CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsplan Toezicht en Handhaving Wmo en Jeugdwet Kop-gemeenten 2024.pdf

Gemeenteraad 10 juni 2024, gemeente Den HelderBij agendapunt: 19: Voorstel tot het vaststellen van het Beleidsplan Toezicht en Handhaving Wmo en Jeugdwet Kop-gemeenten 2024.7.308 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsplan Toezicht en Handhaving Wmo en Jeugdwet KOP-gemeenten 2024

Beleidsplan Toezicht en Handhaving KOP van Noord-Holland (Versie 20240102 - CONCEPT)

1

Inhoud Lijst van veelgebruikte begrippen .......................................................................................... 3 1

2

Inleiding ......................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding .............................................................................................................. 5

1.2

Wat is toezicht en handhaving? .............................................................................. 5

1.3

Doelstelling van toezicht en handhaving ................................................................. 5

1.4

Reikwijdte toezicht- en handhavingsbeleid ............................................................. 5

1.5

Beleidsambities toezicht en handhaving in de KOP van Noord-Holland................... 6

Landelijke en regionale kaders....................................................................................... 8 2.1

Landelijk wettelijke kaders ...................................................................................... 8

2.2

Taken en bevoegdheden toezichthouders .............................................................. 9

2.3

Handhavingsinstrumenten ..................................................................................... 9

2.4

Privacy en gegevensuitwisseling ...........................................................................10

3

Samenwerking ..............................................................................................................13

4

Toezicht en handhaving ................................................................................................14 4.1

Cirkel van naleving ................................................................................................14

4.2

Kwaliteitskader en niveaus van handhaving ..........................................................15

4.3

Afwegingskader ....................................................................................................15

4.4

Werkwijze toezichthouders....................................................................................15

4.5

Handhavingsmatrix ...............................................................................................16

4.4

Prioritering in toezicht en handhaving ....................................................................18

4.5

Toepassen interventies: taken en bevoegdheden ..................................................18

Openbaarmaking van rapport van bevindingen toezichthouder Wmo 2015 .......................19 5

Implementatie, monitoring en evaluatie .........................................................................20 5.1

Implementatie .......................................................................................................20

5.2

Monitoring .............................................................................................................20

5.3

Evaluatie ...............................................................................................................20

Beleidsplan Toezicht en Handhaving KOP van Noord-Holland (Versie 20240102 - CONCEPT)

2

Lijst van veelgebruikte begrippen • •

•

•

• • • • • •

• •

•

•

• • •

Algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten gericht op maatschappelijke ondersteuning die zonder indicatie beschikbaar is. Cliëntenstop: er worden geen nieuwe cliënten verwezen naar de gecontracteerde of PGBaanbieder, bestaande cliënten kunnen gebruik blijven maken van de diensten van de aanbieder. Exploitatieverbod: de gecontracteerde aanbieder of PGB-aanbieder mag geen zorg en ondersteuning meer bieden aan cliënten, bestaande cliënten wordt een andere (tijdelijke) aanbieder aangewezen en betaling wordt per direct stopgezet aan de aanbieder. Fout: het onbedoeld onjuist handelen en daarmee oneigenlijk gebruik maken van maatwerkvoorzieningen, individuele voorzieningen of pgb’s als gevolg van onduidelijkheid, vergissing of onoplettendheid. Fraude: het opzettelijk onjuist handelen, en daarmee handelen in strijd met de regelgeving, met het oogmerk op eigen of andermans (financieel) gewin. Gecontracteerde aanbieder: aanbieder die na een aanbesteding een contract is gegund. IGJ : Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Invordering: het daadwerkelijk in laten leveren c.q. terug laten betalen van de ten onrechte ontvangen voorzieningen of PGB. KOP-gemeenten: Gemeenten die samenwerken in de Kop van Noord-Holland: Den Helder, Hollands kroon, Schagen en Texel.

Last onder bestuursdwang: een last tot het geheel of gedeeltelijk herstellen van de overtreding en de bevoegdheid van het bestuursorgaan zelf over te gaan tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, op kosten van de overtreder, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. Last onder dwangsom: een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding en de verplichting tot betalen van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. Maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een cliënt afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen. Meldpunt kwaliteit en rechtmatigheid: meldpunt waar inwoners signalen over onvoldoende kwaliteit, oneigenlijk gebruik, niet integer handelen en fraude kunnen melden in het kader van uitvoering van de Wmo 2015 en Jeugdwet. Niet-integer handelen: Misbruik maken van voorkennis, persoonlijke en medische informatie van cliënten. Zich laten beïnvloeden in zijn oordeel als gevolg van een persoonlijke relatie, sociale status, uiterlijk, sekse en bevolkingsgroep.

Iemand te bewegen door bedreiging, het aanbieden van geld of diensten of andere voordelen, door het uitoefenen van lichamelijke of psychische druk, dan wel het hanteren van listige kunstgrepen of door een samenweefsel van verdichtsels, met als doel een maatwerkvoorziening, individuele voorziening of overeenkomst te verkrijgen op grond van de Wmo 2015 en/of Jeugdwet. Onrechtmatig: in strijd met geldende wet- en/of regelgeving. Onverschuldigde betaling: zonder rechtsgrond verstrekken of leveren van een prestatie, betaling of goed. PGB: persoonsgebonden budget.

Beleidsplan Toezicht en Handhaving KOP van Noord-Holland (Versie 20240102 - CONCEPT)

3

•

• •

• •

PGB-aanbieder: een derde die in opdracht van een cliënt dan wel diens vertegenwoordiger diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een individueledan wel maatwerkvoorziening behoren uitvoert. Terugvordering: Vordering tot inleveren of terugbetalen van ten onrechte ontvangen voorzieningen of PGB. Toezichthouder: door college aangestelde ambtenaar voor het houden van toezicht op de kwaliteit (Wmo 2015) en de rechtmatigheid (Wmo 2015 en Jeugdwet) bij contracteerde aanbieders en PGB- aanbieders. Voorziening: maatwerkvoorzieningen, individuele voorzieningen, algemene voorzieningen en zorg en ondersteuning verleent door PGB- aanbieders. ZIN: Zorg in natura. Zorg geleverd door een gecontracteerde aanbieder.

Beleidsplan Toezicht en Handhaving KOP van Noord-Holland (Versie 20240102 - CONCEPT)

4

1 Inleiding 1.1 Aanleiding Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het bieden van passende zorg aan inwoners die dit nodig hebben in het kader van de Jeugdwet en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Ook zijn de gemeenten sinds 2015 verantwoordelijk voor het houden van toezicht op de naleving van deze wetten. Het verschilt per wet waar de gemeente toezicht op mag/kan houden. In de regio KOP van Noord-Holland werken de vier gemeenten Den Helder, Hollands Kroon, Schagen en Texel, soms in verschillende samenstellingen, samen op vele terreinen waaronder de aanbesteding en inkoop van zorg en ondersteuning op grond van de Wmo ede Jeugdwet. Deze regionale samenwerking zal in 2024 verankerd worden in een nieuw op te richten regionale organisatie die de haar toegewezen regionale taken voor de vier gemeenten zal uitvoeren. De regionale samenwerking zal mede gebaseerd zijn op de in 2024 vast te stellen Regiovisie Sociaal Domein Kop van Noord-Holland. Naar verwachting wordt ook de samenwerking in het toezicht houden op en handhaven van de kwaliteit en rechtmatigheid van de geboden zorg en ondersteuning bij regionale organisatie belegd. Los van de te kiezen organisatievorm is reeds besloten dat toezicht en handhaving regionaal zal worden uitgevoerd.

