Beleidskader lokale heffingen 2025.pdf
Tekst van het document
Beleidskader lokale heffingen Gemeente Den Helder 2025 - 2028
april 2025
Inhoudsopgave 1.1 Aanleiding............................................................................................................................3 1.2 Doelstelling..........................................................................................................................3 1.3 Leeswijzer............................................................................................................................3 2. Lokale heffingen.....................................................................................................................4 2.1 Belastingen..........................................................................................................................4 2.2 Rechten................................................................................................................................4 2.3 Ontwikkelingen....................................................................................................................5 3.
Belastingen............................................................................................................................6 3.2 Onroerendezaakbelasting (OZB)..........................................................................................6 3.3 Forensenbelasting................................................................................................................7 3.4 Toeristenbelasting...............................................................................................................9 4. Rechten..................................................................................................................................9 Voor het in gebruik geven van gemeentelijke eigendommen of voor de door de gemeente verleende diensten kan de gemeente een vergoeding vragen. Dat noemen we dan ‘rechten’.
In de gemeente worden de volgende rechten geheven: reinigingsheffingen, lijkbezorgingrechten en leges....................................................................................................9 4.1 Reinigingsheffingen..............................................................................................................9 4.2 Afvalstoffenheffing.............................................................................................................10 4.3 Rioolheffing........................................................................................................................10 4.4 Lijkbezorgingsrechten........................................................................................................12 5. Leges....................................................................................................................................12 6. Kostendekking en invordering.............................................................................................13 6.1 Kostendekkendheid...........................................................................................................13 6.2 Kwijtschelding en oninbaarheid.........................................................................................14 7.
Conclusie en samenvatting..................................................................................................14 8 Inwerkingtreding en slotbepaling.........................................................................................16
Beleidsregel Lokale heffingen 2025-2028
Pagina 2 van 17
1. Inleiding In het implementatieplan behorende bij de Visie op Planning & Control staat geschreven dat de financiële verordening voorschrijft dat de gemeenteraad, op voorstel van het college, periodiek beleid vaststelt over een zevental onderwerpen (artikel 9). De Visie op Planning & Control voegt hier het beleidskader lokale heffingen aan toe. Elke vier jaar zal het college de betreffende beleidskaders toetsen en daarna besluiten de werkingstermijn te verlengen of een raadsvoorstel aan te bieden met een actueel beleidskader.
1.1 Aanleiding De Gemeentewet en het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (Bbv) geven de gemeenteraad opdracht het beleid ten aanzien van lokale heffingen en de grondslagen voor de berekening van de door het gemeentebestuur in rekening te brengen tarieven vast te stellen. In het kader daarvan biedt het college de raad dit beleidskader lokale heffingen aan. Dit beleidskader bevat: - de samenstelling van het geheel aan gemeentelijke belastingen; - de kostendekkendheid bij de heffingen waar dit van toepassing is; - beleid over kwijtschelding en oninbaarheid van belastingschulden. Het beleidskader lokale heffingen is richtinggevend van karakter en meerjarig. Elke vier jaar wordt getoetst of bijstelling nodig is.
1.2 Doelstelling Dit beleidskader geeft een overzicht van het totaal aan heffingen binnen de gemeente Den Helder en formaliseert de gemeentelijke beleidslijn voor de komende vier jaren. Jaarlijks wordt in de begroting en de jaarrekening over de uitvoering van het beleid gerapporteerd in de paragraaf lokale heffingen. Als er wijzigingen in het beleid worden voorgesteld wordt dit expliciet voorgesteld in de begroting.
1.3 Leeswijzer Na een introductie van de lokale heffingen in hoofdstuk 2, worden de verschillende soorten heffingen (belastingen hoofdstuk 3 en rechten hoofdstuk 4) uiteengezet. Achter elke heffing staat het artikel van de wettelijke basis uit de gemeentewet. Per heffing wordt ingegaan op: - de omschrijving van de heffing; - het tariefbeleid; - relevante ontwikkelingen; - de voorgestelde uitgangspunten. In hoofdstuk 5 wordt aandacht besteed aan de leges en in hoofdstuk 6 aan de kostendekking en invordering, waaronder ook de kwijtschelding en oninbaarheid. Tenslotte geeft hoofdstuk 7 een conclusie naast een samenvatting van de voorgestelde beleidspunten. Dit Beleidskader lokale heffingen 2025-2028 vervangt de Nota lokale heffing uit 2008.
Beleidsregel Lokale heffingen 2025-2028
Pagina 3 van 17
2. Lokale heffingen
In dit hoofdstuk worden de verschillende soorten lokale heffingen, de gemeentelijke belastingen, uiteengezet. Volgens de gemeentewet bestaan de gemeentelijke heffingen uit belastingen (Gemeentewet artikel 220 tot en met 228a) en rechten (Gemeentewet artikel 229 tot en met 229c).
