Beleidskader schuilstallen.pdf
Tekst van het document
Beleidskader schuilstallen Gemeente Den Helder maart 2021
Team Omgeving
2 - Beleidskader schuilstallen - gemeente Den Helder
Inhoudsopgave Beleidskader Schuilstallen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 1. Aanleiding en achtergrond.. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
5
2. Schuilstallen beleid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
7
3. Uitwerking beleidskader . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
8
4. Uitvoering beleidskader. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
10
5. Vertaling beleidskader . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
11
Beleidskader schuilstallen - gemeente Den Helder - 3
4 - Beleidskader schuilstallen - gemeente Den Helder
1. Aanleiding en achtergrond Al enige tijd zijn er verzoeken voor medewerking aan schuilstallen in het buitengebied van de gemeente Den Helder. Om deze verzoeken op een eenduidige en ruimtelijk aanvaardbare wijze te kunnen behandelen is dit beleidskader schuilstallen opgesteld. Dit beleidskader geldt als gemeentelijke medewerking aan schuilstallen en is ook input voor een eventuele benodigde herziening in het bestemmingsplan of het omgevingsplan in de toekomst.
1.1 De vraag naar schuilstallen. Verzoeken voor het oprichten van nieuwe schuilstallen of het legaliseren van al bestaande schuilstallen komen doorgaans van particuliere aanvragers die in het buitengebied, een weiland of stuk grond hebben waarop ze in een hobbymatige context dieren houden. Gekoppeld aan het hobbymatig houden van dieren bestaat ook de wens deze dieren bescherming te bieden tegen regen en kou in de vorm van een schuilstal. Meestal wonen de aanvragers niet in de buurt van het weiland zodat er niet aangesloten kan worden bij bestaande bebouwing en er een wens bestaat voor een solitaire schuilstal.
1.2 Schuilstallen en dierenwelzijn De gemeente Den Helder staat niet alleen in haar vraagstuk over schuilstallen. In maart 2007 heeft de Nederlandse belangenvereniging van hobbydierhouders (NBvH) een notitie uitgebracht onder de naam “ Notitie Schuilplaats voor dieren in de wei” waarin zij aandacht vraagt voor de nu voorliggende problematiek. In deze notitie vraagt de NBvH aandacht voor dieren die vaak het gehele jaar buiten verblijven zoals schapen, paarden, runderen, geiten en ezels. De NBvH geeft aan dat bij goede weersomstandigheden het buiten verblijven geen probleem is. Toch kan het dierenwelzijn bij slechte weersomstandigheden (regen, kou maar ook hitte) in het geding komen. Tegelijk geeft de NBvH aan dat verrommeling van het buitengebied voorkomen dient te worden maar dat in de afweging tot het al dan niet faciliteren van schuilstallen ook het dierenwelzijn moet worden meegenomen. In de Visie dierenwelzijn uit 2016 wordt het hobby matig houden van dieren in het buitengebied niet aan de orde gesteld. Wel streeft de Gemeente Den Helder er naar om in algemene zin een diervriendelijke gemeente te zijn.