1.2 Wat is toezicht en handhaving? Alvorens verder in te gaan op de doelstelling van toezicht en handhaving wordt eerst nader ingegaan op wat precies onder toezicht en handhaving Wmo en Jeugdwet wordt verstaan. Toezicht betreft alle activiteiten die worden ondernomen om te onderzoeken of wordt voldaan aan de gestelde kwaliteits- en rechtmatigheidseisen. De activiteiten zijn gericht op het verzamelen van informatie, het vormen van een oordeel en op basis daarvan besluiten welke interventie wordt ingezet. Het doel van toezicht is het bevorderen van de naleving van de gestelde regels. Met handhaving wordt hierna bedoeld het toepassen c.q. uitvoeren van de gekozen interventie. Door inzet van interventies wordt beoogd de kwaliteit te verbeteren en een einde te maken aan ongewenste situaties.

1.3 Doelstelling van toezicht en handhaving Het toezicht- en handhavingsbeleid is één van de middelen die wij willen inzetten om te voorkomen dat budgetten voor jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning onnodig worden belast door onjuist (waaronder onrechtmatig) gebruik. Ook willen wij kwetsbare inwoners beschermen tegen zorgaanbieders die kwalitatief onvoldoende ondersteuning leveren, misbruik maken van cliënten en/of frauderen met gemeenschapsgeld. Bovenal willen we met positief en proactief toezicht er preventief voor zorgen dat handhavingsmaatregelen tot een minimum kunnen worden beperkt.

1.4 Reikwijdte toezicht- en handhavingsbeleid De samenwerking binnen de regio KOP van Noord-Holland betreft onder meer inkoop, financiën en contractmanagement. Toezicht en handhaving was tot heden een lokale aangelegenheid die door de vier gemeenten op verschillende wijze werd uitgevoerd. In september 2023 is in het Regionaal Management Overleg (RMO) besloten om de regionale samenwerking bij toezicht en handhaving middels een op te stellen beleidsplan inhoud te geven en op basis van dat plan de regionale organisatie ervan verder vorm te geven. Dit toezicht- en handhavingsbeleid is daarom opgesteld in afstemming met de vier KOP-gemeenten en zal daarmee ook in deze gemeenten, Beleidsplan Toezicht en Handhaving KOP van Noord-Holland (Versie 20240102 - CONCEPT)

5

na goedkeuring in de lokale colleges van B&W en gemeenteraden, van toepassing worden.

1.5 Beleidsambities toezicht en handhaving in de KOP van Noord-Holland Het hierna verder uitgeschreven beleidsplan is gebaseerd op onderstaande ambities die voortkomen uit de verschillende beleidsplannen die zowel lokaal, regionaal als landelijk van toepassing zijn op het sociaal domein in de vier gemeenten. De verdere toelichting en uitwerking van deze beleidskeuzes staan in de volgende hoofdstukken dan wel zullen in het vervolg verder worden uitgewerkt. • • •

•

•

• •

• • • •

• •

Onze grootste prioriteit ligt bij het beschermen van onze (meest) kwetsbare inwoners. Toezichthouders en handhavers zijn aangesteld door de individuele gemeenten en werken samen in en voor de regio. Alvorens een aanbieder wordt gecontracteerd wordt getoetst of de aanbieder voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen (nader uit te werken). Alleen zorgaanbieders die voldoen aan de gestelde eisen kunnen een contract afsluiten. Dit geldt voor elk soort contract dat met een aanbieder wordt afgesloten contract (meerjarig, eenmalig etc.). We werken volgens de cirkel van naleving: door goede communicatie en dienstverlening voorkomen we zoveel mogelijk fouten en fraude. Daarmee heeft toezicht en handhaving ook een preventieve werking. We controleren periodiek en wanneer er sprake is van onrechtmatig gebruik sanctioneren wij op maat. We houden toezicht op de kwaliteit van de verstrekte voorzieningen op grond van de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Met voorzieningen wordt bedoeld: maatwerkvoorzieningen, individuele voorzieningen, algemene voorzieningen en zorg en ondersteuning verleend door PGB-aanbieders. We houden toezicht of de verstrekte voorzieningen, middelen en persoonsgebonden budgetten op grond van de Wmo 2015 en Jeugdwet worden ingezet daar waarvoor ze zijn bedoeld. Ons toezicht is proportioneel en conform de wettelijke kaders. Toezicht en handhaving zijn organisatorisch gescheiden.

Toezicht wordt primair uitgevoerd door de toezichthouders. Contractmanagers hebben daarbij een signalerende rol. Handhaving geschiedt onder meer door de contractmanagers, sociaal rechercheurs en juristen. Minimaal één functionaris zal worden ingezet voor het opsporen van strafbare feiten. Daarbij wordt waar mogelijk ook aangesloten bij de inzet van de sociaal rechercheurs in de Kop. Bij een onderzoek naar kwaliteit én rechtmatigheid bij dezelfde aanbieder zullen twee verschillende toezichthouders worden ingezet. Bij het uitvoeren van het toezicht zijn het op te stellen kwaliteitskader sociaal domein, het bijbehorend toetsingskader en met aanbieders afgesloten overeenkomsten van toepassing. Bij inkoop en contractering wordt minimaal opgenomen: o Het kwaliteits- en toestingskader. o De ten aanzien van rechtmatigheid te stellen eisen. o Een integriteitsclausule. o Een clausule voor winstmaximalisatie. o Een kan-bepaling Bibob. o Eisen ten aanzien van rapportage door aanbieders over kwaliteit en rechtmatigheid. Toezicht en handhaving zijn gericht op (kwaliteits-) verbetering bij de zorgaanbieders. Daarnaast draagt toezicht en handhaving bij aan de rechtmatige en doelmatige besteding van zorgmiddelen. Er wordt integraal samengewerkt met alle partners die een wettelijke rol hebben binnen toezicht en handhaving op de Wmo 2015 en Jeugdwet.

