CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

BA7668_BP Veiligheidscontour Balgzand_VST_22 april 2025.pdf

Raadscommissie Stadsontwikkeling en Beheer 7 april 2025, gemeente Den HelderBij agendapunt: 6: Voorstel tot het vaststellen van het facetbestemmingsplan Veiligheidscontour Balgzand.27.929 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Zie ‘verantwoording groepsrisico’ (Deel 2) voor een overzicht van de onderzochte ruimtelijke maatregelen en maatregelen aan de bron. De gekozen oplossing voor deze mogelijke ruimtelijke knelpunt(en) is dus het vaststellen van een veiligheidscontour ex artikel 14 lid 3 Bevi. De veiligheidscontour maakt het mogelijk om (beperkt) kwetsbare objecten die een functionele binding hebben met de activiteiten van de NAM en/of met het gebied toe te staan binnen de veiligheidscontour en daarmee binnen de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour van de GBI. Zie hoofdstuk 4 voor een nadere toelichting op de gekozen veiligheidscontour en voor de uitwerking van de definitie van het begrip functionele binding. Aanvullend op de veiligheidscontour is er door partijen voor gekozen om ook de vigerende 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour van de GBI van de NAM als interne zonering binnen de veiligheidscontour vast te leggen.

3.2

Meerwaarde van een veiligheidscontour

Een veiligheidscontour biedt alle betrokken partijen voordelen. Voor de gemeente Den Helder en burgers biedt een veiligheidscontour duidelijkheid voor ruimtelijke ontwikkelingen. Binnen de veiligheidscontour zijn ontwikkelingen met gevaarlijke stoffen toegestaan, evenals objecten met een functionele binding. Buiten de veiligheidscontour is juist ruimte voor andere ruimtelijke ontwikkelingen, zoals andersoortige bedrijfsmatige activiteiten. Bovendien biedt een veiligheidscontour flexibiliteit voor het gebied binnen de veiligheidscontour. Zolang de risico’s van activiteiten binnen de veiligheidscontour buiten de veiligheidscontour niet groter zijn dan de grenswaarde, zijn deze activiteiten toegestaan en kunnen kleine wijzigingen in de bedrijfsvoering gemakkelijk worden gefaciliteerd. Het voordeel van flexibiliteit geldt zo ook voor de NAM. De NAM krijgt daarnaast duidelijkheid over tot waar hun plaatsgebonden risicocontour maximaal mag reiken. De ministeries hebben ook voordeel bij de flexibiliteit. Zo kan het Ministerie van Defensie ontwikkelingen in relatie tot kwetsbare objecten met een functionele binding binnen de

22 april 2025

OPLEGRAPPORT VEILIGHEIDSCONTOUR

BA7668-107-100IBRP001F04

5

Projectgerelateerd

veiligheidscontour gemakkelijker uitvoeren. Het belang van het Ministerie van Defensie is ook dat er duidelijkheid is over de bestaande gebouwen. Deze mogen op de huidige locatie gehandhaafd blijven. Ook is er duidelijkheid voor welke doeleinden de gebouwen gebruikt mogen worden en dat er ruimte is voor doorontwikkeling, dat er veiligheids-verhogende maatregelen genomen zijn en dat de bewustwording over veiligheid omhoog is gegaan. Voor de vergunningverlenende ministeries geldt dat er duidelijke juridische afspraken liggen die vergund en te handhaven zijn. Voor alle partijen geldt dat er naast het juridisch kader ook veiligheidsafspraken vastgelegd zijn die de daadwerkelijke veiligheid in het gebied moet bevorderen en de bewustwording moet verhogen.

22 april 2025

OPLEGRAPPORT VEILIGHEIDSCONTOUR

BA7668-107-100IBRP001F04

6

Projectgerelateerd

4

De veiligheidscontour

4.1

Ligging

In de aanloop naar het bestemmingsplan is de ligging van de veiligheidscontour vastgesteld door het bevoegd gezag Wabo 1 en ruimtelijke ordening. In onderstaande figuur is de ligging van de veiligheidscontour weergegeven.

Figuur 1: Ligging veiligheidscontour

4.2

Onderbouwing van de keuzes en ligging

Bij het vaststellen van de aangepaste rekenmethode voor de Olie- en gassector is een voorlopige risicocontour 2 GBI opgesteld. Deze contour is vrijwel identiek wanneer deze wordt doorgerekend met de nieuwste versie van Safeti-NL. De PR10-6 contour is de basis geweest voor het bepalen van de grenzen van de veiligheidscontour. Hierbij is gekeken naar de aanwezige activiteiten in het gebied, de natuurlijke grenzen van de Luchthaven en andere risicocontouren in het gebied. Het gebied ten noordwesten van de landingsbaan is bewust uit de veiligheidscontour gelaten omdat hier een golfbaan ligt. De veiligheidsafstanden (A,B en C zones) van de munitieopslagen hebben geen relatie met de ligging van de veiligheidscontour. Het betreft verschillende wet- en regelgeving en beide worden daarom afzonderlijk van elkaar getoetst. Bijlage 2 gaat dieper in op de begrenzing van de veiligheidscontour. 1 2

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Risicocontour is hier: 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour

22 april 2025

OPLEGRAPPORT VEILIGHEIDSCONTOUR

BA7668-107-100IBRP001F04

7

Projectgerelateerd

4.3

Functionele binding – de definitie

Bij het vaststellen van de veiligheidscontour is ook het vaststellen van de definitie van functionele binding van belang. In relatie tot de veiligheidscontour Balgzand wordt onderstaande definitie gehanteerd: Definitie functionele binding

Activiteiten of objecten die een directe of indirecte relatie hebben met energie, offshore, het belang van nationale veiligheid en/of luchthaven, dan wel objecten of activiteiten die zijn gelegen of worden verricht binnen het plangebied [of het gebied waarvoor een veiligheidscontour is vastgesteld] Voorbeelden van mogelijk te realisteren ontwikkelingen die vallen binnen deze definitie zijn: Vliegbewegingen voor windparken op zee  Herplaatsing en uitbreidingen activiteiten van defensie op de luchthaven  Opslag van materialen voor offshore activiteiten  Opslag, overslag, productie (bijv. waterstof) en transport van gevaarlijke stoffen, mits en voor zover de activiteit geen nieuwe domino-effecten kent naar de reeds vergunde activiteiten. 

Motivering definitie De definitie is dusdanig gekozen dat de bestaande bebouwing hieronder valt en dat in de toekomst enkel ontwikkelingen mogelijk zijn die een veiligheidsverbetering tot gevolg hebben of van dusdanig belang zijn dat deze bijdragen aan het voortbestaan van de Luchthaven en de NAM. Dit zal voornamelijk herbouw zijn. Nieuwbouw is enkel wenselijk als dit leidt tot een verbetering van de veiligheid of van economisch belang is. Voor een nadere toelichting op de interpretatie van het begrip functionele binding wordt verwezen naar Bijlage 1.

4.4

Relatie met het bestemmingsplan

Randvoorwaarden In de toekomst zijn enkel ontwikkelingen mogelijk die een veiligheidsverbetering tot gevolg hebben of van dusdanig belang zijn dat deze bijdragen aan de ontwikkeling van de Luchthaven (civiele deel en Defensie deel) en de NAM. Het facet-bestemmingsplan maakt een onderscheid tussen het maken van een afweging voor het toestaan van risicobronnen (Bevi-inrichtingen) en het toestaan van nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten. Het toestaan van nieuwe functies zoals kantoren/commerciële functies en voorzieningen ((beperkt) kwetsbare objecten), die indien voldaan wordt aan de definitie van functionele binding, kunnen worden gerealiseerd binnen de kaders van het facet-bestemmingsplan. Het groepsrisico is verantwoord door het bevoegd gezag (gemeente Den Helder). Voorwaarde is dat een nieuwe functie past in de bestemming die het onderliggende bestemmingsplan mogelijk maakt. Het toevoegen van nieuwe of het uitbreiden van bestaande Bevi-inrichtingen is in beginsel niet toegestaan. Dit kan alleen worden toegestaan als gemotiveerd wordt afgeweken van het facetbestemmingsplan en kan worden voldaan aan de eis van functionele binding. Daarbij moeten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij moet het bevoegd gezag (gemeente Den Helder) voldoen aan de verantwoordingsplicht groepsrisico.

