen. Verstoring in de vorm van licht, geluid en trillingen is gelet op de onderlinge afstand miet te verwachten.

Uit een uitgevoerd stikstofonderzoek blijkt dat er zowel in de bouwfase als de gebruiksfase er geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Hierdoor zijn significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen uitgesloten. Een m.e.r. plicht is op grond hiervan niet aan de orde.

Pagina 4

1.3.

Criteria voor het toetsen van activiteiten in een vormvrije m.e.r-beoordeling

De toets wordt gedaan op basis van dezelfde criteria die ook gelden bij een m.e.r.beoordeling. Deze beoordeling is dus gekoppeld aan de richtlijnen in bijlage III van de Europese Richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie criteria met uitgangspunten per criterium benoemd: kenmerken van de activiteit, plaats van de activiteit en kenmerken van het potentiële effect, zie onderstaande tabel:

1.4.

Leeswijzer

Deze notitie is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 is de plaats van de activiteit en de kenmerken van de activiteit (aard en omvang, wijze van aanleg) beschreven. In hoofdstuk zijn de kenmerken van het potentiële effect van de activiteit beschreven. In hoofdstuk 4 wordt afgesloten met conclusies.

Pagina 5

HOOFDSTUK 2. 2.1.

PLAATS EN KENMERKEN VAN DE ACTIVITEIT

Plaats van de activiteit

Het stationsgebied in Den Helder Zuid ligt aan de rand van het bebouwde gebied van Den Helder. Aan de westzijde ligt het natuurgebied De Nollen, aan de oostzijde de woonwijk De Schooten. Het stationsgebied zelf is in de huidige situatie uitsluitend voorzien van de benodigde infrastructuur behorend bij een station (toegangswegen, pleinen, parkeervoorzieningen, bushaltes, etc).

Afbeelding: huidige situatie gezien vanaf de Nollenzijde (westzijde)

2.2.

Kenmerken van de activiteit

De voorgenomen activiteiten in het stationsgebied bestaan op hoofdlijnen uit het bouwen van 60 woningen, verdeeld over drie blokken. Een blok met eengezinswoningen aan de westzijde en twee appartementengebouwen aan de Schootenzijde (oostzijde). Daarnaast wordt de openbare ruimte rond het station opgewaardeerd en opnieuw ingericht. Om te voldoen aan de benodigde wateropgave wordt extra oppervlaktewater gerealiseerd. Tenslotte wordt de begrenzing van het aangrenzende NNN-gebied (Natuurnetwerk Nederland) aangepast waarbij het NNN-gebied per saldo groter wordt, en langs het NNNgebied een sloot wordt aangelegd zodat dit gebied moeilijker kan worden betreden.

Pagina 6

Bij de kenmerken van de activiteit dient het volgende in overweging te worden genomen bij de beantwoording van de vraag of sprake kan zijn van aanzienlijke negatieve milieugevolgen: - de kenmerken en omvang van het project; - het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; - de productie van afvalstoffen; - verontreiniging en hinder en risico van ongevallen. De activiteit heeft betrekking op het bouwen van 60 woningen, het herinrichten van de openbare ruimte rond het station (parkeervoorzieningen, pleinen, voet- en fietspaden, water, etc). De voorgenomen herinrichting van de openbare ruimte is op grond van het bestemmingsplan al mogelijk, de bouw van woningen en de herbegrenzing van het NNNgebied niet. Het toevoegen van de 60 woningen verspreid over het plangebied aan de rand van de bestaande woonwijk De Schooten is niet aan te merken als een ‘bijzondere omstandigheid’ waar op voorhand belangrijke negatieve milieugevolgen aan kunnen worden gekoppeld. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en de productie van afvalstoffen leidt ook niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De kwaliteit van de gebouwde voorzieningen zal voldoen aan het wettelijke kader van het Bouwbesluit en bij de aanleg van de openbare ruimte wordt waar mogelijk uitgegaan van duurzame materialen.

Ook ten aanzien van de twee laatste aspecten ‘verontreiniging en hinder’ en ‘risico van ongevallen’ zijn geen bijzondere omstandigheden aan te wijzen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De bouw van de woningen en de herinrichting van de openbare ruimte op zich leidt gerelateerd aan de gangbare bouwen aanlegprocessen, niet tot ernstige verontreiniging of hinder dan wel risico van ongevallen. Er is in dit opzicht dan ook geen sprake van belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu. Vastgesteld kan worden dat de voorgenomen ontwikkelingen rond station Den Helder Zuid gezien de kenmerken ervan, geen belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu hebben. 2.3.