Beleidsplan Toezicht en Handhaving KOP van Noord-Holland (Versie 20240102 - CONCEPT)

6

•

•

• •

•

•

• • •

Wanneer een toezichthouder constateert dat niet aan de kwaliteitseisen wordt voldaan en/of er sprake is van onrechtmatigheden wordt overgegaan tot handhaving. In de handhavingsmatrix (Paragraaf 4.5) zijn de verschillende handhavingsinterventies opgenomen die kunnen worden ingezet. De handhavingsmatrix is niet bedoeld als statisch “stappenplan”. Per casus wordt bekeken welke interventie(s) op korte en langere termijn het meest effectief is/zijn. Het afwegingskader dat is opgenomen in het toetsingskader geldt hiervoor als basis. Afhankelijk van het handhavingsniveau worden één of meer functionarissen aangewezen die verantwoordelijk zijn voor het (namens het college van B&W) besluiten tot inzet van de interventie. Deze functionarissen worden door alle gemeenten gemandateerd voor de toepassing van de betreffende interventie. Bij zware fraude wordt altijd het Openbaar Ministerie ingeschakeld. Er wordt programmatisch gehandhaafd. Jaarlijks wordt op basis van een risico- en doelgroepenanalyse het toezicht- en handhavingsprogramma voor het komende kalenderjaar bepaald. Binnen dit programma blijven er in onderlinge afstemming capaciteit en middelen beschikbaar voor individuele speerpunten van gemeenten en het oppakken van lokale signalen. De toezichthouders hebben een min of meer onafhankelijke positie ten opzicht van de gemeenten waarvoor ze werken.

Het jaarlijkse toezicht- en handhavingsprogramma wordt aan de individuele colleges van B&W en de gemeenteraden ter informatie voorgelegd. Eventuele daaruit voortvloeiende opmerkingen worden in overweging genomen. Jaarlijks wordt ook aan de individuele colleges van B&W en de gemeenteraden gerapporteerd over de voortgang. Eventuele daaruit voortvloeiende opmerkingen worden in overweging genomen als aandachtspunten voor het lopende en/of komende jaarprogramma. Inwoners kunnen via een op te zetten ‘Meldpunt kwaliteit en rechtmatigheid’ signalen doorgeven wanneer zij denken dat een zorgaanbieder een fout maakt, fraude pleegt of onvoldoende kwaliteit biedt. Voor het oppakken van signalen stellen wij een wegingsmodel vast. Aan de hand van een aantal wegingsfactoren wordt bepaald of er een toezichtstraject wordt opgestart en met welke prioriteit. Bij het maken van keuzen ten aanzien van toezicht en handhaving is het Voorstel RMO Toezicht en Handhaving 202309 als vertrekpunt genomen en daarbij de daaraan ten grondslag liggende documenten: o Uitgangspunten Toezicht en Handhaving 2023. o VWS en VNG WMO-toezicht-Kwaliteitstoezicht.

Beleidsplan Toezicht en Handhaving KOP van Noord-Holland (Versie 20240102 - CONCEPT)

7

2 Landelijke en regionale kaders 2.1 Landelijk wettelijke kaders Wet maatschappelijke ondersteuning De gemeente moet op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (nader genoemd Wmo 2015) zorgdragen voor maatschappelijke ondersteuning en voor de kwaliteit en continuïteit van de voorzieningen. Onder maatschappelijke ondersteuning wordt verstaan: 1. Bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld. 2. Ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie van personen met een fysieke beperking en/of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving. 3. Bieden van beschermd wonen en opvang. Hoe de gemeente uitvoering geeft aan haar opdracht legt het college van burgemeester en wethouders (hierna de regels zijn vastgelegd die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het periodiek beleidsplan. In deze verordening moeten ook de kwaliteitseisen aan de voorzieningen worden opgenomen en regels ter ‘bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet. De gemeente moet er dus op toezien dat de wet wordt nageleefd.

Dit betreft zowel de kwaliteit van de voorzieningen als het rechtmatig gebruik van de voorzieningen. Om hierop toe te zien wijst het college van B&W toezichthouders aan. Deze toezichthouders zijn vervolgens belast met het houden van toezicht op de naleving van de Wmo 2015, de gemeentelijke verordening en de voorwaarden die zijn opgenomen in de overeenkomst met de aanbieder om te voldoen aan de wettelijke regels en gemeentelijke verordening. Jeugdwet Ingevolge de Jeugdwet moet een gemeente periodiek beleid opstellen inzake ‘preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering’. Het college van B&W is verantwoordelijk voor: 1. Kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod. 2. Aanbod jeugdhulp op laagdrempelige en herkenbare manier. 3. Deskundig advies voor degenen die beroepsmatig met jeugdigen werken. 4. Voorzien in maatregelen om kindermishandeling te bestrijden. 5. Toegankelijke jeugdhulp na verwijzing door huisarts, medisch specialist en jeugdarts. Waar in de Wmo 2015 de gemeente verantwoordelijk is gemaakt voor het toezicht en handhaving op de kwaliteit van de voorzieningen, heeft de wetgever voor de Jeugdwet een andere keuze gemaakt. De Jeugdwet bepaalt dat de IGJ verantwoordelijk is voor het onderzoeken van de kwaliteit van o.a. jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen.

De gemeente is bevoegd tot het bestrijden van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of persoonsgebonden budget en misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet. Hiertoe moet de gemeenteraad regels opnemen in een verordening. De Jeugdwet kent, anders dan de Wmo 2015, geen verplichting om een toezichthouder aan te stellen voor het houden van toezicht op de naleving van de wet en de verordening, maar sluit dit ook niet uit. In de verordening dient hiervoor een grondslag te worden opgenomen. Beleidsplan Toezicht en Handhaving KOP van Noord-Holland (Versie 20240102 - CONCEPT)

8

Regeling Jeugdwet De gemeente heeft op grond van de Jeugdwet de bevoegdheid c.q. opdracht om ‘het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget, alsmede misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet te bestrijden. De gemeente heeft voortvloeiend uit deze opdracht de verantwoordelijkheid om te borgen dat de betalingen die aan jeugdhulpaanbieders – binnen de afgesloten overeenkomsten – plaatsvinden rechtmatig zijn en dat de zorg doelmatig wordt geleverd. Om dit te controleren heeft de gemeente een aantal instrumenten die zijn vastgelegd in de Regeling Jeugdwet: formele controle, materiële controle, detailcontrole en fraudeonderzoek. De Regeling Jeugdwet bepaalt ook onder welke voorwaarden deze instrumenten kunnen worden ingezet. Hoofdstuk 5, titel 5.2 Algemene Wet Bestuursrecht In hoofdstuk 5, titel 5.2. van de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) zijn de algemene bepalingen voor toezichthouders vastgelegd. Onder een toezichthouder wordt verstaan: ‘een persoon, bij of krachtens wettelijk voorschrift belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift. In de Wmo 2015 is expliciet vastgelegd dat het college van B&W een toezichthouder aanwijst voor het houden van toezicht op de naleving van de Wmo 2015.

De gemeenteraad kan in de verordening op grond van de Jeugdwet een toezichthouder aanwijzen voor de controle op rechtmatigheid. Bij het vastleggen van de taken en bevoegdheden van de toezichthouder moet titel 5.2. van de Awb in acht worden genomen. Wetboek van Strafvordering en aanverwante regelingen Een gemeente kan ervoor kiezen om een toezichthouder voor de verordening op grond van de Wmo 2015 en/of Jeugdwet ook aan te stellen als buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA). Er zal minimaal één functionaris belast worden met de opsporing van strafbare feiten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de opsporing van fraude. De grondslag voor het aanstellen van een dergelijke functionaris ligt in het Wetboek van Strafvordering.