1.3 Huidige beleidskaders Gemeentelijk beleid Het huidige gemeentelijke beleid, neergelegd in onder andere de bestemmingsplannen “Huisduinen en de Stelling 2015”, “Landelijk gebied 2011”, “Duinzoom 2013”, “Luchthaven 2013”, “Julianadorp Zuid Oost 2010” en “Kooypunt 2012”, - is er op gericht losse bebouwing in het buitengebied zoveel mogelijk te voorkomen. Alleen voor agrariërs in het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied 2011’ bestaat de mogelijkheid om per agrarisch perceel één solitaire schuilstal te realiseren van maximaal 30m2 en een goot- en bouwhoogte van 2,5 en 4 meter. Met dit beleid wil de gemeente de openheid van het buitengebied bewaren en niet meer bebouwing toestaan dan noodzakelijk. Op deze manier wordt het buitengebied zo veel mogelijk gevrijwaard van verstening, versnippering en verrommeling en behoudt het buitengebied haar landelijke uitstraling. De hobbydieren worden vaak gehouden op gronden met de bestemming agrarisch gebied, zonder
Beleidskader schuilstallen - gemeente Den Helder - 5
bouwvlak. Behlave erfafscheidingen en kleine bouwwerkjes zoals bankjes, palen en masten is het oprichten van gebouwen niet toegestaan op deze gronden. Daarbij is het oprichten van een schuilstal bijna altijd in strijd met het bestemmingsplan. Provinciaal beleid De nieuwe Omgevingsverordening NH2020 is op 22 oktober 2020 vastgesteld. In de omgevingsverordening worden de belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie verankerd in een nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Deze vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. De provincie ziet een belang om versnippering en verrommeling van het landschap tegen te gaan. Toch heeft de provincie in de Omgevingsverordening NH2020 een regeling voor schuilstallen opgenomen, vanuit de gedachte dat weidegang goed is voor het dierenwelzijn. In de verordening staat een algemene regeling die ruimte biedt voor schuilstallen ten behoeve van recreatief/hobbymatig gebruik onder de volgende voorwaarden: Artikel 6.4c Schuilstallen Ter plaatse van het werkingsgebied landelijk gebied kan een ruimtelijk plan voorzien in de bouw van een schuilstal, indien: a. deze uitsluitend is bedoeld als schuilvoorziening voor dieren voor weersomstandigheden; b.
het grondoppervlak van de schuilstal niet meer bedraagt dan 30 m2; en c. er niet meer dan één schuilstal per perceel met een minimum omvang van 5.000 m2 wordt gebouwd
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de mogelijkheden voor nieuw beleid verkend, wat daarna leidt tot uitgangspunten voor nieuw beleid. In hoofdstuk 3 worden deze uitgangspunten verder uitgewerkt in een concreet toetsingskader. Hoofdstuk 4 gaat in op de uitvoeringsaspecten, waarna in hoofdstuk 5 de nieuwe beleidsuitgangspunten worden samengevat.
6 - Beleidskader schuilstallen - gemeente Den Helder
2. Schuilstallenbeleid De vraag hoe om te gaan laat zich inkaderen door 2 uitersten, te weten het niet toestaan van schuilstallen en het overal, ongelimiteerd toestaan van schuilstallen.
2.1 Het niet toestaan van schuilstallen. Een algeheel verbod op schuilstallen zorgt er vooral voor dat het buitengebied maximaal gevrijwaard blijft van bebouwing. Maar tegelijk betekent dit ook dat het houden van hobbydieren lastig wordt, anders dan in de directe omgeving van al bestaande woningen in het buitengebied. Hobbydieren zullen deels uit het buitengebied verdwijnen en weilandjes zullen leeg komen te staan en braak komen te liggen. Indien er toch sprake is van het houden van hobbydieren zonder schuilstal, zal er sprake zijn van het gevaar dat het dierenwelzijn in het geding komt.
2.2 Het onbeperkt toestaan van schuilstallen Indien het oprichten en in standhouden van schuilstallen onbeperkt wordt toegestaan kan er zorg gedragen worden voor een goede huisvesting van hobbydieren in het buitengebied en komt het dierenwelzijn niet in het gedrang. Het gevaar is alleen dat op ieder weilandje een gebouwtje komt te staan, wat tot verrommeling van het buitengebied kan leiden. Her en der zouden bouwseltjes, bouwwerken en gebouwtjes van bedenkelijke kwaliteit kunnen worden opgericht. Zo zou de openheid van het landschap aangetast kunnen worden. Ook zou de handhaving door gemeente extra wordt belast om na te gaan of de schuilstallen niet voor meer dan het huisvesten van hobbydieren worden gebruikt.