Hiervoor dient advies gevraagd te worden aan de veiligheidsregio Noord-Holland Noord om onder andere de mogelijkheden 22 april 2025

OPLEGRAPPORT VEILIGHEIDSCONTOUR

BA7668-107-100IBRP001F04

8

Projectgerelateerd

voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid inzichtelijk te maken. Tevens dient het onderliggende bestemmingsplan de nieuwe inrichting mogelijk te maken. Tenslotte is een interne zonering opgenomen binnen de veiligheidscontour. Deze interne zonering bestaat uit drie zones waarbij verschillende regels gelden om ontwikkelingen van nieuwe Bevi-inrichtingen al dan niet toe te staan. Het is om die reden belangrijk om de huidige situatie goed vast te leggen en als uitgangspunt te nemen. In Deel 2 van dit rapport is de huidige situatie uitgebreid beschreven en nader uitgewerkt wat betreft de mogelijke risico’s, effecten en maatregelen. Daarin is ook beschreven welke civiele en militaire objecten nu aanwezig zijn binnen de veiligheidscontour en welke ontwikkelingen verwacht worden in de nabije toekomst binnen de mogelijkheden van de vigerende bestemmingsplannen. Onderstaand is de werking van het facetbestemmingsplan toegelicht met enkele voorbeelden. Voorbeeld 1 Het Ministerie van Defensie wil het legeringsgebouw uitbreiden binnen de 10-6 plaatsgebonden risicocontour. De uitbreiding is toegestaan omdat dit past binnen het bestemmingsplan. De uitbreiding kan worden gemotiveerd doordat de uitbreiding functionele binding heeft met het gebied. Het groepsrisico is verantwoord binnen het facet-bestemmingsplan.

Voorbeeld 2 Een private partij wil vanaf luchthaven De Kooy onderdelen voor de bouw van offshore windturbines transporteren naar een locatie op de Noordzee. De activiteit kan worden toegelaten na het doorlopen van een ruimtelijke procedure waarin wordt afgeweken van het bestemmingsplan. De activiteit kan worden gemotiveerd doordat de activiteit binding heeft met het gebied en de activiteit het groepsrisico vrijwel niet verhoogd, omdat er maar enkele personen, kortstondig bij de activiteit betrokken zijn. Voorbeeld 3 Een private partij wil op de oostoever een fabriek/depot voor bio/synthetische-fuels (of NH3-LNG) bouwen inrichten voor het scheepvaartverkeer van en naar Den Helder. De activiteit kan worden toegelaten na het doorlopen van een ruimtelijke procedure waarin wordt afgeweken van het bestemmingsplan. De activiteit kan worden gemotiveerd doordat de activiteit functionele binding heeft met het gebied en valt onder de energietransitie. De externe veiligheidsrisico’s van deze fabriek dienen te worden verantwoord in het kader van der verantwoordingsplicht groepsrisico. Een eventuele PR10-6 contour van de fabriek moet binnen de veiligheidscontour te liggen.

22 april 2025

OPLEGRAPPORT VEILIGHEIDSCONTOUR

BA7668-107-100IBRP001F04

9

Projectgerelateerd

Voorbeeld 4 Defensie wil een depot voor H2 inrichten, om de ‘nieuwe generatie’ vliegtoestellen in gebruik te kunnen nemen vanaf de vliegbasis. De activiteit kan worden toegelaten na het doorlopen van een ruimtelijke procedure waarin wordt afgeweken van het bestemmingsplan. De activiteit kan worden gemotiveerd doordat de activiteit binding heeft met het gebied en valt onder de energietransitie. De externe veiligheidsrisico’s van het depot dienen te worden verantwoord in het kader van de verantwoordingsplicht groepsrisico. Een eventuele PR10-6 contour van de inrichting dient binnen de veiligheidscontour te liggen. Voorbeeld 5 De civiele luchthaven wil een luchthavenhotel oprichten, zodat offshore bedrijven die gebruik maken van de luchthaven de logistiek m.b.t. hun personeel beter kunnen inrichten. Een hotel wordt gedefinieerd als een (beperkt) kwetsbaar object afhankelijk van de grootte van het hotel. Het toelaten van de activiteit kan worden gemotiveerd doordat de activiteit functionele binding heeft met het gebied. Het groepsrisico is verantwoord binnen het facet-bestemmingsplan.

5

Vervolgstappen

Nu de onderzoeken om te komen tot een veiligheidscontour zijn afgerond, zijn enkele vervolgstappen noodzakelijk om een en ander te formaliseren: 1. Het formeel vaststellen van de veiligheidscontour 2. Het vastleggen van de veiligheidscontour over de onderliggende bestemmingsplannen, Luchthaven 2013, Beheersverordening Oostoever 2016 en bestemmingsplan Kooypunt middels het facetbestemmingsplan Veiligheidscontour Balgzand. 3. Het ‘onderhouden’ van de veiligheidscontour

5.1

Vaststellen veiligheidscontour

De eerste stap is het formeel vaststellen van de veiligheidscontour. Dit dient te gebeuren door het bevoegd gezag ruimtelijke ordening (gemeente Den Helder) en het bevoegd gezag milieu (ministerie van Economische Zaken en Klimaat) op basis van artikel 4 en 5 Bevi. Bij het vaststellen van de veiligheidscontour wordt onder meer de exacte ligging bepaald en wordt aangegeven hoe invulling wordt gegeven aan het begrip functionele binding. Dit gebeurt in het besluit veiligheidscontour ‘Balgzand’. De veiligheidscontour dient vastgesteld te zijn voordat de veiligheidscontour wordt vastgelegd in het facetbestemmingsplan. Bij het proces om de veiligheidscontour vast te stellen zijn belangrijke belanghebbende partijen betrokken. In dit geval de partijen uit de projectgroep.

5.2

Vastleggen veiligheidscontour

De tweede stap is het formeel vastleggen van de veiligheidscontour in het facetbestemmingsplan, ofwel de vertaling van het besluit veiligheidscontour naar het bestemmingsplan. Dit dient te gebeuren door het bevoegd gezag ruimtelijke ordening (gemeente Den Helder). Bij het vastleggen van de veiligheidscontour in het bestemmingsplan wordt onder andere de ligging van de contour vastgelegd en worden voorwaarden verbonden aan (nieuwe) objecten en activiteiten in het gebied. Ook wordt bepaald hoe hierover een besluit wordt genomen en hoe hiervan kan worden afgeweken. De processen van vaststellen van de veiligheidscontour en van het vastleggen ervan in het facetbestemmingsplan kunnen in de praktijk parallel lopen.

22 april 2025

OPLEGRAPPORT VEILIGHEIDSCONTOUR

BA7668-107-100IBRP001F04

10

Projectgerelateerd

5.3

‘Onderhoud’

De veiligheidscontour wordt vastgelegd als bestemmingsplan onder de wetgeving die goldt vóór 1 januari 2024. Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Dit betekent dat het huidige bestemmingsplan automatisch wordt omgezet in het Omgevingsplan van de gemeente Den Helder. Parallel aan de ontwikkeling van de Omgevingswet, is het externe veiligheidsbeleid gemoderniseerd. Dit houdt onder andere in dat er gewerkt wordt met zogenaamde aandachtsgebieden. Op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet, hebben alle risicovolle activiteiten aandachtsgebieden. Ook wordt de veiligheidscontour automatisch omgezet in een zogenaamd ‘risicogebied’. Dit is een andere naam, voor hetzelfde instrument. Het omgevingsplan moet daarna op diverse onderwerpen nog ‘Omgevingswet-proof’ gemaakt worden. Hiervoor heeft de gemeente de tijd t/m 31 december 2031. Eén van de zaken die dan nog moet gebeuren, is het nemen van een besluit over het al dan niet aanwijzen van zogenaamde voorschriftengebieden binnen aandachtsgebieden.

