Begroting 2022 versie 06-09-2021 voor B&W met paginanummering.pdf
Tekst van het document
3.6.5 We faciliteren en stimuleren zoveel mogelijk particuliere initiatieven voor woningbouw. Hierbij dient wel, net als bij alle andere initiatieven, rekening gehouden te worden met bredere doelstellingen en belangen in het gebied en rondom de locatie. 3.6.6 We onderzoeken de mogelijkheden voor tijdelijke woningbouwlocaties waarbij de vraag, geschiktheid van locaties en realiseerbaarheid wordt meegenomen. Nieuw beleid en ruimtevragers Wat
2022
Gevelrenovatie VVE’s Stadshart fase 1 Naar aanleiding van een motie van de raad ontwikkelen we een subsidieregeling gevelrenovatie voor VVE’s in het winkelhart.
€ 350.000
De verwachte opbrengsten voor leges stijgen met € 134.000.
-€ 134.000
Verbonden partij(en)
Gemeentelijke bijdragen verbonden partijen Per taakveld: Wonen en bouwen Economische ontwikkeling
Begroot 2022
Cocensus Ontwikkelingsbedrijf NHN
€ 16.580 € 130.400
BBV verplichte indicatoren
NL 2020
Realisatie 2020
2021
2022
Begroting 2022 17
2023
2024
2025
2023
2024
-€ 134.000
-€ 134.000
Begroting 2022 18 % Functiemenging (verhouding tussen banen en woningen, varieert tussen 0
nnb
48,3
47,7
48
48
48
48
158,4
94,1
94,1
94,1
94,1
94,1
94,1
270
161
161
161
161
161
161
8,9
5,9
5,9
5,9
5,9
5,9
5,9
54,2
59,2
60,2
60,2
60,2
60,2
60,2
700
629
636
644
644
644
644
773
771
787
811
811
811
811
(alleen wonen) en 100 (alleen werken) Vestigingen (van bedrijven): aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 t/m 64 jaar Gemiddelde WOZ waarde: x duizend euro Aantal nieuwbouwwoningen per 1.000 woningen % Demografische druk Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden (in euro’s) Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden (in euro’s) Bron: Waarstaatjegemeente
Wat gaat het kosten? Tabel "Wat gaat het kosten?" Programma 3
Rekening
Vitale gemeente
2020
Begroting 2021
2022
2023
2024
2025
Bedragen (x € 1.000)
Totaal lasten
12.988
14.357
12.288
11.916
10.909
10.749
Totaal baten
-7.541
-7.197
-6.414
-6.123
-4.866
-4.291
Saldo van baten en lasten
5.447
7.159
5.874
5.793
6.043
6.458
Totaal toevoegingen reserves
4.377
732
675
424
236
82
Totaal onttrekkingen reserves
-4.525
-1.367
-543
-208
-208
-190
Geraamd resultaat
5.300
6.524
6.006
6.009
6.072
6.350
285
-310
-310
0
5.721
6.319
6.382
6.350
Incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo
5.300
6.524
Programma 4 Leefbare Gemeente Inleiding
Het beleidskader Openbare Ruimte in nieuw perspectief is in de eerste helft van 2017 vastgesteld. Op basis daarvan is voor het onderhoud van de openbare ruimte vanaf 2018 structureel € 810.000 in de begroting opgenomen. Dit ten behoeve van het regulier onderhoud gekoppeld aan de beeldkwaliteit, aflopend met € 30.000 per jaar. In dat jaar zijn tevens middelen vrijgemaakt voor de gebiedsgerichte aanpak van achterstallig onderhoud en klimaatbestendige maatregelen. Vanaf 2021 zijn extra gelden beschikbaar gesteld voor areaaluitbreiding en de gevolgen van iepziekte. Er zijn echter wensen gerealiseerd die leiden tot aanzienlijk meer kosten. Te denken valt aan de bestrijding van hondenpoep, het plaatsen van extra afvalbakken en hogere onderhoudskosten verbonden aan herinrichting Loopuytpark en Huisduinerpleintje. In het afgelopen jaar is extra duidelijk geworden welke rol de openbare ruimte heeft voor de individuele sporter en recreanten. Ook de kosten van de bestrijding van bomenziekten en woekerende exoten blijven toenemen. Op dit moment zouden al deze ontwikkelingen leiden tot een extra ruimtevraag van ruim € 370.000. De beperkte middelen vragen prioriteitstelling. Wij laten daarom een nieuw beleidskader opstellen op basis waarvan de gemeenteraad in de aanloop naar de volgende raadsperiode nadere keuzes kan maken.
Trends Schoon, heel en veilig is het uitgangspunt voor het inrichten en beheer van de openbare ruimte. Het Klimaatakkoord verplicht gemeenten tot lagere CO2 uitstoot en duurzamer energieverbruik. Den Helder wordt veiliger (objectieve cijfers), de subjectieve veiligheid (gevoel van veiligheid) blijft gelijk. Er is wel een stijging van (drugs en drank gerelateerd geweld) en er is meer en complexere zorg- en veiligheidscasuïstiek. Den Helder onderscheidt zich van andere gemeenten door een groot en kwalitatief goed aanbod van natuur en cultuur in Den Helder en omgeving (met veel waardering van bewoners en bezoekers). Er is een kloof tussen de schoolverlaters en de (lokale) arbeidsmarkt. Doelen
Begroting 2022 18
Begroting 2022 19 1. De openbare ruimte in Den Helder is schoner en inwoners waarderen deze beter. 2. Den Helder verbruikt minder (fossiele) energie en is meer klimaatbestendig. 3. Den Helder is veiliger en inwoners ervaren dit ook zo. 4. Meer mensen bezoeken Den Helder en maken gebruik van het aanbod van cultuur en natuur in en om de stad. 5. Onze inwoners zijn hoger opgeleid, hebben toegang tot beter onderwijs, wat beter aansluit op de arbeidsmarkt. . 6. Onze inwoners sporten en bewegen meer door betere samenwerking tussen sportclubs en optimaler gebruik van sportterreinen.
4.1 De openbare ruimte in Den Helder is schoner en inwoners waarderen deze beter.
Hoe gaan we meten of we dit doel bereiken? Waardering fysieke leefomgeving. 2020 2021 2022 2023 2024 6.44 6,8 6,9 7,0 7,1 Bron: Waarderingscijfer gebaseerd op Waarstaatjegemeente.nl.
2025 7,2
Hoeveelheid zwerfafval 2020 2021* 2022 2023 2024 7.604 7.350 7.100 6.850 6.600 Bron: Registratie gemeente Den Helder. * Streefwaarde 2020 was 10.450, doelstelling overige jaren bijgesteld.
2025 6.350
Wat gaan we ervoor doen? 4.1.1. Het onderhoud blijft op het niveau dat we in 2021 hanteerden. 4.1.2. De aanpak van de onderhoudsopgave wordt per gebied integraal aangepakt. 4.1.3. Bij vervanging en renovatie wordt de toegankelijkheid en veiligheid van de openbare ruimte verbeterd. De focus ligt op het klimaatadaptief inrichten van de openbare ruimte en het vergroten van de biodiversiteit in de gemeente.
Nieuw beleid en ruimtevragers Wat
2022
Automatisering registratie weesfietsen. Deze werkzaamheden worden nu handmatig uitgevoerd. Middels dit systeem kan zo een fiets van ‘a tot z’ € gevolgd worden. Dit scheelt veel arbeidsintensieve handelingen in eigen (Excel) systemen en verkleint de 10.000 kans op fouten sterk. Fabrieksgracht/Spoorgracht De weg 30 km/u maken en asfalt vervangen door klinkers met in het verlengde een fietspad langs het 0 Vinkenterrein. Er ligt hier mogelijkheid tot het aanvragen van BDU-subsidie. De uitvoering kan pas plaatsvinden als het Vinkenterrein is ontwikkeld. Netto krediet € 80.000. Kruispunt Jan Verfailleweg - Waddenzeestraat-Seringenlaan. Rekening gehouden met bijdrage uit onderhoud verkeerslichten doordat noodzakelijke vervanging 0 verkeerslichten komt te vervallen. Er ligt hier mogelijkheid tot het aanvragen van BDU-subsidie. Netto krediet € 335.000.
4.2 Den Helder verbruikt minder (fossiele) energie en is meer klimaatbestendig.
Hoe gaan we meten of we dit doel bereiken? Minder netto energieverbruik 2021* 2022 2023 2024 2024 2025 3.944 TJ 3.888 TJ 3.833 TJ 3.779 TJ 3.726 TJ 3.673 TJ 3.621 TJ *nog onbekend Deze indicator wordt niet meer gemeten door de oorspronkelijke bron. De nieuwe bron is De Klimaatmonitor van Rijkswaterstaat en loopt op dit moment 1 jaar achter. 2019
2020*
4.000 TJ
Gemeentelijke organisatie gebruikt netto 5 % minder energie per jaar. Nulwaarde 2019 100%
Streefwaarde
Streefwaarde
Streefwaarde
Streefwaarde
Streefwaarde
Streefwaarde
2020
2021
2022
2023
2024
2025
95%
90%
85%
80%
75%
70%
Bron: Klimaatmonitor van Rijkswaterstaat/CO2 prestatieladder Wat gaan we ervoor doen? 4.2.1 We verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed op gemiddeld energielabel B. 4.2.2. We geven invulling aan de Transitievisie Warmte die eind 2021 wordt vastgesteld. 4.2.3. We ontwikkelen een pilot voor alternatieve energiebronnen, met waterstof als drager, gericht op aardgasvrij. 4.2.4. Uitvoeren van de regionale energiestrategie (RES).