2.3 Uitgangspunten voor nieuw beleid Bovenstaande alinea’s geven de uiterste grenzen van het vraagstuk aan. Met gedegen beleid kan er zorg voor worden gedragen dat zowel ruimtelijke belangen als de belangen van de hobbydierhouder en zijn dieren maximaal gewaarborgd worden. Centrale uitgangspunten bij dit beleid zijn: •
Het moet mogelijk zijn hobbydieren te houden in het buitengebied, enerzijds om de behoefte hiernaar te faciliteren, anderzijds omdat dieren in de wei bijdragen aan het karakter van het buitengebied en op een natuurlijke manier de weilanden onderhouden.
•
Het moet mogelijk zijn om in het kader van dierenwelzijn de hobbydieren adequate huisvesting te bieden.
•
Om specifieke gebiedskenmerken te beschermen dient het plaatsen van schuilstallen niet op alle gronden te worden toegestaan. Daarbij dienen de bestemming, de ligging en de specifieke waarde van het gebied in overweging te worden genomen.
•
Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen moeten er eisen worden gesteld aan omvang en materialisering.
Beleidskader schuilstallen - gemeente Den Helder - 7
3. Uitwerking beleidskader In het vorige hoofdstuk zijn de beleidsuitgangspunten aangegeven waarbinnen schuilstallen zijn toegestaan. In dit hoofdstuk zullen deze beleidsuitgangspunten nader worden uitgewerkt in concrete toetsingskaders
3.1 Bestemming agrarisch Uitgangspunt van het beleid is het zoveel mogelijk faciliteren van de vraag naar schuilstallen vooral vanuit het oogpunt van dierenwelzijn. Alleen niet alle gebieden lenen zich voor het houden van hobbydieren en hoeven daarom niet de mogelijkheid te bieden om schuilstallen op te richten. Denk hierbij aan natuur en bosgebieden. In aanmerking komen dus enkel de gebieden die in de huidige bestemmingsplannen de bestemming agrarisch hebben.
3.2 Minimale perceel grote en afstand tot woning derde Met de voorwaarde dat niet meer dan één schuilstal per perceel met een minimum omvang van 5.000 m2 is aansluiting gezocht met het beleid van de Provincie Noord-Holland. Door een minimum omvang van 5000m2 te hanteren, wordt maximaal rekening gehouden met de omvang van het perceel waarop hobbymatig dieren worden gehouden. Door de plaatsing van schuilstallen in de nabijheid van (bedrijfs)woningen van derden, kan het uitzicht van derden worden verminderd, wat zou kunnen leiden tot planschade. Om te voorkomen dat het woongenot van bestaande (bedrijfs)woningen wordt aangetast, wordt een afstand aangehouden tussen de gevel van de schuilstallen en (bedrijfs)woningen van derden van minimaal 50 meter.
3.3 Agrarische polder in relatie tot natuur en beschermd stadgezicht Structuur visie De Helder 2025 deelt het buitengebied op in de Koegraspolder, de duinen als Natura 2000 gebied, de Huisduinerpolder en de Stelling als groene ader door de gemeente. De duinen hebben een bescherming van Natura 2000 gebied waardoor er geen schuilstallen mogelijk zijn. De polders Koegras en Huisduinen hebben beide grotendeels de functie agrarisch. Het beschermd stadsgezicht en de waarde natuur en landschap in de Huisduinerpolder maken het wenselijk om verrommeling in de polder tegen te gaan. Bij de Koegraspolder is de openheid en weidsheid van de polder een belangrijke landschappelijke kernwaarde. De open zichtrelatie tussen de Noordzeekust en Waddenkust is een grote kwaliteit. In beide polders is het toestaan van schuilstallen alleen onder de gestelde voorwaarden wenselijk, waarbij een goede ruimtelijke inpassing op het perceel belangrijk is.
3.4 Solitair gelegen weilanden Daarnaast moet er sprake zijn van een bepaalde onmogelijkheid om de schuilstal binnen de woondoeleinden bestemming op te richten, binnen de daar aanwezige of mogelijk te realiseren bebouwing. Het feit dat de bebouwing als huishoudelijke berging in gebruik is, is daarbij geen argument voor het niet beschikbaar stellen voor de hobbydieren. Voor het toestaan van een schuilstal moet het daarom gaan om solitair gelegen weilanden niet gelegen of aansluitend aan de woonbestemming van de eigenaar/gebruiker.