2.1 Belastingen De gemeentelijke belasting kent drie karakteristieken: 1. Belastingheffing is bij uitstek een gelegenheid van de gemeenteraad. In de Gemeentewet is bepaald dat de raad besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van gemeentelijke belastingen. Belastingplichtigen kunnen niet worden belast zonder een besluit daartoe van het door de ingezetenen gekozen orgaan. Deze bevoegdheid kan ook niet worden gedelegeerd. 2. De wet bepaalt welke belastingen geheven mogen worden. De Gemeentewet bepaalt welke belastingen door de gemeente geheven kunnen worden. Gemeenten kunnen niet zelf nieuwe belastingen verzinnen. De gemeentelijke belasting gaat uit van het profijtbeginsel, waarbij de gedacht is dat de burgers en bedrijven bij moeten dragen aan de kosten van de door de overheid voortgebrachte voorzieningen naar de mate van profijt zij (de belastingplichtige) van die voorziening hebben. 3. De wetgever conditioneert in belangrijke mate de vorm waarin deze besluiten tot stand komen. De Gemeentewet stelt niet alleen de verordening verplicht voor fiscale besluiten, maar bepaalt ook wat verordeningen ten minste moeten bevatten, zoals: de belastingplichtige, het belastbare feit en de heffingsmaatstaf. Aan de hand van deze informatie in de verordening(en) moet de belastingplichtige kunnen bepalen óf belasting verschuldigd is én welke omvang de belastingschuld heeft.
Tot de gemeentelijk belastingen horen de onroerende zaakbelastingen, de forensenbelasting en de toeristenbelasting. Tegenover de gemeentelijke belastingen staan geen rechtstreeks aanwijsbare gemeentelijke diensten. De opbrengsten gelden als algemeen dekkingsmiddel, waarover de raad naar eigen inzicht kan beschikken. Zie verder hoofdstuk 3
2.2 Rechten Rechten kunnen worden geheven op basis van de Gemeentewet of een bijzondere wet (zoals de Wet milieubeheer) en worden onderscheiden in drie typen: 1. Gebruiksrechten: hierbij gaat het om het gebruik van gemeentebezittingen of inrichtingen (bijvoorbeeld marktgelden). Deze worden in Den Helder niet geheven. Standplaatsen vallen onder de APV en hiervoor kunnen vergunning voor worden verstrekt. Vergunning maken geen deel uit van de lokale heffingen. 2. Genotsrechten: deze worden geheven terzake van het genot van of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten (bijvoorbeeld het heffen van leges voor het verlenen van een vergunning); Beleidsregel Lokale heffingen 2025-2028
Pagina 4 van 17
3. Vermakelijkheidsrechten: kunnen worden geheven van degene die vermakelijkheden aanbiedt, indien daarbij gebruik wordt gemaakt van door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand gebrachte of in stand gehouden voorzieningen of waarbij een bijzondere voorziening inde vorm van toezicht of anderszins van de zijde van het gemeentebestuur getroffen wordt (voorbeelden van vermakelijkheden zijn de Keukenhof, de Efteling, de TT-races, SAIL en sportwedstrijden in de grote steden). Ook deze worden in Den Helder niet geheven. Uit de Gemeentewet blijkt dat de tarieven van rechten zodanig worden vastgesteld dat de baten niet (mogen) uitgaan boven de lasten, waarbij het gaat om de geraamde opbrengsten en de geraamde kosten. Dit betekent dat voor het beoordelen van de kostendekkendheid dient te worden uitgegaan van gegevens uit de begroting (en dus níet uit de jaarrekening). Zie verder hoofdstuk 4.
2.3 Ontwikkelingen Jaarlijks stelt de gemeenteraad voorstellen vast (zoals de belastingverordeningen) die van invloed zijn op de heffing van de gemeentelijke belastingen, bijvoorbeeld voor de tariefstelling, de uitvoering en/of de continuering (aanstellen/afschaffen). De gemeente Den Helder heeft de uitvoering van de inning van de gemeentelijke belastingen opgedragen aan de Gemeenschappelijke regeling Cocensus. Ook de kwijtscheldingen en de het oninbaar verklaren van belastingvorderingen is aan Cocensus opgedragen. De aanslagen voor de parkeernaheffingen en facturen voor parkeervergunningen, invalidenparkeervergunningen en -parkeerplaatsen worden door de gemeente zelf verzonden. Kruissubsidiëring De methode voor de toerekening van kosten aan de tarieven vindt plaats conform de artikelen 12 en 13 van de financiële verordening. Dit houdt in dat bij de kostprijsberekening rekening wordt gehouden met de directe kosten en een percentage kosten van overhead als vervanging van de indirecte kosten. Bij de directe kosten wordt, naast de gebruikelijke onderdelen als kapitaallasten, dotaties aan voorzieningen en dergelijke, ook rekening gehouden met de loonkosten van de medewerkers betrokken bij het primaire proces. In de lokale heffingen speelt zogenaamde kruissubsidiëring een rol. Bij kruissubsidiëring worden onrendabele activiteiten gesubsidieerd met winst uit rendabele activiteiten.