Cumulatie met andere projecten

In de nabijheid van station Den Helder Zuid zijn geen (grote) ontwikkelingen en/of projecten waarvoor zou moeten worden bezien of er sprake is van gecumuleerde effecten.

Pagina 7

HOOFDSTUK 3.

KENMERKEN VAN HET POTENTIËLE EFFECT

Uitgangspunt is bouwen van 60 woningen, verdeeld over drie bouwblokken. Aan de Nollenzijde (westzijde) worden 15 eengezinswoningen met bijbehorende parkeervoorzieningen gebouwd in drie bouwlagen. Aan de Schootenzijde (oostzijde) wordt een appartementengebouw met 12 appartementen (4 bouwlagen plus een kap, boven een gebouwde parkeervoorziening) en een appartementengebouw met 33 appartementen (6 bouwlagen plus kap boven een gebouwde parkeervoorziening) gebouwd. De voor de woningen benodigde parkeervoorzieningen kunnen inpandig worden gerealiseerd, alleen voor het appartementengebouw van 33 appartementen worden 10 parkeervakken langs de openbare weg gerealiseerd voor bezoekers. De herinrichting van het openbare gebied bestaat uit het verplaatsen van parkeervoorzieningen (voor gebruikers van het station) aan de Schootenzijde, het realiseren van openbare (plein) ruimte behorend bij het station met ondermeer fietsenstallingen en kiss & ride plekken. Daarnaast wordt extra oppervlaktewater toegevoegd in de vorm van vijvers in het groen aan de Schootenzijde, een nieuwe waterpartij bij de eengezinswoningen en een nieuwe watergang aan de Nollenzijde, als afscheiding van het naastgelegen NNN-gebied. Door het toevoegen van woningen in het gebied en daarmee ‘ogen op straat’ wordt de sociale veiligheid vergroot. 3.1.

Verkeer en parkeren

Verkeer De voorgenomen ontwikkelingen van het Stationsgebied Den Helder Zuid leiden niet tot een wijziging van de hoofdwegenstructuur. De nieuwe woningen aan de Nollenzijde worden ontsloten via de Burgemeester Ritmeesterweg, de nieuwe appartementen aan de Schootenzijde worden ontsloten via deze woonwijk. De betreffende wegen hebben voldoende capaciteit om het extra verkeer te verwerken. Zoals in de parkeernota is aangegeven moet voor Den Helder worden uitgegaan van de omgeving "sterk stedelijk". Het gebied rondom station Den Helder Zuid is onderdeel van de omgeving "rest bebouwde kom". Voor eengezinswoningen (koop, tussen/hoek) moet worden uitgegaan van gemiddeld 7,1 voertuigbeweging per woning per etmaal. Voor appartementen (koop, etage, midden) is dit gemiddeld 5,6 voertuigbeweging per woning per etmaal. Voor de 15 eengezinswonigen is de verkeersgeneratie daarmee 107 voertuigen per etmaal, voor de 45 appartementen is dat 252 voertuigbewegingen, in totaal 359 voertuigbewegingen per etmaal voor de nieuwe situatie met 60 woningen. Parkeren In de huidige situatie is maaiveldparkeren ten behoeve van de gebruikers van het station. In de nieuwe situatie blijven deze gehandhaafd. Voor de woningen wordt gebouwd parkeren onder de gebouwen gerealiseerd waarmee in de parkeerbehoefte kan worden voorzien. Alleen voor het zuidelijke blok aan de Schootenzijde (33 appartementen) moeten voor

Pagina 8

bezoekers 10 parkeervakken aan de openbare weg (Landmeterweg) worden gerealiseerd. Deze weg heeft voldoende breedte om deze extra parkeervakken te kunnen realiseren. Conclusie Er wordt geconcludeerd dat er ten aanzien van het aspect verkeer en parkeren geen belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu verwacht worden. 3.2.