Begroting 2022 19
2023
2024
2025
€ 7.000 € 7.000 € 7.000
€ 3.000 € 3.000 € 3.000
€ € € 16.000 16.000 16.000
Begroting 2022 20
Nieuw beleid en ruimtevragers Wat
2022
2023
2024
2025
Deelmobiliteit/duurzame bereikbaarheid In het kader van de gemeentelijke duurzaamheidsambities en gegeven het huidige gemeentelijk budget voor deelvervoer zullen de 10 huidige benzineauto’s ingeruild worden voor 8 elektrische auto’s. Met het inkrimpen van het wagenpark met 2 voertuigen blijft er te weinig capaciteit over om ook nog twee auto’s beschikbaar te € € € € stellen aan Mobipunten. Met dit gevraagde budget kan Den Helder 2 deelauto’s faciliteren bij de Mobipunten. 15.000 15.000 15.000 15.000 Bewoners, werknemers, studenten en recreanten hebben hiermee altijd toegang tot die vorm van vervoer die op dat moment aansluit bij hun behoefte. Zo stimuleren we de duurzame bereikbaarheid en leefbaarheid van de gemeente Den Helder. De financiële verwerking van deze mutatie is opgenomen in programma Bestuurlijke vernieuwing.
4.3 Den Helder is veiliger en inwoners ervaren dit ook zo.
Hoe gaan we meten of we dit doel bereiken? Overlast cijfers 2020 1131
2021 1100
2022 1050
2023 1000
2024 950
2025 900
Bron:* https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/politie/dashboard-overlast-in-de-buurt Betreft de gezamenlijke cijfers van jeugdoverlast, OGGZ overlast en overlast drugs & alcohol.
Wat gaan we ervoor doen? 4.3.1. De verdere focus van de politie op de handhaving van de openbare orde en veiligheid vergroot de vraag naar toezicht en handhaving in de openbare ruimte op het gebied van leefbaarheid. Het toezicht en handhaving breiden we dan ook verder uit. 4.3.2. We gaan de informatie-uitwisseling tussen de zorg- en veiligheidsketen verder optimaliseren en verbreden de focus ook naar zorgfraude. 4.3.3. We gaan operationeel met het VeiligheidsInformatie Knooppunt (VIK), zodat er gerichter gestuurd/geadviseerd kan worden op veiligheidsvraagstukken. Nieuw beleid en ruimtevragers Er zijn geen nieuwe ruimtevragers voor dit doel.
4.4 Meer mensen bezoeken Den Helder en maken gebruik van het aanbod van cultuur en natuur in en om de stad.
Hoe gaan we meten of we dit doel bereiken? Aantal bezoekers per jaar aan Marinemuseum, Reddingmuseum, fort Kijkduin/Atlantikwallmuseum 2020* 81.967
2021* 144.000
2022 146.000
2023 147.000
2024 148.000
2025 149.000
Bron: tellingen van de musea.* In dit jaar waren coronabeperkingen van kracht.
N.B: dit zijn slechts het Marinemuseum, Atlantikwal Centrum en Fort Kijkduin. Aantal bezoekers per jaar aan bezoekerscentrum De Helderse Vallei 2020* 2021* 2022 2023 2024 2025 60.343 81.000 82.000 83.000 84.000 85.000 Bron: tellingen van De Helderse Vallei. .* In dit jaar waren corona beperkingen van kracht.
Wat gaan we ervoor doen? 4.4.1. Beheren, behouden en ontwikkelen van cultureel erfgoed, onder andere door ondersteuning van de stichting Erfgoed Den Helder. 4.4.2. Realisatie vogelasiel bij De Helderse Vallei en verplaatsing van locatie Dierenambulance naar terrein de Helderse Vallei. 4.4.3. Profileren van cultuur en natuur van Den Helder in toerisme en bij mogelijke werknemers van bedrijven in Den Helder via citymarketing. 4.4.4 Actualiseren van cultuur- en erfgoedbeleid Nieuw beleid en ruimtevragers Wat
2022
2023
Sail 2023 Het Sailevenement vraagt van Den Helder als gastgemeente € 500.000 (verdeeld over 2022 en 2023). Ook € € levert het evenement aanvullende kosten voor de gemeente op (€ 150.000). De gemeente profileert zich 200.000 450.000 tijdens deze dagen als woon-werkstad door activiteiten die de ambitie Van Krimp naar Groei in het kader van Helders perspectief ondersteunen.
Begroting 2022 20
2024
2025
Begroting 2022 21 Wat
2022
Aanleg fiets/wandelpad Huisduinen De nieuwe strandopgang voor strandslag Huisduinen vergt een aanvullende investering. De aanleg van een nieuw 4 meter breed (fiets)pad vanaf Fort Kijkduin tot aan het strandpaviljoen, aan de zeezijde voldoet aan alle eisen, zodat vergunningen kunnen worden verkregen. De stakeholders (HHNHN, Landschap NoordHolland, hulpdiensten en de eigenaar van het strandpaviljoen) zijn akkoord met het ontwerp. Netto krediet € 200.000.
4.5 Onze inwoners hebben toegang tot beter onderwijs en zijn hoger opgeleid.
Hoe gaan we meten of we dit doel bereiken? Minder vroegtijdig schoolverlaters 2020 2021 2022 2,6 2,5 Bron: Onderwijsincijfers.nl
2023 2,4
2024 2.3
2025 2,2
Wat gaan we ervoor doen? 4.5.1. We werken met Scholen aan Zee aan de huisvestingsopgave: verbouw/nieuwbouw. 4.5.2. Het Maritime Emerging Technologies Innovation Parc Noord-Holland (METIP) organiseert de samenwerking tussen kennisinstellingen, bedrijven, studenten en starters. In samenwerking hiermee wordt Tekpark een centrale plek waar jongeren enthousiast gemaakt worden voor techniek en van waaruit ze kennis kunnen maken met onderdelen van techniek en technologie. 4.5.3. Met de uitvoering van het integraal huisvestingsplan onderwijs dragen we bij aan een kwalitatief goede leeromgeving. Nieuw beleid en ruimtevragers Er zijn geen nieuwe ruimtevragers voor dit doel.
4.6 Sporten en bewegen bevorderen om de gezondheid van onze inwoners te bevorderen.
Hoe gaan we meten of we dit doel bereiken? Meer inwoners bewegen. 2020 2021 2022 2023 2024 2025 63,5 64 64,5 65 65,5 66 Bron: Kenniscentrum sport. Percentage van alle inwoners in Den Helder die vijf dagen per week 30 minuten matig intensieve lichaamsbeweging hebben. Recente cijfers zijn niet beschikbaar. Wat gaan we ervoor doen? 4.6.1. Bij de inrichting van de openbare ruimte streven we naar behoud en uitbreiding van de beweegvriendelijke omgeving. We breiden routenetwerken uit en stimuleren sportieve evenementen. 4.6.2. Verenigingen stimuleren, faciliteren en ondersteunen bij het verduurzamen van hun accommodaties. Nieuw beleid en ruimtevragers Er zijn geen nieuwe ruimtevragers voor dit doel.
Verbonden partij(en)
Gemeentelijke bijdragen verbonden partijen Per taakveld: Afval Cocensus Begraafplaatsen en crematoria Cocensus Crisisbeheersing en brandweer Veiligheidsregio Milieubeheer RUD Riolering Cocensus
Begroot 2022 € 200.440 € 6.859 € 3.913.086 € 888.380 € 74.582
BBV verplichte indicatoren
BBV verplichte indicatoren
Basisjaar
Realisatie 2020
Verwijzingen Halt: aantal per 1.000 jongeren
2020
11
NL 2022 11
11
11
10
10
Winkeldiefstallen: Aantal per 1.000 inwoners
2020
2,5
1,8
2,1
2,0
2,0
1,9
Geweldsmisdrijven: Aantal per 1.000 inwoners
2020
6,7
4,6
6,5
6,3
6,1
5,9
Begroting 2022 21
2023
2024 2025
2023
2024
2025
€ € € 10.000 10.000 10.000
Begroting 2022 22 Diefstallen uit woning: Aantal per 1.000 inwoners
2019
1,3
2,3
1,2
1,2
1,1
2020
11,5
6,2
8,0
7,6
7,2
Absoluut verzuim: aantal per 1.000 leerlingen
2017
0,0
1,8
4
4
4
4
Relatief verzuim: aantal per 1.000 leerlingen
2019
29
26
28
27
26
25
2019
2,9
-
2,5
2,4
2,3
% niet-sporters
2016
55,4
48,7
53
52
51
50
Omvang huishoudelijk restafval in kg/inwoner
2020
209
161 200
200
180
180
Hernieuwbare elektriciteit %
2018
3,7
17,6
4,3
4,5
4,7
Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte), aantal per 1.000 inwoners
% vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (VO + MBO)
4,0
1,1 7,0
2,2
BBV = Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Realisatie 2020 is afkomstig van www.waarstaatjegemeente.nl Niet van alle indicatoren is basisjaar 2020 beschikbaar.