Kruissubsidiëring komt voor in drie vormen: Binnen groepen legesfeiten (bijvoorbeeld tussen legestarieven voor lichte bouwvergunningen en reguliere bouwvergunningen) 2. Binnen groepen legesfeiten binnen de legesverordening (bijvoorbeeld tussen diensten in het kader van de burgerlijke stand en bouw-gerelateerde diensten) 1.
Beleidsregel Lokale heffingen 2025-2028
Pagina 5 van 17
3.
Door het aanvullen van tekorten van lege heffende organisatieonderdelen vanuit andere financieringsbronnen (zoals de algemene uitkering of belastingen).
Bij de gemeente Den Helder is geen sprake van kruissubsidiëring.
3. Belastingen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op enkele relevante ontwikkelingen en passeren vervolgens de gemeentelijke belastingen de revue. In Den Helder zijn de volgende belastingen ingevoerd: onroerendezaakbelasting, forensenbelasting, toeristenbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing.
3.2 Onroerendezaakbelasting (OZB) Op grond van het bepaalde in de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet kunnen gemeenten onroerendezaakbelasting (OZB) heffen. De OZB is een zogenaamde algemene belasting, er is geen relatie tussen de belastingheffing en een bepaalde taak of verleende dienst van de gemeente. De opbrengsten van de OZB komen ten goede aan de algemene middelen. Over onroerende zaken heft de gemeente belasting, te onderscheiden in gebruikersbelasting en eigenarenbelasting. Gebruikersbelasting betalen alleen degenen die onroerende zaken gebruiken, die niet in hoofdzaak tot woning dienen (niet-woningen). Eigenarenbelasting legt de gemeente op aan degenen die eigenaar zijn van onroerende zaken (zowel woningen als niet-woningen). In het tarief voor de niet -woningen is een opslag opgenomen voor het Ondernemersfonds. De OZB wordt berekend over de WOZ-waarde van de onroerende zaak. Deze waarde wordt vastgesteld conform de regels van de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ). De uitvoering van de wet WOZ is opgedragen aan Cocensus. De hoogte van de OZB wordt berekend door de vastgestelde WOZ-waarde te vermenigvuldigen met een percentage. De percentages worden door de gemeenteraad elk jaar opnieuw vastgesteld. Voor het berekenen van de belasting in enig jaar geldt de WOZ-waarde per 1 januari van het voorafgaande jaar.
Zo is de WOZ-waarde per 1 januari 2024 bepalend voor de opbrengst van de OZB over 2025. In beginsel is de omvang van de opbrengst uit de OZB niet gelimiteerd. Het Rijk monitort wel het landelijk volume van de OZB. De Gemeentewet noemt een aantal onroerende zaken waarvan de waarde geheel of gedeeltelijk van de belastingheffing zijn uitgezonderd. Het gaat hierbij onder meer om: kassen en landbouwgronden, kerken, moskeeën, synagogen en andere gebouwen voor levensbeschouwelijke samenkomsten, openbare wegen, waterwegen en spoorbanen, waterverdedigings- en waterbeheersingswerken van de overheid, omvangrijke machines en werktuigen in de industrie en natuurterreinen van natuurorganisaties
Beleidsregel Lokale heffingen 2025-2028
Pagina 6 van 17
Ook de gemeente kan objecten uitzonderen van de heffing. Nu heeft de gemeente uitgezonderd: de gebouwen die voor de publieke dienst zijn bestemd, straatmeubilair, plantsoenen, parken, waterpartijen en begraafplaatsen. Voorgesteld wordt om dit beleid te continueren. Gebouwen die onder de publieke dienst vallen zijn onder andere zorginstellingen, kerken, musea en theaters. Bij de bepaling van de algemene uitkering, die de gemeente ontvangt uit het gemeentefonds, wordt de gemeente gekort met het bedrag dat zij geacht wordt tenminste aan OZB van de burgers te heffen. Het tarief, dat daarvoor wordt gebruikt, is het drempeltarief. Beleidsuitgangspunten: 1. Bij de jaarlijkse raming van de opbrengst van de belasting worden drie stappen gemaakt: a. het areaal wordt gecorrigeerd, extra gebouwen, wegen en installaties zorgen voor een hogere opbrengst. Hiermee wordt rechtgedaan aan de rekenregel (aftrek) in de uitkering uit het gemeentefonds en het feit dat meer areaal ook leidt tot meer inzet van de gemeente. b. De opbrengst wordt verhoogd met inflatie zijnde zodat de ‘koopkracht’ van de opbrengst gelijk blijft. c. afgewogen wordt of een extra verhoging of een verlaging nodig is om te kunnen komen tot een sluitende begroting inclusief de eventuele reserveringen voor toekomstige uitgaven. 2.