Luchtkwaliteit

Kader In de Wet Milieubeheer (Wm) zijn de belangrijkste wet- en regelgeving voor het milieuaspect luchtkwaliteit vastgelegd. Een bestuursorgaan kan een besluit, dat gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit nemen wanneer aan één of meer van de grondslagen wordt voldaan genoemd in artikel 5.16 van de Wm. De concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) zijn maatgevend voor de beoordeling van de luchtkwaliteit. In het ‘Besluit niet in betekende mate bijdragen’ is bepaald dat een project ‘niet in betekende mate’ kan bijdragen aan de luchtkwaliteit. Indien dit het geval is dan hoeft er geen toetsing aan de grenswaarden plaats te vinden. Daarbij is de grens gesteld op een toename van de concentratie stikstofdioxide en fijn stof van maximaal 3% als gevolg van de nieuwe ontwikkeling. Bij een bouwprogramma van maximaal 1.500 woningen of 100.000 m2 kantoren (bij één ontsluitingsweg) of een combinatie van beiden is er sprake van ‘niet in betekende mate’ bijdragen. Situatie Den Helder Zuid Uitgaande van de toename van 60 woningen dat leidt tot een toename van maximaal 359 voertuigbewegingen, kan worden vastgesteld dat de effecten op de luchtkwaliteit verwaarloosbaar klein en niet in betekenende mate zijn, zie onderstaande tabel.

Pagina 9

Conclusie De bouw van 60 woningen bij station Den Helder Zuid leidt niet tot overschrijding van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit worden geen belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu verwacht. 3.3.

Externe veiligheid

Kader Externe veiligheid gaat als milieuthema in op de kans en de bijbehorende effecten van een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Hierbij kan het gaan om opgeslagen stoffen bij onder andere bedrijven en LPG-tankstations, maar ook stoffen die worden getransporteerd over de weg, het water, per spoor of door buisleidingen en luchthavens. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader, voor buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en voor transport het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Daarnaast staan binnen het beleidskader voor externe veiligheid twee kernbegrippen centraal: plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Deze begrippen tonen onderlinge samenhang maar hebben ook wezenlijke verschillen. Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Dit wordt weergeven met een contour, die aangeeft tot waar het risico groter is dan 1 op een miljoen (10-6) per jaar om te komen te overlijden als een fictief persoon het hele jaar zich binnen deze contour bevindt. Binnen deze contour mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn of worden geprojecteerd.

Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep of slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Voor het berekenen van de hoogte wordt gekeken hoeveel mensen op welke afstand tot de risicobron er aanwezig zijn binnen het invloedgebied van de risicobron. Het invloedgebied is een contour vanaf de risicobron, die aangeeft tot waar 1% van de mensen komt te overlijden bij een calamiteit. Voor het GR geldt geen harde normering. Het bevoegd gezag bepaalt of de kans op een ongeval en het potentieel aan slachtoffers voor haar acceptabel is. In het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht, bijvoorbeeld door maatregelen die de zelfredzaamheid bij ongevallen met gevaarlijke stoffen kunnen bevorderen. Situatie Den Helder Zuid Aan de Schootenzijde (oostzijde) ligt een hogedruk aardgasleiding. De appartementen aan deze zijde worden gebouwd binnen de invloedssfeer van deze leiding. Door ingenieursbureau Kragten is een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd (Onderzoek externe veiligheid 27.11.2023).

Uit de berekening met behulp van het programma CAROLA

Pagina 10

blijkt dat voor de beschouwde buisleidingen geen PR 10-6 risicocontour ter hoogte van het plangebied berekend wordt, waardoor dit aspect geen belemmering vormt voor het plan. Uit het onderzoek blijkt dat voor de buisleiding zowel in de huidige als toekomstige situatie het groepsrisico lager is dan de oriënterende waarde (OW) en zelfs lager is dan 0,1 * OW. De planvorming leidt wel tot een rekenkundige toename van de hoogte van het groepsrisico van buisleiding. In artikel 12 lid 3 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen juncto artikel 8 van de Regeling externe veiligheid buisleidingen is opgenomen wanneer sprake is van het verantwoorden van het groepsrisico. In onderhavige situatie is sprake van een beperkte verantwoordingsplicht. In het kader van het bestemmingsplan is hiervoor een verantwoordingsparagraaf opgesteld. Voor een verantwoording van het groepsrisico moet door het bevoegd gezag advies worden gevraagd bij de Veiligheidsregio. Conclusie De bouw van 60 woningen bij station Den Helder Zuid leidt niet tot overschrijding van de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico en een minimale toename van het groepsrisico (oriënterende waarde). Ten aanzien van het aspect externe veiligheid worden geen belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu verwacht. 3.4.