2.2 Taken en bevoegdheden toezichthouders De taken en bevoegdheden van de gemeentelijke toezichthouders zijn vastgelegd in de Wmo 2015 en de Awb. Op grond van de Jeugdwet is de gemeente alleen bevoegd tot het bestrijden van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of persoonsgebonden budget en misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet. Er is geen verplichting opgenomen in de Jeugdwet om hiervoor een toezichthouder aan te wijzen, maar de Jeugdwet sluit dit ook niet uit. De Wmo 2015 kent wel een wettelijke verplichting tot het aanstellen van een toezichthouder. Deze toezichthouder is in ieder geval verantwoordelijk voor het calamiteitentoezicht, omdat aanbieders iedere calamiteit of geweldpleging bij het verstrekken van een voorziening dienen te melden bij de toezichthoudende ambtenaar. Daarnaast heeft de gemeente de vrijheid om zelf te bepalen welke verantwoordelijkheden de toezichthouder heeft. Bij de implementatie van dit beleidsplan zullen de taken van de toezichthouders en de regionale samenwerking verder worden gedetailleerd.

2.3 Handhavingsinstrumenten De toezichthouders controleren bij de Wmo 2015 op de naleving van de kwaliteitseisen en rechtmatigheid en treden op bij calamiteiten en incidenten. In geval van de Jeugdwet controleren de toezichthouders de rechtmatigheid. Bij de verdere uitwerking van dit beleid zal ook bezien worden welke taken de lokaal aangestelde toezichthouders in de regio zullen krijgen in een Beleidsplan Toezicht en Handhaving KOP van Noord-Holland (Versie 20240102 - CONCEPT)

9

mogelijke samenwerking met het IGJ bij het beoordelen van de kwaliteit van de jeugdhulp. Wanneer wordt geconstateerd dat niet aan de kwaliteitseisen is voldaan of niet rechtmatig is gehandeld zijn er uiteindelijk verschillende mogelijkheden voor het college van B&W om handhavend op te treden: -

Bestuursrechtelijk • •

• • •

-

Civielrechtelijk (van toepassing bij Jeugdwet en Wmo 2015) • •

-

Herzien of intrekken van het besluit tot verstrekken van een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget (artikel 2.3.10 Wmo 2015, artikel 8.1.4. lid 1 Jeugdwet). Terugvordering (geheel of gedeeltelijk) van de geldwaarde van de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget (artikel 2.4.1. Wmo 2015, artikel 8.1.4. lid 3 Jeugdwet). Het toegekende persoonsgebonden budget omzetten naar een voorziening voor Zorg in Natura (Wmo 2015 en Jeugdwet). Opleggen van een cliëntenstop (Wmo 2015 en Jeugdwet) of exploitatieverbod (Wmo 2015). Opleggen last onder dwangsom of last onder bestuursdwang (artikel 125 Gemeentewet jo. Artikel 5:4 Awb, alleen van toepassing bij voorzieningen op grond van Wmo 2015).

Contractafspraken wijzigen of stopzetten contract met aanbieder. Terugvordering bij fraude en onverschuldigde betalingen.

Strafrechtelijk (van toepassingen bij Jeugdwet en Wmo 2015) •

•

Strafrechtelijk onderzoek door een BOA, al dan niet in samenwerking met andere opsporingsdiensten. In die gevallen waarvan er sprake is van een verdenking van ernstige vormen van fraude en/of verwevenheid met andere vormen van (ondermijnende) criminaliteit dan prevaleert strafrechtelijk onderzoek. Het besluit om al dan niet te vervolgen ligt bij het Openbaar Ministerie. Als delicten dient te worden gedacht aan valsheid in geschrift (artikel 225 Wetboek van Strafrecht (Sr)), oplichting (artikel 326 Sr), witwassen (artikel 420bis Sr), overheidsmiddelen onjuist aanwenden (artikel 323a Sr) of mogelijke fiscale delicten. Het Openbaar Ministerie beslist over het al of niet instellen van een strafrechtelijk onderzoek door de BOA en/of opsporingsdiensten en het al of niet vervolgen van verdachten.

De inzet van een handhavingsinstrument is (mede) afhankelijk van de voorziening die is verstrekt en wie onjuist (waaronder onrechtmatig) gebruik maakt van de wet. Betreft het een cliënt, ZINaanbieder en/of een PGB- aanbieder? In hoofdstuk 4 zal hier nader op worden ingegaan en ook worden toegelicht op welke wijze toezicht en handhaving in de KOP-gemeenten wordt vormgegeven.

2.4 Privacy en gegevensuitwisseling Binnen dit hoofdstuk wordt apart aandacht gegeven aan het onderwerp privacy en gegevensuitwisseling. In het algemeen regelt de privacywetgeving dat persoonsgegevens door overheidsinstanties alleen kunnen worden opgevraagd en uitgewisseld als dat wettelijk is geregeld en daarvoor een noodzaak aanwezig is in het kader van het uitvoeren van een overheidstaak. Beleidsplan Toezicht en Handhaving KOP van Noord-Holland (Versie 20240102 - CONCEPT)

10

Voor de uitvoering van de Wmo 2015 en de Jeugdwet hebben gemeenten vaak veel persoonsgegevens van cliënten nodig om a) te kunnen bepalen of er recht bestaat op de voorzieningen en b) de verstrekte voorzieningen aan te laten sluiten bij de persoonlijke situatie van de cliënt. Voorbeelden van de benodigde bijzondere persoonsgegevens zijn – naast NAWgegevens – gegevens over de gezondheid van de cliënt, het netwerk rondom de inwoner en de financiële situatie. Om de privacy van de cliënt te beschermen moeten er voldoende beschermingsmaatregelen worden genomen om te voorkomen dat onbevoegden bij deze gegevens terecht kunnen. Daarnaast moet duidelijk zijn wanneer en waarom gegevens uitgewisseld kunnen worden of opgevraagd bij externe partners. De regels rondom privacy en gegevensuitwisseling zijn vastgelegd in verschillende wetten: -

Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) De AVG is een Europese Verordening met algemene kaders voor privacybescherming. Uitgangspunt in de AVG is dat de burger in beginsel recht heeft op privacy: bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De overheid mag zich daarom niet onnodig mengen in het privéleven van de burger en moet ook voorzichtig omgaan met de gegevens die zij van haar burgers heeft. In de AVG is vastgelegd waarvoor persoonsgegevens mogen worden verwerkt, welke rechten burgers daarbij hebben en welke zorgvuldigheidseisen gelden voor de verwerking van persoonsgegevens.