Met stap a en b zoals hierboven beschreven wordt nagestreefd dat de ontwikkeling van de WOZ-waarde niet leidt tot opbrengst. Bij de jaarlijkse vaststelling van het tarief wordt deze gecorrigeerd met de WOZ-waardeontwikkeling zodat voorkomen wordt dat de opbrengst meer daalt of stijgt dan begroot. Dit geldt gemeentebreed en niet voor individuele objecten. 3. Jaarlijks wordt de begrote opbrengst van de onroerende-zaak-belastingen verhoogd met de door de raad vastgestelde index. Bij de vaststelling van de nieuwe tarieven op basis van voornoemde prijsindex, wordt rekening gehouden c.q. vindt een correctie plaats voor de stijging of daling van de onderliggende WOZ-waarden. Dit uitgangspunt is bedoeld om een objectief en toetsbaar stijgingspercentage vast te leggen en niet jaarlijks een ‘gewenste stijging’. Buiten de uitzonderingen die de wet al maakt, wordt geen belasting geheven terzake van gebouwen die voor de publieke dienst zijn bestemd, straatmeubilair, plantsoenen, parken, waterpartijen en begraafplaatsen. 4. Voor de OZB wordt geen kwijtschelding verleend. De hierboven voorgestelde beleidsuitgangpunten geven het huidige beleid weer.
3.3 Forensenbelasting De gemeente heft op basis van het bepaalde in artikel 223 van de Gemeentewet forensenbelasting van personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er Beleidsregel Lokale heffingen 2025-2028
Pagina 7 van 17
gedurende het jaar meer dan negentig malen nachtverblijf houden of er op meer dan negentig dagen van dat jaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. De verhogingen van de tarieven komen bovenop de stijging van de WOZ-waarde, zoals deze zich manifesteert in de afgelopen jaren. De ontwikkeling van de tarieven voor de forensenbelasting is als volg: De belasting bij een WOZ-waarde van:
2023
2024
2025
Minder dan € 50.000
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
€ 50.000 maar minder dan € 75.000
€ 951,46
€ 995,23
€ 1.030,06
€ 75.000 maar minder dan € 100.000
€ 996,11
€ 1.041,93
€ 1.078,40
€ 100.000 naar minder dan € 125.000
€ 1.045.55
€ 1.093,05
€ 1.131,92
€ 125.000 maar minder € 160.000
€ 1.097,61
€ 1.147,05
€ 1.187,20
€ 160.000 en meer
€ 1.138,94
€ 1.191,33
€ 1.233,03
De forensenbelasting heeft het karakter van een algemene belasting, deels gebaseerd op de profijtgedachte. De gedachte achter de forensenbelasting was gelijkschakeling van personen, die gemeubileerde woning in de gemeente beschikbaar houden (zonder in het BRP van de gemeente te zijn ingeschreven), met de eigen inwoners. De gedachte achter deze belasting is dus vooral gelegen in de omstandigheid dat mensen die hun hoofdverblijf buiten de gemeente hebben toch van de gemeentelijke faciliteiten ‘profiteren’. Zij maken immers gebruik van de voorzieningen en de gemeente verleent hen allerlei diensten. Als heffingsmaatstaf gebruikt de gemeente daarom, parallel aan de OZB, de WOZ-waarde. Bij de afschaffing van het gebruikersdeel van de OZB zijn de gemeenten daarvoor gecompenseerd met een verhoging van de algemene uitkering. Via de rijksbelastingen en de algemene uitkering betalen de inwoners nog steeds voor de gemeentelijke diensten. Voor de forensen ontvangt de gemeente niet zo’n compensatie. Beleidsuitgangspunten: 1. Het heffen van forensenbelasting te continueren; 2. Jaarlijks wordt de begrote opbrengst van de forensenbelasting verhoogd met de door de gemeenteraad in de kadernota vastgesteld index. Hierbij wordt rekening gehouden c.q. vindt een correctie plaats voor de stijging of daling van de onderliggende WOZ-waarden.
Deze systematiek is hiermee gelijk aan de wijziging van de tarieven voor de onroerende-zaak-belastingen. 3. De forensenbelasting extra te verhogen als er ook sprake is van een verhoging van de OZB- tarieven om te komen tot een sluitende begroting. 4. Voor de forensenbelasting kan geen kwijtschelding worden verleend.
Beleidsregel Lokale heffingen 2025-2028
Pagina 8 van 17
3.4 Toeristenbelasting Voor het, tegen een vergoeding, overnachten binnen de gemeente in hotels, pensions of op campings door mensen die niet in de gemeente wonen, heft de gemeente toeristenbelasting. De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel, waarvan de opbrengst aldus door de raad naar eigen inzicht kan worden ingezet. Onder de term toeristenbelasting valt alle verblijf, zoals: de zakelijke overnachtingen in hotels of verblijf door arbeidsmigranten die bijvoorbeeld in de landbouwsector werken. De heffing van toeristenbelasting vindt zijn rechtvaardiging in het gegeven dat de gemeente kosten maakt voor voorzieningen die ook door toeristen worden benut. Het is daarom in beginsel juist het tarief van de toeristenbelasting periodiek te herzien. De ontwikkeling van de tarieven over de afgelopen jaren is als volgt: Tarieven per persoon per nacht
2023
2024
2025
€ 1,68
€ 1,76
€ 2,15
Beleidsuitgangspunten: 1. De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: a. van degene die verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders; b. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van deze Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; c. dat geschiedt ter uitvoering van beroeps- of bedrijfswerkzaamheden. 2. Jaarlijks worden aan de gemeenteraad de tarieven ter vaststelling aangeboden op basis van op dat moment vigerende motieven en overwegingen. 3. De Toeristenbelasting extra te verhogen als er in de begroting wordt voorgesteld de OZB tarieven te verhogen om te kunnen komen tot een sluitende begroting.