Bodem

Kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Situatie Den Helder Zuid Door Linge Milieu is een verkennend bodemonderzoek gedaan, inclusief asbestinventarisatie (Bodemonderzoek 03.11.2023). In het onderzoek is geconcludeerd dat de kwaliteit van grond en grondwater van het gebied geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling met woningbouw en een herinrichting van het openbare gebied. De plaatselijk licht verhoogde gehaltes zijn geen risico voor de volksgezondheid. Als er grond vrijkomt bij de ontwikkeling, dan kan deze zonder beperkingen op locatie worden hergebruikt. Voor afvoer van grond naar buiten het gebied kan gebruik gemaakt worden van de bodemkwaliteitskaart van omgevingsdienst NHN.

Gemeente Den Helder heeft voor PFAS en grondverzet de bodemkwaliteitskaart geactualiseerd. Conclusie

Pagina 11

Uit het uitgevoerde bodemonderzoek blijkt dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem voldoende is voor het toekomstige gebruik (wonen). Ten aanzien van het aspect bodem worden geen belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu verwacht. 3.5.

Water

Kader De ‘watertoets’ is een instrument dat op een expliciete en evenwichtige wijze de waterhuishoudkundige belangen laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. De watertoets wordt niet achteraf uitgevoerd maar wordt in een zo vroeg mogelijk stadium meegenomen in het proces. Hierbij wordt gekeken naar de huidige en toekomstige situatie en worden eventuele knelpunten en oplossingen aangedragen. Toekomstige ontwikkelingen moeten voldoen aan de waterbergingsnormen. Herinrichting, stedelijke vernieuwing of nieuwbouw moeten daarbij alle mogelijk kansen voor het bergen van extra water benutten. Indien verhard oppervlak toeneemt bij een ontwikkeling dan moet daarvoor extra waterberging worden gerealiseerd. Situatie Den Helder Zuid In het kader van de planvorming is overleg geweest met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK), het voorontwerpbestemmingsplan is ook aan hen voorgelegd voor advies. In de planvorming wordt uitgegaan van het dempen van enkele stukken water en het toevoegen van nieuwe bebouwing en verharding. De te dempen stukken water worden 1-op-1 gecompenseerd met nieuw open water. De toename van verharding en bebouwing blijft (ver) onder de compensatie-grens van 800 m² die HHNK aanhoudt. In totaal bedraagt het nieuwe wateroppervlak ruim 1.500 m2. Dit nieuwe open water staat via duikers in verbinding met elkaar.

In de toekomst wordt onder het spoor een langzaamverkeerstunnel gerealiseerd, met de voorgenomen ingrepen in het waterhuishoudkundige systeem is hiermee al rekening gehouden.

Pagina 12

Conclusie De bouw van 60 woningen en de voorgenomen herinrichting van de openbare ruimte van het stationsgebied Den Helder Zuid leidt niet tot een grote toename van verhard/bebouwd oppervlak waarvoor compensatie nodig is. Het te dempen wateroppervlak wordt wel 1-op-1 gecompenseerd. Ten aanzien van het aspect water worden geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht. 3.6.

Ecologie

Kader De Wet natuurbescherming (Wnb) zorgt ervoor dat nieuwe ontwikkelingen moeten worden getoetst aan de eisen die ervoor zorgen dat er geen verstoring plaatsvindt van Natura 2000-gebieden. Verder regelt de wet soorten bescherming en de bescherming van houtopstanden. Naast de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Dit betreft het 'Natuurnetwerk Nederland’ (NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro). Situatie Den Helder Zuid Soortbescherming Door bureau NL adviseurs is een ecologisch onderzoek uitgevoerd (Ecologisch onderzoek 28.07.2022). In het onderzoek is vastgesteld dat geen beschermde plantsoorten, beschermde vogels, beschermde vissen of reptielen voorkomen. Er zijn (mogelijk) wel vissen, zoogdieren en vogels aanwezig, maar dit betreft vrijgestelde soorten. Er zijn mogelijk beschermde amfibieën en grond- en boombewonende zoogdieren aanwezig. Ook de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen kan niet worden uitgesloten. Vleermuizen In het ecologisch onderzoek is aangegeven dat het bestaande trafogebouw aan de noordwestzijde van het station mogelijk wordt gebruikt als verblijfplaats van vleermuizen. Als dit gebouw zou worden gesloopt zou nader onderzoek nodig zijn. Uitgangspunt in de planvorming is dat dit gebouw blijft staan.