22 april 2025

OPLEGRAPPORT VEILIGHEIDSCONTOUR

BA7668-107-100IBRP001F04

11

Projectgerelateerd

BIJLAGE 1: Interpretatie functionele binding In deze bijlage wordt een toelichting gegeven op hoe het begrip functionele binding geïnterpreteerd wordt. Functionele binding Bevi In zowel artikel 14 Bevi als in artikel 10 Bevi wordt aan de aanwezigheid van (beperkt) kwetsbare objecten binnen de veiligheidscontour de eis van functionele binding gesteld. In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op het begrip ‘functionele binding’ volgend uit deze artikelen uit het Bevi. Functionele binding in artikel 14 Bevi De tekst van artikel 14, vierde lid, Bevi luidt op dit moment als volgt. Voor de volledigheid is ook de oorspronkelijke tekst weergegeven. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste of derde lid, wordt de veiligheidscontour zodanig vastgesteld dat binnen die contour, voor zover het kwetsbare objecten betreft, uitsluitend kwetsbare objecten die een functionele binding hebben met een inrichting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met h, of met het gebied waarvoor de veiligheidscontour wordt vastgesteld, aanwezig of geprojecteerd zijn.

De eerste volzin geldt niet met betrekking tot kwetsbare objecten binnen de veiligheidscontour die tevens zijn gelegen in een andere veiligheidscontour en een functionele binding hebben met een inrichting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met h, binnen die veiligheidscontour, of met het gebied waarvoor die veiligheidscontour is vastgesteld. Functionele binding in artikel 10 Bevi Voor wat de ruimtelijke doorwerking van de veiligheidscontour is artikel 10 Bevi van belang. Dit artikel regelt op welke wijze de veiligheidscontour doorwerkt in het bestemmingsplan. De Nota van Toelichting uit 2008 merkt hierover het volgende op: Als de contour eenmaal is vastgesteld, dan mogen geen nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten zonder functionele binding binnen de contour mogelijk worden gemaakt. In artikel 10 van het Bevi is geregeld dat bij de vaststelling van ruimtelijke ordeningsbesluiten de bouw of vestiging van kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten binnen de veiligheidscontour niet is toegelaten, tenzij die objecten een functionele binding hebben met een binnen de contour gelegen inrichting of het gebied waarvoor de contour is vastgesteld. Bevindingen functionele binding in het Bevi In het Besluit externe veiligheid inrichtingen worden geen inhoudelijke criteria gegeven ter invulling van het begrip ‘functionele binding’.

 Wel wordt aangegeven dat ‘bij uitstek kwetsbare functies’ niet geacht worden een functionele binding te bezitten, verder is aangegeven dat de functionele binding niet exclusief behoeft te zijn en dat het om bedrijvigheid gaat.  De eis van functionele binding geldt altijd voor kwetsbare objecten (nl. bij vaststelling van de veiligheidscontour en vaststelling van het bestemmingsplan).  De eis van functionele binding geldt ook voor nieuwe beperkt kwetsbare objecten (nl. bij bestemmingsplanvaststelling).  De eis van functionele binding geldt niet voor (juridisch) bestaande beperkt kwetsbare objecten.  Bij de vaststelling van de veiligheidscontour ligt het uit uitvoerbaarheidsoogpunt voor de hand om een doorkijk te geven naar de eis van de functionele binding bij (nieuwe) (beperkt) kwetsbare objecten, waaraan bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet worden voldaan.12 

22 april 2025

OPLEGRAPPORT VEILIGHEIDSCONTOUR

BA7668-107-100IBRP001F04

12

Projectgerelateerd

De veiligheidscontour in de praktijk In de Rapportage uit 2012 3 is in het kader van de veiligheidscontouren Europoort, Botlek Vondelingenplaat, High Tech Campus Eindhoven, en Sloegebied nagegaan hoe met het begrip functionele binding wordt omgegaan. Volstaan wordt met een weergave van de bevindingen in de praktijk:  Bij de veiligheidscontouren Europoort/Botlek Vondelingenplaat wordt functionele binding ingevuld met de criteria logistiek, organisatorisch en technische afhankelijkheid.  Bij de veiligheidscontour High Tech Campus Eindhoven wordt hiervoor aangesloten bij het ‘campusconcept’.  Voor het Sloegebied wordt een ruime interpretatie voorgestaan, waarbij zowel directe als indirecte functionele binding aanvaardbaar wordt geacht. Opgemerkt wordt ten slotte dat (tot op heden) in geen van de genoemde gevallen de regeling ten aanzien van de functionele binding door de rechter is getoetst. Bindingen in het milieurecht: ‘één inrichting’  Er is sprake van één inrichting indien voldoende technische, functionele en organisatorische bindingen aanwezig zijn.  Voor wat de functionele binding betreft, is van belang of gebruik wordt gemaakt van elkaars goederen, diensten, personeel of bedrijfsmiddelen. Daarbij kan van belang zijn of de onderdelen onafhankelijk van elkaar kunnen functioneren, bij de vaststelling van de aanwezigheid van functionele binding.

Criteria functionele binding Op deze plaats wordt nog opgemerkt dat luchthavens (op grond van de Wet luchtvaart) geen relatie hebben met het Bevi. Met andere woorden, vanuit het Bevi worden geen eisen gesteld aan luchthavens noch gelden de eisen ten aanzien van de functionele binding ten aanzien van die luchthaven als zodanig. In de (bestemmingsplan)praktijk is deze scheiding minder strikt aanwezig. Regelmatig bevinden zich binnen de veiligheidscontour inrichtingen en andere activiteiten die niet onder de werkingssfeer van het Bevi vallen en wordt bij de vaststelling van de veiligheidscontour met de risico’s van deze inrichtingen rekening gehouden. Het Bevi staat hier niet aan in de weg. In de betreffende bestemmingsplannen wordt dit onderscheid binnen de veiligheidscontour evenmin gemaakt, en wordt voor een integrale regulering van risicovolle inrichtingen binnen de veiligheidscontour gekozen. Denk hierbij aan windturbines of de veiligheidscontour in het Rotterdamse havengebied. Het begrip functionele binding kan dan als volgt worden ingevuld: 1. Algemene criteria (deze criteria vormen de kaders voor de toepassing van de inhoudelijke criteria): a. Niet bij uitstek kwetsbaar b. Niet exclusief c. Bedrijfsmatige activiteit d. Directe of indirecte binding17 2. Inhoudelijke criteria functionele binding: a.

Uitwisseling van bedrijfsmiddelen 3 DHV, 26 november 2012, Onderzoek mogelijkheid veiligheidscontour NAM locatie Den Helder, nr. MD-AF20121637/ISEE (project BA7668-101-100).

22 april 2025

OPLEGRAPPORT VEILIGHEIDSCONTOUR

BA7668-107-100IBRP001F04

13

Projectgerelateerd

b. c. d. e.