4. Rechten Voor het in gebruik geven van gemeentelijke eigendommen of voor de door de gemeente verleende diensten kan de gemeente een vergoeding vragen. Dat noemen we dan ‘rechten’. In de gemeente worden de volgende rechten geheven: reinigingsheffingen, lijkbezorgingrechten en leges.
4.1 Reinigingsheffingen De gemeente kent twee reinigingsheffingen: de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten. - De afvalstoffenheffing wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waar de gemeente huishoudelijke afvalstoffen moet inzamelen. De inwoners betalen afvalstoffenheffing niet alleen voor het ophalen van huishoudelijk afval maar ook voor het gebruik (mogen) maken van het afvalbrengstation. Beleidsregel Lokale heffingen 2025-2028
Pagina 9 van 17
-
Reinigingsrechten worden geheven van bedrijven waar de gemeente op aanvraag ook huishoudelijke afvalstoffen inzamelt. De verwerking van deze afvalstromen wordt door externe afvalverwerkers uitgevoerd.
4.2 Afvalstoffenheffing De tarieven in de verordening dienen zodanig te worden vastgesteld dat de geraamde baten van de rechten niet uitgaan boven de geraamde lasten ter zake. Voor de juridische toetsing van kostendekking worden uitgegaan van de begroting. De gemeente kan een overschot toevoegen aan de algemene middelen. Tekorten moeten dan ook worden gedekt uit de algemene middelen. Sinds 2023 is, om schommelingen in de exploitatie zoveel mogelijk te vermijden, gekozen voor een egalisatiereserve Afval. Naast de kosten voor de afvalverwerking wordt een 30% van de kosten die gemaakt worden voor het schoonhouden van de straten (‘straatvegen’) toebedeeld aan de afvalstoffenheffing. In het kader van de kostendekkendheid van de tarieven maken ook de kosten voor de handhaving op de controle van verkeerd aangeboden afval en het voorkomen en beboeten van afvaldumping deel uit van de tarieven van de afvalstoffenheffing. Beleidsuitgangspunten: 1. Op begrotingsbasis wordt gestreefd naar 100% dekking van de lasten. Bij het streven naar kostendekking prevaleert kostenbeheersing boven tariefsverhoging. 2. 30% van de kosten voor het straatvegen worden toebedeeld aan de afvalstoffenheffing. 3. Een apart tarief te hanteren voor eenpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens. 4. Eventuele overschotten en tekorten op rekeningbasis worden verrekend met de Egalisatiereserve Afval. 5.
Jaarlijks zal bij de aanbieding van de begroting worden geadviseerd over een aanpassing van de tarieven. 6. Voor de afvalstoffenheffing kan kwijtschelding worden verleend conform de Verordening kwijtschelding 2023.
4.3 Rioolheffing De rioolheffing vindt een steeds ruimere toepassing aangezien het gemeentelijke watertakenbeheer vele malen ruimer is dan ‘dat er sprake moet zijn van een (directe) aansluiting op de riolering’, immers zorgplichten ten aanzien van afval-, hemel- en grondwater hebben een centrale plaats in de ordening van de publieke ruimte. Een adequate uitvoering van de zorgplichten is dan ook een collectief goed, waarvan alle percelen profijt hebben. Piekbuien die wateroverlast veroorzaken, verdroging door de snelle afvoer van water. Gemeenten moeten in de publieke ruimte maatregelen nemen om overlast en schade te voorkomen. Niet alleen in stedelijk gebied maar zeker ook in het buitengebied. De bermen en slootkanten langs de gemeentelijke wegen worden onderhouden om overtollig water af te voeren zodat er over een droge weg kan worden gereden, mede om gebruik te maken van voorzieningen waar ook maatregelen voor zijn getroffen, waarvan iedereen profiteert. Beleidsregel Lokale heffingen 2025-2028
Pagina 10 van 17
Een collectief goed is een goed waarbij het niet mogelijk is om mensen die niet meebetalen uit te sluiten van het profijt en waarbij het profijt van de een niet ten koste gaat van het profijt van een ander. Echter, de belasting (die momenteel ‘rioolheffing’ heet) heette voorheen rioolrecht en dat riep het beeld op van een belasting voor een (directe aansluiting op een) buizenstelsel (waarmee het tegenstrijdig voelde om percelen die niét deze aansluiting hebben op een buizenstelsel mee te laten betalen). Toekomstig zal deze wellicht nog verder gaan en wijzigt de naam mogelijk in ‘Riool- en Waterzorgheffing’. Onder de rioolheffing wordt een belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: - de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, evenals de zuivering van huishoudelijk afvalwater en - de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, - 10 van de kosten die gemaakt worden voor het schoonhouden van de straten (‘straatvegen’).