Verder zijn in het gebied geen verblijf- of rustplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Nader onderzoek is daarmee niet nodig. Amfibieën Van de voorkomende amfibieën is alleen de rugstreeppad beschermd, voor de overige soorten geldt een algemene vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie. In het ecologisch onderzoek is geconstateerd dat geschikt voorplantingswater voor rugstreeppadden (ondiepe vegetatierijke poelen en sloten) niet voorkomt in het plangebied. Ook is er geen overwinteringshabitat in het plangebied aanwezig. Voor deze soort geldt een algemene zorgplicht, in dat kader wordt geadviseerd om het werkterrein bij de uitvoering rondom af te zetten met amfibieënschermen. In het kader van het bestemmingsplan is geen aanvullend onderzoek nodig.

Pagina 13

Grond- en boombewonende zoogdieren Onder grondgebonden zoogdieren worden alle zoogdieren met uitzondering van vleermuizen bedoeld. De aanwezigheid van niet-vrijgestelde nationaal beschermde soorten vanuit bijlage A van de Wet natuurbescherming kan worden uitgesloten. Essentieel leefgebied voor bijvoorbeeld de boommarter, bunzing en wezel is niet aanwezig. Vaste rust- en verblijfplaatsen zijn afwezig. Het grasland in het zuidwesten van het plangebied is mogelijk foerageergebied, maar door de ligging naast het duinlandschap De Nollen is dit grasland geen essentieel foerageergebied voor de bunzing of wezel. In het kader van het bestemmingsplan is geen aanvullend onderzoek nodig. Gebiedsbescherming Door Sweco is een stikstofonderzoek uitgevoerd (Onderzoek stikstofdepositie 08.11.2023). In het onderzoek is geconcludeerd dat ten gevolge van de planontwikkeling tijdens de realisatiefase en gebruiksfase geen toenamen van de stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar zullen zijn. Hiermee zijn significante effecten op stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden van soorten ten gevolge van stikstofdepositie uitgesloten en kan het plan voor wat betreft het aspect stikstofdepositie worden vastgesteld. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten op beschermde natuurgebieden (Natura 2000, NNN-gebieden).

Ten aanzien van het aspect ecologie worden geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht. 3.7.

Archeologie en cultuurhistorie

Kader De Nederlandse bodem zit vol met archeologische waarden. Met de ondertekening van het Europese verdrag van Valletta in 1992, een verdrag over behoud en beheer van het archeologische erfgoed, hebben de lidstaten zich tot doel gesteld het bodemarchief te beschermen. Met ingang van 1 september 2007 is het Verdrag van Valletta geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving door middel van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz), waardoor het verdrag een juridisch fundament kreeg. Situatie Den Helder Zuid In en rond het plangebied zijn overeenkomstig de Informatiekaart landschap en cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland geen cultuurhistorische waardevolle elementen te verwachten. Op de Informatiekaart landschap en cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland zijn "regio's met een archeologisch belang" aangewezen. Het gebied van en rondom station Den Helder Zuid is daar geen onderdeel van. Ook zijn er geen archeologische monumenten aanwezig. In het geldende bestemmingsplan "Huisduinen en de Stelling 2015" is in het plangebied geen archeologische dubbelbestemming opgenomen, wel net buiten het plangebied, bij het

Pagina 14

natuurgebied aan de noordwestzijde. Ook bij het aangrenzende bestemmingsplan De Schooten (2012) aan de oostzijde zijn geen archeologische dubbelbestemmingen van kracht. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Den Helder (2017) heeft het gebied een ‘archeologische verwachting’ en geldt voor bodemingrepen van 500 m² of meer in combinatie met ingrepen dieper dan 3m in de bodem een onderzoeksplicht. De woongebouwen worden gebouwd op een halfverdiepte parkeergarage. In het kader van het bestemmingsplan wordt nog een archeologisch bureau onderzoek uitgevoerd. Daarin zal worden vastgesteld of voor de voorgenomen ontwikkelingen op deze specifieke plek nader onderzoek nodig zal zijn. Ondanks dat kan worden vastgesteld dat er op voorhand, gelet op de aard en omvang van de ingreep, geen sprake zal zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Conclusie Ten aanzien van het aspect archeologie en cultuurhistorie worden geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht. 3.8.