Wat gaat het kosten? Tabel "Wat gaat het kosten?" Programma 4 Leefbare gemeente
Rekening 2020
Begroting 2021
2022
2023
2024
2025
Bedragen (x € 1.000)
Totaal lasten
56.329
57.776
55.609
55.632
55.167
55.168
Totaal baten
-19.946
-21.937
-20.519
-20.512
-20.512
-20.512
Saldo van baten en lasten
36.383
35.838
35.090
35.120
34.655
34.656
Totaal toevoegingen reserves
5.844
148
120
120
120
120
Totaal onttrekkingen reserves
-12.433
-2.464
-487
-487
-487
-217
Geraamd resultaat
29.794
33.523
34.723
34.753
34.288
34.559
55
305
-197
0
34.668
34.448
34.485
34.559
Incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo
29.794
33.523
3. Financiele begroting 3.1 Inleiding
In dit hoofdstuk besteden wij aandacht aan een aantal financiële aspecten van de begroting. We geven een overzicht van de ontwikkeling en samenstelling van de algemene middelen en lichten de ontwikkeling van het geraamde saldo naar 2025 toe. Daarna volgt een onderdeel met daarin opgenomen de meerjarige balansen; deze zijn voorgeschreven door het BBV. Daarnaast is de toelichting op ‘Wat gaat het kosten?’ in dit hoofdstuk opgenomen. Bij de programma’s zijn de tabellen met de financiële informatie over ‘Wat gaat het kosten?’ vermeld. Tot slot zijn de technische uitgangspunten opgenomen, die gebruikt zijn voor het actualiseren van de begroting. Als basis voor de begroting dient de op 7 juli vastgestelde Kadernota 2022-2025. In de begroting is aanvullend de meicirculaire 2021 opgenomen en daarnaast een aantal aanvullende mutaties als: de indexering van salarissen en andere kosten; de aanpassing van de kapitaallasten; overige autonome aanpassingen die zich na de Kadernota nog hebben voorgedaan. De financiële vertaling van deze punten geeft het volgende beeld (- is nadelig; + is voordelig) (bedragen x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
Stand MJB 2022-2025; Kadernota 2022-2025
-2.244
225
1.680
1.456
AF: Dekking algemene reserve
1.500
-25
Af: Helders perspectief
200
Af: Inzet steunfonds
600
Bij: Aangenomen moties Kadernota
Toelichting
motie jongerenpunt
0
-25
-25
motie seniorenmiddag
-4
-4
-4
-4
motie ideeënmarkt
-60
-60
-60
-60
motie ideeënmarkt, dekking algemene reserve
60
Stand Kadernota 2022-2024, na besluitvorming
52
136
1.591
1.367
Nagekomen mutaties
Begroting 2022 22
Begroting 2022 23
1
Algemene uitkering, meicirculaire 2021
4.246
1.818
974
1.532
2
Hogere budgetten Jeugdzorg
-3.310
-1.532
-1.267
-949
3
Personeelskosten
-219
-297
-313
-349
4
Indexering lasten
-603
-605
-605
-580
5
Indexering tarieven
498
498
498
498
6
Actualisering riool en afval
-270
-269
-266
-287
7
Financiering
-138
19
-317
-272
8
Actualisering staat van investeringen
351
-104
280
298
9
Actualisering reservemutaties
-222
-162
-249
-366
10
Overige geringe mutaties
42
107
165
435
Totaal nagekomen mutaties
370
-504
-1.080
-40
Stand begroting 2022-2025
422
-368
511
1.327
Toelichting:
1. Algemene uitkering, meicirculaire Dit bedrag is inclusief de extra bijdrage die we aangekondigd hebben gekregen voor de jeugdzorg en die in de septembercirculaire wordt verwerkt. Daarbij is al rekening gehouden met de richtlijnen van de provincies om vanaf 2023 rekening te houden met 75% van wat de VNG met het Rijk heeft afgesproken, ten aanzien van de Jeugdzorgmiddelen. Uit deze algemene uitkeringsmutatie moeten we ook de indexering van lonen en prijzen betalen. Door de lagere inschatting van de prijs- en loonontwikkeling door het Rijk dat was verondersteld voor de coronacrisis, zijn de bedragen die we daarvoor krijgen lang niet toereikend voor de werkelijke kosten. 2. Hogere budgetten Jeugdzorg Dit is het bedrag dat we extra krijgen voor de tekorten op de Jeugdzorg, en in deze opstelling is dit opgenomen als een uitgave, omdat we op deze manier aangeven dat we de extra middelen die we krijgen ook weer volledig inzetten voor de Jeugdzorg. Daarbij moet bedacht worden dat de extra middelen eigenlijk een compensatie zijn voor de oude tekorten in de Jeugdzorg en niet voor nieuwe tekorten. Het blijkt namelijk dat de correctie van de werkelijke kostenontwikkeling in 2020 en 2021 leiden tot een structurele extra vraag van afgerond € 4 miljoen, bovenop de bedragen die in de kadernota zijn opgenomen.
De € 3,3 miljoen die we extra krijgen in 2022 en weer inzetten voor de Jeugdzorg betekent dus nog een ambitie van € 0,7 miljoen om besparingen te zoeken. Het Rijk gaat uit van een aflopende reeks de komende jaren, waarbij de veronderstelling is dat er echt belangrijke maatregelen in de Jeugdzorg moeten worden genomen om de kosten beter te beheersen. Te denken valt aan kritischer kijken naar welke methoden effectief zijn; de invoering van een eigen bijdrage die inkomsten oplevert en wellicht een tot een lagere vraag leidt. Dit betekent dat we uitgaan van: Een extra besparing in 2022 van € 0,7 miljoen (€ 4 miljoen hogere kosten verminderd met nadelige € 3,3 hogere bijdrage). Een verder gaande besparing evenredig aan de verwachtingen en de tegemoetkoming van het Rijk. 3. (en 4) Personeelskosten en indexering lasten Deze bedragen betreffen de indexering van de salarissen en materiële kosten conform de uitgangspunten van de kadernota. Ook is rekening gehouden met de periodieken van de bestaande formatie. 5. Indexering tarieven en actualisering riool en afval Dit betreft de indexering van de opbrengst van belastingen en tarieven. In principe wordt uitgegaan van kostendekkendheid dan wel stijging met de inflatie, afhankelijk van het soort tarief/heffing.
Bij de afvalstoffenheffing wordt rekening gehouden met een stijging wegens de fors toegenomen hoeveelheid afval door corona en de daling van de opbrengsten van de verschillende afvalstromen. Bij de afvalstoffen- en rioolheffing is sprake van volledige kostendekking. 6. Actualisering riool en afval Aan de hand van de actuele gegevens van de HVC en de investeringen en onderhoudskosten riool, incl. de kwijtscheldingen en de toe te rekenen overhead worden de budgetten van riool en afval aangepast. Met de stijging van de belastingopbrengsten (zie nr.5) is al rekening gehouden. 7. Financiering Hier is de actualisatie van de renteberekening en toerekening meegenomen. De rente is nu 0,5%; in de kadernota is daar al op geanticipeerd. Een deel van het voordeel wordt toegerekend aan tarieven van bijvoorbeeld riool- en afvalstoffenheffing en de grondexploitatie. 8. Actualisering staat van investeringen Aan de hand van de jaarrekening, de kadernota en nieuwe ontwikkelingen wordt de staat van investeringen jaarlijks aangepast. Een voorbeeld van een aanpassing is de kapitaallasten van de investering in de haven in 2022 van € 250.000 die pas in 2023 tot afschrijvingslasten leidt en dus in 2022 vrijvalt en later tot hogere lasten leidt. 9. Actualisering reservemutaties Tegenover geactualiseerde investeringen (nr. 8) staat ook een geactualiseerde onttrekking uit kapitaalegalisatiereserves.
Begroting 2022 23
Begroting 2022 24
10. Overige geringe mutaties Dit betreft overige mutaties van € 100.000 of kleiner. In het jaar 2025 is het totaalbedrag aanzienlijk hoger; dit hangt samen met een evenredige daling van de mutaties in de reserves (nr.9) in dat jaar voor hetzelfde bedrag.