-

Wmo 2015 In de AVG is het algemeen wettelijk kader vastgelegd voor de privacybescherming. De Wmo 2015 bevat de meer specifieke regels. Zo bepaalt artikel 2.3.2. lid 7 van de Wmo 2015 bijvoorbeeld dat een cliënt of diens vertegenwoordiger het college de gegevens en bescheiden verschaft die voor het onderzoek – of er een beroep kan worden gedaan op maatschappelijke ondersteuning – nodig zijn. En artikel 3.4 van de Wmo 2015 gaat bijvoorbeeld over het verstrekken van (persoons) gegevens aan de toezichthouder naar aanleiding van een melding van een calamiteit of geweld bij verstrekking van een voorziening. In hoofdstuk 5 van de Wmo 2015 is vastgelegd welke instanties de ontvangen gegevens mogen verwerken, welke gegevens verwerkt mogen worden, wanneer gegevens verstrekt mogen worden en aan wie, en de rechten van de degene van wie de gegevens zijn.

-

Jeugdwet De wetgever heeft bij de Jeugdwet besloten minder specifieke regels over de gegevensverwerking op te nemen dan bij de Wmo 2015. Hoofdstuk 7.4 van de Jeugdwet is met name van belang voor de gemeente omdat hierin is bepaald welke (bijzondere) persoonsgegevens het college van burgemeester en wethouders mogen verwerken ten behoeve van de uitvoering van de Jeugdwet en ten behoeve van het vergaren van beleidsinformatie. Voor overige regelingen rondom privacybescherming geldt de AVG.

-

Algemene wet bestuursrecht (Awb) Voor het uitvoeren van hun werkzaamheden hebben toezichthouders op grond van titel 5.2. van de Awb een aantal bevoegdheden toegewezen gekregen. Zo is een toezichthouder bevoegd om inlichtingen, inzage in legitimatiebewijzen en zakelijke gegevens en bescheiden te vorderen. Daarnaast is een toezichthouder bevoegd om zaken en vervoermiddelen te

Beleidsplan Toezicht en Handhaving KOP van Noord-Holland (Versie 20240102 - CONCEPT)

11

onderzoeken en panden te betreden. Van deze bevoegdheden mag een toezichthouder slechts gebruik maken voor zover dat redelijkerwijs voor de uitvoering van zijn werkzaamheden nodig is.

Beleidsplan Toezicht en Handhaving KOP van Noord-Holland (Versie 20240102 - CONCEPT)

12

3 Samenwerking De toezichthouders kwaliteit en rechtmatigheid worden lokaal aangesteld maar werken integraal samen voor de KOP-gemeenten. Zij werken conform het beleidsplan op basis van jaarprogramma’s en dragen bij aan goede en duidelijke communicatie en dienstverlening. Zij zijn hierbij ook afhankelijk van anderen zoals consulenten, beleidsmakers, bestuurders en contractmanagers en van duidelijke inkoopcontracten en heldere beschikkingen. De samenwerking binnen de gemeenten met alle betrokken disciplines is essentieel voor het succes van dit beleidsplan en de inzet van de toezichthouders. In KOP-verband is gekozen voor samenwerking op het gebied van inkoop, financiën en contractmanagement. Daar wordt nu toezicht en handhaving aan toegevoegd. Op deze onderdelen vindt beleidsmatig ook regionaal afstemming plaats, waarbij ruimte is om eigen lokale prioriteiten te stellen en accenten te leggen. Voorzieningen en PGB’s worden door gemeenten zelf verstrekt en elke gemeente beslist uiteindelijk zelf of er een handhavingsinstrument wordt ingezet. Samenwerking betekent dat wij op het gebied van toezicht en handhaving integraal samenwerken met alle partners die een wettelijke rol hebben op het gebied van toezicht en handhaving op de Wmo 2015 en Jeugdwet.

Dit houdt onder andere in dat partners elkaar informeren over signalen die zij ontvangen en die van belang zijn voor andere partners en waar nodig samen optrekken als de casuïstiek dit vraagt. Hierover worden duidelijke afspraken gemaakt met de betrokken instanties voor zover die nog niet zijn gemaakt. Wanneer een toezichthouder constateert dat de kwaliteit en/of rechtmatigheid bij een aanbieder niet op orde is moet er actie worden ondernomen. Als blijkt dat de tekortkomingen mogelijk meerdere beleidsterreinen en/of meerdere gemeenten treffen vraagt dit om een gecoördineerde aanpak met een duidelijke opdrachtgever. Aan het begin van het traject/proces wordt afgestemd wie welke rol heeft, wie coördineert en waar de eindverantwoordelijkheid ligt. Vaak zijn deze casussen complex. De vraag wie welke rol heeft en waar de eindverantwoordelijkheid ligt is daarom maatwerk en kan gedurende een proces wijzigen als de situatie daarom vraagt. Bij een integrale aanpak wordt eenduidig richting de aanbieder en of cliënt(en) opgetreden. Om signalen tijdig te kunnen oppakken is het van belang dat de toezichthouders op vaste momenten contact hebben met verschillende disciplines binnen de verschillende gemeentelijke organisaties.

Door op vaste momenten met elkaar signalen te bespreken komt er inzicht in de problematiek die speelt en kan er integraal geadviseerd worden richting de betrokken bestuurders zodat er onderbouwde en afgestemde beslissingen worden genomen.

Beleidsplan Toezicht en Handhaving KOP van Noord-Holland (Versie 20240102 - CONCEPT)

13

4 Toezicht en handhaving 4.1 Cirkel van naleving De cirkel van naleving (VNG - Handhaving en naleving Wmo 2015 en Jeugdwet- handreiking voor gemeenten) is het uitgangspunt van waaruit de inrichting van toezicht en handhaving op de Wmo 2015 en de Jeugdwet wordt vormgegeven.

HOE? Cirkel van naleving Rechtmatige zorg, hoogwaardig handhaven, klanten en aanbieders Stap 2: Dienstverlenen

Stap 1: Communiceren

Keten: Informatie delen en samenwerken

Stap 4: Sanctioneren

Stap 3: Controleren

Het merendeel van de cliënten die gebruik maakt van voorzieningen of PGB’s op grond van de Wmo en/of Jeugdwet maakt hier rechtmatig en doelmatig gebruik van. Fouten of oneigenlijk gebruik kunnen bijvoorbeeld ontstaan wanneer het niet duidelijk is wat van de cliënt of aanbieder wordt verwacht, waar de cliënt of aanbieder recht op heeft en wanneer de cliënt of aanbieder aan de bel moet trekken vanwege wijzigingen in de situatie. Preventie is daarom een belangrijk onderdeel van toezicht en handhaving. Door goed en duidelijk te communiceren met inwoners, cliënten en aanbieders, optimale dienstverlening en eenduidige werkprocessen kan een groot deel van de fouten en fraude worden voorkomen. Indien er toch sprake is van onrechtmatig gebruik (fouten) of fraude wordt hiertegen opgetreden, waarbij op maat gesanctioneerd wordt. Op maat sanctioneren leidt echter niet tot willekeur: gelijke gevallen worden gelijk behandeld en ongelijke gevallen ongelijk. De kracht van de cirkel van naleving is dus gelegen in de integrale visie op het toezicht- en handhavingsproces: er is niet alleen aandacht voor repressie maar het begint bij preventie. Door de stappen in onderlinge samenhang in te zetten kom je tot het beste resultaat in het voorkomen van fouten, fraude en kwaliteitsgebreken.