Noodzakelijk voor onderling functioneren Logistieke afhankelijkheid18 Organisatorische afhankelijkheid (zeggenschap) Technische afhankelijkheid (gezamenlijke voorzieningen)

22 april 2025

OPLEGRAPPORT VEILIGHEIDSCONTOUR

BA7668-107-100IBRP001F04

14

Projectgerelateerd

BIJLAGE 2: Begrenzing veiligheidscontour De begrenzing van de veiligheidscontour is een combinatie van verschillende onderdelen. Onderstaand de toelichting en de overzichtskaart. PR 10-6 contour NAM als basis voor de begrenzing Voor de veiligheidscontour zijn de aanwezige plaatsgebonden 10-6 risico contour(en) van de aanwezige inrichtingen die vallen onder het Bevi leidend voor het bepalen van de begrenzing. PR-contouren van andere risicobronnen die vallen onder het Bevt of Bevb zijn geen onderdeel van de veiligheidscontour. De basis voor de veiligheidscontour in Den Helder is de PR10-6 contour van de NAM. Ligging functies binnen de veiligheidscontour Binnen de veiligheidscontour geldt een functionele binding. Dit is om te borgen dat de aangewezen functies op een verantwoorde en veilige wijze binnen de contour kunnen vestigen. De veiligheidscontour inclusief functionele binding geldt voor het vestigen van nieuwe Bevi-inrichtingen en voor de vestiging van nieuwe kwetsbare objecten. Naast de locatie van de NAM zijn het gehele terrein van het civiele deel van de luchthaven de Kooy en de defensielocatie opgenomen. Daarnaast valt het bedrijventerrein ten noorden van de NAM inclusief de waterzuivering onder de veiligheidscontour.

Geografische grenzen Naast de ligging van de PR 10-6 en de ligging van de verschillende functies is de begrenzing bepaalt op basis van geografische grenzen. Dit is een combinatie van kadastrale begrenzingen en begrenzingen van de onderliggende bestemminsplannen. Onderstaande kaart laat de ligging van de veiligheidscontour zien met de bijbehorende PR 10-6 contour van de NAM.

22 april 2025

OPLEGRAPPORT VEILIGHEIDSCONTOUR

BA7668-107-100IBRP001F04

15

Projectgerelateerd

22 april 2025

OPLEGRAPPORT VEILIGHEIDSCONTOUR

BA7668-107-100IBRP001F04

16

Projectgerelateerd

BIJLAGE 3: Begrippenlijst Begrip

Omschrijving

Bevb

Besluit externe veiligheid buisleidingen

Bevi

Besluit externe veiligheid inrichtingen

Bevt

Besluit externe veiligheid transportroutes

GBI

Gasbehandelingsinstallatie

Groepsrisico (GR)

Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is. Anders gezegd geeft het groepsrisico weer wat de kans is op het overlijden van een groep personen ten gevolge van een ongeval bij een bedrijf. Voor het groepsrisico is geen grenswaarde vastgesteld. Wel is er de zogeheten oriëntatiewaarde, deze dient door het bevoegde gezag (de vergunningverlener, zijnde de provincie of de gemeente) te worden gehanteerd bij de overwegingen over het groepsrisico. Deze oriëntatiewaarde is de kans op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-5 per jaar (voor vervoer: 10-4), met de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-7 per jaar (voor vervoer: 10-6) en met de kans op een ongeval met 1000 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-9 per jaar (voor vervoer: 10-8). Hieronder is een FN-diagram weergegeven voor een inrichting met daarin als voorbeeld een FN-curve en tevens de oriëntatiewaarde. LET OP: de oriëntatiewaarde voor vervoer van gevaarlijke stoffen ligt een factor 10 hoger dan die voor inrichtingen.

invloedsgebied

gebied waarin volgens bij regeling van Onze Minister gestelde regels personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico

22 april 2025

OPLEGRAPPORT VEILIGHEIDSCONTOUR

BA7668-107-100IBRP001F04

17

Projectgerelateerd

Begrip

Omschrijving

Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron (inrichting of transportroute), aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. In het plaatsgebonden risico zijn in het kort twee verschillende kansen verwerkt: • de kans dat een ramp, zoals het ontsnappen van een gevaarlijke stof, plaatsvindt; • de kans dat een persoon daadwerkelijk overlijdt als gevolg daarvan. Deze kans mag conform het Bevi, Bevb en Bevt maximaal 1 op een miljoen (10-6) per jaar zijn. De norm van 10-6/jaar geldt ten aanzien van kwetsbare objecten als grenswaarde, die niet mag worden overschreden, en ten aanzien van beperkt kwetsbare objecten als richtwaarde. Rondom een inrichting of transportroute bestaat op sommige plaatsen hetzelfde risico. Deze plaatsen kunnen als een lijn (een risicocontour) op een kaart gezet worden. Plaatsgebonden risicocontour

Een risicocontour geeft aan hoe hoog in de omgeving de overlijdenskans is door een ongeval met een risicobron. Deze contourlijnen kan men vergelijken met de gewone hoogtelijnen op een kaart: binnen de contour is het risico groter, buiten de contour is het risico kleiner dan een bepaalde waarde, bij voorbeeld 10-6 per jaar.

Safeti-NL

Software Application Fire Explosion Toxic Impact - Nederland is het rekenpakket voor het berekenen van de omgevingsveiligheidsrisico’s van activiteiten met gevaarlijke stoffen

Veiligheidscontour

Een gebieds-omhullende 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour rondom een of meer activiteiten met gevaarlijke stoffen die onder het Bevi vallen.

Verantwoordingsplicht groepsrisico (VGR)

Op grond van artikel 12 en 13 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), artikel 12 van het Bevb en artikel 7 en 8 van het Bevt moet het groepsrisico van zogenaamde risicobedrijven kunnen worden verantwoord. Het gaat hier om een bestuurlijke afweging waarbij de vraag aan de orde is of de omvang van een zwaar ongeval, gegeven de kans daarop, maatschappelijk kan worden aanvaard.

22 april 2025

OPLEGRAPPORT VEILIGHEIDSCONTOUR

BA7668-107-100IBRP001F04

18

Bijlage 2 Onderzoek externe veiligheid en elementen verantwoording groepsrisico veiligheidscontour Balgzand - Deel 2

Facetbestemmingsplan Veiligheidscontour Balgzand

53

RAPPORT Onderzoek externe veiligheid en elementen verantwoording groepsrisico veiligheidscontour Balgzand Deel 2 Klant:

Gemeente Den Helder

Referentie: BA7668-107-100IPRP002F04 Status:

04/Definitief

Datum:

22 april 2025

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Industry & Buildings Trade register number: 56515154 Telefoon: +31 88 348 20 00 Fax: +31 33 463 36 52 Email: info@rhdhv.com Website: royalhaskoningdhv.com

Titel document: Onderzoek externe veiligheid en elementen verantwoording groepsrisico

veiligheidscontour Balgzand

Ondertitel: Onderzoek externe veiligheid Referentie: BA7668-107-100IPRP002F04 Status: 04/Definitief Datum: 22 april 2025 Projectnaam: Veiligheidscontour Den Helder Projectnummer: BA7668-107-100

Classificatie Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 22 april 2025

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BA7668-107-100IPRP002F04

i

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Veiligheidscontour externe veiligheid

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Ligging veiligheidscontour

7

1.3

Onderzoek externe veiligheid en verantwoording groepsrisico

7

1.4

Leeswijzer

8

2

Externe veiligheid – beleid, wet- en regelgeving

9

2.1

Wet- en regelgeving externe veiligheid

9

Plaatsgebonden risico en groepsrisico

9

Verantwoordingsplicht groepsrisico

10

3

Inventarisatie relevante risicobronnen

11

3.1

Methodiek

11

3.2

Beschouwing

12

3.2.1 3.2.2

Inventarisatie planvoornemen Inventarisatie risicobronnen

12 12

3.3

Beoordeling relevante risicobronnen

13

3.4

Conclusie

14

4

Risicobeoordeling Gasbehandelingsinstallatie NAM Den Helder

15

5

Elementen verantwoording groepsrisico

18

5.1

Ruimtelijke maatregelen (pro-actie)

18

5.2

Bronmaatregelen

19

5.3

Maatgevende scenario’s

21

5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.3.4 5.3.5

Overzicht maatgevende scenario’s Beschrijving scenario’s voor de weg Beschrijving scenario’s voor de aardgastransportleidingen Beschrijving scenario’s voor GBI Beschrijving scenario voor ontplofbare stoffen/munitie

21 22 22 23 24

5.4

Rampenbestrijding

24

5.4.1 5.4.2

Bestrijdbaarheid Inrichting gebied

24 26

5.5

Zelfredzaamheid

26

5.5.1 5.5.2 5.5.3 5.5.4

Mogelijkheid voorkomen slachtoffers Inrichting plangebied Verminderd zelfredzame personen Risicocommunicatie