De heffing wordt geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar eigenaar is van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd dan wel belang heeft bij de nakoming van de gemeentelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater-, hemel- en grondwater. Voor deze heffing geldt de vereiste dat de geraamde baten van de belasting niet hoger mogen zijn dan de geraamde lasten. Eventuele tekorten (of overschotten) op de exploitatie van de riolen en gemalen worden gedekt uit c.q. gestort in de Voorziening Rioleringen en komen in beginsel niet toe aan de lopende begroting. Voor het onderhoud en beheer van de riolering een door Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) vastgesteld. Dit plan gaat gepaard met omvangrijke investeringen. Bij de begroting wordt gestreefd naar volledige kostendekkendheid. Bij het opmaken van de jaarrekening blijken veelal verschillen. Een overschot op de begroting wordt gestort in de voorziening en een tekort wordt gestort in c.q. onttrokken aan de voorziening. Jaarlijks wordt bij de begroting een eventuele tariefsverhoging voorgesteld. Het tarief is gebaseerd op de uitvoering van het GRP conform het plan. Bij de uitvoering kan blijken dat verschuiving in de investeringen of een andere uitvoering tot kostenbesparingen leiden. Ook de toepassing van nieuwe technologieën kan leiden tot besparingen.
Beleidsuitgangspunten: 1. De uitvoering van het GRP bekostigen met rioolheffing, waarbij voortdurend de aandacht gericht blijft op kostenbesparing om de verhoging van de tarieven te minimaliseren.
Beleidsregel Lokale heffingen 2025-2028
Pagina 11 van 17
2. Voor de rioolheffing geldt dat er een kostendekkend tarief wordt gevoerd dat rekening houdt met egalisatie van de lasten over het gehele periode waarin de riolering wordt gebruikt. 3. 10 % van de kosten voor straat vegen wordt toegerekend aan de rioolheffing. 4. Er wordt voor de rioolheffing geen kwijtschelding verleend.
4.4 Lijkbezorgingsrechten Op basis van de Verordening Lijkbezorgingsrechten Gemeente Den Helder 2024 worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en over de door de gemeente verleende diensten in verband met de begraafplaats. De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag danwel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Voor de lijkbezorgingsrechten geldt dat de geraamde baten niet hoger mogen zijn dan de geraamde lasten. Beleidsuitgangspunten: 1. Op begrotingsbasis wordt er naar gestreefd dat de kostendekking 100% is. Hiervoor worden de tarieven geleidelijk verhoogd; 2. Jaarlijks zal bij de aanbieding van de begroting worden geadviseerd over een aanpassing van de tarieven.
5. Leges Onder de naam leges wordt een aantal verschillende rechten geheven voor de door of vanwege het gemeentebestuur, verstrekte diensten. De legesverordening bestaat uit hoofdstukken, te weten - Hoofdstuk 1: Algemene Dienstverlening’; - Hoofdstuk 2: Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning; - Hoofdstuk 3: Europese dienstenrichtlijn. Deze dienst kan een document zijn (bijvoorbeeld paspoort, trouwboekje) maar kan ook een vergunning van de gemeente zijn waarmee aangegeven wordt dat de burger of het bedrijf zich houdt aan wettelijke voorschriften of ergens toestemming voor krijgt. Ook voor de legesverordening geldt, dat de geraamde baten niet hoger mogen zijn dan de geraamde lasten, hetgeen zowel voor de verordening als geheel geldt, maar ook voor de drie afzonderlijke titels. Hoofdstuk 2 is ingrijpend veranderd doordat de ‘omgevingswet’ in werking treedt, waarbij de overheid ernaar streeft om regels voor ruimtelijke ontwikkeling te vereenvoudigen en samen te voegen. De omgevingswet bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving, waarbij het onder meer gaat om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. In aanloop naar de introductie van de omgevingswet zijn alle artikelen en tarieven geactualiseerd. Het grootste bedrag van de leges heeft betrekking op de heffing van bouwleges.
Leges omgevingsvergunning worden geheven voor het leveren van diensten die betrekking hebben op een aanvraag voor het verlenen van een omgevingsvergunning en het toezicht op een verleende vergunning. Op het moment dat een aanvraag voor een Beleidsregel Lokale heffingen 2025-2028
Pagina 12 van 17
vergunning in behandeling is genomen, is de aanvrager legesplichtig. Per hoofdstuk van de tarieventabel, behorende bij de legesverordening, is door de gemeenteraad vastgesteld welk tarief zal worden gehanteerd. De hoogte van de tarieven kan de prijsontwikkelingen van lonen en materieel budget volgen, voor zover er geen tariefbepalingen gelden ingevolge specifieke rijksregelingen of regionale afspraken Beleidsuitgangspunten: 1. Jaarlijks zal bij de aanbieding van de begroting worden geadviseerd over een aanpassing van de tarieven.