3.2 Algemene dekkingsmiddelen
De algemene dekkingsmiddelen moeten volgens het BBV afzonderlijk worden toegelicht, maar hangen samen met verschillende programma’s. Met een omvang van ongeveer € 140,8 miljoen beslaat dit onderdeel ruim meer dan de helft van de totale baten van de gemeente. Deze algemene middelen zijn vrij om in te zetten en worden gebruikt om de publieke taken te bekostigen die niet met andere specifieke middelen (eigen bijdragen, doeluitkeringen) worden bekostigd in de programma’s. In deze paragraaf lichten we de algemene dekkingsmiddelen toe, exclusief de mutaties in de reserves. De reservemutaties inzake de algemene dekkingsmiddelen en de toelichting daarop treft u onder programma 1 aan. Het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen geeft het volgende beeld:
Algemene dekkingsmiddelen
Realisatie
Bedragen (x € 1.000) Lokale heffingen Algemene uitkering
Opbrengst deelnemingen Saldo financiering functie
Saldo van baten en lasten
Begroting
2021
2022
Lasten
270
272
273
Baten
-14.053
-14.423
-14.689
-102.848
-105.728
-105.478
Baten
-21.605
-17.954
-19.737
Lasten
70
70
50
Baten
-1.054
-832
-1.058
Lasten Baten
Deelfonds Sociaal Domein
Begroting 2020
Lasten
Lasten
205
4.265
4.005
Baten
-184
-5.015
-4.127
-139.200
-139.345
-140.761
Toelichting
Lokale heffingen (€ 265.000 gesaldeerd voordelig effect ten opzichte van 2021) De lokale heffingen bestaan uit de onroerende zaakbelasting en de precariobelasting. Op de onroerende zaakbelasting is een inflatiecorrectie van 1,60% toegepast en op de precariobelasting is een inflatiecorrectie van 1,30% toegepast in overeenstemming met de technische uitgangspunten van de begroting. Dit zorgt voor een stijging van de baten met een bedrag van € 231.000. Vanwege de omvang van de onroerende zaakbelasting vindt daar de grootste stijging plaats. Tevens is door areaal-uitbreiding de opbrengsten op de OZB verhoogd met € 34.000. Algemene uitkering (€ 250.000 lagere baten ten opzichte van 2021) Het uitgangspunt bij de begroting is de meicirculaire. De provinciale toezichthouders hanteren als uitgangspunt voor de begroting de meicirculaire als bron voor de beoordeling van de verwerking van de uitkering Gemeentefonds. Ten opzichte van de gewijzigde begroting 2021 daalt de algemene uitkering met € 250.000. Met de eerste tussenrapportage 2021 is een voordelig effect van € 4,7 miljoen gerapporteerd. Wanneer we kijken naar de oorspronkelijke begroting 2021 is de algemene uitkering met ongeveer € 4,5 miljoen toegenomen. De belangrijkste wijzigingen zijn: De omvang van het Gemeentefonds is voor 2022 ten opzichte van 2021 gegroeid.
Dit komt onder andere door de nominale ontwikkelingen van het Gemeentefonds, de sprong van 2021 naar 2022 oftewel de inflatiecorrectie. Daarnaast zijn de maatstaven weer geactualiseerd, wat ook zorgt voor een stijging van ons aandeel. Het accres is gedaald. Deze daling is meerjarig zichtbaar. Dit komt door lagere Rijksuitgaven dan verwacht, zoals lagere loon-/prijsontwikkelingen en lagere rentelasten. De totale stijging van de omvang is € 4,1 miljoen. Bij de integratie- en decentralisatieuitkeringen zijn ten opzichte van 2021 ook verschillende ontwikkelingen. Een aantal specifieke uitkeringen loopt maar tot en met 2021. Aan de andere kant is ook een aantal decentralisatie uitkeringen verhoogd ten opzichte van 2021. Dit zorgt er per saldo voor dat het totaal van de integratie- en decentralisatieuitkering in 2022 hoger uitvalt dan in 2021 het geval was. De totale stijging van de integratie- en decentralisatieuitkeringen is € 0,4 miljoen. (Integratie-uitkering) Sociaal Domein ( € 1.783.000 hogere baten ten opzichte van 2021) De stijging van de integratie-uitkering Sociaal Domein in 2021 is voornamelijk te danken aan de loon- en prijscompensatie op de drie onderdelen binnen de integratie-uitkering. Daarnaast ontvangt het onderdeel Beschermd Wonen nog een aanvulling vanaf 2022 vanwege volume-ontwikkeling.
Per 2022 gaan we bij Voogdij/18+ over naar het nieuwe woonplaatsbeginsel: iedere gemeente wordt verantwoordelijk voor de kinderen die uit de eigen gemeente ter behandeling worden doorgezonden.
Begroting 2022 24
Begroting 2022 25
Compensatie tekorten in de jeugdzorg Het Rijk heeft de toezegging gedaan om € 1,3 mrd. landelijk ter beschikking te stellen ter compensatie van de tekorten bij de uitvoering van de jeugdzorg. Het is de bedoeling dat dit een structurele compensatie wordt. De toekenning voor 2022 wordt in de Septembercirculaire 2021 verwacht en voor de navolgende jaren is een berekening gemaakt. Van de uitkomst van deze berekening is, conform het standpunt van de provincies, 75% meegenomen. Omdat de bedragen nog niet definitief zijn en het hier dus om een stelpost gaat, zijn de betreffende bedragen opgenomen bij het onderdeel ‘Overige baten en lasten’. Saldo financieringsfunctie (€ 627.000 lagere baten ten opzichte van 2021) Elk jaar met de begroting maken wij een nieuwe berekening van de rente-omslag, zie voor de berekening de paragraaf Financiering. Bij deze berekening moeten wij rekening houden met onze (verwachte) rentelasten en bekende rentebaten. Deze rentebaten zijn onder andere afkomstig uit de grondexploitatie en de doorlening van onze geldleningen. Uit de rentebaten en -lasten volgt een saldo. Dit saldo moet dan gedekt worden door onze investeringen. In 2021 heeft er een herstructurering plaatsgevonden van onze leningenportefeuille, hierbij zijn nieuwe (voordeligere) geldleningen aangetrokken en een aantal oude geldleningen zijn afgelost. Hiermee is de rentelast flink gedaald.
Deze daling valt ook terug te lezen uit de berekening van de rente-omslag. Uit de berekening blijkt dat het rentepercentage daalt naar 0,5%. Bij de Kadernota 2021-2024 was aanvullend rekening gehouden met een voordeel van € 500.000 naar aanleiding van de herstructurering van onze leningenportefeuille. Hiermee kwam voor 2021 het voordelig saldo op de kostenplaats financiering op € 750.000 uit. Met het voordeel vanuit de Kadernota 2021-2024 kon nog geen rekening worden gehouden bij de berekening van de rente-omslag bij de begroting 2021. Dat is nu, doordat de herstructurering rond is, wel gebeurt. Hierdoor is het voordeel op de financiering verdeeld over de andere producten van de gemeente. Dit zorgt ervoor dat het voordelig saldo op de kostenplaats financiering daalt naar € 122.000. Maar op de verschillende producten in de begroting 2022 is het verlaging van de kapitaallasten zichtbaar door de daling van de rente-omslag. Daarnaast zijn er natuurlijk ook ontwikkeling in het overzicht van de investeringen en de grondexploitaties die van invloed zijn op de financiering.
3.3 Overhead
De systematiek van overhead houdt in dat alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces onder overhead vallen. Deze overheadkosten mogen op grond van het BBV niet worden doorberekend aan de verschillende programma’s. Uitzonderingen zijn: Grondexploitaties; Investeringen; (Subsidie) projecten. De doorbelastingen hiervan moeten als een aftrekpost worden opgenomen onder het onderdeel overhead. Het resterende saldo op de overheadkosten moet afzonderlijk zichtbaar gemaakt worden zoals in onderstaand 'Overzicht baten en lasten 2022'. De programma’s zijn daarmee geschoond van overheadkosten. Concreet komt het erop neer dat van de € 27,7 miljoen aan overheadkosten ongeveer € 1,0 miljoen aan deze uitzonderingen kunnen worden doorberekend. Dit resulteert in een saldo van € 26,7 miljoen op het taakveld Ondersteuning organisatie (kosten overhead). Voor de tarieven en leges moet apart een opslagpercentage voor de overhead worden berekend. In de paragraaf Lokale heffingen wordt de kostendekkendheid van de verschillende tarieven en leges, rekening houdend met de opslagpercentage overhead, aangetoond. De kosten van overhead zijn onder andere: ICT; Huisvestingslasten; Personele kosten; Juridische kosten. Ten opzichte van het begrotingsjaar 2021 zijn de overheadkosten met € 0,4 miljoen gestegen.
Deze stijging komt voornamelijk voor rekening van de volgende onderdelen: Personele lasten Ten opzichte van de begroting 2021 is een stijging van de salarislasten betrekking hebbende op overhead zichtbaar. De salarislasten stijgen onder andere door de CAO-ontwikkelingen. Echter hier staat een hogere doorbelasting tegenover. Uiteindelijk stijgen de salarislasten die op de overhead achterblijven met € 0,6 miljoen. Overige goederen en diensten Bij de goederen en diensten is vanuit de technische uitgangspunten ook gewerkt met een procentuele verhoging op de inkoop van goederen en diensten. Per saldo is sprake van een daling van € 0,6 miljoen van de kosten van overige goederen en diensten. Dit wordt voor een deel verklaart doordat budgetten via de salarisen personeelsbegroting is aangepast wat een voordelig effect heeft van € 0,7 miljoen. Daarnaast heeft zich een aantal financieel technische aanpassingen voorgedaan. Dit levert voor het onderdeel 'Overige goederen en diensten' een voordelig effect op van € 0,3 miljoen. Verder zijn er ook budgetaanpassingen gedaan die een nadelig effect hebben, onder andere vanuit de
Begroting 2022 25
Begroting 2022 26 Kadernota en de Algemene uitkering. Per saldo € 0,3 miljoen nadelig. In totaal zijn er nog verschillende kleine aanpassingen gedaan die een nadelig effect hebben van € 0,1 miljoen.