27 28 28 28

22 april 2025

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BA7668-107-100IPRP002F04

ii

Projectgerelateerd

6

Risicobeoordeling transport van gevaarlijke stoffen over N250

29

7

Risicobeoordeling transport gevaarlijke stoffen per buisleiding

31

8

Conclusie

33

Bijlagen Bijlage 1: Begrippenlijst Bijlage 2: Begrenzing veiligheidscontour Bijlage 3: QRA GBI NAM 2025

22 april 2025

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BA7668-107-100IPRP002F04

iii

Projectgerelateerd

Managementsamenvatting De gemeente Den Helder is voornemens om een veiligheidscontour artikel 14 Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) vast te stellen rond de locatie van de NAM, het defensieterrein en luchthaven de Kooy ten zuiden van de kern Den Helder. Een veiligheidscontour zoals bedoeld in het Bevi is een juridisch instrument om risicoruimte te reserveren voor risicovolle bedrijven. Daarnaast biedt het instrument de mogelijkheid om de normwaarde (PR10-6per jaar) voor de oprichting van kwetsbare objecten binnen de veiligheidscontour los te laten indien deze functioneel gebonden zijn aan de risicovolle activiteiten binnen de veiligheidscontour. Op dit moment bevinden zich kwetsbare objecten (zoals het legeringsgebouw) van defensie binnen de PR10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour van de NAM. Dit leidt tot een saneringssituatie, omdat dit in principe niet is toegestaan. De PR10-6 contour is conform het Bevi de grenswaarde voor het oprichten van kwetsbare objecten. Door het vaststellen en vastleggen van de veiligheidscontour wordt de bestaande saneringssituatie juridisch opgelost. De veiligheidscontour wordt vastgelegd in een facetbestemmingsplan en een bijbehorend besluit veiligheidscontour.

Het facetbestemmingsplan vervangt een groot deel van de bepalingen betreffende externe veiligheid zoals vastgelegd in de onderliggende bestemminsplannen; Bestemmingsplan luchthaven 2013, Beheersverordening Oostoever 2016 en Bestemmingsplan Kooypunt 2012, voor zover de veiligheidscontour onderdeel is van de aangewezen gronden. De begrenzing van de veiligheidscontour is gebaseerd op de ligging van de PR10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour van de NAM. Verder is er rekening gehouden met geografische begrenzingen en de ligging van verschillende functies ten opzichte van de PR10-6 risicocontour. Bijlage 2 licht dit verder toe. Voorliggend externe veiligheidsonderzoek is de onderbouwing voor het facetbestemmingsplan. In dit externe veiligheidsonderzoek zijn alle aanwezige risicobronnen in en in de omgeving van het plangebied in het kader van externe veiligheid geïnventariseerd. Dit is van belang voor de verantwoordingsplicht groepsrisico. Dit is de verplichting van het bevoegd gezag ruimtelijke ordening in het kader van het facetbestemmingsplan om de aanwezige risico’s te verantwoorden. De conclusies uit het onderzoek zijn: - De veiligheidscontour conform artikel 14 Bevi biedt de oplossing voor de saneringssituatie. - De gasbehandelingsinstallatie (GBI) van de NAM-locatie als Bevi inrichting is relevant als risicobron in het kader van de artikel 14 Bevi veiligheidscontour.

De normwaarde voor het plaatsgebonden risico wordt overschreden en de hoogte van het groepsrisico ligt ruim boven de oriëntatiewaarde. - De NAM-locatie, de buisleidingenstraat met verschillende hogedruk aardgastransportleidingen en de N250 zijn relevant in het kader van de verantwoordingsplicht groepsrisico voor het facetbestemmingsplan van de veiligheidscontour. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn ook de munitie-opslag en het gebruik daarvan in het onderzoek benoemd. - In het kader van de verantwoordingsplicht groepsrisico is onderzoek gedaan naar de verschillende elementen die hiervoor van belang zijn. Hieruit is gebleken dat bronmaatregelen of ruimtelijke maatregelen niet relevant zijn, omdat het facetbestemmingsplan conserverend van aard is. Wel zijn mogelijke maatregelen aan het legeringsgebouw van Defensie onderzocht.

22 april 2025

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BA7668-107-100IPRP002F04

4

Projectgerelateerd

-

-

De mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid van een calamiteit verschillen per maatgevend scenario. Over het algemeen kan worden gesteld dat de bestrijdbaarheid voldoende geborgd is. De mogelijkheden voor de zelfredzaamheid verschillen per maatgevend scenario. Over het algemeen kan worden gesteld dat de zelfredzaamheid voldoende geborgd is. Bij de implementatie van de veiligheidscontour in het bestemmingsplan kan nog wel aanvullend onderzoek gedaan worden naar de optimalisatie van de zelfredzaamheid.

22 april 2025

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BA7668-107-100IPRP002F04

5

Projectgerelateerd

1

Veiligheidscontour externe veiligheid

1.1

Aanleiding

Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s voor de omgeving bij een ongeval ten gevolge van het gebruik, de productie, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen met de kans dat daarbij dodelijke slachtoffers kunnen vallen. Externe veiligheid is een milieudiscipline die wordt beschouwd in het kader van een ruimtelijk plan. De risico’s van activiteiten die vallen onder het externe veiligheidsbeleid worden vertaald naar het betreffende ruimtelijke plan. Hierbij wordt getoetst aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico en dient het bevoegd gezag het groepsrisico te verantwoorden. De omvang van de plaatsgebonden risicocontour en de hoogte van het groepsrisico wordt per risicobron afzonderlijk bepaald. Naast het bepalen van een plaatsgebonden risicocontour voor één inrichting of activiteit biedt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) de mogelijkheid om een omhullende plaatsgebonden risicocontour te bepalen voor een gebied met daarbinnen meer dan één activiteit of inrichting. Zo’n contour wordt een artikel 14 Bevi veiligheidscontour genoemd. Een veiligheidscontour zoals bedoeld in artikel 14 van het Bevi is een juridisch instrument om risicoruimte te reserveren voor risicovolle bedrijven.

Daarnaast biedt het instrument de mogelijkheid om de normwaarde (PR10-6 per jaar) voor de oprichting van kwetsbare objecten los te laten indien deze functioneel gebonden zijn aan de risicovolle activiteiten binnen de veiligheidscontour. Ook geeft een veiligheidscontour duidelijkheid aan de omgeving over tot hoe ver risico’s kunnen komen. Rond het vliegveld de Kooy ten zuiden van de stad Den Helder bevinden zich diverse activiteiten die vallen onder het externe veiligheidsbeleid. De gemeente Den Helder heeft in samenwerking met diverse stakeholders besloten dat het zinvol en noodzakelijk is om voor de activiteiten van de NAM-locatie in Den Helder en de luchthaven De Kooy een veiligheidscontour conform artikel 14 Bevi vast te stellen. Dit wordt vastgelegd middels het besluit veiligheidscontour en in een facetbestemmingsplan. Een belangrijke stap in het vaststellen van een veiligheidscontour is de definitie van het begrip ‘functionele binding’ voor de betreffende veiligheidscontour. Deze definitie is beschouwd in het oplegrapport Veiligheidscontour Balgzand deel 1 (RHDHV, februari 2025).

22 april 2025

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BA7668-107-100IPRP002F04

6

Projectgerelateerd

1.2

Ligging veiligheidscontour

Onderstaande figuur laat de ligging van de artikel 14 Bevi veiligheidscontour zien. De veiligheidscontour heeft betrekking op de gasbehandelingsinstallatie (GBI) van de NAM, luchthaven De Kooy en de directe omgeving van beide activiteiten.