6. Kostendekking en invordering
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op algemene aspecten en vervolgens werd aandacht besteed aan de specifieke heffingen, verdeeld in een hoofdstuk over de belastingen en een voor de rechten. In dit hoofdstuk Invordering wordt ingegaan op de kostendekkendheid en kwijtschelding en oninbaarheid.
6.1 Kostendekkendheid Kostendekkendheid is uitsluitend van toepassing voor de volgende heffingen en rechten: de afvalstoffen- en de rioolheffing, de (drie titels van de) leges en de lijkbezorgingsrechten. De rechtsgrond van rechten is een publiekrechtelijk kostenverhaal bij dienstverlening. Hierbij is voor wat de gebruiken genotrechten betreft het kostenverhaal beperkt tot 100%. Deze beperking geldt in beginsel per categorie rechten en niet per dienst. Van belang is te weten welke kosten met welk recht kunnen worden verhaald. Kosten dienen in ieder geval verband te hebben met de tegenprestatie. Bij directe kosten is dit duidelijk. Moeilijker is het de indirecte kosten te bepalen en toe te rekenen. Kosten voor beleidsvorming, inspraak, bezwaar, beroep en handhaving staan niet in enig rechtstreeks verband met de dienstverlening en kunnen dus niet via rechten worden verhaald. Regelmatig komt de vraag aan de orde om volledig kostendekkend te werken voor de verschillende rechten. In eerste instantie wordt dan gedacht aan kostenbeheersing. Door het verlagen van kosten is het eveneens mogelijk om meer kostendekkend te werken.
Daarnaast zijn er specifieke diensten waarbij een 100%-kostendekkendheid wellicht politiek niet gewenst is omdat anders de betreffende vergunning niet (meer) wordt aangevraagd dan wel de kosten onevenredig hoog zijn en daardoor bepaalde activiteiten niet meer worden ontplooid (bijvoorbeeld de weekmarkt).
Beleidsregel Lokale heffingen 2025-2028
Pagina 13 van 17
6.2 Kwijtschelding en oninbaarheid Indien een belastingplichtige niet in staat is, anders dan met buitengewoon bezwaar, de belastingschuld te betalen, kan kwijtschelding van de belastingen worden verleend. Van buitengewoon bezwaar is in het algemeen sprake als de financiële middelen om een aanslag te betalen ontbreken en ook niet binnen afzienbare tijd kunnen worden verwacht. Daarnaast kunnen zich ook andere omstandigheden voordoen die meebrengen dat de betaling van een aanslag niet kan worden gevorderd. Het beleid met betrekking tot kwijtschelding is landelijk ontwikkeld en vastgelegd in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De Gemeentewet bepaalt dat deze regeling ook op gemeentelijke belastingen van toepassing is. Belastingplichtigen kunnen kwijtschelding aanvragen voor de afvalstoffenheffing. Dit beleid ligt vast in de Verordening op de kwijtschelding 2023. Bij de kwijtschelding van de afvalstoffenheffing is het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan gesteld op 100% van de bijstandsnorm als genoemd in de Participatiewet. In afwijking hierop is gesteld dat de kosten van het bestaan van AOW-gerechtigde personen is gesteld op 100% van de AOW-bedragen als genoemd in de Algemene Ouderdomswet. Op grond van de gemeentewet kan de raad besluiten in het geheel geen dan wel gedeeltelijk kwijtschelding te verlenen.
Omdat het bij de onroerende zaakbelastingen, de rioolheffing en de forensenbelasting om belastingen gaat, die geheven worden op vermogensgrondslag wordt voorgesteld om hiervoor geen kwijtschelding te verlenen. Deze zullen op basis van de vermogenstoets toch zo goed als niet worden gehonoreerd. Toeristenbelasting wordt voor bedrijfsmatige diensten geheven. Voor de toeristenbelasting is het niet mogelijk om kwijtschelding aan te vragen.
7. Conclusie en samenvatting De algemene conclusie is, dat het beleid van de afgelopen jaren op hoofdlijnen kan worden voortgezet. Er zijn door de gemeenteraad voorstellen vastgesteld die van invloed zijn, op basis waarvan enkele beleidsuitgangspunten op onderdelen zijn aangepast. Samengevat zijn de uitgangspunten als volgt: 1. Jaarlijks wordt bij de begroting in de paragraaf ‘lokale heffingen’ inzicht gegeven in de mate van kostendekkendheid van de tarieven van rechten en retributies. 2. Kruissubsidiëring is in de begroting/jaarrekening van Den Helder niet toegestaan. 3. Alleen voor de afvalstoffenheffing kan kwijtschelding worden verleend. 4. Onroerendezaakbelasting: 4.1 Bij de jaarlijkse raming van de opbrengst van de belasting worden drie stappen gemaakt: a. het areaal wordt gecorrigeerd, extra gebouwen, wegen en installaties zorgen voor een hogere opbrengst. Hiermee wordt rechtgedaan aan de rekenregel (aftrek) in de uitkering uit het gemeentefonds en het feit dat meer areaal ook leidt tot meer inzet van de gemeente. b. De opbrengst wordt verhoogd met inflatie zijnde zodat de ‘koopkracht’ van de opbrengst gelijk blijft.