Communicatie en dienstverlening zijn dus van essentieel belang; kwaliteitsmedewerkers, consulenten, contractmanagers en toezichthouders hebben hierin een signalerende en adviserende functie.

Beleidsplan Toezicht en Handhaving KOP van Noord-Holland (Versie 20240102 - CONCEPT)

14

4.2 Kwaliteitskader en niveaus van handhaving Bij het uitvoeren van het toezicht is het van belang volgens dezelfde kwaliteitskaders te werken. Deze kaders zullen in regionaal verband worden uitgewerkt door de aan te stellen toezichthouders. Deze kaders zullen een richtinggevende leidraad zijn bedoeld om verbetermanagement bij de zorgaanbieders en gemeenten te stimuleren. Daarnaast heeft het kwaliteitskader een preventieve werking, alleen zorgaanbieders die voldoen aan de gestelde eisen kunnen een contract afsluiten. De operationele eisen zijn voor alle aanbieders van toepassing, maar hierbij geldt wel het proportionaliteitsbeginsel: de manier waarop de zorgaanbieder uitvoering geeft aan de eis staat in verhouding tot bijvoorbeeld omvang van de aanbieder. Zo betekent een kwaliteitsmanagementsysteem wat anders voor een kleine zelfstandige zonder personeel (zoals bijvoorbeeld een PGB-aanbieder) dan voor een grote organisatie. Er is binnen de geldende kwaliteitseisen dus ruimte voor maatwerk. Wanneer maatwerk wordt toegepast moet dit goed worden gemotiveerd.

4.3 Afwegingskader Wanneer de toezichthouder of een andere betrokken medewerker constateert dat de kwaliteit en/of rechtmatigheid niet op orde is bij een aanbieder moet er actie worden ondernomen. Immers de opdracht van de gemeente is om zorg te dragen voor kwalitatief goede ondersteuning (Wmo 2015) en rechtmatig gebruik van de voorzieningen (Wmo 2015 en Jeugdwet). Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit weer op orde komt en (verder) onrechtmatig gebruik wordt voorkomen heeft de gemeente verschillende handhavingsinstrumenten tot haar beschikking zoals is te lezen in paragraaf 2.3. Maar hoe worden deze instrumenten ingezet? Het toezicht is gericht op (kwaliteits-) verbetering bij de aanbieders Wmo en Jeugdwet. In het geval dat een aanbieder niet voldoet aan de kwaliteitseisen is onderstaand afwegingskader te gebruiken om te kunnen bepalen wat de juiste (handhavings-) maatregel is om de kwaliteit weer op orde te krijgen. Het afwegingskader hanteert de volgende wegingsfactoren: -

De ernst van de situatie. • Veiligheid van cliënten en personeel • Ernst van het risico c.q. het type schade. • De omvang van de groep mensen waarop het risico van toepassing is of kan zijn. • Het aantal kwaliteitseisen (procentueel) waaraan een aanbieder niet voldoet.

-

De kans op herhaling van de gebeurtenis of niet verbeteren van de situatie. • De structuur/organisatie van de hulpverlening gericht op kwaliteit en veiligheid. • De houding van de zorgaanbieder (wegingsfactor vertrouwen). • Of er sprake is van recidive bij de desbetreffende aanbieder.

Als uitgangspunt geldt dat alle door de KOP gedefinieerde kwaliteitseisen als voldoende beoordeeld moeten worden. Het team van toezichthouders heeft een uniforme werkwijze in handelen bij de start van een onderzoek. In onderstaand overzicht worden de verschillende fases benoemd die toezichthouders doorlopen in het toezichthouden op kwaliteit bij zorgaanbieders.

4.4 Werkwijze toezichthouders De werkwijze van de toezichthouder kent in algemene zin 5 fasen. Fase 1: Aanleiding en beslissing tot onderzoek Beleidsplan Toezicht en Handhaving KOP van Noord-Holland (Versie 20240102 - CONCEPT)

15

Een toezichthouder start een onderzoek op basis van meldingen over een aanbieder (reactief) óf start zelf proactief een onderzoek op basis van prioriteiten of vooraf bepaalde thema’s Bij inschrijving van (nieuwe) aanbieders vindt een eerste beoordeling plaats. Daarbij wordt op een aantal punten getoetst: met name op kwaliteit van management, personeel maar ook betalingsgedrag. Daarnaast vullen inschrijvers een (nog te ontwikkelen) lijst met vragen in die wordt getoetst aan de hand van een aantal indicatoren. Bij indicatoren kan gedacht worden aan eigen vermogen van een onderneming, relaties tussen (privaat) onroerend goed en een zorgaanbieder, verhoudingen tussen loonkosten en omzet maar ook relevantie van opleiding van bestuurders van (zorg)aanbieders. Op basis van deze classificatie wordt besloten of er voldoende aanleiding is tot een onderzoek. Fase 2: Bureau onderzoek Indien er voldoende aanleiding is tot een onderzoek, zowel na een meldingen over een aanbieder als proactief op basis van het jaarprogramma, start het bureauonderzoek. Er wordt informatie verzamelt; er worden gesprekken gevoerd met aanbieders, data en opgevraagde gegevens worden geanalyseerd en locaties van aanbieders worden waar nodig bezocht. Fase 3: Vervolgonderzoek Indien na het bureauonderzoek blijkt dat er geen aanleiding is tot een vervolgonderzoek eindigt het onderzoek vanuit de toezichthouders.

Indien die aanleiding er wel is, vindt er een vervolg onderzoek plaats. Daarin wordt alle informatie geanalyseerd, verwerkt, beoordeeld en wordt er een (concept)rapport door de toezichthouders opgesteld. De toezichthouders zijn tijdens het vervolgonderzoek bevoegd om gegevens van zorgaanbieders te kunnen vorderen op basis van artikel 5:16 en 5:17 Awb en artikel 6.1 lid 2 Wmo 2015. Daarnaast vindt er nauwe samenwerking en informatiedeling plaats, voor zover van toepassing, met onder meer het Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ), de Belastingdienst en de UWV om het onderzoek verder te onderbouwen. Fase 4: Rapportage De onderzoeksresultaten worden verwerkt in een rapportage en gedeeld met de desbetreffende zorgaanbieder. De zorgaanbieder wordt daarmee formeel in gebreke gesteld. Met de rapportage wordt ruimte geboden voor hoor en wederhoor door zorgaanbieders. Indien nodig worden er extra gegevens verzameld. Er is op dit moment geen wettelijke verplichting om de rapportage van de toezichthouders actief openbaar te maken. Vanuit het oogpunt van transparantie kiezen de KOPgemeenten daar wel voor. Fase 5: Beslissing Op basis van de conclusies uit het rapport en het hoor en wederhoor wat heeft plaatsgevonden wordt het uiteindelijk besluit genomen. Die beslissing kan (zal) leiden tot één of meer interventies zoals die zijn opgenomen in de handhavingsmatrix.