Figuur 1: Veiligheidscontour Balgzand met de PR 10-6 contour van de NAM

De veiligheidscontour ligt gedeeltelijk over de bestemmingsplannen Luchthaven 2013, Kooypunt 2012 en de Beheersverordening Oostoever 2016. Het facetbestemmingsplan vervangt een groot deel van de bepalingen betreffende externe veiligheid zoals vastgelegd in de onderliggende bestemminsplannen. De keuzes die hebben geleid tot de ligging van de begrenzing zijn toegelicht in bijlage 2.

1.3

Onderzoek externe veiligheid en verantwoording groepsrisico

Een bestemmingsplan dat risicovolle activiteiten mogelijk maakt, dient vergezeld te worden van een onderzoek externe veiligheid met daarbij een zogenaamde verantwoording van het groepsrisico, uitgevoerd door het bevoegd gezag ruimtelijke ordening. Dit geldt ook voor de vastlegging van een veiligheidscontour in een facetbestemmingsplan. Voorliggend rapport kan de gemeente Den Helder gebruiken om aan de verantwoordingsplicht van het groepsrisico in relatie tot de veiligheidscontour te voldoen. In en nabij het plangebied bevinden zich risicobronnen waarvoor vanuit het oogpunt van externe veiligheid aan de verantwoordingsplicht van het groepsrisico moet worden voldaan. Het gaat in dit geval om de 22 april 2025

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BA7668-107-100IPRP002F04

7

Projectgerelateerd

gasbehandelingsinstallatie van de NAM, die sinds 1 juli 2015 onder de werkingssfeer van het Bevi valt maar ook om hogedruk aardgastransportleidingen en het transport van gevaarlijke stoffen over lokale wegen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is in dit rapport ook rekening gehouden met risicobronnen waarvoor formeel geen verantwoordingsplicht van het groepsrisico geldt. Het gaat hierbij om inrichtingen met ontplofbare stoffen (waaronder munitie). Op deze inrichtingen is het beleid ten aanzien van het groepsrisico niet van toepassing. In plaats daarvan gelden er zogenaamde veiligheidsafstanden. In dit rapport wordt aan deze veiligheidsafstanden getoetst en wordt gekeken naar de mogelijkheden voor de zelfredzaamheid en rampenbestrijding wanneer er zich onverhoopt een incident voordoet, analoog aan het groepsrisicobeleid.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de relevante wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. De inventarisatie van de relevante risicobronnen in en rond het plangebied is beschreven in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 beschrijft de risicobeoordeling van de NAM. Deze risicobeoordeling gaat in op het plaatsgebonden risico en de hoogte van het groepsrisico. Hoofdstuk 5 geeft invulling aan de elementen van de verantwoording groepsrisico. De verantwoordingsplicht groepsrisico is een wettelijke verplichting van het bevoegd gezag als onderdeel van de bestemmingsplanprocedure. Hoofdstuk 6 en 7 beschrijven de risicobeoordelingen van de N250 en de hoge druk aardgastransportleidingen. Hoofdstuk 8 beschrijft de conclusies van dit onderzoek

22 april 2025

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BA7668-107-100IPRP002F04

8

Projectgerelateerd

2

Externe veiligheid – beleid, wet- en regelgeving

Het facetbestemmingsplan voor de veiligheidscontour, dient te voldoen aan de normen en eisen die het landelijke wettelijk kader in relatie tot externe veiligheid stelt. Daarnaast dient het plan te voldoen aan de lokale beleidskaders indien deze aanwezig zijn. Dit hoofdstuk geeft de meest relevante landelijke wetgeving plus de bijbehorende toetsingscriteria waaraan een ruimtelijk plan in het kader van externe veilgheid wordt getoetst. De volgende hoofdstukken gaan in op de toetsing. Een verdere uitwerking van de begrippen is opgenomen in bijlage 1.

Wet- en regelgeving externe veiligheid  Besluit externe veiligheid inrichtingen, (Bevi) 1. In dit besluit zijn de risiconormen voor risicovolle

inrichtingen opgenomen. De Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) legt de bijbehorende rekenvoorschriften, afstandseisen etc. vast.  Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) 2. Dit besluit bevat de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater.  Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) 3. In het Bevb zijn de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vastgelegd.

Plaatsgebonden risico en groepsrisico Externe veiligheid kent de risicomaten plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Deze gelden voor risicovolle inrichtingen en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor en per buisleiding. Voor dit onderzoek zijn de relevante risicobronnen getoetst aan deze risicomaten. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is het risico op een plaats nabij een risicobron, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats verblijft, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. De 10-6 per jaar PR-contour geldt als grenswaarde voor kwetsbare objecten (conform artikel 1 Bevi) en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Dit betekent dat de ontwikkeling van kwetsbare objecten zijn uitgesloten binnen de 10-6 contour en beperkt kwetsbare objecten binnen de 10-5-contour. De ontwikkeling van beperkt kwetsbare objecten tussen de 10-5 en de 10-6 contour vindt alleen plaats mits de risico’s zijn afgewogen en voorwaarden worden gesteld.

Groepsrisico Het groepsrisico (GR) betreft de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied* van een inrichting, transportroute of buisleiding en een ongewoon voorval binnen die inrichting of op die transportroute of buisleiding waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is. De weergave van het GR is in de vorm van een fN-curve. Deze geeft het logaritmisch verband tussen het aantal dodelijke slachtoffers (N) en de cumulatieve kans (f) op de mogelijke ongevallen met gevaarlijke stoffen die tot dit aantal slachtoffers kunnen leiden. Het groepsrisico wordt getoetst aan de oriëntatiewaarde. *Het invloedsgebied is het gebied waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico. Dit gebied wordt algemeen bepaald door voor het grootst mogelijke ongeval te berekenen op welke afstand nog bij 1% van de blootgestelde personen overlijdt (zogenaamde 1% letaliteitsgrens). 1

Besluit van 27 mei 2004, houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid van inrichtingen milieubeheer (Besluit externe veiligheid inrichtingen), Stb. 2004, 250, in werking getreden op 8 oktober 2004. Laatste wijziging op 18 september 2015 2 Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), Staatsblad 2013, nummer 307, inwerkingtreding 1 april 2015 3 Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), Ministerie van VROM, Besluit van 24 juli 2010, Staatsblad 686, 17 september 2010 22 april 2025

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BA7668-107-100IPRP002F04

9

Projectgerelateerd

Verantwoordingsplicht groepsrisico De verantwoordingsplicht groepsrisico (VGR) is een wettelijke verplichting voor het bevoegd gezag om naast de kwantitatieve waarde van het groepsrisico de aanwezige risico’s te kunnen afwegen. Hierbij is het bevoegd gezag verplicht om de veiligheidsregio om advies te vragen. In het Bevb, Bevt en het Bevi zijn voorwaarden opgenomen wanneer en in welke mate het groepsrisico moet worden verantwoord. De mate van verantwoording is in veel gevallen afhankelijk van de hoogte en de toename van het groepsrisico ten gevolge van het planvoornemen en het type risicobron. In dit onderzoek is invulling gegeven aan de elementen van de verantwoording groepsrisico. Voor de verantwoordingsplicht is tevens het advies van de veiligheidsregio van belang. Dit advies gaat in op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van een inrichting, buisleiding of transportroute.

22 april 2025

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BA7668-107-100IPRP002F04

10

Projectgerelateerd

3

Inventarisatie relevante risicobronnen

Dit hoofdstuk beschrijft de resultaten van de inventarisatie van de externe veiligheidssituatie voor en ten gevolge van het planvoornemen. Het hoofdstuk gaat in op wat het planvoornemen planologisch mogelijk maakt en of dit relevant is voor externe veiligheid. Het planvoornemen is relevant wanneer er risicobronnen en/of (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt. Tevens wordt geïnventariseerd welke risicobronnen (die vallen onder de besluiten en definities zoals genoemd in hoofdstuk 2) in de omgeving nader beschouwd moeten worden.