Beleidsregel Lokale heffingen 2025-2028
Pagina 14 van 17
c. afgewogen wordt of een extra verhoging of een verlaging nodig is om te kunnen komen tot een sluitende begroting inclusief de eventuele reserveringen voor toekomstige uitgaven. 4.2 Met stap a en b zoals hierboven beschreven wordt nagestreefd wordt dat de ontwikkeling van de WOZ-waarde niet leidt tot opbrengst. Bij de jaarlijkse vaststelling van het tarief wordt gecorrigeerd met de WOZ-waardeontwikkeling zodat voorkomen wordt dat de opbrengst meer daalt of stijgt dan begroot. Dit geldt gemeentebreed en niet voor individuele objecten. 4.3 Jaarlijks wordt de begrote opbrengst van de onroerende-zaak-belastingen verhoogd de raad om de kadernota vastgestelde index. Bij de vaststelling van de nieuwe tarieven op basis van voornoemde prijsindex, wordt rekening gehouden c.q. vindt een correctie plaats voor de stijging of daling van de onderliggende WOZ-waarden. Dit uitgangspunt is bedoeld om een objectief en toetsbaar stijgingspercentage vast te leggen en niet jaarlijks een ‘gewenste stijging’. Buiten de uitzonderingen die de wet al maakt, wordt geen belasting geheven terzake van gebouwen die voor de publieke dienst zijn bestemd, straatmeubilair, plantsoenen, parken, waterpartijen en begraafplaatsen. 5. Forensenbelasting: a. Het heffen van forensenbelasting te continueren; b.
Jaarlijks wordt de begrote opbrengst van de forensenbelasting verhoogd met de door de gemeenteraad in de kadernota vastgesteld index. Hierbij wordt rekening gehouden c.q. vindt een correctie plaats voor de stijging of daling van de onderliggende WOZ-waarden. Deze systematiek is hiermee gelijk aan de wijziging van de tarieven voor de onroerende-zaak-belastingen. c. De forensenbelasting extra te verhogen als er ook sprake is van een verhoging van de OZB- tarieven om te komen tot een sluitende begroting. 6. Toeristenbelasting: a. De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: van degene die verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders; van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van deze Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; dat geschiedt ter uitvoering van beroeps- of bedrijfswerkzaamheden. b. Jaarlijks worden aan de gemeenteraad de tarieven ter vaststelling aangeboden op basis van op dat moment vigerende motieven en overwegingen. c.
De Toeristenbelasting extra te verhogen als er in de begroting wordt voorgesteld de OZB tarieven te verhogen om te kunnen komen tot een sluitende begroting. 7. Afvalstoffenheffing a. Op begrotingsbasis wordt gestreefd naar 100% dekking van de lasten. Bij het streven naar kostendekking prevaleert kostenbeheersing boven tariefsverhoging. b. 30% van de kosten voor het straatvegen worden toebedeeld aan de afvalstoffenheffing. Beleidsregel Lokale heffingen 2025-2028
Pagina 15 van 17
c. Een apart tarief te hanteren voor eenpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens. d. Eventuele overschotten en tekorten op rekeningbasis worden verrekend met de Egalisatiereserve Afval. e. Jaarlijks zal bij de aanbieding van de begroting worden geadviseerd over een aanpassing van de tarieven. 8. Rioolheffing a. De uitvoering van het GRP bekostigen met rioolheffing, waarbij voortdurend de aandacht gericht blijft op kostenbesparing om de verhoging van de tarieven te minimaliseren. b. Voor de rioolheffing geldt dat er een kostendekkend tarief wordt gevoerd dat rekening houdt met egalisatie van de lasten over het gehele periode waarin de riolering wordt gebruikt. c. 10 % van de kosten voor straat vegen wordt toegerekend aan de rioolheffing. 9. Lijkbezorgingsrechten a. Op begrotingsbasis wordt er naar gestreefd dat de kostendekking 100% is. Hiervoor worden de tarieven geleidelijk verhoogd; b. Jaarlijks zal bij de aanbieding van de begroting worden geadviseerd over een aanpassing van de tarieven. 10. Leges a. Jaarlijks zal bij de aanbieding van de begroting worden geadviseerd over een aanpassing van de tarieven.
8 Inwerkingtreding en slotbepaling Aldus vastgesteld in de raadsvergadering, gehouden op 19 mei 2025.
Beleidsregel Lokale heffingen 2025-2028
Pagina 16 van 17
Beleidsregel Lokale heffingen 2025-2028
Pagina 17 van 17