Indien er de mogelijkheid is tot een verbetertraject wordt er met de zorgaanbieder een redelijke termijn afgesproken waarbinnen de verbeteringen moeten zijn doorgevoerd. Er vindt extra monitoring plaats van de zorgaanbieder voor deze termijn. In het uiterste geval kan het zijn dat de tekortkomingen dusdanig ernstig zijn dat het leidt tot ontbinding van het contract met de zorgaanbieder of zelfs terugvordering van zorggelden of vervolging. Een ontbinding van een contract met een zorgaanbieder gebeurt altijd met akkoord van alle betrokken gemeenten. Bij ontbinding van een zorgaanbieder worden cliënten begeleid naar een andere zorgaanbieder.

4.5 Handhavingsmatrix Om meer inzicht te verschaffen in de mogelijke maatregelen en interventies op het gebied van handhaving kan onderstaande handhavingsmatrix gebruikt worden. Beleidsplan Toezicht en Handhaving KOP van Noord-Holland (Versie 20240102 - CONCEPT)

16

Handhavingsmatrix Advies en Stimulering

- Actieve openbaarmaking (HH) - Geven van informatie en voorlichting (CO,TR,HH) - Best practices aanbieders openbaar maken (CO,CM,TR) - Monitoring vanuit contractmanagers (CM)

Correctie

- Instellen verscherpt toezicht (HH) - Voorstellen doen ter verbetering van kwaliteit (CM/TR) - Opstellen verbeterplan door aanbieder (AB)

Waarschuwing

- Schriftelijke waarschuwing (HH) - Overleg en overreding (CM/TR)

Bestuursrechtelijke maatregel

- Besluit herzien of intrekken beschikking (HH, CO) - Terug- en invordering (HH) - Omzetten PGB naar ZIN (CO) - Opleggen cliëntenstop of exploitatieverbod (HH/BW) - Opleggen last onder dwangsom of bestuursdwang (HH)

Privaatrechtelijke maatregel

- Contractafspraken wijzigen of stopzetten contact met aanbieder (CM) - Terug- en invordering bij fraude of onverschuldigde betaling (HH)

Strafrechtelijke maatregel

- Strafrechtelijk onderzoek BOA (TR) - Aangifte (BW) - Vervolging OM inzake zorgfraude (OvJ)

Licht

Zwaar

Toelichting gebruikte afkortingen: AB = aanbieder, BW = college van B&W, CM = contractmanager, CO = consulent, HH = handhaver, OvJ = Officier van Justitie, TR = toezichthouder rechtmatigheid.

In deze matrix zijn de verschillende interventies gekoppeld aan maatregelen en betrokken c.q. uitvoerend medewerker (tussen haakjes). Advies en stimulering gaan voor het daadwerkelijke handhavingstraject en kunnen in die zin worden verbonden aan stap 1 (communiceren) en stap 2 (dienstverlenen) van de cirkel van naleving. Wanneer advies en stimulering niet leidt tot naleving wordt de stap gemaakt naar daadwerkelijk handhaven. Wanneer een toezichthouder constateert dat niet aan de kwaliteitseisen wordt voldaan en/of er sprake is van onrechtmatigheden wordt altijd tot handhaving overgegaan. Bovenstaande handhavingsmatrix is niet bedoeld als statisch “stappenplan”, maar als overzicht van de mogelijke interventies afhankelijk van de zwaarte van de overtreding. Per geval moet worden bekeken welke interventie(s) op korte en langere termijn het meest effectief is/zijn. Soms is het noodzakelijk om direct een bestuursrechtelijke, privaatrechtelijke en/of strafrechtelijke maatregel in te zetten wanneer de situatie zodanig ernstig is dat direct ingrijpen noodzakelijk is. In andere gevallen wordt er – gelet op de omstandigheden – alleen een ‘lichte’ interventie ingezet zoals bijvoorbeeld het geven van advies en informatie om fouten in de toekomst te voorkomen. Ook kan ervoor worden gekozen om meerdere interventies gelijktijdig in te zetten.

Aan het begin van een traject moet worden gekozen of er een strafrechtelijk of bestuursrechtelijk traject wordt ingezet. De bevoegdheden van een toezichthouder biedt in het bestuursrecht namelijk soms meer ruimte (bijvoorbeeld het vorderen van inlichtingen artikel 5:16 Awb) dan in het strafrecht. De Toezichthouder of Juridisch Handhaver start eerst met een eigen onderzoek. Als uit dit onderzoek blijkt dat er voldoende grond is om verder te gaan in het strafrechtelijk traject wordt Beleidsplan Toezicht en Handhaving KOP van Noord-Holland (Versie 20240102 - CONCEPT)

17

er afstemming gezocht met de Officier van Justitie of er opsporingsbevoegdheden ingezet kunnen worden en/of vervolging gaat plaatsvinden. De opsporing van strafbare feiten vindt plaats onder verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie en moet proportioneel zijn: de inzet van de maatregelen moet in verhouding staan tot de (vermoedelijke) omvang van het strafbare feit(en). Blijkt gedurende het onderzoek vervolgens dat er (toch) onvoldoende basis is voor strafrechtelijke vervolging kan ervoor gekozen worden om alleen bestuursrechtelijke of privaatrechtelijke maatregelen te nemen richting de aanbieder.

4.4 Prioritering in toezicht en handhaving Uitgangspunt voor de regionale samenwerking op het gebied van toezicht en handhaving is dat er programmatisch wordt gehandhaafd. Programmatisch handhaven is een cyclisch proces waarin de gemeente met alle relevante partijen ten aanzien van een bepaald beleidsveld eerst de risico’s inschat van niet – naleving. Op basis van deze inschatting worden de prioriteiten vastgesteld om vervolgens aan de hand van de uitkomsten van een doelgroepenanalyse de meest geschikte interventiestrategie te kiezen. De gemaakte keuzes en interventies worden op vaste momenten geëvalueerd, waarna het programma zo nodig kan worden bijgesteld. Concreet betekent dit binnen de KOP-samenwerking dat jaarlijks de contractmanagers, kwaliteitsmanagers, toezichthouders en beleidsmedewerkers in gezamenlijkheid de risico’s inschatten van niet – naleving door aanbieders en/of cliënten. Op basis van deze inschatting stellen de toezichthouders de prioriteiten vast voor het komende jaar, inclusief een afwegingskader voor het oppakken van binnenkomende signalen. Daarbij wordt een doelgroepenanalyse uitgevoerd op basis waarvan de meest geschikte interventiestrategie wordt gekozen met inachtneming van de verschillende handhavingsniveaus. Aan het einde van het jaar worden de gemaakte keuzes geëvalueerd waarbij het programma wordt bijgesteld voor het komende jaar.

