Amendement 15.1 raad 10 juni over voorstel tot indienen zienswijze Jaarrekening 2024 en Bgeroting 2025 ODNHN.pdf
Tekst van het document
AMENDEMENT
Datum raadsvergadering: 10juni2025
Dit amendement hoort bij het voorstel tot indienen zienswijze Jaarrekening 2024 en Begroting 2026 Omgevingsdienst NoordHolland Noord.
Nummer amendement: A15.1
De volgende fracties dienen een aanpassing op dit voorstel in:
an@genomeny verworpen / nagetrokken aangehouden
Stadspartij
@samen Actief
r
Den Helder
We stellen de raad voor het ontwerpbesluit als volgt aan te passen: de zienswijze (zie bijlage 9) vast te stellen, waarin: zorg wordt uitgesproken over de ontwikkelingen rond de begroting voor de komende jaren bij de OD in relatie tot de bij de gemeenten beschikbare middelen; de gedane voorstellen voor 3 dan wel 5 % bezuinigingen kritisch worden beschouwd en wordt gepleit voor een bredere bezinning; wordt ingestemd met de voorgestelde bestemming van het jaarresultaat. te wijzigen in: een zienswijze in te dienen met daarin: 1.-
-
2.-
Het verzoek om op basis van de voorgestelde maatregelen (zie de bijlage met de bezuinigingsscenario's) en het onderzoek naar de efficiency van de organisatie optimaal te bezuinigen zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de uitvoering van wettelijke taken; Het verzoek om de kosten om te kunnen voldoen aan de robuustheidscriteria in de begroting voor 2026 e.v. op te nemen, waarbij voor 2026 als dekking (deels) gebruik kan worden gemaakt van de gelden die in de betreffende bestemmingsreserve zijn/worden gestort. Instemming voor wat betreft de voorgestelde bestemming van het jaarresultaat. Bijlage 9 overeenkomstig beslispunt 1 en de bijlage bij dit amendement (gewijzigde zienswijze) te wijzigen.
Ondertekening van de fractie(s):
D66
en Julianadorp
Beter voor Den Helder
Si.s» VVD
CDA E.M. Krijns
Samen Actief C.M. Bazen
5,
Stadspartij Den Helder A.J. Ga owinas
Toelichting: Dat aan de robuustheidscriteria moet worden voldaan zou voor de gemeenten, als eigenaren van de Omgevingsdienst (onze eigen medewerkers op afstand), niet ter discussie moeten staan. Toch worden de daarvoor benodigde middelen (opnieuw) niet meegenomen in de begroting van de Omgevingsdienst voor 2026. Dit leidt ertoe dat het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst een begroting presenteert waarin aangegeven wordt dat geen extra middelen beschikbaar worden gesteld om te voldoen aan de robuustheidscriteria, maar ook dat in de diverse stukken wordt aangegeven dat de Omgevingsdienst steeds minder in staat is om alle wettelijke taken (naar behoren) uit te voeren. Dat vinden de raadsrapporteurs een kwalijke zaak en niet uit te leggen. De gemeentelijke overheid, waar de Omgevingsdienst deel van uitmaakt, moet in het belang van haar inwoners en leefomgeving in staat zijn om de wettelijke taken uit te voeren én op die manier een bijdrage leveren aan een veilige en gezonde leefomgeving. Daarop mogen inwoners en bedrijven ook vertrouwen. Het verzoek van de Regietafel om bezuinigingsvoorstellen te doen is gedaan in een tijd, dat de gevolgen van het ravijnjaar voor de gemeenten ernstiger leken dan heden het geval blijkt te zijn.
De gemeenteraad dient het vertrouwen te hebben dat het bestuur van de Omgevingsdienst op basis van het onderzoek naar de efficiency van de organisatie én de voorgestelde maatregelen kan komen tot acceptabele bezuinigingen, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de uitvoering van wettelijke taken. De voorliggende zienswijze biedt de Omgevingsdienst geen enkel (financieel) perspectief ten aanzien van het voldoen aan de robuustheidscriteria. Het niet voldoen aan deze criteria én het niet (adequaat) kunnen uitvoeren van alle wettelijke taken zouden de gemeenten, als eigenaren van de Omgevingsdienst, niet moeten willen. Gelet daarop wordt in dit amendement voorgesteld de voorgestelde zienswijze te wijzigen. Afhankelijk van de verwerking van de zienswijze in de begroting van de Omgevingsdienst voor 2026, zou dit amendement kunnen leiden tot een hogere gemeentelijke bijdrage. Deze bijdrage dient verwerkt te worden in de gemeentelijke begroting (bij de eerstvolgende wijziging).
\ \
\I
Bijlage bij amendement A15.1 behorende bij het voorstel tot indienen zienswijze Jaarrekening 2024 en Begroting 2026 Omgevingsdienst NoordHolland Noord. De zienswijze wordt op basis van amendement AlS.1 als volgt gewijzigd (de gewijzigde tekst is schuin weergegeven dan wel doorgehaald):
Zienswijze van de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon, Schagen en Texel m.b.t. de begroting 2026 en het jaarresultaat 2024 van de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord.