3.1

Methodiek

Inventarisatie planvoornemen Wanneer één of beide van de onderstaande vragen beantwoord worden met ‘ja’ dan is het planvoornemen relevant in het kader van externe veiligheid en worden de aanwezige risicobronnen voor wat betreft externe veiligheid geïnventariseerd. NB: In dit rapport is onderscheid gemaakt in de termen planvoornemen en plangebied. Het planvoornemen is het voorgenomen plan binnen het plangebied. Het planvoornemen hoeft niet het gehele plangebied te beslaan waarvoor het ruimtelijk besluit wordt genomen, voor externe veiligheid is naast het planvoornemen het gehele plangebied relevant voor de toetsing.

1 Maakt het planvoornemen risicobronnen mogelijk? En/of 2 Maakt het planvoornemen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten mogelijk? Inventarisatie risicobronnen Indien het planvoornemen risicobronnen mogelijk maakt (vraag 1) wordt vastgesteld of:  De risicobron(nen) onder één van de besluiten of circulaires val(t)(len) (zie hoofdstuk 2) en/of:  De invloedsgebied(en) en/of de veiligheidsafstand(en) van de risicobron(nen) die het planvoornemen mogelijk maakt over (beperkt) kwetsbare objecten in de omgeving (buiten het plangebied) liggen. Indien het planvoornemen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten mogelijk maakt (vraag 2), wordt vastgesteld of:  Binnen het plangebied risicobronnen aanwezig zijn die invloed hebben op het planvoornemen en/of in de omgeving van het plangebied risicobronnen aanwezig zijn die invloed hebben op het planvoornemen.  De risicobron(nen) in en/of in de omgeving van het plangebied onder één van de besluiten of circulaires val(t)(len) (zie hoofdstuk 2) en/of:  De invloedsgebied(en) of de veiligheidsafstand(en) van de risicobron(nen) over het plangebied vallen. Beoordeling relevante risicobronnen Naar aanleiding van de bovenstaande inventarisatie wordt beoordeeld in hoeverre de relevante risicobronnen getoetst dienen te worden aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico en in hoeverre er een verantwoordingsplicht geldt.

22 april 2025

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BA7668-107-100IPRP002F04

11

Projectgerelateerd

3.2

Beschouwing

3.2.1

Inventarisatie planvoornemen

1. Maakt het planvoornemen risicobronnen mogelijk? De veiligheidscontour sluit de ontwikkeling van nieuwe inrichtingen die vallen onder het Bevi niet uit. Nieuwe inrichtingen dienen wel te voldoen aan de gedefinieerde functionele binding en kunnen dan onder voorwaarden mogelijk gemaakt worden. 2. Maakt het planvoornemen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten mogelijk? De veiligheidscontour is bedoeld om de saneringssituatie met betrekking tot de bestaande kwetsbare objecten op te heffen. Daarnaast kunnen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten onder de voorwaarde van functionele binding worden toegestaan.

3.2.2

Inventarisatie risicobronnen

Op basis van de signaleringskaart 4 is onderzocht welke risicobronnen in en in de omgeving van het plangebied relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Onderstaande afbeelding geeft met cijfers de ligging van de risicobronnen ten opzichte van het globale plangebied weer. 6 5

2

1 3

4

9

8 7

Figuur 2: Globale ligging veiligheidscontour en omliggende risicobronnen (fragment Signaleringskaart externe veiligheid)

4

Signaleringskaart, https://nl.ev-signaleringskaart.nl/viewer/app/EV-signaleringskaart_NL?version=. Geraadpleegd op 22-6-2021.

22 april 2025

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BA7668-107-100IPRP002F04

12

Projectgerelateerd

Tabel 1 geeft aan onder welke wetgeving de risicobron valt en of de risicobron relevant is voor het planvoornemen. Een risicobron is relevant wanneer het invloedsgebied of de veiligheidsafstand over het plangebied valt. Tabel 1 Overzicht risicobronnen Risicobron

Afstand tot plangebied [m] Invloedsgebied/ Wet- en regelgeving veiligheidsafstand [m]

Relevant?

1

Gasbehandelingsinstallatie NAM Den Helder

Binnen plangebied

>1000 Bevi

Ja

2

N250

Binnen plangebied

880 Bevt

Ja

3

Buisleidingenstrook

Binnen plangebied

550 Bevb

Ja

4

Hogedruk aardgastransportleiding W574-03

Binnen plangebied

110 Bevb

Ja

5

RWZI, Den Helder

Binnen plangebied

6

Nieuwe Haventerrein/ (munitiecomplex ’t Kuitje, SGS, Baker Atlas, Special Cargo Services)

7

Veiligheidsafstand valt Activiteitenbesluit binnen terreingrens milieubeheer RWZI

Ja

550

762 Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik

Ja

N9

400

355 Bevt

Nee

8

N99

400

355 Bevt

Nee

9

LPG-tankstation, Total

580

150 Bevi 160 Celt

Nee

3.3

Beoordeling relevante risicobronnen

Uit de inventarisatie blijkt dat er binnen het plangebied 6 risicobronnen relevant zijn. Onderstaand is beoordeeld in hoeverre deze risicobronnen meewegen in de toetsing voor externe veiligheid en meewegen in de vaststelling van de artikel 14 Bevi veiligheidscontour. 1: Gasbehandelingsinstallatie NAM (Bevi): De aanleiding om de veiligheidscontour vast te stellen is de bestaande saneringssituatie ten gevolge van de aanwezigheid van de NAM. Dit heeft te maken met ligging van bestaande (beperkt) kwetsbare objecten binnen de plaatsgebonden risicocontour PR10-6 per jaar. Om de veiligheidscontour mogelijk te maken dient toetsing plaats te vinden van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Daarnaast dient het groepsrisico te worden verantwoord. De toetsing heeft plaatsgevonden middels de in 2015 uitgevoerde kwantitatieve risicobeoordeling (QRA) behorende bij de vergunning, zie hiervoor bijlage 3. De beschouwing is opgenomen in hoofdstuk 4, de elementen voor de verantwoording groepsrisico in hoofdstuk 5. 2: Transport gevaarlijke stoffen lokale wegen (Bevt) De N250 valt onder de werkingssfeer van het Bevt. De N250 ligt binnen het plangebied en valt niet onder de Regeling basisnet. Hiermee heeft de N250 conform de HART een invloedsgebied van 880 meter (gebaseerd op het transport van toxische stoffen).

De N250 is voor het vaststellen van de veiligheidscontour niet relevant omdat transportroutes niet vallen onder de werkingssfeer van het Bevi. De weg is wel relevant in het kader van de verantwoording van het 22 april 2025

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BA7668-107-100IPRP002F04

13

Projectgerelateerd

groepsrisico bij de ontwikkeling van nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten wanneer het onderliggend bestemmingsplan gewijzigd wordt. Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico ten gevolge van de N250 is beschouwd in hoofdstuk 6. 3&4: Transport aardgas door hogedruk buisleidingen Door het plangebied liggen meerdere hogedruk aardgastransportleidingen met een werkdruk ≥16 bar. Deze buisleidingen vallen onder de werkingssfeer van het Bevb. De buisleidingen zijn niet relevant voor het vaststellen van de veiligheidscontour omdat het transport van aardgas niet valt onder het Bevi. De buisleidingen zijn wel relevant in het kader van de verantwoording van het groepsrisico bij de ontwikkeling van nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten waarvoor onderliggend bestemmingsplan gewijzigd wordt. Per buisleiding geldt een invloedsgebied dat onder andere afhankelijk is van de diameter en de druk van de leiding. De invloedsgebieden vallen over het plangebied. Daarom zijn deze buisleidingen relevant in het kader van externe veiligheid. Het betreft de buisleidingen in de buisleidingenstraat, A-616, A-593, A-591, WN-2212 en 0NP007-005. Daarnaast nog buisleiding W-574-03. Het plaatsgebonden risico, het groepsrisico en de bijbehorende belemmeringsstroken zijn beschouwd in hoofdstuk 7. 5: RWZI Den Helder Ten noorden van het NAM-terrein ligt de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI).