Geluid

Kader In de Wet geluidhinder zijn geluidsnormen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai opgenomen. Wanneer er een nieuwe geluidsgevoelige functie wordt gerealiseerd op een locatie waar momenteel geen geluidsgevoelige functie aanwezig of toegestaan is en deze locatie binnen de geluidszones van industrie, rail- of wegverkeer valt dient middels een akoestisch onderzoek onderzocht te worden of de geluidniveaus in relatie tot de geluidgevoelige functie aanvaardbaar zijn. Situatie Den Helder Zuid De nieuwe woningen worden gerealiseerd binnen de geluidzone van het spoor AlkmaarDen Helder en omliggende stedelijke wegen. Akoestisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van het bestemmingsplan (Kragen BV, Akoestisch onderzoek 07.12.2023). Voor de realisatie van de nieuwe woningen bij Den Helder Zuid zullen hogere waarden moeten worden vastgesteld voor zowel het wegverkeerslawaai (51 dB) als het spoorweglawaai (61 dB). De maximale ontheffingswaarden worden niet overschreden, er zijn dus geen dove gevels of vergelijkbare voorzieningen nodig. Conclusie De voorkeurgrenswaarde voor de nieuwe woningen wordt overschreden, de maximale ontheffingswaarde niet. Hiervoor is een hogere waarde procedure nodig die parallel aan het ontwerpbestemmingsplan zal worden gevoerd. Ten aanzien van het aspect geluid worden echter geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht.

Pagina 15

3.9.

Bedrijven en milieuzonering

Aan de zuidoostzijde van het plangebied (Landmeterweg) is een aantal bedrijven gevestigd. Deze bedrijven mogen overeenkomstig het geldende bestemmingsplan maximaal milieucategorie 2 bedrijven zijn. Conform de VNG-richtlijn (Bedrijven- en milieuzonering) geldt voor categorie-2 bedrijven een richtafstand van 30 meter tot woningen in een ‘rustige woonwijk’. Met deze richtafstand is er sprake van een goed woon- en leefklimaat. De afstand tussen de bedrijfspercelen en het te realiseren appartementengebouw aan die zijde bedraagt circa 30 meter waarmee aan de richtafstand kan worden voldaan. Conclusie Ten aanzien van het aspect bedrijven en milieuzonering worden geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht.

3.10.

Trillingen

Door DGMR is een trillingenonderzoek uitgevoerd. Tijdens de uitgevoerde trillingsmetingen bij Den Helder Zuid zijn op beeld geen goederentreinen waargenomen. Wel zijn er in de nachtperiode treinen voorbijgekomen met weinig verlichting waaronder mogelijk locs, werktreinen en leeg reizigersmaterieel. De invloed daarvan is dus meegenomen in de metingen. Qua trillingsopwekking zijn echter de intercitytreinen maatgevend gebleken. De hoogste trillingen zijn daarbij afkomstige van de intercity's in noordelijke richting. De reden waarom deze meer trillingen opwekken dan de zuidgaande treinen is niet duidelijk geworden, maar voor het project ook minder van belang. De trillingsprognoses gebaseerd op de gedane trillingsmetingen laten zien dat in zowel de eengezinswoningen aan de westkant van het spoor alsook de appartementengebouwen aan de oostkant voldaan kan worden aan de streefwaarden uit de SBR-B. Conclusie Ten aanzien van het aspect trillingen worden geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht.

Pagina 16

HOOFDSTUK 4.

CONCLUSIE

De voorgenomen activiteiten in het stationsgebied bestaan op hoofdlijnen uit het bouwen van 60 woningen, verdeeld over drie blokken. Een blok met eengezinswoningen aan de westzijde en twee appartementengebouwen aan de Schootenzijde (oostzijde). Daarnaast wordt de openbare ruimte rond het station opgewaardeerd en opnieuw ingericht. Om te voldoen aan de benodigde wateropgave wordt extra oppervlaktewater gerealiseerd. Tenslotte wordt de begrenzing van het aangrenzende NNN-gebied (Natuurnetwerk Nederland) aangepast waarbij het NNN-gebied per saldo groter wordt, en langs het NNNgebied een sloot wordt aangelegd zodat dit gebied moeilijker kan worden betreden. Uit de voorgaande paragrafen blijkt dat de effecten van de voorgenomen ontwikkeling lokaal optreden. Wezenlijke cumulatieve effecten met andere ruimtelijke ontwikkelingen zijn niet te verwachten. Voor de voorgenomen activiteit geldt dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen verwacht worden. Er is dan ook geen aanleiding om een m.e.r.-procedure te voeren voor deze ontwikkeling.

Pagina 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/2149/documents/23124