M.b.t. de begroting 2026. De begroting is geïndexeerd volgens geldend beleid en de Kaderbrief 2026. Voor onze gemeenten is dat een goed vertrekpunt. Maar met het oog op de verlaging van het Gemeentefonds blijven wij scherp kijken naar onze uitgaven voor de komende jaren. Dat doen wij nu bij de OD mede omdat in de begroting belangrijke ontwikkelingen nog niet zijn meegenomen, t.w. uitvoeren van nieuwe wettelijke verplichtingen en realisatie van het Plan van Aanpak op weg naar een robuuste dienst. Beide achten wij van groot belang. In de bijlage Actualisering bedrijfsvoeringskosten worden ook nog genoemd: Herijking bedrijfsvoeringskosten; Herijking materiële kosten; Nieuwe financieringssystematiek VTH-stelsel; Doorontwikkeling VTH-stelsel. De voorliggende begroting biedt de Omgevingsdienst geen enkel (financieel} perspectief ten aanzien van het voldoen aan de robuustheidscriteria. Het niet voldoen aan deze criteria én het niet (adequaat) kunnen uitvoeren van alle wettelijke taken zouden de gemeenten, als eigenaren van de Omgevingsdienst, niet moeten willen. Gelet daarop het verzoek om de kosten om te kunnen voldoen aan de robuustheidscriteria in de begroting voor 2026 e.v. op te nemen, waarbij voor 2026 als dekking {deels) gebruik kan worden gemaakt van de gelden die in de betreffende bestemmingsreserve zijn/worden gestort.
M.b.t. de bezuinigingsvoorstellen. In bijlages staan voorstellen voor de door de Regietafel gevraagde bezuinigingen van 3, resp. 5 %. De aangedragen elementen zijn divers. Ze lopen uiteen van interne maatregelen - deels in efficiency- tot ingrijpender wijzigingen die de dienstverlening feitelijk aantasten, of uitgaven verplaatsen naar gemeenten. Wij zien geen heil in keuzes in laatstgenoemde sfeer, want verschuiven lost problemen niet op. Een versobering van de periodieke rapportages vinden wij ook zeker ongewenst. De niet-wettelijke taken, t.w. beleidsadvisering, ondersteuning bij duurzame gebiedsontwikkeling en specialistisch milieukundig advies vinden wij essentieel voor lokaal beleid en ambities op het gebied van duurzaamheid, energietransitie en ruimtelijke kwaliteit. Juist deze taken versterken de verbinding tussen wetgeving en lokaal maatwerk. Wanneer gemeenten die elders zouden moeten inhuren, zouden samenwerking in de OD en schaalvoordelen verdwijnen.
ij menen dat voor bezuinigingen er een bredere bezinning zou kunnen komen op de bestaande invulling van de OD-taken. Daarbij zouden ook de nieuwe wettelijke taken kunnen worden beschouwd. \ij zien veel inspanning om alles kwalitatief en kwantitatief volledig te doen. Naar we hebben ook te maken met een dienst die kampt met onderbezetting en beperkte financiële middelen. l=let kan helpen ambities binnen verantwoorde grenzen enigszins te beperken, met zo weinig mogelijk schade voor milieu en leefomgeving. Het (deels) administratief afdoen van meldingen en het verlagen van controlefrequentie zijn voorbeelden daarvan anneer die richting zou worden ingeslagen zou de OD moeten nagaan of het aanvullend nemen van repressieve maatregelen nodig, resp. mogelijk is om een goed naleefgedrag van de regelgeving kracht bij te zetten.
Opgemerkt wordt dat het verzoek van de Regietafel om bezuinigingsvoorstellen te doen is gedaan in een tijd, dat de gevolgen van het ravijnjaar voor de gemeenten ernstiger leken dan heden het geval blijkt te zijn. De gemeenteraad heeft het vertrouwen dat het bestuur van de Omgevingsdienst op basis van het onderzoek naar de efficiency van de organisatie én de voorgestelde maatregelen kan komen tot acceptabele bezuinigingen, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de uitvoering van wettelijke taken.
M.b.t. de bestemming van het jaarresultaat 2024. Het jaarsaldo wordt volgens het voorstel - voor zo ver daarvoor beschikbaar gestort in een nieuw te vormen bestemmingsreserve voor robuustheid. Wij kunnen ons vinden in de voorgestelde bestemming. Daarmee kan de eerste fase van het Plan van Aanpak in werking worden gezet. Tegelijk met dit proces kan met deze reserve een efficiency-onderzoek plaatsvinden, zoals eerder aangekondigd. Zo komen we ook tot meer samenhang tussen de diverse lijnen waarlangs aan de toekomst van de OD wordt gewerkt. En ook kunnen daaruit alternatieven voortkomen voor het deel van de huidige bezuinigingsvoorstellen dat wij hierboven als ongewenst hebben aangemerkt.