De RWZI valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer. De RWZI is niet relevant in het kader van de vaststelling van de veiligheidscontour, omdat de installatie niet valt onder het Bevi. De veiligheidsafstanden conform het Activiteitenbesluit vallen binnen de inrichtingsgrens. De RWZI hoeft hiermee in het kader van externe veiligheid niet verder te worden beschouwd. 6: Nieuwe Haventerrein Op de Nieuwe Haventerrein zijn meerdere inrichtingen gelegen voor het opslaan van munitie in bunkers. De inrichtingen vallen onder de Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. Voor deze inrichtingen is een veiligheidszonering vastgesteld gebaseerd op de ADR-klasse. De grootste veiligheidsafstanden B en C vallen gedeeltelijk binnen de begrenzing van de Veiligheidscontour. De inrichtingen vallen niet onder het Bevi en zijn daarmee niet relevant voor het vaststellen van de veiligheidscontour. De inrichtingen hebben geen plaatsgebonden risicocontouren en hoeven niet te worden getoetst aan het groepsrisico. De inrichtingen zijn enkel beschouwd in hoofdstuk 5 voor de verantwoording groepsrisico in het kader van een goede ruimtelijke ordening.

3.4

Conclusie

Conform het Bevi, Bevt en het Bevb zijn onderstaande risicobronnen relevant in het kader van externe veiligheid:   

Gasbehandelingsinstallatie NAM Den Helder (Bevi) Vervoer van gevaarlijke stoffen over de N250 (Bevt) Hogedruk aardgastransportleidingen: A-616, A-593, A-591, WN-2212, 0NP007-005 en W-574-03 (Bevb)

Voor het vaststellen van veiligheidscontour is enkel de Bevi-inrichting van de NAM relevant. De overige risicobronnen vallen immers niet onder het Bevi. Deze worden niet opgenomen als onderdeel van de veiligheidscontour. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de N250 en de buisleidingen benoemd in hoofdstuk 5 in het kader van de verantwoordingsplicht groepsrisico.

22 april 2025

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BA7668-107-100IPRP002F04

14

Projectgerelateerd

4

Risicobeoordeling Gasbehandelingsinstallatie NAM Den Helder

De NAM heeft in 2015 5 een kwantitatieve risicoanalyse uit laten voeren voor de gasbehandelingsinstallatie (GBI). In 2022 is deze kwantitatieve risicoanalyse herzien, omdat deze niet meer voldeed aan artikel 15 lid 2 van het Bevi. In 2022 zijn onder andere de bevolkingsgegevens geactualiseerd. In 2025 is de risicoberekening opnieuw geactualiseerd vanwege de introductie van Safeti-NL rekenversie 9.2. De kwantitatieve risicoanalyse is opgenomen in bijlage 3 van dit rapport. Dit hoofdstuk geeft de voornaamste conclusies met betrekking tot het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico

Figuur 3: Ligging plaatsgebonden risicocontouren NAM locatie Den Helder

Bovenstaande afbeelding toont de plaatsgebonden risicocontouren van de NAM-locatie. Belangrijkste constatering is dat de PR 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour (rode lijn) grotendeels over de nabijgelegen Vliegbasis de Kooy van Defensie gelegen is. Op deze locatie bevinden zich (beperkt) kwetsbare objecten. Voor de aanwezigheid van de kwetsbare objecten betekent dit dat er conform het Bevi een overschrijding plaatsvindt van het plaatsgebonden risico. Formeel betekent dit dat er zich op dit moment een saneringssituatie voordoet. De ligging van de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour is niet gewijzigd ten opzichte van de berekening uit 2015. 5

Arcadis 2015; QRA Rapport Den Helder, Nederlandse Aardolie Maatschappij, 25 december 2015.

22 april 2025

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BA7668-107-100IPRP002F04

15

Projectgerelateerd

Groepsrisico Voor het groepsrisico zijn twee berekeningen uitgevoerd. Berekening 1: Gerealiseerde groepsrisico Het zogenoemde gerealiseerde groepsrisico gaat uit van de bevolking die in 2021 aanwezig was binnen het invloedsgebied van de GBI conform de BAG populatiegegevens (bagselectiebasis_202107). Deze groepsrisicoberekening is een momentopname. Wanneer deze groepsrisicoberekening gebruikt zou worden als uitgangspunt voor het bestemmingsplan, betekent dit dat de planologische mogelijkheden die de vigerende bestemmingsplannen bieden (de bestemmingsplancapaciteit) niet verder benut kan worden. De ruimte die hierin zit wordt als het ware bevroren en er is dan geen mogelijkheid meer om ruimte zit om nieuwe populatie toe te voegen.

Figuur 4 FN-curve gerealiseerd groepsrisico

Het gerealiseerde groepsrisico ligt boven de oriëntatiewaarde. Uit de risicoberekening blijkt dat de oriëntatiewaarde maximaal 20 maal wordt overschreden bij 170 dodelijke slachtoffers bij een frequentie van 6,8*10-7 per jaar. Het gerealiseerde groepsrisico ligt hoger dan het berekende groepsrisico uit 2015. Dit heeft te maken met de actuele invulling van de bevolkgingsgegevens gebaseerd op de BAG. Berekening 2: Theoretisch groepsrisico Het zogenoemde theoretische groepsrisico gaat uit van de bevolkingsdichtheid die conform de bestemmingsplancapaciteit van de onderliggende bestemmingsplannen gerealiseerd kan worden. In deze berekening is de niet ingevulde bestemmingsplancapaciteit meegenomen. Dit is een worst-case benadering maar laat zien hoe hoog het groepsrisico maximaal kan worden wanneer de volledige bestemmingsplancapaciteit wordt benut. Deze berekening voldoet hiermee aan de eis dat in een groepsrisicoberekening voor een bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de maximale bestemmingplancapaciteit.

22 april 2025

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BA7668-107-100IPRP002F04

16

Projectgerelateerd

Figuur 5 FN-curve theoretisch groepsrisico

Het theoretische groepsrisico ligt boven de oriëntatiewaarde. Uit de risicoberekening blijkt dat de oriëntatiewaarde maximaal 359 maal wordt overschreden bij 870 dodelijke slachtoffers en bij een frequentie van 4,8*10-7 per jaar. Het theoretische groepsrisico ligt hoger dan het berekende gerealiseerde groepsrisico. Dit heeft er vooral mee te maken dat het bouwvlak van de Marinebasis de Kooy zoals vastgelegd in het bestemmingsplan Luchthaven 2013, een grotere capaciteit heeft dan wat er in werkelijkheid gerealiseerd is. Theoretisch maakt het bouwvlak de aanwezigheid van 4500 personen mogelijk terwijl er in werkelijkheid 918 personen aanwezig zijn. In de praktijk zal de volledige bevolkingsinvulling en daarmee dit berekende groepsrisico niet gehaald worden, maar de ruimte zit wel in het bestemmingsplan Luchthaven 2013. Dit is daarom het uitgangspunt in het kader van de verantwoording van het facetbestemmingsplan ten behoeve van de Veiligheidscontour artikel 14 Bevi. Het facetbestemmingsplan voor de artikel 14 Bevi veiligheidscontour legt enkel de veiligheidscontour met bijbehorende bepalingen vast en legt geen beperkingen op aan de planologische mogelijkheden van het onderliggende onherroepelijke bestemmingsplannen Luchthaven 2013, Kooypunt 2012 en de Beheersverordening Oostoever 2016.

Verantwoordingsplicht groepsrisico De hoogte van het groepsrisico vormt geen directe belemmering voor nieuwe ontwikkelingen binnen het invloedsgebied. Echter, op basis van het Bevi moet het groepsrisico verantwoord worden bij een ruimtelijk plan zoals een bestemmingsplan. In dit rapport zijn de elementen van de verantwoordingsplicht op basis van artikel 13 van het Bevi uitgewerkt (zie hoofdstuk 5).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/2228/documents/24273