Overzicht baten en lasten 2022
Baten
Lasten
Saldo
Programma 1 Bestuurlijke vernieuwing
-7.893
6.053
-1.839
Programma 2 Zorgzame gemeente
-34.146
111.048
76.903
Programma 3 Vitale gemeente
-6.414
12.288
5.874
Programma 4 Leefbare gemeente
-20.519
55.609
35.090
Algemene dekkingsmiddelen
-145.090
4.329
-140.761
-998
27.663
26.664
5
5
216.994
1.935
Overhead Heffing VPB Bedrag onvoorzien
Saldo van baten en lasten
-215.059
Toevoeging reserves: Programma 1 Bestuurlijke vernieuwing
130
130
2.513
2.513
Programma 3 Vitale gemeente
675
675
Programma 4 Leefbare gemeente
120
120
Programma 2 Zorgzame gemeente
Onttrekking reserves: Programma 1 Bestuurlijke vernieuwing
-4.180
-4.180
Programma 2 Zorgzame gemeente
-586
-586
Programma 3 Vitale gemeente
-543
-543
Programma 4 Leefbare gemeente
-487
-487
Resultaat
-220.854
220.432
-422
De ontwikkelingen op de programma’s worden bij het onderdeel 3.9 Wat gaat het kosten? toegelicht. De ontwikkeling van de algemene dekkingsmiddelen is hierboven toegelicht.
3.4 Meerjarenbegroting Totaal Bedragen (x € 1.000)
Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Lasten
206.867
221.635
216.994
212.902
209.895
208.832
Baten
-198.095
-208.021
-215.059
-212.880
-210.468
-210.168
8.772
13.614
1.935
21
-573
-1.337
Saldo van baten en lasten Toevoegingen reserves
15.785
10.022
3.438
2.158
1.257
1.062
Onttrekkingen reserves
-25.009
-18.684
-5.795
-1.812
-1.195
-1.052
-453
4.951
-422
368
-511
-1.327
107
753
-507
0
-529
-385
-4
-1.327
Geraamde resultaat
Incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo
-453
4.951
De (meerjaren)begroting is met inachtneming van de technische uitgangspunten, de gegevens in de Kadernota 2022-2025 en overige autonome ontwikkelingen en ten slotte ontwikkelingen uit de algemene uitkering samengesteld.
3.5 Vennootschapsbelasting
Inmiddels is voor de jaren 2016, 2017, 2018 en 2019 een zogeheten nihil aangifte ingediend voor de Vennootschapsbelasting. De aangifte over 2020 moet vóór 1 november 2021 door de Belastingdienst zijn ontvangen.
Begroting 2022 26
Begroting 2022 27 In 2019 heeft de Belastingdienst het standpunt ingenomen dat de vergoedingen die een gemeente ontvangt voor de inzameling van reststromen (textiel, plastic, oud ijzer, papier etc.) een fiscaal belaste activiteit is. Dit heeft (relatief geringe) gevolgen voor zowel de reeds ingediende aangiften als de toekomstig verschuldigde belasting. De verwachting is dat er (mede) als gevolg hiervan een bedrag aan vennootschapsbelasting is verschuldigd van ongeveer € 1.000 per jaar. Voor de gemeente Den Helder geldt tevens dat de afvalinzameling is ondergebracht bij de Huisvuilcentrale (HVC) in Alkmaar. Wij zijn van mening dat, op basis van de uitgangspunten van de NVRD, de VPB-last bij de HVC ligt en niet bij de gemeente Den Helder. Dit hebben wij ook gecommuniceerd met de Belastingdienst. Op het moment van het opstellen van deze begroting hebben wij nog geen verzoek en/of reactie van de Belastingdienst mogen ontvangen om onze aangifte van de afgelopen jaren te wijzigen. In 2020 is duidelijk geworden dat de Belastingdienst van mening is dat de opbrengsten van reclameconcessies belast zijn met vennootschapsbelasting. De Belastingdienst vindt dat sprake is van een onderneming. Gemeenten daarentegen vinden dat sprake is van normaal vermogensbeheer. Dat laatste blijft buiten de heffing van vennootschapsbelasting.
Hierover lopen verschillende zaken tussen gemeenten en de Belastingdienst, maar hierop is nog geen uitspraak gekomen. Vooralsnog houden wij het op normaal vermogensbeheer.
3.6 Onvoorzien
Het Besluit begroting en verantwoording (BBV) verplicht gemeenten een post onvoorzien op te nemen. Deze post is bedoeld om onvoorziene ontwikkelingen op te kunnen vangen. Omdat in de praktijk deze post niet wordt ingezet hebben we die verlaagd van € 55.000 naar € 5.000 vanaf 2021.
3.7 Geprognotiseerde balansen
Conform de wijzigingen vanuit het BBV zijn wij verplicht om een geprognosticeerde begin- en eindbalans voor het begrotingsjaar en de drie jaren volgend op het begrotingsjaar op te nemen. Op deze manier kan de raad meer inzicht krijgen in de ontwikkeling van het EMU-saldo, de solvabiliteit en liquiditeit van de gemeente in een meerjarig perspectief. Als afgeleide hiervan ook in de ontwikkeling vanonder meer investeringen, het aanwenden van reserves en voorzieningen en in de financieringsbehoefte.
Geprognotiseerde balans Omschrijving
31-12-2020
31-12-2021
31-12-2022
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
Activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa
4.034.598 27.302.571 33.081.575 34.167.498 34.110.646 32.403.794 105.290.913 137.986.660 152.631.206 148.673.607 145.080.771 142.205.448 65.939.899 63.289.240 60.303.674 57.259.084 54.153.187 52.059.712
Totaal vaste activa
175.265.411
228.578.471
246.016.456
240.100.189
233.344.603
226.668.954
Onderhanden werk
10.585.124 20.553 20.958.702 1.905.868 8.754.331
4.701.797 20.553 20.958.702 18.283.772 8.754.331
2.536.268 20.553 20.958.702 0 8.754.331
2.426.756 20.553 20.958.702 0 8.754.331
-141.787 20.553 20.958.702 799.222 8.754.331
-2.809.985 20.553 20.958.702 0 8.754.331
Totaal vlottende activa
42.224.578
52.719.154
32.269.853
32.160.341
30.391.020
26.923.600
Totaal activa
217.489.989
281.297.625
278.286.309
272.260.531
263.735.624
253.592.554
Resultaat jaarrekening
15.612.329 37.237.765 452.654
16.299.340 28.341.266 -4.951.344
8.982.996 28.348.776 422.257
9.135.253 28.965.462 -368.018
8.497.235 29.297.689 510.824
9.008.059 29.307.590 1.326.802
Voorzieningen
11.908.392
9.203.939
9.738.543
10.361.698
11.007.516
11.675.020
Onderhandse leningen Vaste schulden
94.785.519 183.911.094 177.978.344 171.985.083 165.929.029 142.015.180 48.124 48.124 48.124 48.124 48.124 48.124
Totaal vaste passiva
160.044.783
232.852.419
225.519.041
220.127.602
215.290.417
193.380.775
Liquide middelen
9.000.000
0
4.322.062
3.687.722
0
11.766.573
Overige voorraden Vorderingen Liquide middelen Overlopende activa
Passiva Algemene reserve Bestemmingsreserve
Begroting 2022 27
Begroting 2022 28
11.178.418 37.266.788
11.178.418 37.266.788
11.178.418 37.266.788
11.178.418 37.266.788
11.178.418 37.266.788
11.178.418 37.266.788
Totaal vlottende passiva
57.445.206
48.445.206
52.767.268
52.132.928
48.445.206
60.211.779
Totaal passiva
217.489.989
281.297.625
278.286.309
272.260.530
263.735.623
253.592.555
Kortlopende schulden Overlopende passiva
Het EMU-saldo wordt in de begroting in de financieringsparagraaf vermeld en nader toegelicht. In dit overzicht worden de begroting 2021, 2022 en meerjarenbegroting 2023 weergegeven. In het kader van het BBV is het ook verplicht om de overige jaren te benoemen, dat ziet er als volgt uit:
2021
-/- € 8.129
2022
-/- € 19.659
2023
€ 3.583
2024
€ 7.437
2025
€ 9.255
Voor 2022 is het EMU-saldo ten opzichte van 2021 fors negatiever. Vanaf 2023 zet zich het herstel in en wordt het EMU-saldo positief. Dit beeld past ook bij de ontwikkelingen van het begrotingssaldo.