8 - Beleidskader schuilstallen - gemeente Den Helder
3.5 Goede landschappelijke inpassing Met betrekking tot de positionering dient de plaats die landschappelijk het beste tot zijn recht komt benut te worden voor de schuilstal. Hierbij dient het in ieder geval te gaan om de randen van het perceel, bij voorkeur in een hoek nabij bestaande bosschages, waterlopen of erfafscheidingen. Daarbij is een clustering van schuilstallen bij aangrenzende weilanden wenselijk als de mogelijkheid er is. Verder is het verwijderen van bouwwerken of inrichtingselementen op het perceel die in strijd zijn met het bestemmingsplan of als zodanig niet vergund zijn een strikte voorwaarden voor het realiseren van een schuilstal.
3.6 Maten, afmetingen, vormgeving en materialisering Qua afmetingen voor een schuilstal is aangehaakt bij de maximale oppervlakte die aangehouden wordt door de provincie in de Omgevingsverordening Noord-Holland. Dit houd in een oppervlakte van maximaal 30m2 en een nokhoogte van maximaal 3 meter. Aangezien een schuine afdekking in de vorm van een zadeldak gewenst is, geldt een maximale goothoogte van 2 meter.
Qua vormgeving dient het te gaan om een gebouwtje wat passend is in het landschap. Als materialisering geldt daarbij gepotdekselde houten gevelbekleding in een bedekte kleur, schuine afdekking met een dakbedekking van bitumen singels, leitjes of donkere dakpannen. Een groen sedumdak is ook toegestaan. Niet toegestaan zijn stalen (damwand) profielen, gemetselde of anderszins stenen muren en golfplaten. De constructie mag maximaal drie dichte wanden hebben.
3.7 Enkel ten behoeve van het bieden van onderdak aan hobbydieren. Een schuilstal mag enkel gebruikt worden voor de huisvesting van hobbydieren. Het opslaan van bouwmateriaal, gemotoriseerde voertuigen, landbouw voertuigen, gebruik als berging of hobbyruimte is expliciet niet toegestaan. Dit sluit niet aan bij het beleidsdoel met betrekking tot het waarborgen van dierenwelzijn, voorkomen van verrommeling en is bovendien vaak ook strijdig met de onderliggende bestemming agrarisch gebied. Wel is het toegestaan om klein materieel (zoals: schep, kruiwagen, afrastering) ten behoeven van de verzorging van de dieren op te bergen. Het is wenselijk om de opbergruimte hiervoor te integreren in de schuilstal. Zo wordt het opbergen van nodig materieel zo veel mogelijk aan het zicht onttrokken.
3.8 Het hobbymatig houden van paarden. Speciale aandacht bij het schuilstallenbeleid dient geschonken te worden aan het hobbymatig houden van paarden. Indien de paarden op soortgelijke wijze grazen in een weiland zoals schapen, geiten e.d. dat doen hoeft het oprichten van een schuilstal voor paarden geen probleem te zijn. Het mag niet zo zijn dat de structuur van het perceel verandert en dat er een soort ‘mini manege’ ontstaat met een rijbak, stapmolen, stro en hooiopslag en paardentrailer. Het stallen van groot materieel zorgt voor verrommeling en is niet wenselijk.
Beleidskader schuilstallen - gemeente Den Helder - 9
4. Uitvoering beleidskader Binnen het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) kunnen gemeenten onder voorwaarden plaatsing van schuilstallen toestaan.
4.1 Ruimtelijke procedure Dit beleidskader geldt als input voor de actualisatie van de toekomstige bestemmingsplannen en/of het omgevingsplan. Omdat een schuilstal alleen onder voorwaarden wordt toegestaan, is een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid in het bestemmingsplan hiervoor het juiste instrument. Met deze bevoegdheid kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bestemmingsplan. De wettelijke basis hiervoor ligt in artikel 2.12, lid 1 onder a, sub 1 van de Wabo. Hiervoor geldt de reguliere procedure, die een wettelijke beslistermijn heeft van acht weken. Deze kan éénmalig worden verlengd met zes weken.