Tevens wordt een jaarrapportage opgesteld en gepubliceerd. Binnen het plan blijft er in onderlinge afstemming capaciteit en middelen beschikbaar voor individuele speerpunten van gemeenten en ruimte voor het oppakken van signalen gedurende het jaar. Het jaarprogramma en de daaraan gekoppelde jaarlijkse rapportages worden ter informatie gedeeld met de lokale colleges van B&W en de gemeenteraden. Eventuele daaruit voortvloeiende opmerkingen, kanttekening of suggesties worden in overweging genomen voor het lopende of komende jaarprogramma.

4.5 Toepassen interventies: taken en bevoegdheden Toezicht en handhaving is een samenspel tussen consulenten, kwaliteitsmanagers, toezichthouders en contractmanagers. Eenieder heeft hierin zijn eigen taken en verantwoordelijkheden. Voor de interventies waar de contractmanager, kwaliteitsmanager, toezichthouder rechtmatigheid en/of handhaver de aangewezen persoon is voor toepassing van de interventie zal deze door alle KOPgemeenten gemandateerd (moeten) worden om deze interventie toe te kunnen passen. In het besluit tot verlening van de mandaat geeft het college van B&W de grenzen van de bevoegdheid van de gemandateerde aan. Voor de werkbaarheid en rechtszekerheid is het van belang dat alle betrokken colleges dezelfde grenzen hanteren. Wij kiezen ervoor om toezicht en handhaving (formeel) te scheiden in twee functies. Hiermee bevorderen wij de rechtszekerheid en doen wij recht aan de taken en verantwoordelijkheden van de betrokken medewerkers. De toezichthouder kan onafhankelijk en objectief toezichthouden en adviseren over in te zetten interventies. De contractmanager, toezichthouder of juridisch handhaver beslist (gemandateerd) vervolgens over welke (handhavings-) interventie wordt ingezet en voert de regie over (de uitvoering van) het traject. Zij draagt daarbij zorg voor het opstellen van Beleidsplan Toezicht en Handhaving KOP van Noord-Holland (Versie 20240102 - CONCEPT)

18

de benodigde correspondentie, beschikkingen en/of bestuurlijke besluitvormingsstukken. Wanneer een kwaliteitsmedewerker, toezichthouder, handhaver of contractmanager een handhavingsinterventie inzet worden de andere kwaliteitsmanagers, toezichthouders, handhavers en contractmanagers hierover geïnformeerd. De verantwoordelijk wethouder(s) van de betrokken gemeente(n) worden in ieder geval geïnformeerd over de ingezette interventie indien deze een bestuursrechtelijke, privaatrechtelijke of strafrechtelijk maatregel betreft. Elk half jaar worden alle colleges geïnformeerd over de ingezette handhavingsinterventies. Hierbij wordt de verbinding gelegd met het toezicht- en handhavingsprogramma voor dat jaar.

Openbaarmaking van rapport van bevindingen toezichthouder Wmo 2015 Om bij te dragen aan preventie en de transparantie van het toezicht worden de rapporten van bevindingen van de toezichthouders Wmo 2015 openbaar gemaakt conform de ‘Nadere regels inzake actieve openbaarmaking inzake rapporten van bevindingen Wmo-toezicht’. Het actief openbaar maken van de rapporten van bevindingen biedt inwoners inzicht in de kwaliteit van de Wmo-voorzieningen, helpt de gemeenteraad bij het uitvoeren van haar controlerende taak en biedt het college van B&W de mogelijkheid om richting de buitenwereld te kunnen onderbouwen waarom voor bepaalde (handhavings- )interventies is gekozen. Voor aanbieders kan (het voornemen tot) openbaarmaking van het rapport van bevindingen een (extra) stimulans zijn om te werken aan kwaliteitsverbetering.

Beleidsplan Toezicht en Handhaving KOP van Noord-Holland (Versie 20240102 - CONCEPT)

19

5 Implementatie, monitoring en evaluatie 5.1 Implementatie In dit toezicht- en handhavingsbeleid zijn basisafspraken vastgelegd voor toezicht en handhaving in de KOP-gemeenten. Op basis hiervan zal de regionale en lokale implementatie moeten plaatsvinden. Hieronder zijn activiteiten benoemd die in ieder geval moeten worden opgepakt. Gedurende de uitvoering van onderstaande activiteiten kan deze lijst op basis van voortschrijdend inzicht nog verder worden aangepast en/of aangevuld. Implementatiestappen/-activiteiten: 1. Toezicht- en handhavingsbeleid vaststellen (regionaal en lokaal). 2. Lokaal werven en aanstellen van toezichthouders (Schagen en Hollands Kroon) en regionaal inzetten. Nadere afspraken maken over de rol van toezichthouder voor Texel. 3. Regionaal en lokaal uitwerken aanpak, werkwijze, samenwerking, kwaliteitskader sociaal domein, planmatig werken, rapportages, werkinstructies etc. op basis van dit beleidsplan. 4. Uitwerken afspraken opvragen, verwerken en/of verstrekken (persoons) gegevens. 5. Bepalen en vaststellen verantwoordelijkheden en mandaten (regionaal en lokaal). 6. Verordening opstellen en vaststellen (regionaal en lokaal). 7. Openbaarmaking beleid en verordening (lokaal en regionaal). 8. Regionaal en lokaal implementeren resultaten van punt 3, 4, 5 en 6.

5.2 Monitoring Om te kunnen beoordelen of de gestelde doelen van regionaal inrichten van het toezicht- en handhavingsbeleid worden behaald is het van belang dat we monitoren hoe de implementatie en uitvoering van het toezicht- en handhavingsbeleid verloopt. Om dit te monitoren worden er tijdens de looptijd van dit beleidsplan minimaal twee metingen uitgevoerd of, en in hoeverre, de maatregelen uit dit toezicht- en handhavingsbeleid verloopt zoals gewenst. De metingen bestaan uit een kwalitatief onderzoek waarbij intern betrokkenen, aanbieders en cliënten worden bevraagd op de verschillende (sub-)doelstellingen en werkprocessen. Naast kwalitatief onderzoek naar de realisatie van de doelstellingen wordt ook kwantitatieve gegevens verzameld over de toezicht- en handhaving. Denk hierbij aan welke signalen er binnen komen, welke onderzoeken er worden uitgevoerd, de uitkomsten van de onderzoeken, gekozen (handhavings-)interventies en de (financiële) afhandeling.

5.3 Evaluatie Naast de ‘natuurlijke’ evaluatiemomenten van het programmatisch handhaven wordt dit toezicht- en handhavingsbeleid op minimaal twee momenten geëvalueerd. Een eerste tussenevaluatie vindt plaats eind 2025, waarbij de uitkomsten van het programmatisch handhaven in de eerste 2 jaar worden beoordeeld. Naar aanleiding van deze tussenevaluatie wordt bekeken of het toezicht- en handhavingsbeleid op onderdelen nader aangescherpt en/of aangepast moet worden. Eind 2027 vindt de eindevaluatie plaats op basis waarvan een nieuw toezicht- en handhavingsbeleid voor 2028 e.v. wordt opgesteld.

Beleidsplan Toezicht en Handhaving KOP van Noord-Holland (Versie 20240102 - CONCEPT)

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/2130/documents/22608