3.8 Technische uitgangspunten
Voor de begroting 2022 wordt uitgegaan van de volgende technische uitgangspunten: 1. Loonontwikkeling 2. Prijsontwikkeling 3. Gemeenschappelijke regelingen 4. Gesubsidieerde instellingen 5. Gemeentelijke heffingen
1,8% 1,3% 1,3% 1,7% 1,6%
3.9 Wat gaat het kosten?
De toelichting op de belangrijkste financiële verschillen per programma wordt gegeven inzake de voorliggende begroting 2022 ten opzichte van de jaarschijf 2022, zoals opgenomen in de meerjarenraming bij de begroting 2021. Daar waar sprake is van materieel belang, wordt ook het verschil ten opzichte van de begroting 2021 toegelicht. De belangrijkste aanvullende autonome ontwikkelingen, die na de Kadernota aan de orde zijn gekomen, zijn tevens op hoofdlijnen toegelicht in hoofdstuk 3.1. Financiële begroting.
Programma 1 Bestuurlijke vernieuwing Tabel "Wat gaat het kosten?" Programma 1 Bestuurlijke vernieuwing
Rekening 2020
Begroting 2021
2022
2023
2024
2025
Bedragen (x € 1.000)
Totaal lasten
31.940
38.723
38.050
37.560
36.876
36.500
Totaal baten
-143.445
-148.004
-153.981
-152.235
-151.974
-152.363
Saldo van baten en lasten
-111.505
-109.281
-115.931
-114.675
-115.098
-115.863
Totaal toevoegingen reserves
5.457
8.914
130
0
0
0
Totaal onttrekkingen reserves
-5.067
-9.969
-4.180
-831
-214
-214
-111.116
-110.336
-119.981
-115.506
-115.312
-116.077
-733
758
0
0
-119.248
-116.264
-115.312
-116.077
Geraamd resultaat
Incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo
-111.116
-110.336
Tabel "Investeringen" Bedragen x € 1.000
Begroting 2022 28
Begroting 2022 29 Omschrijving
2022
economisch Tractiemiddelen
345
Servers en storage
750
Werkplekken excl ipad en iphone
790
Huisvesting Willemsoord 66 en 72
1.318
Permanente huisv. W'Oord
3.895
IVA Bijdrage activa Willemsoord BV
5.705 12.803 12.803
Tabel "Reserves" Naam
Toevoeging 2022
Algemene reserve
Onttrekking 2022
1.710
Res.Sociaal Domein Totaal Algemene reserve Nieuwbouw stadhuis
1.710 130
Helders perspectief
420
Helders steunfonds Totaal Beleidsprioriteiten
600 130
1.020
Stabilisatiefonds Algemene Uitkering
1.200
Totaal Egalisatiereserves
1.200
Kerkgracht kap lasten
197
Serverruimte kap lasten
18
Renovatie Ambachtsweg
30
Wildopvang
6
Totaal Technische reserve Totaal Alle Reserves
250 130
4.180
Toelichting "Wat gaat het kosten?"
Toelichting programma Bestuurlijke vernieuwing Lasten De lasten in 2022 binnen dit programma stijgen door bij de kadernota 2022-2025 opgenomen ruimtevragers van in totaal € 179.000. Dat zijn de volgende posten: € 50.000 voor beveiliging van bestuurders en personeel bij bedreigingen € 64.000 voor extra inzet op vergunningverlening € 50.000 voor het voortzetten van de pilot wijkkantonniers € 15.000 voor een budget voor deelmobiliteit/duurzame bereikbaarheid In de begroting is daarnaast de bij de kadernota aangenomen motie voor een structureel budget voor de ideeënmarkt ad € 60.000 verwerkt. Voor 2022 is in de dekking voorzien door een onttrekking aan de algemene reserve. In dit programma is ook de dekking van € 200.000 uit het budget Helders perspectief voor de kosten inzake Sail (zie programma Leefbare gemeente) verwerkt. Bij de kadernota zijn ten slotte diverse autonome ontwikkelingen verwerkt. Zo is bijvoorbeeld € 150.000 opgenomen in het kader van ICT-ontwikkelingen en is rekening gehouden met de kosten van de FLOovergangsrechten, die brandweerpersoneel heeft opgebouwd vóór 1 januari 2015. Deze kosten ad € 149.000 komen voor rekening van de gemeente. Maar ook is een besparing mogelijk geworden op het budget organisatieontwikkeling van € 100.000.
In de begroting is verder rekening gehouden met de stijging van de salarislasten op grond van de index, de ontwikkeling van de periodieken van de bestaande formatie en overige actualisering van de salarisbegroting. Het netto-effect daarvan is ruim € 219.000. De index voor inkoop is ruim € 49.000 voor dit programma. De lasten stijgen verder door een overheveling vanuit programma Vitale gemeente voor de budgetten als gevolg van leningen aan derden (Woningbouwverenigingen), die op het programma Bestuurlijke vernieuwing thuishoren. Baten De belangrijkste mutatie bij de baten in dit programma is de ontwikkeling van de algemene uitkering. In de kadernota is rekening gehouden met de septembercirculaire 2020 ad € 1,6 miljoen en een voorschot genomen op een hogere Rijksuitkering voor de jeugdzorg in de meicirculaire ’21 voor € 1,9 miljoen. Dit laatste bedrag is toegevoegd aan het budget voor de jeugdzorg in programma 2. In de begroting is de meicirculaire 2021 definitief verwerkt en er is als gevolg daarvan nog een extra bedrag (naast de hierboven genoemde € 1,9 miljoen) van € 4,2 miljoen toegevoegd. Daarvan wordt in programma 2 €
Begroting 2022 29
Begroting 2022 30 3,3 miljoen besteed aan jeugdzorg. Hetgeen bij de lasten is vermeld voor de leningen derden, geldt ook voor de baten die tevens zijn overgeheveld vanuit programma Vitale gemeente. Reserves Hieronder treft u een overzicht aan van de mutaties in de reserves behorende bij programma 1:
Programma 2 Zorgzame gemeente Tabel "Wat gaat het kosten?" Programma 2 Zorgzame gemeente
Rekening
Begroting
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Totaal lasten
105.611
110.780
111.048
107.793
106.944
106.413
Totaal baten
-27.163
-30.882
-34.146
-34.010
-33.117
-33.002
Saldo van baten en lasten
78.448
79.897
76.903
73.783
73.827
73.412
Bedragen (x € 1.000)
Totaal toevoegingen reserves
107
227
2.513
1.614
901
859
Totaal onttrekkingen reserves
-2.985
-4.884
-586
-286
-286
-430
Geraamd resultaat
75.569
75.240
78.830
75.112
74.442
73.841
500
0
0
0
78.330
75.112
74.442
73.841
Incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo
75.569
75.240
Toevoeging 2022
Onttrekking 2022
Tabel "Reserves" Naam
Algemene reserve
300
Totaal Algemene reserve Beschermd wonen
300 790
286
Buig
1.723
Totaal Buffer voor risico's
2.513
286
Totaal Alle Reserves
2.513
586
Begroting 2022 30
Begroting 2022 31
Toelichting "Wat gaat het kosten?"
Toelichting programma Zorgzame gemeente Lasten De lasten in 2022 binnen dit programma stijgen door bij de kadernota 2022-2025 opgenomen ruimtevragers van in totaal € 776.000. Dat zijn de volgende posten: € 1.900.000 voor stijgende kosten jeugdhulp (neutraal verwerkt door ontvangst via algemene uitkering) € 200.000 voordeel als inverdieneffect door integrale doelmatige benadering (‘aanpak top 80 gezinnen’) € 57.000 voor de uitvoering van de regeling Bijzondere Kosten pleeggezinnen € 25.000 voor de bekostiging van het Jongerenpunt voor het jaar 2022 € 100.000 voor de ontwikkeling van een Integraal Kindcentrum (IKC) € 569.000 voor de Wmo begeleiding in 2022 € 225.000 voor de Wmo huishoudelijke hulp in 2022 In de kadernota is verder rekening gehouden met € 757.000 aan autonome ontwikkelingen en administratieve wijzigingen (onder andere, bijstelling BUIG, vormen van een reserve BUIG, herstel doorgevoerde bezuinigingen subsidie Triade en bibliotheek). In deze begroting zijn daarnaast twee aangenomen moties verwerkt: € 4.000 structureel voor de organisatie van een seniorenmiddag. € 25.000 voor structurele voortzetting jongerenpunt in 2023 t/m 2025. De budgetten voor de gemeenschappelijke regelingen GrGa en GGD zijn geactualiseerd op basis van de ingediende begrotingen.