4.2 Kruimelgeval Omdat de actualisatie van de toekomstige bestemmingsplannen en/of het omgevingsplan enige tijd in beslag neemt, moet worden gekeken hoe wordt omgegaan met aanvragen die tot de inwerkingtreding van de actualisatie worden ingediend. Wanneer aanvragen passen binnen dit beleidskader kan op grond van de kruimellijst(korte procedure) worden meegewerkt. Voor een kruimelgeval geldt de reguliere procedure met een maximale beslistermijn van 8 weken. Voor een aanvraag voor een schuilstal kan gebruik worden gemaakt van lid 11 van de kruimelgevallenlijst. Met lid 11 kan tijdelijk voor een termijn van maximaal 10 jaar van het bestemmingsplan worden afgeweken. Met de wijziging van het Besluit omgevingsrecht in 2014 is de voorwaarde dat voorzien moet worden in een tijdelijke behoefte komen te vervallen. Volstaan kan worden met het aannemelijk maken dat het feitelijk mogelijk is dat de activiteit zonder onomkeerbare gevolgen kan worden beëindigd. Daarmee kan dus een tijdelijke vergunning worden verleend voor een permanent gebouw. Dit blijkt inmiddels ook uit jurisprudentie (zie uitspraak Raad van State, nr.: ECLI:NL:RVS:2018:1112). Wel dient de vergunning op naam te worden verleend. Na de inwerkingtreding van het geactualiseerde bestemmingsplan en/of omgevingsplan kunnen de bouwplannen worden getoetst aan het bestemmingsplan.
4.3 Handhaving Bestaande schuilstallen die niet in overeenstemming zijn met dit beleidskader, strijdig zijn met het bestemmingsplan en niet voldoen aan overgangsrecht, dienen te worden aangeschreven. Indien de strijdigheid met de beleidsregels vormgevings- of positioneringsaspecten betreffen zal de aanvrager aangeschreven worden om deze aan te passen. Indien het gebied zich niet leent voor het plaatsen van een schuilstal, wordt de aanvrager aangeschreven de schuilgelegenheid te verwijderen.
10 - Beleidskader schuilstallen - gemeente Den Helder
5. Vertaling beleidskader Schuilstallen zijn toegestaan indien: •
Het gaat om huisvesting van hobbydieren van een particulier. Dat wil zeggen het dusdanig houden van dieren dat er geen sprake is van bedrijfsmatige activiteiten, in een niet bedrijfsmatige context.
•
Een schuilstal mag enkel worden opgericht op percelen met de bestemming agrarisch, waarbij sprake moet zijn van een goede landschappelijke inpassing. Schuilstallen dienen aan de randen van het perceel te worden gepositioneerd of in de hoek van een perceel bij voorkeur aansluitend bij bestaande opstanden.
•
Toegestaan is één schuilstal per perceel met een minimum omvang van 5.000 m2. De afstand tot een woning of bedrijfswoning van derde moet minimaal 50 meter zijn.
•
Het dient te gaan om een solitair gelegen weiland. Indien een weiland aansluit op het huisperceel van de aanvrager, dient de schuilgelegenheid binnen het bouwperceel en binnen de vigerende bebouwingsvoorschriften te worden gerealiseerd.
•
Toegestaan is een maximale oppervlakte van 30 m2, een goothoogte van 2 meter en een nokhoogte van 3 meter.
•
Materialiseringseisen: gepotdekselde houten gevelbekleding in een bedekte kleur, schuine afdekking met een dakbedekking van bitumen singels, leitjes of donkere dakpannen. Een groen sedumdak is ook toegestaan. Niet toegestaan zijn stalen (damwand) profielen, gemetselde of anderszins stenen muren, kunststof of golfplaten.
Beleidskader schuilstallen - gemeente Den Helder - 11
Colofon Opmaak: Repro gemeente Den Helder november 2020