Na de vaststelling van de kadernota is nog een aantal ontwikkelingen duidelijk geworden, waaronder: Mutaties vanuit de meicirculaire (beschermd wonen, nieuw woonplaatsbeginsel jeugdzorg, rijksvaccinatieprogramma meningokokken en prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg) € 180.000 lagere uitgaven door actualisatie van het PGB budget beschermd wonen op basis van de rekeningcijfers 2020. € 65.000 voor een programmamanager Financieel fit € 3,3 miljoen voor de stijgende lasten jeugdzorg € 3.300.000. Dit bedrag is hetgeen in de algemene uitkering in programma 1 is ontvangen daarvoor. Ten slotte houden we nog rekening met de indexering van subsidies en inkopen. Voor dit programma is dat een bedrag van ruim € 624.000. Baten Aan de batenzijde zijn geen nieuwe mutaties opgenomen ten opzichte van de kadernota in programma 2. Reserves Hieronder treft u overzicht aan van de mutaties in de reserves behorende bij programma 2:
Programma 3 Vitale gemeente Tabel "Wat gaat het kosten?" Programma 3
Rekening
Vitale gemeente
2020
Begroting 2021
2022
2023
2024
Bedragen (x € 1.000)
Begroting 2022 31
2025
Begroting 2022 32 Totaal lasten
12.988
14.357
12.288
11.916
10.909
10.749
Totaal baten
-7.541
-7.197
-6.414
-6.123
-4.866
-4.291
Saldo van baten en lasten
5.447
7.159
5.874
5.793
6.043
6.458
Totaal toevoegingen reserves
4.377
732
675
424
236
82
Totaal onttrekkingen reserves
-4.525
-1.367
-543
-208
-208
-190
Geraamd resultaat
5.300
6.524
6.006
6.009
6.072
6.350
285
-310
-310
0
5.721
6.319
6.382
6.350
Incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo
5.300
6.524
Tabel "Investeringen" Bedragen x € 1.000 Omschrijving Economisch Renovatie Sluisdijkstraat Renovatie Koninckshoek
2022 400 470
IVA Aanbruggen landhoofden Renovatie keermiddelen Boerenverdrietsluis- ombouw tot schutsluis Van Kinsbergenbrug Inrichting openbare weg, riolering en verlichting Kooyhaven Aanleg constructie Het Nieuwe Werk Aanleg kadeterrein Het Nieuwe Werk Damwanden Pluto/Orion Damwanden jachthaven
140 880 3.500 900 900 2.500 500 125 72 10.387
Tabel "Reserves" Naam
Toevoeging 2022
Algemene reserve
Onttrekking 2022
85
Totaal Algemene reserve
85
Res. Bijdrage locatie RWS+
495
Totaal Beleidsprioriteiten
495
Aankopen SH wet Voorkeursrecht
63
Totaal Buffer voor risico's
63
Egalisatiereserve grondexploitatie
250
Totaal Egalisatiereserves
250
Parkeerterrein de Schooten kap lasten
3
A. Pieckplein kap lasten
14
Koningstraat kap lasten
180
128
Totaal Technische reserve
180
145
Totaal Alle Reserves
675
543
Toelichting "Wat gaat het kosten?"
Toelichting programma Vitale gemeente Lasten De lasten in 2022 binnen dit programma stijgen door bij de Kadernota 2022-2025 opgenomen ruimtevragers van in totaal € 1.503.000. Dat zijn de volgende posten: € 78.000 voor deelname ROM MRA-NHN € 350.000 voor gevelrenovatie VVE’s Stadshart fase 1 € 250.000 voor kosten van onderzoek en heroriëntatie bedrijfsvoering Port of Den Helder € 250.000 voor een extra bijdrage in onrendabele kosten Port of Den Helder € 250.000 voor een lange termijn perspectief Haven in maritiem cluster en uitwerking ontwikkelrichting Nieuwediep € 50.000 voor New Energy Coalition € 85.000 voor het beheer van Parkeergarage Koninckshoek beheer € 190.000 voor de Regiodeal Er worden daarnaast twee parkeergarages gerenoveerd, de Koninckhoek en de Sluijsdijkstraat voor in totaal € 870.000, met € 41.000 kapitaallasten vanaf 2023. In de kadernota is rekening gehouden met, per saldo € 211.000 autonome ontwikkelingen en administratieve
Begroting 2022 32
Begroting 2022 33 wijzigingen, met onder andere middelen voor het opstellen van bestemmingsplannen en voor de basisregistratie ondergrond. Maar ook zijn de budgetten voor zakelijke lasten (bijvoorbeeld waterschapslasten) aangepast. Door latere uitvoering van het project ONS komen ook de kapitaallasten later op (na realisatie project). De afschrijvingslast, die hierdoor (in 2021) en 2022 vrijvalt, bedraagt € 350.000. Na de kadernota is gebleken dat € 250.000 (zie bullit 3) worden bespaard in 2022 aangezien de investeringen in de haven pas starten in 2022 en in de kapitaallasten per 2023 zijn verwerkt. De indexering binnen dit programma voor aankopen en subsidies is afgerond groot € 85.000. Bij de grondexploitatie zien we een daling van de lasten (en baten) van bijna € 1 miljoen. Dit hangt samen met de fase van uitvoering van Willem Alexanderhof. Daarnaast is vanaf 2022 is de grondexploitatie Vinkenterrein in de begroting verwerkt. Dit betekent een toename van zowel de baten als de lasten van € 0,3 miljoen. Reserves Hieronder treft u een overzicht aan van de mutaties in de reserves behorende bij programma 3:
Programma 4 Leefbare gemeente Tabel "Wat gaat het kosten?" Programma 4 Leefbare gemeente
Rekening 2020
Begroting 2021
2022
2023
2024
2025
Bedragen (x € 1.000)
Totaal lasten
56.329
57.776
55.609
55.632
55.167
55.168
Totaal baten
-19.946
-21.937
-20.519
-20.512
-20.512
-20.512
Saldo van baten en lasten
36.383
35.838
35.090
35.120
34.655
34.656
Totaal toevoegingen reserves
5.844
148
120
120
120
120
Totaal onttrekkingen reserves
-12.433
-2.464
-487
-487
-487
-217
Geraamd resultaat
29.794
33.523
34.723
34.753
34.288
34.559
55
305
-197
0
34.668
34.448
34.485
34.559
Incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo
29.794
33.523
Tabel "Investeringen" Bedragen x € 1.000
Begroting 2022 33
Begroting 2022 34 Omschrijving economisch Aanleg fiets- en wandelpad Huisduinen Bereikbaarheid bushaltes Gebiedsgerichte aanpak Kunstgras toplaag Nieuw perspectief gebiedsgericht Nieuw perspectief niet-gebiedsgericht Openbaar toilet in stadshart
2022 200 130 1.776 276 194 165 120
economisch met heffing Gemalen mechanisch Persleiding Gemalen bouwkundig Vrijverval cf nieuw GRP
35 66 77 664
Maatschappelijk Asfalt Quelderduijn Fabriekgracht/Spoorstraat/fietspad Vinkenterrein Nieuw perspectief gebiedsgericht Nieuw perspectief niet-gebiedsgericht Rotonde J.Verfailleweg-Waddenzeestraat-Seringenlaan Voorrang fiets op rotondes
122 80 526 445 335 110 5.322
Tabel "Reserves" Naam
Toevoeging 2022
Onttrekking 2022
Algemene reserve
270
Totaal Algemene reserve
270
Res bodemsanering
120
25
Totaal Meerjarig beleid
120
25
Nieuwbouw Pijler/Herderschee
52
Onderw.cluster Pasteurstraat
64
Noorderhaaks kap lasten
22
Polderweg kap lasten
11
Fietspad Duinweg kap lasten
4
Streepjesberg kap lasten
6
Villa Kakelbont kap lasten
14
Sportlaan 10 kap lasten
19
Totaal Technische reserve
192
Totaal Alle Reserves
120
487
Toelichting "Wat gaat het kosten?"
Toelichting programma Leefbare gemeente Lasten De lasten 2022 binnen dit programma stijgen door de bij de Kadernota 2022-2025 opgenomen ruimtevragers van in totaal € 242.000. Dat betreft de volgende posten: € 10.000 voor automatisering registratie weesfietsen. € 200.000 voor Sail 2023. € 32.000 voor een openbaar toilet in het stadshart. De investeringen zoals opgenomen in de kadernota zijn verwerkt. Voor verkeer en vervoer investeren we onder andere in de aanleg van een fiets/wandelpad in Huisduinen, de rotonde op de J. Verfailleweg en het voorrang geven aan de fiets op rotondes. De kapitaallasten stijgen daardoor vanaf 2023 met € 112.000. In de kadernota is rekening gehouden met € 545.000 voor diverse autonome ontwikkelingen zoals het meerjarenonderhoudsplan en het bestek voor vegen en borstelen en daarnaast met € 189.000 voor actualisatie van onder andere waterschapslasten en onroerende zaakbelasting. Verder is een bedrag van € 162.000 opgenomen voor de indexering van inkopen en € 194.000 voor de indexering van subsidies. Binnen dit programma is in 2022 ook sprake van een aantal belangrijke verschillen met de begroting 2021. Het betreft doorgeschoven bedragen vanuit 2020 van in totaal € 715.000 en incidentele budgetten in 2021; een totaal van € 712.000 vanuit de Kadernota 2021 en € 339.000 vanuit de eerste tussenrapportage 2021.
Verder is in 2021 incidenteel € 499.000 beschikbaar gesteld voor cultuurbeleid. De kosten voor afvalinzameling stijgen met € 561.000. Dit komt onder andere door stijgende kosten voor inzameling en verwerking en dalende opbrengsten van afvalstromen zoals papier en textiel. Ook is het aanbod van afval door huishoudens toegenomen, mede als gevolg van corona.
Begroting 2022 34
Begroting 2022 35 Baten Om te komen tot een 100% kostendekkendheid dienen de baten afvalstoffenheffing in 2022 te worden verhoogd met € 564.000. Een toelichting op deze stijging vindt u in paragraaf 4.7 lokale heffingen. De baten sportaccommodaties stijgen met € 158.000 als gevolg van hogere huurinkomsten. In 2021 is € 339.000 aan incidentele rijksbijdragen ontvangen voor een voucheractie en sportstimulering. Reserves Hieronder treft u een overzicht aan van de mutaties in de reserves behorende bij programma 4:
3.10 Overige
In het kader van het Bbv dienen wij nog aandacht te besteden aan de volgende onderdelen: De jaarlijks terugkerende arbeidskosten van vergelijkbare volume; dit heeft betrekking op de voorziening wachtgeld voormalige wethouders; zie voor een toelichting bij de desbetreffende voorziening. De investeringen, onderverdeeld naar investeringen met economisch en maatschappelijk nut; dit wordt per programma gepresenteerd. In het eerdere Bbv had de gemeente de vrijheid om investeringen met een maatschappelijk nut (wegen, parken, etc.) al dan niet te activeren en daarbij versneld af te schrijven. Dit leidde tot grote verschillen tussen gemeenten. In het vernieuwde Bbv dienen investeringen met een maatschappelijk nut, evenals investeringen met een economisch nut, te worden geactiveerd en over de verwachte levensduur te worden afgeschreven. De financiering; dit onderdeel wordt behandeld in de financieringsparagraaf met inbegrip van de opbouw van de rente-omslag. De stand en het gespecificeerde verloop van reserves; dit wordt per programma gepresenteerd. De stand en het gespecificeerde verloop van voorzieningen; dit wordt per programma gepresenteerd.
4. Paragrafen 4.1 Weerstandvermogen 4.1.1 Algemeen
Deze paragraaf biedt op basis van een risicoanalyse en een overzicht van financiële kengetallen inzicht in de financiële positie van de gemeente Den Helder. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is het vermogen om risico's te kunnen opvangen, die niet op een andere wijze zijn afgedekt. Het weerstandsvermogen wordt bepaald door de verhouding weerstandscapaciteit aan de ene kant en de risico's aan de andere: De weerstandscapaciteit betreft de beschikbare middelen en mogelijkheden om niet begrote en onvoorziene kosten (risico's) op te vangen. De risico's die we noemen en opnemen, zijn de risico's van materiële betekenis. De berekening is als volgt: beschikbare weerstandscapaciteit / benodigde weerstandscapaciteit op basis van van de risico's. We willen over een toereikend weerstandsvermogen beschikken om te voorkomen dat iedere financiële tegenvaller ons dwingt tot bezuinigingen of ten koste gaat van bestaande taken. In het coalitieakkoord is een minimumpositie van 1,0 afgesproken.
Begroting 2022 35
Begroting 2022 36
De beoordeling van de ratio en de te nemen maatregelen zijn in de volgende tabel weergegeven: Ratio weerstandsvermogen >2,0 1,4-<2,0 1,0-<1,4 0,8-<1,0 0,6-<0,8 <0,6
Betekenis
Beheersmaatregel
Uitstekend Ruim voldoende Voldoende
Mogelijk om extra risico's te nemen/investeren Weerstandscapaciteit hoeft niet te worden vergroot Consolideren weerstandscapaciteit en risico's Weerstandscapaciteit verhogen op middellange Matig termijn Onvoldoende Weerstandscapaciteit verhogen op korte termijn Ruim onvoldoende Bezuinigen en risico's mijden
Risico's Per risico kijken we wat het financieel voor ons betekent als dat zich voordoet. Ook de frequentie in tijd is een wegingsfactor. Al deze beoordelingen resulteren in een risicoscore. Hieronder het overzicht van de rekenpercentages die horen bij de risicoscores. Frequentie voordoen kans Minder dan of 1 keer per 10 jaar Een keer per 5 - 10 jaar Een keer per 2 – 5 jaar Een keer per 1 – 2 jaar Een of meer keer per jaar
Kanspercentage 5 10 25 50 100
De risicoscore wordt als volgt bepaald: Risicoscore = kans x impact
Risicobedrag = rekenpercentage per risico x maximaal financieel gevolg. Het weerstandsvermogen (de verhouding van de weerstandscapaciteit ten opzichte van het risicobedrag van de gemeente) geeft de volgende uitkomst:
Weerstandsvermogen
2022
2023
2024
2025
Weerstandscapaciteit (a) in €
16.510.708
13.967.965
13.329.947
13.523.121
Risico's (b) in €
11.818.102
11.818.102
11.818.102
11.818.102
1,4
1,2
1,1
1,1
Weerstandsvermogen (a/b)
Voor de berekening van het weerstandsvermogen is dus eerst de omvang van de weerstandscapaciteit van belang. Die heeft het volgende beeld: Weerstandscapaciteit (in €)
2022
2023
2024
2025
Algemene reserves
14.627.714
12.084.971
11.446.953
11.687.777
Bestemmingsreserves
1.862.994
1.862.994
1.862.994
1.815.344
Onvoorziene uitgaven
20.000
20.000
20.000
20.000
Onbenutte belastingcapaciteit
p.m.
p.m.
p.m.
Bezuinigingen
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
16.510.708
13.967.965
13.329.947
13.523.121
Stille reserves
Totale weerstandscapaciteit
p.m.
Daarbij bestaat de specificatie van de bestemmingsreserves uit de reserves die niet specifiek gelabeld zijn aan concrete uitgaven: Naam
Saldo 1/1/2022 Saldo 1/1/2023 Saldo 1/1/2024 saldo 1/1/2025
Res. woonomgeving de Schooten
292.603
292.603
292.603
Res Drooghe Weert
32.000
32.000
32.000
292.603 32.000
Evenementen
107.755
107.755
107.755
107.755
Kunstopdr./aank.kunstvoorwerpen
62.757
62.757
62.757
62.757
Monumenten
70.533
70.533
70.533
22.883
Bovenwijkse voorzieningen
133.245
133.245
133.245
133.245
Af te stoten Gem.vastgoed
937.057
937.057
937.057
937.057
DIVMAG - terrein
227.044
227.044
227.044
227.044
Begroting 2022 36
Begroting 2022 37 Totaal vrije bestemmingsreserves
1.862.994
1.862.994
1.862.994
1.815.344
De risico's kunnen als volgt worden samengevat:
Overzicht totale risicobedrag (in €) Omschrijving risico
Maximale
Totaal risico-
risicobedrag
bedrag
Garantstellingen zonder achtervang
85.937.000
4.284.925
Garantstellingen met achtervan WSW
170.060.000
1.700.600
Geldleningen
46.302.000
784.040
Overige risico's
39.355.278
16.525.689
Totaal
341.654.278
23.295.254
Factor voordoen alle risico's tegelijk 40%
9.318.102
Basisbedrag voor onbekende risico's
2.500.000
Totaal risicobedrag
11.818.102
De specificatie van deze risico's, de inschatting en de toelichting geven het volgende beeld:
KansOmschrijving risico
percentage
Kans op
voordoen
voordoen
Totaal
Onderbouwing zekerheden en
max. risico
risico-
omstandigheden van invloed op de
risico-bedrag (80/50/20%)
bedrag
frequentie Achterliggende waarde woningen is
kans frequentie
Maximale
Garantstellingen zonder achtervang Woningstichting Den Helder
5%
4.088.000
20%
40.880
NV Huisvuilcentrale Noord-Holland
5%
24.130.000
20%
241.300
Noordwest Ziekenhuisgroep/Gemini
10%
5.400.000
80%
432.000
Financiële positie is goed
Willemsoord BV
10%
15.000.000
50%
750.000
Winst is beperkt; risico's kleiner door
omvangrijk Risico's zijn de afgelopen jaren fors afgebouwd
structurele bijdrage gemeente en hogere bijdrage Rijk voor onderhoud Veiligheidsregio Noord-Holland Noord
5%
3.638.000
20%
36.380
Structurele financiering door gemeenten
Stichting Blijf van mijn Lijf
5%
406.000
80%
16.240
Structurele subsidiëring
Stichting Scholen aan Zee
10%
13.250.000
20%
265.000
Rijksbijdrage bekostiging; eigendom
NV PoDH
25%
20.025.000
50%
2.503.125 Voor het onderhoud van de openbare ruimte
schoolgebouwen zijn structureel middelen ter beschikking gesteld Totaal
85.937.000
4.284.925
Garantstellingen met achtervan WSW Stichting Woontij
5%
19.035.000
20%
190.350
Woningstichting Den Helder
5%
148.750.000